2. Beeldhouwkunst - Mechels beeldhouwwerk

Uit Kunsterfgoed
Versie door Leen (Overleg | bijdragen) op 8 sep 2016 om 21:46

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het atelier Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie


door Jaak Jansen

gepubliceerd in Taxandria, Jaarboek van de Koninklijke geshied- en oudheidkundige kring van de Antwerpse Kempen, 84, 2012, p. 111-163.

*****************************************************************************


1. Leven van Hendrik Peeters[1]


Opleiding te Antwerpen


Hendrik Peeters werd te Turnhout geboren op 19 april 1815 als zoon van wever Louis Peeters (+1818) en zijn tweede vrouw Anna Catharina Peeters. Op zeventienjarige leeftijd werd Hendrik leerling van de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij van 1832 tot 1838 stond genoteerd. Harry de Kok vermeldde de inschrijvingen aldaar[2]:

1832-1833 wintercursus "beginselen der figuur" : inschrijving van een zekere Peeters, zonder­ voornaam; hij werd later verplaatst;

1833-1834, 1834-1835, 1836-1837: wintercursussen "artistieke beelden", Hendrik Peeters was ingeschreven (inschrijvingsregisters van 1835-1836 ontbreken);

1837-1838 cursus "levend model".

Tijdens zijn opleidingsjaren in Antwerpen vond hij op verschillende plaatsen een onderkomen. Volgende verblijfplaatsen werden genoemd: Blindenstraat 620 (1833-1834), Blindenstraat 720 (1834-1837) en Leguit­straat (1837-38). ,

Hij behaalde verschillende prijzen aan de academie: 1832-33 tweede prijs "dessin de Têtes ombrées"; 1838 eersten prijs compositie van historiën: De Sacri­ficie van Noe in het uittreden der arc; 1836 derden prijs compositie der historiën: Den ogen­blik dat Christus zijne kleederen uitgetrokken worden tusschen de 2 moordenaars bij d' kruyssinge. Ende sprak tot de vrouwen. Weent niet over mij, maer over uwe kinderen.

Zowel H. De Kok als E. Van Autenboer vermeldden dat Hendrik Peeters het atelier van beeldhouwer J. Van der Neer bezocht. Hierbij steunden zij op een melding die werd gemaakt in de plaatselijke Turnhoutse pers bij de overkomst van Hendrik Peeters van Antwerpen naar Turnhout in 1839. Wij durven dit betwijfelen zoals wij verder zullen zien.

In Antwerpen huwde Hendrik Peeters Maria Joanna Divoort (°Antwerpen 26.01.1819). Een eerste kind werd te Antwerpen geboren in 1839: Julia Joanna Cornelia. De echtgenoten kregen vijf dochters en drie zonen.


Atelier te Turnhout


In 1839 zou Hendrik Peeters zich te Turnhout vestigen met vrouw en schoonbroer; deze overkomst uit Antwerpen werd vermeld in een plaatselijk Turnhouts weekblad "L'Abeille de la Campine"(nr.27, 3 juli). Hij opende er samen met zijn schoonbroer Pierre Joseph Divoort (° Antwer­pen 15.03.1821) een beeldhouwersatelier. Het atelier zou al vlug een groot succes kennen. In de weekbladen werden regelmatig aankondigingen van aanwer­vingen gevonden voor het atelier Peeters-Divoort (1841, 1858, 1863).

Het eerste atelier was vermoedelijk gevestigd in de Herentalsstraat, tegenover de kazerne (nu Jezuïeten), daarna in de Gasthuisstraat, later in de Korte Begijnenstraat in het huis “De Witte Leeuw” (1861); voor dit huis beeldhouwde de kunstenaar een leeuw om boven de deur te hangen. In de Gasthuisstraat waren er verscheidene personen ingeschreven[3]. Niet alleen Hendrik en zijn schoonbroer Petrus Divoort maar ook andere beeldhouwers: August Hubert Van Haef, geboren te Mierlo (Limburg), Joseph Kluysmans uit Eindhoven, Jan Van Rooy uit Stratum, Jan Verhoeven uit Reithoven, Jan Vaesen uit Budel, Jan Legraaf uit ’s Hertogenbosch, Wilhelmus Van Brenen, Pastoor Joannes uit ’s Hertogenbosch, Adrianus uit Budel en Laurentius Paras uit Weerth (Westfalen). Het geeft een beeld van het succes van het atelier maar ook van de internationale uitstraling. De Nederlanders waren talrijk aanwezig. In Nederland was er veel belangstelling voor deze opleiding omdat de vraag naar kerkelijk meubilair en devotievoorwerpen toegenomen was nadat in Nederland de Rooms-Katholieke godsdienst opnieuw openlijk kon beleefd worden; opleiding en traditie ontbraken aldaar zodat men ze elders moest zoeken.

In Turnhout werkten in de tweede helft van de negentiende eeuw honderden beeldhouwers in verscheidene ateliers. Het werd een niet te verwaarlozen economische factor in de stad. De opleiding aan de Turnhoutse academie was hierbij toonaangevend[4]. Hendrik Peeters was de eerste belangrijke meester-beeldhouwer in de stad. Later volgden Lode Bartels (°1841-+1900), Peter Pauwel De Meyer (°1825-+1892), Constant Van Opstal (°1841-+1888), Alfons Moerman (°1855-+1928), Napoleon Daems (°1852-+1939), Jos. Marijnen (°1870-+1942), Karel Stroobant (°1852)[5]. Hendrik Peeters maakte zich aanvankelijk ook verdienstelijk als leraar- beeldhouwen aan de Turnhoutse Tekenschool. In 1840 solliciteerde hij tevergeefs naar de directeursplaats van de tekenschool.

Zijn drie zonen zouden ook een kunstopleiding volgen. Pietje Peeters (°Turnhout 01.02.1841 - +Rotterdam augustus 1925) zette het atelier van zijn vader verder en kreeg naam in de vernieuwing van de kerkelijke kunst. Hij overleed bij zijn dochter in Rotterdam. Een volgende zoon vestigde zich te Vilvoorde als kunstschilder. De derde zoon volgde een opleiding als architect en bouwde een carrière uit in de havenstad[6].


Atelier te Antwerpen


In 24.03.1866 verhuisde Hendrik Peeters (°1815 - +1869) met zijn atelier en zijn ganse gezin naar Antwerpen, waar hij zich vestigde in de Leguitstraat, wijk n 2139. Daar zou het atelier zijn activiteiten verder ontplooien. Hendrik stierf te Antwerpen op 29 juni 1869; hij werd 54 jaar. Hij liet een immense productie na die verder moet onderzocht worden. De studie werd erg bemoeilijkt door het feit dat er geen atelier-archief is gevonden. Belangrijk basiswerk gebeurde in het Turnhoutse stadsarchief door het zorgvuldig uitpluizen van de stadskranten uit de 19de eeuw; Eugeen Van Autenboer en Harry de Cock zouden gebruik maken van de gegevens, onder meer om een lijst van uitgevoerde werken te publiceren. Verder zijn er op het Stadsarchief van Turnhout enkele ontwerpteke­nin­gen bewaard.

In 1880 was er te Turnhout een viering naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van België. Een kunsttentoonstelling werd ingericht over Kunsten, Nijverheden en Oudheden. Er werd hulde gebracht aan het talent van de Turnhoutse beeldhouwers. Ongeveer 300-400 beeldhouwers waren er werkzaam in de 19de eeuw. Er werd zelfs werk uitgevoerd naar het buitenland: de Verenigde Staten, Enge­land, Noorwegen, Zweden, Nederland en elders.


2. Ateliernaam Hendrik Peeters-Divoort


De verklaring van de samenstellende delen van de ateliernaam is gekend. Hendrik Peeters (°1815) was in 1839 gehuwd met Maria Joanna Divoort (°1819); zij had een jongere broer Pierre Joseph Divoort (°1821) die zich associeerde met de pas afgestudeerde Hendrik Peeters. Pierre Joseph trok mee met het jonge gezin naar Turnhout waar een beeldhouwersatelier werd opgericht in 1839. Welke rol de schoonbroer speelde was niet duidelijk; beiden waren jong en zouden samen een succesvolle productie uitbouwen. Toch zou Hendrik stilaan de merknaam van het atelier gaan bepalen al is dat niet duidelijk vanaf het begin. Het geassocieerde atelier zou meermaals tot spraakverwarring leiden. De associatie was al ongewoon en daarbij stond voornaam Pierre (Petrus, Pieter, Peter) dicht bij de familienaam Peeters. Het was ook niet altijd duidelijk wie de leiding had in het atelier. In de publicatie van Jan Van Gorp[7] staat vermeld dat Hendrik Peeters vooral als tekenaar bekend stond. Was hij misschien de belangrijkste ontwerper in het atelier waar deze ontwerpen werden uitgevoerd door opgeleide beeldhouwers?

De naamgeving van het atelier was vaak de oorzaak van verwarring of foutieve spelling. In Aalst (Herdersem) werd een communiebank van 1866 toegeschreven aan de Antwerpse (sic) beeldhouwer Dievort-Pieters[8]. In Aalst (Moorsel) werd een communiebank van 1874 (!) toegeschreven aan Peeters-Coevoet[9], van Antwerpen. In de kapel van het Sint-Jozefscollege te Aalst werd in 1852 een preekstoel geplaatst; volgens de plaatselijke onderzoekers werd hij geplaatst door Petrus Devoort, uit Turnhout (cataloog Aalst 1981, p. 86). Het is niet duidelijk of hier Pierre Divoort wordt bedoeld dan wel Peeters-Divoort. Het atelier is op dat ogenblik reeds dertien jaar werkzaam. Toch werd blijkbaar de ateliernaam Peeters-Divoort niet gebruikt of was de lezing in Aalst foutief? Was Pierre Divoort de uitvoerder of eerder de zaakvoerder die het contract afsloot? Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat er hier verwarring is ontstaan over het gebruik van voornaam en familienaam Petrus-Peeters. Wij opteren ervoor dat de ateliernaam nog geen merknaam was geworden. Wanneer Hendrik Peeters in zijn beginperiode, dus voor de associatie, verscheidene beelden leverde voor de Sint-Lambertuskerk te Ekeren in 1838 dan werd zijn naam alsdusdanig vermeld (Staf DE MEYER, 1981, p. 44, 45); hij was duidelijk de auteur van de beelden. Wanneer de kerkfabriek van Meer twee biechtstoelen bestelde te Turnhout in 1849, werden ze uitgevoerd door Peeters, van Turnhout, voor een bedrag van 2.721,07 Bfr; (P. GRATIANUS, 1912, p. 158); hier gaat het om het atelier Peeters, van Turnhout. In Tilburg (Heike) bestelde de kerkfabriek in 1840 een beeld van de H. Vincentius a Paulo bij beeldhouwer “H. Peters”. Ook Zuster HERESWITHA onderkende het probleem van het gebruik van de ateliernaam (1962, p. 74). In de Annalen van het klooster van het H. Graf werd steeds de naam Peeters vermeld (1848-1852); de zuster verduidelijkte in haar publicatie dat het hier ging om het zeer gekende atelier H. Peeters-Divoort uit de Lange Begijnenstraat. Zeer vlug zou het atelier Peeters-Divoort als een eenheid vernoemd worden. In de toenmalige weekbladen vermeldde de reporter meermaals dat hij een bezoek had gebracht aan het atelier van meneer Peeters-Divoort. Op 02.05.1860 vermeldde “De Kempenaer” dat Mevr. Versmessen, van Gent, in Turnhout was geweest bij Peeters-Divoort, om een grafmonument te bestellen dat op het kerkhof van Beveren moest geplaatst worden (H. DE KOK, 1981 , p. 128).

