<?xml version="1.0"?>
<?xml-stylesheet type="text/css" href="https://kunsterfgoed.be/w/skins/common/feed.css?303"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
		<id>https://kunsterfgoed.be/w/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jan</id>
		<title>Kunsterfgoed - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://kunsterfgoed.be/w/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jan"/>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Speciaal:Bijdragen/Jan"/>
		<updated>2026-05-11T03:11:45Z</updated>
		<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
		<generator>MediaWiki 1.23.15</generator>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-07T06:15:58Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 (deel 2)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 (deel 3)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 (deel 4)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)</id>
		<title>1684 (deel 2)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)"/>
				<updated>2025-07-07T06:14:51Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1683 (deel 2) hernoemd naar 1684 (deel 2)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (2) door [[Jaak Jansen]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In vorig jaarboek maakten we kennis met de meningsverschillen tussen de inwoners van Balen en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode. Het ging over de tienden in Balen en over de bijdragen in de restauratie-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onkosten van de kerk na de brand van 1684. Het ging er soms hard aan toe en pastoor Cornelis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zantkers (1683-1694) had zich al eens in zijne koffie verslikt van ‘t verschieten1. Toch werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onmiddellijk in de volgende jaren dringende beschermingswerken uitgevoerd; balken voor een nieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebinte werden besteld, tienduizenden leien werden aangevoerd, het dak werd hersteld zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk en zijn inboedel niet open lag voor weer en wind. In de abdij van Averbode is een grondplan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Andrieskerk uit die tijd bewaard, waarop de sterk getroffen zones zijn aangeduid namelijk de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zuidelijke kruisbeuk “S. Cosmas en Damianus niet gewelf”, en de middenbeuk “zonder welfsel door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den brand ingevallen”. Het plan dateert dus van na 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over de centenkwestie zaten de problemen muurvast. Het Balens bestuur, die van Balen, wilden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij verplicht zou bijdragen in de onkosten, vermits het klooster zoveel inkomsten in Balen wist&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg te halen met de opbrengsten van de tienden. De abdij was overtuigd dat zij helemaal geen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verplichtingen had op dat vlak; de Balense gemeenschap had de kerk gebouwd en gefinancierd, niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij. Het dorp was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van de kerk. Als de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier een bijdrage had geleverd was dat puur uit vrijgevigheid en vriendschap. Alleen voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
godsdienstige bediening hadden zij aanvaard de pastoor te leveren. De pastoor kreeg een gedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de tienden en de abdij zorgde ter plaatse voor de huisvesting van de pastoor en zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers. Er werd veel gepallaverd, geroddeld en gefoeterd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conditien van verpachten in 1689 en later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aanvankelijk waren de tienden een vorm van inkomsten om de geestelijken, inwoners van kloosters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
of abdij, een voortbestaan te verzekeren. Zo was het begonnen in de hoge middeleeuwen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid, de bestuurders en andere eigenaars schonken hiervoor gronden en andere vormen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inkomen aan kloosters en geestelijken. Aanvankelijk bewerkten de kloosterlingen de gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gronden zelf maar later werden ze verhuurd en gingen ze opbrengsten leveren in oogstproducten of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geld. Dit is een simpele uitleg voor het ontstaan van de tienden. Mettertijd zou het bezit van de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangroeien en tot een apart economisch systeem uitgroeien en de slinger zou stilaan doorslaan naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overschot en rijkdom. Dat was alleszins het gevoel dat de Balenaars hadden in het tiendengebeuren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer zij het over de bijdragen tot herstel hadden voor hun beschadigde kerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de praktijk was het systeem van de tienden wel wat ingewikkelder. Zo waren er grote tienden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleine tienden. De grote tienden golden voor graangewassen: tarwe, rogge, spelt, boekweit, haver;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kleine tienden voor andere gewassen zoals bonen, wortelen, klaver of andere voortbrengselen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook voor het houden van vee op abdijgrond gold eenzelfde regel. Soms werd de jaarlijkse verhuur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van kavels uitgedrukt in geld; meestal werd de verhuur uitgedrukt in opbrengst: één tiende van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst ging naar de verhuurder, naar het klooster, naar de abdij. In de praktijk werd de regel voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de graantienden toegepast door de opbrengst van elke tiende (soms elfde) hoop geleggen op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Het was pastoor Zantkers (aldus Floris PRIMS) die de dreigbrief aan het hek van de pastorie vond en niet zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvolger Kimps, aldus Floris PRIMS. GEBOERS vermeld pastoor Lauwers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veld aan de abdij te geven. Dat was de algemene regel. Die hoop geleggen kreeg op het veld een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder teken (een wrong) zodat hij herkenbaar was; hij werd apart opgehaald en verwerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het systeem ingewikkelder worden: reglementen werden verfijnd om misbruiken te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorkomen; soms werd er commerce gedaan om meer inkomsten te verzamelen. In 1689, vijf jaar na&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de brand, sloot provisor Aertsnijs van Averbode een akkoord af met verscheidene Balenaren-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachters over de verhuur van de tiendekavels en het verzamelen-collecteren van de tienden in Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast de opbrengst die rechtstreeks naar Averbode ging, werden er echter nog andere voorwaarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld : 1. Aan de pastoor kwamen drie mudden2 koren toe, vier karren turf , een pattacon en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoeveelheid stro; 2. Aan de provisor drie patacons3 en dertig stuivers dienaarsgeld; 3. Achttien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bibliotheekgeld. De huurder zou verder een borg moeten betalen binnen de vierentwintig uur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
na de toewijzing van de kavels. Verdere voorwaarden in het akkoord handelden over de waarborgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de verhuurder, de kwaliteit van het graan, de afslagregeling (minder leveren) bij calamiteiten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zoals onweer, hagelslag of misoogst. Op het einde van het akkoord werden de verschillende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers vermeld en hun respectievelijke zones waarvoor ze verantwoordelijk waren en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk als collecteurs optraden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackelthiende: aan Joannes Verstryden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 1 aan Laureys Verachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 2 aan Paulus Kerstens en Cornelis Kenens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 3 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 1 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 2 aan Peter Geuens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 3 aan Lenaert Delien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 1 aan Jan Zels en Jan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 2 aan Jaén Swinnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 3 aan Willem Zels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 1 aan Peter Joos&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 2 (De boterwagen) aan Joris Verhaegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 3 aan Adrianus Van Mierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo werd er in het jaar 1689 en nadien verpacht en onderhandeld. De abdij werkte met plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
collectioneurs die 13 groepen kavels tot hun bevoegdheid rekenden. Sinds het onderzoek van Staf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Peeters4 kunnen wij de verschillende afzonderlijke kavels (37 in getal) situeren op de kaart van Balen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 37 kavels zijn ondergebracht in deze verschillende groepen. Later op het jaar werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten , de tienden door de collectioneurs verzameld bij de pachters; het graan werd gedorst,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Mud= ca 100 liter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Patacon = ca 50 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Zie Jaarboek 18 (2019).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzameld en later afgevoerd naar Averbode. Dat liep niet altijd van een leien dakje. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegromd en geroddeld over de voorwaarden en de opbrengsten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijks opbrengst van de tienden was aanzienlijk in de gemeente Balen. In het abdijarchief van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de periode 1777-1787 werden de tienden en de inkomsten als ’t volgt genoteerd in halster (= ca 53&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liter of ca 60 kgr5) samen met de financiële tegenwaarde in gulden van die tijd6:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“jaerelijckseche publique verpachtinge”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koren 3622 halsters of 4392 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Boekweit 380 halster of 418 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haver 48 halster of 45 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gerst 16 halster of 23 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackel-tiendeke 15 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tiendeke onder Hulsen 10 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijkse opbrengst voor de abdij was dus aanzienlijk. Anderzijds was de abdij ook verplicht van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpslasten te betalen: zoals beden of de twintigste penningen. In de abdijarchieven stond er voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de belastingen van 1756 een bedrag genoteerd: 910 gulden 8 stuijvers, 2 mijten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verzet van de miscontenten in december 1698&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de maand december van het jaar 1698 gebeurden er verscheidene accidenten die de verbitterde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sfeer tussen de verschillende partijen weergaf. Op 7 december had de pastoor van Balen nog een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brief gestuurd naar de abdij van Averbode om te zeggen dat die van Balen niet bereid waren om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden naar Averbode te vervoeren omdat er in Meerhout een kar was overvallen geworden die op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg was naar Diest. Volgens den drossart van Meerhout was dat echter vals nieuws en was dat een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“abues”. In elk geval had de pastoor reeds duidelijk gemaakt dat er onrust was in Balen, de abdij was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewaarschuwd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De provisor Bartholijns van Averbode zou zijn voorzorgen nemen en op 16 december 1698 kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Brussel Arnout Simonart in de vroegte aan in de abdij; Simonart was “bode van sijne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conincklijcke Majesteit”. De abdij had deze hoge ambtenaar uitgenodigd om mee naar Balen te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trekken, om op die manier de eisen van het octrooi van de tienden meer officiële kracht bij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brengen. Tesamen reden de provisor en de bode naar Balen ten huize van de pastoor waar ze gingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overnachten. De volgende morgen werd de mis gevolgd in de Sint-Andrieskerk en na een stevig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontbijt in de pastorie waren ze klaar om te vertrekken naar Averbode met drie karren geladen met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zes mudden7 koren. De dorpsoverheid was verwittigd over het gewettigde vervoer en ook de hogere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid had hiervoor toelating verleend. Zij waren met zijn zessen: de provisor, de bode des&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
konings, een pachter van de abdij van Averbode en drie voerlui. Klaar voor vertrek. Van in het begin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liep het fout. Bij het vertrek begon onmiddellijk van alle kanten hoorngeschal te weerklinken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens de provisor in zijn verslag was dit lawaaierig getoeter herkomstig van &amp;amp;quot;het popelasse oft Jan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Aldus Marena Grobben in een vorig jaarboek 2221, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Een jaarwedde van een metser bedroeg 70-80 gulden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Mud= 100 liter (Verschueren).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hagel”. Dat bleef zo duren tot in Rosselaar waar een groep van een twintig mannen en vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
joelend de weg versperden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ontrent de twintigh, maer meestendeeld gewapende mannen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hebben de eerste karre met graen gelaeden geattakeert waerop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Heer Provisor bij loopende, heeft aen dezen hoop gevraeght&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wat sij waren begherende…”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er werd geschreeuwd en geroepen. De provisor was woedend en moest verantwoording afleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het bezit en meenemen van al dat tiendengraan. Hij stond hen mondeling te woord maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weigerde een oorspronkelijk octrooidocument ter inzage te geven omdat hij angst had dat hij het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet meer zou terugzien. Er werd gedreigd, geroepen en gescholden. De provisor werd van de kar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getrokken en zijn kleren werden gescheurd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“Twee sterke vrouwen met den armen pershende, drygende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te slaen, int haer te vligen, crabben in het aensichte… “&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de voerlui werden dooreen geschud en de huid volgescholden ”hare noemende papekusken”. Er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd geen betere oplossing voorzien dan terug te keren naar het dorp en de pastorie vanwaar ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekomen waren. Er waren duidelijk meningsverschillen over het tiendenbeheer en de wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechten. De Balenaars verdroegen het niet dat de abdij zich op die manier verrijkte. De menings-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillen zouden zich kristaliseren in het restauratiedossier van de kerk. De meningen over rechten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en plichten waren erg verdeeld. Hiervoor gingen beide partijen beroep doen op een gerechtelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak door de Raad van Brabant. De Raad van Brabant of souvereine Justitieraad van Brabant was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hoogste gerechtelijke orgaan in de Oostenrijkse Nederlanden; de Raad zetelde te Brussel. Zowel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gemeente als de abdij zouden requesten indienen en een uitspraak willen van dit gerechtelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
orgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701 Uitspraak door de Raad van Brabant&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 30 juni 1701 werd er een vonnis8 geveld over de restauratie van de Sint-Andrieskerk. Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee partijen: de prelaat en de conventualen enerzijds (supplianten), de Regeerders en gemeyne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingesetenen van Balen anderzjds (rescribenten). De Souvereine Raad schetste eerst het probleem en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de voorgeschiedenis. Door de schuld van de inwoners van Balen was er brand ontstaan in het dorp;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de huizen van de Markt branden af en ook de kerk liep zeer zware schade op. De dorpelingen hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderling beraamd (“in een monopoliale beslissing”) om de abdij te betrekken bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken van de kerk in zoverre dat zij een resolutie hadden aangenomen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten van de tienden hiervoor te gebruiken, totdat het herstel was afgewerkt. Zo werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedurende drie jaren effectief gewerkt. Daarna zouden de tienden gestolen geweest zijn. Toen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslist om het geschil voor het gerecht te brengen. De abdij wilde zich neerleggen bij de uitspraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van hogerhand. Indien de abdij gelijk kreeg was ze zelfs bereid om daarna nog een “liberale aelmoes”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te geven voor het herstel van de kerk. Ondertussen waren de eerste herstellingen gebeurd en werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Erfgoedarchief 511-9998-138-00005-0073&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 50/50-regel toegepast. De Balenaars eisten bijdragen in de herstelkosten van koor en kerk alsook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een tiendeklok op kosten van Averbode, en tenslotte vrijwaring van proceskosten. Reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren er in die geest verzoeken en klachten bij de Raad van Brabant binnengekomen zowel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren als van de abdij: 8 juni 1687, 2 september 1694, 9 juli 1700, 7 october 1700, 21 maart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701, 28 maart 1701…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu volgde de uitspraak van de Raad van Brabant:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De restauratie van de kerk moest uitgevoerd worden met de volgende drie middelen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de overschotten van de jaarlijkse inkomsten van de kerkfabriek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-het inkomen van twee jaren tienden van de abdij; verdeling volgens het plakaat van 28 maart 1611&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de collecten die in de kerk werden verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.de abdij moest een tiendeklok leveren aan de Sint-Andrieskerk; overgebleven klokkenspijs kon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden herbruikt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De uitspraak was volledig in het voordeel van de gemeente Balen en lag in de lijn van de voorstellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die door de vicaris generaal Brasserii waren gedaan. De abdij zou zich zo maar niet neerleggen bij dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonnis. Aanvankelijk was er veel verzet tegen de verplichting om een nieuwe tiendeklok te moeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gieten. De abdijgeschiedenis brengt er verslag over uit9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1702 besprak het klooster de vraag of de abdij verplicht was een tiendeklok te laten gieten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parochiekerk te Balen. Het antwoord bleef negatief. In 1708 werd genoteerd dat de grootte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok afhankelijk moest gesteld worden van de inkomsten van de tienden die ter plaatse werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd en vermits daar veel onduidelijkheid over was…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tiendeklok moest zo groot zijn dat ze kon gehoord worden in alle percelen waarop tienden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden geïnd. De klok werd in 1708 gegoten door de Lierse gieters Alexius Jullien en Franciscus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Knaepen. De klokkespijs van de vorige klok werd herbruikt10. De abdij betaalde ook de installatie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Langzaamaan kwamen sommige herstelwerken op gang. In 1699-1700 werd het altaar van HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus aanbesteed; het zou echter eerst in de twintiger jaren worden afgewerkt. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vensters werden hersteld door Suls en het koor werd gewit. In 1705 kreeg de kerk definitief een dak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verliep allemaal heel langzaam en zonder veel overtuiging. Dat blijkt ook uit de abdijannalen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1714 oefent de abdij druk uit op de pastoor van Balen om het herstel van het koor van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te zorgen; de pastoor weigerde dit maar stuurde een tijdje later een verzoekschrift naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij om bij te dragen in het herstel van de ramen van het koor. De abdij antwoordde dat zij hierin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genen uitspraak kan doen zolang het gerecht geen uitspraak had gedaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De situatie bleef ingewikkeld en verward. Rond 1717 werd de overwelving van de kerk toch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgewerkt. In 1719 werden de religieuse diensten hervat in de kerk; dan worden opnieuw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schaalopbrengsten genoteerd in de kerkarchieven. Dat betekende niet dat alle problemen opgelost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren zeker niet de geschillen over het beheer van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 Vertaling wijlen Louis Degroof.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook Trudo GERITS, Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet, in Taxandria, deel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39, 1967, p. 141-163, in het bijzonder p. 150 Klokken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. AAA Dreigbrief met Balens protest tegen de Abdij van Averbode. Cf. 511-9998-138-00039-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Averbode Abdijarchief. Grondplan van de Sint-Andrieskerk te Balen, na 1684. (bijgevoegd)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Datering 1717 in het plafond beneden in de toren van de Sint-Andrieskerk te Balen. (foto&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1683_(deel_2)</id>
		<title>1683 (deel 2)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1683_(deel_2)"/>
				<updated>2025-07-07T06:14:51Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1683 (deel 2) hernoemd naar 1684 (deel 2)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[1684 (deel 2)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Twee_in_1907_door_de_kerkfabriek_Sint-Andreas_verkochte_schilderijen</id>
		<title>Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Twee_in_1907_door_de_kerkfabriek_Sint-Andreas_verkochte_schilderijen"/>
				<updated>2025-07-06T18:19:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;big&amp;gt;'''1907 De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen'''&amp;lt;/big&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''door [[Jaak Jansen]]'''&lt;br /&gt;
[[Bestand:Voetwassing.jpg|miniatuur|Afbeelding 1 : Antwerpen, Kon. Museum voor Schone Kunsten, schilderij, Het laatste Avondmaal, Vlaamse School, ca 1470-1490, paneel, 121 x 46 cm (KIK Brussel  )]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Kruisdraging KIK.jpg|miniatuur|Afbeelding 2 : Antwerpen, Kon. Museum voor Schone Kunsten, schilderij, Kruisdraging, Pieter Aertsen (1507-1578), paneel, 108 x 168 cm  (KIK Brussel ]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''In een vorig artikel van dit jaarboek wezen wij er reeds op dat in 1907 twee schilderijen uit de Sint Andrieskerk van eigenaar veranderden&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Jaak JANSEN, Verdwenen kerkelijk kunstbezit, in Jaarboek 2012 Erfgoed Balen, p. 177-184, in 't bijzonder p. 180. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; en verdween uit het kerkelijk patrimonium. In de archieven van de parochie werd deze overdracht rijkelijk gestoffeerd met briefwisseling tussen de verschillende betrokkenen; reden temeer om er een artikel aan te wijden maar ook bood het de gelegenheid om een foute lezing recht te zetten.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;big&amp;gt;''&lt;br /&gt;
Het Koninklijk Museum voor schone Kunsten te Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;/big&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee schilderijen uit de Sint-Andrieskerk berustten inderdaad sinds 1907 in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Het oudste werk was op paneel geschilderd. Het stelde drie scènes voor uit het Passieverhaal van Jezus (afbeelding 1). Twee scènes werden voorgesteld in een binnenruimte met vloer, met een uitgang links en rechts, met een tongewelf bovenaan en een raam met ronde boog achteraan. Op enigszins naïeve manier werd het lijdensverhaal in beeld gebracht: &lt;br /&gt;
Op de voorgrond zien wij een scène voorafgaand aan het Laatste Avondmaal: Jezus wast de voeten van Petrus. Deze laatste zit op een stoel, zijn twee voeten in een schotel water; hij heeft zich nederig geschikt in zijn situatie. Jezus heeft een extra-versierd diadeem en draagt een schort op het kleed. Hij vervangt de slaaf die gebruikelijk alle voeten wast voor de aanvang van de maaltijd. Hij knielt voor Petrus en strekt de armen naar de schotel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
De hoofdvoorstelling staat in het midden. Jezus en de apostelen zijn rond een tafel geschaard en nuttigen Het Laatste Avondmaal, de dag voor de kruisdood op de berg Golgotha. Elf apostelen dragen een diadeem zoals Jezus. Deze laatste zit centraal achteraan; hij drukt zijn lievelingsleerling Johannes tegen zich aan terwijl hij zijn linkerhand uitsteekt naar een schotel om iets te nuttigen. Het is het moment dat de Verlosser bekend maakt dat iemand onder hen Hem zal verraden. Judas zit aan de andere kant van de rijkgevulde tafel; hij draagt geen diadeem. In de doorgang links zien wij in de verte een derde scène: Jezus in de Hof van Olijven vraagt aan zijn Vader om &amp;quot;de kelk te laten voorbijgaan&amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de catalogus van het museum wordt het schilderij als een luik van een altaarstuk beschouwd en beschreven als Zuidnederlandse, dus Vlaamse School van omstreeks 1470-1490&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Koninklijk Museum voor schone Kunsten Antwerpen, Catalogus Schilderkunst Oude Meesters, Antwerpen, 1988, p. 464, nr. 860, hout, 121 x 46&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. In een vorige catalogus werd het kunstwerk nog omschreven als &amp;quot;Noordfrans, mogelijk de School van Amiens&amp;quot;. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tweede schilderij is van jongere datum en werd toegeschreven aan Pieter Aertsen (1507-1578), die tussen 1536 en 1556 werkzaam was te Antwerpen&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Idem, 1988, p. 16, nr. 862, hout, 108 x 168&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;Het schilderij stelt de laatste faze van het lijdensverhaal voor. De eerste aanblik van de voorstelling is eerder verwarrend; het oppervlak wordt grotendeels ingenomen door de berg Golgotha, gevuld met tientallen personages die groepjes vormen en verscheidene onderdelen van het lijdensverhaal in beeld brengen. Onderaan links zien wij Jozef van Arimathea die Jezus' kruis helpt dragen; zij worden omringd door soldaten, ruiters, rechters te paard. Langs het pad naar de top van de berg staan nieuwsgierige toeschouwers, soldaten en ruiters die bij het spektakel willen aanwezig zijn. Rechts vooraan een groep mensen te voet en te paard, beladen met manden en kruiken vermoedelijk op weg naar de markt en de stad die uiterst links in een berglandschap ligt; mogelijk zien deze handelaars in het Calvariegebeuren een gelegenheid om wat extra's te verdienen. Overal op de bodem liggen knoken en schedels, wij zijn op de Golgotha, de schedelplaats. Voor de groep van de Kruisdraging stappen twee figuren met een T-kruis op de schouders; het is bestemd voor één van de twee moordenaars die wat verder de heuvel optrekken en worden getergd door soldaten. Ter halve hoogte van de berg is een menigte volk samengetroept. Het kruis van de goede moordenaar staat reeds recht en de moordenaar wordt met de ladder omhoog gebracht. Het kruis waaraan Jezus is genageld wordt recht gezet. Links hiervan zien wij de Bezwijming van Maria, omringd door de drie Maria's en Johannes de evangelist. Op de top van de berg staan talrijke kruisen en zijn de beulen actief met andere executies. De hemel kleurt donker en overal vliegen er kraaien.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;big&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verkoop&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;/big&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De beslissing om twee schilderijen uit het patrimonium te verkopen werd door de kerkfabriek genomen in 1907 naar aanleiding van de restauratiewerken die moesten uitgevoerd worden. Aanvankelijk was er alleen sprake van de vernieuwing van het dak maar spoedig zou blijken dat er nog ander werk op de plank lag. Uit financiële noodzaak ging de kerkfabriek op zoek naar nieuwe fondsen om hun deel van de onkosten te kunnen betalen. Pastoor Geudens had daarom een brief gestuurd naar députee Verachten van de provincie Antwerpen om hem raad te vragen. De bestendig afgevaardigde antwoordde dat hij twee personen kon vermelden die konden bijstaan bij het beoordelen van het stuk en vooral het bepalen van de financiële waarde van de kunstwerken&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Parochiearchief Balen (PAB) nr. 791, brief van 12 april 1907.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. De heer Delehaye, wonende in de Lange Nieuwstraat te Antwerpen, was een kunstkenner van goede naam; hij was kunstschilder en hersteller van schilderijen. &amp;quot;Ik meen dat hij ook Katholiek is, doch verzekeren kan ik het niet&amp;quot;. De tweede vermelde expert was de heer Maillard, kunstschilder en hersteller van schilderijen, wonende in de Gezondheidsstraat te Antwerpen. Maillard had, tot voldoening van de deputee, één van zijn schilderijen gerestaureerd. Maillard was geen lid van een officiële commissie. &amp;quot;Hij schijnt mij een heel bevoegd persoon. Ik ken zijne politieke denkwijze niet&amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastoor Geudens hield blijkbaar van aanpakken en nam onmiddellijk contact met de twee experts Delehaye en Maillard. Blijkbaar waren de schilderijen reeds overgebracht naar het Museum voor Schone kunsten te Antwerpen, waar ze voor het museum werden getaxeerd door het Komiteit voor Schone Kunsten maar waar ze ook konden worden bekeken en gewaardeerd door onze twee experts. Voorzichtigheidshalve had Geudens eerst naar de onkosten voor de expertise gevraagd. Louis Delehaye vroeg 25 franken, Maillard 10 franken&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;PAB, nr. 791, brieven 13 en 15 april 1907.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;;de erelonen waren erg verschillend; de schattingen zouden evenredig zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 15 april stuurde L. Maillard, 'peintre-restaurateur Anvers', zijn schatting op naar de pastoor te Balen. De ''Kruisdraging van Christus'' werd geschat op vijftien honderd franken; ''Het laatste avondmaal'' werd geschat op 600 tot 800 franken. Op 17 april kwam de schatting toe van Louis Delehaye, 'peintre-expert tableaux Anvers'. Hij schatte de verkoopswaarde als volgt in: &amp;quot;1. voor de Vleugel van eene gothieke triptyque 2000 à  3000 franken. 2. voor de Kruisdraging welke ik toeschrijf aan Pieter Aertsen 5000 à  6000 franken&amp;quot;. De cijfers van Delehaye lagen tot viermaal hoger dan deze van Maillard; daarbij wist Delehaye voor de eerste maal een toeschrijving te doen van de Kruisdraging; dit was een identificatie die blijkbaar nog altijd stand houdt. Op 19 mei 1907 stuurde Delehaye een bedankbrief naar pastoor Geudens voor het ontvangen postmandaat van 25 franken; terloops merkt hij op dat &amp;quot;Het Komiteit voor schoone Kunsten zich niet zeer mild heeft getoond voor het gedane aanbod&amp;quot;. Ook Maillard stuurt op 23 mei 1907 een bedankbrief voor het postmandaat van 10 franken voor de bewezen diensten. Hij neemt de gelegenheid te baat om uit te halen naar de hoge schattingen van zijn collega Delehaye. &amp;quot;Die schatting is recht uit gezegd veel te hoog in prijs. Ik zou geensins eenen liefhebber of kooper kunnen vinden&amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De directie van het Koninklijk Museum van Antwerpen ging zich ook mengen in het debat. Enerzijds wilde men de twee schilderstukken wel in het bezit krijgen maar anderzijds waren zij ook wel door de centenkwestie geboeid geraakt. Alleszins hadden zij ruim de tijd om het probleem scherp te stellen vermits de stukken in het museum waren opgesteld. De toenmalige hoofdconservator was Pol De Mont. Met de nodige diplomatische truukken en redeneringen werd er een voorstel geformuleerd. Het loont de moeite om de argumenterende brief aan pastoor Geudens in extenso weer te geven; de onderstrepingen zijn van de hand van Pol de Mont. De brief werd verstuurd in de tweede helft van mei 1907.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Zeer Eerwaarde,''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Ik heb het genoegen U te berichten dat de Beheerraad van het Kon. Muzeum van Antwerpen, op mijn &amp;lt;u&amp;gt;dringend &amp;lt;/u&amp;gt;voorstel, ertoe besloten heeft aan de fabriek van uw Kerk het volgende bod te doen:''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''2000 fr. voor de Kruisdraging''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''1000 fr. voor het Avondmaal''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Het kwam den Beheerraad voor, dat deze prijzen, vergeleken bij die, welke, in &amp;lt;u&amp;gt;openbare verkoopingen&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;gt;, zelfs, voor werken van dat gehalte betaald werden, zeer aannemelijk zijn. Zooals ik u mondeling zei, kocht het Muzeum voor minder dan 2000 fr. een puik stuk van G. de Craeyer hoog ca 5 meter en breed ca 2 meter van de Kerkfabriek van Oud-Turnhout, pas 4 jaren geleden. Een merkwaardig tafereel van P. Aertsen, getekend nog erbij, werd in openbare veiling te Brussel gekocht in 1905 door Mr de Volder voor minder dan 500 fr. Een Joachim Beukelaer van waarde werd in Amsterdam openbaar verkocht minder dan 2000 fr en hangt nu in ons muzeum. ''&lt;br /&gt;
''De Raad herinnert er tevens aan, dat de &amp;lt;u&amp;gt;Kruisdraging &amp;lt;/u&amp;gt;heel zeker moet geparketeerd&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;''Parketteren: het schilderij achteraan voorzien van een lattenstelsel om het kromtrekken tegen te gaan.''&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;worden, en daarom ontdaan van oude, slechte overschilderingen en eindelijk gerestaureerd. Het Avondmaal moet ook herstellingen ondergaan en zal best ook met parket belegd worden. Daarenboven is ons een groote en uiterst merkwaardige Joachim Beukelaer aangeboden, alsmede een Franken en â€™t is op mijn krachtig aandringen dat de raad de &amp;lt;u&amp;gt;'''voorkeur'''&amp;lt;/u&amp;gt;geeft aan de 2 stuks uit Balen. ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Meer dan de gemelde sommen is de Raad &amp;lt;u&amp;gt;niet&amp;lt;/u&amp;gt;bereid te besteden.''''Ik hoop, evenals de heer van Leemputten, dat onze aanbieding zal billijk bevonden worden en dat gij ons spoedig zult laten vernemen, dat de fabriek &amp;lt;u&amp;gt;aanvaardt&amp;lt;/u&amp;gt;''Is dit laatste het geval, dan durf ik U &amp;lt;u&amp;gt;dringend&amp;lt;/u&amp;gt;aanraden, in het rekwest , dat de fabriek zal zenden naar de&amp;lt;u&amp;gt;Commissie &amp;lt;/u&amp;gt;van Monumenten en kan 't Ministerie tot verkrijging van de nodige &amp;lt;u&amp;gt;autorisatie&amp;lt;/u&amp;gt; tot verkoop, wel uitdrukkelijk te doen begrijpen: 1. Dat de twee schilderijen voor de kerk van Balen geen nut of bijzondere beteekenis hoegenaamd opleveren; 2. dat zij aldaar gevaar loopen teloor te gaan; 3. dat de kerk voor andere doeleinden van onmiddellijk nut geld van noode heeft; 4. dat de 2 stuks &amp;lt;u&amp;gt;voorloopig&amp;lt;/u&amp;gt;en onder alle voorbehoud van de gevraagde toelating naar den Muzeumraad van Antwerpen gezonden zijn.''&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Ik&amp;lt;/u&amp;gt;zal de stuks voorloopig &amp;lt;u&amp;gt;hier&amp;lt;/u&amp;gt;houden en kan u, ten slotte, beloven, de somme te doen uitbetalen begin van &amp;lt;u&amp;gt;Mei&amp;lt;/u&amp;gt;, als de zaak doorgaat, zooals ik er durf op rekenen. Een sjek van 3000 fr. zou dan aan de fabriek geworden.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Met den meesten eerbied''&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Pol de Mont ''&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''P.S. Nog eens aangeraden: vooral drukken op de &amp;lt;u&amp;gt;nutteloosheid &amp;lt;/u&amp;gt;van de 2 werken aldaar en op den &amp;lt;u&amp;gt;geldnood&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uit de brief kan afgeleid worden dat Pol de Mont erg geïnteresseerd was in de verwerving van dit patrimonium. Wat hij precies verstaat onder nutteloosheid voor het kerkpatrimonium zullen we wel nooit begrijpen. Enkele dagen later stuurt hij een herinneringsbriefje naar de pastoor. Hij drong aan op een snelle beslissing vermits er nog andere aanbiedingen waren.. &lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;big&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afwijzing van de kerkfabriek&amp;lt;/big&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 12 juli 1907 stuurde Pol De Mont opnieuw een brief naar pastoor Geudens. Hieruit blijkt duidelijk dat de Balense kerkfabriek negatief geantwoord heeft op de voorstellen tot de verkoop. De conservator is bereid om de twee panelen terug naar de Sint-Andrieskerk te sturen. Hij betreurde het afspringen van de onderhandelingen. Hij geeft de raad om zonder veel uitstel, een verstandige en ernstige restauratie te laten uitvoeren bijvoorbeeld door de heer Maillard (!); hij geeft de kostprijs bij benadering. Hij betreurt dat de twee kunstwerken in zo'n slechte omstandigheden moeten bewaard worden. Tot slot voegde hij er nog een eigenaardig zinnetje aan toe: &amp;quot;Wij hadden er 4000 fr voor beide geboden. Wellicht zou de Raad er nog wel een briefje van 1000 hebben bijgedaan, alleen &amp;quot;om de dingen te redden&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ondertussen had de pastoor ook niet stil gezeten. Op een eerste vraag in mei aan de bisschop om de schilderijen te koop aan te bieden, had de eminentie geantwoord dat dat niet mocht maar dat de kerkfabriek ze moest laten herstellen. In juli ondernam de pastoor een nieuwe poging om de goedkeuring te bekomen. De provinciale commissie gaf toch positief advies; volgens de heer Smeken van deze Commissie hadden de twee schilderijen meer een werelds dan een godsdienstig aanzien. Verder was er ook de mening van de kerkfabriek dat zij ontoereikende middelen hadden voor de noodzakelijke restauratie van het kerkgebouw; de verkoop van de schilderij zou een belangrijke verrijking zijn van hun budget. Daarom nam de pastoor &amp;quot;met groote verlegenheid de stoutheid&amp;quot; om nog eens te vragen of de verkoop toch niet kon doorgaan. De aartsbisschop antwoordde op 27 juli 1907. Kanunnik Laenen was de schilderijen gaan bekijken; Laenen was lid van de Commissie voor Monumenten. &amp;quot;Zijn verslag was voordeelig aan het verkoopen, daarom stemde de geestelijke overheid toe&amp;quot;. Er werd aan toegevoegd dat er eerst een akkoord moest gemaakt worden over de verkoopprijs; daarna diende ook het Gouvernement nog zijn goedkeuring te geven.. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 15 augustus 1907 ontving de pastoor van Balen vanuit Wenen een brief, geschreven door kanunnik Laenen. Deze laatste wenste zich niet uit te spreken over de marktwaarde van de twee schilderijen, zeker als er één bij was dat aan een bepaalde kunstschilder werd toegeschreven. Pol de Mont was vooral in dit schilderij geïnteresseerd. Laenen vond het 'onder geen enkel kunstoogpunt een groot meesterwerk. Enkel de personen op het voorplan, die boeren en boerinnen met hune paard of ezel, zijn oprecht wel en naar het leven geschilderd' &amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;ParochieArchiefBalen nr. 818&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Met de aankoop wilde Pol de Mont de collectie van het museum vervolledigen. &amp;quot;Voor hem heeft eene schilderij ook waarde wanneer zij in de algemeene kunst-ontwikkeling, 't zij in die van eenen schilder dan toch, een tijdperk daarstelt. 't Is het geval met uwen Peter Aertsen. Ik denk, dat Pol de Mont niet op eenen hoogeren prijs zoude vitten, maar daar hij niet alleen meester is, dat de Commissie (van aankoop) hem, niet volgen zal&amp;quot;. De voorgestelde prijs van 3.000 fr. is volgen Laenen niet bepaald onredelijk. Verder vroeg hij te overwegen dat noch het bisdom, noch de Commissie (van Monumenten) akkoord zou gaan met een verkoop van de schilderijen aan een privé-makelaar. De kanunnik gaf de raad om met de prijs akkoord te gaan, met de goedkeuring van de geestelijke overheid. Hij had al opgemerkt dat de algemene toestand van de schilderijen niet te best was; de restauratie zou ook nog geld kosten. Verder had hij geen groot gedacht van het schilderij van het Avondmaal dat 'niets merkwaardigs' voorstelde. Vanuit het oogpunt van de folklore kon worden opgemerkt dat de houten borden op de tafel een merkwaardige, vierkante vorm hadden, heel eigenaardig.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;big&amp;gt;Gemeentebestuur keurt de verkoop goed&amp;lt;/big&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoals wij reeds in een vorig jaarboek vermeld hebben, keurde het gemeentebestuur de verkoop goed, dit gebeurde op 17 november 1907. Blijkbaar heeft de kerkfabriek nog verder onderhandelt met Pol de Mont en een hogere prijs bedongen. De twee schilderijen gingen voor 5.000 frank naar het museum&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;De aankoop staat vermeld in de catalogus van het Museum: De Aertsen werd aangekocht in 1907, het Avondmaal in 1908. Hier gaat het vermoedelijk om een budgetaire truc om de betaling over twee begrotingsjaren te spreiden. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;.In 2012 hadden wij een bedrag gelezen van 75.000 frank, hetgeen een fenomenaal bedrag zou geweest zijn in de huidige contekst. De foute lezing kwam voort uit de schrijfwijze in het verslag. Er stond geschreven &amp;quot;f5000&amp;quot; met een gestyleerde &amp;quot;f&amp;quot; vooraan tegen het bedrag geplakt. Vandaar de verkeerde lezing.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Al bij al heeft de kerkfabriek haar rol goed gespeeld in de onderhandelingen. Het verdwijnen van de twee kunstwerken kunnen wij betreuren. Het retabelluik behoort tot het oudste erfgoed van de kerk en daar is in Balen slechts weinig van bewaard gebleven; het heeft veel bijzondere kwaliteiten die in onze tijd meer gewaardeerd worden dan in de tijd van Laenen. Wij zijn helemaal niet akkoord met de schamele waardering die Laenen aan het schilderij gaf. Het schilderij van Pieter Aertsen werd terecht hoog gewaardeerd door Pol de Mont; de zogezegde verwarde opstelling is helemaal in de stijl van de kunstschilder. Ik denk niet dat er op dit moment, gelukkig, een dergelijke, officiële verkoop van kerkelijk bezit nog mogelijk zou zijn, welke goede bedoelingen er ook achter schuil gaan. Vroeger dacht men daar anders over; ge weet toch dat het stadsbestuur van Gent ooit het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck verkocht hebben. Hoe zeggen ze dat weer: het verstand komt met de jaren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDINGEN &lt;br /&gt;
Antwerpen Kon. Museum voor Schone Kunsten. Schilderij, Het laatste Avondmaal, Vlaamse School, ca 1470-1490, paneel, 121 x 46 cm (KIK Brussel)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Antwerpen, Kon. Museum voor Schone Kunsten, schilderij, Pieter Aertsen (1507-1578), paneel, 108 x 168 cm (KIK Brussel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Stationsplein_wordt_Adeleine_Hus-plein</id>
		<title>Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Stationsplein_wordt_Adeleine_Hus-plein"/>
				<updated>2025-07-06T18:18:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Jaak Jansen]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De familie Jansen-Hus vroeg aan het gemeentebestuur van Balen om het stationsplein voortaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Husplein te noemen. Tot hiertoe was het stationsplein een onderdeel van de Stationsstraat.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Stationsstraat was de plaats waar Adeleine Hus was geboren waar ze gewoond en gewerkt heeft.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De nieuwe naam zou de gelegenheid geven om haar verhaal te vertellen over haar verzet tegen het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitse regime tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940-1945. De bevrijding in 1945 was het eindpunt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een periode van bezetting door een onmenselijk regime. De bevrijding in 1945 heeft voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
familie Jansen-Hus wel een bijzondere betekenis. Had de oorlog nog wat langer geduurd dan hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wij misschien geen moeder meer gehad. De grootouders waren beide al omgekomen in de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
concentratiekampen en het kampregime was zo erbarmelijk dat ook ons moeder er zou aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tenonder gegaan zijn als ze langer in het concentratiekamp had moeten zitten. Haar terugkeer negen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maanden na haar aanhouding was dan ook een grote opluchting voor de familie, de geburen en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De bevrijding na de bezetting door de Duitse troepen was voor het dorp een gelukkige gebeurtenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarbij veel onaangename rampen een einde kenden: het militaire regime van de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nationaalsocialistische macht was angstaanjagend; de gedwongen inlijving van jongeren en ouderen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
om in het leger te dienen of om in Duitsland te gaan werken; het fusilleren van Belgen; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inbeslagnames van voedsel, paarden, vervoersmiddelen; het terreuroptreden en de razzia’s van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS (ShutzStafeln) tegen de vijanden van de Duitse overheid; de bonnekes van de ravitaillering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(controle en gebrek van het voedsel en allerlei andere zaken); de inbeslagneming en roof van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
klokken of andere materialen voor de Duitse oorlogsindustrie; de NAZI-theorieën over de übermensh&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de untermensh; de vervolging van sommige bevolkingsgroepen op basis van herkomst of ras; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevaarlijke bombardementen van de twee kampen; het gebrek of schaarste aan voedsel en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
benodigdheden; de onwettige aanwezigheid van militairen en aanverwante structuren die terreur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zaaiden. Dat was de bezetting waarvan het dorp bevrijd werd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Foto Adeleine als kind met moemoe Julia Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wie was Adeleine Hus?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Hus (°Balen 1912-+Geel 1987) was de dochter van Jan Hus (°Balen 1883-+Behndorf 1945) en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Julia Van Genechten (°Balen 1882-+Ravensbrück 1944). Jan Hus was houthandelaar en baatte in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Statiestraat, samen met zijn vrouw het café “In den Alcazar” uit; naast het café was er een winkeltje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“In de kleine winst”. Achter het café was er een zaaltje voor feesten, toneelspelen en repetities van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de fanfare; later werd er ook stommefilm gespeeld. Er waren twee kinderen. Zoon Louis Hus was de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oudste; hij was gehuwd met Maria Reyns en zou tijdelijk de “Alcazar” uitbaten; later woonde hij op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Markt waar hij het café “In de ton” open hield. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grootouders reeds meerdere verzetsdaden gesteld1. Adelein Hus verwijst er naar in haar verslag over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Kamiel Mertens, Balen tijdens de Eerste Wereldoorlog, Balen, 2008, p. 526-531.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Kort verslag en reden der aanhouding van vader en moeder , beiden in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland overleden. door Adeleine Hus 13/05/1950''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Mijn ouders hebben in den Oorlog 14/18 Amerikaanse vliegers, zijnde: Donalson, Anderson&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en Thelinghast, verborgen. Deze drie heeft vader , na ze maanden verzorgd te hebben, naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Holland gebracht. Deze oorlog 40/45 waren het ontvluchte Russen, die alhier in de mijnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tewerk gesteld waren door de Duitsers. Deze Russen leefden alhier in de bossen, waar ik hen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door hulp van moeder eten en kleren verschafte. Er waren alhier gekantonneerde SS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waaronder verschillende Russen, verplicht ingelijfden, doch zonder wapens. Een ervan met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
name Theo , hielpen mijne ouders ontvluchten door hem burgerkleren te geven. Deze Theo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd nooit door de SS weergevonden. We werden alle drie aangehouden door een valse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontvluchtingpoging van een andere ingelijfde Rus, zoogezegd een vriend van Theo, die ons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heeft verraden.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Mijn ouders werden alhier (in Balen) onderhoord door de Gestapo, daarna niet meer, noch in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Begijnenstraat , noch in Duitsland. Ik persoonlijk werd nog ondervraagd in een gebouw op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Elisabethlaan, deze ondervraging draaide gans over Theo; door mij werd altijd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgehouden deze niet gezien te hebben. Moeder en ik bleven samen te Ravensbruck, waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij overleed.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
FOTO Eerste Wereldoorlog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Hus trouwde met Maurice Jansen (°1909-+1984). Eerst woonden ze in Rijsberg toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maurice werkte als bediende in het Glasfabriek in Gompel; later soliciteerden beiden in Wezel om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerant te zijn in het casino; het casino was toen de regelmatige, tijdelijke verblijfplaats voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingenieurs of voor belangrijke gasten in dienst van de fabrieken in Wezel. Kort daarop verhuisden ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
terug naar het centrum (Stationsstraat) en werkte Maurice als bediende op het gemeentehuis. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kroost was inmiddels uitgebreid met drie zonen: Paul, Jan en Jacques. In 1940 was de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bezetting begonnen. Grootmoeder Julia Van Genechten hielp dochter Adeleine als lid van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geheime leger. Grootmoeder Julia was hierbij niet aan haar proefstuk want tijdens de Eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wereldoorlog had zij samen met Jan Hus ook verzetsdaden gesteld.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanaf 15 juni 1943 was moeder Adeleine lid van het geheim Leger. Zij bracht hulp, schoeisels, kleren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en voedsel aan ondergedoken krijgsgevangenen (vooral Witrussen) die in de streek van Hoolst en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Holven in kuilen onder de grond of in de bossen verbleven; meestal ging het om gevangen Russische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
soldaten die in de Limburgse mijnen moesten kolen opgraven. Zij zorgde voor deze voortvluchtige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangen en hielp ze verder vluchten naar Nederland. Sommige gevangenen zoals Wasily Berukof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven ter plaatse en zouden zich definitief in ons dorp vestigen. Verder zou moeder Adeleine ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sluikpers verspreid hebben tijdens de bezetting. Voor het Geheim Leger bekleedde zij de functie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verpleegster-onderofficier, aldus de officiële papieren (lidmaatschap nr 209564). Ze zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verscheidene eretekens en erkenningen ontvangen: attest van gewapende weerstander en politiek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangene, lid van het Geheime Leger (Leopoldsburg), recht op het Kruis van politiek gevangene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1940-1945, ridder in de Orde van Leopold II met de palm, Oorlogskruis 1940 met de palm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 3 juli 1944 werd de aanhouding verricht van grootvader Jan Hus, grootmoeder Julia Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Genechten en hun dochter Adeleine Hus; zij werden naar Antwerpen overgebracht voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ondervraging. Alleen moeder Adeleine werd herhaaldelijk ondervraagd maar zij bleef ontkennend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