De eerste maal dat het atelier zich door een signatuur manifesteerde als dat van Hendrik Peeters-Divoort was in 1853. De eerste statie van de kruisweg in de Sint-Pieterskerk te Tunhout droeg de signatuur H. PEETERS-DIVOORT TURNHOUT. De tweede statie het monogram en de datering HPD 1853. Het was duidelijk dat Hendrik als de leider van het atelier werd beschouwd. Wanneer in 1859 de redactie van De Kempenaer een bezoek bracht aan “de werkhuizen van de Heer Peeters” om een troon te bekijken voor het beeld van O.-L.-Vrouw te Broechem, werd alle lof gegeven aan beeldhouwer H. Peeters en aan de vergulder de heer Volders-Thyssens[10]. Wanneer in 1866 in Mol de preekstoel voor de Sint-Pieterskerk werd geleverd, noteerde deken C. Van ROEY in zijn Manuale Pastoris: “den 22 februari en de volgende dagen is hier aengebragt den nieuwen Predikstoel kostende 16.000 franken door de “heeren” H. Peeters-Divoort, van Turnhout, beeldhouwers, …[11]”. De meervoudsvorm wees hierbij op de gedeelde verantwoordelijkheid van de geassocieerden. Blijkbaar had Hendrik Peeters in de volksmond ook een meer populaire naam gekregen. In het boek van J. VAN GORP werd vermeld dat de maker van de preekstoel van Kasterlee ook “Suske Peeters” werd genoemd. Mettertijd zou de benaming Hendrik Peeters-Divoort gemeengoed worden en een handelsmerk zijn zowel in Turnhout als na de verhuis naar Antwerpen in 1866. De benaming stond er voor een atelier waarin Hendrik Peeters een meer prominente rol speelde. In zover dat ook de zoon-opvolger Pieter (Pietje) Peeters dit merk wilde gebruiken. Zo werd de volledige herinrichting van de kerk van O.-L.-Vrouw te Tongre-Notre-Dame in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw uitgevoerd door Pierre Peeters-Divoort, van Antwerpen. In een gelijkaardig project voor de O.-L.-Vrouwebasiliek te Chièvres (Notre-Dame-de-Tongre) noemde Pierre Peeters-Divoort zich de opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (J.M. LEQUEUX, 1980).

Pieter Peeters had zijn atelier te Antwerpen. Hij was gegroeid uit het atelier van Hendrik Peeters-Divoort. Na de vroege dood van zijn vader Hendrik had hij nog de medewerking van zijn oom Pierre Divoort. Pieter Peeters bracht de lopende contracten ten uitvoer en zou zich duidelijk profileren als de opvolger van zijn vader. Ook het verder verloop van zijn carrière zou in dezelfde lijn liggen: productie van kerkelijk meubilair, sculpturale uitvoeringen van religieuze thema’s, diverse materialen, totaalprojecten. Zijn stijl was iets verfijnder en sloot aan bij de neogotische smaak en tendensen.

De verwarring rond de ateliernaam en de opvolging van zoon Pieter hebben tot veel foutieve interpretaties geleid in de archieven en in de literatuur. Ook de samenwerking in het atelier van Hendrik was niet eenduidig. De vele handen die er werkzaam waren, moesten ook verschillen in uitvoering hebben geven. Nieuwe atelierleden met een andere specialisatie zoals terracotta of steenhouwen hebben aanleiding gegeven tot nieuwe opdrachten.

Wanneer wij voorzichtig moeten zijn bij de interpretatie van de naam Hendrik Peeters-Divoort, dan is het ook voorzichtigheid geblazen bij de interpretatie van de dateringen.

De werken die dateren van na de dood van vader Hendrik (+1869) moeten toegeschreven worden aan het atelier van zoon-opvolger Pieter Peeters. In de catalogus werd hiermee rekening gehouden. Anderzijds weten wij dat de traditie en de stijl bleef verder leven. Bestaande opdrachten werden verder uitgevoerd. De aanwezige beeldhouwers bleven in dienst. Pierre Divoort overleefde zijn schoonbroer.



3. Preekstoelen van het atelier Hendrik Peeters-Divoort


In de uitvoering van preekstoelprojecten kan de betekenis en de kunstwaarde van het Turnhoutse atelier het best worden ingeschat. Het zijn zeker projecten geweest waarbij het gros van de medewerkers betrokken was. Degelijke ontwerpen, goede technische tekeningen of bestudeerde iconografische programma waren even noodzakelijk als degelijke ambachtelijke constructies, beeldhouwwerk of houtsnijkunst. Aanvankelijk zouden de preekstoelen aangebouwd worden tegen een pilaar (Brasschaat 1842, Schoten 1847) of een muur (Aalst 1852). Ze werden meestal in neobarokke stijl opgevat; soms werd er onder de kuip een beeld geplaatst, meestal verwijzend naar de patroon van de kerk. Het klankbord bleef relatief eenvoudig; de panelen van de veelzijdige kuip werden gescheiden door pilasters met volutenversiering. Mettertijd zouden de projecten grootser van opvatting worden. In de zestiger jaren kwamen de meest indrukwekkende constructies tot stand (Kasterlee 1862, Turnhout 1862, Mol 1866, Gent). De imposante stukken werden nu vrij opgesteld tussen twee pilaren. Onder de kuip werden beeldengroepen geplaatst; het klankbord werd zwaar en uitgebreid versierd.

Verscheidene preekstoelen zijn in neogotische stijl ontworpen. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw leverde het atelier Peeters-Divoort aan de Sint-Martinuskerk van Burst (Oost-Vlaanderen) een preekstoel. Het bedehuis was heropgebouwd in neogotische stijl volgens de plannen van architect Louis Minard; het werd ingewijd in 1855. Kort daarop moet de kansel geplaatst zijn. Christine Vandenbussche weet te melden dat de kansel werd vervaardigd door Peeters, van Turnhout[12]. Het kon hier slechts gaan om het atelier Hendrik Peeters-Divoort. De kansel had een neogotische decoratie op voetstuk, kuip, trap, rugpaneel en klankbord. Op de kuip waren er voorstellingen van de vier evangelisten, verder De vlucht naar Egypte en de Opdracht van Jezus in de tempel.

Aan de Sint-Pieterskerk te Beloeil leverde het atelier Hendrik Peeters-Divoort, uit Turnhout in het jaar 1865 een eiken preekstoel in neogotische stijl, naar de plannen van de plaatselijke architect Eugène Carpentier. Voetstuk, kuip, rugpaneel, klankbord en toegangstrap waren in neogotische stijl versierd. Volgens het aanwezige opschrift werd het meubel geschonken door de echtgenoten Adolphe Caulier en Rosalie Dugnielle tot nagedachtenis van Amand Duwez, pastoor-deken van Beloeil: DONNE PAR ADOLPHE CAULIER ET ROSALIE DUGNIELLE SON EPOUSE A LA MEMOIRE DE M AMAND DUWEZ CURE DOYEN DE BELOEIL. In de hoekkapelletjes van de zeszijdige kuip werden de vier evangelisten voorgesteld; op de panelen van de kuip zijn er vijf voorstellingen in reliëf onder een spitsboog: De Goede Herder, Doop van Jezus, Genadestoel, Verrijzenis en het Primaat van Petrus. Aan de zesde zijde was er de toegangsdeur en de trap.

De meeste preekstoelen zouden in neobarokke stijl worden uitgevoerd. Vermoedelijk werd aan Brasschaat de eerste preekstoel geleverd die door het atelier Hendrik Peeters werd uitgevoerd. Volgens de plaatselijke informatie werd hij in 1842 gemaakt door Peeters van Antwerpen[13]. Ook al weten wij dat de beeldhouwer ondertussen naar Turnhout was verhuisd met zijn schoonbroer; het is niet denkbeeldig dat de eerste afspraken vroeger werden gemaakt; het is ook mogelijk dat de verwijzing naar de eerste woonplaats van Hendrik nog in het geheugen zat van contactnemers. Alleszins willen wij hier de toeschrijving aan Hendrik Peeters handhaven. Het was een neobarokke kansel met vierzijdige kuip, een groot beeld van de H. Antonius abt onder de kuip, een gebogen trap met grote slingers van acanthusbladeren, een rugpaneel en een overhuiving met grote stralen met de H. Geestduif. De H. Antonius zat neer op een rotsachtige verhevenheid; het was een indrukwekkende figuur met lange baard, gekleed in pij en mantel, het hooft naar zijn linker schouder gericht. Op de kuip waren er medaillons met de bustes van O.-L.-Vrouw en Christus Zaligmaker. Ook het hoofdaltaar van Brasschaat werd door de plaatselijke literatuur op naam geschreven van Peeters, van Antwerpen. Later zou Van Hool nog verscheidene werken uitvoeren voor deze kerk.


In 1852 werd er een merkwaardige preekstoel gemaakt voor de kapel van het Jezuïetencollege te Aalst. Voor het eerst werd er hier onder de kuip een tafereel voorgesteld: O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola in de grot van Manresa. Ondanks de toewijding van de eenbeukige kapel aan Sint-Jozef, gaven de jezuïeten er de voorkeur aan om hun stichter hier af te beelden. Een breed tafereel verving hier het traditionele beeld van de patroonheilige. Een tweede merkwaardigheid was het overvloedig gebruik van rotspartijen. Niet alleen op de bodem en achteraan het tafereel waren ze aanwezig, maar ook de trap en de kuip waren volledig in rotsen ingewerkt. De handgreep van de trapleuning bestond uit een wijnrank waarvan de druiven tussen de rotsen hingen samen met andere vegetatie. In de hoek van het rugpaneel en de kuip was er nog een rank die in de hoogte schoot. Het klankbord was eenvoudig; het bestond uit een brede stralenkrans met de H. Geestduif. Er was een kruisbeeld, vastgehouden door een engeltje. De twee merkwaardige vernieuwingen zullen later worden verder gezet en in de preekstoel van Turnhout een hoogtepunt vinden.

Volgens de plaatselijke overlevering werd te Aalst in dezelfde periode van de preekstoel ook een kruisweg besteld in hetzelfde atelier te Turnhout. Waarom er voor Turnhout werd gekozen is niet duidelijk. De uitwisselingen tussen de verschillende jezuïetenkloosters waren veelvuldig. Vermoedelijk waren er sterke aanbevelingen voor een voorkeur voor het atelier uit de Kempen. Op dezelfde manier kreeg het atelier vermoedelijk de opdracht voor een preekstoel in de Jezuïetenkerk van Gent.