antwoorden op de vraag of zij iets van vluchteling Theo afwist. Onderwijzer Leonneke Geerts zag de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanhouding in de Stationstraat gebeuren vanuit de klas in de Oude Gemeenteschool: de razzia in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Statiestraat met veel soldaten en SS-ers, zij omsingelde het huis en vielen binnen; er werd een kogel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de ruit geschoten; er werd gezocht naar bewijsmateriaal (wapens, kogels). De buurt keek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschrikt toe. Adeleine beschrijft het als ’t volgt:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Kort verslag en reden mijner aanhouding , door Adeleine Hus 21/08/1948''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Er lag hier te Balen Neet een compagnie SS, waarvan een tiental Russen deel uitmaakten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deze Russen kwamen regelmatig in de herberg van mijn ouders; één daarvan is hier het leger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontvlucht. Er bevonden zich hier in Balen reeds Russische krijgsgevangenen, welke tewerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld waren in de mijnen te Beringen, doch ontsnapt. Deze ontsnapten verscholen zich in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bossen en de weiden alhier in de omtrek; deze werden door mij en andere personen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevoed en gekleed. De ontvluchte Rus had deze ontsnapten vervoegd. De SS vertrokken uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het dorp; doch drie weken later kwam een Rus welke bij de SS ingelijfd was en dus met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen vertrokken was, bij mij vragen om hem bij de ontvluchte Rus te brengen. Hij gaf mij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn munitie en ik moest hem burgerkleren bezorgen; deze zou ik hem binnen drie dagen ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hand doen doch twee dagen later werd ons huis omsingeld door SS en Gestapo van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Elisabethlei te Antwerpen. Mijn ouders en ik werden samen mede genomen en naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen vervoerd. Mijn vader werd beschuldigd van wapensmokkel voor de Witte Brigade&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en werd geboeid, doch ik alleen maakte deel uit van de Witte Brigade. Mijn ouders en ik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden samen mede genomen en naar Antwerpen vervoerd en opgesloten in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Begijnenstraat dit was op 03/08/1944, daar zijn wij ongeveer een maand opgesloten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geweest; ik alleen ben ondervraagd geweest. Daarna hebben ze ons naar Duitsland gebracht;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mijn moeder en ik naar Ravensbruck; daar is mijn moeder overleden; ik ben langs Zweden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
terug gekeerd. Mijn vader is te Helmstad overleden.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Foto en tekening Ravensbruck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ravensbrück:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitroeiingskamp van Ravensbruck ligt in Noord-Duitsland, op 90 kilometer van Berlijn. Het is één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de beruchtste uitroeiingskampen van de nationaalsocialistische regering van Duitsland. Tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1939 (stichting) en 1945 (einde) werden er ongeveer 132.000 mensen opgesloten: vooral vrouwen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar ook mannen en kinderen, gedeporteerd vanuit heel bezet Europa, vooral Joden, Polen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangenen droegen allen een ster of teken (driehoekig of zeshoekig) : gele ster= Joden; zwart=&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
asocialen, dienstweigeraars, zwakzinnigen, prostituees; bruin= zigeuners; rood= politiek gevangenen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
groen= criminelen; violet= getuigen van Jehova; roze = homosekselen. De kampbewoners moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zwaar werk doen, vaak in functie van de oorlogsindustrie. De bewoners sliepen in overvolle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
barakken, waren schamel gekleed, totaal ondervoed en overgeleverd aan kou, ziekten en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongedierte. De kampdokter voerde medische experimenten uit. In de laatste faze werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaskamers geinstalleerd om zowel dode als “overtollige” gevangen te laten verdwijnen. Adeleine&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moest aanvankelijk in de bossen werken en voor wegenaanleg zorgen. Ze werd ziek en kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helemaal verzwakt in het ziekenhuis terecht. Daar genas ze stilaan en werd opgevangen door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doctores die haar beter werk verschafte in de kliniek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een getuige uit het kamp zegt hierover het volgende:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Getuigenis van Mathilde Brauns:''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ondergeteekend, Brouns Mathilde verklaar dat Hus Julia Adeleine met my medegevangene''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''was te Ravensbrück (Duitsland). Zy werkte met my in de bosschen waar ze zware verkoudheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opliep daar we onvoldoende gekleed waren en in koude, sneeuw en regen moesten werken. By de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagelycksche morgend appèl uren is zy herhaalde malen flauw gevallen, ten gevolge van de koude en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de ontbeeringen, en den ziekelycken toestand harer moeder, welke medegevangene was; zy is naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Rivier gebracht met gezwollen ledematen en zware koorts. Gedurende haar verblijf in het Rivier is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar moeder gestorven zonder zorgen by ons in de barak. Zy was uiterst zwak by het verlaten van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rivier en heeft dan ook nogmaals hartaandoeningen gehad in februari 1945.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tekening Kamp&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 25 april 1945 werd Ravensbrück bevrijd. Het Deense Rode kruis nam verscheidene gevangenen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bescherming; de gevangenen werden overgebracht naar Zweden waar ze werden onderzocht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waar ze konden herstellen van de ellende. Op 28 juni werd Adeleine met het vliegtuig terug naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België gebracht waar ze in Zaventem werd opgewacht door de familie en de geburen. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze vol blijdschap en vol emoties onthaald. Met tientallen gelukwensen en tientallen geschenken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wilden de Balenaars delen in het vreugdevolle weerzien. Nu was de oorlog zeker gedaan, al bleven er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nog veel littekens en waren alle wonden nog niet geheeld. Dokter Stuyck onderzocht ons moeder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nog herhaaldelijk en noteerde in zijn verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Onderzoek van dokter D. STUYCK: Balen den 18/05/1946''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Voornoemde is lydend aan periodieke hartstoornissen (tachycardie), bloedarmoede''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''en chronische bronchitis. Ze lydt daarby aan algemeen spier rhumatisme. Deze aandoeningen zyn een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolg der ontberingen, slechte behandelingen en gemoeds aandoeningen van haar gevangenschap.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de oorlog zouden Adeleine Hus en Maurice Jansen de Alcazar overnemen en samen met Anna&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Segers en echtgenoot een nieuw gebouw zetten. Anna Segers bouwde een woonhuis en erachter de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cinemazaal Alcazar. Adeleine werd de uitbaatster van café Alcazar en een winkel van kruideniers-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren, snoepgoed en ijskreem. Later bouwden Maurice en Adeleine een nieuw huis in de Benoit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Belmansstraat en namen zoon Jan en echtgenote Mit Mannaerts de winkel over om er een bakkerij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en patisserie te vestigen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Besluit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De toekenning van een nieuwe benaming aan het statieplein is een gelegenheid om de gruwelen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de oorlog en de bezetting in herinnering te brengen. In deze herinnering ligt zeker de afkeuring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besloten van de ellende van de Tweede Wereldoorlog en de afkeuring van de onmenselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basisgedachten waarvan het nationaalsocialisme vertrok. Oorlog is afschuwelijk; bezetting en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdrukking is niet goed te praten; alleen verzet is hier een antwoord op, ook verzet zonder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wapengekletter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woordverklaring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Gestapo:''' Geheimes Statspolizei; taak: vervolging en onschadelijkmaking van de vijanden van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NAZI-regime&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''SS''': SchutzStaffeln: beschermingstroepen, elitetroepen ter bescherming van de partij en in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder de persoon van Hitler; wie aangeworven werd was overtuigd van de ideologie van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
superieure Arische ras. De SS had aandeel in de organisatie van de concentratiekampen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Ravitaillering:''' Om de bevoorrading van de goederen (vooral levensmiddelen) onder controle te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houden , organiseerde het Duitse Regime de ravitaillering; ze werd uitgevoerd door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeentebesturen. Aan de hand van zegeltjes per persoon werd de hoeveelheid van goederen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(eetwaren) gecontroleerd en beperkt. Vooral in de steden leidde dit tot gebrek en schaarste.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Übermensch''': is een Duits woord dat ideaalmens betekent, een mens met eigenschappen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwaliteiten die bij gewone mensen niet voorkomen. Hitler en het Nazi-regime gaven er een andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis aan door het te koppelen aan ras en zuiverheid van ras. In de lijst van de rassen stond het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitse Arische ras bovenaan de top. De tegenhanger was de '''Untermensch'''; de betekenis werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingevuld door de Nazi’s. De Untermenschen droegen vaak een ster; de witte Davidsster van de Joden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is hierbij het meest gekend. Toch werden er nog aan andere bevolkingsgroepen sterren en kleuren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegekend zoals wij hoger gezien hebben in de concentratiekampen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AFBEELDINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Grootmoeder Julia Van Genechten en dochter Adeleine Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Grootvader (rechts) Jan Hus en Gustaaf Hus met drie Amerikaanse piloten J.O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Donaldson, R.A. Anderson en T.E. Tilunghast, tijdens Wereldoorlog I op 15 oktober 1918.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Hulde Adeleine Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Foto Ravensbruck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Tekening leven in de barakken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)</id>
		<title>1684 (deel 3)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)"/>
				<updated>2025-07-06T18:18:21Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (3) door [[Jaak Jansen]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de uitspraak van de Raad van Brabant in 1701 was er niet veel verbeterd in de verhouding tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de inwoners van Balen en de abdij van Averbode. Er was wel een dak gekomen op de kerk maar dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen maakte het bedehuis niet opnieuw geschikt voor gebruik. Een nieuw zijaltaar van de HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus werd besteld maar eerst in 1729 zou het definitief afgewerkt zijn. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok werd wel gehangen in 1708 maar er was nog geen hoofdaltaar. En er was die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voortdurende onvrede over de tiendeheffingen in Balen. De Balenaars waren misnoegd en gunden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het klooster de opbrengsten niet, ook al waren zij rechtmatige beheerders van de gronden Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
echter nog andere pijnpunten. Zo had de gemeente eenmaal 8000 gulden en een andermaal 7000&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden geleend bij de abdij; in ruil voor de verschuldigde intresten op deze kapitalen moest de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geen belastingen betalen (beden, twintigste penningen en andere lasten). Het dossier van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wederzijdse verplichtingen en verstandhoudingen zou hierdoor worden verzwaard. De wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzoeken en eisen bleven niet achterwege. Zo kreeg pastoor Swaens op 10 oktober 1710 een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deurwaarder op bezoek omdat hij zijn belastingsplicht niet zou hebben voldaan in verband met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwakkeltiende1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Overeenkomst van 24 september 1715&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1712 stuurde pastoor Swaens een brief naar de abt van Averbode om te vragen wat hij moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doen. De inwoners van Balen hadden aangedrongen om in opdracht van de pastoor het koor van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk te restaureren en weer bruikbaar te maken voor de eredienst. De kerkmeesters beweerden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij zelf zich hiermee niet moesten bemoeien; de restauratie van het koor was een opdracht voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor en voor de abdij. De abdij maande de pastoor aan tot voorzichtigheid en wilde eerst een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak van het gerecht afwachten. De pastoor liet toch de eerste herstellingen uitvoeren in 1714.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij betaalde glazenmaker Norbertus Basiaers (Bayar?) uit voor het witten van het koor en het herstel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het glas2.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1715 werd er echter een serieus akkoord gesloten tussen Eerwaarde Heer Kamerling Quaetpers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolmachtigde van de abdij, en anderzijds de schepenen en burgemeesters van Balen. Vooreerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd afgesproken dat binnen de twee jaren de welfsels van de middenbeuk en de kruisbeuk zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermaakt worden op kosten van de abdij. De gemeente zou zorgen voor het vervoer van alle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
materialen alsook voor het hout voor stellingen en de formelen3; de kosten voor de ijzeren balken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zouden worden gedeeld. Dit alles gebeurde in overeenkomst met de uitspraak van de Raad van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brabant in 1701. Verder werd een nieuwe overeenkomst gemaakt over de interesten van de vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontleende kapitalen. De kwijtscheldingen van belastingen werden afgeschaft en vervangen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeente te betalen interesten op het overblijvend kapitaal.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De overeenkomst zou correct worden uitgevoerd. De werfsels in de kerk werden uitgevoerd en in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
westertoren werd de afsluitdatum 1717 in het gewelf aangebracht. Vanaf 1719 werden er weer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
offergeld genoteerd in een offerboek. Blijkbaar werden de religieuse diensten in de kerk hervat en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hernam het kerkelijk leven in het dorp, na vijfendertig jaar gekibbel. Het was echter niet het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eindstation voor de wrijvingen tussen Balen en Averbode over de inning van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Erfgoed Balen AAA 10038. 0204&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 AA?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Formeel: houten ondersteuning bij de bouw van gewelven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ongeregeldheden der pachters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Misschien gebeurden er reeds voor de brand van 1684 allerlei ongeregeldheden dat is mogelijk; in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij-archieven vonden wij daar geen sporen van. Vanaf 1684 zien wij overal deugnieterijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opduiken tot nadeel van de tiendeheffer, de abdij. In 1684 en 1685 weigerden de Balenaars de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gehele tienden-opbrengst af te dragen aan de abdii! Waar is die opbrengst dan gebleven; een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedeelte werd zeker gebruikt voor het eerste, voorlopig herstel van de kerk; hoe het geld verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd is niet geweten. Hoeveel er als eigen gewin op zak werd gestoken werd ook niet genoteerd; en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dan werd het weer moeilijk om dat officieel te recupereren. Jaar na jaar werden er ongeregeldheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld. Het vertrouwen tussen de abdij en de pachters was beneden alles. In de loop van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achttiende eeuw zouden er regelmatig ongeregeldheden voorkomen en de Balenaars-huurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren bijzondere tegenwringers. De pachters haalden het onderste uit de kan en zetten voortdurend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij voor schut.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Hinnolet, Hendrik Cuypers, Joachim Vos en Peter Wuyts, helpers van de abdij, hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld dat er op het veld van Wilbert Grobben koren was opgezet na zonsondergang. Smorgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden er 19 hopen geteld van elk 15-16 schoven, maar er waren geen tiende-schoven bij. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven werden met een bijzonder teken gemarkeerd: een bijzondere wrong. De tiende-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schoven of geleggen van de abdij waren vergeten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Monsus en Adrianus Huybrechts, van Meerhout, stelden in opdracht van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
provisor van de abdij vast dat bij Peeter Goossens op een perceel van de Biesakker de 19 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tiende veel kleiner waren dan de andere hopen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij weduwe Cornelis Mertens werd een vergelijking gemaakt tussen de tiendeopbrengst (het aantal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleggen met een tiende-wrong) en de totale opbrengst van de pachter. De tiendeopbrengst had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dubbel zo groot moeten geweest zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Dingene werden slechts 20 hopen haver met een wrong aangetroffen terwijl het er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30 moesten zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Peter Goossens op de Biesakker telde men 389 schoven of geleggen en slechts 17 voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiende. Niet één op tien maar één op drieëntwintig.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Deins thuis werden 215 ontvreemde geleggen met een thiendewrong gevonden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Uit de thiende-geleggen werden de beste korenaren weg geplukt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Willekens op het Molenveld vond men 226 geleggen en slechts 15 thiende-geleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die maar half zo dik waren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Guilliam Van Hemel waren de thiende-geleggen omver gegooid en half opgegeten door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schapen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Wilboort Grobben had na zonsondergang nog hopen opgezet terwijl dit verboden was ter wille van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de controle.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Paulus Cruysberghs waren er geleggen haver gestolen. Hij wist nergens van. Het was “buyten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
synen wil”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Baenens en Peter Wuyts en rentmeester Franciscus hadden ‘smorgens nog de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven zien staen op het veld en ‘snamiddags waren ze verdwenen met de andere geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;-Bij Peeter Neels werd er veel vuiligheid aangetroffen op de tiende-geleggen. Voor zonsopgang was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alles opgezet in 9 hopen van 24-25 hopen of geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Getuigen verklaren aan provisor Ververs dat zij op 27 augustus savonds het koren hebben zien ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aarde liggen bij Jan Baptist Cornelis en smorgens voor zonsopgang was alles opgezet in 9 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24-25 schoven of geleggen; de tiendegeleggen waren in verre na niet zo groot als de andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Jan Baptist Willekens op ’t Molenveld waren de tiende-geleggen maar half zo dik als de ander.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat was ook het geval bij weduwe Cornelis Mertens, bij Jan Claes, bij Peter Vekemans ……….&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Margo Emmers van Schoor werd er in de geleggen van de abdij veel “quaet groen” aangetroffen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat aan de zijkant van het veld als onkruid opgroeide.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Soms werd er gevochten; er was “handgemeen” tussen de controleurs en de pachters.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij en de provisor hadden het moeilijk en zochten antwoorden op deze spitsvondigheden van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedrog en ontduiking. Via afspraken en ordonnanties trachten zij de tiende-inning weer onder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle te krijgen. Het verbod om na zonsondergang nog te werken is er een voorbeeld van. Ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing om voortaan de elfde hoop te nemen als tiende-bijdrage zal wel in die lijn liggen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
foeteraars te slim af te zijn. De abdij wantrouwde de plaatselijke pachters en bracht eigen werkvolk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mee om te controleren. Soms deed de abdij beroep op officiëlen van Meerhout (schout en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schepenen) om de controle degelijk te maken. Een tijdje heeft de abdij beroep gedaan op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeentebestuur van Balen om de afwikkeling van de tiendenophalingen uit te voeren maar dat was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toch ook niet het beste voorstel. Een andermaal werd er, zoals we vroeger reeds zagen, Balenaars&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangeworven als beëdigde controleurs verantwoordelijk voor een gedeelte van de tiendeverdeling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(gesworen thiendestekers). Het wees er allemaal op dat het systeem van de tiendeheffing stilaan was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgehold en niet meer werd geaccepteerd door de pachters. Eenzelfde sfeer was er vaak te merken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in andere dorpen waar de abdij tiendeheffer was. Het Ancien Regime liep stilaan ten einde. Het zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn beslag krijgen met de Franse Revolutie toen de heffingen werden afgeschaft door de Franse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds was de restauratie na de kerkbrand stilaan tot een einde gebracht. We wezen er reeds op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat vanaf 1719 de kerkelijke diensten hernomen werden. In 1719-1720 werden de twee zijaltaren in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kruisbeuk gemarmerd en afgewerkt. In 1725 werd door de abdij een hoofdaltaar geplaatst in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koor; hierop werd het wapenschild van abt Van der Steghen aangebracht4.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij zocht ook naar oplossingen of andere formules om dit economisch systeen draaiende te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houden. Zo trof de abdij nieuwe maatregelen in de verloning van de pastoor waardoor men de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeilijke verhoudingen trachtte te normaliseren. Een vergelijking hierbij maken is wel eens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
interessant. In 1720 noteerde pastoor Swaens zijn royale inkomsten van tienden en diensten als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor van Balen; interessant is ook dat hij hierbij de lijst voegt van de uitgaven die hij had gehad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zegt iets over de toenmalige levensstijl als pastoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1720&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COMPUTUS (rekening) PASTORIS IN BALEN Ao 1720 JULY 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed Balen 511-9998-136-10038- p 0367 en 0368&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Bewoon ende cultivere ick / huys, hof, graghten en struycken / ende lant twee mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Dit altaar werd rond 1893 vervangen door een stenen, neogotisch altaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2. Oude pastorie goet tot sceps / het lant verhuyrt aen jan / Gooskens voor vijf mud coren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee mud gerst. / Het eusel over de beke / aen Merten Kemps voor / twee pistolen. / Den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middelst bempt brengt aen / Giel Vreys ende Jan Dries / voor twelf gulden. / Den achtersten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bempt aen Jan Heylen en Geraert de Bie voor twintig gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Den halven Levrouwe bempt / aen Peter van Gennep voor / twelf gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Het block op Holsterbergh aen / Paulus Vandersande voor / dry mud coren een halve / mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boeckweye.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Uyt de grote thiende ses en / vertigh mud coren ses mud haver / twee mud gerst een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mud / boeckweye ende twelf pata / cons in gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. De heyesthiende aen de borge / meysters van ommelbergh en / schoer voor negen mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coren/&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Het bemdeken voor de pastorie / winnen wij selve /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Den viver in de Heyde aen den / secretaris van Ham voor de / helfte van de vissen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. Het vierden deel van den trock / heeft twee jaer droog gelegen / ende twee jaer de vissen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verloren/ door droogte en hoog water&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. Van de lammerthiende een pistool&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. Van ons Levrouwe misse de / hoeve aen peter Sas voor / twee pistolen. / Rhentgelt debent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dries Claes dry gulden Hn Ramakers drie syntse goris vyfthien stuyvers / Oppels thien royen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aen Marie Oyen / voor dry shellingen missa corens 27 - 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Missa SS triinitatis twee en veertigh / patacons sijn aen ons afgeleyt van / Ariaen Vermeert,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nogh niet uytgeset&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. Missae Stae Annae de Levrouwemeysters / thien gulden Willem Heyns eenen / patacon rest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
acht jaeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. Missa Stae Barbarae Catlyn Joos / ses gulden vijf stuyvers / De visbeek derthien gulden Hend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vervee. Het cleen bemdeken te Scheps / Hendrick Vreys voor een pistool.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. Van jaergetyden de kerckmeysters / twintigh en vier gulden sestien / stuyvers : De Heylege&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geest meysters elf gulden / seventhien tuyvers. De Levrouwe meysters twee gulden /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
derthien stuyvers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. Van begrafenissen op den kerckhof / sesthien stuyver in de kerck / dry gulden thien stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van berighten vyf oft tweeen en / een halve stuyver sondaghs gebet een scelle / van trouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee scellingen / met dispensatie vier scellingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uytgeve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Aght gulden aen de kerck voor Averbode / Van S Barbara beneficie de beden / seven aght oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
negen ieder bede / ad eenen gulden vijfthien stuyvers / acht myten / Van Oyen bempt ieder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bede vijf / stuyver ses myten / van oppels thien Royen 2 oort / corbeyen cijns een oort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Alle thien dagen een halve mud / coren om te backen 18 mud 2 halster&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Alle thien dagen een thon biers / facit 36 tonnen een halve waer / van twee gulden impost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ende/ consumptie Diester bier nogh / van vraght eenen halven patacon / facit ten minsten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
taghentigh / gulden quaet gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Aen wijn een heme? Ende een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Aen reparatie van ons huys wel vijftigh gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. Aen werckvolck wel seventigh / gulden en den cost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Aen vers vlees vis ende gesou / ten boter etc wel dry hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Aen lijnwat cleeren cousen scoenen huysraet etc / oock meer als hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Debita passiva&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1. Aen Peter Smits Bob Deschel / negen ellen laken ad twelf / schellingen de elle /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Aen Gerit Hendericks tot / Aeken een halve ton wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Activa&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De gemynte van t jaer 19 drieen / veertigh gulden achtien stuyvers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Hendrick Vreys broeck huer / negen gul. En eenige stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Peter Belmans twelf gulden / eenen halve moet corten syn baggeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Dries Claes ses gulden de andere / moeten rekenen in numero /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Hendrick Jansen vier gulden./ Ick hebbe geen gelt paratis / als het capitael nummer 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgelijt. / Onsen Heer proviseur debet / twelf patacons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Ick hebbe dit jaer gecoght twee / silvere lepels ende forvietten / soo datter samen acht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lepels ende / forvietten syn eenen tantcuter een paer gespen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Drie dousynen telleuren / vijf en twintigh scotels groot en / klein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Copere ende ijser servys genogh / ick hebbe cortelingh geset een / fornys om een ofte twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tonnen / te brouwenin in den somer / cost ons ontrent twelf patacons /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Servetten thien dousynen / ammelaken slaeplakens hant / doeken naer proportie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Acht bedden met sijn toebehoor / sleghten reght / ick geve aen ons meysen die ons / dient&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
per jaer achtentwintigh / gulden. Drie hemden twee grove / voorschoyen die sy selve spint /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ick hebbe aent huys doen maken / negen vensters en doen verven / ita pauper ego sum et in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
laboribus a juventute mea (zo arm ben ik en zo werk ik vanaf mijn jeugdjaren)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ita esse testor (ik getuig dat dit de waarheid alle is)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fr bernardus swaens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bovenstaand verslag van pastoor Swaens van Balen illustreertde duidelijk dat de verloning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn functie in de parochie van Sint-Andries heel bevredigd mocht genoemd worden qua inkomsten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het was dan ook een gegeerde functie bij de paters van Averbode. Het zou echter stilaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doordringen tot de bestuurders dat de limieten moesten worden ingeperkt. Toch zou het tot 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duren eer er vanuit de abdij een duidelijk antwoord kwam. Toen besliste abt Simon Braunman (1736-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1747) dat er ter wille van de vele betwistingen (“propter quaerellas”) voortaan pastorale inkomens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit de thienden zouden worden verwijderd en vervangen worden door een inkomen van 15 mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
goed koren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 1 : Het gewelf in de zuidelijke kruisbeuk van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk 1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 2 : Het gewelf in de middenbeuk van de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)</id>
		<title>1684 (deel 2)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)"/>
				<updated>2025-07-06T18:18:04Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (2) door [[Jaak Jansen]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In vorig jaarboek maakten we kennis met de meningsverschillen tussen de inwoners van Balen en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode. Het ging over de tienden in Balen en over de bijdragen in de restauratie-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onkosten van de kerk na de brand van 1684. Het ging er soms hard aan toe en pastoor Cornelis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zantkers (1683-1694) had zich al eens in zijne koffie verslikt van ‘t verschieten1. Toch werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onmiddellijk in de volgende jaren dringende beschermingswerken uitgevoerd; balken voor een nieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebinte werden besteld, tienduizenden leien werden aangevoerd, het dak werd hersteld zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk en zijn inboedel niet open lag voor weer en wind. In de abdij van Averbode is een grondplan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Andrieskerk uit die tijd bewaard, waarop de sterk getroffen zones zijn aangeduid namelijk de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zuidelijke kruisbeuk “S. Cosmas en Damianus niet gewelf”, en de middenbeuk “zonder welfsel door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den brand ingevallen”. Het plan dateert dus van na 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over de centenkwestie zaten de problemen muurvast. Het Balens bestuur, die van Balen, wilden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij verplicht zou bijdragen in de onkosten, vermits het klooster zoveel inkomsten in Balen wist&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg te halen met de opbrengsten van de tienden. De abdij was overtuigd dat zij helemaal geen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verplichtingen had op dat vlak; de Balense gemeenschap had de kerk gebouwd en gefinancierd, niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij. Het dorp was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van de kerk. Als de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier een bijdrage had geleverd was dat puur uit vrijgevigheid en vriendschap. Alleen voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
godsdienstige bediening hadden zij aanvaard de pastoor te leveren. De pastoor kreeg een gedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de tienden en de abdij zorgde ter plaatse voor de huisvesting van de pastoor en zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers. Er werd veel gepallaverd, geroddeld en gefoeterd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conditien van verpachten in 1689 en later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aanvankelijk waren de tienden een vorm van inkomsten om de geestelijken, inwoners van kloosters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
of abdij, een voortbestaan te verzekeren. Zo was het begonnen in de hoge middeleeuwen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid, de bestuurders en andere eigenaars schonken hiervoor gronden en andere vormen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inkomen aan kloosters en geestelijken. Aanvankelijk bewerkten de kloosterlingen de gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gronden zelf maar later werden ze verhuurd en gingen ze opbrengsten leveren in oogstproducten of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geld. Dit is een simpele uitleg voor het ontstaan van de tienden. Mettertijd zou het bezit van de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangroeien en tot een apart economisch systeem uitgroeien en de slinger zou stilaan doorslaan naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overschot en rijkdom. Dat was alleszins het gevoel dat de Balenaars hadden in het tiendengebeuren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer zij het over de bijdragen tot herstel hadden voor hun beschadigde kerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de praktijk was het systeem van de tienden wel wat ingewikkelder. Zo waren er grote tienden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleine tienden. De grote tienden golden voor graangewassen: tarwe, rogge, spelt, boekweit, haver;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kleine tienden voor andere gewassen zoals bonen, wortelen, klaver of andere voortbrengselen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook voor het houden van vee op abdijgrond gold eenzelfde regel. Soms werd de jaarlijkse verhuur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van kavels uitgedrukt in geld; meestal werd de verhuur uitgedrukt in opbrengst: één tiende van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst ging naar de verhuurder, naar het klooster, naar de abdij. In de praktijk werd de regel voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de graantienden toegepast door de opbrengst van elke tiende (soms elfde) hoop geleggen op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Het was pastoor Zantkers (aldus Floris PRIMS) die de dreigbrief aan het hek van de pastorie vond en niet zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvolger Kimps, aldus Floris PRIMS. GEBOERS vermeld pastoor Lauwers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veld aan de abdij te geven. Dat was de algemene regel. Die hoop geleggen kreeg op het veld een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder teken (een wrong) zodat hij herkenbaar was; hij werd apart opgehaald en verwerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het systeem ingewikkelder worden: reglementen werden verfijnd om misbruiken te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorkomen; soms werd er commerce gedaan om meer inkomsten te verzamelen. In 1689, vijf jaar na&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de brand, sloot provisor Aertsnijs van Averbode een akkoord af met verscheidene Balenaren-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachters over de verhuur van de tiendekavels en het verzamelen-collecteren van de tienden in Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast de opbrengst die rechtstreeks naar Averbode ging, werden er echter nog andere voorwaarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld : 1. Aan de pastoor kwamen drie mudden2 koren toe, vier karren turf , een pattacon en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoeveelheid stro; 2. Aan de provisor drie patacons3 en dertig stuivers dienaarsgeld; 3. Achttien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bibliotheekgeld. De huurder zou verder een borg moeten betalen binnen de vierentwintig uur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
na de toewijzing van de kavels. Verdere voorwaarden in het akkoord handelden over de waarborgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de verhuurder, de kwaliteit van het graan, de afslagregeling (minder leveren) bij calamiteiten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zoals onweer, hagelslag of misoogst. Op het einde van het akkoord werden de verschillende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers vermeld en hun respectievelijke zones waarvoor ze verantwoordelijk waren en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk als collecteurs optraden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackelthiende: aan Joannes Verstryden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 1 aan Laureys Verachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 2 aan Paulus Kerstens en Cornelis Kenens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 3 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 1 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 2 aan Peter Geuens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 3 aan Lenaert Delien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 1 aan Jan Zels en Jan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 2 aan Jaén Swinnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 3 aan Willem Zels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 1 aan Peter Joos&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 2 (De boterwagen) aan Joris Verhaegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 3 aan Adrianus Van Mierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo werd er in het jaar 1689 en nadien verpacht en onderhandeld. De abdij werkte met plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
collectioneurs die 13 groepen kavels tot hun bevoegdheid rekenden. Sinds het onderzoek van Staf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Peeters4 kunnen wij de verschillende afzonderlijke kavels (37 in getal) situeren op de kaart van Balen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 37 kavels zijn ondergebracht in deze verschillende groepen. Later op het jaar werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten , de tienden door de collectioneurs verzameld bij de pachters; het graan werd gedorst,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Mud= ca 100 liter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Patacon = ca 50 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Zie Jaarboek 18 (2019).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzameld en later afgevoerd naar Averbode. Dat liep niet altijd van een leien dakje. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegromd en geroddeld over de voorwaarden en de opbrengsten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijks opbrengst van de tienden was aanzienlijk in de gemeente Balen. In het abdijarchief van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de periode 1777-1787 werden de tienden en de inkomsten als ’t volgt genoteerd in halster (= ca 53&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liter of ca 60 kgr5) samen met de financiële tegenwaarde in gulden van die tijd6:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“jaerelijckseche publique verpachtinge”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koren 3622 halsters of 4392 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Boekweit 380 halster of 418 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haver 48 halster of 45 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gerst 16 halster of 23 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackel-tiendeke 15 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tiendeke onder Hulsen 10 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijkse opbrengst voor de abdij was dus aanzienlijk. Anderzijds was de abdij ook verplicht van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpslasten te betalen: zoals beden of de twintigste penningen. In de abdijarchieven stond er voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de belastingen van 1756 een bedrag genoteerd: 910 gulden 8 stuijvers, 2 mijten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verzet van de miscontenten in december 1698&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de maand december van het jaar 1698 gebeurden er verscheidene accidenten die de verbitterde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sfeer tussen de verschillende partijen weergaf. Op 7 december had de pastoor van Balen nog een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brief gestuurd naar de abdij van Averbode om te zeggen dat die van Balen niet bereid waren om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden naar Averbode te vervoeren omdat er in Meerhout een kar was overvallen geworden die op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg was naar Diest. Volgens den drossart van Meerhout was dat echter vals nieuws en was dat een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“abues”. In elk geval had de pastoor reeds duidelijk gemaakt dat er onrust was in Balen, de abdij was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewaarschuwd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De provisor Bartholijns van Averbode zou zijn voorzorgen nemen en op 16 december 1698 kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Brussel Arnout Simonart in de vroegte aan in de abdij; Simonart was “bode van sijne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conincklijcke Majesteit”. De abdij had deze hoge ambtenaar uitgenodigd om mee naar Balen te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trekken, om op die manier de eisen van het octrooi van de tienden meer officiële kracht bij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brengen. Tesamen reden de provisor en de bode naar Balen ten huize van de pastoor waar ze gingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overnachten. De volgende morgen werd de mis gevolgd in de Sint-Andrieskerk en na een stevig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontbijt in de pastorie waren ze klaar om te vertrekken naar Averbode met drie karren geladen met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zes mudden7 koren. De dorpsoverheid was verwittigd over het gewettigde vervoer en ook de hogere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid had hiervoor toelating verleend. Zij waren met zijn zessen: de provisor, de bode des&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
konings, een pachter van de abdij van Averbode en drie voerlui. Klaar voor vertrek. Van in het begin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liep het fout. Bij het vertrek begon onmiddellijk van alle kanten hoorngeschal te weerklinken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens de provisor in zijn verslag was dit lawaaierig getoeter herkomstig van &amp;amp;quot;het popelasse oft Jan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Aldus Marena Grobben in een vorig jaarboek 2221, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Een jaarwedde van een metser bedroeg 70-80 gulden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Mud= 100 liter (Verschueren).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hagel”. Dat bleef zo duren tot in Rosselaar waar een groep van een twintig mannen en vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
joelend de weg versperden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ontrent de twintigh, maer meestendeeld gewapende mannen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hebben de eerste karre met graen gelaeden geattakeert waerop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Heer Provisor bij loopende, heeft aen dezen hoop gevraeght&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wat sij waren begherende…”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er werd geschreeuwd en geroepen. De provisor was woedend en moest verantwoording afleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het bezit en meenemen van al dat tiendengraan. Hij stond hen mondeling te woord maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weigerde een oorspronkelijk octrooidocument ter inzage te geven omdat hij angst had dat hij het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet meer zou terugzien. Er werd gedreigd, geroepen en gescholden. De provisor werd van de kar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getrokken en zijn kleren werden gescheurd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“Twee sterke vrouwen met den armen pershende, drygende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te slaen, int haer te vligen, crabben in het aensichte… “&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de voerlui werden dooreen geschud en de huid volgescholden ”hare noemende papekusken”. Er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd geen betere oplossing voorzien dan terug te keren naar het dorp en de pastorie vanwaar ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekomen waren. Er waren duidelijk meningsverschillen over het tiendenbeheer en de wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechten. De Balenaars verdroegen het niet dat de abdij zich op die manier verrijkte. De menings-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillen zouden zich kristaliseren in het restauratiedossier van de kerk. De meningen over rechten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en plichten waren erg verdeeld. Hiervoor gingen beide partijen beroep doen op een gerechtelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak door de Raad van Brabant. De Raad van Brabant of souvereine Justitieraad van Brabant was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hoogste gerechtelijke orgaan in de Oostenrijkse Nederlanden; de Raad zetelde te Brussel. Zowel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gemeente als de abdij zouden requesten indienen en een uitspraak willen van dit gerechtelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
orgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701 Uitspraak door de Raad van Brabant&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 30 juni 1701 werd er een vonnis8 geveld over de restauratie van de Sint-Andrieskerk. Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee partijen: de prelaat en de conventualen enerzijds (supplianten), de Regeerders en gemeyne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingesetenen van Balen anderzjds (rescribenten). De Souvereine Raad schetste eerst het probleem en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de voorgeschiedenis. Door de schuld van de inwoners van Balen was er brand ontstaan in het dorp;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de huizen van de Markt branden af en ook de kerk liep zeer zware schade op. De dorpelingen hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderling beraamd (“in een monopoliale beslissing”) om de abdij te betrekken bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken van de kerk in zoverre dat zij een resolutie hadden aangenomen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten van de tienden hiervoor te gebruiken, totdat het herstel was afgewerkt. Zo werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedurende drie jaren effectief gewerkt. Daarna zouden de tienden gestolen geweest zijn. Toen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslist om het geschil voor het gerecht te brengen. De abdij wilde zich neerleggen bij de uitspraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van hogerhand. Indien de abdij gelijk kreeg was ze zelfs bereid om daarna nog een “liberale aelmoes”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te geven voor het herstel van de kerk. Ondertussen waren de eerste herstellingen gebeurd en werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Erfgoedarchief 511-9998-138-00005-0073&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 50/50-regel toegepast. De Balenaars eisten bijdragen in de herstelkosten van koor en kerk alsook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een tiendeklok op kosten van Averbode, en tenslotte vrijwaring van proceskosten. Reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren er in die geest verzoeken en klachten bij de Raad van Brabant binnengekomen zowel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren als van de abdij: 8 juni 1687, 2 september 1694, 9 juli 1700, 7 october 1700, 21 maart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701, 28 maart 1701…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu volgde de uitspraak van de Raad van Brabant:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De restauratie van de kerk moest uitgevoerd worden met de volgende drie middelen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de overschotten van de jaarlijkse inkomsten van de kerkfabriek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-het inkomen van twee jaren tienden van de abdij; verdeling volgens het plakaat van 28 maart 1611&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de collecten die in de kerk werden verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.de abdij moest een tiendeklok leveren aan de Sint-Andrieskerk; overgebleven klokkenspijs kon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden herbruikt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De uitspraak was volledig in het voordeel van de gemeente Balen en lag in de lijn van de voorstellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die door de vicaris generaal Brasserii waren gedaan. De abdij zou zich zo maar niet neerleggen bij dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonnis. Aanvankelijk was er veel verzet tegen de verplichting om een nieuwe tiendeklok te moeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gieten. De abdijgeschiedenis brengt er verslag over uit9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1702 besprak het klooster de vraag of de abdij verplicht was een tiendeklok te laten gieten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parochiekerk te Balen. Het antwoord bleef negatief. In 1708 werd genoteerd dat de grootte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok afhankelijk moest gesteld worden van de inkomsten van de tienden die ter plaatse werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd en vermits daar veel onduidelijkheid over was…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tiendeklok moest zo groot zijn dat ze kon gehoord worden in alle percelen waarop tienden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden geïnd. De klok werd in 1708 gegoten door de Lierse gieters Alexius Jullien en Franciscus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Knaepen. De klokkespijs van de vorige klok werd herbruikt10. De abdij betaalde ook de installatie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Langzaamaan kwamen sommige herstelwerken op gang. In 1699-1700 werd het altaar van HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus aanbesteed; het zou echter eerst in de twintiger jaren worden afgewerkt. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vensters werden hersteld door Suls en het koor werd gewit. In 1705 kreeg de kerk definitief een dak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verliep allemaal heel langzaam en zonder veel overtuiging. Dat blijkt ook uit de abdijannalen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1714 oefent de abdij druk uit op de pastoor van Balen om het herstel van het koor van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te zorgen; de pastoor weigerde dit maar stuurde een tijdje later een verzoekschrift naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij om bij te dragen in het herstel van de ramen van het koor. De abdij antwoordde dat zij hierin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genen uitspraak kan doen zolang het gerecht geen uitspraak had gedaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De situatie bleef ingewikkeld en verward. Rond 1717 werd de overwelving van de kerk toch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgewerkt. In 1719 werden de religieuse diensten hervat in de kerk; dan worden opnieuw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schaalopbrengsten genoteerd in de kerkarchieven. Dat betekende niet dat alle problemen opgelost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren zeker niet de geschillen over het beheer van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 Vertaling wijlen Louis Degroof.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook Trudo GERITS, Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet, in Taxandria, deel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39, 1967, p. 141-163, in het bijzonder p. 150 Klokken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. AAA Dreigbrief met Balens protest tegen de Abdij van Averbode. Cf. 511-9998-138-00039-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Averbode Abdijarchief. Grondplan van de Sint-Andrieskerk te Balen, na 1684. (bijgevoegd)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Datering 1717 in het plafond beneden in de toren van de Sint-Andrieskerk te Balen. (foto&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Over_wringers,_tegenwringers_en_afgewrongen_wringers</id>
		<title>Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Over_wringers,_tegenwringers_en_afgewrongen_wringers"/>
				<updated>2025-07-06T18:17:42Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''door [[Jaak Jansen]]'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer een cafébezoeker in Balen het laatste woord wil hebben, besluit hij zijn discussie met de retorische vraag of men weet hoeveel partijen er van alle eeuwen bestaan hebben in de gemeente. Hij bevestigt dan zijn retorische vraag met de bovenstaande uitspraak die door niemand tegengesproken wordt. Er moeten in het verleden toch herhaaldelijk tekens zijn geleverd die hiervan het ontegensprekelijk bewijs zijn. Het loonde de moeite om hierover wat opzoekwerk te verrichten. Zijn de Balenaren moeilijke mensen geweest? Waren het dwarsliggers? Laten wij even op zoek gaan. Wij doorlopen hierbij de meer dan honderd afschriften die Balenaar Stanislas Joris maakte en die dienstig waren voor de geschiedenis van gemeente. Hij was archivaris in de abdij van Averbode en had in het bijzonder oog voor elk document waarin Balen aan bod kwam. Ook maakte hij copieën van een aantal beslissingen die werden genomen door de schepenen van de voogdij Mol-Balen-Dessel. Wij geven telkens de verwijzingen naar de afschriften; de Balense heemkring bezit copies van deze afschriften.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een merkwaardige overdracht van 1326 ( St. Joris nr. 6)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om het ontstaan van eventuele problemen beter te kunnen begrijpen, hadden wij kunnen vertrekken van een of andere reglement of ordonnantie die in de vrijheid van Mol werd uitgevaardigd. Hieruit zou blijken hoe moeilijk het dagelijks besturen was in de drie gemeenten van de voogdij Mol, Balen en Dessel. Het onderhoud van de wegenissen met de wederzijdse verplichtingen van overheid en privépersonen, zou een mooi voorbeeld geweest zijn. We verkozen echter als aanvang een tekst te nemen van 1326, waarin de overdracht van Gerheide aan de abdij van Averbode werd geregeld met veel kleine letterkens en afspraken die wel eens uit de hand hadden kunnen lopen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 4 november 1326 werd er tussen twee partijen een eigenaardig akkoord afgesloten in aanwezigheid van een notaris. Het werd afgesloten tussen enerzijds de abt Johannes Beckers en de religieuzen van Averbode in het bisdom Luik en anderzijds Willelmus genaamd Zoersbroec, met zijn echtgenote Margaretha en hun kinderen. De voormelde Willelmus met vrouw en kinderen gaf aan de abdij in alle vrijheid en onherroepelijkheid al zijn immobiele goederen, zoals daar zijn velden, weiden en akkers, hun huizen en bijhorigheden, gelegen in Gerheide (“Terheijden”) in Balen. Daarbij hoorde alles wat er afhing van deze hoven, wat er bewoog en wat er op die plaatsen gelegen was; hoe het ook werd genoemd; uitzondering was echter de ene woning die ooit toebehoorde aan Joannes genaamd Vandenstoere van Balen, alsook een haardstede van Willelmus zelf waaraan hij gehecht was. Eén van zijn wettige dochters was geïnteresseerd in dit hof of haardstede, waar ze werd geboren en waar ze geleefd had; dit vermelde stuk land omvatte de helft van het vermogen of toch ongeveer; de dochter wilde het voor zichzelf en haar eigen familie voorbehouden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voormelde Willelmus beloofde, in aanwezigheid van de notaris en ten overstaan van de abt en de religieusen van Averbode dat hij deze goederen aan Averbode tot erfenis zou geven en afstaan, zodat zij in hun eigen onkosten zouden kunnen voorzien bij het onderhoud van deze goederen, ook in de toekomst. Hierbij golden de volgende normen en voorwaarden voor de abt en de abdij zoals hoger vermeld, en anderzijds Wilhelmus en zijn wettige echtgenote:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Zolang de vermelde echtgenoten zouden leven, zouden de kloosterlingen hen regelmatig acht abdijbroden leveren. Wanneer de echtgenote zou sterven, zouden er vier abdijbroden worden geleverd; verder zouden er dan regelmatig vier broden geleverd worden aan de dienstknaap die de heer diende, als hij er een had. Indien Willelmus vroegtijdig stierf, zou de echtgenote Margaretha eveneens vier abdijbroden ter beschikking krijgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.Daarbij zouden regelmatig één gueltam (Gueltam= twee potten, of vier pinten) abdijbier ter beschikking gesteld worden, in wederzijdse afspraak tussen de echtelingen en het klooster&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Daarbij aan de echtgenote één gueltam wijn op de feestdagen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Daarbij jaarlijks een varken ter waarde van drie ponden, landelijk niveau; ofwel ter vervanging hiervan drie ponden in speciën&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Daarbij jaarlijks een halve koe ter waarde van veertig stuivers of zijn geldelijke tegenwaarde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6. Daarbij in de loop van het jaar 100 haringen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7. Daarbij twee halsters vissen (halster= inhoudsmaat), waarvan één van witte kleur, de andere van grijze kleur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
8. Daarbij één halster rapenzaad (seminis raporum) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
9. Daarbij één halster zout, Diestse maat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
10. Daarbij voeder voor twee koeien op het goed van het klooster, waarvan de kloosterlingen ook de vruchten en de voortbrengselen konden genieten; en waarvan zij het gebruik konden nuttigen indien deze koeien op hun erf werden onderhouden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
11. Daarbij in de loop van het jaar aan Willelmus zeven grijze armenbroden om de kosten van de reparatie van tunieken, laarzen en hoofddeksels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
12. Daarbij aan de hogervermelde echtgenote vier witte armenbroden voor het maken van een tuniek&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
13. Daarbij jaarlijks voor elk van de vermelde echtgenoten twee paar schoenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
14, Daarbij konden en moesten ze de opdracht geven, indien zij of hun nakomelingen het wilden, om zoden te laten steken tot gebruik voor hun verwarming; te gebruiken door henzelf maar ook door de kloosterlingen; daarbij werd goedgekeurd dat deze zoden door het rijtuig van de kloosterlingen zou worden aangevoerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
15. Daarbij werd aan de drie dochters van de echtelingen het volgende toegezegd: te weten aan Christine vijf Diestse maten tarwemeel, aan de tweede dochter evenveel, aan de derde dochter vijf Dietse maten, jaarlijks op de gepaste dag; verder werden, er overeenkomsten gesloten over wat er gebeurtde bij het overlijden van één van de dochters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat waren de vijftien voorwaarden die werden afgesproken door abt en convent met de echtelingen. Om het akkoord uit te voeren was er zeken een goede boekhouding nodig, zeker indien ook nog elders meerdere dergelijke overdrachten aan het klooster gebeurden met telkens specifieke vragen en regeltjes. Vergissingen of nalatigheden gaven zeker aanleiding tot discussies en geschillen over de juiste toedracht. Volgens het kaartboek van Averbode beheerde de abdij in Gerheide meer dan 75 hectaren in de tweede helft van de zeventiende eeuw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Balen onderhandelde over de brandschatting van 1510 ( St. Joris nr. 62)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 januari van het jaar 1510 was er een delegatie van de Balense bevolking naar Averbode vertrokken om er te spreken met abt Gerardus vander Scaeft. De achtkoppige delegatie bestond uit de schepenen Joannes de Kempe, Joannes Boudens en Arnoldus de Kempe, de kerkmeesters Joannes en Matthias Van den Eijnde, en de inwoners Johannes in ’t Soelvenne, Johannes Ghijsels, Augustinus (Boonen) en Laurentius (Vos). Zij hadden voor de abt drie verzoeken (petitiones):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. of de abt een glasraam zou willen schenken om in het koor van de nieuwe Sint-Andrieskerk te plaatsen…. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. of hij éénmalig zou willen bijdragen tot de hertogelijke belasting ….&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. of hij hen zou willen steunen bij het aflossen van de onduldbare lasten die de inwoners van Balen werden opgelegd door de Arembergse soldaten uit Roermont (?), die het dorp hadden geteisterd door inwoners gevangen te nemen, door huizen in brand te steken en door het opleggen van een brandschatting. Deze laatste bedroeg 4.000 Rijnse gulden. …&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierop antwoordde abt Gerardus:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het eerste verzoek daar stond hij niet weigerachtig tegenover, indien men in de andere verzoeken tot een redelijk akkoord kon komen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het tweede verzoek verwees hij naar de vermeldingen in de oude schepenbrieven, die ouder waren dan de inwoners van Balen vermoedden; deze brieven toonden duidelijk aan en dit werd door processen van voorgangers bevestigd (zowel in de Brabantse kanselarij als in het Luikse hof waar de uitspraken zorgvuldig werden bewaard) dat hij in niets kon verplicht worden om in de hertogelijke belastingen bij te dragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het derde verzoek antwoordde de abt dat Joannes Scoorpart, zijn pachter van het hof Ter Rijt, gevangen genomen was, tiranniek behandeld en vrijgekomen tegen een grote som geld. Het hof was verlaten en verwaarloosd; vandaar dat de schade voor de abt groot was, groter dan deze van zekere, andere inwoners van Balen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat echter de heffing van de vermelde brandschat betrof, wilde de abt wel bijdragen vanuit de jaarlijkse opbrengsten van twee oogsten, dus herkomstig van de tiende van dit jaar en volgend jaar, te verdelen per hoofd volgens het oordeel van één of twee raadgevers of Antwerpse wethouders tijdens de marktdagen van Sinksen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De abdij was dus helemaal niet erg vrijgevig en kwam bijna niet tussen tenzij het klooster er zelf mee gemoeid was. Alleen van de jaarlijkse tiende kon wat worden afgepitst. Op 21 april van het jaar 1510 werd er in het hof Ter Rijt hierover een akkoord gesloten. De Balenaren bleven met ontgoocheling achter en zouden het niet vlug vergeten..&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De knieval van Jan Dois in 1513 ( St. Joris nr. 72)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een oud maar mooi voorbeeld van dwarsliggerij dateerde van 1513. De Sint-Andrieskerk was nog maar juist voltooid en er was al een haar in de boter in de relatie tussen schoolmeester-koster Jan Dois en pastoor Aert Van Thienen. De schoolmeester weigerde samen te werken in de gezongen missen; hij zou geld achtergehouden hebben van de diensten die door de pastoor werden verzorgd. Om gerechtigheid te laten geschieden werd beroep gedaan op verscheidene bemiddelaars: op de abt van Averbode Gerard vander Scaeft, op meester Jan Van Loemel, licentiaat in beide rechten en kanunnik van Luik, en op Jan Van Loemel, pastoor van Wezemael. Zij bedisselden de volgende uitspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan Dois moest met bloot hoofd en op zijn knieën (knijen) om vergiffenis vragen voor de pastoor, met de volgende woorden: “Ick, Jan, lijde en kenne dat ick grotelijkcke u here Aert, persoen van deser kercken, misdaen hebbe ende dat is mij herttelijke leet, biddende om die passie Gods, dat u gelieven wille mij dat te vergheven, g(b)elovende dat ick u egheene oploope of injurie meer doen en sal, maer in reverantien hebben gelijck men eenen pastoir schuldich is in eeren te hebben….. “. Aldus de aanvang van de bede die werd uitgesproken in aanwezigheid van twee schepen en zes gezworen. Daarbij zou Jan Dois ook de chirurgijn vergoeden die de pastoor verzorgd had. Blijkbaar was er ook een handgemeen geweest met lichamelijke schade. Verder zou de schoolmeester “vore die smertte ende smaet” verder doen wat de abt van Averbode hem zou opleggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook zou de schoolmeester en zijn opvolgers met de scholieren de pastoor moeten helpen bij het zingen van de mis of de vigiliën van de gefondeerde jaargetijden zonder dat hier een vergoeding tegenover stond. Andere profijten bij gezongen missen zouden wel worden uitgekeerd. Aan de abt zouden de voorwaarden der fundaties worden meegedeeld zodat hier ook meer klaarheid kon gebracht worden over de opdrachten van de pastoor en deze van de schoolmeester-koster. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De overeenkomst besloot met de aansporing dat voortaan de ene partij geen verwijten meer zou sturen naar de andere partij of kwaad (achterclap) zou spreken over de andere; voortaan zou men goeie vrienden blijven. Dit alles moest worden nageleefd op straf van twintig gulden, voor de helft uit te keren aan de heer, voor de helft aan de kerk van Balen. De “voirseide arbitreurs oft minnelike peijsmakers” zouden optreden indien “in voirseide uitsprake enighe twijvel oft duijsterheijt bevonden werde”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het was duidelijk dat de pastoor Aert Van Thienen aan het langste eind trok. Toch zou de kwestie de tongen beroerd hebben tot ellenlange discussies. De overeenkomst werd afgesloten in aanwezigheid van de schepenen Lambrecht Neels en Aert Van Gempe, de meier van Scheps Denijs Elen, de gezworenen Jan Gijsels de Wijnne, Jan Guedens, Jan Jannes, en de Balense ingezetenen Matthijs Van den Eijnde, Nelis Lemmens en Hennen Jannes. Zij zouden toezicht houden op de uitvoering van de overeenkomst. Daar waren nog bij aanwezig: Willem Vogels de boekbinder, Thomas Van den Venne, Denijs Zwijnnen en meer anderen als getuigen. Het volk van Balen zal het geweten hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Discussie over de reparatie van de kerk in 1551 ( St. Joris nr. 73)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 25 mei 1551 werd er een overeenkomst gesloten tussen het dorp van Balen en de abdij van Averbode. Er werden afspraken gemaakt aangaande de reparatiën aan het kerkgebouw en anderzijds de grote tienden die door de abdij jaarlijks werden opgehaald.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit gebeurde op vraag van de inwoners van het dorp die zeer talrijk waren opgekomen: de fabriekmeesters van de kerk van Balen Merck van Olmen en Willem Bouwens, de meesters van de fraterniteit van Onze Lieve Vrouw Jan Willekens en Jan Jans, de proviseurs van de tafel van de H. Geest Gheert Nijs en Vincent Delien, de schepenen in de voogdij van Mol Willem Dries en Peter Heijmans, de gesworenen van het dorp Aert Kemps, Hendrick Willekens, Willem van Coersel, Lenaert Lemmens, Thomas Dillen en Andries Guedens. Zij waren “representerende t’ geheele lichaeme van den voorgenoeme dorpe”. Met goedkeuring van het hof van Luik hadden zij een overeenkomst gesloten met de prelaat en het hele convent van Averbode.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerstens heeft de abt en het convent beloofd om aan de fabrieksmeesters van de kerk van Balen jaarlijks met half mei een bedrag van acht rijnsgulden aan 20 stuivers het stuk te betalen. Het convent zou verder geen bijdragen moeten leveren voor het onderhoud of de reparatie van de kerk. Terzelfde tijd werd afgesproken dat indien er zich een calamiteit voordeed (“oft die voors: kercke van Balen eenich ongeluck oft infortune creech van brande oft anderssints”) er andere voorwaarden zouden gelden. Dan zouden de twee partijen opnieuw moeten onderhandelen; zij zullen “staen ende blijven geheel op heure actie”. Blijkbaar werd er een punt van gemaakt dat dit onderscheid moest worden gemaakt tussen calamiteit en anderzijds het jaarlijks onderhoud. Over de hoeveelheid was het moeilijk afspraken te maken omdat de omvang van de reparatie slechts na de calamiteit kon worden ingeschat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om hierover “eeuwige memorie ende vasticheijdt” te hebben hadden de dorpelingen de afspraak laten bevestigen en bezegelen door de schepenen van de voogdij van Mol: Boudewijn Luijmoijen, Jan Coonen, Huijbrecht Hoijberghs, Willem Dries en Peter Heijmans van Balen, Jan Huijsmans van Desschele, Lambrecht Smaers van Hulsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De kerkeklok van 1596 en de brand van 1598 ( St. Joris nr. 74, 75)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Over de centen werd veel gebakkeleid in de loop der eeuwen. Vooral de jaarlijkse tienden waren een doorn in het oog van de Balenaars; hierbij ging het om gronden die eigendom waren van de abdij en die verhuurd werden aan de Balenaren; jaarlijks werd één tiende van de opbrengst overgeleverd aan de abdij. Het totale bedrag van de tienden liep in de honderden en de vraag was of er niet een groter gedeelte terug naar Balen kon komen. In 1551 had de gemeente nog een akkoord gesloten met de abt en het convent van Averbode. De kerk van Balen zou jaarlijks een bedrag van acht rijnsgulden ontvangen tot onderhoud van de kerk; te betalen half mei van het lopende jaar. Het convent zou verder geen andere onkosten dienen te betalen tenzij “Balen eenich ongeluck oft infortune creech van brande oft anderssints”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De strijd om het geld bleef steeds actueel. In 1596 gooide Balen het over een andere boeg. Burgemeester Aert Goris en kerkmeester Cosmas Oems werden naar Averbode gestuurd om een gesprek te hebben met prelaat Matthijs Valentijns. Vermits “ die gemeijnte Balen t’segenwoerdich seer qualijck voersien is van geluijt van clocken, hebbende alleen een gescheurde clocke”. Vermits de gemeente een “goede affectie totten dienst Godts” had, wilde Balen één of twee klokken doen gieten en hoopte de gemeente hierbij op de hulp van Averbode, “aengesien hij uuijten dorpe van Balen redelijck begint te profiteren”. Het verzoek viel niet in dovemansoren. Uit de tienden gaf de abt elf mudden twee halster roggen en twaalf carolus gulden om een klok te doen maken. Voorwaarde was dat de gemeente voortaan geen nieuwe aanvraag zou indienen voor een andere klok, tenzij er met deze nieuwe klok iets zou gebeuren, dan zou men opnieuw om subsidies mogen verzoeken. Bij de schriftelijke overeenkomst waren verscheidene Balense “thiendenaren” aanwezig: Willem Merttens, Thomas Hammen en Willem Wreijs, verder kerkmeester Cosmas Ooms en Aert Goris die niet schrijven kon. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De inkt van het akkoord over de klokken was nog niet droog of het ongeluk sloeg genadeloos toe. In 1598 werd een deel van de kerk door brand verwoest; het klooster van Averbode werd ter hulp geroepen. Volgens abt Matthias Valentijns werd er “minnelijcke met malcanderen veraccordeert” en dit gebeurde “om goede vriendschappe te houden ende in gheen processen te treeden”. De abt onderhandelde met kerkmeester Jan Bouwens, de Balense borgemeesters Aert Goris en Hendrik van Gestel, en Norbertus Fabri, de pastoor van de Sint-Andrieskerk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Afgesproken werd dat de abdij tot reparatie van het hoogkoor en het Lievevrouwekoor al het hout zou leveren, “uijt gratien tot assistentie”; daarbij zou de abdij zorgen dat het hout “vrachtbarig” zou gemaakt worden tegen “Bamis naestcomend” (1 oktober). Ook het schaliebert voor de twee koren zou door de abdij worden geleverd tegen Pasen eerstkomende namelijk: de panlatten. De ingezetenen van Balen zouden hout kunnen ophalen in de bossen van de abdij. Indien zij hierbij door verwaarlozing (negligentie) schade zouden aanbrengen zou het klooster niet meer gehouden zijn om nog verder hout te leveren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bovendien zou het klooster 350 gulden in gereed geld geven aan de gemeente en de kerkmeesters van Balen. Deze som was ook bestemd voor het herstel van het schaliedak van de twee koren van de kerk. Verder zou er geen assistentie van het klooster mogen verwacht worden. Indien er teveel hout zou zijn geleverd, meer dan nodig voor de reparatie, dan zal het klooster het teveel mogen verder te nutte maken voor de abdij. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De abt stond erop dat deze afspraken zouden genotuleerd worden “voor de Weth van Mol” zodat de burgemeesters en de kerk zich zouden houden aan het akkoord. De abt ratificeerde het akkoord met zijn eigen handtekening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pastoor Brielmans in de kou gezet in 1612 ( St. Joris nr. 76)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 15 september 1612 kreeg notaris Willem Weijs de Balense pastoor Bernardus Brielmans op bezoek. Brielmans was religieus van Averbode; hij liet met groot ongenoegen notuleren dat de kerkmeesters en de regeerders van de gemeente Balen van mening waren dat zij niets hoefden bij te dragen in “cost van de dinghen tot den dienst Godts”. De openbare notaris binnen de Vrijheijt van Moll stelde iedereen op de hoogte van deze klacht: de kerkmeesters, de H. Geestmeesters, de gezworenen en de andere regeerders van de gemeente. Hij verzocht hen “of sij hun begeren te verstaen om hem (de pastoor) te furneren ende versien van ornamenten, broot, wijn, kerssen (kaarsen) oft andere specien tot den dienst Godts oft sacrificie der Misse noodich”. De pastoor stelde dat deze bijdragen vroeger wel gebeurden; de gemeente stond hier wel voor in zoals “voortijdts was geschiet”. De gemeente had altijd al voor het onderhoud in gestaan. Indien de gemeente weer zou weigeren wilde de pastoor hiertegen protesteren “expresselijck ende viva voce”, met luide stem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kerkmeesters en regeerders namen akte (“resolutie”) van het voormelde protest bij de notaris. Zij ontkenden echter uitdrukkelijk dat zij, zoals werd beweerd, sinds mensenheugenis dergelijke afspraken zouden hebben nageleefd. Zij wilden niet ontkennen dat zij tien tot vijftien jaar geleden, in troebele tijden, de pastoor “simpelijck” hadden voorzien van wijn, brood, kaarsen etc… Dat was toen vooral uit ontzag voor den eerwaarde heer prelaat van het Godshuis van Averbode, die ons voortdurend bedreigde (menacerende) met processen. Daarbij gebruikte hij een vals, niet geautenticeerde copie van een contract, dat door het Hof van Luik zou zijn erkend en daarbij zou het document zijn ondertekend, naar het schijnt, door de gedeputeerde van de gemeente. Vermits zij deze beweringen nooit op papier hadden gezien, waren de afgevaardigden van de gemeente van mening dat zij niet moesten tegemoetkomen aan de wensen van de pastoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hun beweringen werden nog versterkt door het feit dat de prelaat van Averbode de grote tienden trok van het dorp: “die jaerlijckx wel is bedragende in greijn (graan) oft coren over de 330 mudden ende in gelde over de 400 guldens”. Daarbij wilde de abt de kerk tevreden stellen met een bedrag van 8 gulden per jaar. De kerk was nochtans heel arm, zonder tiende, geld of rente; de goede harten die nog toeschikkelijk waren, zouden dit niet blijven doen. Het ongenoegen van de Balenaren was groot; de tegenstelling in de wederzijdse inkomsten van de grote tienden werd dik in de verf gezet. Pastoor Brielmans was de dupe van de historie. Of de kerk werkelijk zo arm was als werd beweerd, valt wel te betwijfelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De aanklacht werd genoteerd door Willem Weyts, openbaar notaris binnen de vrijheyt Moll residerende; als getuigen traden op: Andries Coomans, priester en kapelaan te Balen, en Gheraert Scijs, ingezetene van het voormelde dorp. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In september 1613 deed het Hof van Brabant een uitspraak die de Balenaars in het ongelijk stelde. De abt van Averbode kon niet worden verplicht om in te staan voor het onderhoud van de kerk. Ook de toekenning van het bedrag van acht gulden van de tienden kon niet worden gecontesteerd. Indien er onverwachte calamiteiten gebeurden diende de twee partijen te onderhandelen over het recht tot “reparatie ende timmeringhe” van de kerk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Balen zoekt steun in Leuven 1613 '''( St. Joris nr.77)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Balenaren bleven echter niet bij de pakken zitten in het laatste proces. Zij zochten reeds op voorhand steun bij de universiteit van Leuven. Op 15 april 1613 spraken verscheidene Leuvense professoren zich uit in het Pauscollege te Leuven. In het proces tussen de aanklagers uit Balen en de verweerders van Averbode spraken de professoren Joannes Jansonius, J. Wiggers, P. Gudelini en Ger. Corselius zich uit tegen de Balenaren. De aanklagers wilden dat de abdij verplicht zou worden om het onderhoud van de kerk te betalen: deze mening was “niet gefundeert noch ontfanckbaer”. De aanklagers zouden content moeten zijn met bijdrage van 8 rijnsgulden die hen door de abdij jaarlijks zou worden verstrekt. Alleen in geval van calamiteit (“eenich ongeluck oft infortune van brandt oft andersints….”) kon er worden afgeweken en moesten nieuwe afspraken gemaakt worden. Deze “arbitrale sententie” werd op 13 september 1613 geconfirmeerd door het Hof van Brabant.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1613-1620 Dovenmansgesprek tussen Hulsen en Balen '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''(ex Reg. Scab. Ann. 1617-1622 fol. 99)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hulsen heeft altijd al dichter bij Meerhout gelegen dan bij Balen, ook in de zeventiende eeuw. Op 20 mei 1620 kwam het probleem op tafel voor de schepenbank van de voogdij van Mol, het rechtsgebied waar Hulsen toe behoorde. Machiel Verheyden, inwoner van Hulsen, sprak er in naam van de Hulsense “bedesetters” Cosmas Elen en Wouter Lodewijcx. Volgens Machiel Verheyden hadden de twee bedesetters nooit een opdracht ontvangen om de inwoners van Meerhout te informeren of relaas te doen over de toestand in Hulsen, noch in opdracht van Jan Joos, onderschout van de voogdij,, noch in opdracht van Aert Goris of een andere gedeputeerde van Balen . Toch hadden de gedeputeerden van Meerhout en de bedesetters van Hulsen een contrakt afgesloten op 27 juni van het jaar 1613. Dit zou zijn gebeurd door interventie van de bisschop van Antwerpen; het ging over zekere kwesties en geschillen van geestelijke aard die de gemelde partijen van Hulsen en Meerhout met elkaar hadden: “het contribueren van geestelijke lasten”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Machiel Verheyden had dit initiatief uit eigen beweging ondernomen, zonder dat iemend hem iets in de weg had gelegd. Daarbij beweerden de Hulsenaren dat zij van Jan Joos of Aert Goris nooit iets gehoord of gezien te hadden, hoewel zij erkenden dat Joos en Goris gemachtigd waren het accoord met Meerhout af te sluiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan Stevens, oud omtrent 54 jaar, kwam onder plechtige eed verklaren dat hij in Olmen was geweest ten tijde van het contrakt; toen werd hij door Jan Joos de onderschout belast om vanwege de gedeputeerden van Balen het contrakt te verbieden aan die van den hertgank van Hulsen. Hetgeen door Jan Stevens werd doorgegeven aan die van Hulsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook Jan Joos en Aert Goris waren aanwezig en legde ambtshalve de eed af. Zij verklaarden aanwezig te zijn geweest bij het afsluiten van het contrakt in Meerhout. Zij hadden geweigerd hun akkoord te geven omdat er onregelmatigheden waren in opgenomen. Zo werd er opgenomen dat Hulsen voortaan op zich zou nemen om de kosten van de schoolmeester, het orgel etc te betalen. De intentie was geweest om die van Hulsen vrij te stellen van enige bijdrage tot op het ogenblik dat de hogere geestelijke overheid of een concilie een algemene regeling zou getroffen hebben door te stellen dat het onderwijs tot het geestelijke domein moest behoren en dus niet tot het gemeentelijk domein. De twee (Joos en Goris) verklaarden verder dat zij de volgende dag niet werden opgeroepen toen het contrakt definitief werd afgesloten tussen Hulsen en Meerhout. Zij hadden op hun beurt Jan Stevens de opdracht gegeven om die van Hulsen op de hoogte te brengen dat zij nooit het contrakt zouden goedkeuren met die van Meerhout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ruzie met de Olmenaren in 1688 (Welvaarts) '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tiendenheffer in Balen was de abdij van Averbode, sinds het jaar 1266. In Olmen werden de tienden geïnd door de priorij van Postel; Floreffe was de moederabdij van Postel. In 1288 werden de rechten in Olmen gegeven aan de abdij van Floreffe; deze laatste gaf deze rechten door aan Postel, hun stichting in de Kempen. Regelmatig werden de eigendommen van de norbertijnen verpacht aan de meestbiedenden; van de opbrengst van het land werd nog eens één tiende afgestaan aan de abdij van Postel. Meestal werden de eigendommen in beperkte kring door de Olmenaars gepacht en nadien bewerkt. In 1688 meenden de Olmenaars de abdij te slim af te zijn en maakten zij, de Olmenaars, op voorhand prijsafspraken. In Postel hadden ze er geruchten van opgevangen en bedachten ze een antwoord hierop. De verpachting werd openbaar gemaakt, zodat iedereen, ook landbouwers buiten Olmen, kon intekenen. Verschei-dene Balenaars waren hierop ingegaan, tot groot ongenoegen en hitsige nijd van de geburen uit Olmen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het hoogtepunt van het geschil liep uit op een regelrechte vechtpartij die door de Olmenaars werd begonnen en gewonnen. Dat kunnen wij afleiden uit de verslagen van de rechtspraken die erop volgden. Peter Slechten, ingezetene van Balen had zich ingeschreven voor de verpachting, samen met Laureys Verachter, Willem Vanden Broek, Sebastiaan Daems en Peter Dingenen. Toen zij naar Olmen trokken voor meer informatie over de verpachting, kwamen ze terecht in de herberg De Stooter. In dezelfde herberg waren er verscheidene Olmenaars, die al vlug hun verbittering de vrije loop lieten. De verpachting van de 180 mudde rogge was immers naar de Balenaren gegaan. Er werden messen getrokken en klappen uitgedeeld. Het meubilair van de herberg werd als projectielen gebruikt. De Balenaren verdedigden zich maar lieten zich duidelijk verassen door de aanval. De vlucht huizewaarts was vlug genomen. De herberg werd uitgebaat door Karel Poets. De belangrijkste messentrekkers waren Pauwel Dillen en de gebroeders Nicolaas en Hendrik Mangelschots, maar ze waren niet alleen. Klachten werden ingediend en het gevecht in geuren en kleuren beschreven. Gedane zaken namen geen keer. De Olmenaars zouden nog proberen de verpachting ongeldig te laten verklaren maar het gerecht gaf hen ongelijk. Het volledige verhaal werd uitvoerig verteld door Th. Welvaarts&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Th. Ing. WELVAARTS, ''Olmen naar de Archieven van Postels Abdij'', Turnhout, 1893, herdruk door Kamiel Mertens, Studium Generale VZW, 2011; voor het geschil zie p. 58-61.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1684-1715 Het grote meningsverschil tussen Balen en Averbode (St. Joris nrs. 78, 101, Deducio Kemps)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het hoogtepunt van de misverstanden en de spanningen tussen dorp en abdij gebeurde naar aanleiding van de brand in de Sint-Andrieskerk van Balen, in het jaar 1684. De geschillen veranderden in een patstelling die slechts tientallen jaren later definitief kon worden afgeschreven. In 1684 brandde de kerk af samen met meer dan twintig huizen uit de omgeving; de brand zou in één van de huizen zijn ontstaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na een bezoek van vijf dagen aan de parochie, van 14 tot 18 juni 1685, bracht vicaris generaal Guillielmus Brasserij voor de eerste maal verslag uit over de toestand van de Sint-Andrieskerk en haar annexen. Hij betreurde de afwezigheid van de schout die naar Brussel was om advocaten te raadplegen voor dezelfde zaak. De aanleiding voor het onderzoek van Brasserij was de vreselijke brand; hij controleerde de rekeningen van kerk, de H. Geesttafel en de kapel van Schoor, afhankelijk van de Sint-Andrieskerk. Zonder veel diplomatie werden door de apostolisch vicaris een aantal oude wonden opengereten. Hij koos grosso modo en zonder omwegen duidelijk partij voor de plaatselijke kerkbestuurders, dus tegen de abdij. Hij kwam tot volgende besluiten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. De kerkbestuurders maakten verslag van de toestand van de rekeningen en de inkomsten, over de einduitkomst of de overschotten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. In het bijzonder stelde hij vast ( en dit was geen vriendschappelijkheid), dat het beter zou passen dat de kerk van Balen een groter inkomen zou hebben dan de 12 florijnen die ze nu kregen van Averbode. Bij een calamiteit zoals deze brand zou een som van 40 florijnen slecht een redelijke inkomst zijn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.Wanneer het ging over de restauratie na een brand dan moesten hiervoor eerst de inkomsten van de tienden aangesproken worden. De restauratiekosten zouden evenredig (aequalibus portionibus) moeten verdeeld worden tussen het dorp en de abdij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De inwoners van Balen waren echter niet bij de pakken blijven zitten. Het zat hen nog steeds hoog dat de abdij van Averbode zoveel tienden wist binnen te halen zonder ernstige wederdienst. In 1684 werden de tienden van Balen gestolen door de bevolking; de opbrengsten werden weggehaald op het veld. Een proces werd ingespannen. Op bevel van de Souvereine Raad van Brabant werden de twee volgende jaren 1685 en 1686 de tienden afgehaald en opgeslagen. De Balenaars waren van oordeel dat de abdij geen inkomsten moest krijgen zolang de kerk niet hersteld was. Vermits er geen kerk was, waren de inwoners in de onmogelijkheid om de mis bij te wonen en had de abdij ook geen recht op de tienden. Wie de tienden ging heffen, diende ook voor de restauratie van de kerk in te staan. Sommigen gingen nog verder door op de deur van de pastorie een brandbrief te plakken waarin gedreigd werd de hoeven van de abdij in brand te steken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd geprocest en gepleit. De commissarissen van de Souvereine Raad maakten een uitgebreid verslag over het geschil. In een grondige studie probeerden zij de juridische gronden vast te leggen om een uitspraak voor te bereiden. Allerlei argumenten werden gezocht, van juridische aard waarbij talrijke rechtsgeleerden werden geciteerd, van moreel-godsdienstige aard met citaten uit het oude en het nieuwe testament, van historische aard waarbij afspraken bij vroegere branden van 1478 en 1598 werden geanalyseerd en waarbij verwezen werd naar een uitspraak van de aartshertogen in 1611. De conclusie was dat er nergens een degelijke grond kon gevonden worden die de tiendeheffer kon verplichten bij te dragen tot het herstel en de reparatie van de afgebrande kerk. Als er ooit een bijdrage werd geleverd was het een éénmalige bijdrage, uit goede wil, zonder verdere verplichtingen in de toekomst, zonder dat er een juridische basis van verplichting was. De abt toonde zich echter billijk en was toch bereid van tussen te komen voor de helft van de onkosten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verder verloop van het geschil stond genoteerd in het proces dat in 1701 te Brussel door de Souvereine Raad werd uitgesproken en ondertekend door Bodrij. Aangezien dorp en abdij niet tot een overeenkomst kwamen, hadden de Balenaren in de jaren 1684, 1685 en 1686 beslag gelegd op de tienden van de abdij. Ondertussen bleef het gebouw zonder dak, ten prooi aan seizoenwisselingen, aan weer en wind. De Balense regeerders waren van plan om jaarlijks de tienden in de gemeentekas te houden tot de kerk zou hersteld zijn. Overeenkomstig de suggesties van vicaris generaal Guilielmus Brasserij wilde men de herstellingen aanvatten opdat de dienst Gods verder zou kunnen verzorgd worden en opdat de schade aan het gebouw niet verder zou kunnen doorzetten. -Misschien is toen de spotgedachte in de naburige gemeenten ontstaan dat in Balen de koeien in de dakgoot van de kerk graasden.- Verder werd gesteld dat er met het herstel van het koor moest begonnen worden en dat er verder een behoorlijke tiende moest geleverd worden alsook een “bannale clocke” (tiendeklok). Na verscheidene processen en onderzoeken door commissarissen (1694, 1700) besluit het Souvereine Hof van Brussel het volgende: De restauratie van de kerk moet onmiddellijk begonnen worden. De onkosten moeten worden betaald met de boni die de fabriek heeft ingeschreven in de rekeningen; daarna kan er beroep worden gedaan op het geld van twee jaren tienden van Balen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1715 was er opnieuw een uitspraak van de Souvereine Raad van Brabant. Het document geeft de indruk dat de partijen tot een vergelijk zijn gekomen. Openbaar notaris J. Dierckx maakte een accoord in aanwezigheid van de verschillende betrokkenen: Enerzijds de Heer Adamus Quaetpers, gevolmachtigd Kamerling van de abdij van Averbode, anderzijds de schepenen en burgemeesters van Balen. Op verzoek van Petrus Govaerts, de vicaris van het bisdom ’s-Hertogenbosch, tracht men in der minnen tot een akkoord te komen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten eerste. De abdij zal binnen de twee jaar het herstel van het dak bekostigen in de middenbeuk en het kruiskoor. De gemeente zal instaan voor het vervoer van het materiaal: leem, kalk, hout, stenen enz.; het hout voor de stellingen wordt geleverd door de gemeente; de onkosten voor de ijzeren balken worden gedeeld. Dit alles overeenkomstig de uitspraken van 1701. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede. Enkele financiële kwesties worden verder geregeld. Over de interest op het kapitaal van 8.000 guldens werd reeds vroeger een akkoord gesloten (aldus de tekst van 1715), dat afliep op 1 januari 1716. De volgende vervaldag 1 januari 1717 zal de nieuwe koers worden aangehouden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook over de afwikkeling van de financiële kwesties met het kapitaal en de rente van Henrick Willekens werd reeds een regeling getroffen door de Souvereine Raad. Hij kan worden vervangen door een kapitaal van 3000 gulden vanwege de gemeente met een interest van 4 procent vanaf 1 januari 1716. Hiermee kwam ook de uitgaven van de boni van de kerkrekeningen te vervallen, die voorzien waren in de uitspraak van 1701. Ten gevolge hiervan vervallen voor de abdij ook allerlei lasten: alle koningsbeden, subsidies, twintigste penningen, contributiegelden, kwartierlasten en andere lasten in Balen, zowel voor de tiende-inkomsten als voor andere goederen van de abdij en de pastorie tot op de datum van 1 januari 1716. Na 1716 zou de gemeente opnieuw belastingen kunnen heffen. Getuigen bij deze overeenkomst van 1715 waren Dijonisius Wouters en Cosmas Dries. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wij hebben de indruk dat met dit akkoord de verschillende vroegere afspraken nog eens werden getoetst en op scherp gezet. De eerste herstellingen waren reeds ingezet en verscheidene initiatieven zouden volgen mettertijd. Omstreeks 1705, aldus T.J. Gerits, hadden Andries Bolgeryns, stadstimmerman van Diest, en Claes van Schaluynen, timmerman van Turnhout, een raming gemaakt van de onkosten voor het herstel van het kerkgebouw. Hun raming liep op tot 3.960 gulden, waarvan de abdij de helft zou betalen, de andere helft te betalen door de gemeente&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;T.J. GERITS, Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet, in Taxandria, N.R. deel 39, 1967, p. 141-163, in het bijzonder p. 150.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. De herstellingswerken moeten kort daarop zijn aangevangen. T.J. Gerits vermeld in dezelfde publicatie nog andere initiatieven. In 1708 schonk de abt van Averbode een hergoten tiendeklok aan de Sint-Andrieskerk. In 1712-1713 werd een nieuwe biechtstoel aangekocht. In 1720 werden twee portalen geplaatst in de kerk. In het eerste kwart van de achttiende eeuw (van 1700 tot 1724) werden uitgaven gemaakt voor de plaatsing van de zijaltaar van O.-L.-Vrouw en het altaar van de HH. Cosmas en Damianus. In 1726-1727 werd het hoofdaltaar geplaatst. In de twintiger jaren werd ook een nieuw orgel geplaatst. Tijdens zijn visitaties kon de deken van Geel zijn tevredenheid vrije gang laten gaan; de kerk was stillekensaan helemaal terug in orde: in 1727 werd een nieuw orgel geplaatst; in 1732 waren er drie klokken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1693 Bouw van de kapel van Gerheide, tegen de goesting van de pastoor van Balen (St. Joris nr. 85)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 3 september 1693 stuurde pastoor Cornelis Lauwers van de Sint-Andrieskerk van Balen een brief aan de abt van Averbode om hem op de hoogte te brengen over wijzigingen in zijn parochie, meer bepaald “in Grijen”. In dit gehucht was er nooit een kapel geweest, aldus de pastoor. Ook de voorgangers van pastoor Lauwers hadden nooit de toelating gegeven om er een kapel te bouwen. Er was in Gerheide wel een kapelleke zoals er elders in Balen bestonden en die door het volk uit eigen beweging en godsvrucht, zonder toestemming van gezagsdragers, waren gebouwd: ze werden “heylich-huijsken” genoemd. Gelijkaardige heilige huisjes kon men vinden onder Stegh, onder Rijsbergh of in ’t midden van het dorp nabij de kerk. Het volk van Grijen, in de grootste onvoorzichtigheid, had van de bisschop van Brugge bekomen dat er in hun gehucht een kapel mocht worden gebouwd. De inwoners voerden aan dat er zoveel sterfgevallen waren en dat de parochiële kerk van Balen geteisterd was (na de brand van 1684 ). Ze hadden van deze bisschop de mogelijkheid gekregen om er tijdelijk missen op te dragen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De inwoners van Gerheide waren echter niet over éénnachtijs gegaan. Reeds in 1682 had pastoor Lauwers een schrijven ontvangen van Guillielmus Bassery, vicaris van het bisdom ‘s-Hertogenbosch. Deze laatste hield toezicht op de parochiële verrichtingen in het bisdom ’s-Hertogenbosch, waartoe Balen behoorde. Bassery beweerde dat de inwoners van Gerheide herhaaldelijk hadden aangedrongen op het lezen van heilige missen in de wijk. Vooral op de kerkelijke feestdagen werden vieringen gewenst in de kleine kapel van de wijk, volgens de inwoners van Gerheide tegemoetkomend aan de apostolische wensen, aldus hun verzoekschrift. Het werd gevraagd voor korte tijd, dus tijdelijk; de gunst werd gezien als een vergroting van de devotiemogelijkheden van de inwoners. Na een jaar zou worden gekeken of het initiatief nog zou worden verder gezet en of ze niet van gedacht waren veranderd, aldus Bassery. De pastoor kon toezicht houden op de evolutie ter plaatse. In 1682 hadden die van Gerheide reeds hun erwten in de “waaik” gezet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Willem Bassery (°Brussel 1642-+Brugge 1706), apostolisch vicaris van het bisdom ‘s-Hertogenbosch, werd in 1691 tot dertiende bisschop van Brugge gewijd. De inwoners van Gerheide hadden een sterke man als steunpilaar gekozen; de pastoor had wel wat weerwerk geboden maar de kapel kwam er. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Besluit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd meermaals gewrongen en tegengewrongen in de gemeente Balen. Soms was het om redenen van persoonlijke aard zoals bij Jan Dois in 1513, soms van gemeenschappelijke aard zoals bij de inwoners van Gerheide in 1693. De meeste van de geschillen gingen om geldkwesties; hierbij was de abdij van Averbode als tiendeheffer een geduchte tegenspeler; jaren en jaren werd hierover gepalaverd en gediscussieerd.. Een enkele maal ging het om een grensgeschil met een naburige gemeente (Meerhout 1620), of een belangenconflict van een groep uit een ander dorp (Olmen 1688). Meestal ging het om conflicten met externe oorzaken buiten de gemeente en niet om groepen Balenaren die zich tegen elkaar gingen keren. Vermoedelijk moet de kwalificatie in de tittel van dit artikel in latere eeuwen worden gezocht, bijvoorbeeld toen de gemeente werd verdeeld in verschillende plaatselijke partijen die moeilijk in mekaars ogen konden kijken en meestal rond een muziekmaatschappij waren verenigd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Lijst van de pastoors in Balen (St. Joris nr. 106)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1268 Snepardus, investiet van de kerk van Balen +1286'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Everardus 1286-1294'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Joannes 1295-1313'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Petrus Appelmans 1313-1361'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Franco de Leuwis 1361-1370'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''………'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Joannes de Rotselaer 1398-1439'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Walteus de Damerhezen de Meeuwen + 1458'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Walterus Wijtmans de Oosterwijk 1499 (naar Tessenderlo)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Mathias van der Vliet de Rethy 1502-+1507'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Arnoldus de Thenis de Diest 1507 - +1551'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Arnoldus Vaes de Coersele 1551- +1556'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Christianus Borckelmans de Sichem 1557- + 1564'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hubertus van Rijsfort de Zichem 1564- + 1579'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Norbertus Hoevenaers (Fabri?) de Coersele 1579- +1607'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bernardus van den Briel de Coersele 1607 - +1633'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Cornelis van Ham de Vorst 1633- +1637'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Leonardus Pulinckx ex Helchteren 1637- +1651'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Joannes van Tilborgh de Diest 1651- 1666 (deken van district Geel)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Cornelius Lauwers de Wechter 1666-+1685'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Andreas Kimps de Lyra 1685-+1701'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bernardus Swaens de Venlo 1701- 1723'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Andreas Noops de Coersele 1723-1737 (naar Cortenbosch)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Dominicus Croonaerts de Beringen 1737-+1747'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ambrosius Noë de Lovanium 1747- 1749 (naar Wezemaal)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Baltazar Boucx ex Hex 1749-1758'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Cornelius Feillen Aquisgranensis 1758- +1774'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Leonardus Raijmackers 1774- +1799'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Nicasius Oniaerts de Oolen +1812 '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Petrus Heijlen de Noorderwijck 1812-1813 (naar Waelhem)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hieronymus Peeters ex Langdorp 1813- + 1826'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bols 1826- '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Onderpastoors te Balen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Cornelius Lauwers, van werchter 1651-1656'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Theodorus Schaepmans, van Tessenderlo 1656-1662'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Antonius Bedix ,,van Macharen 1662-1665'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Barth. Leijssens, van Retie 1665-1671'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ambrosius Van den bossche, van Zaventem 1671-1676'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Servatius Otgeri van Hove, van Blerick 1676-1679'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Petrus Taelmans, van Lummen 1679-1685'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Godefridus Miertmans, van Miert 1685-1697'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Henricus van Idsaerd, van Amsterdam 1697-1709'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Sulpitius Wellens, van Diest 1709-1717'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Jac Ignatius Grouwels, van Roermone 1717-1718'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Jac Antonius Vaes, van Bree 1718-1723'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Severinus van Broeckhuysen, van Venlo 1723-1729'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Laurentius Vaes, van Bree 1730-1732'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hubertus Mattheussen, van Oostmal 1732-1736'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Stephanus van den Borne, van Blerick 1736-1738'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bernardus van Buren, van Maestricht 1738-1741'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ernestus van Buren, van Maestricht 1741-1742'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bartholmeus Neecx, van van Herenthout 1742-1750 (+)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Melchior Nijpels, van Maestricht 1750-1751'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Herman-Jozef van Ghemert, van ’s Hertogenbosch 1751-1754'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Adolphus du Prez, van Geleen 1754-1756'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gerlacus van der Lé, van Essen 1756-1759'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Martinus Vermasen, van Venlo +1759'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Stephanus Hermans, van Vorst 1760-1761'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Adolphus Du Prez (2°), van Geleen 1761-1766'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bartholomeus de Fraiture, van Rummen 1766-1772'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Joannes Baptist Mattheus, van Aarschot 1772'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Romualdus Van den Brande, van Kasterlee 1772-1774'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Damasus Luyckx, van Turnhout 1774-1776'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Eustachius Mommeyer, van Zichem 1776-1779'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Matthias Huijsmans, van Turnhout 1779-1796'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hieronymus Peeters, van Langdorp 1796-1812'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seculieren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laermans, van Boechout 1812&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Joannes franc. Brems, van Wolfsdonk-Langdorp 1814-1820&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
P. Broeckx, van Aarschot 1820-1829&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Josephus Verdeyen, van Tielen 1829-1834&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Josephus Aertgeerts, van Meerhout 183’ &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Echtheidsattesten_voor_de_H._Odrada</id>
		<title>Echtheidsattesten voor de H. Odrada</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Echtheidsattesten_voor_de_H._Odrada"/>
				<updated>2025-07-06T18:17:15Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over relieken en echtheidsattesten in het bijzonder deze van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada, vereerd te Balen en te Mol-Milligem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door [[Jaak Jansen]] &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heiligenverering is steeds een belangrijk onderdeel geweest in de devotiepraktijk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de katholieke kerk. In de loop van de tijden werden duizenden mannen en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vrouwen heilig verklaard1. Sommigen werden heilig verklaard door het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
martelaarschap; anderen werden heilig door hun voorbeeldig leven of door de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diensten die zij aan de kerk hadden verleend. Kloosterorden promootten eigen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen naar de kerkelijke kalender. Grote, invloedrijke kerkleraars, mystiekers, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stichters, vorsten of leiders van bewegingen kregen aandacht en werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gecanonniseerd. Zij werden erkend, bewonderd en  vereerd; zij werden tot voorbeeld &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld; zij waren bemiddelaars voor de gelovigen, tussen hier en daar.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geleidelijk  zou  de  heiligenverering  zich  verspreiden,  eerst  in  Europa,  later  in  de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kolonies. Plaatselijke vereringen zouden uitgroeien tot bedevaartplaatsen, soms met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
internationale uitstraling (Rome en Loreto in Italië, Compostella in Spanje, Keulen in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland). Heiligenlevens werden beschreven en tot voorbeeld gesteld. Wonderbare &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
feiten,  genezingen,  bekeringen  werden  graag  geregistreerd;  zij  toonden  hoe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
invloedrijk de heilige was; zij stelden zijn levenswandel en overtuiging tot voorbeeld; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij  droegen  bij  om  de  verspreiding  van  de  verering  te  bevorderen.  De  eerste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systematische beschrijving van de heiligenlevens gebeurde door Jacopo de Voragine &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(1230-1290),  bisschop  van  Genua,  in  zijn  “Legenda  Aurea”.  Zonder  veel  kritisch &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermogen noteerde hij alle gekende verhalen over en van de heiligen. Zijn boek zou &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote invloed uitoefenen en als een soort bijbel worden gebruikt in de middeleeuwse &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
iconografie. Goedgelovigheid en fantasie kwamen hierbij dikwijls om de hoek kijken; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bleef aantrekkelijk en invloedrijk. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verhalen waren in de loop van de tijd aangedikt; af en toe sloeg de fantasie op hol. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Later  zou  de  kerk  specialisten  opleiden  die  onderzoek  deden  om  degelijke, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarheidsgetrouwe  levensbeschrijvingen  op  te  stellen.  Vooral  de  jezuïeten  zouden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier baanbrekend werk verrichten: zij werden de bollandisten genoemd naar één van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de  eerste  initiatiefnemers.  Joannes  Bollandus  (°Judemont  bij  Bolland  1596-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
+Antwerpen  1665)  was  jezuïet  en  historicus;  hij  begon  samen  met  Heribertus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rosweyde (°1570-+1629) de Acta Sanctorum uit te werken: het grootse plan om op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historisch  gefundeerde  wijze  de  levensbeschrijvingen  van  de  heiligen  uit  te  geven. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bolland verbrede het opzet en werd de eigenlijke stichter van het studiecentrum. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
documentatie werd door de  bollandisten te Brussel verzameld. Bij de  opheffing van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de  jezuïetenorde  in  1773  waren  er  reeds  vijftig  delen  verschenen.  In  de  periode &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1773-1794  verschenen nog zes delen. In 1794 trok abt Hermans, van Tongerlo, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hagiologische  onderneming  naar  de  abdij.  In  1837  vertrok  het  opzet  terug  naar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel 2.  In  1904  werd  in  deze  reeks  de  levensbeschrijving  van  de  H.  Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd3. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Overzicht zie REAU, Iconographie de l’art chrétien, 3 delen, Parijs, 1958; zie ook LCI, Lexikon der &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