E. VAN AUTENBOER vermeldde een preekstoel van de Jezuïeten te Gent in zijn opsomming van het oeuvre[14]. Hij vermeldde echter geen datering. Na de afschaffing van de orde in 1773 volgde het herstel in de loop van de negentiende eeuw. Vanaf 1823 zouden de eerste paters zich opnieuw vestigen in de Arteveldestad. Men vestigde zich in de residentie O.-L.-Vrouw van Vlaanderen (Posthoornstraat). Hier zou men zich toeleggen op de zielzorg. In 1843 begon men aan de bouw van een ruime kerk. Ze werd toegewijd aan O.-L.-Vrouw ten hemel opgenomen en aan de H. Ignatius en Franciscus Xaverius. In de loop van de zestiger jaren werd het bedehuis bemeubeld[15]; onder meer een preekstoel werd geplaatst. Helaas werd hij in de twintigste eeuw ontmanteld en verscheidene onderdelen werden verkocht; alleen de beeldengroep onder de kuip bleef bewaard in het Sint-Barbaracollege in de Savaanstraat te Gent. De beeldengroep stelde de H. Ignatius van Loyola voor geknield voor de zetelende paus Paulus III die hem de constituties overhandigt. Dank zij de uitgebreide fotografische documentatie van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel uit het jaar 1945 weten wij hoe de kansel er oorspronkelijk uitzag. Op de kuip waren er engeltjes die de Goddelijke Deugden en de Onschuld symboliseren; vooraan een medaillon met reliëf: O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola om de geestelijke oefeningen te dicteren; achteraan een medaillon met H. Ignatius bekeert de Indiërs (?); vooraan op het rugpaneel een reliëf met Prediking van Jezus; achteraan Tenhemelopneming van Maria. Op de gebogen tapleuning van de dubbele trap: acanthusranken en engelen die medaillons flankeren met Jezuïetenheiligen. Op het klankbord werd een groot Jezusmonogram in een stralenkrans aangebracht, geflankeerd door een engel met kruis (NT) en een engel met de tafels der wet (OT), achteraan een Mariamonogram en een banderol; verder een grote banderol met opschrift AD MAIOREM DEI GLORIAM; verder zijn er engeltjes en bladdecoratie. Onderaan het klankbord zoals gebruikelijk de H.Geestduif in een stralenkrans. Deze preekstoel behoorde tot de hoogtepunten van het oeuvre van het atelier. De grootsheid in de figuren, de verantwoorde keuze van de iconografische thema’s, het degelijke vakmanschap en het vernuft in de constructie waren de belangrijkste kenmerken. Het zou spijtig zijn moest de ontmanteling ook het definitieve einde betekenen van het bestaan van dit sterk werk.


Preekstoel in de Sint-Pieterskerk te Turnhout


De preekstoel (1862) uit de Sint-Pieterskerk te Turnhout werd met reden beschouwd als het.meesterwerk van het atelier Hendrik Peeters-Divoort. Wanneer de reporter van dienst in De Kempenaer verslag gaf over het nieuwe kunstwerk zwaaide hij de kunstenaar alle lof toe: “zelden zagen wy van hem iets, hetwelk het by dit gewrocht kan halen”[16]. De preekstoel maakte indruk door zijn monumentaliteit en zijn schilderachtigheid. De gehele ruimte onder de kuip was aangewend om met levensgrote figuren een scène uit het nieuwe testament voor te stellen: De roeping van de apostelen en de wonderbare visvangt (Mattheus: IV, 18-22; Lukas, V, 1-12). Op het klankbord stond in gouden letters: NOLI TIMERE EX HOC JAM HOMINIS ERIS CAPIENS (Luc. V, 10): “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen”.

Jezus was met een menigte aangekomen bij het meer van Genesaret; de mensenmenigte verdrong zich om het woord Gods te horen. Jezus zag twee boten liggen en wenste een eindje van het land weg te varen om het volk toe te spreken. Aldus deed hij zijn onderricht vanuit de boot van Simon (Petrus). Nadien vroeg hij om de netten uit te werpen maar Simon antwoordde dat ze reeds de ganse nacht hadden gevist en niets gevangen. Toch deed hij het en het werd een wonderbare visvangst waarbij de netten dreigden te scheuren. Simon riep de hulp in van Andreas en van de zonen van Zebedeus: Jakobus en Johannes. Nadien vroeg Jezus of zij hem niet wilden volgen, dan zou hij van hen “mensenvissers” maken. Dit verhaal werd hier uitgebeeld. Petrus en Andreas zijn met hun boot op het strand aangekomen na een succesrijke visvangst ; de boot was volgeladen met vele vissoorten: pladijs, rog, kabeljauw, schelvis, wijting, alleen de haring was er niet bij[17]. De vissers hadden een ontbloot bovenlijf; Petrus, met zijn herkenbare kop, vouwde de handen en knielde neer voor de boot, het hoofd gericht naar de rechtstaande Jezus. Deze laatste droeg een tunica en een schoudermantel; hij hief de linkerarm en maakte een belerend gebaar met de hand; de rechterarm met een geopende hand hing voor zijn lichaam. Op de bodem, het strand, lagen allerlei schelpdieren. Andreas was blijven zitten in de boot en controleerde het vissersnet dat over een boomstronk werd geworpen. Hier werd de Wonderbare visvangst en de roeping van de apostelen voorgesteld: “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen”. E. Van Autenboer [18] suggereerde dat sommige specialisten de voorstelling anders interpreteerden; het zou hier gaan om de Kleingelovigheid van Petrus toen Jezus op het meer wandelde. Deze interpretatie is moeilijk te aanvaarden; ze valt niet af te leiden uit de voorstelling. Jezus staat duidelijk op het strand; het opschrift op het klankbord verwijst naar Lukas V, 10.

De uitvoerig in beeld gebrachte scène was geplaatst voor een rotsachtige achterwand. De totale breedte van deze toneelmatige voorstelling is … meter. Het gebruik van dit rotsachtig decor werd reeds door andere beeldhouwers ingevoerd. Het grote voorbeeld was echter de preekstoel in de Sint-Andrieskerk van Antwerpen, gemaakt in 1821 door Jan Baptist Van Hool en Jan Frans Van Geel. In Antwerpen werd een zelfde voorstelling uitgebeeld onder de kuip. Ook hier troffen wij die rotspartijen aan met begroeiing, doorlopend in de rugwand tot in het klankbord. Het oudste gebruik van dergelijke rotspartijen vonden wij te Mechelen op de preekstoel in de kerk van O.-L.-Vrouw van Hanswijk, door Theodoor Verhaegen uitgevoerd in 1743-1746. Verhaegen integreerde de kanselkuip in de decorachtige benedenpartij. Hier werd de Uitdrijving van Adam en Eva uit het Aardsparadijs voorgesteld. Zowel de bodem als de decorwand bestonden uit rotsen en stenen; Jaweh stond links en wees naar de Nieuwe Eva, O.-L.-Vrouw in een medaillon op de kuip. Deze rotspartijen gaven de voorstelling een naturalistisch kader die het werkelijkheidseffekt van de voorstelling moest ondersteunen.

In de Sint-Pieterskerk te Turnhout hernam Hendrik Peeters-Divoort het thema van de Sint-Andrieskerk: het thema was voor beide kerken van toepassing; in Antwerpse Sint-Andrieskerk was Andreas uit de boot gestapt en trad hij Jezus tegemoet; in de Turnhoutse Sint-Pieterskerk trad Petrus uit de boot. In Turnhout was het decor maximaal gegroeid omdat ook de toegangstrap ingewerkt werd waarbij een omgebogen olijfboom met neerwaartse takken werd gevormd tot trapleuning. Over de rand van de kuip hing een gesculpteerde drapering die herhaald werd in het rugpaneel, samen met een rotspartij aan de rechterkant, waarop opnieuw een olijfboom vertrok die door het klankbord groeide en bovenaan zijn takken spreidde. Een gelijkaardig fenomeen was te zien in Antwerpen en in Mechelen.

Dat H. Peeters-Divoort zich liet inspireren door het werk van Jan Baptist Van Hool was niet te verwonderen. Van Hool was leraar op de Antwerpse academie en ook de eerste die vermeld werd in een samenwerking met Hendrik Peeters. In 1838 leverde Van Hool twee altaren aan de Sint-Lambertuskerk te Ekeren; de toenmalige Hendrik Peeters leverde beelden voor deze zijaltaren: een H. Jozef met het Jezuskind, een Johannes de Evangelist, een Sint-Jan Berchmans, een H. Aloysius van Conzaga(?)[19].

Het atelier Hendrik Peeters-Divoort zou bij de decoratie en de constructie van de preekstoelen zowel een neogotische als een neobarokke stijl hanteren. De kansel van Sint-Pieters te Turnhout werd gebeeldhouwd in neobarokke stijl; te Kasterlee waren de architecturale elementen van kuip, rugpaneel, klankbord en trap op neogotische wijze versierd met traceerwerk, pinakels, hogels, vierpassen of kruisbloemen. Het figuratieve gedeelte bleef gesculpteerd in neobarokke stijl met een zekere hardheid in de uitvoering van details die naar het realisme negen. De grote beeldengroep onder de kuip te Kasterlee was daar een mooi voorbeeld van. Hier werd de Wijding van Sint-Willibrordus tot bisschop voorgesteld, levensgroot met vier kerkelijke hoogwaardigheidbekleders in volle ornaat. De vier naar elkaar gekeerde bisschoppen vormden een indrukwekkende groep door hun gestalte maar ook door hun ornaat van grootse koormantels die rijkelijk waren versierd met borduurwerk. Op de kuip werd het levensverhaal van de H. Willibrordus in beeld gebracht: Landing van Willibrord op het vasteland, Graaf Rohingus doet een schenking aan Willibrord, Willibrord verdedigt het geloof tegen de heidenen, Oprichting van de kloosterschool te Echternach.

In Mol werd de preekstoel ook uitgevoerd in functie van zijn bewaarplaats namelijk de Sint-Pieterskerk. Onder de zeszijdige kuip van de neobarokke preekstoel werd een zetelende Sint-Pieter voorgesteld, als eerste paus; hij werd omringd door vier engelen die zijn symbolen dragen. Een indrukwekkend, zeszijdig klankbord bevestigde de constructieve opvatting van het meubel; verder waren er engeltjes, medaillons en in de bekroning een beeld van de H. Petrus met de haan.



4. Totaalprojecten en vrijstaande beelden


Het atelier Hendrik Peeters-Divoort ging regelmatig uitvoerige opdrachten aanvaarden in bedehuizen. Het waren grote opdrachten voor wandbekledingen, meubilair en beeldhouwwerk; ze werden gespreid over meerdere jaren.

Eén van de eerste grote opdrachten was de inrichting van de kapel in het klooster van de Zusters van het H. Graf te Turnhout. Van 1847 tot 1852 werd er gewerkt en geleverd: een orgelkast met balustrade (1847), een biechtstoel (1848), een preekstoel (1848), een communiebank (1848), een hoofdaltaar (1852)[20]. Van de meubilering bleef niet veel meer bewaard. Op een oude foto is te merken dat alle uitvoeringen in neogotische stijl gebeurden. Enkele beelden zijn nog bewaard gebleven. De beelden van de H. Helena en van de H. Augustinus versierden het hoofdaltaar; volgens de plaatselijke overlevering hoorde daar ook nog een H. Jacobus de Mindere bij. Een beeld van een op de wereldbol zetelende God de vader is herkomstig van de verdwenen preekstoel. De stijl van de beelden was erg verschillend; dit zou kunnen te wijten zijn aan de verscheidenheid van medewerkers in het atelier. Voortdurend werden er nieuwe werklui aangeworven in de plaatselijke dagbladen.

In de periode 1864-1877 werd de Bornemse abdijkerk van de cisterciënsers uitgebreid voorzien van 17 beelden door Hendrik Peeters-Divoort (HH. Laurentius, Apollonia, Dimpna, O.-L.-Vrouw) en door Pieter Peeters; ook een communiebank werd geplaatst. Na de dood van Hedrik werden opdrachten onder de leiding van Pieter Peeters uitgevoerd[21].