christlichen Ikonographie, delen 5 tot 8, 1974.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Over de rol van Tongerlo in deze onderneming publiceerde W. VAN SPILBEEK, De abdij van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerloo. Geschiedkundige navorsingen, Lier-Geel, 1888, p. 565-572. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Acta Sanctorum, Dies tertia Novembris. De Sancta Odrada, Commentaar door C. DE SMEDT, 2, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, 1894, p. 57-69; een diepgaande studie over de vita zelf, de tekst en de interpretatie ervan  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd uitgevoerd door ANNEMARIE SPEETJES, De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de heilige Odrada (1100-1400), met een kritische studie van de vita, doctoraatsproefschrift &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekenverering4 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verering van de katholieke heiligen is nauw verbonden met de verspreiding van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hun relieken in de Roomse kerk. Aanvankelijk werd de heilige vereerd daar waar hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraven lag. Spoedig zou de verering worden uitgebreid naar andere plaatsen door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verspreiden van relieken (relikten, reliquien, overblijfselen) van de heilige.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onderdelen van het lichaam of skelet (primaire relieken) werden meegenomen om &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vereerd te worden elders. De invloedrijke kracht van de heilige was evenzeer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezig in het onderdeel(tje) en kon de volledige persoon vertegenwoordigen. Ook &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secundaire relieken zoals kledingstukken of gebruiksvoorwerpen van de heilige &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden een grote waarde. Een derde soort relieken (tertiaire relieken) waren resten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die geraakt hadden aan een primaire reliek en op die manier een gedeelte van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kracht van de primaire reliek met zich meedroeg.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Enige rangorde in de kracht van de relieken kon ook worden vastgesteld. De sterkste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken waren deze die verwezen naar het leven van Jezus en zijn moeder Maria &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Jeruzalem). Dan volgden de naasten van Jezus: de apostelen (H. Petrus begraven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Rome; Jacobus de Meerdere begraven in Compostella). Verder volgden de vele &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mannelijke en vrouwelijke heilgen, waarvan er sommigen al meer populair waren dan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen. Sommigen werden aanroepen tegen catastrofen, natuurrampen of ziekten; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen werden aanbeden om allerlei kwalen te verhinderen bij bevallingen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huwelijken, ouderdomskwalen of sukses in het leven. De heiligenj zouden verder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestaansrecht verwerven via patroonschap van landen, steden, gilden en ambachten, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschappen, verenigingen of via persoonlijke devotie. Mettertijd werd de lijst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangevuld met nieuwe heiligverklaringen die tot op onze dagen verder gaan.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kerk stimuleerde deze vereringen en ging aan sommige gebeden of oefeningen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke beloningen of aflaten verbinden. Feller groeiden de misbruiken toen er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook geldelijke bijdragen werden aan gekoppeld; aflaten konden worden gekocht met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bijhorende, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van straf in het hiernamaals. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het uit de hand lopen en werd deze “handel” in aflaten  gecontesteerd. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reformatie (1ste helft 16de eeuw, Luther) zou onder meer tegen deze misbruiken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
protesteren en in verzet gaan. Het Concilie van Trente in het midden van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw zou orde op zaken brengen in deze werkwijze en de basis leggen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het ernstig beheer van dit onderdeel van de kerkelijke devotie. Heiligenlevens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden ernstig bestudeerd. Relieken werden op hun echtheid onderzocht. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Concilie van Trente zou hier orde op zaken brengen.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De oudste bijzondere vereringsplaatsen waren deze waar de eerste martelaren &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden begraven. Op hun graven zouden de eerste kerken worden gebouwd. Hieruit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou trouwens de gewoonte en verplichting voortvloeien om in elke altaartafel van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
elke kerk een restje of reliek van een heilige aanwezig te plaatsen onder de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaarsteen. Met de erkenning en de verspreiding van de godsdienst zou ook de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
behoefte aan relieken sterk toenemen. Tot op heden zou de kerk dit gebruik &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toepassen en altaren toewijden aan één van de erkende heiligen. Alle heiligen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vakgroep Geschiedenis Universiteit Groningen, 1999. De auteur publiceerde de oorspronkelijke tekst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de vita en het officium; van de in het latijn geschreven vita gaf zij een nederlandse vertaling. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Verder ging haar aandacht naar de relatie tussen Odrada en de kerk van Alem die door een priorij van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de benedictijnen van Sint-Truiden werd bediend. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 In 2008-2009 werd er in het museum “De Mindere”, van de minderbroeders te Sint-Truiden een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tentoonstelling gehouden over relieken en reliekenverering:”Tussen Hemel en Aarde. Relieken en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekenverering”, Sint-Truiden 30 oktober 2008-30 april 2009.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kregen een plaats op de kerkelijke kalender en kregen op een bepaalde dag een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere dag van herdenking en verering. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds waren er ook misbruiken en onregelmatigheden. Relieken werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruikt in politieke machtsspelletjes; hoogwaardigheidsbekleders schonken relieken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg om meer macht te krijgen; valse relieken werden verspreid; de authenticiteit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd soms niet nagegaan. Soms ging men zover om resten van heiligen te gaan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelen om de invloed en de welvaart ervan aan de “goeie” kant te krijgen; het verhaal &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de ontvreemding van de H. Dimpna in Geel door de inwoners van Xanten is er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorbeeld van. Bedevaartplaatsen kregen grote aandacht en brachten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volkstoeloop en welvaart. Misbruiken en onregelmatigheden konden niet uitblijven.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch dient erkend te worden dat de volksdevotie tot de heiligen een enorme &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke kracht was en een wezenlijk element van de volksverheffing; de invloed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het persoonlijke en maatschappelijk leven was zeer groot. Voor het culturele leven, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het maatschappelijke netwerk en de devotie van de gelovigen waren de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering en de reliekenaanbidding bepalend. Wie alleen wil blijven stilstaan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij excessen ( het kruishout, de moedermelk van Maria) is te kwader trouw.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Willem van Rijkel (13de eeuw) &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de geschiedenis van de verering van de H. Odrada zou een misplaatste ingreep &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kennen  in de dertiende eeuw. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw werden er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Keulen honderden relieken verspreid over Europa. In 1106 wilde de stad zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
territorium uitbreiden en tijdens de bouwwerken van een nieuwe stadsmuur, stootten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Keulenaars op een ongekend kerkhof met talrijke graven. Vermits de kerk van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Ursula in de buurt lag, was men de mening toegedaan dat het hier om een oude &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraafplaats ging waar de H. Ursula en de elf duizend maagden werden begraven. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De legendarische vita verhaalde hoe de Britse (Bretoense?) koningsdochter verplicht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd om met een heidense prins te huwen. Zij wilde slechts akkoord gaan indien zij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst een reis mocht maken met elf dienstmaagden die op hun beurt duizend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienstmaagden mochten meevoeren. Hun tocht voerde hen naar Keulen en vandaar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verder naar Rome, waar zij paus Cyriacus (366-384) ontmoetten. Bij hun terugkeer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonden zij een bezette stad Keulen waar de Hunnen de bevolking teisterden. Ursula &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en haar talrijk gezelschap werd gevangen genomen en met pijlen doorschoten door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het leger van de Hunnenleider. Zes eeuwen later, in 1106 was men ervan overtuigd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat de begraafplaats van deze martelaressen werd terug gevonden. De nieuwe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vindpaats zou een massa aan relieken voortbrengen; de legendarische &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving werd letterlijk genomen.  De benedictijnen zouden vanaf de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalfde eeuw belangrijke verspreiders worden van deze vondst. In de dertiende &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw zou de verspreiding van deze Keulense relieken nog blijven verder gaan. Abt &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Willem van Rykel van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden was een vurig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzamelaar en verspreider van deze relieken. Vanaf 1260 ontving de abdij van Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Truiden talrijke relieken  vanuit Keulen.  Tussen 1270 en 1272 verzamelde en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdeelde abt Van Ryckel honderden resten van skeletten. Vermist deze vrouwen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de legende allen de marteldood waren gestorven, waren zij ook tot de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligen- staat verheven. Willem van Ryckel hield in grote lijnen een administratie bij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en noteerde dagelijks zijn initiatieven van de verdeling. Over de identificatie nam hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het niet zo nauw; willekeurig ging hij aan de resten namen toedichten die nergens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige grond van waarheid vertoonden. Op 23 augustus 1271 noteerde hij de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verspreiding van de relieken van de H. Catharina, de H. Odrada en de H. Filippus; zij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden doorgestuurd naar het bedehuis van Alem-op-de-Maas, een afhankelijkheid &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij van Sint-Truiden5. Wat er precies werd geschonken aan de kerk van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alem stond niet genoteerd. In andere notities stond wel vermeld dat het om “een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schedel” of “een hoofd” of “een lichaam” ging; hier werd verder geen precisering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgegeven. De naamgeving van van Rykel was ook vaak willekeurig en verwarrend; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de betrouwbaarheid van de notities waren ondermaats. Sommige auteurs &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beschouwden onterecht deze informatie over de levering van relieken aan Alem als &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het begin van de verering van de H. Odrada te Alem6. De vita over de H. Odrada die &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1304 te Sint-Truiden zou zijn geschreven, zou bijgevolg aansluiten bij de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwerving van relieken in 1271. Verscheidene argumenten zouden deze visie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontkrachten. Voor 1271 werd er reeds verwezen naar Odrada. In Alem werd de naam &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Odrada reeds vroeger vastgesteld door A.J. Speetjes: er bestond reeds voor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dertiende eeuw  een “Sent Hodraden acker” in Alem en in Lobberich woonden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“homines beate Odrade”. Speetjes wees in haar doctoraat eveneens op de nauwe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwevenheid tussen machtspolitiek van de abdij en de gevolgen voor de plaatselijke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering. Enerzijds was de neiging groot om de vita van de H. Odrada als &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puur verzinsel en legendarisch te beschouwen; anderzijds werd deze mening &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkruist door enkele historische gegevens en toch weer niet genoeg om een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijke, andere conclusie te trekken. Het recent onderzoek van de reliek te Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Mark Van Strydonck zou nieuw licht brengen in deze problematiek.  Door het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium werd een radiocarboondatering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgevoerd op het kaaksbeen van Sint-Odrada in  de Sint-Andrieskerk te Balen. Dit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen zou in 15737 (aldus Joannes De Roover) opgegraven zijn te Alem waar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada werd begraven en waar Otto van Duras voor haar een bedevaartkerk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwde. De conclusie van Mark Van Strydonck was dat het kaaksbeen toebehoorde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan een vrouw die in de achtste eeuw had geleefd8. Ook een ander gelijkaardig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderzoek op een door van Rijkel verspreide schedel van één van de elfduizend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagden leverde een datering op die niet uit de te verwachten 4de eeuw herkomstig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was. De betreffende schedel, bewaard in Sint-Truiden, was herkomstig van een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
persoon die in de zesde-zevende eeuw geleefd had9. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over authenticiteitsattesten van de H. Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het begin van de zestiende eeuw zal de reformatie op gang komen in Europa; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst in Duitsland, daarna in de andere landen van Europa. De misbruiken in de kerk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren talrijk; er waren twijfels over de religieuse waarheden en gebruiken. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkelijke aflatenpolitiek was een doorn in het oog; de heiligenverering was er de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basis van. Aflossingen in het hiernamaals werden gekoppeld aan financiële bijdragen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De wijdverspreide aflatencommercie bracht ontevredenheid en verzet. Vooral een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief van paus Leo X (1513-1521) was in het verkeerde keelgat geschoten; de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst van de aflaten moest onder meer dienen om  de grote bouwwerken in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rome te financieren. De augustijn Maarten Luther zou verzet aantekenen in 1517; hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kreeg grote navolging. Nieuwe ontevredenen en richtingen zouden ontstaan. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Ph. GEORGES, De reliekenschat van de Benedictijnerabdij van Sint-Truiden, in Stof uit de kist. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middeleeuwse textielschat uit de abdij van Sint-Truiden, Leuven, 1991, p. 33. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 BIJSTERVELT en anderen  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Acta Sanctorum. De Sancta Odrada, o.c., p. 59, nr. 9,  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 M. VAN STRYDONCK, Relieken. Echt of vals?, Leuven, 2006; over het onderzoek van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van de H. Odrada zie p. 111-119. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 M. VAN STRYDONCK, o. c., 2006, p. 77 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
scheuring en verdeeldheid in Europa waren onvermijdelijk en grondig. De gevolgen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn tot op heden aanwijsbaar. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de kerk van Rome waren de vele ongeregeldheden en tegenkantingen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding om in het midden van de zestiende eeuw het Concilie van Trente (1545-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1563) te organiseren. Hier werden maatregelen genomen en antwoorden gegeven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan deze bedreigingen. Nieuwe bisdommen werden opgericht; cathecese-onderricht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd gestimuleerd; de controle en toezicht verstrengd. De kerkelijke bedienaars &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden beter opgeleid en beter begeleid. Voortaan zou men ook nauwer toezien op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de echtheid van de relieken; onregelmatigheden moesten vermeden worden. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toezicht hierop zou worden uitgeoefend door de kerkelijke hoogwaardigheids-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bekleders, bisschoppen of aartsbisschoppen. Zij zouden op regelmatige wijze &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle uitoefenen op devotie; zij wilden excessen vermijden; zij wilden de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering onder controle houden; onder meer schreven zij attesten  voor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken en hun plaatselijke verering. Aanvankelijk ging het hier om handgeschreven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attesten die door de secretariaten van de bisschoppen werden afgeleverd. Tijdens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dekenale visitaties werd alles gecontroleerd en in veslag gebracht.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de negentiende eeuw zou er in de attesten verandering en vereenvoudiging &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
komen. Aangezien het om talrijke attesten ging, en de nomenclatuur grotendeels &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
identiek was voor alle attesten, werden altijd weerkerende elementen vooraf gedrukt &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en vulde de gemachtigde controleur plaatselijk in handschrift de specifieke gegevens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in, aangepast naargelang het geval dat hij voor zich had. De vaste, identieke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegevens waren: de naam van de bisschop, zijn wapenschild, de gebruikelijke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwelkomingsgroet, de verwijzing naar de regelgeving van het Concilie van Trente, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de toelating tot verering, de verzegeling, de plaats van uitgave. Meer specifieke, met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hand toegevoegde gegevens waren: de naam van de heilige waarvoor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
authenticiteit werd uitgesproken, het uitzicht en vorm van de reliekhouder, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering van het document, de naam en ondertekening van de mandaathouder van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bisschop. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het eerste Balense authenticiteitsattest van de H. Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen abt Servatius Vaes, van Averbode in 1654 de reliek van Sint-Odrada naar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen bracht10, leverde hij ook een echtheidattest af  waarin de reliek werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omschreven en de voorgeschiedenis werd duidelijk gemaakt (Bijlage nr. 1). In het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document maakte hij bekend dat het hier het onderkaaksbeen betrof van de H. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada, geboortig van Balen. In 1651 was de reliek uit veiligheidsoverwegingen aan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abt bezorgd door Filippus Nevius, de pastoor van Hooge Mierde. Deze laatste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had de reliek ontvangen van E.H. deken Mattheus Langhencruys; Langhencruys had &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze in 1617 ontvangen uit handen van bisschop Zoësius van ’s Hertogenbosch. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliek werd opgevraagd bij de abt door Joannes van Tilborg, pastoor te Balen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
norbertijn van Averbode.. De resten van de H. Odrada waren opgegraven einde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw toen de tijden onveilig waren en schendingen dikwijls voorkwamen in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Noorden. Abt Vaes vermeldde dat op 27 september 1654 de reliek &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processiegewijs naar de Balense kerk werd gedragen om er te worden vereerd. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschreven echtheidsdocument werd getekend en gezegeld door de abt; pastoor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van Tilborg zette zijn handtekening als getuige. Hiermee leverde de abt een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorbeeld van een autenticiteitsattest af bij de Balense reliek.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook J. JANSEN, De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw, in Taxandria, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NR 78, 2006, p. 83-98; met attest van abt Servaes. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De echtheid van de reliek werd gestaafd door de reliek duidelijk te omschrijven en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de voorgeschiedenis volledig te schetsen met de redenen voor de overbrenging &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de vermelding van de vraag vanuit het geboortedorp Balen. Wat de abt niet &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermeld is de manier waarop het naar Balen werd gebracht. In welke houder werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen overgebracht? Wel staat vermeld dat het kaaksbeen in Hoogemierde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een kistje werd bewaard (in capsula), in zover dat er terplaatse in Hoogemierde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesproken werd over het “kistje van Sint-Odrada”. Wij vermoeden dat de reliek in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dezelfde houder werd overgebracht naar Balen. We denken ook dat dit kistje later &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgeborgen werd in de decoratieve uitstaltroon uit het midden van de achttiende &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw. Het kistje moest in de ruimte geschoven worden die zich bevindt onder het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de H. Odrada11. Slechts in 1830 zal hier verandering in komen. Pastoor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bols liet een nieuwe, zilveren reliekhouder maken ter vervanging van het wel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voldoende mooie, maar toch eerder erbarmelijke houten kistje (“in satis pulchra sed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trista cista lignea”). Is het kistje bewaard gebleven? Tot hiertoe werd het niet &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevonden; het was uit Hoogemierde herkomstig en werd in Balen overgenomen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eigenlijk ging het hier om een tertiaire reliek. In 1837 zou pastoor Bols een uitvoerige &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
motivatie over de verering en de reliek van Sint-Odrada sturen naar aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sterckx12.  Geboers en Van Olmen suggereren dat het kistje nog steeds bewaard &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was op de het einde van de negentiende eeuw. Het oud “Odradakasje” waarin de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relikwie in 1654 werd vervoerd zou nog te zien zijn in het voetstuk van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitstallingstroon uit het midden van de achttiende eeuw. Deze troon werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de in 1896 opgerichte kapel te Scheps13.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Latere attesten te Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het kerkarchief van Sint-Andries Balen vinden wij nu drie attesten die opgevat zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de hoger beschreven, negentiende eeuwse regels door een combinatie van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorgedrukte tekst en de handgeschreven toepasbare, specifieke gegevens van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de reliek. De attesten werden geleverd door aartsbisschop Deschamps in 1869 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Bijlage nr. 3), door aartsbisschop Goossens in 1891 en door aartsbisschop Van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roey in 1937.  Er moet nog een attest van 1830 bestaan hebben. Toen werd het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van Sint-Odrada overgebracht vanuit een houten kistje naar de huidig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezige reliekhouder in de uitstallingstroon14. Achteraan werd de houder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgesloten met de gebruikelijke rode touwtjes en driemaal een zegel van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zetelende aartsbisschop de Méan (1817-1831). Door de Méan moet er ook een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attest geleverd zijn. Het valt op hoe attesten dikwijls geleverd worden wanneer er met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken iets gebeurd: een nieuwe houder voor een bestaande reliek, het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overplaatsen van een gedeelte van de reliek in een nieuwe houder, het overbrengen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een gedeelte van de reliek naar een andere bewaarplaats.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de drie hoger vermelde attesten werd bijgeschreven dat het om een reliek “ex &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ossibus” ging, een onderdeel van het gebeente. Een dergelijke, primaire reliek was &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder krachtig en stelde als het ware de heilige zelf aanwezig. In het attest van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, De H. Odrada van Baelen, haar leven en hare vereering, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen, deze auteurs delen dezelfde mening in hun publicatie, p. 94 (1891), p. 65 (1898).   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 J. JANSEN, Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw, in Taxandria, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
82, 2010, p. 61-83, in het bijzonder p. 66-67.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13 A. GEBOERS en F. VAN OMEN, o.c., 1891, p. 94; 1898, p.65. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14 “olim conservabatur in satis pulchra sed trista cista lignea, ad anno 1830 curati eam includi in ampla &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pulcherrima et sumptuosa pixide argentea… J. JANSEN, o.c,, in Taxandria, NR 82, 2010, p. 82. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1937 werd er meer duidelijkheid gegeven over de aard van de reliek, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertegenwoordiger van de kardinaal voegde toe dat het ging om het volledige, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderste kaaksbeen van de heilige: “ex ossibus (integra maxilla inferior)”.        &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De geschreven tekst lichtte ons ook in over het uitzicht van de houder. In 1869 was &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er sprake van koperen houder van ronde vorm (“theca cuprea forma rotunda”). Hier &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaat het om een nieuwe houder die kleiner van formaat was en bijgevolg meer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerbaar bij de verering. De toekenning van aflaten was ook gebonden aan de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verering van de relikwie van Sint-Odrada. Later kon deze koperen houder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk meegenomen worden naar Scheps indien er een bedevaart naartoe trok. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een stukje van het kaaksbeen werd in de ronde houder opgenomen. In 1891 was er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sprake van een zeszijdige houder “(theca chartaria formae sexangulae”). Hier gaat &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het om de nieuwe reliekhouder die in 1891 werd aangekocht te Mechelen bij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Festraets. De zeszijdige ruimte werd gedragen door twee neerknielende engelen;  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boven deze houder is er een zeszijdig, neogotisch kapelletje met een voorstelling &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada met het paard dat zij beteugelde15. Hier ook werd een stukje van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen opgenomen in de houder. In de gedrukte tekst werd de wijze van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevestigen verbeterd: het woordje “filo serico” (zijden draad) werd doorstreept en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervangen door het woordje “vittis sericis” ( zijden linten). Verder werd de gedrukte &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tekst aangepast aan het nieuwe uitzicht. Normaal is de reliek zichtbaar door een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cristallijnen venstertje; in de nieuwe houder werden in 1891 verscheidene &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkijkvenstertjes aangebracht (“crystallis”). Het attest van 1891 werd ondertekend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de Balenaar F. Van Olmen, secretaris van kardinaal Goossens. In hetzelfde jaar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publiceerde Van Olmen samen met A. Geboers het boek over de Balense heilige. Te &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
melden valt nog dat Van Olmen in het attest begrijpelijk de heilige vermeld als virgo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balensis. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest van 1937 betreft dezelfde zeszijdige houder als deze beschreven in 1891. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het attest van 1937 werd trouwens verwezen naar de erkenning van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken door kardinaal Goossens op 26 augustus 1891. In de gedrukte tekst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden in 1937 de aangepaste verbeteringen opnieuw overgenomen. In naam van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal J.E. Van Roey ondertekende als mandaathouder Z.E.H. Caeymaex, die &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich “custos SS. Reliq.”, bewaarder van de heilige relieken noemt.    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekattesten van de H. Odrada te Milligem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1693 werden drie deeltjes van het Balense kaaksbeen afgenomen en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de kerk van Milligem. Hierbij werd blijkbaar geen attest geleverd; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleszins was er geen attest aanwezig in het kerkarchief. Alleen Odradavereerder De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rover, pastoor van Macharen, volgde de overbrenging op de voet en beschreef in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lyrische bewoordingen de ontvangst in Milligem16. Volgens De Rover kon de parochie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich gelukkig prijzen bij de overbrenging van het reliekdeeltjes naar de kapel. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voortaan zou het bedehuis van Milligem toegewijd zijn aan O.-L.-Vrouw en de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H.Odrada. Kanunnik Coenen , pastoor van het nabijgelegen Bel en lid van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapittel van Sint-Dimpna, publiceerde het boekje over Odrada en beschreef de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15 J. JANSEN, o.c., 1990, p. 34. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16 Acta Sanctorum, De Sancta Odrada, o.c. 1894, p. 61, nr. 17. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belangrijke feiten die er in die tijd waren gebeurd17. Milligem behoorde op dat &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ogenblik nog tot de vrijheid van Geel. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het oudste, geofficialiseerde attest vinden wij in de achttiende eeuw. De bisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Antwerpen, Jacobus T.J. Wellens, leverde in 1777 een attest af voor de relieken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de toenmalige kerk-kapel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw en de H. Odrada (Bijlage nr. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2). Wellens is niet alleen bisschop van Antwerpen maar ook  apostolisch &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgevaardigde voor het diocees van ’s Hertogenbosch. Volgens het attest van 1777 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou de reliek van de H. Odrada overgeplaatst worden in een andere houder. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document18 beschreef een oudere zilveren houder, in de vorm van een hart, met een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kristallen venster, stevig van uitzicht, met de relieken van de heilige maagd Odrada. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bisschop Wellens vermeldde dat de reliek reeds vroeger geattesteerd werd door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal Thomas Philippus d’ Alsace, aartsbisschop van Mechelen, die bestuurde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1716 tot 1759.  In het jaar 1777 werden de reliek overgeplaatst in een zilveren &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houder, ovaal van vorm, met vooraan een christalijnen venster; de reliek werd met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gebruikelijke, zijden lint van rode kleur vastgehecht. De bisschop bracht zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zegel aan op de reliekhouder en bevestigde dit in het attest. De overplaatsing in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1777 was de aanleiding tot het schrijven van dit attest.  De nieuwe, ovale &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekhouder van 1777 is nog bewaard, de oudere, hartvormige houder niet meer.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest vermeldde dat de reliek kon worden vereerd door de gelovigen van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diocees van ’s Hertogenbosch.  Het toenmalige bisdom Antwerpen strekte zich uit tot &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Nederland.          &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het document van 1777 werd er in 1859 een handgeschreven nota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegevoegd door de vicaris generaal J.B. Van Hemel in naam van aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Sterckx.  Milligem behoorde vanaf 1802 bij het bisdom Mechelen. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating werd gegeven om de reliek te vereren in het diocees; anderzijds werd de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating weerhouden om het te verheffen (“exaltari”). Naast de nota werd het zegel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sterckx aangebracht. Het betrof hier een nieuwe reliekhouder die door de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek werd aangeschaft. Achteraan de houder werd het wapen aangebracht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de aartsbisschop. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aflaten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De aflaten die zoveel verandering en twist hadden veroorzaakt in de zestiende eeuw, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven later toch nog in gebruik. De oudste, gekende toekenning van een aflaat voor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de verering van de Heilige Odrada dateerde uit de achttiende eeuw. Voortaan zou de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beloning uitgedrukt worden in dagen aflaat dit wil zeggen in dagen aflossing of &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevrijding van schuld die door zondig leven werd veroorzaakt. De financiële &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
connotatie was verdwenen. Milligem is op dit vlak het meest actief. Elke vrijdag werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er smorgens ter ere van Sint-Odrada een mis gezongen. De week voor Allerheiligen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was er begankenis. Kardinaal d’ Alsace (1716-1759)  kende een aflaat van honderd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagen toe aan degene die op de vrijdag de mis bijwoonde en daarna de relieken van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada vereerde19.  De Meerhoutenaar C. Mangelschots publiceerde in 1854 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de “Litanie der heilige Maegd Odrada” achteraan na het levensverhaal van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17 JUDOCUS COENEN, Het leven van de H. Maghet Odrada, Antwerpen, 1688, anastatische herdruk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2008. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18 Gemeentearchief te MOL, Archief van Milligem, los blad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c;, 1898, p. 73.    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige20. De litanie kreeg op 21 maart 1854 het imprimatur van vicaris-generaal P. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corten. Odrada werd aanbeden als “Patronesse van Milghem, Beschermster van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen en Macharen”... &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In Balen kon men andere papieren voorleggen. Paus Pius VI, die bestuurde van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1775 tot 1799, verleende aan de kerk van Balen een volle aflaat (dit is kwijtschelding &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van alle schuld) op de feestdag van Sint-Odrada (3 november). Tijdens de visitatie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de parochie door landdeken C. Van Dongen werd in 1781 genoteerd dat er op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die feestdag een volle aflaat te verdienen was21. Opvolger Pius VII verleende op 17 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1821 dezelfde aflaat op de feestdag en op zeven andere dagen. Aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Méan (1817-1831) legde in hetzelfde jaar deze aflaat precies vast op de feestdag &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada en de zeven volgende dagen (octaaf van Sint-Odrada)22.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens de feestelijkheden van de negentiger jaren van de negentiende eeuw werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet alleen talrijke kunstvoorwerpen vervaardigd en een boek over Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. In 1891 keurde kardinaal Goossens (1884-1906) een litanie van de H. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada goed en verbond daaraan ook een aflaat van 100 dagen ten gunste van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diegenen die de litanie en de bijhorende gebeden zou opzeggen23. Het jaar daarop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd er een broederschap van de H. Odrada gesticht door de Balense pastoor G.L. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van der Donck24. De 439 nieuwe leden zullen de litanie zeker verwelkomd hebben. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze litanie was een van de sterke devotie-ogenblikken voor de leden van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschap.  De Heilige Maagd Odrada werd vooral vereerd tegen oogziekten en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veepest. Enkele items uit de litanie willen wij ter illustratie aanhalen, zij sluiten nauw &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan bij de plaatselijke verering: &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…… &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heilige Odrada                                       bid voor ons &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Luister van Baelen                                 bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eer en roem van Millegem                     bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engel van zuiverheid en zedigheid, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wonder van verduldigheid in lijden en vervolgingen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kastijdster van uw onschuldig lichaam, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Spiegel van weldadigheid jegens de armen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…… &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Licht der blinden, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toevlucht der landbouwers in al hunne noodwendigheden, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijzondere patronesse tegen ziekte van vee en dieren, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Troosteresse van allen die U aanroepen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze machtige beschermster, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…….. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20 C. MANGELSCHOTS, Leven der Heilige Maegd Odrada. Gevierd wordende te Milghem, by Moll, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den derden november, Geel 1854. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21 Opgezocht door Paul Vos voormalig archivaris van Mol. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., p. 82 (1891), p. 54 (1898).   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., 1898, p. 79-83.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24 H. VANDER SANDEN, De Sint-Andriesparochie te Balen: 1868-1900, in Jaarboek 2008 Erfgoed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen, 2008, p. 75-95, in ’t bijzonder p. 90-91. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlagen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Averbode Abdijarchief  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AAA., Verzameling copieën van Balenaar Stanislas Joris Handschrift 9, nr. 79. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 59, nr. 12 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1654. Abt  Servatius Servaes geeft het relaas over de geschiedenis van het reliek &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada van Balen en vermeldt de authenticiteitsattesten die het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezelden. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reliquiis s. Odradae. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Servatius Dei patientia abbas Averbodiensis omnibus ac singulis praesentes visuris &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seu legi audituris salutem in Domino.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Notum facimus et attestamur quod nos requisiti a  ven.li Domino Joannae van Tilborg &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
canonico Averbodiensi et pastore ecclesiae Balensis, sacras Reliquias S. Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Virginis in Balen natae, nominatim integram mandibulam inferiorem, anno 1651 mihi &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
traditam a ven.li viro Domino Philippo Nevio in Julio, ut easdem subtraheret furori &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haereticorum et alibi majori in honore devotioni populi fidelis exponerentur, quas &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
quidem illi miserat Reverendissimus Dnus Episcopus Sylvaeducensis Nicolaus Zoes &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
easdem sic nominatas et declaratas debita cum reverentia venerati sumus et &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recognovimus juxta publicum instrumentum Rev.di Domini Mathaei Langhecrucii &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoris Hilvarenbecensis et decani christianitatis et attestationem ven.lis Domini &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Philippi Nevii praefati, cujus tenor sequitur de verbo ad verbum : « Anno a navitate &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Domini 1617, nona die Augusti, ego infrascriptus has reliquias Sanctae Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
virginis accepi a Reverendissimo Domino Nicolao Zoes, episcopo Buscoducense pro &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi : in quorum fidem haec scripsi et subscripsi. Ita est, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mathaeus Langhecrucius, pastor Hilvarenbecen-sis et decanus christianitatis ». Et ad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
latus instrumenti apparebat signum sigilli ; in hostia, quae jam erat corrupta, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
suprascripti Rdi Dni Pastoris et Decani christianitatis Hilvarenbecensis. In alia charta &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sic habebatur : « Ego Fr Philippus Nevius, pastor in Hoogemiert, has sacras reliquias &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
S. Odradae virginis a Revmo Dno Nicolao Zoesio, epo Sijlvaeducensi, ad nos et &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesiam Hogemierdensem per Rev.dum D.num Matthaeum Langhencrucium &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastorem in Hilvarenbeec et decanum christianitatis, missas, una cum tota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
communitate nostra Hogemierdensi processionaliter ex Lagemiert detuli et easdem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inclusas in certa quadam capsula quae solet vocari capsula S. Odradae virginis in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi honesto loco reposui anno 1617 in mense Augusto ». Infra &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erat positum : « Ita est, F. Philippus Noevius pastor in Hogemiert ».  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quas quidem reliquias sacras majori quo decuit honore et devotione cum solemni &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processione 27a septembris anno 1654 in ecclesiam parochialem Balensem diocesis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Buscoducensis, introduximus, eique  resignavimus reliquiario sanctae Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
includendas ibidemque collocandas ad augendam incolarum et Christi fidelium &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
devotionem. In quorum fidem praesentes manu nostra subscripsimus et sigilli nostri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
impressione muniri fecimus. Datum in aedibus pastoralibus Balensibus die 27 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
septembris anno Dominicae incarnationis 1654 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Loco sigilli &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
                          Eratque signatum : F. Sevatius abbas Averbodiensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haec copia collata cum originali concordat de verbo ad verbum &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Qoud attestor F. Ioannes van Tilborgh &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Gemeentearchief Mol &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Los blad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Authenticiteitsattest voor de relieken van Sint-Odrada te Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jacobus Thomas Josephus Wellens Dei ET Apostolicae Sedis Gratia Episcopus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antverpiensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
necnon Delegatus Apostolicus in partibus catholicis Diaecesis Buscoducensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris Salutem in Domino &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fidem facimus et attestamur Nos Reverenter aperuisse thecam argenteam, figuram &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cordis referentem, chrystallo ab anteriori parte bene munitam, continentem sacras &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias Sanctae Odradae virginis, ab Eminentissimo Domino Thoma Philippo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cardinali de Alsatia et archi episcopo Mechliniensi olim recognitas: quas sacras &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias pro veris et legalibus agnocentes inclusimus alteri thecae argenteae figurae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ovatae, ab anteriori parte vitro chrystallino coopertae eamque vitta serica Rubri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coloris colligavimus, ac sigillo Nostro minori in cera Rubra Hispanica impresso muniri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mandavimus quae theca adhuc duabus aliis majoribus formae Rotundae figuarum &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
minor est aerea, major argentea est inclusa; permittentes ut Praefatae S. Reliquiae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publicae fidelium venerationi Exponantur in Ecclesia parochiali loci de Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Diaecesis Buscoducensis in partibus catholicis. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Antverpiae die 8 mensis julii 1777 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Signatuur ? Engelgrave Vic. Glis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De mandato Illmi ac Revmi Dni mei &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Van Celst secr. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de rand toegevoegde notitie van 1859: &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Cardinalis Sterckx, archiepiscopus Mechliniensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Reliquias S. Odradae virg. in his Litteris memoratas, necnon in eadem theca &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argentea figurae cuxta? repositas (quam sigilo nostro munivimus) in Diaecesi nostra &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fidelium venerationi exponi, non autem exaltari permittimus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechliniae die 3 7bris 1859 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J B Van Hemel Vic. Gen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met zegel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Balen Kerkarchief, losse nota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echtheidsattest voor de relieken van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleverd door kardinaal Descamps in 1869 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Victor Augustus Isidorus DESCAMPS &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dei et apostolicae sedis gratia archiepiscopus Mechliniensis, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Primas Belgii, S.S. prelatus domesticus  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Et solio pontificio assistens , &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris salutem in domino &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met wapenschild en devies PERVIA COELI PORTA MANES &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tenore praesentium fidem facimus indubiam et attestamur, quod Nos, die datae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
harum, juxta , debite recognoverimus et approbaverimus Sacras Reliquias  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ex ossibus S. Odradae Virg. Balensis  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nobis cum debitis authenticitatis notis exhibiteis quas &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reverenter reposuimus et collocavimus in theca   cuprea forma rotunda   circulo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argenteo  et crystallo ab interiori ornata, bene clausa et filo serico coloris rubri debite &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
colligata, necnon sigillo nostro in cera Espanica impresso, firmiter obsignata. Ad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omnipotentis Dei gloriam Sanctorumque suorum honorem permittimus ut praefatae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Relquiae in hac dioecesi publicae Fidelium venerationi exponi possint.      &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Mechliniae sub nostri Vicarii Generalis signo sigilloque  nostro necnon &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Secretarii nostro chirographo, die  24   mensis Julii anni 18 69  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met signatuur I.        vi. gen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Mandato Illmi ac Rmi Domini Arciepscopi &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(((L. Grietens secr.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
[jan@tridel:~/projects/kunsterfgoed]$ vi 8_OdradaEchtheidsattesten\ voor\ de\ Hs.html &lt;br /&gt;
[jan@tridel:~/projects/kunsterfgoed]$ pandoc -f html -t mediawiki 8_OdradaEchtheidsattesten\ voor\ de\ Hs.html &lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over relieken en echtheidsattesten in het bijzonder deze van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada, vereerd te Balen en te Mol-Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heiligenverering is steeds een belangrijk onderdeel geweest in de devotiepraktijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de katholieke kerk. In de loop van de tijden werden duizenden mannen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vrouwen heilig verklaard1. Sommigen werden heilig verklaard door het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
martelaarschap; anderen werden heilig door hun voorbeeldig leven of door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diensten die zij aan de kerk hadden verleend. Kloosterorden promootten eigen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen naar de kerkelijke kalender. Grote, invloedrijke kerkleraars, mystiekers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stichters, vorsten of leiders van bewegingen kregen aandacht en werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gecanonniseerd. Zij werden erkend, bewonderd en vereerd; zij werden tot voorbeeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld; zij waren bemiddelaars voor de gelovigen, tussen hier en daar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geleidelijk zou de heiligenverering zich verspreiden, eerst in Europa, later in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kolonies. Plaatselijke vereringen zouden uitgroeien tot bedevaartplaatsen, soms met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
internationale uitstraling (Rome en Loreto in Italië, Compostella in Spanje, Keulen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland). Heiligenlevens werden beschreven en tot voorbeeld gesteld. Wonderbare&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
feiten, genezingen, bekeringen werden graag geregistreerd; zij toonden hoe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
invloedrijk de heilige was; zij stelden zijn levenswandel en overtuiging tot voorbeeld;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij droegen bij om de verspreiding van de verering te bevorderen. De eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systematische beschrijving van de heiligenlevens gebeurde door Jacopo de Voragine&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(1230-1290), bisschop van Genua, in zijn “Legenda Aurea”. Zonder veel kritisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermogen noteerde hij alle gekende verhalen over en van de heiligen. Zijn boek zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote invloed uitoefenen en als een soort bijbel worden gebruikt in de middeleeuwse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
iconografie. Goedgelovigheid en fantasie kwamen hierbij dikwijls om de hoek kijken;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bleef aantrekkelijk en invloedrijk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verhalen waren in de loop van de tijd aangedikt; af en toe sloeg de fantasie op hol.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Later zou de kerk specialisten opleiden die onderzoek deden om degelijke,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarheidsgetrouwe levensbeschrijvingen op te stellen. Vooral de jezuïeten zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier baanbrekend werk verrichten: zij werden de bollandisten genoemd naar één van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de eerste initiatiefnemers. Joannes Bollandus (°Judemont bij Bolland 1596-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
+Antwerpen 1665) was jezuïet en historicus; hij begon samen met Heribertus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rosweyde (°1570-+1629) de Acta Sanctorum uit te werken: het grootse plan om op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historisch gefundeerde wijze de levensbeschrijvingen van de heiligen uit te geven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bolland verbrede het opzet en werd de eigenlijke stichter van het studiecentrum. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
documentatie werd door de bollandisten te Brussel verzameld. Bij de opheffing van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de jezuïetenorde in 1773 waren er reeds vijftig delen verschenen. In de periode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1773-1794 verschenen nog zes delen. In 1794 trok abt Hermans, van Tongerlo, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hagiologische onderneming naar de abdij. In 1837 vertrok het opzet terug naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel 2. In 1904 werd in deze reeks de levensbeschrijving van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Overzicht zie REAU, Iconographie de l’art chrétien, 3 delen, Parijs, 1958; zie ook LCI, Lexikon der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
christlichen Ikonographie, delen 5 tot 8, 1974.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Over de rol van Tongerlo in deze onderneming publiceerde W. VAN SPILBEEK, De abdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerloo. Geschiedkundige navorsingen, Lier-Geel, 1888, p. 565-572.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Acta Sanctorum, Dies tertia Novembris. De Sancta Odrada, Commentaar door C. DE SMEDT, 2,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, 1894, p. 57-69; een diepgaande studie over de vita zelf, de tekst en de interpretatie ervan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd uitgevoerd door ANNEMARIE SPEETJES, De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de heilige Odrada (1100-1400), met een kritische studie van de vita, doctoraatsproefschrift&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekenverering4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verering van de katholieke heiligen is nauw verbonden met de verspreiding van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hun relieken in de Roomse kerk. Aanvankelijk werd de heilige vereerd daar waar hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraven lag. Spoedig zou de verering worden uitgebreid naar andere plaatsen door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verspreiden van relieken (relikten, reliquien, overblijfselen) van de heilige.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onderdelen van het lichaam of skelet (primaire relieken) werden meegenomen om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vereerd te worden elders. De invloedrijke kracht van de heilige was evenzeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezig in het onderdeel(tje) en kon de volledige persoon vertegenwoordigen. Ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secundaire relieken zoals kledingstukken of gebruiksvoorwerpen van de heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden een grote waarde. Een derde soort relieken (tertiaire relieken) waren resten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die geraakt hadden aan een primaire reliek en op die manier een gedeelte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kracht van de primaire reliek met zich meedroeg.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Enige rangorde in de kracht van de relieken kon ook worden vastgesteld. De sterkste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken waren deze die verwezen naar het leven van Jezus en zijn moeder Maria&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Jeruzalem). Dan volgden de naasten van Jezus: de apostelen (H. Petrus begraven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Rome; Jacobus de Meerdere begraven in Compostella). Verder volgden de vele&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mannelijke en vrouwelijke heilgen, waarvan er sommigen al meer populair waren dan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen. Sommigen werden aanroepen tegen catastrofen, natuurrampen of ziekten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen werden aanbeden om allerlei kwalen te verhinderen bij bevallingen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huwelijken, ouderdomskwalen of sukses in het leven. De heiligenj zouden verder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestaansrecht verwerven via patroonschap van landen, steden, gilden en ambachten,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschappen, verenigingen of via persoonlijke devotie. Mettertijd werd de lijst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangevuld met nieuwe heiligverklaringen die tot op onze dagen verder gaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kerk stimuleerde deze vereringen en ging aan sommige gebeden of oefeningen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke beloningen of aflaten verbinden. Feller groeiden de misbruiken toen er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook geldelijke bijdragen werden aan gekoppeld; aflaten konden worden gekocht met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bijhorende, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van straf in het hiernamaals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het uit de hand lopen en werd deze “handel” in aflaten gecontesteerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reformatie (1ste helft 16de eeuw, Luther) zou onder meer tegen deze misbruiken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
protesteren en in verzet gaan. Het Concilie van Trente in het midden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw zou orde op zaken brengen in deze werkwijze en de basis leggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het ernstig beheer van dit onderdeel van de kerkelijke devotie. Heiligenlevens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden ernstig bestudeerd. Relieken werden op hun echtheid onderzocht. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Concilie van Trente zou hier orde op zaken brengen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De oudste bijzondere vereringsplaatsen waren deze waar de eerste martelaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden begraven. Op hun graven zouden de eerste kerken worden gebouwd. Hieruit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou trouwens de gewoonte en verplichting voortvloeien om in elke altaartafel van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
elke kerk een restje of reliek van een heilige aanwezig te plaatsen onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaarsteen. Met de erkenning en de verspreiding van de godsdienst zou ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
behoefte aan relieken sterk toenemen. Tot op heden zou de kerk dit gebruik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toepassen en altaren toewijden aan één van de erkende heiligen. Alle heiligen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vakgroep Geschiedenis Universiteit Groningen, 1999. De auteur publiceerde de oorspronkelijke tekst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de vita en het officium; van de in het latijn geschreven vita gaf zij een nederlandse vertaling.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Verder ging haar aandacht naar de relatie tussen Odrada en de kerk van Alem die door een priorij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de benedictijnen van Sint-Truiden werd bediend.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 In 2008-2009 werd er in het museum “De Mindere”, van de minderbroeders te Sint-Truiden een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tentoonstelling gehouden over relieken en reliekenverering:”Tussen Hemel en Aarde. Relieken en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekenverering”, Sint-Truiden 30 oktober 2008-30 april 2009.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kregen een plaats op de kerkelijke kalender en kregen op een bepaalde dag een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere dag van herdenking en verering.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds waren er ook misbruiken en onregelmatigheden. Relieken werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruikt in politieke machtsspelletjes; hoogwaardigheidsbekleders schonken relieken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg om meer macht te krijgen; valse relieken werden verspreid; de authenticiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd soms niet nagegaan. Soms ging men zover om resten van heiligen te gaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelen om de invloed en de welvaart ervan aan de “goeie” kant te krijgen; het verhaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de ontvreemding van de H. Dimpna in Geel door de inwoners van Xanten is er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorbeeld van. Bedevaartplaatsen kregen grote aandacht en brachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volkstoeloop en welvaart. Misbruiken en onregelmatigheden konden niet uitblijven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch dient erkend te worden dat de volksdevotie tot de heiligen een enorme&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke kracht was en een wezenlijk element van de volksverheffing; de invloed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het persoonlijke en maatschappelijk leven was zeer groot. Voor het culturele leven,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het maatschappelijke netwerk en de devotie van de gelovigen waren de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering en de reliekenaanbidding bepalend. Wie alleen wil blijven stilstaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij excessen ( het kruishout, de moedermelk van Maria) is te kwader trouw.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Willem van Rijkel (13de eeuw)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de geschiedenis van de verering van de H. Odrada zou een misplaatste ingreep&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kennen in de dertiende eeuw. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw werden er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Keulen honderden relieken verspreid over Europa. In 1106 wilde de stad zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
territorium uitbreiden en tijdens de bouwwerken van een nieuwe stadsmuur, stootten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Keulenaars op een ongekend kerkhof met talrijke graven. Vermits de kerk van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Ursula in de buurt lag, was men de mening toegedaan dat het hier om een oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraafplaats ging waar de H. Ursula en de elf duizend maagden werden begraven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De legendarische vita verhaalde hoe de Britse (Bretoense?) koningsdochter verplicht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd om met een heidense prins te huwen. Zij wilde slechts akkoord gaan indien zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst een reis mocht maken met elf dienstmaagden die op hun beurt duizend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienstmaagden mochten meevoeren. Hun tocht voerde hen naar Keulen en vandaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verder naar Rome, waar zij paus Cyriacus (366-384) ontmoetten. Bij hun terugkeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonden zij een bezette stad Keulen waar de Hunnen de bevolking teisterden. Ursula&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en haar talrijk gezelschap werd gevangen genomen en met pijlen doorschoten door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het leger van de Hunnenleider. Zes eeuwen later, in 1106 was men ervan overtuigd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat de begraafplaats van deze martelaressen werd terug gevonden. De nieuwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vindpaats zou een massa aan relieken voortbrengen; de legendarische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving werd letterlijk genomen. De benedictijnen zouden vanaf de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalfde eeuw belangrijke verspreiders worden van deze vondst. In de dertiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw zou de verspreiding van deze Keulense relieken nog blijven verder gaan. Abt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Willem van Rykel van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden was een vurig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzamelaar en verspreider van deze relieken. Vanaf 1260 ontving de abdij van Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Truiden talrijke relieken vanuit Keulen. Tussen 1270 en 1272 verzamelde en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdeelde abt Van Ryckel honderden resten van skeletten. Vermist deze vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de legende allen de marteldood waren gestorven, waren zij ook tot de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligen- staat verheven. Willem van Ryckel hield in grote lijnen een administratie bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en noteerde dagelijks zijn initiatieven van de verdeling. Over de identificatie nam hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het niet zo nauw; willekeurig ging hij aan de resten namen toedichten die nergens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige grond van waarheid vertoonden. Op 23 augustus 1271 noteerde hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verspreiding van de relieken van de H. Catharina, de H. Odrada en de H. Filippus; zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden doorgestuurd naar het bedehuis van Alem-op-de-Maas, een afhankelijkheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij van Sint-Truiden5. Wat er precies werd geschonken aan de kerk van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alem stond niet genoteerd. In andere notities stond wel vermeld dat het om “een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schedel” of “een hoofd” of “een lichaam” ging; hier werd verder geen precisering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgegeven. De naamgeving van van Rykel was ook vaak willekeurig en verwarrend;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de betrouwbaarheid van de notities waren ondermaats. Sommige auteurs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beschouwden onterecht deze informatie over de levering van relieken aan Alem als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het begin van de verering van de H. Odrada te Alem6. De vita over de H. Odrada die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1304 te Sint-Truiden zou zijn geschreven, zou bijgevolg aansluiten bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwerving van relieken in 1271. Verscheidene argumenten zouden deze visie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontkrachten. Voor 1271 werd er reeds verwezen naar Odrada. In Alem werd de naam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Odrada reeds vroeger vastgesteld door A.J. Speetjes: er bestond reeds voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dertiende eeuw een “Sent Hodraden acker” in Alem en in Lobberich woonden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“homines beate Odrade”. Speetjes wees in haar doctoraat eveneens op de nauwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwevenheid tussen machtspolitiek van de abdij en de gevolgen voor de plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering. Enerzijds was de neiging groot om de vita van de H. Odrada als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puur verzinsel en legendarisch te beschouwen; anderzijds werd deze mening&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkruist door enkele historische gegevens en toch weer niet genoeg om een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijke, andere conclusie te trekken. Het recent onderzoek van de reliek te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Mark Van Strydonck zou nieuw licht brengen in deze problematiek. Door het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium werd een radiocarboondatering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgevoerd op het kaaksbeen van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen. Dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen zou in 15737 (aldus Joannes De Roover) opgegraven zijn te Alem waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada werd begraven en waar Otto van Duras voor haar een bedevaartkerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwde. De conclusie van Mark Van Strydonck was dat het kaaksbeen toebehoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan een vrouw die in de achtste eeuw had geleefd8. Ook een ander gelijkaardig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderzoek op een door van Rijkel verspreide schedel van één van de elfduizend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagden leverde een datering op die niet uit de te verwachten 4de eeuw herkomstig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was. De betreffende schedel, bewaard in Sint-Truiden, was herkomstig van een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
persoon die in de zesde-zevende eeuw geleefd had9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over authenticiteitsattesten van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het begin van de zestiende eeuw zal de reformatie op gang komen in Europa;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst in Duitsland, daarna in de andere landen van Europa. De misbruiken in de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren talrijk; er waren twijfels over de religieuse waarheden en gebruiken. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkelijke aflatenpolitiek was een doorn in het oog; de heiligenverering was er de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basis van. Aflossingen in het hiernamaals werden gekoppeld aan financiële bijdragen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De wijdverspreide aflatencommercie bracht ontevredenheid en verzet. Vooral een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief van paus Leo X (1513-1521) was in het verkeerde keelgat geschoten; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst van de aflaten moest onder meer dienen om de grote bouwwerken in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rome te financieren. De augustijn Maarten Luther zou verzet aantekenen in 1517; hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kreeg grote navolging. Nieuwe ontevredenen en richtingen zouden ontstaan. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Ph. GEORGES, De reliekenschat van de Benedictijnerabdij van Sint-Truiden, in Stof uit de kist. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middeleeuwse textielschat uit de abdij van Sint-Truiden, Leuven, 1991, p. 33.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 BIJSTERVELT en anderen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Acta Sanctorum. De Sancta Odrada, o.c., p. 59, nr. 9,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 M. VAN STRYDONCK, Relieken. Echt of vals?, Leuven, 2006; over het onderzoek van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van de H. Odrada zie p. 111-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 M. VAN STRYDONCK, o. c., 2006, p. 77&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
scheuring en verdeeldheid in Europa waren onvermijdelijk en grondig. De gevolgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn tot op heden aanwijsbaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de kerk van Rome waren de vele ongeregeldheden en tegenkantingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding om in het midden van de zestiende eeuw het Concilie van Trente (1545-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1563) te organiseren. Hier werden maatregelen genomen en antwoorden gegeven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan deze bedreigingen. Nieuwe bisdommen werden opgericht; cathecese-onderricht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd gestimuleerd; de controle en toezicht verstrengd. De kerkelijke bedienaars&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden beter opgeleid en beter begeleid. Voortaan zou men ook nauwer toezien op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de echtheid van de relieken; onregelmatigheden moesten vermeden worden. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toezicht hierop zou worden uitgeoefend door de kerkelijke hoogwaardigheids-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bekleders, bisschoppen of aartsbisschoppen. Zij zouden op regelmatige wijze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle uitoefenen op devotie; zij wilden excessen vermijden; zij wilden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering onder controle houden; onder meer schreven zij attesten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken en hun plaatselijke verering. Aanvankelijk ging het hier om handgeschreven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attesten die door de secretariaten van de bisschoppen werden afgeleverd. Tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dekenale visitaties werd alles gecontroleerd en in veslag gebracht.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de negentiende eeuw zou er in de attesten verandering en vereenvoudiging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
komen. Aangezien het om talrijke attesten ging, en de nomenclatuur grotendeels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
identiek was voor alle attesten, werden altijd weerkerende elementen vooraf gedrukt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en vulde de gemachtigde controleur plaatselijk in handschrift de specifieke gegevens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in, aangepast naargelang het geval dat hij voor zich had. De vaste, identieke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegevens waren: de naam van de bisschop, zijn wapenschild, de gebruikelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwelkomingsgroet, de verwijzing naar de regelgeving van het Concilie van Trente,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de toelating tot verering, de verzegeling, de plaats van uitgave. Meer specifieke, met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hand toegevoegde gegevens waren: de naam van de heilige waarvoor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
authenticiteit werd uitgesproken, het uitzicht en vorm van de reliekhouder, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering van het document, de naam en ondertekening van de mandaathouder van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bisschop.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het eerste Balense authenticiteitsattest van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen abt Servatius Vaes, van Averbode in 1654 de reliek van Sint-Odrada naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen bracht10, leverde hij ook een echtheidattest af waarin de reliek werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omschreven en de voorgeschiedenis werd duidelijk gemaakt (Bijlage nr. 1). In het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document maakte hij bekend dat het hier het onderkaaksbeen betrof van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada, geboortig van Balen. In 1651 was de reliek uit veiligheidsoverwegingen aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abt bezorgd door Filippus Nevius, de pastoor van Hooge Mierde. Deze laatste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had de reliek ontvangen van E.H. deken Mattheus Langhencruys; Langhencruys had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze in 1617 ontvangen uit handen van bisschop Zoësius van ’s Hertogenbosch. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliek werd opgevraagd bij de abt door Joannes van Tilborg, pastoor te Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
norbertijn van Averbode.. De resten van de H. Odrada waren opgegraven einde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw toen de tijden onveilig waren en schendingen dikwijls voorkwamen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Noorden. Abt Vaes vermeldde dat op 27 september 1654 de reliek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processiegewijs naar de Balense kerk werd gedragen om er te worden vereerd. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschreven echtheidsdocument werd getekend en gezegeld door de abt; pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van Tilborg zette zijn handtekening als getuige. Hiermee leverde de abt een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorbeeld van een autenticiteitsattest af bij de Balense reliek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook J. JANSEN, De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw, in Taxandria,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NR 78, 2006, p. 83-98; met attest van abt Servaes.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De echtheid van de reliek werd gestaafd door de reliek duidelijk te omschrijven en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de voorgeschiedenis volledig te schetsen met de redenen voor de overbrenging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de vermelding van de vraag vanuit het geboortedorp Balen. Wat de abt niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermeld is de manier waarop het naar Balen werd gebracht. In welke houder werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen overgebracht? Wel staat vermeld dat het kaaksbeen in Hoogemierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een kistje werd bewaard (in capsula), in zover dat er terplaatse in Hoogemierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesproken werd over het “kistje van Sint-Odrada”. Wij vermoeden dat de reliek in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dezelfde houder werd overgebracht naar Balen. We denken ook dat dit kistje later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgeborgen werd in de decoratieve uitstaltroon uit het midden van de achttiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw. Het kistje moest in de ruimte geschoven worden die zich bevindt onder het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de H. Odrada11. Slechts in 1830 zal hier verandering in komen. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bols liet een nieuwe, zilveren reliekhouder maken ter vervanging van het wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voldoende mooie, maar toch eerder erbarmelijke houten kistje (“in satis pulchra sed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trista cista lignea”). Is het kistje bewaard gebleven? Tot hiertoe werd het niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevonden; het was uit Hoogemierde herkomstig en werd in Balen overgenomen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eigenlijk ging het hier om een tertiaire reliek. In 1837 zou pastoor Bols een uitvoerige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
motivatie over de verering en de reliek van Sint-Odrada sturen naar aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sterckx12. Geboers en Van Olmen suggereren dat het kistje nog steeds bewaard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was op de het einde van de negentiende eeuw. Het oud “Odradakasje” waarin de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relikwie in 1654 werd vervoerd zou nog te zien zijn in het voetstuk van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitstallingstroon uit het midden van de achttiende eeuw. Deze troon werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de in 1896 opgerichte kapel te Scheps13.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Latere attesten te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het kerkarchief van Sint-Andries Balen vinden wij nu drie attesten die opgevat zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de hoger beschreven, negentiende eeuwse regels door een combinatie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorgedrukte tekst en de handgeschreven toepasbare, specifieke gegevens van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de reliek. De attesten werden geleverd door aartsbisschop Deschamps in 1869&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Bijlage nr. 3), door aartsbisschop Goossens in 1891 en door aartsbisschop Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roey in 1937. Er moet nog een attest van 1830 bestaan hebben. Toen werd het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van Sint-Odrada overgebracht vanuit een houten kistje naar de huidig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezige reliekhouder in de uitstallingstroon14. Achteraan werd de houder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgesloten met de gebruikelijke rode touwtjes en driemaal een zegel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zetelende aartsbisschop de Méan (1817-1831). Door de Méan moet er ook een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attest geleverd zijn. Het valt op hoe attesten dikwijls geleverd worden wanneer er met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken iets gebeurd: een nieuwe houder voor een bestaande reliek, het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overplaatsen van een gedeelte van de reliek in een nieuwe houder, het overbrengen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een gedeelte van de reliek naar een andere bewaarplaats.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de drie hoger vermelde attesten werd bijgeschreven dat het om een reliek “ex&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ossibus” ging, een onderdeel van het gebeente. Een dergelijke, primaire reliek was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder krachtig en stelde als het ware de heilige zelf aanwezig. In het attest van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, De H. Odrada van Baelen, haar leven en hare vereering,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen, deze auteurs delen dezelfde mening in hun publicatie, p. 94 (1891), p. 65 (1898).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 J. JANSEN, Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw, in Taxandria,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
82, 2010, p. 61-83, in het bijzonder p. 66-67.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13 A. GEBOERS en F. VAN OMEN, o.c., 1891, p. 94; 1898, p.65.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14 “olim conservabatur in satis pulchra sed trista cista lignea, ad anno 1830 curati eam includi in ampla&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pulcherrima et sumptuosa pixide argentea… J. JANSEN, o.c,, in Taxandria, NR 82, 2010, p. 82.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1937 werd er meer duidelijkheid gegeven over de aard van de reliek, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertegenwoordiger van de kardinaal voegde toe dat het ging om het volledige,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderste kaaksbeen van de heilige: “ex ossibus (integra maxilla inferior)”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De geschreven tekst lichtte ons ook in over het uitzicht van de houder. In 1869 was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er sprake van koperen houder van ronde vorm (“theca cuprea forma rotunda”). Hier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaat het om een nieuwe houder die kleiner van formaat was en bijgevolg meer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerbaar bij de verering. De toekenning van aflaten was ook gebonden aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verering van de relikwie van Sint-Odrada. Later kon deze koperen houder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk meegenomen worden naar Scheps indien er een bedevaart naartoe trok.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een stukje van het kaaksbeen werd in de ronde houder opgenomen. In 1891 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sprake van een zeszijdige houder “(theca chartaria formae sexangulae”). Hier gaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het om de nieuwe reliekhouder die in 1891 werd aangekocht te Mechelen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Festraets. De zeszijdige ruimte werd gedragen door twee neerknielende engelen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boven deze houder is er een zeszijdig, neogotisch kapelletje met een voorstelling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada met het paard dat zij beteugelde15. Hier ook werd een stukje van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen opgenomen in de houder. In de gedrukte tekst werd de wijze van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevestigen verbeterd: het woordje “filo serico” (zijden draad) werd doorstreept en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervangen door het woordje “vittis sericis” ( zijden linten). Verder werd de gedrukte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tekst aangepast aan het nieuwe uitzicht. Normaal is de reliek zichtbaar door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cristallijnen venstertje; in de nieuwe houder werden in 1891 verscheidene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkijkvenstertjes aangebracht (“crystallis”). Het attest van 1891 werd ondertekend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de Balenaar F. Van Olmen, secretaris van kardinaal Goossens. In hetzelfde jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publiceerde Van Olmen samen met A. Geboers het boek over de Balense heilige. Te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
melden valt nog dat Van Olmen in het attest begrijpelijk de heilige vermeld als virgo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balensis.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest van 1937 betreft dezelfde zeszijdige houder als deze beschreven in 1891.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het attest van 1937 werd trouwens verwezen naar de erkenning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken door kardinaal Goossens op 26 augustus 1891. In de gedrukte tekst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden in 1937 de aangepaste verbeteringen opnieuw overgenomen. In naam van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal J.E. Van Roey ondertekende als mandaathouder Z.E.H. Caeymaex, die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich “custos SS. Reliq.”, bewaarder van de heilige relieken noemt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekattesten van de H. Odrada te Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1693 werden drie deeltjes van het Balense kaaksbeen afgenomen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de kerk van Milligem. Hierbij werd blijkbaar geen attest geleverd;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleszins was er geen attest aanwezig in het kerkarchief. Alleen Odradavereerder De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rover, pastoor van Macharen, volgde de overbrenging op de voet en beschreef in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lyrische bewoordingen de ontvangst in Milligem16. Volgens De Rover kon de parochie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich gelukkig prijzen bij de overbrenging van het reliekdeeltjes naar de kapel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voortaan zou het bedehuis van Milligem toegewijd zijn aan O.-L.-Vrouw en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H.Odrada. Kanunnik Coenen , pastoor van het nabijgelegen Bel en lid van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapittel van Sint-Dimpna, publiceerde het boekje over Odrada en beschreef de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15 J. JANSEN, o.c., 1990, p. 34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16 Acta Sanctorum, De Sancta Odrada, o.c. 1894, p. 61, nr. 17.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belangrijke feiten die er in die tijd waren gebeurd17. Milligem behoorde op dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ogenblik nog tot de vrijheid van Geel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het oudste, geofficialiseerde attest vinden wij in de achttiende eeuw. De bisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Antwerpen, Jacobus T.J. Wellens, leverde in 1777 een attest af voor de relieken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de toenmalige kerk-kapel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw en de H. Odrada (Bijlage nr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2). Wellens is niet alleen bisschop van Antwerpen maar ook apostolisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgevaardigde voor het diocees van ’s Hertogenbosch. Volgens het attest van 1777&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou de reliek van de H. Odrada overgeplaatst worden in een andere houder. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document18 beschreef een oudere zilveren houder, in de vorm van een hart, met een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kristallen venster, stevig van uitzicht, met de relieken van de heilige maagd Odrada.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bisschop Wellens vermeldde dat de reliek reeds vroeger geattesteerd werd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal Thomas Philippus d’ Alsace, aartsbisschop van Mechelen, die bestuurde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1716 tot 1759. In het jaar 1777 werden de reliek overgeplaatst in een zilveren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houder, ovaal van vorm, met vooraan een christalijnen venster; de reliek werd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gebruikelijke, zijden lint van rode kleur vastgehecht. De bisschop bracht zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zegel aan op de reliekhouder en bevestigde dit in het attest. De overplaatsing in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1777 was de aanleiding tot het schrijven van dit attest. De nieuwe, ovale&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekhouder van 1777 is nog bewaard, de oudere, hartvormige houder niet meer.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest vermeldde dat de reliek kon worden vereerd door de gelovigen van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diocees van ’s Hertogenbosch. Het toenmalige bisdom Antwerpen strekte zich uit tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Nederland.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het document van 1777 werd er in 1859 een handgeschreven nota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegevoegd door de vicaris generaal J.B. Van Hemel in naam van aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Sterckx. Milligem behoorde vanaf 1802 bij het bisdom Mechelen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating werd gegeven om de reliek te vereren in het diocees; anderzijds werd de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating weerhouden om het te verheffen (“exaltari”). Naast de nota werd het zegel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sterckx aangebracht. Het betrof hier een nieuwe reliekhouder die door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek werd aangeschaft. Achteraan de houder werd het wapen aangebracht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de aartsbisschop.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aflaten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De aflaten die zoveel verandering en twist hadden veroorzaakt in de zestiende eeuw,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven later toch nog in gebruik. De oudste, gekende toekenning van een aflaat voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de verering van de Heilige Odrada dateerde uit de achttiende eeuw. Voortaan zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beloning uitgedrukt worden in dagen aflaat dit wil zeggen in dagen aflossing of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevrijding van schuld die door zondig leven werd veroorzaakt. De financiële&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
connotatie was verdwenen. Milligem is op dit vlak het meest actief. Elke vrijdag werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er smorgens ter ere van Sint-Odrada een mis gezongen. De week voor Allerheiligen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was er begankenis. Kardinaal d’ Alsace (1716-1759) kende een aflaat van honderd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagen toe aan degene die op de vrijdag de mis bijwoonde en daarna de relieken van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada vereerde19. De Meerhoutenaar C. Mangelschots publiceerde in 1854&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de “Litanie der heilige Maegd Odrada” achteraan na het levensverhaal van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17 JUDOCUS COENEN, Het leven van de H. Maghet Odrada, Antwerpen, 1688, anastatische herdruk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2008.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18 Gemeentearchief te MOL, Archief van Milligem, los blad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c;, 1898, p. 73.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige20. De litanie kreeg op 21 maart 1854 het imprimatur van vicaris-generaal P.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corten. Odrada werd aanbeden als “Patronesse van Milghem, Beschermster van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen en Macharen”...&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In Balen kon men andere papieren voorleggen. Paus Pius VI, die bestuurde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1775 tot 1799, verleende aan de kerk van Balen een volle aflaat (dit is kwijtschelding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van alle schuld) op de feestdag van Sint-Odrada (3 november). Tijdens de visitatie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de parochie door landdeken C. Van Dongen werd in 1781 genoteerd dat er op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die feestdag een volle aflaat te verdienen was21. Opvolger Pius VII verleende op 17&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1821 dezelfde aflaat op de feestdag en op zeven andere dagen. Aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Méan (1817-1831) legde in hetzelfde jaar deze aflaat precies vast op de feestdag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada en de zeven volgende dagen (octaaf van Sint-Odrada)22.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens de feestelijkheden van de negentiger jaren van de negentiende eeuw werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet alleen talrijke kunstvoorwerpen vervaardigd en een boek over Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. In 1891 keurde kardinaal Goossens (1884-1906) een litanie van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada goed en verbond daaraan ook een aflaat van 100 dagen ten gunste van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diegenen die de litanie en de bijhorende gebeden zou opzeggen23. Het jaar daarop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd er een broederschap van de H. Odrada gesticht door de Balense pastoor G.L.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van der Donck24. De 439 nieuwe leden zullen de litanie zeker verwelkomd hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze litanie was een van de sterke devotie-ogenblikken voor de leden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschap. De Heilige Maagd Odrada werd vooral vereerd tegen oogziekten en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veepest. Enkele items uit de litanie willen wij ter illustratie aanhalen, zij sluiten nauw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan bij de plaatselijke verering:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heilige Odrada bid voor ons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Luister van Baelen bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eer en roem van Millegem bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engel van zuiverheid en zedigheid, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wonder van verduldigheid in lijden en vervolgingen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kastijdster van uw onschuldig lichaam, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Spiegel van weldadigheid jegens de armen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Licht der blinden, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toevlucht der landbouwers in al hunne noodwendigheden, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijzondere patronesse tegen ziekte van vee en dieren, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Troosteresse van allen die U aanroepen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze machtige beschermster, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20 C. MANGELSCHOTS, Leven der Heilige Maegd Odrada. Gevierd wordende te Milghem, by Moll,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den derden november, Geel 1854.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21 Opgezocht door Paul Vos voormalig archivaris van Mol.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., p. 82 (1891), p. 54 (1898).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., 1898, p. 79-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24 H. VANDER SANDEN, De Sint-Andriesparochie te Balen: 1868-1900, in Jaarboek 2008 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen, 2008, p. 75-95, in ’t bijzonder p. 90-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Averbode Abdijarchief&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AAA., Verzameling copieën van Balenaar Stanislas Joris Handschrift 9, nr. 79.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 59, nr. 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1654. Abt Servatius Servaes geeft het relaas over de geschiedenis van het reliek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada van Balen en vermeldt de authenticiteitsattesten die het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezelden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reliquiis s. Odradae.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Servatius Dei patientia abbas Averbodiensis omnibus ac singulis praesentes visuris&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seu legi audituris salutem in Domino.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Notum facimus et attestamur quod nos requisiti a ven.li Domino Joannae van Tilborg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
canonico Averbodiensi et pastore ecclesiae Balensis, sacras Reliquias S. Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Virginis in Balen natae, nominatim integram mandibulam inferiorem, anno 1651 mihi&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
traditam a ven.li viro Domino Philippo Nevio in Julio, ut easdem subtraheret furori&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haereticorum et alibi majori in honore devotioni populi fidelis exponerentur, quas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
quidem illi miserat Reverendissimus Dnus Episcopus Sylvaeducensis Nicolaus Zoes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
easdem sic nominatas et declaratas debita cum reverentia venerati sumus et&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recognovimus juxta publicum instrumentum Rev.di Domini Mathaei Langhecrucii&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoris Hilvarenbecensis et decani christianitatis et attestationem ven.lis Domini&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Philippi Nevii praefati, cujus tenor sequitur de verbo ad verbum : « Anno a navitate&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Domini 1617, nona die Augusti, ego infrascriptus has reliquias Sanctae Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
virginis accepi a Reverendissimo Domino Nicolao Zoes, episcopo Buscoducense pro&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi : in quorum fidem haec scripsi et subscripsi. Ita est,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mathaeus Langhecrucius, pastor Hilvarenbecen-sis et decanus christianitatis ». Et ad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
latus instrumenti apparebat signum sigilli ; in hostia, quae jam erat corrupta,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
suprascripti Rdi Dni Pastoris et Decani christianitatis Hilvarenbecensis. In alia charta&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sic habebatur : « Ego Fr Philippus Nevius, pastor in Hoogemiert, has sacras reliquias&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
S. Odradae virginis a Revmo Dno Nicolao Zoesio, epo Sijlvaeducensi, ad nos et&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesiam Hogemierdensem per Rev.dum D.num Matthaeum Langhencrucium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastorem in Hilvarenbeec et decanum christianitatis, missas, una cum tota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
communitate nostra Hogemierdensi processionaliter ex Lagemiert detuli et easdem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inclusas in certa quadam capsula quae solet vocari capsula S. Odradae virginis in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi honesto loco reposui anno 1617 in mense Augusto ». Infra&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erat positum : « Ita est, F. Philippus Noevius pastor in Hogemiert ».&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quas quidem reliquias sacras majori quo decuit honore et devotione cum solemni&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processione 27a septembris anno 1654 in ecclesiam parochialem Balensem diocesis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Buscoducensis, introduximus, eique resignavimus reliquiario sanctae Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
includendas ibidemque collocandas ad augendam incolarum et Christi fidelium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
devotionem. In quorum fidem praesentes manu nostra subscripsimus et sigilli nostri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
impressione muniri fecimus. Datum in aedibus pastoralibus Balensibus die 27&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
septembris anno Dominicae incarnationis 1654&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Loco sigilli&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eratque signatum : F. Sevatius abbas Averbodiensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haec copia collata cum originali concordat de verbo ad verbum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Qoud attestor F. Ioannes van Tilborgh&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Gemeentearchief Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Los blad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Authenticiteitsattest voor de relieken van Sint-Odrada te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jacobus Thomas Josephus Wellens Dei ET Apostolicae Sedis Gratia Episcopus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antverpiensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
necnon Delegatus Apostolicus in partibus catholicis Diaecesis Buscoducensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris Salutem in Domino&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fidem facimus et attestamur Nos Reverenter aperuisse thecam argenteam, figuram&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cordis referentem, chrystallo ab anteriori parte bene munitam, continentem sacras&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias Sanctae Odradae virginis, ab Eminentissimo Domino Thoma Philippo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cardinali de Alsatia et archi episcopo Mechliniensi olim recognitas: quas sacras&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias pro veris et legalibus agnocentes inclusimus alteri thecae argenteae figurae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ovatae, ab anteriori parte vitro chrystallino coopertae eamque vitta serica Rubri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coloris colligavimus, ac sigillo Nostro minori in cera Rubra Hispanica impresso muniri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mandavimus quae theca adhuc duabus aliis majoribus formae Rotundae figuarum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
minor est aerea, major argentea est inclusa; permittentes ut Praefatae S. Reliquiae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publicae fidelium venerationi Exponantur in Ecclesia parochiali loci de Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Diaecesis Buscoducensis in partibus catholicis.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Antverpiae die 8 mensis julii 1777&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Signatuur ? Engelgrave Vic. Glis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De mandato Illmi ac Revmi Dni mei&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Van Celst secr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de rand toegevoegde notitie van 1859:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Cardinalis Sterckx, archiepiscopus Mechliniensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Reliquias S. Odradae virg. in his Litteris memoratas, necnon in eadem theca&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argentea figurae cuxta? repositas (quam sigilo nostro munivimus) in Diaecesi nostra&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fidelium venerationi exponi, non autem exaltari permittimus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechliniae die 3 7bris 1859&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J B Van Hemel Vic. Gen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met zegel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Balen Kerkarchief, losse nota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echtheidsattest voor de relieken van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleverd door kardinaal Descamps in 1869&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Victor Augustus Isidorus DESCAMPS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dei et apostolicae sedis gratia archiepiscopus Mechliniensis,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Primas Belgii, S.S. prelatus domesticus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Et solio pontificio assistens ,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris salutem in domino&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met wapenschild en devies PERVIA COELI PORTA MANES&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tenore praesentium fidem facimus indubiam et attestamur, quod Nos, die datae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
harum, juxta , debite recognoverimus et approbaverimus Sacras Reliquias&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ex ossibus S. Odradae Virg. Balensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nobis cum debitis authenticitatis notis exhibiteis quas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reverenter reposuimus et collocavimus in theca cuprea forma rotunda circulo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argenteo et crystallo ab interiori ornata, bene clausa et filo serico coloris rubri debite&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
colligata, necnon sigillo nostro in cera Espanica impresso, firmiter obsignata. Ad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omnipotentis Dei gloriam Sanctorumque suorum honorem permittimus ut praefatae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Relquiae in hac dioecesi publicae Fidelium venerationi exponi possint.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Mechliniae sub nostri Vicarii Generalis signo sigilloque nostro necnon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Secretarii nostro chirographo, die 24 mensis Julii anni 18 69&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met signatuur I. vi. gen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Mandato Illmi ac Rmi Domini Arciepscopi&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(((L. Grietens secr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_beeld_en_het_reliekschrijn_van_de_H._Odrada_(1891)</id>
		<title>Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada (1891)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_beeld_en_het_reliekschrijn_van_de_H._Odrada_(1891)"/>