In Mol werden in de periode 1856-1867 achtereenvolgens een preekstoel, drie beelden en een doksaal besteld[22]. In Opwijk, tijdens het pastoraatschap van deken Norbertus Janssens, geboortig van Turnhout, werden aan de kerk tien beelden en een hoofdaltaar geleverd (1861-1876)[23]. Hier zien wij opnieuw dat de werkzaamheden verder liepen na het overlijden van Hendrik Peeters. In de Sint-Martinuskerk te Beveren werden twee zijaltaren, verscheidene beelden en een trap voor de preekstoel geleverd (1854-1877)[24]. Om een beeld te krijgen van de opdrachten van het atelier kunnen wij het best de werkzaamheden opsommen die Hendrik Peeters-Divoort uitvoerde voor de hoofdkerk van Sint-Pieter in Turnhout[25]. Er waren de grote opdrachten zoals de preekstoel, de kruisweg of de beelden van Sint-Jan de Doper of Sint-Franciscus, de bestelling van de broederschap van O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans: een broederschapslijst. Daarnaast voerde hij restauraties en herstellingen uit aan het koorgestoelte, de deuren van de doopkapel, het beeld van Sint-Norbertus, herstellingen aan de Christus en aan “den Berg”, de kruisweg. Hij werkte aan de lambrisering van de ingang en het stoelhuis, het gestoelte van Venerabel en van O.-L.-Vrouw. Hij leverde kleiner meubilair zoals spiegels, een lessenaar , een knielbank, een bidstoel voor deken Van der Meeren (1862).

Ook in Nederland werden dergelijke totaalprojecten uitgevoerd. In Bergen-op-Zoom leverde Hendrik Peeters-Divoort twee beelden voor een altaar van Cornelis J. Rogieren, een orgelkast voor de Duise orgelbouwer Ibach. In Breda leverde hij eerst een preekstoel in 1865 en later een beeld van Sint-Bernardus in 1869.Te Eindhoven verzorgde het atelier de binneninrichting van de Sint-Pieterskerk met beelden, altaren en een preekstoel. Te Terheide werd de kerk ingericht met een preekstoel, een communiebank en biechtstoelen.


De vrijstaande beelden getuigen over het algemeen niet van grote originaliteit, al lieten de kerkfabrieken dat niet aan hun hart komen. Het gaat om degelijk ambachtelijk werk met een harmonische gestaltgeving, een vrij traditionele klederdracht, variatie in de fysionomie. De monumentaliteit van sommige preekstoelen ontbreekt hier. Het was atelierwerk dat door één van de verscheidene medewerkers kon uitgevoerd worden. Originaliteit was niet het belangrijkste punt. Een uitzondering in de reeks was het beeld van de H. Rochus van Montpellier, bewaard in de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol[26]. Het ging hier om een eerder slanke, modieus uitziende figuur in driekwart bovenkleding met split, moderne knopen, riem met riemtasje, zwierige schoudermantel met soepele, sluitende strik bovenaan. De attributen zijn traditioneel: hond, pelgrimsschelp, reisstaf, drinkkruik. Volgens het Manuale Pastoris werd dit beeld in 1866 aangeboden aan de kerk ter vervanging van een beeld van de H. Johannes Berchmans. Blijkbaar viel het laatste beeld niet in de smaak maar als tweede argument werd aangevoerd dat er in Mol verscheidene mensen aan de pest waren gestorven. De H. Rochus beschermde de gelovige tegen besmettelijke ziekten, hij was een pestheilige.

Over het algemeen was hout (eik) het basismateriaal waarmee gewerkt werd. Uitzonderlijk werden er ook andere materialen gebezigd. In 1853 begon het atelier Hendrik Peeters-Divoort met het kappen van de kruisweg in zandsteen voor de Sint-Pieterskerk te Turnhout. In 1858 was hij voleindigd. De laatste statie werd uitgevoerd door de Turnhoutenaar P.P. De Meyer. In hetzelfde jaar 1853 werd er een reliëf (85 x 70 cm) in hetzelfde materiaal uitgevoerd voor de Sint-Lambertuskerk te Nijlen (Kessel), met voorstelling van O.L.Vrouw met Jezuskingd overhandigt de rozenkrans aan de H. Dominicus. In 1856-1857 leverde H. Peeters-Divoort een grafmonument in witte zandsteen aan de Sint-Catharinakerk te Hoogstraten; het monument werd besteld door Petrus Franciscus van Erven (+1864). In 1860 kreeg H. Peeters-Divoort van Mevrouw Versmessen, van Gent, de opdracht om een grafmonument voor de familie te plaatsen op het kerkhof te Beveren. Het monument moest in gepolijste steen en steen van Rochefort worden gemaakt, met een voorstelling van de Eeuwigheid. Het was zeven meter hoog en drie meter breed. Het jaar daarvoor had H. Peeters-Divoort reeds een beeld in steen geplaatst op de markt van Beveren; het stelde O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen. Aan de Sint-Martinuskerk werden nog verscheidene andere werken geleverd in hout (zie inventaris). Naast steen en hout waren er nog andere gebezigde materialen. Zoals we verder zullen zien werden er ook kunstwerken in terracotta vervaardigd en te Mechelen werd er in 1860 door het atelier een beeld van de H. Franciscus Xaverius geleverd in plaaster.


5. Kruisweg met internationale erkenning


Op het einde van zijn carrière, in 1867, kreeg het atelier Hendrik Peeters-Divoort internationale erkenning toen er werd gevraagd een kruisweg te leveren voor de Wereldtentoonstelling te Parijs[27]. Volgens de plaatselijke pers in De Kempenaer van 09.03.1867 werden de modellen van deze kruisweg opgehangen in de kerk van Vosselaar. Tot hiertoe konden wij niet achterhalen of deze kruisweg nog bestaat.

Het atelier zou voor verscheidene kerkfabrieken een kruisweg uitvoeren. Er was blijkbaar vraag naar; daarbij kwam nog dat de plaatsing van een kruisweg tot de traditionele uitrusting van een bedehuis behoorde in de negentiende eeuw. In vorige eeuwen was dat niet het geval. De oudst gedateerde kruisweg werd geleverd omstreeks 1852; hij werd gemaakt voor de kapel van het jezuïetencollege te Aalst. De plaatselijke geschiedschrijving kende het werk toe aan Pieter Devoort. Vermoedelijk gaat het hier om een slechte lezing van de archiefteksten.

Een duidelijk gedateerde kruisweg van het atelier Peeters-Divoort was deze in de Sint-Pieterskerk te Turnhout, vervaardigd in de jaren 1853-1858. De staties werden op verschillende tijdstippen gemaakt. De veertien staties werden gekapt in zandsteen; de laatste statie werd uitgevoerd door beeldhouwer P.P. De Meyer. De verschillende staties geven een eerder theatrale indruk in een leeg decor, met talrijke personage in gevariëerde houdingen. Veel aandacht ging naar de uitrusting, vooral van de Romeinse soldaten. Het hoogreliëf vulde de oppervlakte volledig. De personages waren groot, de rest werd aangepast; zo zijn de drie kruisen van de Golgothascène eerder klein zodat de bijfiguren sterk op de voorgrond treden. Het is opvallend hoe grillig de reeks is tot stand gekomen. Alle staties zijn gesigneerd, voluit of met een monogram. De dateringen lopen echter door elkaar: van 1853 zijn de staties 2 en 13, van 1855 statie 5, van 1856 statie 7, van 1857 staties 9 en 12, van 1958 statie 6. De andere staties zijn niet gedateerd. Dit is toch wel een lange periode; wij vragen ons af of De Meyer er voor de veertiende statie niet werd ingeschakeld om wat meer druk op de ketel te krijgen.

Gelijkaardige uitbeelding van de kruisweg vinden wij in de de Sint-Andrieskerk te Balen (1858) en te Brecht (Sint-Lenaerts) (midden 19de eeuw). Zij zijn in dezelfde stijl uitgevoerd en hebben dezelfde kenmerken zodat wij ze aan het Turnhoutse atelier kunnen toeschrijven. De twee kruiswegen zijn gemaakt in terracotta; wij vermoeden dat nog verscheidene reeksen kunnen opgespoord worden op deze basis.


6. Atelier HPD doet restauratiewerk


Het atelier was niet te beroerd om allerlei herstelwerken of restauratiewerken te aanvaarden, dat zagen we reeds hoger. Hierbij was het atelier vooral actief voor de Sint-Pieterskerk te Turnhout waar zowel aan het meubilair (koorgestoelte, deuren, afsluitingen) als aan kunstwerken herstellingen werden uitgevoerd (beelden van de H. Norbertus, Christus op de koude steen)[28]. Ook in Oud-Turnhout voerde het atelier werken uit. Daar werden in de jaren 1853-1859 restauratiewerken uitgevoerd aan gestoelte, boisering, portalen en lijsten[29]. In Beveren Sint-Martinus werd in 1877 (!) een dubbele trap toegevoegd aan de bestaande kuip door Hendrik Peeters-Divoort beeldhouwer te Antwerpen[30]. Hier ging het duidelijk om het nieuwe atelier dat door Pieter Peeters werd geleid na het overlijden van zijn vader in 1869. Voor de preekstoel van de Sint-Salvatorkerk te Wieze was het niet duidelijk wie een nieuw gedeelte zou hebben toegevoegd aan een bestaande preekstoel[31].

Opvallend waren ook de restauratiewerken aan het Sint-Jobretabel van Retie (Schoonbroek)[32]. In de periode 1863-1866 werd het dossier aanhangig gemaakt en uitgevoerd. De Koninklijke Commissie voor Monumenten was aanvankelijk voorzichtig en wilde een proefperiode met beoordeling inlassen. Hendrik Peeters-Divoort en Ch. Volders-Thyssen zouden het werk uitvoeren mede onder toezicht van de Turnhoutse sponsor Van Genechten, rendant te Turnhout en corresponderend lid van de Commissie. De restauratie werd door de leden van de Commissie als bevredigend gezien al waren er wat opmerkingen over de te felle polychromie. Deze laatste opmerking was terecht; er kunnen echter andere opmerkingen worden gemaakt die meer belastend zijn: zo werden verscheidene nieuwe onderdelen toegevoegd door het atelier.


BESLUIT


Het Turnhoutse atelier Hendrik Peeters-Divoort was een toonaangevend beeldhouwersatelier in het midden van de negentiende eeuw. Het was ingebed in de cultuureconomische politiek en de kunstvorming van de stad. Het was een internationale aantrekkingspool; vooral vanuit Nederland kwamen beeldhouwers zich verder bekwamen. Het werkterrein situeerde zich vooral in het kerkelijke meubilair in de Kempen en de Vlaamse provincies; ook Nederland was een belangrijk afzetgebied. Het atelier bracht verscheidene beeldhouwdisciplines in de praktijk; de stijlverschillen in de uitvoering waren te wijten aan de gedifferentieerde bemanning van het atelier. In de uitvoering van preekstoelen in hout wist het atelier zijn topklasse te bewijzen. De neobarokke stijl sloot aan bij de Antwerpse traditie; ook neogotische kunstwerken werden geleverd.

Hendrik Peeters (1815-1868) was de leidinggevende figuur die vermoedelijk de meeste ontwerpen maakte en zijn concepten voorlegde aan het atelier maar ook zelf de beitel ter hand nam. Zijn schoonbroer Pierre Divoort zou hem levenslang bijstaan in het atelier. Zijn zoon Pieter Peeters (1845-1925) werd een waardig opvolger van zijn vader; hij zou vooral in neogotische stijl verder werken.