				<updated>2025-07-06T18:16:47Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada (1891)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door [[Jaak Jansen]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de negende lezing van de Vita van Sint-Odrada&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;In de “Vita” werd de levensbeschrijving van een heilige opgenomen. Voor Odrada gebeurde deze beschrijving lang geleden in 1304. Over deze Vita werd een grondige studie gemaakt door A.J. Speetjes in een doctoraat aan de Universiteit van Utrecht. A.J. SPEETJENs, ''De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering voor de heilige Odrada (1100-1400)'', Utrecht, juli 1999. Met vertaling van de Vita uit het Latijn.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; werd er een vergelijking gemaakt tussen Ark van het Verbond uit het Oude Testament en de lijkkist van de heilige Odrada. De vraag was of deze negende lezing ooit invloed heeft gehad op de voorstelling van de H. Odrada of op een devotie-object.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Ark van het Verbond zou in het Oude Testament uitgroeien tot één van de sterkste religieuse symbolen van de Israëlieten. Op bevel van Jaweh werd de Ark gemaakt uit nooit rottend accaciahout, daarna belegd met goud. De Ark bevatte de Stenen Tafelen met de tien geboden, door Jaweh aan Mozes geschonken; verder een gouden vaas met manna, het reddingsmiddel tegen de hongerdood van de Israëlieten in de woestijn; tot slot de staf van Aäron, symbool voor de uitgelezenheid en de bijzondere bescherming van het Joodse volk in Egypte. Mozes zou zijn volk vanuit Egypte naar het Beloofde Land Palestina leiden; de tien plagen van Egypte zouden de farao overtuigen om toe te geven. Mozes werd hierbij geholpen door zijn oudere halfbroer Aäron. Aäron was een betere spreker dan Mozes; hij had ook zijn steentje bijgedragen om de Egyptische koning te overtuigen; het was zijn houten staf die opeens tot bloei kwam; het was zijn staf die plots veranderde in een slang. De Ark werd bewaard in de tempel te Jerusalem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Odrada werd begraven in een wilgenhouten kist, die tot Alem werd vervoerd op een kar met een span jonge lastdieren. Odrada werd begraven te Alem aan de Maas en kreeg er een basilica, waar door haar bemiddeling veel wonderen gebeurden. In de negende lezing werd benadrukt dat de Ark aanleiding gaf tot twisten en moorden op verscheidene plaatsen; dat was het Oude testament. Odrada daarentegen vertegenwoordigde het nieuwe geloof gebaseerd op het Nieuwe Testament; Odrada toonde de nieuwe weg; door boetedoening en door haar levenswijze; zij maakte duidelijk hoe heiligheid moest bereikt worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het Oude Testament (Exodus 25: 10-30) werd de Ark volledig beschreven. Zij was tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog (1 el = ca. 69 cm). De Ark werd gedragen met vier ringen waardoor draagstokken werden geschoven. Bovenop de Ark werd een gouden verzoendeksel geplaatst van tweeëneenhalve el lang en anderhalve el breed. Hierin werd het bloed opgevangen indien er een zoenoffer werd gebracht. Twee cherubijnen werden boven dit deksel geplaatst; zij knielden neer en waren naar elkaar gericht met de blik gericht naar de Ark onder hen. Hun wijdse vleugels raakten elkaar boven het verzoendeksel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens de meest gangbare theorie werd de Ark vernietigd bij de verwoesting van de tempel van Jeruzalem waarin ze was bewaard. Sommigen beweren dat de Ark nog bestaat en vroeg of laat zal teruggevonden worden; te vergelijken met de zoektocht naar de H. Graal. Dit belet niet dat de voorstelling van de Ark overvloedig voorkomt in de christelijke iconografie. Talrijk zijn de voorstellingen op communiebanken, altaren, kelken of cibories. Hier geldt de Ark als voorafbeelding in het Oude Testament van de Eucharistie of Christus; deze laatste was het uiterste zoenoffer waardoor het Nieuwe Leven werd gebracht. Meestal worden Oude en Nieuwe testament tegenover elkaar geplaatst. De uitbeelding van de Ark zal ook evolueren in de tijd. De uitbeelding van de serafijnen worden vrijer geïnterpreteerd door ze rechstaande of ruggelings naar mekaar gewend voor te stellen; soms zijn er slechts twee cherubkoppen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de vita van Sint-Odrada werd de vergelijking met de Ark sterk doorgetrokken: “Ik heb toch gezegd dat door deze maagd heel toepasselijk de Ark van het Verbond wordt afgebeeld, omdat wij in haar spiritueel alle dingen vinden die in de Ark, naar men vermeldt, materieel aanwezig geweest zijn”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1890-1891 Aankoop van een beeld van de H. Odrada'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het initiatief tot de aankoop van een beeld van de H. Odrada werd te Balen genomen in september 1890, tijdens de parochiefeesten bij gelegenheid van de toediening van het H. Vormsel door Zijne Eminentie de Kardinaal Goossens. Bij die gelegenheid lanceerden twee Balenaars-priesters het voorstel: Z.E.H. Geboers, pastoor-deken van Puurs en E.H. Van Olmen, secretaris van de aartsbisschop. De twee initiatiefnemers zaten ook in de eindfaze van hun publicatie over het leven van Sint-Odrada&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, Het leven van Sint-Odrada, uitgever H. Desain Mechelen, 1891; verkorte, geactualiseerde heruitgave in 1898 bij dezelfde uitgever&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Er zou een oproep gedaan worden om via giften het initiatief van de aankoop te financieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 5 november, feestdag van de H. Odrada, werd het initiatief voorgesteld vanop de preekstoel in de kerk. Om te weten of het initiatief succesvol kon zijn, werd er een halve dag rondgegaan op de Markt. Tot groot contentement werd er 400 frank bij mekaar gehaald en besloot men alle huizen van de parochie te bezoeken voor een bijdrage. Volgens de verslaggeving nadien waren er slechts drie huizen die weigerden. Uitschieters waren de enkele notabelen van de Markt die 50 frank gaven en sommige Balense priesters die 100 frank gaven. Iedereen gaf naar godsvrucht en vermogen, zowel de notaris en de burgemeester als de brouwer, de dienstmeid of de dienstknecht. De registratie van inkomsten en uitgaven werden zorgvuldig bijgehouden (Kerkarchief Balen Sint-Andries nr. 45). De pastoor en de twee onderpastoors waren vrijgesteld van gift omdat men oordeelde dat zij al onkosten genoeg hadden ter wille van het initiatief. Een bijzondere gift was ook het bedrag van 36 frank, voorvloeiende uit de verkoop van het boekje over het Leven van Sint-Odrada door Geboers en Van Olmen. Er werd in het totaal 2.077,42 frank opgehaald (zie bijlage). Dit was ruim voldoende om een beeld aan te kopen met voetstuk en troon. De bijeengebrachte som was zelfs zo groot dat men dacht aan een tweede opdracht namelijk de vervaardiging van een reliekschrijn van de H. Odrada. Blanchaert en Bressers kregen de opdracht om een beeld te maken. Festraets uit Mechelen kreeg de opdracht om een offerte te maken voor een reliekschrijn. De totale kosten zouden echter oplopen boven het ingezamelde bedrag. De kerkfabriek zou het tekort bijpassen tot 2525,37 frank. De financiële gegevens over rondhaling en kostprijs werden zorgvuldig bijgehouden in een boekje, zoals blijkt uit de notities in bijlage.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De aankoopfacturen (KAB Sint-Andries nrs. 54, 55 en 56)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De oudste facturen dateren van juli 1891. E.H. Geudens, onderpastoor van Sint-Andries, hield zich bezig met de administratie van de aankoop; hij betaalde in de maand juli 378,65 frank aan Leopold Blanchaert te Maltebrugge Sint-Denijs-Westrem. De beeldhouwer had het beeld gekapt in rood Rigasch dennenhout; Riga is gelegen in Letland aan de Oostzee. Het polychromeren werd aan iemand anders overgelaten. In dezelfde maand juli maakte Leonard Blanchaert, broer van Leopold, een rekening op voor onderpastoor Geudens; 662,4 frank werd aangerekend voor arbeid en materiaal (hout, ijzer) voor het maken van de troon, het voetstuk, de lichtarmen, het verpakken en verzenden en het maken van ringen voor de berriestokken. Leonard was werkzaam te Maltebrugge Sint-Denijs-Westrem in de “Fabriek van kerk- en salonmeubelen Middeleeuwschen Stijl”. Onderaan handtekende Leonard Blanchaert voor voldaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het polychromeren van het beeld zal er eerst op 24 oktober 1891 (na de inhuldiging) een rekening toekomen te Balen, gericht aan de heer onderpastoor te Balen. A. Bressers-Blanchaert, Huis St. Lucas, Peperstraat 22 te Gent, zond een rekening voor het “vergulden en schilderen van een beeld van de H. Odrada, met gouden damast, verder het vergulden en schilderen van troon en piëdestal”. Blijkbaar werden de betalingen niet goed opgevolgd want op 5 november stuurt Leonard Blanchaert opnieuw een debetrekening aan de kerkfabriek van Balen voor de elementen van het hoger vermelde bedrag van 662 frank. Werden de bestellingen en facturen niet goed opgevolgd? Het is mogelijk. Op 21 december stuurde huis St. Lucas opnieuw een debetrekening van 418 frank aan de onderpastoor. Deze laatste rekening zit in de archieven van de kerkfabriek en werd als “voldaan” gehandtekend door A. Bressers-Blanchaert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De factuur van de relikwiekast werd naar de kerkfabriek gestuurd op 21 juli 1891, door de “Fabrique d’ ornements d’ église P. Festraets, 53, rue du Bruel, Malines”. Voor de verkoop en de levering van een grote reliekhouder “style gothique”, met een compartiment in velours voor de relieken van Sint-Odrada, met een draagstel in eik en een houten kist, er werden 1.066,50 frank aangerekend. De houten kist kostte 16,50 frank; we mogen veronderstellen dat het hier om een verpakking ging om de relikwiekast veilig naar Balen over te brengen. De factuur werd voor voldaan afgetekend door de zoon M. Festraets; dit deed hij in naam van zijn vader. In de omschrijving van de opdracht treffen wij nergens een allusie op de symbolische betekenis van de reliekhouder en een mogelijke vergelijking met de Ark des verbonds uit het Oude Testament.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Indien alle facturen samen werden geteld, kwamen wij tot een bedrag van 2.525,17 frank, een bedrag dat ook door verslaggever werd genoteerd en waarvoor de kerkfabriek gedeeltelijk moest bijspringen namelijk 447 frank. Wij krijgen dan ook de stellige indruk dat het verslag eerder achteraf werd opgesteld, zeker wat de definitieve afrekening betreft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een raar document'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het kerkarchief (nr. 929) zit een raar document. Het is opgesteld door het “Komiteit der Monumenten” van het Aartsbisdom Mechelen. Dit Komiteit stuurde een advies (nr. 186) naar de parochiekerk te Bael (sic) over de relikwiekas van de H. Odrada, in verguld koper. Het Komiteit deed opmerken dat de tekening voor de relikwiekast, gemaakt door Festraets, een kast voorstelde die normaal bedoeld zou zijn voor grote relikwieën. Maar vermits men in Balen slechts beschikt over een kaaksbeen (en niet een skelet), vroeg het Komiteit zich af of het voorstel niet wat te groots was gedacht… “wat te grootsch aangelegd”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarbij kwam nog dat het blijkbaar de bedoeling was de relikwie rond te dragen in de processie. Daarom stelde men voor een nieuwe gedacht te laten uitwerken. Als richtlijn gaf het Komiteit twee tekeningen mee die hadden gediend voor bestaande relikwiekassen: te Tongeren en te Keulen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het zou bijzonder interessant zijn om deze drie tekeningen eens te bestuderen. Vooral de ontwerptekening van Festraets moet verhelderend zijn. Was er hierbij een koffer voorzien die de Ark moest symboliseren? Is nadien de opdracht gewijzigd geworden? Was het opzet te groots? Of begreep het Komiteit de opdracht wel correct? Was het niet de bedoeling om boven de kist van de Ark de reliekhouder van de H. Odrada te plaatsen en aldus de zinvolle vergelijking van de negende lezing gestalte te geven? Het was niet de bedoeling om de relikwiën van de heilige in de Ark op te bergen. Monseigneur Van Olmen zal te Mehelen het dossier wel opgevolgd hebben vanop de eerste rij. Misschien was het geheel toch te groot en te zwaar om gemakkelijk hanteerbaar te zijn. Zeker indien de Ark ook in koper werd uitgevoerd. Heeft men daarom beslist om alleen het verzoendeksel bovenaan de Ark weer te geven als draagplatform voor de engelen die de reliekhouder met de relikwie dragen. Het huidige uitzicht komt tegemoet aan deze optie. Er is geen kist aanwezig; vanaf het verzoendeksel hangen vier fluwelen panden naar beneden. Het platte koperen deksel is het draagvlak waarop twee engelen zijn uitgebeeld die het neogotisch reliektorentje draagt met relieken van de H. Odrada. Het advies van het Komiteit werd geformuleerd op de zitting van 24 april 1891. De inhuldiging van beeld en reliekhouder vond plaats op 22 juli, drie maanden later. Wij kunnen ons niet voorstellen dat er nog voor een nieuw project kon gekozen en uitgewerkt worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Inhuldiging van 22 juli 1891'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het was een feestdag die woensdag. Heel het dorp stond op zijn kop . Om acht uur ‘smorgens stond de markt al vol volk. Allemaal op hun paasbest. “Een diepe godsvrucht tot de H. Odrada en een groot vertrouwen in de Heilige was altijd onder het volk gebleven”. Alle huizen waren versierd. De grote klok werd reeds de avond te voren geluid. De Gazet van Moll zou uitvoerig verslag uitbrengen van de feestelijkheden. Veel volk was er. Alle stoelen werden uit de kerk genomen om zoveel mogelijk mensen bij de inzegening in het bedehuis te laten. Het gebouw werd volledig ingenomen door staande gelovigen en evenveel volk stond buiten de kerk omdat er geen plaats meer was. Na het evangelie beklom pastoor-deken Geboers de preekstoel. Hij sprak er over het grote geluk van de Balenaren om zo’n bijzondere voorspreekster te hebben in Balen, in Milligem en in de Kempen. Tot slot maakte hij ook de vergelijking met de Ark des Verbonds. Zoals de Israëlieten hun Ark des Verbonds naar de tempel brachten, zo werd ook de H. Odrada naar de Balense kerk gebracht, “volg haar deugden en haar leven na…” De mooie kunstwerken werden nadien door de belangrijkste straten gedragen. De Gazet van Moll beschreef uitvoerig de stoet die door het centrum trok met twee muziekkorpsen, gendarmen, bazuinblazers, de scholen, de congregaties, groepen maagdekens van Millegem en Kerkhoven, een groep die de terugkeer van Sint-Odrada uit Milligem voorstelde, engelen die de deugden van Sint-Odrada verzinnebeelden, een ossenspan met de lijkkist, het onthaal te Alem, de relikwiekast en het nieuwe beeld in haar baldakijn. De straten waren versierd en een massa bedevaarders schoof mee aan met de processie. Enkele dagen later, op zondag 6 juli trok deze inhuldigingsprocessie nog een tweede keer uit. Er was weer evenveel volk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Balense pastoor E.H. Van den Bossche was ziekelijk en even vreesde men dat de plechtigheden moesten uitgesteld worden. Gelukkig werd hij beter in die periode . Hij bleef echter zwak. Hij stierf in oktober van dat jaar 1891. E.H. Van der Donck, pastoor van Halle, zou hem opvolgen en werd ingehuldigd op 24 december 1891.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Authenticiteitsattest van 26 augustus 1891 (Parochiearchief Balen farde nr. 985)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Balenaar F. Van Olmen, secretaris van de aartsbisschop van Mechelen, zorgde ervoor dat de verering van de reliek in het nieuwe schrijn ondersteund werd door de nodige attesten en goedkeuringen. Kardinaal Petrus Lambertus Goossens, primaat van België, leverde een attest af voor de relikwieën van de H. Odrada:”ex ossibus Sanctae Odradae, Virg. Balensis”, het was een rest uit het gebeente van de heilige, en, ongetwijfeld op aandringen van Van Olmen, werd er toegevoegd dat het om een Balense heilige ging. De tekst gaf verder uitleg bij de bewaarplaats van de reliek: “theca chartaria formae sexangulae”, een zeshoekige houder met &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
venstertjes. Er werd toelating gegeven om de relieken uit te stallen en te vereren. Het document werd ondertekend door de vicaris-generaal I. Ketelbant en de secretaris F. Van Olmen. De beschrijving van de houder neemt alle twijfels weg over de vraag naar de houder. Waar men zich niet over uitsprak was de herkomst van de reliek. Vermoedelijk heeft de kerkfabriek de toelating besproken om een stukje van de onderkaak vrij te maken om het in de nieuwe houder te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BIJLAGEN&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Lijst der giften''' / Door de Baelenaren gedaan / Voor een nieuw beeld van de / H. Odrada&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Parochie-archief Balen Sint-Andries farde 45&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Merkt samen 605,50 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Zand samen 29,25''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Driehuizen samen 10,70 ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hooge Reysberg samen 8,95''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Reysberg samen 49,60 ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Gerheyden samen 56,90 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Schoorheide samen 14,15 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Alles samen 775,05 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Op andere gehuchten samen 380,37 Alles samen 1155,42''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Berg, Tenderlo, Rosselaar, Hoolst''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Holven, Hoolsterberg, Scheps, Schoor, Steeg, ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Baelenaren woonende buiten de parochie samen 800,00 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Priesters, begijnen, particulieren''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Alles samen 1955,42''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Winst op verkoop Leven van de H. Odrada 50 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Interest spaarkas 36 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Offer op de dag van de inhuldiging 36 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Alles samen 2077,42 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Ontvangen van de kerk(fabriek) 447,95''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Alles samen 2525,37 fr ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Uitgaven voor beeld en relikwiekast'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Parochie-archief Balen Sint-Andries farde 45&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Aan M. Festraets Mechelen voor de ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Relikwienkas met draagbarrie '''1066,50 fr'''''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Aan de Heeren Blanchaert en Bressers voor''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''het beeld, voetstuk en troon: '''1458,87 fr'''''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Aan Leonard Blanchaert''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''1. Voor roode delen hout: arbeid en ijzerwerk''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''van eenen troon en voetstuk voor het''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''beeld van de H. Odrada 538,22 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''2. Voor de koperen branchen 84,00 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''3. Voor de embaleerkisten, en verzenden 25,75 fr ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''4. Voor hout en arbeid van 4 colissen voor''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''het inschuiven der berriestokken 14,25 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Aan Leopold Blanchaert''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Voor het maken van het beeld des H.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Odrada, gesneden in rood rigaschhout''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''het schilderen niet inbegrepen 378,65 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Aan A Bressers-Blanchaert''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Voor vergulden en schilderen van het ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''beeld, met gouden damast 113,00 fr''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Voor vergulden en schilderen van troon van Balen ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''piedestal 306,00''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. Rekening van P. Festraets'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
21 juli 1891. Rekening van P. Festraets aan de kerkfabriek van Balen voor een reliekhouder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Parochiearchief Balen Sint-Andries farde nr. 55&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Fabrique d’ornements d’église''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''P. FESTRAETS''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''53, Rue du Bruel, 53''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Malines''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''La Fabrique de l’Eglise de Baelen lez Nethe doit pour vente et livraison de ce qui suit&amp;amp;nbsp;:''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Malines, le 21 Juillet 1891''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''1 grand reliquaire style Gothique en cuivre doré avec compartiment en velours pour conserver les saintes reliques de Ste Odrade 1000,00''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''un brancard en chène 50,00''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''une caisse en bois 16,50''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Total frs 1066,50''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Pour acquit''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''M. Festraets''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Pour son père''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/De_devotie_tot_de_H._Odrada_in_de_Kempen_tijdens_de_17de_eeuw</id>
		<title>De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/De_devotie_tot_de_H._Odrada_in_de_Kempen_tijdens_de_17de_eeuw"/>
				<updated>2025-07-06T18:16:27Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Jaak Jansen]]&lt;br /&gt;
gepubliceerd in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;Afbeeldingen &amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;1. Balen Kerk Sint-Andries, Schilderij, H. Odrada van Balen, Vlaamse School, 1654, olieverf op doek, 122 cm x 171 cm Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X000960 X000960](2004) &amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;2. Balen Kerk Sint-Andries, Reliekosculatorium van de H. Odrada met oude reliek, reliek 8&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, osculatorium 1830, verzilverd metaal, 30 cm x 28 cm Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M102882 M102882] (1972)&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;3. Balen Kerk Sint-Andries, Reliekosculatorium van de H. Odrada, de reliek uit de 8&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw Foto KIK:[http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X000935 X000935]&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;4. Mol-Milligem Kerk Sint-Odrada, Beeld H. Odrada van Balen, ca. 1690, gepolychromeerd hout, hoogte 77 cm Foto KIK  [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X002495 X002495](2006)&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:2.667cm;&amp;quot;&amp;gt;5. Mol-Milligem Kerk Sint-Odrada, Reliekosculatorium van de H. Odrada, 1686, metaal en gouddraad, diameter 3,6 cm Foto KIK  [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X002489 X002489](2006)&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Vita van de H.Odrada werd geschreven in 1304 door een Benedictijnenmonnik van Sint-Truiden&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;''Acta Sanctorum, Dies tertia Novembris. De Sancta Odrada'', Commentaar door C. DE SMEDT, 2, Brussel, 1894, p. 57-69; een diepgaande studie over de vita werd uitgevoerd door ANNEMARIE SPEETJES, ''De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering voor de heilige Odrada (1100-1400)'', met een kritische studie van de vita, doctoraatsproefschrift Vakgroep Geschiedenis Universiteit Groningen, 1999. De auteur publiceerde de oorspronkelijke tekst van de vita en het officium; van de in het latijn geschreven vita gaf zij een nederlandse vertaling.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Om de geloofwaardigheid van het levensverhaal kracht bij te zetten vermeldde hij ook de bronnen waarop hij zich had gebaseerd. Er was immers geen oudere levensbeschrijving aanwezig. Aan de hand van mondelinge getuigenissen en het beeldend materiaal van de muurschilderingen in de kerk van Alem had hij zijn verhaal samengesteld. Alem, in de Maaslandse regio, boven ‘s Hertogenbosch, was de begraafplaats van de H. Odrada, waar een zekere Otto een bedevaartkerk voor haar had laten bouwen. Volgens de vitaschrijver was de H. Odrada herkomstig uit Balen in de Antwerpse Kempen, meer bepaald uit Scheps, een gehucht in deze gemeente (Vita: “in loco qui nunc Scapis ab incolis nuncupatur” – op een plaats die nu door de inwoners Scheps wordt genoemd). Scheps is gelegen in het zuidoostelijk deel van de gemeente Balen (Provincie Antwerpen), een gehucht dat door de rivier de Grote Neet werd doorkruist. Hier is de oudste kern van de gemeente geweest, waarvan de sporen naar de achtste eeuw verwijzen&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Een radiocarboondatering van de reliek van de H. Odrada, uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel, stelde vast dat de reliek van Sint-Odrada behoorde bij een persoon die in de achtste eeuw moet hebben geleefd.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Odrada zou van een adellijk afkomst zijn geweest (Vita: “quidam vir: illustris christicola, nobilitate cluens, honore praeditus” – een zekere heer: vermaard christen, van edele afkomst, beladen met eer). Zij verloor op jeugdige leeftijd haar moeder en werd onheus bejegend door haar vader en stiefmoeder. Toen de familie op bedevaart&amp;amp;nbsp;ging naar Mol-Millegem, was er voor Odrada geen paard meer ter beschikking, waarop de stiefmoeder haar verwees naar de wilde paarden in de omgeving en vertrok met haar gevolg. Het eerste wonderbare gebeurtenis zou plaatsvinden: met een kruis in de hand, bedwong zij een horde wilde paarden en besteeg een paard dat haar naar Mol-Milligem bracht. Het gebeuren zou een grote indruk op haar vader maken. Tijdens de religieuze dienst in de kerk van Milligem kreeg Odrada verschrikkelijke dorst. Zij verliet het bedehuis en deed buiten een bron ontspringen bij een oude boomstronk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens haar verder leven deed Odrada vele goede werken en wijdde haar leven aan God; ondanks vele aanzoeken weigerde zij in het huwelijk te treden om zo beter haar opdracht te vervullen. Na een deugdzaam en godvruchtig leven, drukte zij de wens uit dat bij haar dood, haar lijk in een uitgeholde boomstam op een stuurloze ossenkar zou geplaatst worden. Hetgeen geschiedde. De lijkwagen vertrok noordwaarts. Tijdens de tocht stootte de wagen tegen een oude stronk die daarna opnieuw tot leven kwam en tot een eikenboom ging uitgroeien. De wagen trok verder tot in Alem, aan de Maas, boven ‘s Hertogenbosch waar een bedevaartsoord tot stand kwam op de begraafplaats van de heilige maagd. De bedevaartkerk werd aanvankelijk bediend door een kapittel, later door de Benedictijnen van Sint-Truiden, waarmee de cirkel van de vita rond is. Merkwaardig genoeg bleef deze heilige in de gemeente Balen een illustere onbekende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk zou de verering van de heilige zich situeren in het Noord-Brabantse Alem; slechts in de tweede helft van de zeventiende eeuw zou de devotie tot de H. Odrada in de Kempen worden verspreid.. Wanneer omstreeks 1573 de dreiging van de beeldenstorm zich liet gevoelen in Noord-Brabant, besloot men de overblijfselen van de heilige op te graven om ze in verzekerde bewaring te brengen. De bisschop van ’s Hertogenbosch nam hiervoor het initiatief. Verscheidene Nederlandse parochies werden met relieken begiftigd maar het grootste gedeelte werd omstreeks 1629 aan de Orde van de Karthuizers te Vught toevertrouwd die er nadien, opnieuw uit veiligheidsoverwegingen, mee naar Antwerpen zouden trekken in de Zuidelijke Nederlanden. Daar zouden er verder geen sporen meer te vinden zijn. In die periode zal ook de geschiedenis aanvangen van de reliek van Sint-Odrada in de Sint-Andieskerk te Balen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een schilderij in de Sint-Andrieskerk te Balen'''&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Het schilderij werd tijdelijk bewaard in de Sint-Thomaskapel te Schoor. In 1830 werd het daar reeds vermeld door de Balense pastoor J. Bols. Het werd daar gevonden door F. Donnet en F. Van Leemputte in 1910 toen zij hun inventaris van de kerken maakten; ook A. Geboers en F. Van Olmen hebben het schilderij in de kapel gezien. Later werd het terecht naar de Sint-Andrieskerk terug overgebracht.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen de Balense Sint-Andriesparochie in het midden van de zeventiende eeuw een bedevaartvaantje uitgaf, werd hierop alleen de H. Andreas apostel, patroon van de Sint-Andrieskerk afgebeeld en was er geen enkele verwijzing naar de H. Odrada, de Balense heilige. Blijkbaar was er op dat ogenblik geen enkel spoor van verering in de kerk. Een eerste aanduiding van verering vonden wij in een schilderij van een onbekende Vlaamse meester. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X000960 (afbeelding 1)]. Hierop werden de belangrijkste gebeurtenissen uit de vita van de heilige in beeld gebracht. Bovenaan het schilderij werd de naam van de heilige vermeld in een stralengloed: S ODRADA VIRGO. De Heilige Odrada werd zoals gebruikelijk in die tijd, voorgesteld als een adellijke dame in een rijkelijke klederdracht met wit kleed en rood bovenkleed, met mooi hoofddeksel versierd met juweel en pluim. Zij zat schrijlings op een wit paard dat volledig was uitgerust met teugels, zadel, riemen en dekkleed. Het paard werd stappend voorgesteld met opgetrokken rechter voorpoot. In haar rechterhand hielt Odrada een palmtak. De amazone werd voorgesteld in een wijds landschap met rechts de toegang tot een kasteelpoort. Links werd het schilderij afgezoomd door een bos waarin op het tweede plan &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Odrada het wit paard beteugeld dat bij haar was neergeknield. Links vooraan zien wij een draaiend waterrad, dat water ontvangt van de Neet die in het midden op het tweede plan is voorgesteld. Het waterrad is een historisch referentiepunt en verwijst naar één van de drie watermolens die op de Neet waren gebouwd namelijk te Kerkhoven, te Scheps en te Hoolst. Op het derde plan zien wij een ossenspan met vier ossen; zij trekken een wagen op vier wielen waarop de kist met het lijk van de heilige werd geplaatst. Over de kist hangt een doek met bovenop een kroon. Achter de lijkwagen vergezellen vader en stiefmoeder de stoet, samen gezeten op één paard. De lijkwagen vertrekt richting Alem; in de verre achtergrond zijn er twee kerkjes zichtbaar. Het schilderij moet van 1654 of kort daarna dateren. Toen werd immers de reliek van het kaaksbeen van Sint-Odrada processiegewijs naar de kerk gebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1654 Verwerving van de reliek van Sint-Odrada te Balen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De reliek [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M102882 (afbeelding 2)] in de Sint-Andrieskerk te Balen heeft een bewogen voorgeschiedenis (zie bijlage 1). Na de beeldenstorm bleef de toestand in Noord-Brabant onveilig op godsdienstig gebied; priesters moesten vluchten; parochies werden afgeschaft. Einde zestiende eeuw werden de resten van Odrada opgegraven te Alem; ze werden te ‘s Hertogenbosch in bewaring genomen.. Tijdens het bestuur van Bisschop Zoësius van ’s Hertogenbosch (1614-1625) werden de resten van het lichaam van de H. Odrada verder verspreid. Een groot deel kwam terecht bij de Karthuizers te Vught , zoals hoger vermeld. Een ander gedeelte werd door bisschop Zoësius in 1624 overgedragen aan kerk van Schijndel bij gelegenheid van de wijding van drie altaren. Een derde gedeelte werd gevormd door het onderkaaksbeen van de H. Odrada. Deze grote reliek, het intacte onderkaaksbeen (integram mandibulam inferiorem – een volledige onderkaak), werd in 1617 door Bisschop Zoësius geschonken aan Eerwaarde Heer P. Nevius, pastoor van de kerk van Hooge Mierde (Noord-Brabant NL). Tijdens een controlebezoek had deken Langencruys immers genoteerd dat een vroeger verworven reliek van de H. Odrada niet meer aanwezig was te Hoogemierde (“Habuerunt, ut dicunt, reliquias S. Odradae, at modo habent capsulam vacuam, quam nihilominus in processesionibus cicumferunt” – Zoals zij zeiden hadden ze een reliek van de H. Odrada gehad, maar nu hebben ze nog slechts een leeg kistje, dat zij desniettemin in de processies ronddroegen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voormalige reliek was opgeborgen in een kistje; reliek en kistje werden gezamenlijk rondgedragen tijdens de processie. Om een of andere reden was de reliek verdwenen en werd voor 1617 het kistje alleen rondgedragen, zonder een reliek erin. Naar aanleiding van het controlebezoek van 1617 besliste de bisschop van ‘s Hertogenbosch opnieuw een reliek ter beschikking te stellen namelijk het kaaksbeen van de Alemse heilige. Voor de katholieken bleven de tijden echter onrustig en gespannen. Om veiligheidsredenen werd de reliek van Hoogemierde overgedragen aan de abdij van Averbode. In de maand juli 1651 werd het kaaksbeen door Philppus Noevius, pastoor te Hoogemierde doorgegeven aan abt Vaes van Averbode om ze te beschermen tegen de woede van de ketters. Deze gebeurtenis was de pastoor van Balen niet ontgaan. De parochie werd door de witheren van Averbode bediend. Onmiddellijk zou pastoor Jan Van Tilborg, trachten de reliek naar de kerk van Balen te laten overbrengen. Met resultaat. De overbrenging van het kaaksbeen gebeurde in het jaar1654. De heilige was immers geboortig van Balen (‘sacras Reliquias S. Odradae Virginis in Balen natae ) en de gelovige inwoners zouden er zeker een bijzondere verering voor hebben. De reliek werd overgebracht en abt Servatius Vaes tekende en zegelde het authenticiteitsattest in de pastorie te Balen op 27 september 1654, op de dag van O.-L.-Vrouw Ontvangenis. De relieken werden processiegewijs naar de Sint-Andrieskerk gedragen om daar te worden bewaard tot vreugde en tot devotie van de Balense inwoners.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voorgeschiedenis van het kaaksbeen werd ook door abt Vaes genotuleerd. Philippus Nevius, pastoor te Hooge Mierde had de hoger vermelde relieken van de H. Odrada door bemiddeling van Eerwaarde Heer Mattheus Langhencruys in ontvangst genomen voor de kerk van Hooge Mierde; deze relieken werden in aanwezigheid van de gemeenschap vanuit Lage Mierde in processie overgebracht naar Hooge Mierde. Te Hooge Mierde werden de relieken in een capsule, een kistje, ingesloten die voortaan de capsule van de H. Odrada mocht genoemd worden; ik heb ze daar op een eervolle plaats ondergebracht; dit gebeurde in de maand augustus 1617. Aldus de pastoor van Hooge Mierde Philippus Noevius. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet duidelijk wat er precies werd overgedragen aan de abt van Averbode en de Sint-Andrieskerk te Balen. Meer bepaald of het kaaksbeen samen met het kistje werd overgedragen. Wij vermoeden van wel. Abt Vaes spreekt van “reliquias incluendas”, relieken die ergens waren in opgesloten. Wanneer in het midden van de achttiende eeuw een uitstallingstroon in de kerk werd geplaatst, dan werd hier centraal onder het beeld van de H. Odrada een opbergruimte voorzien, waarin een kistje zou kunnen geplaatst worden. Later, in de eerste helft van de negentiende eeuw zou het kaaksbeen worden opgenomen in de huidige metalen houder. In 1837 vermeld pastoor Bols dat de reliek aanvankelijk in een houten kistje was opgesloten ( in satis pulchra sed trista cista lignea, ad anno 1830 curati eam includi in ampla, pulcerrima et sumptuosa pixide argentea, inter deaurata – in een een voldoende mooi maar toch maar droevig houten kistje, tot er in 1830 werk van gemaakt werd op het op te bergen in een ruime, zeer mooie, versierde, zilveren opberging die binnenin verguld was).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Doopnaam Odrada'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat Sint-Odrada slechts vanaf het midden van de zeventiende eeuw bekendheid verwierf in de Sint-Andriesparochie, blijkt nog uit een ander feit. De aanwezigheid van de verering van een Balense heilige zou immers zijn sporen moeten nalaten in de geboorteregisters van de parochie. Indien Odrada voor 1654 was vereerd geweest in de kerk, zou de naam Odrada voorgekomen zijn in de Balense gemeenschap. Niets is minder waar. Slechts vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw worden er “Odrada’s” in Balen geboren. De eerste borelingen werden genoteerd in 1657: Maria Odrada Beliën en Odrada Luckx. Daarna komt de voornaam regelmatig voor in de zeventiende en de achttiende eeuw met een groei van het aantal in de tweede helft van de 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorkomen van de voornaam Odrada in de parochieregisters&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Ik dank de medewerkers van de Heemkundige Kring van Balen voor hun opzoekwerk.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1650-1659 Balen 3 / Mol -&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1660-1669 Balen 3 / Mol -&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1670-1679 Balen 1 / Mol -&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1680-1689 Balen 2 / Mol 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1690-1689  Balen 2 / Mol 5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1700-1709 Balen 2 / Mol -&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1710-1719 Balen 1  / Mol 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1720-1729 Balen 3  / Mol 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1730-1739 Balen 5  / Mol 3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1740-1749 Balen 9  / Mol 4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1750-1759 Balen 11  / Mol 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1760-1769 Balen 13  / Mol 1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1770-1779 Balen 14  / Mol 6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1780-1789 Balen 21  / Mol 10 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1790-1799 Balen 11  / Mol 9&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is duidelijk dat slechts in de tweede helft van de zeventiende eeuw de naam van Odrada werd aanvaard in de Balense en Molse families. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de devotie tot de H. Odrada ten gevolge van de aanwezigheid van de relieken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het onderzoek naar het gebruik van de doopnaam Odrada in Milligem op het einde van de zeventiende eeuw laat opnieuw vermoeden dat zoals in de Sint-Andriesparochie in Balen, ook hier de Odradaverering slecht op dat moment is tot stand gekomen. In 1687 werd de eerste Odrada vermeld in die periode; daarna kwam de naam regelmatig voor in de doopregisters.. Eerlijkheidshalve dien wij te vermelden dat er in 1588 ook de geboorte van een Odrada Meermans werd genoteerd&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Gemeentelijk Archief Mol, PR nr.1: 1588 ''Odrada Meermans filia Caroly Meersmans et Dimpna Vrancx'' &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hier zou verder onderzoek moeten rond gebeuren. Is dit een accident de parcours? Is het vermetel van te veronderstellen dat wij hier met een Nederlandse vader uit de streek van Alem hebben te doen? Heeft een Geelse kanunnik van Sinte Dimpna hier een suggestie gedaan omdat hij het verhaal kende?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Verwerving van de relieken te Millegem'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Mol-Milligem zou de verering van de H. Odrada eerst van start gaan in de loop van de tweede helft van de zeventiende eeuw; de aanwezigheid van relieken herkomstig uit Balen maar ook “buitenlandse” belangstelling speelden hierbij een rol. De animators waren Guilhelmus Lauwers ?? pastoor van Milligem en Johannes de Rover pastoor te Macharen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na de inhaling van het kaaksbeen te Balen, werden er kort nadien gedeeltes van afgehaald. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste ingreep gebeurde in 1663 op vraag van Joannes Bedix, geboren te Macharen en witheer van Averbode. Hij was onderpastoor geweest te Balen tijdens de inhaling van het kaaksbeen in 1654, later werd hij pastoor te Macharen, gelegen bij Alem. In 1663 vroeg hij via de abt van Averbode een stukje van het kaaksbeen van Balen. Met succes. De reliek werd ingehaald en een nieuwe verering en bedevaartplaats ontstond. Jaarlijks werd er te Macharen een processie ter ere van de H. Odrada georganiseerd, waar ook inwoners van Alem en omgeving aan deelnamen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tweede maal was er een ingreep op de reliek te Balen. Op vraag van de pastoor van Milligem en mogelijk ook op aansporing van Joannes De Rover werden er in 1686 drie deeltjes van het kaaksbeen van Balen overgebracht naar Milligem. Joannes De Rover brengt hierover een getuigenis (zie bijlage 2). Op 7 september 1686 werden drie fragmenten van het kaaksbeen (tria fragmenta eiusdem mandibulae Balensis) in ontvangst genomen door pastoor Guilielmus Lauwen ??. Ze werden in het altaar van O.-L.-Vrouw en de H.Odrada opgenomen (ad aras sacras in honorem Deipare et almae virginis Odradae); de Milligemse kerk of kapel was toegewijd aan O.-L.-Vrouw. De fragmenten werden in Balen onderaan het kaaksbeen verwijderd, zoals dat reeds voor Macharen was gebeurd. In Milligem werden de fragmenten opgesloten in een kleine, ovale, metalen houder (diameter 3,6 cm; [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X002489 afbeelding 5]); de naam van de heilige werd vermeld (S. ODRADAE V. BAEL); de bodem van het doosje en het glas bovenaan werd afgeboord met goudgalon. Achteraan het doosje werd er rode lak aangebracht; oorspronkelijk moet er hier een zegel ingedrukt zijn geweest; hij is echter niet meer leesbaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verwerving van de relieken en de nieuwe aandacht voor de H. Odrada zijn vermoedelijk een goede reden geweest om een gepolychromeerd beeld te laten vervaardigen, zodat de gelovigen zich een duidelijke voorstelling konden maken en een werkelijk devotioneel object voor zich hadden [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=X002495 (afbeelding 3)]. Odrada is voorgesteld als een edelvrouw met kleed, opperkleed en borststuk; zij draagt een diadeem en een sluier; om haar hals is er een parelsnoer; om haar schouders hangt een mantel die met een speld voor de borst wordt samen gehouden. Naast haar ligt het wit paard aan haar linkerzijde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De devotie tot de H.Odrada werd te Millegem vanuit de Geelse Sint-Dimpnakapittel gestimuleerd; het kapittel bediende immers de kapel. Kanunnik Guilhelmus Lauwers&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;S. HEURCKMANS, ''Duizend jaar Millegem'', Millegem, 1986, p. 82.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; was pastoor te Millegem van 1655 tot 1698. Anderzijds volgde hij in 1677 Joannes Hubens op als apostolisch vicaris van het bisdom ‘s Hertogenbosch. Op die manier kreeg hij nauwe kontakten met hetgeen er zich afspeelde in de parochies van het bisdom en ontmoette hij ook pastoor Joannes de Rover en zijn inspirerende initiatieven in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kontakten tussen Noord-Brabant en de Kempen zouden sterk gestimuleerd worden. De opvolger van de Macharense pastoor Bedix was Joannes De Rover (1679 - +1717); hij zou nog verscheidene initiatieven nemen. In 1682 vertaalde hij de vita van de H. Odrada. In zijn parochie bouwde hij een kapel ter ere van de H. Odrada (1690). Er werd een houten reliektombe&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Deze reliektombe is nog in de kerk van Macharen aanwezig, mogelijk was ze bestemd voor de door De Rover opgerichte kapel. Deze kapel bestaat nu niet meer.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; met buste van de heilige vervaardigd. Joannes de Roover organiseerde twee stoeten die respectievelijk vertrokken vanuit de Maaskant en vanuit het Land van Ravesteyn. Daar waar de twee mekaar ontmoeten werd in het nederlands een toneelvoorstelling over de H. Odrada opgevoerd, op tekst van Joannes de Rover. In 1696 wist De Rover nog andere relieken van de H. Odrada te werven vanuit Schijndel, waar ze tevoren door bisschop Zoësius in een altaar werden geplaatst. De reliek werd opgeborgen in een osculatorium&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Het reliekosculatorium is nog aanwezig in de parochiekerk van Macharen.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; met opschrift: F. JAC. VIC. DELEG. BUSC. JOES DE ROVER PAST. IN MACHAREN 1691. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Joannes De Roover zou echter ook in Milligem actief zijn. Hij ging op zoek naar de realia die in de vita waren vermeld. Eén gebeuren uit de Vita zou pastoor De Rover bijzonder boeien: in de vita van 1304 was er immers uitdrukkelijk sprake van een waterbron, die Odrada te Milligem bij een oude stronk ging opwekken. In 1686 ging pastoor De Rover zelf op zoek naar deze waterbron. Zandduinen werden verplaatst tot de bron gevonden werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De lindenboom van Milligem'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Minder duidelijk is het hoe de lindeboom van Milligem in het levensverhaal van Odrada is geïntegreerd geworden. In de Vita van 1302 staat er alsdusdanig geen woord over vermeld&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Op het schilderij van 1654 in Balen draagt de H. Odrada ook geen lindentak maar wel een palmtak.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Ongetwijfeld was er in de omgeving van dorpscentrum van Milligem een eeuwenoude lindeboom aanwezig die als bijzondere verzamelplaats in de plaatselijke volkscultuur en dorpsgeschiedenis zijn rol heeft gespeeld. Vanaf het einde van de zeventiende eeuw zal dit element worden opgenomen in het verhaal van de vita. Vooral de publicatie van Coene zal hierbij een rol spelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een lindtacxken had dees Maeght gepluckt tevoren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat sy had op het peerdt ghebruyckt in plaats van sporen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit tacxken heeft sy dan aldaer in d’aerd’ ghesteken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En kreegh weer sijnen was ghelijck dat heeft ghebleken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En noch tot heden blyckt, want men siet met de daet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat eenen Lindeboom seer oudt en groot daer staet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soo dat geloofbaer is gelijk de menschen segghen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat sy haer ouders al hebben hooren uytlegghen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat desen selven boom aldaer met d’eyghen hand&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Sint Odrada self voor desen is gheplant…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Geelse kanunnik Judocus Coene zette in 1688 de levensbeschrijving van de H.Odrada&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. COENE, ''Het leven van de H. Maghet Odrada Gheviert wordende den 3. November patronersse tot Millegen ghelegen tusschen de Vrijheidt van Gheel en Moll. Beschreven in ‘t Latijn door den Eerw. Heere Joannes Gilemannus Canonick Regulier, ende Supprior van het Roy-Clooster buyten Brussel, in het tweede Deel van sijnen Hargyologus van Brabant in ‘t Jaar 1304. Op gesocht ende in ‘t Frans ghetranslateert door den Eerw. Heere Joannes de Rover Pastoor tot Macharen in ‘t Jaer 1682. Ende om ‘t selve beter bekend te maecken aen de devote Gheloovighe van de om ligghende Quaertieren door den Druck, ter oorsaecke vande oude ghevonden Fonteyne ende haer crachtigh water in ‘t Jaer 1686. In Rijmdicht ghestelt door Judocus Coene Canonick van Gheel in ‘Jaer 1688. Verciert met schoone Plaeten uytbeldende het leven en de deughden vande Heylighe Odrada rustende tot Millegem. ‘tAntwerpen Bij Gonzael van Heylen, op d’Oude Coremert in den witten Engel, 1688'', Antwerpen, 1688; met prenten van Gonzael van Heylen. &amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;J. COENE, ''Het leven van de H. Maegd Odrada geviert wordende den derde November. Patroonesse tot Milligem gelegen tusschen de Vrijheyd van Gheel en Moll. Beschreven in ‘t Latijn door den Eerw. Heere Joannes Gilemanus, Canonick Regulier en Supprior van het Roy-Klooster uyten Brussel in het tweede deel van zijn Hargyologue van Brabant in het jaer 1304. Opgezogt en in ‘t Vlaemsch getranslateert door den Eerw. Heere Joannes de Rover, Pastoor tot Macharen in ‘t Jaer 1682, bij terugvinden van den fontein in ‘t jaer 1686, op rymdigt gestlelt door Judocus Coene, canonink van Gheel in ‘t jaer 1688'', herdruk te Antwerpen bij Jacob Mesens, 1689. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; op rijm in het Nederlands. Het jaar daarop reeds werd de levensbeschrijving een tweede maal gedrukt te Antwerpen. Volgens de titelpagina gebruikte hij hierbij de vertaling van Joannes De Rover. In dezelfde titel legt hij verder de nadruk op het initiatief van de Macharense pastoor om de waterbron te Milligem terug te vinden. In het levensverhaal van Odrada zou hij ook de lindenboom van Milligem betrekken. Volgens Coene zou de oude lindeboom gepland zijn door de H. Odrada. Zij zou een lindetak gebruikt hebben om haar paard te mennen. Bij haar aankomst te Milligem, stak zij de tak in de bodem. De tak zou uitgroeien tot een eeuwenoude lindeboom. Het verhaal werd geactualiseerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de oudste publicatie van 1688 door Judocus Coene werd het levensverhaal van de heilige geïllustreerd met verscheidene houtsneden van de hand van Gonzael van Heylen die tevens drukker en uitgever was.&amp;amp;nbsp;Achtereen volgens werden volgende scènes in beeld gebracht: Verheerlijking van de H. Odrada, Het kasteel van Scheps, H. Odrada in aanbidding voor een kruisbeeld, H. Odrada vergeeft haar vader, H. Odrada plant een lindetak te Millegem. In het beeldmateriaal werd geen verwijzing gemaakt naar Alem of Macharen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is dan ook niet te verwonderen dat de devotie tot de H. Odrada denitief een voedingsbodem kreeg in de Kempen. Vooral de kerk van Milligem zal zich profileren als een heilige plaats waar de heilige bijzonder aanwezig was en waar bijzondere gebeurtenissen zouden hebben plaats gevonden. Het is dan ook niet te verwonderen dat Milligem de bedevaartplaats van de H. Odrada zal worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In zijn rijmdicht vermeldde Coene dat de lindenboom van Millegem nog recht stond in 1688. Kort daarop zou hij worden geveld vermits in 1703 het hout van de boom werd gebruikt om er een kruis mee te maken. Een gedeelte van de stam werd nadien verder bewaard als een reliek. Het is thans bewaard in de Kamer voor Heemkunde te Mol. Vermits Odrada leefde in de achtste eeuw&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Een radiocarboondatering werd door Mark Van Strydock van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel uitgevoerd op het kaaksbeen te Balen: het kaaksbeen behoort bij een persoon die leefde tussen 660 en 780. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;, is het moeilijk verklaarbaar dat Odrada de boom zou geplant hebben. Meer aannemelijk is het dat de boom een bijzondere folkloristische en historische betekenis had in het Milligemse verleden. Op het einde van de zeventiende eeuw werd deze betekenis geïntegreerd in het levensverhaal van Sint-Odrada.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Bijlage 1 =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Averbode Abdijarchief &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AAA., Verzameling copieën van Balenaar Stanislas Joris Handschrift 9, nr. 79.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 59, nr. 12&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1654. Abt Servatius Servaes geeft het relaas over de geschiedenis van het reliek van Sint-Odrada van Balen en vermeldt de authenticiteitsattesten die het vergezelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Reliquiis s. Odradae.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Servatius Dei patientia abbas Averbodiensis omnibus ac singulis praesentes visuris seu legi audituris salutem in Domino. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Notum facimus et attestamur quod nos requisiti a ven.li Domino Joannae van Tilborg canonico Averbodiensi et pastore ecclesiae Balensis, sacras Reliquias S. Odradae Virginis in Balen natae, nominatim integram mandibulam inferiorem, anno 1651 mihi traditam a ven.li viro Domino Philippo Nevio in Julio, ut easdem subtraheret furori haereticorum et alibi majori in honore devotioni populi fidelis exponerentur, quas quidem illi miserat Reverendissimus Dnus Episcopus Sylvaeducensis Nicolaus Zoes easdem sic nominatas et declaratas debita cum reverentia venerati sumus et recognovimus juxta publicum instrumentum Rev.di Domini Mathaei Langhecrucii pastoris Hilvarenbecensis et decani christianitatis et attestationem ven.lis Domini Philippi Nevii praefati, cujus tenor sequitur de verbo ad verbum&amp;amp;nbsp;: «&amp;amp;nbsp;Anno a navitate Domini 1617, nona die Augusti, ego infrascriptus has reliquias Sanctae Odradae virginis accepi a Reverendissimo Domino Nicolao Zoes, episcopo Buscoducense pro ecclesia Hogemierdensi&amp;amp;nbsp;: in quorum fidem haec scripsi et subscripsi. Ita est, Mathaeus Langhecrucius, pastor Hilvarenbecen-sis et decanus christianitatis&amp;amp;nbsp;». Et ad latus instrumenti apparebat signum sigilli&amp;amp;nbsp;; in hostia, quae jam erat corrupta, suprascripti Rdi Dni Pastoris et Decani christianitatis Hilvarenbecensis. In alia charta sic habebatur&amp;amp;nbsp;: «&amp;amp;nbsp;Ego Fr Philippus Nevius, pastor in Hoogemiert, has sacras reliquias S. Odradae virginis a Revmo Dno Nicolao Zoesio, epo Sijlvaeducensi, ad nos et ecclesiam Hogemierdensem per Rev.dum D.num Matthaeum Langhencrucium pastorem in Hilvarenbeec et decanum christianitatis, missas, una cum tota communitate nostra Hogemierdensi processionaliter ex Lagemiert detuli et easdem inclusas in certa quadam capsula quae solet vocari capsula S. Odradae virginis in ecclesia Hogemierdensi honesto loco reposui anno 1617 in mense Augusto&amp;amp;nbsp;». Infra erat positum&amp;amp;nbsp;: «&amp;amp;nbsp;Ita est, F. Philippus Noevius pastor in Hogemiert&amp;amp;nbsp;». &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Quas quidem reliquias sacras majori quo decuit honore et devotione cum solemni processione 27a septembris anno 1654 in ecclesiam parochialem Balensem diocesis Buscoducensis, introduximus, eique resignavimus reliquiario sanctae Odradae includendas ibidemque collocandas ad augendam incolarum et Christi fidelium devotionem. In quorum fidem praesentes manu nostra subscripsimus et sigilli nostri impressione muniri fecimus. Datum in aedibus pastoralibus Balensibus die 27 septembris anno Dominicae incarnationis 1654&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Loco sigilli&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eratque signatum&amp;amp;nbsp;: F. Sevatius abbas Averbodiensis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Haec copia collata cum originali concordat de verbo ad verbum&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Qoud attestor F. Ioannes van Tilborgh&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor in Balen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Bijlage 2 =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1686. Johannes de Rover vermeld de overbrenging van relieken van Balen naar Milligem.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 61, nr. 17.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lib. Dilleni, p. 37. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Denique ex maxilla servata in vico Balensi fragmenta nonnulla data sunt ecclesiae Milligemensi, quod rursus nos docuit pius ille sanctae virginis cultor Ioannes de Rover his verbis&amp;amp;nbsp;: ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
‘Ut animi mei votis satisfacerem, tandem diva providentia, feria sexta 7a septembris 1686, elapsi scilicet anni, calcavi solum a saeculis iam benedictum tantopere, puto ecclesiam vestram de Milligem. Ubi oblato ad aras sacras in honorem Deiparae et almae virginis Odradae coram respective filio et sponso, repperi tria fragmenta eiusdem mandibulae Balensis, eaque ab eadem inferiori parte, de qua in Macharen habemus, de post abscissa; [quae] eodem forte anno, adeoque a R.do D.no Ioanne van Tilborgh, acceperit amplissimus D.nus officialis Guilielmus Lauwen, pastor ecclesiae de Milligem’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jaak Jansen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vaartstraat 12&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2490 Balen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
tel 014/ 81.17.77&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Turnhout, 3 oktober 2007&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door Jaak Jansen, Vaartstraat 12, 2490 Balen werd volgend werk ontleend in het Stadsarchief van Turnhout: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
J. COENE, ''Het leven van de H. Maghet Odrada Gheviert wordende den 3. November patronersse tot Millegen ghelegen tusschen de Vrijheidt van Gheel en Moll. Beschreven in ‘t Latijn door den Eerw. Heere Joannes Gilemannus Canonick Regulier, ende Supprior van het Roy-Clooster buyten Brussel, in het tweede Deel van sijnen Hargyologus van Brabant in ‘t Jaar 1304. Op gesocht ende in ‘t Frans ghetranslateert door den Eerw. Heere Joannes de Rover Pastoor tot Macharen in ‘t Jaer 1682. Ende om ‘t selve beter bekend te maecken aen de devote Gheloovighe van de om ligghende Quaertieren door den Druck, ter oorsaecke vande oude ghevonden Fonteyne ende haer crachtigh water in ‘t Jaer 1686. In Rijmdicht ghestelt door Judocus Coene Canonick van Gheel in ‘Jaer 1688. Verciert met schoone Plaeten uytbeldende het leven en de deughden vande Heylighe Odrada rustende tot Millegem. ‘tAntwerpen Bij Gonzael van Heylen, op d’Oude Coremert in den witten Engel, 1688'', Antwerpen, 1688; met prenten van Gonzael van Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De heemkringen van Balen en Mol hebben een studiegroep opgericht in verband met de verering van de H. Odrada te Balen en te Milligem. Door Geelse kanunnik Coene werd er in 1688 een korte, berijmde vita uitgegeven van de heilige. Hierin komen in de eerste uitgave enkele houtsneden voor die het verhaal toelichten. Aangezien deze eerste publicatie eerder zeldzaam is en ook deze voorstellingen van de heilige niet veel voorkomen, zou de studiegroep deze publicatie opnieuw willen uitgeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De publicatie wordt voor … weken ter beschikking gesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Harry De Kok &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jaak Jansen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Over_Sint-Odrada_te_Balen_en_te_Millegem</id>