Bibliografie:


L. BROUWERS, De jezuïeten te Gent 1585-1773 1823-heden, Gent, 1980.


D. COECKELBERGHS, Répertoire du Mobilier des Sanctuaires de Belgique (RPMSB), Province de Brabant:

Canton de Jodoigne, Brussel, 1977
Canton de Tubize, 1976.

COECKELBERGHS D. en W. JANSSENS, Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB): Kanton Brussel I-IX, 1978.


DEFEVER J. en J. JANSEN, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit, Balen, 2002.


DE KOK H., Gids voor het oude Turnhout en omgeving, Antwerpen-Amsterdam, 1980.

IDEM, Twee negentiendeeeuwse Turnhoutse beeldhouwers: Hendrik Peeters-Divoort en Josephus J.C. Marijnen, in Brabants Heem, 33, 2-3, 1981 (1), p. 126-132.

IDEM, Hendrik Peeters-Divoort, de maker van de preekstoel van Sint-Pieter, in De Muggenblusser, 2, 16, 1981 (2), p. 47-51.


DE MEYER S., De Aloude St.-Lambertuskerk, Ekeren, 1981.


DONNET F. en F. VAN LEEMPUTTEN, Eglise de Saint-Pierre à Moll, in Inventaris der Kunstvoorwerpen in de openbare gestichten bewaard. Provincie Antwerpen, 1, Antwerpen, 1902, p. 72-78;

IDEM, Moll, in Inventaris der Kunstvoorwerpen in de openbare gestichten bewaard. Provincie Antwerpen, Antwerpen, 1926, p. 1505-1522.


GEBOERS A., Geschiedenis van Balen met bijzonderheden over de naburen, Mechelen, [1907].


GEUKENS B., Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB), Provincie Limburg:

Kanton Borgloon, 1977.


GOETSCHALCKX P.J., Kerkelijke geschiedenis van Eekeren, Eekeren-Donk, 1910.


HERESWITHA (Zuster), De Heilig-Grafpriorij te Turnhout 1662-1962, Antwerpen, 1962.


JANSEN J., Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB), Provincie Antwerpen:

Kanton Brasschaat, 1977
Kanton Herentals, 1977
Kanton Kapellen, 1977
Kanton Lier, 1975
Kanton Merksem, 1976
Kanton Mol, 1975
Kanton Turnhout I, 1976
Kanton Turnhout II, 1977
Provincie Vlaams-Brabant:
Kanton Asse, 1979
Kanton Vilvoorde, 1980.

IDEM, De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815 - +1869) voor de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol, in Taxandria, (NR) 59, 1987, p. 107-111.

JANSEN J. en H. JANSSENS, Beeldhouwkunst in de Premonstratenzerabdij van Averbode, Brussel-Averbode, 1999.

JANSEN J. en C. PERIER-D’IETEREN, Schoonbroek. Sint-Jobsretabel, in cataloog Antwerpse retabels 15de-16de eeuw, Antwerpen, 1993, deel 1, p. 118-125.


JENNES A., Brasschaat Sint Antonius, 150 jaar parochie, vijf eeuwen geschiedenis, Brasschaat, 1953.


KOYEN A., Tielen mijne vriend, Kasterlee,1980.


KRUGER J.B., Kerkelijke geschieden van het bisdom Breda, 3,???.


KUYL P.D., Hoboken en zijn wonderdadig kruisbeeld, Antwerpen, 1925.

LALOIRE F., A propos du centenaire de notre belle chaire de vérité, in l' Echo du Virginal, 28, 21, 31 mei 1953.

LAUWERIJS J., Gids voor Hoogstraten en omtrek, z. pl., 1935.


LEQUEUX J.-M., Répertoire photographique du mobilier des sanctuaires de Belgique (RPMSB) :Povince de Hainaut: Canton de Gosselies, 1978

Canton de Lens, 1980
Canton de Quevaucamps, 1980.


LINDEMANS J., Geschiedenis van Opwijk, Brussel, 1937.


PEETERS C., De Sint-Janskathedraal te 's-Hertogen­bosch, 's-Gravenhage, 1985.


PIJPERS R., Geschiedkundige schets van Beveren-Waas, Beveren, 1911.


ROOSE-MEIER B., Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB), Provincie Oost-Vlaanderen: Kanton Beveren, 1981.


SERCK-DEWAIDE M., Le retable de Saint-Job de Schoonbroek-Retie, in cataloog Antwerpse retabels 15de-16de eeuw, Antwerpen, 1993, deel 2, p. 138-139.


SPAEY F., Sint-Pieter- en Pauwelkerk te Moll, Mechelen, 1927.


VAN AUTENBOER, E., De dekanale Sint-Pieterskerk van Turnhout, Turnhout, 1973.

IDEM, Van Tekenschool tot Academie voor Schone Kunsten, in cataloog 175 jaar Academie voor Schone Kunsten, Turnhout, 1980.

IDEM, Kunst en kunstambacht, in H. DE KOK en E. VAN AUTENBOER, Turnhout. Groei van een stad, Turnhout, 1983, p. 473-502.


VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE C., Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB), Provincie Oost-Vlaanderen:

Kanton Aalst II, 1979
Kanton Gent VII,1975
Kanton Herzele, 1976
Kanton Sint-Niklaas II, 1979 (met H. VERSCHRAEGEN).


VAN DOORSLAER G. en L. STROOBANT, Provincie Antwerpen. Inventaris der kunstvoorwerpen in openbare instellingen bewaard. Kerk van de HH. Petrus en Paulus te Mechelen, Turnhout, 1940.


VAN GORP J., Kasterlee, Kasterlee, z.d.


VAN HEST J., Een heiligenbeeld en een altaar. Twee Turnhoutse objecten in de Tilburgse kerk van ’t Heike, in Taxandria, NR 64, 1992, p. 175-182.


VERMOESEN J., Groot-Aalst, een geschiedkundige verhandeling met inventarisatie van zijn straten en gebouwen, 1977.


VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen (FMBB), Provincie Oost-Vlaanderen: Kanton Dendermonde, 1982

Kanton Eeklo, 1977.


WEEMAES R., De Sint-Martinuskerk in het Land van Beveren, Beveren, 1979.



Tentoonstellingen

1980 Turnhout, 175 jaar Academie voor Schone Kunsten

1981 Aalst, Aalst Sint-Jozefscollege 1619-21 - 1831 - 1981

1981 ’s Hertogenbosch, Naar gothieken zin

1981 Ath, Notre-Dame de Tongre, son culte, son patrimoine 1081-1981

2009 Mechelen, De Hemel in Tegenlicht


VOORLOPIGE CATALOGUS


AALST

Kapel Sint-Jozefscollege

- Preekstoel

beeldengroep onder de kuip: O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola (in de grot van Manresa), reliëf op de kuip: Bergrede

met kruisbeeld

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1852

eik

De preekstoel werd blijkbaar in 1850 besteld te Turnhout en in 1852 geleverd te Aalst; vandaar het verschil in de dateringen.

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496 (1850).

Tentoonstelling: Aalst 1981, p. 86, pl. p. 28 (toegekend aan Petrus Devoort: "De preekstoel werd in 1852 geplaatst door Petrus Devoort, uit Turnhout").

Foto’s KIK: ens. A37297 (1943); detail: A37300 (1943): reliëf A37299 (1943), beelden onder de kuip A37301 (1943).


- Kruisweg

ca. 1852


AALST (HERDERSEM)

Kerk O.-L.-Vrouw

- Communiebank

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

gedateerde schenkingsinscriptie 1866

eik

Bibliografie: J. VERMOESEN, 1977, Deel 5 Herdersem, p.33 ("De communiebank in eikenhout, gesneden door de Antwerpse beeld­houwer Dievort-Pieters, dateert van 1866 en is een gift van C. Van Assche en kinderen in 1866”); C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Aalst II, 1979, p. 25 (door Dievoort-Pieters, van Antwerpen).

Foto’s KIK: ensemble M222053 ; details: Engel met broden B90414 (1945); Engel met kelk B90413 (1945).


AALST (MOORSEL)

Kerk Sint-Martinus

- Communiebank

met bustes van Jezus en Maria

door atelier Pieter Peeters

1874

eik

Bibliografie: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Aalst II, 1979, p. 39 (door Peeters-Coevoet, van Antwerpen, 1874).

Foto KIK B120314 (1949); details B120315 (Jezus) tot B120317 (Maria).


ALKEN

Kerk Sint-Aldegondis

- Altaren

door atelier Pieter Peeters

ca. 1900, neogotisch

Bibliografie: B. GEUKENS, FMBB, Kanton Borgloon, 1977, p. 14; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144. De laatste twee auteurs kennen het werk toe aan Hendrik Peeters-Divoort.

Foto KIK: M230845 (1975); details: M230844; M230860 (1975).


ANDERLECHT

- Beeldengroep

H. Familie

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1860

Bibliografie H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (De Kempenaer 28.04.1860 vermeldt de tentoonstelling van een groep voorstellend H. Jo­zef­,­ Maria en Jezuskind voor het Genootschap van de H. Familie te An­derlecht); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1860).


ANTWERPEN (HOBOKEN)

- Altaar

Beelden HH. Clemens en Ambrosius

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: P.D. KUYL, 1925, P. ???.


BALEN

Kerk Sint-Andries

- Kruisweg

toegeschreven aan atelier Hendrik Peeters-Divoort

1858

terracotta, 108 x 82

Bibliografie A. GEBOERS, [1907], p. 199 (datering 1858), J. JANSEN FMBB, Kanton Mol, 1875, p. 15 (geen HPD melding); J. DEFEVER en J. JANSEN, 2002, p. 87-88 (toegeschreven aan HPD op basis van stijlvergelijking).

Foto’s KIK: M141197 (1968); M102860 tot M102863 (1972).


BELOEIL

Eglise Saint Pierre

- Preekstoel

op de kuip: De Goede Herder, Doop van Jezus, God de Vader met Jezus aan het kruis, De Verrijzenis, Primaat van Petrus

met beelden van de evangelisten

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

naar plan van architect Eugène Carpentier

ca. 1865, neogotisch

eik

Schenkingsopschrift: DONNE PAR ADOLPHE CAUTER ET ROSALIE BUGNIELLE SON EPOUSE A LA MEMOIRE DE M AMAND DUWEZ CURE DOYEN DE BELOEIL

In dezelfde kerk leverde zoon Pieter Peeters naar ontwerp Auguste Van Loo, polychromie door Edouard Van Loo: het altaar van O.-L.-Vrouw van 7 Smarten 1889 (KIK M92857), het altaar van Sint-Elooi 1889 (KIK M92845), een altaar met retabel 1870-1891, restauratie van beelden.

Bibliografie : J.M. LEQUEUX, RPMSB, Canton de Quevaucamps, 1980, p. 18.

Foto’s KIK : ensemble M92841 (1973) ; detail : kuip M92842 (1973).



BERGEN-OP-ZOOM (NL)

Kerk O.-L.-Vrouw Hemelvaart

- Beelden van een altaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1862-1863

Bibliografie J.B. KRUGER, ??? p. 107; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (1862-1863), snij- en beeldhouwwerk werd besteld bij HPD voor een altaar (1862-1863) dat door Cornelis Joannes Rogier werd vervaardigd); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1863).

Tentoonstelling: Naar Gothieken kunstzin ??? 1981, p. ???


- Orgelkast

door atelier Hendrik Peeters-Divoort; instrument door Duitse orgelbouwer Ibach

1864

Bibliografie H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (1864).