		<title>Over Sint-Odrada te Balen en te Millegem</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Over_Sint-Odrada_te_Balen_en_te_Millegem"/>
				<updated>2025-07-06T18:16:03Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Over Sint-Odrada te Balen en te Millegem'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[Jaak Jansen]]'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Achtste eeuw: Wanneer leefde de H. Odrada?'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tientallen jaren werd er reeds gediscutieerd over de tijdsperiode waarin Odrada zou geleefd hebben. Hierbij vertrok men vooral van de uitleg die men gaf aan het verhaal van de vita, het levensverhaal zoals het werd geschreven in het jaar 1304 door een anonieme geestelijke van de Sint-Trudo-abdij te Sint-Truiden. Leefde Odrada nu in de achtste eeuw, in de Merovingische tijd? Of leefde ze in de dertiende eeuw? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voorstanders van de achtste eeuw vonden argumenten in de Merovingische aard van het verhaal van de vita. Toen Odrada een paard ging zoeken om ook naar Millegem te rijden kwam een horde wilde paarden tegemoet. Hieruit werd besloten dat de vader van Odrada een plaatselijke heer was die paarden kweekte voor het leger van de Merovingische koningen. Een ander element verwees naar gebruiken van Merovingische aard zoals de bijzondere gewoonte waarbij Merovingische edelvrouwen niet huwden en een hoger moreel leven zouden nastreven. Ook de verwijzing naar een bron in Millegem zou volgens sommige mediëvisten verwijzen naar een doopput in deze localiteit, een verwijzing naar de Merovingische wijze van dopen door onderdompeling in water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De non-believers gingen hun argumenten halen in de historische elementen van het levensverhaal. Op de begraafplaats van Odrada werd volgens de vita door Otto van Duras een kerk gebouwd die tot een bedevaartkerk zou uitgroeien; deze Otto zou geleefd hebben in de Hoge Middeleeuwen. In de geschiedenis was er een Otto I bekend die leefde in de elfde eeuw; zijn nazaat Otto II leefde in de dertiende eeuw. Otto II zou de mogelijke bouwer geweest zijn van de kerk te Alem; voor anderen was het dan weer Otto I. Deze beweringen lokten bij believers-Balenaars Geboers en Van Olmen de opmerking uit dat er dan toch meer uitleg zou gestaan hebben in de vita van 1304; gebeurtenissen die zo kortbij gebeurd waren, konden nog niet vergeten geweest zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een ultiem stadium in de probleemstelling is dan natuurlijk dan dat sommigen zich afvragen of Odrada wel ooit bestaan heeft en of het levensverhaal van de pater van Sint-Truiden niet puur verzinsel is. Wij willen geen enkele optie uitsluiten. Er zijn inderdaad weinig reële gegevens, die het bestaan van Odrada in Balen, Millegem of Alem bevestigen. Deze vorm van twijfel en redenering is een gretig aangewende rationele oefening die er tegenwoordig ingaat als koekebrood, het besluit staat reeds op voorhand vast. Zeker in sommige middens, die alles wat religieus is voor onnozel en naïef willen laten doorgaan op basis van de verworvenheden (?) van de Franse Revolutie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig kwam de wetenschap ons hier enigszins ter hulp toen Mark Van Strydonk van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (Brussel) aantoonde met wetenschappelijke methodes aantoonde dat het kaaksbeen van Balen behoorde bij een persoon die in de achtste eeuw had geleefd. Hij gebruikte hierbij de methode van de radiocarboondatering. Dit was een belangrijk onderzoek dat aantoonde dat de eigenaar van het kaaksbeen van Balen een vrouw was die leefde in de achtste eeuw. Zij had een ouderdom van tussen de twintig en de veertig jaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:x000960.jpeg|miniatuur|omkaderd|right|schilderij, H. Odrada, ca. 1654 copyright KIK-IRPA]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1654 De reliek van Sint-Odrada komt aan te Balen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen hij uit zijn koets stapte, greep hij met de rechterhand naar zijn pijnlijke rugspieren. Het was toch een heel eindje van Averbode naar Balen. Op den duur begonnen de putten in de weg toch hun sporen na te laten. Gelukkig was de reis relatief veilig zodat hij met een gerust gemoed aan zijn toespraak had zitten denken in de Sint-Andrieskerk. Tussendoor bekommerde hij zich over de dappere norbertijnen die te paard naar Italië en Rome trokken om zich verder te bekwamen in theologie of filosofie aan de universiteit van Latheranen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abt Servaas stapte uit aan de nieuwe pastorie te Balen; hij werd verwelkomd door pastoor-witheer Jan Van Tilburg. Onmiddellijk droeg hij het kostbare pakket binnen waarop de Balenaren zaten te wachten. Sinds kort was immers een kostbare reliek in de handen van de abdij gekomen. In Noord-Brabant was het niet meer veilig voor de katholieken. Sinds de ophanging van twee norbertijnen in 1572 te Den Briel was de orde bijzonder alert en werd de toestand op de voet gevolgd. Zowel Averbode als Tongerlo en Postel hadden er immers talrijke bezittingen en begevingsrechten. Parochies werden afgeschaft. Gewijde vaten, heiligen en relieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µ werden geprofaneerd door de Nederlandse Geuzen. Zo was de abt in het bezit gekomen van een relikwie van de H. Odrada. De pastoor van Hilvarenbeek voelde zich bedreigd en zocht er een veilige bewaarplaats voor in de Spaanse Nederlanden in de abdij van Averbode. Steunend op de vita van 1304 besloot abt Servaas om de relikwie over te brengen naar de geboorteplaats van de Kempense heilige te Balen-Scheps, ”Scapis in Campinia”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor pastoor Van Tilburg was dit een bijzonder aanbod. Niet alleen had een reliek een bijzondere religieuze waarde voor verering, devotie en aanzien; het ging dan nog om een heilige uit eigen streek, geboren in Balen, stel u voor. Hij liet onmiddellijk een schilderij bestellen waarop het leven van de Balense heilige enigszins aangepast werd voorgesteld. Zoals beschreven in de vita: een heilige van hoge komaf, gezeten op een getemd wit paard, vlakbij een kasteel en de Grote Neet met zijn watermolen. In de hand hield de heilige maagd een palmtak. De aanwezigheid van zo’n invloedrijke reliek zou grote indruk maken op de dorpsbewoners en haar naam zou van dan af menigvuldig voorkomen in de geboorteregisters. De eersten waren Maria Odrada Beliën (1657) en Odrada Luyckx (1657). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1654 schonk abt Servaas een kaaksbeen van de H. Odrada aan de Sint-Andrieskerk te Balen. Volgens specialisten die het in 2006 onderzochten, behoorde het toe aan een jonge vrouw van tussen de 20 en de 40 jaar. Er waren geen tanden meer aanwezig; alleen de wijsheidskiezen bleven nog bewaard. Oorspronkelijk moeten alle tanden er wel geweest zijn bij het overlijden aangezien de tandholtes nog allen zichtbaar zijn. Wanneer men tijdens het leven een tand verliest, klappen de tandholtes dicht. De tanden zijn later uitgevallen na de begraving. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk zat de reliek in een houten kistje. Zo was ze overgekomen vanuit Hilvarenbeek. Het kaaksbeen was hier de tweede reliek van de H. Odrada. De eerste was om een of andere reden verloren gegaan. Die eerste reliek werd rondgedragen in een koffertje. Toen de eerste verloren ging werd alleen het koffertje in de processie rondgedragen. Later, toen de tweede reliek door de bisschop van ’s Hertogenbosch werd geschonken, was het koffertje opnieuw de rustplaats voor de tweede reliek: het kaaksbeen. Is het kaaksbeen samen met het koffertje in Balen overhandigd door de abt? Het is mogelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Op zoek naar de bron in 1686'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vol van argwaan hadden ze goeiendag gezegd tegen den doorgeschoten, magere Hollander. De inwoners van Millegem waren er niet gerust in. Maar ja, hij had pastoor Lauwens aan zijne kant en dan kunt ge niet veel opmerkingen maken. Er werd gefluisterd dat hij van Macharen kwam, een dorpke nabij Alem boven ‘s Hertogenbosch. Daarbij was hij gene lomperik want hij zou de vita van Odrada overgezet hebben van het latijn naar het Nederlands. In de tekst werd ook Millegem vermeld. Nu kwam hij uittesten of hij wel goed vertaald had en of hij nog feiten uit de vita kon vaststellen in Millegem. Hij had gelezen dat Odrada en haar familie naar het feest van de kerkwijding kwamen en dat kerkske was toen nog te zien in de parochie, dat veronderstellen wij toch. In Millegem zelf werd verteld dat de oude lindeboom in het dorp geplant was door Odrada; die kwam voort van het wisje dat ze in Balen had geplukt om het paard te mennen. Die boom stond er; daar kon je niet naast kijken. Maar dan kwam het spel op de wagen. In de vita stond dat Odrada een bron deed ontspringen bij een oude stronk; ze zat in de kerk en kreeg opeens verschrikkelijken dorst; ze ging naar buiten en daar gebeurde het. Nu wilde die Hollander, Jacob De Roover was zijn naam, op zoek gaan naar die bron. Hij liet tonnen Kempense zandgrond verplaatsen. Dagen en dagen liet hij graven en karren aanrukken. Volgens Judocus Coene vond De Roover de bron in 1686. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Slimme mannen beweren dat er ooit misschien een doopput moet geweest zijn in Milligen in de Merovingische tijd. Toen werd er nog gedoopt door onderdompeling. Ze groeven een put van een meter of onderhalve meter; deze put werd volledig met water gevuld en de dopeling werd hierin volledig ondergedompeld om het sacrament te ontvangen. Ook over het putteke achter het Scheps kapelleke in Balen werd hetzelfde gezegd. Deze laatste bewering is volledig uit de lucht gegrepen. Die put werd maar gemaakt toen het kapelleke werd gebouwd in het begin van de twintigste eeuw. Dit belette niet dat het altijd aanwezige water door de Balenaren werd gebruikt tegen oogziekten. De nabije Grote Neet zorgde ervoor dat de put nooit droog kwam te staan. In Millegem is het minder duidelijk of er ooit een natuurlijke bron zou geweest zijn, hiervoor zou de geologische toestand wat beter moeten onderzocht worden. In de vita staat de bron wel vermeld, al moet gezegd worden dat de schrijver uit Sint-Truiden zijn inspiratiebron haalde in Alem, in de verhalen en geschriften ter plaatse, en ook in de muurschilderingen die daar aanwezig waren. Kannunik Judocus Coene vermeldde echter dat De Roover de bron zou gevonden hebben toen hij zijn werkzaamheden uitvoerde in 1686; het was één van de aanleidingen om zijn rijmdicht uit te geven. Judocus Coene was de pastoor van het nabijgelegen Geel-Bel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
J. Coene p. 31&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Wanneer tot Milligen ghevonden is de sours''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Van die Fonteyn die daer neemt van de Kerke den cours ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Meer een mans lenghde diep was dees Fonteyn te vinden ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Dit eertijdts door het sant bedeckt was vanden winden''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Soo dat het water niet en springht boven de aert''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Maer blijft in een en put daer op de plaets bewaert … ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook de gebroeders Dillen wilden in de negentiende eeuw hierover het fijne weten. Een waterbron moest er toch geweest zijn vermits er in Millegem een Waterstraat bestond die richting Geel liep. In 1854 schreef norbertijn Jan Dillen een brief aan zijn broer Petrus Dillen, onderpastoor te Mol. Hierin stelde Jan de vraag naar de echtheid van de bron die in de vita werd vermeld. Petrus antwoordde in het latijn. Of de bron tot op vandaag bestaat? Het antwoord is neen, er is geen spoor van te vinden. Is ze er soms vroeger geweest? De kans is klein. De kerk van Millegem staat op een zandige heuvel. Een beetje lager zuidwaarts is er een put, met mensenhanden gegraven op de plaats waar men zegt dat de bron zou gevloeid hebben. Drie straten komen hier op uit: een eerste richting Kasterlee (Zandstraat genoemd), een tweede richting Mol en een derde richting Geel (Waterstraat genoemd). Deze laatste benaming schijnt zonder veel betekenis te zijn. Het water schijnt onmiddellijk te verdwijnen in de bodem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het beeld van 1686'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Johannes De Roover was een overtuigd Odradavereerder. In 1686 was hij op zoek naar de bron van Sint-Odrada. Hij was dan ook heel enthousiast toen er in hetzelfde jaar vanuit Balen enkele stukjes van kaaksbeen overgebracht werden naar Millegem. Hij wenste de kerk van Millegem geluk met deze kostbare schat van drie partikels die door de Balense pastoor Van Tilburg geschonken werden. De Roover verwees naar een zelfde gebeurtenis in 1663 toen Van Tilburgh enkele partikels schonk aan Macharen. Dit gebeurde op vraag van de Macharense pastoor Bedix die onderpastoor was in Balen toen het kaaksbeen werd verworven in de Sint-Andrieskerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Millegem waren ze bijzonder blij toen pastoor Lauwers op 6 september 1686 de relieken mocht in ontvangst nemen. Voortaan zou de kerk toegewijd zijn aan O.-L.-Vrouw en ook de H. Odrada. Bij die gelegenheid werd er ook een beeld (hoogte 77 cm) gemaakt voor de kerk; de verering kon tot volle ontplooiing komen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar het beeld besteld werd, weten we niet. Sint-Odrada werd rechtstaande voorgesteld, met het paard liggend op de bodem aan haar linkerzijde. Zij werd voorgesteld als een adellijke dame. Zij draagt een kleed, een korter opperkleed met franjes aan de rand, een borststuk met lobben onderaan en een horizontale band in het midden; verder een lange schoudermantel, dichtgehouden met een borstspeld; op het hoofd een diadeem en een hoofdsluier die neerhangt op de rechterschouder en linkerschouder, verbonden in de borstspeld. Om de hals is er een parelsnoer. De handen zijn vrij en afzonderlijk; zij schuiven in de gaten van de mouwen. Met de linkerhand houdt zij de teugels van het paard dat de leidsels en een breidel draagt. Het laatbarokke beeld werd overschilderd en kreeg een vernieuwd voetstuk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Millegem zou de bedevaartplaats bij uitstek worden voor de verering van de H. Odrada. Ongetwijfeld zullen de gebeurtenissen op het einde van de zeventiende eeuw er de basis voor leggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een berijmd levensverhaal in het nederlands (1688)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de buurt van Millegem woonde pastoor-kanunnik Judocus Coene. Van 1684 tot 1691 woonde hij in de pastorie van Geel-Bel. De parochie werd bediend door de kapittelheren van Sint-Dimpna van Geel. Zo’n kapittel was een soort klooster, verbonden aan de Sint-Dimpnakerk, gesticht door de adellijke familie de Merode. Coene was kanunnik van 1659 tot 1697. Tijdelijk was hij rentmeester van het kapittel. In 1682 was hij te Geel aanwezig bij het onderzoek van de relieken van de H. Dimpna. Coene werd vermeld in het verslag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bel en Millegem behoorden beide tot de heerlijkheid van Geel en hadden een apart statuut. Ze stonden niet op de lijst van de 11 heertgangen en hadden dus geen vertegenwoordigers in het Geelse gemeentebestuur. Beide gehuchten hadden hun eigen beheer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastoor Coene voelde zich wat afgezonderd op de grens met Mol. In Bel stonden enkele tientallen huizen. In Millegem stonden er minder als tien. Daar werkte hij samen met een collega pastoor Lauwen. Hij dacht erover na om meer leven te krijgen in deze afgelegen hoek. Hij was goed op de hoogte van de gebeurtenissen in de Kempen en in Millegem in het bijzonder. Reeds langer was bekend dat Balen en Millegem een belandrijke rol speelden in de vita van Odrada. Hij was dan ook tevreden dat een stukje van het kaaksbeen van Sint-Odrada in 1686 werd overgebracht naar Millegem. Ook de belangstelling vanuit Alem en Macharen was hem niet ontgaan. In 1686 was de Macharense pastoor Joannes De Rover te Millegem op zoek gegaan naar de bron van Sint-Odrada. Dezelfde De Rover had de vita van het latijn naar het Frans (?) vertaald. Nu zou Coene ook zijn deel doen en het levensverhaal in het nederlands toegankelijk maken “aen de devote Gheloovighe vande omligghende Quaertieren”. Het werd een rijmdicht met 24 hoofdstukken. Gedrukt in Antwerpen en aangevuld met drie houtsneden van de drukker, waardoor het verhaal werd in beeld gebracht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Coene nam ook het verhaal van de lindeboom op in zijn rijmdicht. De eeuwenoude boom stond in het centrum van Millegem. Hier werd onder vergaderd; hier werd recht gesproken; er werden verhalen onder verteld. In de Germaanse gebieden was de lindeboom geliefd als dorpsboom, gewijd aan de godin Freya; de boom zou de bliksem afweren en gold als teken van jurisdictie. Aan de lindebloemen werden verscheidene geneeskundige krachten toebedeeld. Het is dan ook niet te verwonderen dat er een verband gezocht werd tussen deze bijzondere boom en het levensverhaal van de H. Odrada. De lindeboom zou ontstaan zijn, nadat Odrada in de bodem een twijg stak, waarmee zij het paard gemend had. De symbolische betekenis van de boom werd hierdoor nog vergroot en geïntegreerd in de plaatselijke geschiedenis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De inwoners van Millegem zouden verder grote zorg dragen voor deze stille getuige. Toen de boom werd omgedaan in het begin van de achttiende eeuw, werd een gedeelte van het hout gespaard om er een kruis mee te maken. Een stuk van de stam werd ook bewaard als een relikwie. In 1903 plaatste pastoor Luyten, van Millegem, de houtblok onder de altaartafel van het hoofdaltaar. Thans wordt deze houtblok bewaard in de Kamer voor Heemkunde te Mol. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De brief van 1837'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met gefronst voorhoofd maar bedachtzaam legde de Balense pastoor Bols de brief van het bisdom op zijn bureautafel. Het gebeurde niet alle dagen dat aartsbisschop Sterckx een schrijven tot hem richtte. De tekst was, zoals gebruikelijk, in het latijn opgesteld; zijn antwoord zou in dezelfde taal zijn. De kardinaal liet navraag doen naar de plaatselijke heiligenverering. Hij wilde weten of er relieken waren en hoe ze werden bewaard en wanneer ze werden vereerd. Hij wilde weten of er ter plaatse afbeeldingen waren en tot slot vroeg hij of er geschriften of bewijzen waren die de echtheid van de verering konden staven. De brief kwam toe op 28 december 1837.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastoor J.C. Bols schreef een uitgebreid antwoord, deed een degelijk onderzoek en ging links en rechts navraag doen om zijn beweringen te staven. Hij was tevreden om te kunnen melden dat de relikwie van Sint-Odrada in de beste omstandigheden bewaard werd. Er was nog maar pas een nieuwe verzilverde houder gemaakt. Daarvoor was het kaaksbeen in een simpel, houten kistje bewaard. Voor de vereerders was er een volle aflaat voorzien die in de achttiende eeuw reeds was toegekend. In de kerk waren verscheidene afbeeldingen van de heilige aanwezig. Hij zocht uitvoerig naar de plaatsen in de literatuur waar Odrada werd vermeld maar het meeste indruk wilde hij maken met de bewijzen die in Balen nog aanwezig waren voor het bestaan van de heilige. Sinds onheuglijke tijden werden er kinderen gedoopt met Odrada als patroon, dat kon hij bewijzen met de parochiële doopregisters. Meer materieel bewijs zag hij in de Balense gewoonte om bij de bouw van een nieuw huis ook een steen van het kasteel van Sint-Odrada in te metsen. Wat we ons hierbij in de éénentwintigste eeuw moeten voorstellen is niet zo duidelijk. We vermoeden dat het hier om de bouwresten gaat van een pastorie die de witheren van Averbode hadden gebouwd tijdens hun vroegste aanwezigheid in Scheps. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder verwees de pastoor naar de levendige devotie en verering tot de heilige. Vooral in de bedevaarten naar Millegem werden ze verduidelijkt. Zeker bij grote droogte vroeg men om hulp bij Sint-Odrada. Bij extreme droogte werden zelfs bijzondere initiatieven genomen, zoals beschreven in volgend hoofstuk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 januari 1838 verstuurde pastoor Bols zijn antwoord naar Mechelen. Een soortgelijke procedure moet er zich in Millegem hebben afgespeeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1893 De kurkdroge zomer'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Burgemeester Dierckx van Balen stond in de zomer van 1893 te blinken voor de spiegel. Hij had zijn beste pak aangedaan en zijn tricolore sjerp om zijn buik gebonden. De boeren waren komen klagen en zagen, de stenen uit de grond: het graan verdroogde in de aren, de aardappelen wilden niet dikken en de grasweiden stonden ros; de koeien gaven weinig melk en de boter had een slechte smaak. Al zeven weken was er geen drup regen gevallen. Ook in zijn eigen tuin hingen de pruimen erbij als vodden en de appels vielen af voor ze rijp waren. Honderden mensen waren al naar Millegem getrokken en hadden de H. Odrada om regen gesmeekt. Tweemaal was een processie naar ginds op bedevaart getrokken maar het bleef droog, droog, kurkdroog. In geen jaren was het zo droog geweest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu werd een uiterste middel ingezet om de hemel te bewegen en de oogst te redden. Er moest absoluut regen komen. Daarom trok gans de gemeente met een smeekbede naar Millegem, het gemeentebestuur en de pastoor op kop; het gemeentepersoneel ging mee en elke vereniging met een vlag werd ingeschakeld. Met honderden vertrokken ze ‘s morgens vroeg. Onderweg sloten nog talrijke mensen aan bij de bedevaart. Er werd gebeden en gezongen. Ze waren rotsvast overtuigd dat Odrada voor regen zou zorgen; sommigen hadden zelfs een paraplu meegenomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de grens van Balen en Mol werd de stoet opgewacht door de deken van Mol; ze trokken verder tot op de Markt van Mol. Daar werd een religieuze plechtigheid gehouden. Dan ging het verder naar Milligen waar alle hoop op Odrada was gericht. Ze was in Scheps geboren en kreeg een bedevaartplaats in de Molse parochie. In Scheps was er wel het wonder met het wilde paard gebeurd ; in Millegem waren de wonderbare gebeurtenissen talrijker: daar deed zij een bron ontspringen, daar plantte zij een lindenboom die eeuwenoud zou worden, daar werd ze gegrepen door een grote dorst naar heiligheid. De pastoor van Balen droeg in Millegem de mis op en bad de litanie van de H. Odrada. Daarna vertrok de stoet terug naar Balen in de hoop dat hun smeekbede werd verhoord of dat sommigen hun paraplu konden gebruiken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De droogte bleef echter aanhouden zodat men naar een uiterste middel diende te grijpen. Geloofwaardige mensen verzekerden dat het meer dan honderd jaar geleden was dat men naar deze uitkomst diende te grijpen, dat was nog voor dat de Fransen waren binnengevallen na de revolutie van 1789. De parochie van Millegem besloot om een bedevaart naar Balen in te richten. Zo moest Odrada toch te bewegen zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om vijf uur ‘smorgens stonden bij de kapelkerk reeds honderden mensen te wachten op het vertrek. Op de Markt van Mol werden zij door honderden mensen opgewacht. Daar werd de benedictie gegeven en vertrok men richting Balen, biddend en ingetogen. Aan de overweg van de trein stonden de Balenaren te wachten met hun schoon, nieuw beeld van de H. Odrada. Duizenden mensen trokken naar de Sint-Andrieskerk. Daar werd de mis opgedragen en de relieken van Odrada vereerd. Daarna vertrok de stoet terug naar Mol waar hij met het luiden van de klokken werd verwelkomd. Rond half negen waren ze terug ter plekke. Of het kort daarop geregend heeft, werd niet vermeld in het weekblad. De hoop en het geloof waren er alleszins.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/2._Beeldhouwkunst_-_Mechels_beeldhouwwerk</id>
		<title>2. Beeldhouwkunst - Mechels beeldhouwwerk</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/2._Beeldhouwkunst_-_Mechels_beeldhouwwerk"/>
				<updated>2025-07-06T18:15:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;big&amp;gt;'''&amp;lt;big&amp;gt;[[Voorlopige lijst van Mechels ambachtelijk Renaissance beeldhouwwerk in hout]]''' &amp;lt;br /&amp;gt;samengebracht door [[Jaak Jansen]], gelieve aanvullingen te melden op jaakjansen@skynet.be.&amp;lt;/big&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;big&amp;gt;[[Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance: de studie van twee modellen]]''' &amp;lt;br /&amp;gt;gepubliceerd in ''Mechels houtsnijwerk in de eeuw van Keizer Karel'', tent. cat. Het Mechels Meubel 1500-2000, p. 11 - 46&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564]]''' &amp;lt;br /&amp;gt;gepubliceerd in ''Mechels houtsnijwerk in de eeuw van Keizer Karel'', tent. cat. Het Mechels Meubel 1500-2000, p. 47 - 59&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur]]''' &amp;lt;br /&amp;gt;gepubliceerd in ''Mechels houtsnijwerk in de eeuw van Keizer Karel'', tent. cat. Het Mechels Meubel 1500-2000, p. 99 - 119&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/H_Odrada_van_Balen</id>
		<title>H Odrada van Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/H_Odrada_van_Balen"/>
				<updated>2025-07-06T18:14:29Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''De Heilige Odrada van Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bouwstoffen voor de Kunstgeschiedenis. Deel I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door [[Jaak Jansen]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VOORWOORD.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een legende is de levensgeschiedenis van een heilige of een episode uit zijn of haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leven, een verhaal betreffende een heilige, een mirakel, een heilig voorwerp, dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanvankelijk tijdens de christelijke kerkdiensten werd voorgelezen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en stilaan is geëvolueerd tot een dichterlijk ingeklede kerkelijke overlevering.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De bedoeling van een legende schuilt reeds in haar naam : legende is afgeleid van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Latijnse woord ‘legenda’, dit wil zeggen ‘wat gelezen moet worden’: ze moet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de mensen iets bijleren, hen aansporen de moraal hoog te houden, het moreel-goede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
propageren, ze is dus een stichtelijk werk in een middeleeuws-christelijke sfeer.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De oudste voorbeelden van legenden vinden we reeds terug in de zevende en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achtste eeuw, het moment waarop de versmelting van Gallo-Romeinse en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Frankische cultuurelementen de bakermat vormde voor een nieuwe vorm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van samenleving die de geschiedenis zou ingaan als de Middeleeuwen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In dit rijpingsproces speelde het christendom een grote rol: het beschouwde zich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zowat als de natuurlijke erfgenaam van het Romeinse rijk, maar integreerde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegelijkertijd de Frankische cultuur.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het symbool van deze cultuursynthese was het doopsel van Clovis, en daarop de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kroning van de Frankische koning Karel de Grote tot Keizer-Koning van het Heilig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roomse (Romeinse) Rijk door Paus Leo III in het jaar 800.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In deze periode duiken de meeste legenden op, denken we vooral aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Georgslied, de Legenda Aurea en de Diologus Miraculorum van Caesarius van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heisterbach, de Acta Sanctorum van de Bolandisten (de grootste verzameling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenlevens waarin alle legenden met betrekking tot de heiligen uit de Rooms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Katholieke Kerk werden opgenomen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beter bekende middeleeuwse bewerkingen zijn : Van den levene ons Heren, het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leven van Sinte Lutgart, Theofilus en vooral de Beatrijslegende ; uiteraard zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondom de figuur van de Heilige Maria vele legenden ontstaan. Hier situeert zich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook voor Geel de legende van Sint-Dimpna (zevende eeuw) en voor Balen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
legende van Sint-Odrada, met als vermoedelijke oorsprong de 8ste eeuw. Deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
legende is waarschijnlijk een vermenging van waar gebeurde feiten, en later met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;fantasie doorweven verhalen rond de vrome dochter van de heer van het laathof van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Scheps.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Frankische gewoonten zijn terug te vinden in onze Sint-Odradalegende, o.a. de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorkeur voor vrouwelijke heiligen en de hoge status van de ongehuwde vrouw die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geen kloosterzuster was.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Sint-Odradalegende en de eruit voortvloeiende verering van de heilige heeft een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijk positieve invloed laten gelden op de ontplooiing van de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevolking. Doorheen de eeuwen was zij een inspiratiebron tot het scheppen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzamelen van kleine en grote, volkse of hoog gestileerde kunstwerken, in woord&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en muziek, in beelden, tekeningen en schilderijen; alzo is de christelijk-gewijde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunst rond Sint-Odrada ontstaan. In het volksgeloof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vinden we de Odradaverering terug in de bedevaart naar de kapel in Scheps, in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genezende kracht die de gelovige toeschrijft aan het water van het putteke te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Scheps tegen oogkwalen en veeziekten, in de processies en de wijding van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paarden en zeker niet te vergeten het toekennen van de naam Odrada aan de meeste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vrouwelijke eerste-borelingen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Terecht mogen we zeggen dat de H. Odrada mag beschouwd worden als de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patrones van Balen naast onze patroonheilige Sint-Andreas.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het werk, waarvan ik de eer had het voorwoord te schrijven, mag niet alleen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beschouwd worden als literair en cultuur-historisch waardevol, maar is tevens een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
christelijke getuigenis van ons dorp voor zijn patroonheilige.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een oprecht woord van dank wil ik in naam van de Heemkundige Kring van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
richten tot de heer Jaak Jansen die moeite noch tijd gespaard heeft om dit werk tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stand te brengen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen, zomer 1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jos Michiels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voorzitter Heemkundige Kring Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;VERANTWOORDING.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Honderd jaar geleden werkten de Balenaren Andreas Geboers en Frans Van Olmen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan de voltooiing van hun rijk gedocumenteerde boek over de heilige Odrada. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerste was vooraan in de zestig, de tweede achteraan in de twintig. Onwillekeurig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaat men zich afvragen wie deze grote schat aan informatie bij mekaar heeft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebracht. De uitgebreide kennis aan feitenmateriaal, historische bronnen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunsthistorische overblijfsels kan slechts het resultaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geweest zijn van veel opzoekingswerk, herhaalde contactnemingen en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgebreide kennissenkring. Wij kunnen slechts onze bewondering uitdrukken voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hun grote ijver en zorgzaamheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds loont het de moeite om honderd jaar later een bilan op te maken van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetgeen vroeger werd genoteerd en datgene wat er nog van gehandhaafd kan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blijven. Verscheidene andere onderzoekers zijn immers nog met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
studiewerk bezig geweest over onze Balense heilige, waarbij de vraag naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historische achtergronden de meest prangende waren : wanneer leefde de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada? - welke sprekende elementen zijn er aanwezig in de legende? - welke zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de historisch-vaststaande gegevenheden betreffende Otto van Duras, de Alemse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapittelkerk, de abdij van Sint-Truiden ?... Hier werd verdienstelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderzoekingswerk verricht door A.M. Frenken, M. Koyen, K. Van de Bergh en H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van de Weerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook op literair vlak zijn er belangrijke werken voortgebracht binnen de voorbije&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuwspanne. In 1929 was er de publicatie van het boek van A. Entbroeckx, waarin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de legende van de H. Odrada werd herschreven tot een christelijk spel. Hét grote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
evenement gebeurde echter in 1949 toen in Balen het Sint-Odradaspel werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgevoerd, onder de leiding van Ast Fonteine, een openluchtspel in vijf bedrijven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit was ongetwijfeld een hoogtepunt dat verre weerklank heeft gevonden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daarnaast zijn er verscheidene schrijvers te vermelden die de legende, al of niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geromantiseerd, gingen hernemen : Fr. Boschvogel, A. Cuppens, E. Van der Hallen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
e.a. Zovele auteurs die in de ban geraakten van deze wonderbare gebeurtenissen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tweede Open Monumentendag in de gemeente Balen was dit jaar de aanleiding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
om in de Sint-Andrieskerk een tentoonstelling te organiseren rond de voorstelling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada in de kunst, aansluitend bij de jaarlijks terugkerende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tentoonstellingen tijdens de parochiefeesten. Vermits de ‘H. Odrada in de kunst’&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toch een ruimer opzet had, werd het meteen ook de gelegenheid om een inventaris&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te maken van de voorstellingen van de H. Odrada in de monumentale kunsten, in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zover zij thans nog aanwezig zijn. De publicatie van A. Geboers en F. Van Olmen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was hierbij het belangrijkste uitgangspunt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;De voorwerpen werden gerangschikt naar hun plaats van bewaring; indien er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meerdere voorwerpen ter plaatse aanwezig zijn werden zij alfabetisch op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorwerpnaam geordend. De voorwerpen kregen een korte identificatie; daarna&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgde een kunsthistorische beschrijving met probleemstellingen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achtergrondinformatie. Tenslotte werden de belangrijkste referenties gegeven die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het voorwerp betrekking hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het kader van deze opdracht tot inventarisering van de voorstellingen van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada werd ook de bibliografie opgesteld. Het was de eerste maal dat dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebeurde. Hierbij aansluitend volgde een vergelijking tussen de uitgaven van 1891&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en 1898 van de publicatie van A. Geboers en F. Van Olmen. Naar dit boek werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook de legende van de H. Odrada naverteld, een relaas dat hier niet mocht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontbreken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
E.H. Karel Van den Bergh richtte in 1968 een belangrijke nota aan de toenmalige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor Z. E. H. Draulans, waarin hij kritisch de historische gegevens op een rijtje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zette. Wij dachten dat deze ongepubliceerde en persoonlijk getinte gegevens niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mochten ontbreken in deze publicatie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze uitgave is een eerste initiatief om rond het bestaande bronnenmateriaal een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geordende groepering tot stand te brengen. Het accent ligt hierbij op de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstproductie met dit thema. Later kunnen nog andere initiatieven volgen die een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanvulling zijn of een nieuw terrein bewandelen. Het is de bedoeling om hier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verder werk van te leveren in samenwerking met de Heemkundige Kring van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen. Deze vereniging heeft haar middelen ter beschikking gesteld om hier aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mee te werken. Wij willen de verantwoordelijken Dr. Jos Michiels en Richard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vermeulen alsook Lieve Mens en Greta Claes van het secretariaat danken voor hun&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bereidwillige medewerking.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaartstraat 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2490 BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;JAAK JANSEN BIBLIOGRAFIE VAN DE H. ODRADA VAN BALEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij het samenstellen van dit bibliografisch overzicht werd geen onderscheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemaakt tussen literaire of kunsthistorische bronnen; zij werden door elkaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemengd naargelang de alfabetische ordening dit meebracht. Het overzicht van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lijst is immers beperkt; daarbij kwam nog dat de twee disciplines soms moeilijk uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mekaar waren te houden wanneer het de verhalen der legenden of vita’s betrof.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze lijst kwam slechts tot stand dank zij de hulp van enkele medewerkers zoals de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heren Kamiel Mertens en J. Henderickx van de bibliotheek van het Hoger Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de Kempen te Geel en de Heer Frank van Gewen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het van Gerwen-museum te Valkenswaard. Onze oprechte dank hiervoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Acta Sanctorum, november, 1111, 1894, p57-69, commentaar C. De Smedt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BAUDOT-CHAUSSIN L., Vies des saints et des bienheureux selon I'ordre du&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
calendrier, Parijs, 1935-1 959.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BOSCHVOGEL FR., Het meisje Odrada van Scheps, in Sagen en legenden uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vlaanderen, Antwerpen, 1980, p. 151 -155.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COENE J., Het leven van de H. Maghet Odrada Gheviert wordende den 3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
November patronersse tot Millegen gheleghen tusschen de Vrijheidt van Gheel en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Moll. Beschreven in 't Latijn door den Eerw. Heere Joannes Gilemannus Canonick&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Regulier, ende Supprior van het Roy-Clooster buyten Brussel, in het tweede Deel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van sijnen Hargyologus van Brabant in ’t Jaar 1304. Op ghesocht ende in 't Frans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ghetranslateert door den Eerw. Heere Joannes de Rover Pastoor tot Macharen in 't&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jaer 1682. Ende om 't selve beter bekent te maecken aen de devote Gheloovighe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de om ligghende Quaertieren door den Druck, ter oorsaecke vande oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ghevonden Fonteyne ende haer crachtigh water in 't Jaer 1686. in Rijmdicht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ghestelt door Judocus Coene Canonick van Gheel in 't Jaer 1688. Verciert met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schoone Plaeten uytbeldende het leven en de deughden vande Heylighe Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rustende tot Millegem. 't Antwerpen Bij Gonzael van Heylen, op d'Oude Coremert&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in den witten Engel, 1688, met prenten van Gonzael van Heylen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heruitgave van de tekst begin 19de eeuw door drukkerij P.J. Brepols te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COENE J., Het leven van de H. Maegd Odrada geviert wordende den derde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
November. Patroonesse tot Milligem ... gelegen tusschen de Vrijheyd van Gheel en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Moll. Beschreven in 't Latijn door den Eerw. Heere Joannes Gilemannus,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Canoninck Regulier en Supprioir van het Roy- Klooster buyten Brussel in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tweede deel van zijn Hargyologue van Brabant in het jaer 1304.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opgezogt en in 't Vlaemsch getranslateert door den Eerw. Heere Joannes de Rover,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor tot Macharen in 't jaer 1682, bij terugvinden van de fontein in 't jaer 1686,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op rymdigt gestelt door Judocus Coene, canonink van Gheel in 't jaer 1688,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Jacob Mesens, 1689.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;COENS M., Saints particulierement honorés a I'abbaye de Saint-Trond, in Analecta&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bollandiana, 72, 1954, p. 120-1 22, 413-41 7.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COENS M., Le miracle du cheval dompté par une vierge dans les Iégendes de Ste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aldegonde de Tronchiennes et de Ste Odrada de Balen,in Analecta Bollandiana,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
89, 1-2, 1971, p. 103-1 12.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COPPENS J.A., Nieuwe beschrijving van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. Ill, 's&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch, 1843, p. 205-207; dl. IV, 1844, p. 74-75.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CUPPENS A., Sinte Odrada's Rit - een zeg uit de Kempen, in de volkstrant gedicht,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1899, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CUPPENS A., Vertellingen uit Limburg, Hasselt, 1923, p. 5-20, versierd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pentekeningen van G.-J. Wallaert.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DE BELIE W., Herselt. Oudheidkundige gegevens, Kontich, 1973.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DE BRUIN M., De Sint Odrada-kapel te Macharen, in Branbants Dagblad, vrijdag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13 april 1951.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DEFEVER J., Balen Sint-Andrieskerk. Inventaris van haar kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatsverhandeling 1974-1 975.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DE RAM P.F.X., Sainte Odrade, Vierge, in Vie des Peres, Martyrs ..., Brussel,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1854, p.35-36.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DE RIDDER A., Odrade (Sainte), in Biographie Belge, 16, Brussel, 1901, kol. 78-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
80.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DONNET F. EN F. VAN LEEMPUTTEN, Inventaris der kunstvoorwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewaard in de openbare gebouwen, Mol- Millegem, Sint-Odrada's kerk, 7, 1914, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1146 en 1148; Balen, Sint-Andrieskerk, 3, 1909, p. 388; Kapel Sint- Thomas van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Canterbury, 4, 1910, p. 516.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DOYE F., Heilige und Selige der römisch-katholischen Kirche deren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erkennungszeichen, Patronate und lebensgeschichtliche Bemerkungen, 11, 1929,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p.94.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ENTBROECKX A., De wonderbare rit. - Kristelijk spel -, Kortrijk, 1929.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
EYCKMANS K., De parochie en kerk van Sint Servaas te Herselt, Herselt, 1990.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
FRENKEN A.M., Sint Odradis van Balen en de Sint Odradiskerk te Alem, in Ons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geestelijk Erf, XXX, mei, 1956, p. 203-216.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
GEBOERS A., Geschiedenis van Baelen, Mechelen, 1906 of 1907.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
GEBOERS A. EN F. VAN OLMEN, De H. Odrada van Baelen, Mechelen, 1891;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tweede uitgave 1898.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
GRIETENS L., Opgravingen te Scheps-Balen, in De Zuiderkempen, 15,1946, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
HEURCKMANS S., Duizend jaar Millegem, uitgave Kerkfabriek- Millegem, 1986.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
HUISMAN J., Moedergodinnen en heiligen, in Jeugd &amp;amp;amp; Samenleving, 10, 1-2,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980, p. 36-61.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;HUYBEN J., H.J. SCHEERMAN, A. COOLEN EN A. VAN DUINKERKEN, Met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Heiligen het jaar rond, deel V, Hasselt, 1959, p. 159- 162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JANSEN J., Kunstvoorwerpen te Balen, in cat. Balen Oud - Balen Jong, Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JANSEN J., Cat. Oude kerkelijke beeldhouwkunst in de Oosterkempen, Mol, 1971.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JANSEN J., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel -Antwerpen : Kanton Mechelen 1977, Kanton Mol 1975, Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JONGELEN J.H., Bouwstoffen voor de geschiedenis van Meerhout, Turnhout,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1900, p. 87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
KNIPPENBERG W.H., Odradis, in cultuurhistorische Verkenningen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempen, III, Oosterwijk, 1968, p. 69-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
KOYEN M., Sinte Odrada van Scheps, in De Zuiderkempen, 16, 2, 1947, p. 29-37.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
KOYEN M., S. Odrada van Scheps, Tongerlo, 1955.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
KRONENBURG J.A.F., Nederlandse heiligen in de Middeleeuwen, Amsterdam,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1899, p. 140-152.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstschatten uit het Diestse begijnhof, catalogus tentoonstelling, Diest, 1988.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LAMPEN W., Odrada, in Lexicon fur Theologie und Kirche, VII, Freiburg 1962,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kol. 1 103.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LECLERCQ J., Saints de Belgique, Doornik, 1953, p. 79-80, 147, 168; uitgave&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1942: p. 84-85, 152-3, 176-7.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MANGELSCHOTS C., Leven der Heilige Maegd Odrada gevierd wordende te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Milghem, bij Moll, den derden november; Bijzondere patroonesse tegen kwade&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ogen, alle ziekten van menschen en vee. Getrokken uit eene oude berijmde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving dezer heilige, Boekhandel Meerhout, V.J. Dumoulin, 1854;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heruitgave Turnhout Splichal-Roosen, 1876. Odrada v., in Campinia belgica - Nov.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3, in Bibliotheca Hagiographica Latina antiquae et mediae aetatis, dl. II, Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(:Socii Bollandiani), 1900-1901, p. 91 3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
PRIMS F., Campinia Sacra, dl. II, Antwerpen, 1948, p. 212- 214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
P.V.W., De heilige linde, in Vrijheid aan de run, Eindhoven, z.d., p. 41-47.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SCHUTJENS L.H.C., Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. I, 1870,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 343-353 (Vita); dl. 111, 1872, p. 80-89 (Alem); dl. V, 1876, p. 19-21&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Macharen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPIERINGS M., De heerlijkheid, de kerk en de Maasdijk van Alem, in Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heem, 31, 1979, p. 62-67.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
STROOBANT L., Le Brabant protohistorique et Iégendaire, in Annales de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I'Académie royale d'Archéologie de Belgique, 7, 2, 1924, p. 1 15-1 17.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VAN AUTENBOER E,, Uit het Molse volksleven, in Profiel van Mol, Mol, 1971,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 243-245.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;VAN DEN BERGH K., Odrada di Baelen, in Bibliotheca Sanctorum, IX, 1967,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kol. 11 21 -1 123.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VAN DER HALLEN E., Van Sinte Odrada, in Dietsche Warande en Belfort, aug.-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sept. 1924, p. 685-696.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VAN DER HALLEN E., Begenadigden, (Antwerpen), (1925), p. 5-39 (Iste druk),&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met afbeeldingen door Anco Wilgboldus.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VAN DE WEERD H., Wanneer leefde het H. Odrada van Baelen ? Haar legende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en vereering, in Ons Geestelijk Erf, 2, 1928, p. 77-99.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VERBRUGGEN J., Mol, toeristische kern van de Kempen, in Profiel van Mol,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol, 1971, p. 322.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VERMEULEN R., 50 jaar Kapelanij Schoorheide, in Ledenblad Heemkundige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kring Balen, 40, 1989.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van Geschiedenis en Kunst.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provincie Noord-Brabant, 10, 's Gravenhage, 1931, p. 249.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VOS P., Uit de geschiedenis van Mol, in Profiel van Mol, Mol, 1971, p. 126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;'''DE H. ODRADA VAN BAELEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
EEN VERGELIJKING VAN TWEE UITGAVEN : 1891 EN 1898&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De twee Balense priesters Andreas Geboers* (+ 1913) en Frans Van Olmen* (+&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1937) hebben in 1891 een studie gepubliceerd over het leven en de verering van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen. Het is een belangrijk basiswerk geworden dat honderd jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
later nog niets van zijn waarde heeft verloren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De twee Balenaars waren niet alleen omwille van hun geboorteplaats aan deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
studie geïnteresseerd, er was ook een algemeen klimaat dat deze belangstelling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ging aanwakkeren, en sporen ging nalaten tot in de twintigste eeuw. Een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gelijkaardige belangstelling bestond er in Geel waar de H. Dimpna de aanleiding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zal zijn tot onderzoek van bronnenmateriaal, tot nieuwe devotieuitingen, tot het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestellen van kunstwerken. De belangstelling voor het oude verleden kaderde in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
neogotische geest van het laatste kwart van de negentiende eeuw en zou enkele&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
merkwaardige kunstwerken voortbrengen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De eerste uitgave van het boek over de ‘H. Odrada van Baelen’ in 1891 was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongetwijfeld veel vollediger dan de tweede uitgave van 1898. De eerste uitgave&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
telde 141 bladzijden, de tweede slechts 84 bladzijden. De twee auteurs waren er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich duidelijk van bewust dat er vraag was naar een heruitgave van hun werk maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook dat de belangstelling van de toekomstige kopers in een bepaalde richting ging.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In een voorwoord legden zij hierover verantwoording af. In de latere uitgave van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1898 lieten ze verscheidene gegevens weg : de geschiedkundige bijzonderheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over Balen, de geboorteplaats van de H. Odrada, alsook de bespreking van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdstip waarop de H. Odrada zou geleefd hebben. ‘Wij hebben goedgevonden deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonderheden hier weg te laten, en enkel weer te geven wat het leven en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verering van de H. Odrada betreft’. Ook het oude kerkelijke officie van Alem werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weggelaten in de uitgave van 1898. De Balense priesters hadden deze teksten van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kerkelijke getijden van de H. Odrada gevonden in een handschrift dat in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pieterskerk van 's Hertogenbosch werd bewaard. Dit officie van de H. Odrada was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het Latijn opgesteld en werd in extenso gepubliceerd in de eerste uitgave. Om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
‘begrijpelijke’ redenen werden deze bladzijden niet meer hernomen in 1898. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
auteurs wilden duidelijk een lezerspubliek bereiken dat geïnteresseerd was in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensverhaal en de verering van de deugdzame heilige en dat zich minder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