BEVEREN

Kerk Sint-Martinus

- Zijaltaar noord, toegewijd aan H.Hart van Jezus

met Piëta

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1863, neogotisch

Bibliografie: R. WEEMAES, 1979, p. 215 (de versiering met de neo-gotische omlijsting van pinakeltjes en niet onaardig beeldsnijwerk van Peeters-Divoort, beeldhouwer te Antwerpen. Met beeldhouwwerk: Piëta, neo-klassieke vormgeving, pl. p. 218); Bernadette ROOSE-MEIER, FMBB, Kanton Beveren, ... , p. 14 (HPD van Turnhout 1863).

Foto’s: KIK M266552 (1978); detail: bovendeel: M266554 (1978).


- Beeld H. Franciscus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: R. PIJPERS, 1911, p.19; Richard WEEMAES, 1979, p. 224; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129.


- Beeld

op zijaltaar Z.

O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1854 (1858?)

Bibliografie: R. WEEMAES, 1979, p. 167.

Foto KIK: M266549 (1978).


- Preekstoel

trap door atelier Pieter Peeters-Divoort

vader Hendrik was in 1869 overleden

1623, nieuwe trap 1877

Bibliografie: Richard WEEMAES, 1979, p. 121 (“in maart 1877 is ­volgens het Liber Memorialis een nieuwe trap aangebracht omdat de vorige te stijl en te gevaarlijk was. De trap werd vervaar­digd door Hendrik Peeters-Divoort, beeldhouwer te Antwerpen. Het was een dubbele trap met vier grote beelden en verder kleine beelden”); Bernadette ROOSE-MEIER, FMBB, Kanton Beveren, 1981 p. 17 (HPD van Turnhout).

Foto’s KIK: B82690 (1944); B82692 51944) ; B82693 (1944); B82695 (1944), B82696 (franciskaan) (1944).


- Beelden van grafkelder

atelier Hendrik Peeters-Divoort

1860

Bibliografie H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“02.05.1860 De Kempenaer meldt dat Mevr. Versmessen van Gent in Turnhout geweest is bij Peeters-Divoort om een groot grafmonument voor de familie te bestellen op het­ kerkhof te Beveren: 7 meter hoog, 3 meter breed, in zwart gepolijste steen en steen van Rochefort; met de voorstelling van de Eeuwigheid”).


BEVEREN

Markt

- Beeld van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1859

steen

Bibliografie H. DE KOK, 1981(1), p.128 (beeld in steen vermeld in De Kempe­naer van 25.06.1859.

Gelijkaardig beeld in hout zou zijn gemaakt voor Hoeven).


BORNEM

Abdijkerk

Gegevens bekend door het plaatselijk archief

- 17 beelden

door atelier Hendrik Peeters-Divoort (+1869) en opvolger Pieter Peeters

1864 tot 1874

Foto’s KIK: beeld O.-L.-Vrouw 1864 M44673; beeld H. Laurentius 1865 KIK M44654; beeld H. Apollonia 1867 KIK M44660; beeld H. Dimpna 1874 KIK M44661.


- Communiebank

door atelier Pieter Peeters

1877

Foto’s KIK: M44667 ,M44668.


BRASSCHAAT

Kerk Sint-Antonius abt

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1842

eik

Bibliografie: P.J. GOETSCHALCKX, 1910, p. 387; J. JENNES, 1953, p. 64-65; J. JANSEN, FMBB, Kanton Brasschaat, 1977, p. 15 (door Peeters, van Antwerpen 1842).

Foto’s KIK: B84334 (1945), M87020 (1973); M87021 (1973); details: beeld onder de kuip M87022 (1973), kruisbeeld M87009 (1973).


- Hoofdaltaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

altaarstuk gesigneerd en gedateerd 1880.

1843

Bibliografie: P.J. GOETSCHALCKX, 1910, p. 386; J. JENNES, 1953, p. 65 (Peeters, uit Antwerpen, 1842); J. JANSEN, FMBB, Kanton Brasschaat, 1977, p. 14 (door Peeters, van Antwerpen 1843).

Foto KIK M87015 (1973) + details.


BRECHT (SINT-LENAARTS)

Kerk Sint-Leonardus

- Kruisweg

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

gesigneerd ????

m. 19de

terracotta, 77 x 118

Bibliografie: J. JANSEN, FMBB, Kanton Brasschaat, 1977, p. 27 (Hendrik Peeters-Divoort, 2de helft 19de eeuw).

Foto’s KIK : Golgotha M87701 (1974); Jezus wordt in het graf gelegd, met signatuur M87702 (1974).


BREDA (NL)

Kerk Sint-Andries

- Beeld,

Sint-Bernardus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1869

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1869).


- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1865

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; Eugeen VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1865).


BREDA (NL)

Bisschoppelijk Museum

- Beelden

Mozes en Aäron

herk. van het hoofdaltaar uit Prinsenbeek

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1864

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129.



BROECHEM

Kerk

- Troon voor het beeld van O.-L.-Vrouw

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1859

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De redactie van De Kempenaer 11.06.1859 brengt een bezoek aan het atelier van HPD om een troon te gaan bekijken voor het beeld van O.-L.-Vrouw te Broechem. Alle lof wordt gegeven aan de beeldhouwer H. Peeters en aan de vergulder de heer Volders –Thyssens”); E. VAN AUTENBOER,1983, p. 496, noot 144 (1859).



BRUSSEL

Bestandkerk Eglise ND de Bon Secours

- Biechtstoelen (3?)

1858

eik

Bibliografie: D. COECKELBERGHS en W. JANSSENS, FMBB, Kanton Brussel I-IX, 1978, p. 37 (m. 18de, Lodewijk XV).


Finistèrekerk

- Knielbank en drie zetels

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1854

eik

Bibliografie D. COECKELBERGHS en W. JANSSENS, FMBB, Kanton Brussel I-IX, 1978, p. 28 (midden 18de eeuw); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1854).

Foto’s KIK: bidstoel M95741 (1972), M95742 (1972); zetel, hoogte 105 M35764 (1972); krukje M35770 (1972).


CHAAM (NL)

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1859

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De Kempenaer 30.07.1859 vermeldt een nieuwe preekstoel voor de kerk van Chaam (Noord-Brabant). "in den smaek der renaissance ... deze figuren zijn van beste compositie en schijnen te leven. ... Alles zamen is dit weder een parel te meer aan den kunstkrans van onzen ver­dienstelijken medeburger").



DETROIT (CANADA)

- 5 beelden

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1863

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 29.08.1863 meldt de bestelling van vijf beelden bestemd voor een altaar te Detroit”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


EEKLO (SINT-LAUREINS)

Kerk Sint-Laurentius

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1856

eik

De preekstoel van van de Sint-Laurentiuskerk te Eeklo (Sint-Laureis) willen wij ook aan het atelier van Hendrik Peeters-Divoort toeschrijven. Deze kansel werd als Turnhouts werk omschreven en gedateerd van 1856 (H. VERSCHRAEGEN 1977). Voor deze datering komen twee beeldhouwerateliers in aanmerking: P.P. De Meyer (1825-1892) en Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869). Bij vergelijking met de preekstoel van P.P. De Meyer die in 1866 in Lokeren werd afgeleverd, gaat de voorkeur van toeschrijving naar het atelier Hendrk Peeters-Divoort.

Bibliografie: Hugonne VERSCHRAEGEN, FMBB, Kanton Eeklo, 1977, p. 63 (Turnhouts werk).

Foto’s KIK: M77575 (1973); + details.


EINDHOVEN (NL)

Kerk Sint-Pieters

- Inrichting van de kerk door atelier Hendrik Peeters-Divoort

beelden

altaar

preekstoel

1844-1845

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144 (1844-1845).


EKEREN

Kerk Sint-Lambertus

- Zijaltaar van O.-L.-Vrouw

door Van Hool

beelden door Hendrik Peeters

1838

Bibliografie: Staf DE MEYER, 1981, p. 44 (“altaar met centrale beeld van O.-L.-Vrouw door Van Hool, de twee flankerende beelden van H. Jozef met het Jezuskind en H. Johannes de Evangelist door Hendrik Peeters, in 1838”); J. JANSEN, FMBB, Kanton Kapellen, 1977, p. 13 (geen vermelding).

Foto KIK: B40497 (1943).


- Zijaltaar van H. Lucia

door Van Hool

beelden door Hendrik Peeters

1838

Bibliografie: Staf DE MEYER, 1981, p. 45 ("aen H. Peeters, beeld­houwer, voor het maeken en leveren van drij beelden op den altaer van Lucia geplaatst": Sint-Jan berchmans, H. Aloysius van Conzaga? en H. Stanis­las Kostka); J. JANSEN, FMBB, Kanton Kapellen, 1977, p. 13 (geen vermelding).

Foto KIK: M86076 (1971).


ETTEN (NL)

Kloosterkapel Zusters Franciskanessen

- Altaar

beelden O.-L.-Vrouw met kind, Allegorie van Geloof en Hoop (hoogte 120 cm)

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1852, neogotisch

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1852, neogotisch); E. VAN AUTENBOER, 1983, noot 144 (1852).

Tentoonstelling: 1981 ’s-Hertogenbosch, p. 104.


FRASNES-LES-GOSSELIES

Eglise Saint-Nicolas

- Altaar, Zij-, N.

door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (+1869)

ca 1875, neoklassiek

eik

Bibliografie : J.-M. LEQUEUX, RPMSB, Canton de Gosselies, 1978, p. 21 (par H. Peeters Divoort, de Turnhout, vers 1875).

Foto KIK: M91903 (1972).


- Altaar, Zij-, Z.

door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (+1869)

ca 1875, neoklassiek

eik

Bibliografie J.-M. LEQUEUX, RPMSB, Canton de Gosselies, 1978, p. 21 (par H. Peeters Divoort, de Turnhout, vers 1875).

Foto KIK: M91894 (1972).


GENT

Jezuïeten Kerk van de Residentie

Kerk toegewijd aan 0.-L.-Vrouw ten hemel opgenomen, Sint-Ignatius en Sint-Franciscus Xaverius

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

beeldengroep Goedkeuring van de jezuïetenorde door paus Paulus III

ca. 1862-1870

ontmanteld 1956, beeldengroep bewaard in het Sint-Barbaracollege

Bibliografie: L. BROUWERS, 1980, p. 155, 165; E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144.

Foto’s KIK: ensemble vooraan B87955 (1945); details: achterzijde trap en kuip B87956 (1945), achterzijde, kuip en onderstel B87957 (1945), kuip met medaillon, Geloof en Hoop B87963 (1945), kuip achteraan B87961 (1945), klankbord vooraan B87968 (1945), klankbord en rug achteraan B87966 (1945), beeldengroep onder de kuip B87965 (1945), beeldengroep, gezicht van links B87969 (1945), buste van de paus B87964 (1945), hoofd van Ignatius B87967 (1945), trapleuning B87960 (1945), B87970 (1945), B87958 (1945), B87962 (1945), versiering aan de ingang van de trap B87959 (1945).


GIJZEGEM

Zusters van de H. Vincentius

- Processie-altaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1857

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144 (1857).


HERZELE (BURST)

Kerk Sint-Martinus

- Preekstoel

met beelden van de vier Evangelisten

reliëfs: De Vlucht naar Egypte en Opdracht van Jezus in de tempel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

3de kwart 19de eeuw, neogotisch

eik

Toeschrijving verantwoord bij vergelijking met de preekstoel van Kemzeke.

Bibliografie: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Herzele, 1976, p. 21 (door Peeters, van Turnhout).

Foto KIK: M 23036 (1968).


HOOGSTRATEN

Kerk Sint-Catharina

- Grafmonument Petrus Franciscus van Erven (+1864)

met Piëta

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1856-1857, neogotisch

witte zandsteen

Bibliografie: J. LAUWERIJS, 1935, p. 56; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout 11, 1977, p. 32; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1857).

Foto KIK: M41122 (1968).


- restauratie koorgestoelte, door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1857-1859

Bibliografie: J. LAUWERIJS, 1935, p. 40; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout II, 1977, p. 33 (1856); H. DE KOK, 1981 (2), p. 50; E. VAN AUTENBOER, 1983, p.496, noot 144 (1857).


- restauratie troon, door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1856

Bibliografie E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1856).


HOOGSTRATEN (MEER)

Kerk O.-L.-Vrouw

- Biechtstoel (2)

door atelier H. Peeters-Divoort

1849

eik

Bibliografie: P. GRATIANUS, 1912, p. 158 ("In 1849 zijn twee biechtstoelen gemaakt door Peeters, van Turnhout, voor eene som van fr 2.721,07”); J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout II, 1977, p. 41; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (beide met voorstelling Maria Magdalena).

Foto’s KIK: M19002 (1967); M79981 (1967).



KASTERLEE

Kerk Sint-Willibrordus

- Beelden (2)

Sint-Ambrosius en Sint-Paulus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: Jan VAN GORP, z.d.: p. 169: beelden van Sint-Ambrosius en Sint-Paulus, aan beide zijden van de toegangdeur van de kerk moeten van de hand van de beeldhouwer zijn van de beeldhouwer van de preekstoel, namelijk van Peeters. Zij vertonen dezelfde stijl.


- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1862

eik

Bibliografie: Jan VAN GORP, z.d , p. 169-170: In verband met de preekstoel schreef de oude meester De Ceuster in "De Week" van 21 november 1934: de Oudheidkundige Kring Taxandria had gesproken over de kunstenaar-beeldhouwer Suske Peeters; deze man vervaardigde de preekstoel van Kasterlee; er werd aan gewerkt toen men ook deze van Turnhout had vervaardigd; hij werd geplaatst onder Pastoor Hendrickx (1850-1858), in de stijl van de kerk; met Bisschopswijding van H. Willibrordus, vier reliëfs over zijn missionering

1. Landing van Willibrordus op het vasteland

2. Graaf Rohingus doet een schenking aan Willibrordus

3. Willibrordus verdedigt het geloof tegen de heide­nen

4. Kloosterschool van Willibrordus te Echternach

J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 20 (HPD 1874); H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (1862) ”; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1962).

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, p. [21] (ca. 1862).

Foto’s KIK: ensemble B48772 (1943), beeldengroep B48773 51943), hoofden B48774 (1943), kruisbeeld B48770 (1943).


KASTERLEE (LICHTAART)

Beeld H. Hart (2)

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.



KASTERLEE (TIELEN)

Kerk Sint-Margaretha

- Preekstoel

Zegenende Christus-Leraar

door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort

1877, neogotisch

De plaatselijke geschiedschrijver A. Koyen noteerde dat de preekstoel zou zijn geleverd in 1877; hij werd gemaakt door H. Peeters-Divoort uit de Walenstraat in Antwerpen, voor een bedrag van 3.000 Bfrs. Wij weten dat Hendrik Peeters was overleden in 1869; anderzijds dat het atelier van Tunhout in 1866 was verhuisd naar de Walenstraat in Antwerpen. De duidelijkheid in de gegevens (prijs, adres en naamgeving) laten veronderstellen dat Koyen het bij het rechte eind heeft maar nog steeds de naam van het atelier Hendrik Peeters-Divoort gebruikte. We zagen reeds dat de ateliernaam Hendrik Peeters-Divoort ook nog na diens overlijden werd gebruikt. We mogen veronderstellen dat de preekstoel in Antwerpen werd gemaakt in het atelier van Pieter Peeters de opvolger van Hendrik Peeters-Divoort.

Bibliografie J. JANSEN, FMBB, Kanton Herentals, 1977, p. 45 (3/4 19de); A. KOYEN, 1980, p. 132.

Foto KIK: M86928 (1972); kruisbeeld M86929 (1972).


- Deur onder de toren

door Pieter Peeters

Bibliografie: A. KOYEN, 1980, p. 132 ("de grote deur onder de toren, geleverd en geplaatst door beeldhouwer H. Peeters-Dievoort kwam op 138,32 fr en dan le­verde Aug. Van Aerschot uit Herentals voor die deur nog het ijzerwerk, sloten bascule voor 52 fr”).


MECHELEN

Kerk SS. Petrus en Paulus

- Beeld

H. Franciscus Xaverius

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1860

plaaster

Bibliografie: G. VAN DOORSLAER en L. STROOBANT, 1940, p. 33, nr. 6 (door Peeters, van Turnhout; gewijd in 1860).


MOL

Kerk Sint-Petrus en Paulus

- Preekstoel

met beeld Primaat van Petrus en reliëfs met taferelen uit het leven van de H. Petrus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1863-1866

Bibliografie: Inv. Prov Antwerpen p. 1514 (door Peeters); Frans SPAEY, 1927, p. 36 (“P. Peeters. Diende als voorbeeld voor de preekstoel van Sint-Andries te Antwerpen”); J. JANSEN, FMBB, Kanton Mol, 1975, p. 108 (Hendrik Peeters-Divoort, 1884-1888); H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 03.02.1866 meldt dat de preekstoel van Mol te bezichtigen was in het atelier van HPD op 8 en 9 februari”); E. VAN AUTENBOER,1983, p. 496, noot 144 (1866); J. JANSEN, 1987, p. 107-111.

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p.21].

Foto’s KIK: M41357(1968), M189217 (1987) ; trap M41358 (1968), kruisbeeld M189219 (1987), H. Petrus paus M189218 (1987).


- Beeld

in opdracht van Celestien Van Achten

voor de congregatie van de Jongelingen

H. Aloysius

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1856

Bibliografie: J. JANSEN, 1987, p. 108.


- Beeld

H. Rochus ter vervanging van een H. Joannes Bergmans

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1866

Bibliografie: J. JANSEN, 1987, p. 108.

Foto KIK M189198 (1987).


- Doksaal

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1866-1867

Bibliografie: J. JANSEN, 1987, p. 111.


NAZARETH

Kerk O.-L.-Vrouw

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort en opvolger Pieter Peeters

ontwerp Désiré Latte

1869-1870

hout

Bibliografie: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Gent VII, p. 38 ( door Désiré Eugène Latte, van Gavere, en Peeters, van Antwerpen, 1869-1870).

Foto’s KIK: ensemble B57898 (1943), achter B57899 (1943, zijaanzicht B57900 (1943); detail: H. Petrus onder de kuip A57803 (1943).


NIJLEN (KESSEL)

Kerk Sint-Lambertus

- Reliëf

O.-L.-Vrouw met Jezuskind overhandigt de rozenkrans aan de H. Dominicus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1853

steen, 85 x 70

Bibliografie: J. JANSEN, FMBB, Kanton Lier, 1975, p. 27 (door H. Peeters-Divoort, 1853).

Foto KIK: M50750 (1970).


- Communiebank en biechtstoelen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p.21].


OPWIJK

Kerk Sint-Paulus

- 11 beelden en hoofdaltaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort, 1861-1869

en opvolger Pieter Peeters 1873-1876


Beeld Kindje Jezus 1861 KIK M266405 (1978)

Beeld H. Vincentius a Paolo 1861 M266382 (1978)

Beeld van Sint-Rochus 1866 M266475 (1978)

Beeld, Sint-Antonius 1867 M266379 (1978)

Beeld H. Hart 1869

Beeld H. Aloysius 1869 M266384 (1978)

Beeld H. Franciscus Salesius 1869 M26648 (1978)


Hoofdaltaar 1873 kostprijs 4.500 fr A67204 (1944) + details

Beeld Sint-Cornelius 1874 M266376 (1978)

Beeld H. Joannes Berchmans 1874 M266412 (1978)

Beeld O.-L.-Vrouw van Lourdes 1876

Bibliografie: Jan LINDEMANS, 1937, p. 188-189, onder deken Norbertus Janssens, geboortig van Turnhout; J. JANSEN FMBB, Kanton Asse, 1979, p. 36, 39.

Tentoonstelling: 2009 Mechelen, nr. 87 (H. Aloysius)



OUD-TURNHOUT

Kerk Sint-Bavo

- Restauratiewerken 1853 en 1859, door atelier Hendrik Peeters-Divoort, aan gestoelte, boisering, portalen, lijsten: P.P. Meyer maakt een nieuw gestoelte.

Bibliografie E. VAN AUTEBOER, 1983, p. 496, noot 144.


PARIJS (F)

- Kruisweg

voor wereldtentoonstelling

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1867

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


PRINSENBEEK (NL) nu in Bisschoppelijk Museum van Breda

- Beelden van hoofdaltaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1864

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (Mozes en Aäron, 1864 op tentoonstelling in ’s Hertogenbosch); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1864).

Tentoonstelling: 1981 ’s Hertogenbosch.


RAMELLIES

Eglise Saint-Hubert

- Biechtstoelen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: Denis COOECKELBERGHS, RPMSB, Canton de Jodoigne, 1977, p. 59 (geen vermelding).

Tentoonstelling: 1981 Ath, p. 121.

Foto KIK: M68738 (1971).


RANST(BROECHEM)

- Troon voor O.-L.-Vrouw

door atelier H. Peeters-Divoort

1859

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“11.06.1859 de redactie van De Kempenaer bezoekt het atelier van HPD om een troon voor het O.-L.-Vrouwebeeld van Broechem te be­zichtigen. Ook de schilder-vergulder Volders-Thijssens, van Turnhout kreeg eveneens alle lof”).


RETIE (SCHOONBROEK)

Kerk Sint-Job

- Restauratie retabel Sint-Job

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

polychromie door K. Volders-Thyssen

1863

Bibliografie: J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 25; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144; J. JANSEN, 1993, p. 118-125; M. SERCK-DEWAIDE, 1993, p. 138-139.


’s HERTOGENBOSCH (NL)

- Ontwerp hoofdaltaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1868

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“in 1867 dong HPD mee met een prijsvraag”); C. PEETERS, 1985, p. 344 (“H. Peeters-Divoor, van Antwerpen, dient in 1868 een ontwerp in voor de oprichting van een nieuw hoofdal­taar in de kerk. Er zijn vijf ontwerpen, Lambert Hezemans is winnaar”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1855).

Tentoonstelling: 1981 ‘s Hertogenbosch.


SCHERPENHEUVEL-ZICHEM (AVERBODE)

Abdijkerk

- Altaar (2)

van H. Hart van Jezus en H. Hart van Maria

door Pieter Peeters

1894 en 1899

Bibliografie: H. DE KOK, 1981(1), p. 129 (toegeschreven aan Hendrik Peeters-Divoort); J. JANSEN en H. JANSSENS, 1999, p. 208-214 (Pieter Peeters, 1894 en 1899).

Foto’s: altaar H. Hart van Jezus N13094 (1990) + details; altaar H. Hart van Maria N13096 (1990) + details.


SCHOTEN

Kerk Sint-Cordula

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1847

Bibliografie: J. JANSEN, FMBB, Kanton Merksem, 1976, p. 16 (door Peeters, van Antwerpen).

Foto KIK: M86141 (1974), M87142 (1974) + details.


SPRUNDEL (NL)

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.


STABROEK (HOEVENEN)

- Beeld

O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1859

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De Kempenaer vermeld 25.06.1859 een beeld van O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen voor Hoeven (?) naar het voorbeeld van Beveren op de Markt”); J. JANSEN, FMBB, Kanton Kapellen, 1977, p. 18 (geen vermelding).

Foto KIK: M86221 (1971).


STEKENE (KEMZEKE)

Kerk Sint-Jakob

Kerk vernieuwd na instorting van de toren

- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1851

Bibliografie C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Sint-Niklaas II, 1979, p. 24 (door Peeters, van Turnhout, 2de helft 19de eeuw).

Foto KIK ens. M252894 (1977); detail relief M252895 (1977).


TERHEIDEN (NL)

- Preekstoel

- Communiebank

- Biechtstoelen

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie H. DE KOK, 1981 (1), p. 129.

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21].


TILBURG (Heike) (NL)

Kerk H. Dionysius

- Beeld

H. Vincentius a Paulo

H. Peeters

1840

eikenhout

Bibliografie: J. VAN HEST, 1992, p 178-179 (door H. Peters, 1840).



TONGRE-NOTRE-DAME

Eglise Notre Dame

Volledige neoklassieke binneninrichting in eik door Pieter Peeters

ontwerpen bewaard in de pastorie

- Communiebank (1872), lambrizering op het koor, beelden van H. Theresia van Avilla, H. Catharina van Sienna, H. Dominicus en H. Bernardus, engelen en engelenkoppen, binnendeur (2), beelden van apostelen, engelen en engelenkoppen, koorgestoelte, preekstoel, kruisweg, biechtstoel (4), reliëfs (6) op het koor in steen (1872), reliëf van het portaal in steen, ontwerp voor monstrans.

Bibliografie: Jean-Marie LEQUEUX, RPMSB, Canton de Lens, Brussel, 1980 .



TURNHOUT

Kerk Sint-Jozef (afgebroken Jezuïetenkerk)

- Beeld Sint-Jozef

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1863

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 21.03.1863 vermeldt de plaatsing van het beeld”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21].


- Zes kandelaars

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


TURNHOUT

Kerk Sint-Pieter

- Preekstoel

Wonderbare visvangst

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1862

eik

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 37-41; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 36; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128-9 (“1862, belangrijkste werk, geïnspireerd op de predikstoel van Sint-Andrieskerk te Antwerpen”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.

Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21].

Foto’s KIK: B27941 (1942) +details.


- altaar doopkapel


- Broederschapslijst

van Broederschap van O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans

atelier Hendrik Peeters-Divoort

eik, 195 x 104

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 46; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 36; H. DE KOK, 1981 (2), p. 35 (m. 19de eeuw); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.

Foto KIK: M62782 (1971).


- Kruisweg (13 staties van 14)

gesigneerd voluit of met monogram, soms met datering: op 1ste H. PEETERS-DIVOORT TURNHOUT; op de tweede H.P.D. 1853; op de vijfde H.P.D. 1855; op de zesde H.P.D. 1858; op de zevende H.P.D. 1856; op de achtste H.P.D. 1856; op de negende H.P.D. 1857; op de twaalfde H.P.D. 1857; op de dertiende H. PEETERS-DIVOORT 1853;

14de statie door P.P. De Meyer, gesigneerd P.P. DE MEYER TURNHOUT

1853-1858

zandsteen, 110 x 150

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 53, 56; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 35; H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1853-1857); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.

Foto’s KIK: M62792 (1971) + details.


- Restauratie koorgestoelte

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1850

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 19; J. JANSEN, FMBB, Kanton Turnhout I, 1976, p. 35; H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1850; 1516 fr).


- Beeldje Sint-Jan de Doper

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

Bibliografie: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 55; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (terracotta, in doopkapel); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


H. DE KOK, 1981 (2), p. 51 vermeldt nog een aantal werken in de Sint-Pieterskerk:

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1838 beeld H. Franciscus door Hendrik Peeters

1845 twee spiegels in de sacristie Christusbeeld

1869 herstelling van ornament en beeldje van H. Norbertus

1845 herstelling aan de Christus en aan de berg en loofwerk doodshoofd

1851 lessenaar en knielbank

1851 bougering aan ingang, stoelhuis, gestoelte Venerabel en O.-L.-Vrouw

1853 herstelling doopkapeldeuren

1854 allerlei restauraties

1855-1856 herstellingen

1862 bidstoel in eik voor deken Van der Meeren

1862 restauratie ijzeren hekken

1862 herstelling kruisweg


TURNHOUT

Zangvereniging

- Standaard voor Orpheus, een zangafdeling van Sint-Cecilia;

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1861

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), 128 (De Kempe­naer 24.08.1861); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


- Standaard voor de zangafdeling Kunst en Nijverheid

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1863

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (De Kempenaer 18.07.1863, 01.08.1863, 08.08.1863); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.


TURNHOUT

Kloosterkapel H. Graf

- Hoofdaltaar

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1852

na ontmanteling bleven over: beelden van H. Augustinus, H. Helena en H. Jacobus de Meerdere

Bibliografie: Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74; H. DE KOK, 1981 (2), p. 50.

Foto’s : beeld H. Augustinus KM6426 (1994), beeld H. Helena KM6427 (1994), beeld H. Jacobus de Meerdere KM6425 (1994).


- Preekstoel

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1848

na ontmanteling bleef het beeld in de bekroning over God de Vader zetelend op de wereldbol

Bibliografie: Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74

Foto: beeld KM 6446 (1994).


- Voormalige meubilering der kerk in neogotische stijl, door atelier Hendrik Peeters-Divoort,

vermeld door Zuster Hereswitha:

1847 orgelkast en balustrade

1848 biechtstoel, preekstoel, communiebank 3 samen 2.600 F

1852 hoofdaltaar 36.000 F (?)

1859 beeld Sint-Jozef

gepolychromeerd door K. Volders-Thijssen

1859 zijaltaar H. Jozef

zijaltaar van H. Graf 1.356 F

Bibliografie Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74.



VIRGINAL-SAMME

Eglise Saint-Pierre

- Preekstoel

H. Theresia van Avilla, H. Jozef, Berouw van de H. Petrus

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1853

eik

Bibliografie: F. LALOIRE, 1953; Denis COECKELBERGHS, RPMSB, Canton de Tubize, 1976, p. 26 (H. Peeters, 1853); H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1853); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1853).

Foto KIK: ensemble M68610 (1971).


VOSSELAAR

Kerk

- Kruisweg ??? nog aanwezig ??

door atelier Hendrik Peeters-Divoort

1867

Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer van 09.03. 1­867 meldt dat HPD verhuist is naar Antwerpen, dat hij voor de Wereldtentoonstelling van Parijs een kruisweg heeft vervaardigd waarvan de modellen eerdaags werden opgehangen te Vosselaar”).


WIEZE

Kerk Sint-Salvator

- Preekstoel

deels door Peeters van Turnhout

Bibliografie: H. VERSCHRAEGEN, FMBB, Kanton Dendermonde, 1982, p. 87.

Foto KIK: B90388 (1945); M243157 (1976).


ZEMST (ELEWIJT)

Kerk Sint-Hubertus

- Communiebank

met Lam van de Apocalyps en Hostiedragende kelk

atelier Hendrik Peeters-Divoort

1868

Bibliografie: J. JANSEN, FMBB, Kanton Vilvoorde, 1980, p. 13 (Hendrik Peeters-Divoort, van Turnhout, 1868).

Foto’s KIK: M129489: M129490 (1978) en M129490 (1978).





































Lijst van de afbeeldingen


1. AALST Sint-Jozefscollege, kapel, preekstoel 1852 Foto KIK Brussel A37297


2. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, preekstoel 1862 Foto KIK Brussel B27941


3. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, preekstoel 1862, detail: beeldengroep onder de kuip Foto KIK Brussel B27939


4. KASTERLEE Sint-Willibrorduskerk, preekstoel 1862, detail: beeldengroep onder de kuip Foto KIK Brussel B48773


5. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, preekstoel 1866 Foto KIK Brussel M41357


6. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, preekstoel 1866, detail: beeld onder de kuip Foto KIK Brussel M189218


7. GENT Jezuïetenkerk, preekstoel ca 1862-1870 Foto KIK Brussel B87955


8. GENT Jezuïetenkerk, preekstoel ca. 1862-1870, derail: kuip Foto KIK Brussel B87963


9. HOOGSTRATEN Sint-Catharinakerk, grafmonument 1856-1857 Foto KIK Brussel M41122


10. BORNEM Abdijkerk, beeld 1864 Foto KIK Brussel M44673


11. OPWIJK Sint-Pauluskerk, beeld 1866 Foto KIK Brussel M266475


12. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, beeld 1866 Foto KIK Brussel M189198


13. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, kruisweg eerste statie 1853 Foto KIK Brussel M62792





  1. Biografische gegevens werden verzameld door H. DE KOK (1981) (1), (1981) (2) en E. VAN AUTENBOER (1983); deze laatste plaatste de figuur van beeldhouwer Hendrik Peeters in de cultureel-economische situatie van de stad in de tweede helft van de negentiende eeuw.
  2. H. DE KOK 1981 (1), p. 131, noten 3 en 4.
  3. IDEM, noten 6 en 7.
  4. E. VAN AUTENBOER, 1983.
  5. E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 482-484.
  6. Om verwarring te voorkomen vermelden wij hier de naam van beeldhouwer Alfons Peeters die geen familiale banden had met Hendrik Peeters. Hij was uit Oosthoven herkomstig en zou zich in 1895 te Luik vestigen waar hij aan het hoofd stond van een productief atelier, waarvoor hij soms in Turnhout mensen kwam aanwerven (E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 486).
  7. J. VAN GORP, p.170.
  8. Jozef VERMOESEN, 1977, p. 33.
  9. C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Sint-Niklaas II, 1979, p. 39.
  10. H. DE KOK, 1981 (1), p. 128.
  11. J. JANSEN, 1987, p. 109, voetnoot 5.
  12. Chr. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, Kanton Herzele, 1976, p. 21.
  13. J. JANSEN, FMBB, Kanton Brasschaat, 1977, p. 15.
  14. E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 490, noot 144.
  15. L. BROUWERS, 1980, p. 155.
  16. H. DE KOK, 1980, p. 173-174.
  17. E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 37-41, in ’t bijzonder p. 37.
  18. IDEM, o.c., p.40-41.
  19. = Staf DE MEYER, 1981, p. 44: “altaar met centrale beeld van O.-L.-Vrouw door Van Hool, de twee flankerende beelden van H. Jozef met het Jezuskind en H. Johannes de Evangelist door Hendrik Peeters, in 1838”; p. 45: "aen H. Peeters, beeld­houwer, voor het maeken en leveren van drij beelden op den altaer van Lucia geplaatst". Sint-Jan berchmans, H. Aloysius van Conzaga(?) en H. Stanis­las Kostka (?). =
  20. Zuster HERESWITHA, 1962, p. 74.
  21. Deze gegevens werden door de plaatselijke overlevering doorgegeven.
  22. J. JANSEN, 1987.
  23. I. LINDEMANS, 1937, p. 188-189.
  24. R. WEEMAES, 1979, p. 121, 167, 215, 218, 224.
  25. H. DE KOK, 1981 (2), p. 51.
  26. J. JANSEN, 1987, p. 108.
  27. H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 482-483.
  28. H. DE KOK, 1981 (2), p.51.
  29. E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.
  30. R. WEEMAES, 1979, p. 121.
  31. H. VERSCHRAEGEN, FMBB, Kanton Dendermonde, 1982, p. 87.
  32. H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.