problemen stelde over de historische context ervan. Het is dan ook niet te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwonderen dat de auteurs in de eerste uitgave hun bestudeerde bronnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermeldden (p. VII - VIII) daar waar ze dit in 1898 niet meer deden ; in de eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgave werden de gegevens uit het leven van de H. Odrada gestaafd door citaten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;uit deze bronnen (p. 34, 35, 39, 40, 43, 45, 46, 50, 58, 70), terwijl dit in de tweede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgave niet meer gebeurde.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds kan vastgesteld worden dat de auteurs in de laatste uitgave van 1898&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een aantal aanvullingen gingen doen bij de gegevens omtrent de verering van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada. Meer bepaald waren er in Balen tussen 1891 en 1898 verscheidene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aankopen en feestelijkheden gebeurd in functie van de verering van de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een nieuwe reliekkast werd aangekocht en ingewijd in 1891, het jaar van de eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgave van A. Geboers en F. Van Olmen. Het betreft hier het neogotische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekschrijntje met de architecturale bekroning van een nis met torentje,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarbinnen een beeldje van de H. Odrada werd geplaatst. Het nieuwe schrijntje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon worden aangekocht dank zij de milde giften van de Balense bevolking ; het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd besteld bij de edelsmid Festraets te Mechelen en gewijd door Monseigneur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anthonis. Bij deze feestelijkheden trok een grote stoet door de straten van Balen-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Centrum ; hierin werden zowel de deugden van de heilige uitgebeeld als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verscheidene voorvallen uit de legende : De wederkomst van Millegem, Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervoer van het lichaam naar Alem, Het onthaal door graaf Otto, De inhuldiging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de relieken te Balen (p. 69).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de loop van het jaar 1891 werd ook een beeld met voetstuk en troonhemel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld tijdens het pastoorschap van de Z.E.H. C. Van den Bosch (p. 68-69). Deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestelling werd geplaatst bij Leopold Blanchaert te Sint-Denijs-Westrem. Zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden thans alle drie bewaard in de kapel van Schoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1893 had men een bijzonder bedevaartsgebruik moeten heropnemen. Het was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
immers de gewoonte dat de Balenaren bij langdurige droogte naar Millegem ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedevaart trokken om er de hulp van de H. Odrada in te roepen. Bij uitzonderlijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
droogte ging men tot driemaal toe naar de Molse parochie en indien nadien nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geen voldoening verkregen werd, kwamen de inwoners van Millegem op bedevaart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar Balen. Aldus zou geschied zijn in het jaar 1893, en met succes (p. 67 - 68).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een nieuwe Sint-Odradakapel werd in 1896 opgericht nabij het Odradaputje te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Scheps. Bij die gelegenheid werd ook het beeld uit het midden van de achttiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw samen met zijn decoratieve omlijsting overgebracht naar deze wijk (p. 65).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aldus noteerden de twee schrijvers een aantal belangrijke gegevens die een licht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wierpen op de actieve devotie die er in de Sint-Andriesparochie bestond in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
laatste decennium van de negentiende eeuw. Deze aanvullende gegevens zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uiteraard belangrijk om weten. Toch moeten wij vaststellen dat de publicatie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1891 historisch gezien meer waardevol was om redenen die reeds eerder werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangehaald en waarvan de auteurs zich bewust waren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;*Jef Berghmans publiceerde de biografische gegevens over deze twee auteurs in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn uitgave over de ‘Balenaren - Geestelijken’ (1989).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Joannes Andreas Sebastiaan Geboers (1827) werd priester gewijd in 1850 en was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor-deken te Puurs in de jaren 1874 - 1912. Naast het boek ‘De H. Odrada van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen’ schreef hij ook ‘Geschiedenis van Balen met bijzonderheden over de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naburen’ (1906 of 1907).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Frans Van Olmen (1860) werd priester gewijd in 1883, werd secretaris van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aartsbisdom Mechelen in 1885 en kanunnik van de Metropolitane Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Romboutskerk in 1906.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;NOTA'S OVER SINT-ODRADA&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door E.H. Karel Van den Bergh (+ Geel)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gericht aan Z.E.H. F. Draulans, pastoor te Balen 15/10/1968&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Inleiding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Hoe meer van nabij men de schaarse gegevens over de figuur van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nagaat, hoe duidelijker het blijkt dat deze figuur niet past in de Xllde eeuw, dit is in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de opkomende feodaliteit. Was er toen in Balen een domaniaal goed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geweest dan zou er minstens een kleine burcht gestaan hebben, bewoond door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
adellijke familie wier naam zeker zou bewaard en gekend zijn. Van iets dergelijks&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is geen spoor te bekennen. Integendeel, de achtergrond van Odrada's leefperiode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wijst op gans andere toestanden : een pas tot het christendom bekeerde bevolking,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het nog niet bestaan van een parochiekerk (basilica), nog voortlevende heidense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruiken en bijgelovigheid, enz. Een tijd waarin nog Frankische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grootgrondeigenaars bestonden, gunstelingen van de Merovingers of Karolingers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er is trouwens een traditie dat de kleinzoon van Karel Martel het grondgebied Mol-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dessel-Balen anno 781 aan de abdij van Corbie geschonken had. Nadien in de Xlde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw was er in die streek geen feodaal lekenbezit meer mogelijk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oningewijden in de geschiedenis eisen van haar een zekerheid die zij niet geven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kan. Geschiedenis is onderworpen aan gans andere wetten als die van de wiskunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(2 X 2 = 4) of als die van de exacte wetenschappen (water kookt op 100°). De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zekerheid waarnaar de geschiedenis streeft is een morele zekerheid, dit wil zeggen :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een zekerheid die alle onredelijke twijfel uitsluit, een zekerheid die vaak niet boven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gegronde waarschijnlijkheid uitstijgt. Dit geldt zelfs voor recente feiten : wie is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de moordenaar van president Kennedy ? Welk is de achtergrond van die moord:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
persoonlijke wraak, complot, waanzin ? We weten het niet en zullen het wellicht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nooit weten. Dit geldt des te meer voor feiten die 1000 jaar geleden gebeurd zijn in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een periode die uitzonderlijk arm aan documenten was. Sommige periodes van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oude Egyptische geschiedenis zijn ons nu, door een overvloed van handschriftelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bronnen en monumenten beter bekend dan de donkere tijden der Merovingers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
althans in onze gewesten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We mogen dus, geschiedkundig gesproken, veilig besluiten : Odrada heeft bestaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ze werd als heilige aanzien en dientengevolge aanroepen en vereerd. Dat is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historisch zeker.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tijd waarin ze leefde is iets anders. Het is ongeveer hetzelfde geval als dat van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Dimpna. Welk zinnig mens kan aan haar bestaan twijfelen ? Wie dat toch doet,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moet dan maar eens beginnen met het ontstaan van haar verering te verklaren. Hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zal er vreselijk veel last mee hebben en het ook moeten opgeven. Maar de tijd van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar marteldood ? Vllde, Vlllste of IXde eeuw? Maar daar bovenuit deze zekerheid:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;13&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;ze heeft bestaan (stenen kisten enz.), en werd als heilige vereerd en aanroepen. Dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is niet veel, maar het is essentieel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is dan ook ten zeerste te betreuren dat het bisdom heeft menen goed te doen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met al die oude heiligenfiguren bijna als ongeloof te discrediteren en ze uit de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
algemene kalender te verjagen. Het is doodjammer dat men nu, in deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgeseksualiseerde tijd, onze vrouwelijke jeugd die aantrekkelijke figuren als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada en Dimpna, heldinnen van de reinheid, tot naïeve, onnozele legenden hoort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
degraderen. We hebben ze nodig meer dan ooit, en precies nu jaagt men ze weg.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geen wonder dat de jeugd begint te geloven dat reinheid en zuiverheid en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagdelijkheid een utopie is, boven de krachten van onze natuur.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Neem nu nog eens onze Sint-Dimpna. Hoe vruchtbaar heeft haar beeld ingewerkt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op caritatief-sociaal gebied (= verpleging van tienduizenden zwakzinnigen), op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstgebied (= een prachtige kerk, verschillende kapellen, tientallen schilderijen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
menigvuldige beelden, toneel, optochten, stoeten en muziek), op folklore-gebied&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(duizenden meisjes die haar naam droegen – nu heten ze Solange, Carine of Sonja)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en zo meer. Dat alles vergeten onze moderne beeldstormers, waaronder helaas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zoveel priesters, tot prelaten toe. En wat geven ze in de plaats ? Het is zelfs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eigenaardig dat die zogenaamde legendarische heiligen veel meer en veel dieper de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mensen hebben aangesproken en de kunst en de literatuur hebben geïnspireerd dan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligen wier leven op talrijker en meer zekere documenten gefundeerd zijn, en die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nooit een diepe volksverering deden ontstaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Bronnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1 .Een Vita uit 1305 door een Benediktijner monnik van Sint- Truiden geschreven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Acta Sanctorum, November, tomus II blz. 57-69, uitgave van Brussel 1894, met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
commentaar van pater De Smedt).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Een canonicaal officie in gebruik bij de kanunniken van Alem, waarschijnlijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ouder dan de Vita (Schutjes, Geschiedenis van het Bisdom den Bosch, deel I, blz.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
345 en volg. - 's Hertogenbosch 1873).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beide bronnen gaan voort op een veel oudere Vita, die spoorloos verdwenen is.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Wanneer leefde zij ?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Volgens Fl. Prims, Pater Verkoyen en vele anderen zou zij geleefd hebben in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Xlde eeuw. Daar is heel wat tegen in te brengen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Waarom is de Vita zo vaag in tijdsbepaling en plaats en persoonsnamen als de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
feiten amper 200 jaar geleden waren? Het volk had een zeer goed geheugen en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aartsvaderlijke tradities waren zeer taai.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Bepaalde feiten zijn nog 100 % Merovingisch en waren niet meer mogelijk in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Xlde eeuw: een grootgrondeigenaar was toen zeer onwaarschijnlijk op een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondgebied dat tot de machtige abdij van Corbie behoorde. Evenmin het houden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;14&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;van een stoeterij waar nog wilde en halfwilde paarden zo goed als vrij leefden. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijgelovigheid in verband met witte paarden (cfr.een citaat uit Tacitus) is nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oerfrankisch, aldus Tacitus in zijn ‘Germania’ hoofdstuk X , ongeveer in 't midden :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
‘Proprium gentis equorum quoque praesagia ac monitus experiri. Publice aluntur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
iisdem nemoribus ac lucis, candidi et nullo mortali opere contacti, quos pressos&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sacro curru sacerdos et rex vel princeps civitatis comitantur hinnitus ac fremitus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
observant’. In vertaling : ‘Een hun eigen gebruik bestaat er in ook van paarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorspellingen en waarschuwingen te verwachten. Op kosten van de stam (= van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeenschap) worden in de hogervermelde wouden en heilige bossen witte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paarden gekweekt die niet ontheiligd worden door profaan gebruik. Ze werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingespannen voor de heilige wagen terwijl de priester, het stam- of het dorpshoofd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze begeleidt om nauwkeurig hun gehinnik en hun wilde (spontane en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instinctmatige) reacties gade te slaan. Zo begrijpt men het heilig ontzag dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ooggetuigen beving toen ze Odrada rustig zagen aandraven op een heilige,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongetemde hengst. In hun ogen was dit niet mogelijk dan door bovennatuurlijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tussenkomst. Odrada werd meteen een door God beschermd wezen. In de Xlde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw zou dit feit heel wat minder indruk gemaakt hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Een ander feit dat een Merovingische bijsmaak heeft, is de toestand van een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jonge vrouw die maagd wil blijven ter ere Gods, en die desondanks in de schoot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van haar familie blijft (vergelijk de H. Gudula, de H. Renildis, enz.). In de Xlde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw bestond een dergelijk gebruik niet meer. Dergelijke meisjes wijdden zich toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toe aan God door de ‘sluieraanvaarding’, later werd dat de professie der 3 geloften&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de bisschop of zijn afgevaardigde, in de veilige beslotenheid van een abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(bijna uitsluitend Benedictinessen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Men kan zich afvragen waarom Odrada tenslotte als heilige werd vereerd? Hier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
komen we weer op Merovingische grond terecht. In de Xlde eeuw begon voorgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de opbloei der kloosters. Er waren gewijde maagden bij de vleet. Maar in de Vlllste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw was de maagdelijkheid (wel te verstaan in alle vrijheid aanvaard ondanks&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
prachtige huwelijkskansen en om godsdienstige beweegredenen) bij pasbekeerde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heidenen nog een opvallende uitzondering. Deze maagdelijkheid op zichzelf werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanzien als een bewijs van heiligheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Tenslotte de miraculeuze bronnen of waterputten van Scheps en Millegem. Zeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarschijnlijk waren het de putten waar de rondreizende geloofsverkondigers het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doopsel (bij indompeling) hadden toegediend. Willibrordus en Amandus o.a. deden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dit op vele plaatsen. Vanzelfsprekend werden deze doopputten (bv. te Kontich) met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zekere eer omringd. Men beschouwde ze als heilige plaatsen en het is goed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk dat ze door het volk als miraculeus werden beschouwd en in verband met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada werden gebracht (zo ook het Sint-Dimpnaputje te Zammel). ln de Xlde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw doopte men reeds in de kerk door wassing - ablutio - en niet meer door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;15&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;indompeling. Het onstaan van die heilige putten was niet meer mogelijk. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doopvonten hadden ze vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alles wijst er dus op dat Odrada geleefd heeft kort na de komst der eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geloofspredikers, toen de bevolking van haar streek, waaronder haar familie, nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar onlangs geheel gekerstend was. Wellicht was de christen geworden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeenschap nog te onaanzienlijk om een bidplaats te bouwen en om er een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priester te onderhouden, dus in de loop van de Vlllste eeuw, misschien in het begin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
der IXde eeuw, in alle geval voor de schenking van het grondgebied aan de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Corbie. Deze schenking zou gedaan zijn anno 781. Deze datum blijkt verdacht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te zijn, men kan hem gerust een halve eeuw opschuiven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Natuurlijk is hier geen spraak van zekerheid. Maar als men te kiezen heeft tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Vlllste en Xlde eeuw dan verdient de eerste periode zeker de voorkeur.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Er zijn moeilijkheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1 .Het vervoer van haar lichaam naar Alem blijft onverklaarbaar en het tijdstip van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die overbrenging is al even onzeker.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De voorstanders van de Xlde eeuw baseren hun mening op ontstaan in de Xlde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw van het Kollegiaal Kapittel te Alem, gesticht ter ere van de H. Odrada door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Sint- Truiden. Deze abdij had daar inderdaad goederen, zeker sinds 1107.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daaruit besluit men dat de dood van de H. Odrada en haar overbrenging naar Alem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolgd door haar begraving en verering in die periode moeten gesitueerd worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is mogelijk. Anderzijds moet er voordien te Alem een parochiekerk geweest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn, toegewijd niet aan Odrada maar wel aan Sint-Hubertus (Alem hoorde tot het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bisdom Luik). Tot de Xllde eeuw zou er dus geen spoor van Odrada geweest zijn te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alem. Er zijn echter zwakke punten in dat betoog, zodat het niet overtuigt :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. er is zeker een kapittel geweest, maar men weet niet wanneer het opgericht werd,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
noch wanneer het ophield te bestaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. ook de geschiedenis van de Sint-Hubertuskerk is zeer verward. Het is al&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eigenaardig dat Odrada gevierd werd op 3 november, juist zoals Hubertus. Ze heeft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dus de oorspronkelijke patroon vervangen, maar wanneer?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
c. Alem ligt aan een scherpe bocht van de Maas die regelmatig overstroomd werd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Misschien is op die manier de kapittelkerk verdwenen. Het oude Alem ligt nu in 't&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
midden van de stroom, zegt men.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
d. zeker is dat het lichaam der H. Odrada er bewaard bleef tot in 1625, maar hoe en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer is het daar gekomen ?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Als een loutere hypothese kan men daartegenover de mening voorop zetten dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada te Millegem, waar een kerk was, begraven werd na haar dood in de Vlllste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw. Het kerkje dat er in 1858 stond, was een armzalig geval. Wat moet het in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vlllste eeuw geweest zijn. Wellicht kwam haar verering daar niet tot haar recht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd haar lichaam afgestaan aan een andere kerk, die dan, om er nog meer luister&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;16&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;aan te geven, begiftigd werd met een kapittel. Deze overbrenging kan later, zelfs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veel later gebeurd zijn omwille van de invallen der Noormannen tijdens de Vlllste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en IXde eeuw (de boorden van de Maas werden herhaaldelijk geplunderd).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.De officiële kalenders van de oude bisdommen Luik en Utrecht hebben geen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada gekend. Heiligen die niet tot een grote, roemrijke familie of tot een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanzienlijke kloosterorde behoorden werden veel moeilijker gecanoniseerd. Er zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillende dergelijke voorbeelden. De stilzwijgendheid der bisschoppelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kalenders verwijst trouwens ook meer naar een andere periode dan naar een meer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recente. In de Xllde eeuw was de kerkelijke administratie der bisdommen reeds&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
flink uitgebouwd. Een geval als dat van Odrada kon toen moeilijk ontsnapt zijn aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de aartsdiakens van Luik en Utrecht (Alem ligt op de Maas, die toen de grens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vormde tussen deze twee bisdommen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Besluit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De argumenten ten voordele van de Xllde eeuw hangen af van de plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toestanden te Alem, toestanden die onontwarbaar duister en onzeker zijn. Mgr. de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ram had gelijk : Odrada leefde veel vroeger. Wat er met haar lichaam nadien kan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebeurd zijn verandert daaraan niets.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opmerkingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoe is de verering van Odrada te Millegem ontstaan - zelfs met een haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegewijde kerk - als haar graf daar nooit geweest is ? De verering van een als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilig beschouwde persoon begon bijna altijd rond het graf.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De waterput van Scheps is 1,5 m. diep, precies de diepte van een doopput, met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
water van ongeveer 1 m. hoogte, waarin de dopeling (volwassen) ongehinderd kon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recht staan en gemakkelijk ondergedompeld werd. De waterput van Millegem was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een holle boomstronk = nog een typische oude Frankische doenwijze. Men heeít&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er tientallen dergelijke ontdekt. Bestond dat gebruik nog in de Xllde eeuw ? Zeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onwaarschijnlijk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J. Coene - Het leven van de H. Maghet Odrada, Antwerpen 1688&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Geboers en F. Van Olmen - De H. Odrada van Baelen, Mechelen 1898&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Van de Weerd - Wanneer leefde de H. Odrada van Balen ? - in Ons geestelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erf 11 (1928) blz. 77-99.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vie des Saints - XI deel, blz. 100&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
M. Koyen - Sinte Odrada van Scheps, Tongerlo 1955&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
W. Lampen - Lexicon Theologie und Kirche, Kolom 1 103, Freiburg 1962&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
K. Vanden Bergh - Bibliotheca Sanctorum - IX deel, kolom 1 121 -1 123, Rome&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;17&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Baudot-Chaussin, deel VI, blz. 21 1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
RELAAS VAN DE ‘LEGENDE VAN DE H. ODRADA VAN BALEN’&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NAAR A. GEBOERS EN F. VAN OLMEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada werd in de achtste eeuw te Scheps, onder Balen, geboren Haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ouders waren van adellijke afkomst, zelfs van koninklijke bloede. Zij waren rijk en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
machtig en bewoonden het heerlijke slot te Scheps. Daar leefden zij als deugdzame,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
godvruchtige christenen ; om hun goedaardige handelwijze werden zij teder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bemind door al hun onderdanen. Alle noodlijdenden vonden troost en onderstand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het Hof van Scheps. De armen der omstreken, de zwervende bedelaars, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reizigers en de pelgrims werden er allen even goedhartig onthaald, geholpen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geherbergd. De zieken en armen werden opgezocht, getroost en geholpen. De H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada was het eerste en enige kind uit het huwelijk van deze brave edellieden. In&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Heilig Doopsel gaven zij het kind de naam Odrada mee, van het Latijnse woord&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odorata,’Welriekende’. Van kindsbeen af groeide de H. Odrada op in een geest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van ware godsvrucht. Zij hield zich niet bezig met ijdele spelen of beuzelarijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar trok zich dikwijls terug in eenzaamheid en gebed; in het bijzonder had zij een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote godsvrucht voor O.-L.- Vrouw ; vele speeluren bracht zij door met het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
versieren van het beeld van de Moeder Gods en met het bidden van gebeden. ’s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Morgens stond zij altijd zeer vroeg op om naar de kerk te gaan die toen nabij het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kasteel gelegen was. Zij was een voorwerp van welbehagen voor haar brave ouders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
; zij was minzaam en zoetaardig jegens de dienstboden, lieftallig voor de vreemden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en goedhartig voor de armen. In de loop van de jaren was de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgegroeid tot een uitnemende lichamelijke schoonheid ; de natuur had haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wondermild bedeeld met al de begaafdheden, die haar beminnelijk moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maken. Zij besloot echter om alleen voor God te leven en zich toe te leggen op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beoefenen van de christelijke deugden : de ootmoedigheid, de zedigheid, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liefdadigheid. Door godvruchtige lezingen trachtte zij deze deugden te versterken ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij las bij voorkeur de levens der heiligen en de strijd der martelaren. Zij bleef ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet gespaard van strijd en bekoring maar wist de verleidingen te verijdelen door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
versterving en door kastijding. Zo behaalde zij een volkomen zegepraal. Met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaren was Odrada nog bevalliger en bekoorlijker geworden. Zij had stilaan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ouderdom bereikt waarop zij zou kunnen uitgehuwelijkt worden. Als enige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erfgename van een grote naam en van uitgestrekte goederen wensten velen dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada met een jongeling van haar rang zou kunnen in het huwelijk treden zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;18&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;doorluchtige familietak niet zou uitsterven en de deugden en liefdadige werken der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ouders zouden voortgezet worden. Verscheidene edele jongelingen kwamen om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar hand vragen, zelfs prinsen van koninklijke bloede trachtten haar tot een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huwelijk over te halen, maar Odrada wees aanstonds en met verontwaardiging al&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die verzoeken van de hand. Zij wilde getrouw blijven aan haar goddelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bruidegom. Omtrent die tijd werd haar deugdzame moeder ziek en stierf. Groter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongeluk kon Odrada niet overkomen ; zij was enig kind en bleef dus alleen achter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met haar vader. Zonder klagen onderwierp zij zich aan de wil van God en tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar zuchten en tranen herhaalde zij voortdurend : ‘Gij, o God, had ze mij gegeven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
; Gij hebt ze mij ontnomen ; dat Uw heilige Naam gezegend weze’. Enige tijd later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hertrouwde de vader. Deze vrouw was stuurs en kwaad van inborst, boos en zelfs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wreedaardig. Dat was zij bijzonderlijk jegens Odrada voor wie zij niets over had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van al wat een moeder voor haar kind gevoelen moet. Aanvankelijk bleef het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beperkt tot een gevoel van minachting maar geleidelijk begon zij de onschuldige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagd te vervolgen en te mishandelen. Mettertijd zou zij zelfs het leven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada in gevaar gebracht hebben. Ook de vader onderging deze slechte invloed ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn liefde en genegenheid veranderde in afkeer en haat. Zelfs de dienstboden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderhorigen begonnen Odrada te verachten, te versmaden en te kwellen. Allen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
spanden samen tegen haar, maar klagen deed ze niet. In die tijd besloot haar vader&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met zijn vrouw de kerkwijding te Millegem te gaan bijwonen. De kerk was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegewijd aan O.-L.-Vrouw en elk jaar werd op 15 augustus deze kerkwijding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevierd met grote plechtigheid en toeloop van de omliggende plaatsen. Odrada was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reeds meermaals naar Millegem op bedevaart gegaan en ook deze maal wilde zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mee naar dit heiligdom van de Moeder Gods. De vader toonde zich aanvankelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewillig maar de stiefmoeder weigerde stellig. Toen de vader en de stiefmoeder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertrokken op 15 augustus, kreeg de vader een helse ingeving en sprak de venijnige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
woorden: ‘ Odrada, wij zouden er wel gaarne in toestemmen dat gij ons vergezelde,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar gij weet het, volgens onze rang moeten wij de reis te paard afleggen, en er is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet één paard meer beschikbaar voor u. Wilt gij één onzer paarden, die in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omheind bos grazen, gaan halen om er de reis mee te doen, danmoogt gij ons naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Millegem volgen’. De vader was een koninklijk vazal die een groot aantal paarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hield binnen een met een hoge wal en hek afgebakend terrein ; de paarden waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grotendeels verwilderd. Toen de ouders met hun gevolg vertrokken waren, bleef&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada in droefgeestigheid en neerslachtigheid achter. Besluiteloos begon ze te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bidden en zij voelde een bovennatuurlijke, onversaagde moed in haar hart ontstaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zij nam twee stukjes hout en maakte daarvan een kruis ; dan zocht ze een toom en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een zadel en trok onverschrokken op het bos af. Zij opende het hek en trad de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omheining binnen. Al de woeste paarden kwamen in een ontstuimige vaart als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leeuwen op haar afgestormd. Odrada toonde hun van ver het houten kruis en,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;19&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;naarmate de dieren naderden, schenen zij bedaarder te worden. O Wonder - toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij haar naderden werden zij als lammeren ; zij schaarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich rond de maagd en bogen voor haar de knieën. Odrada koos er een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
allerschoonst, sneeuwwit paard uit, deed het de toom aan, legde er het zadel op,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteeg het en sloeg de weg naar Millegem in. Zij plukte nog een lindetak om er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
desnoods het paard mee aan te drijven. Zij haalde haar ouders in nog voor zij in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Millegem waren aangekomen. De vader was als van de hand Gods geslagen en bad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar om vergiffenis. Samen zetten zij de reis voort en kwamen spoedig in Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan. Odrada bond het houten kruisje vast in de manen van het witte paard en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stuurde het terug naar Scheps ; het dier gehoorzaamde. De lindetak die zij had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geplukt, stak zij in de grond te Millegem en aanstonds schoot hij wortel en begon te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
groeien. De tak werd een grote, dikke boom die eeuwenoud zou worden ; hij diende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lang als scheidingspaal tussen de vrijheid Geel en de voogdij Balen-Dessel-Mol.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Als zodanig staat hij in de oorkonden vermeld. Odrada ging de kerk binnen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdens haar gebed kreeg zij een hevige, brandende dorst. Het werd zo ondraaglijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat zij de kerk moest verlaten, waar zij plat ter aarde viel. Zij stuurde een kort en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vurig gebedtot God en plots ontsprong er naast een oude stronk een bron met helder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
water. Odrada dronk ervan en voelde zich aanstonds gans verkwikt. Het volk kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelopen om van dat water te drinken ; verscheidene zieken en kranken dronken er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van en waren eensklaps genezen. Zo werd Millegem een vermaarde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedevaartplaats. Na de gebeurtenissen in Millegem veranderde de toestand te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Scheps volledig. De vader beminde Odrada nu meer dan ooit ; de stiefmoeder was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diep onder de indruk en had een andere houding aangenomen. De zachtmoedigheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Odrada had het kwaad in goed doen keren en haar de eerbiedige genegenheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van haar stiefmoeder doen winnen. De ouders gaven haar de gelegenheid om naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eigen goeddunken goede werken te doen. Pijnlijke krankheden en langdurige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ziekten zouden haar echter overvallen. Temidden van dit langdurig lijden was zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor allen die haar naderden een wonder van zachtmoedig geduld, overtuigd als zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was dat God haar kastijdde omdat Hij haar beminde en dat zij door dat lijden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagelijks gelijkvormiger werd aan haar goddelijke bruidegom. Op zekere dag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verscheen haar een engel die haar troostte en aankondigde dat zij in de hemel ging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgenomen worden. Zij ontving het Heilig Sacrament der stervenden en gaf een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
laatste wens te kennenaan haar vader. Zij wilde niet in Balen begraven worden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar wenste dat haar dode lichaam in een uitgeholde wilgestam en op een wagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou gelegd worden, bespannen door twee hoornbeesten. Zonder leidsman zou deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wagen moeten vertrekken ; zij wilde begraven worden op de plaats waar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoornbeesten halt hielden. De vader verzekerde haar dat dit verlangen stipt zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden ingewilligd. Volgens een opschrift van een beeld in de pastorie van Alem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stierf Odrada op de dag van 28 januari. De wagen met de boomkist vertrok&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
noordoostwaarts, doorheen de grote heidevlakte. Aan de grenspalen van het Noord-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;20&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Brabantse dorpje Alem, eendorpje aan de Maas op ongeveer 15 uren van Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hielden de beesten halt. De klokken van het kerkje begonnen te luiden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongetwijfeld zagen de inwoners hierin een teken van de uitzonderlijke last die werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangebracht. Honderden mensen kwamen toegelopen om de wagen te zien en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige eer te bewijzen. Verscheidene zieken werden plotseling van hun krankheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een bijzonder voorval gebeurde ook nog tijdens deze wonderbare rit naar Alem.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nabij een pachthoeve stond een dode, vermolmde eik waarin een draaiboom was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgemaakt geweest. Tijdens het voorbijrijden van de lijkwagen raakte de wielas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de dode stronk en eensklaps begon hij opnieuw takken en bladeren te krijgen ; hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou later terug tot een gezonde eik uitgroeien. Graaf Otto van Duras verwelkomde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de lijkkist als een grote schat voor de heerlijkheid van Alem. Hij liet een kostbare&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraafplaats uitbouwen. Hij bouwde een kerk (basilicale ? ; collegiale ?) en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begiftigde ze met talrijke bezittingen voor het onderhoud van de zeven priesters die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er ten eeuwigen dage&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de lof van God zouden bezingen. De feestdag van de Balense heilige werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevierd op 5 november. Alem werd een vermaard bedevaartoord. Ontelbaar waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de mirakelen die er gebeurden : blinden kregen het gezicht, doven het gehoor,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kreupelen konden gaan. De heilige werd in ’t bijzonder aanroepen tegen veepest en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ziekten van dieren. Volgens de naamloze schrijver van de vita van 1304 zouden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wonderen grotendeels hebben opgehouden op het ogenblik dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving werd geschreven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VOORSTELLING VAN DE H. ODRADA&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over de voorstelling van de H. Odrada in de kunst is het laatste woord nog niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gezegd. De voorstellingen die wij thans kennen dateren van veel later dan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historische gegevens. De oudste kunstwerken waarop de H. Odrada werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorgesteld dateren slechts uit de zeventiende eeuw. Daartegenover staat dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige reeds in de vroege middeleeuwen werd vereerd en dat er in de dertiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw een basilica werd opgericht te Alem (Schutjens, 1872). Ongetwijfeld moeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er in dit bedehuis afbeeldingen aanwezig geweest zijn van de Balense heilige. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schrijver van de Vita, de monnik van Sint-Truiden, beweerde toch in zijn inleiding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat de levensbeschrijving van de H. Odrada ondermeer gebaseerd was op een aantal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurschilderingen die in Alem aanwezig waren. Ongetwijfeld zijn er toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afbeeldingen aanwezig geweest en werd de Balense heilige in latere eeuwen nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorgesteld door beelden, in glasramen, miniaturen, borduurwerk of schilderijen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Helaas is daar tot hiertoe niets over geweten. Over de hogervermelde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurschilderingen kunnen wij alleen zeggen dat de voorstellingen vermoedelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parallel gelopen hebben met het verhaal van de levensbeschrijving die tot ons is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekomen. Over hun datering kunnen wij alleen maar zeggen dat zij van voor 1304&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeten geweest zijn, het jaartal waarop de vita werd geschreven.De thans gekende,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;21&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;oudste kunstvoorwerpen dateren uit de zeventiende eeuw. Zowel in de Antwerpse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempen als in Noord- Brabant treffen wij er voorbeelden van aan. Van in den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beginne zijn er duidelijke verschillen aan te wijzen in de voorstellingswijze, in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zover dat men twee manieren van uitbeelden kan omschrijven : een Kempische en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een Noord-Brabantse. De typering zal doorheen de verdere eeuwen aangehouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden. In de Antwerpse Kempen legt men meer de nadruk op de adellijke afkomst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de heilige door haar als een prinses voor te stellen, met kroon en met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermelijnen mantel. In Noord-Brabant werd Odrada eenvoudiger voorgesteld : in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gewoon kleed, met een mantel, zonder de adellijke attributen. Beide streken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
behoorden nochtans tot hetzelfde bisdom en werden - in de loop van de eeuwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarin wij de oudst-gekende voorstellingen kunnen situeren - bestuurd door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
apostolisch vicaris. Blijkbaar nam in de Kempen de nieuwe devotie tot de heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada een aanvang toen in 1654 de relieken werden ingehaald te Balen. Hetzelfde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaar werd ook te Mol de reliek van de H. Doorn ingehaald : ‘A1654 6n augusti&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heeft zijne Hoogw. Jacobus Boonen, ter instantie van den Heer vicarius van den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bosch toegestaen aan het capittel metropolitaen dat zij den cleynen H. Dooren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
souden overgeven aen den heer Pastoir ende Weth’. Ook te Mol zou blijkbaar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vicaris van 's Hertogenbosch een belangrijke rol spelen in de devotie- en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekenverspreiding. De relieken van de H. Odrada kwamen te Balen terecht via de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
prelaat van Averbode die ze in 1651 had in ontvangst genomen van de pastoor van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoogemierde in Nederland. Rond 1654 moet het schilderij van de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Balen ontstaan zijn. En vermoedelijk kende men de vita nog niet goed want de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige werd voorgesteld met een wilgetak in de hand in plaats van een lindetak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wel werd er veel aandacht besteed aan het ‘historisch kader’ van Scheps : het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kasteel, de Neet, de watermolen. Hoe de reliek toen werd bewaard is thans niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer geweten. Te Macharen werden de relieken verworven in het jaar 1663&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Markus De Bruyn, 1951) dank zij de bemiddeling van Antonius Bedix, pater van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode, die een stukje kaaksbeen vanuit Antwerpen overbracht. In 1691 verwierf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en een tweede reliek die werd opgeborgen in een osculatorium, geschonken door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Johannes De Rover, pastoor te Macharen en vurig vereerder van de H. Odrada ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn naam staat vermeld in de zilveren reliekhouder, samen met deze van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
apostolisch vicaris van 's Hertogenbosch. Tegelijkertijd liet de pastoor van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Macharen een reliektombe maken met een buste van de heilige, in een eenvoudig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleed en zonder attributen afgebeeld. De verwerving van de relieken was ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding tot het organiseren van een processie die vanuit twee plaatsen vertrok :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Maaskant en het Land van Ravesteyn ; daar waar de twee stoeten mekaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontmoetten werd een vertoning opgevoerd op tekst van Johannes de Rover.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inderdaad, in 1682 had deze Macharense pastoor de vita vertaald van het Latijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar het Nederlands. Hij gebruikte hierbij de tekst van de vita die door de reguliere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kanunnik van het ‘Roy-klooster buiten Brussel’ Joannes Gilemannus werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;22&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;gepubliceerd in zijn ‘Hargyologue van Brabant’. Dit wordt bevestigd door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
titelpagina van het ‘rijmdicht’ van Judocus Coene dat in 1688 werd uitgegeven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nadat in 1686 te Millegem de ‘fontein’ van Sint- Odrada was teruggevonden ; voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn bewerking gebruikte hij de tekst van Johannes De Rover. Meteen vinden wij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dan ook een derde plaats van devotierevival, namelijk Mol-Millegem. Het nu nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ter plaatse aanwezige beeld dateert vermoedelijk van na de publicatie van Judocus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Coene (1688). De voorstelling gebeurde in de lijn van de zuidelijke traditie : een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
adellijke dame met kroon op het hoofd, om de schouders een mantel met hermelijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgeboord. De devotie werd gestimuleerd vanuit de Sint- Dimpnakerk te Geel, waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Judocus Coene kanunnik was. In de achttiende eeuw zullen wij, voor zover bekend,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen in Balen overblijvend kunstpatrimonium i.v.m. de H. Odrada aantreffen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetgeen wijst op een nog aanwezige devotie. Bij de oprichting van het zuidelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijaltaar (1699-1720) werd er boven op het altaar een wit paard geplaatst, attribuut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada ; mogelijk verwijzend naar een beneficie die aan dit zijaltaar van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
HH. Cosmas en Damianus werd verbonden. In het midden van de achttiende eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd de prachtige decoratieve omlijsting ontworpen waarin een beeld van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balense heilige werd toegevoegd alsook twee medaillons met voorstellingen uit het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leven van de heilige : Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada naar Alem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en De H. Odrada plant een lindetak en doet een bron ontspringen te Millegem.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada werd voorgesteld als een adellijke dame met hermelijnen mantel, het witte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard lag achter haar, de kop geheven naar de heilige. Zij deed te Millegem een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bron ontspringen door een twijg in de grond te steken. In de negentiende eeuw is er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op verscheidene plaatsen een grotere aktiviteit waar te nemen betreffende devotie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en uitbeelding. In Balen werd een nieuwe reliekhouder vervaardigd voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van de H. Odrada. In functie van de devotie te Millegem werd in 1854 te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel een ‘Leven der Heilige Maegd Odrada’ uitgegeven ; zij was een ‘bijzondere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patroonesse tegen kwade&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oogen, alle ziekten van menschen en vee’. Hetzelfde jaar werd te Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij drukker V.J. Du Moulin een bidprentje en een gezang van 14 strofen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgegeven ter ere van de H. Odrada, patrones van Millegem. Te Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1855 de H. Odrada voorgesteld op een klok die werd gegoten door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuvense klokkengieter Andreas Ludovicus J. Van Aerschodt. De heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd traditioneel voorgesteld met kroon en hermelijnen mantel, het paard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achter haar liggend ; in haar rechterhand houdt zij het leidsel van het paard,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de linker draagt zij een tak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1860 werden op het koorgestoelte van Sint-Rombouts te Mechelen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verscheidene Vlaamse heiligen afgebeeld. Hieronder ook de voorstelling van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada van Balen in een lang kleed, met een kroon op het hoofd, in de rechterhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een lindetak, in de linker een paardeleidsel. In Herselt werd in 1874 door Balenaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Petrus Josephus Dillen, pastoor van de Sint-Servatiuskerk, een beeld van de heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;23&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;aangekocht. Odrada werd naar het voorbeeld van Balen (uit het midden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achttiende eeuw) uitgebeeld : kleed met borststuk, hermelijnen mantel, kroon op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het hoofd ; het wit paard ligt achter en kijkt op naar haar ; in de linkerhand houdt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij de teugels, in de rechter een lindetak. In 1876 werd een identieke voorstelling op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleinere schaal geplaatst in de kapel langs de weg naar Aarschot. Ondertussen had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
men te Millegem in 1858 ook bouwplannen voor een nieuwe parochiekerk ; ook het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meubilair wilde men grotendeels vernieuwen. Hierbij ging de aandacht vooral naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de preekstoel die iconografisch het leven van de H. Odrada, patrones van de kerk,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ging uitbeelden. In drie reliëfs werden hoofdzakelijk die gebeurtenissen toegelicht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die op Millegem van toepassing waren en verschenen er ook enkele nieuwe thema's&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
: H. Odrada wijst de huwelijkskandidaten af, H. Odrada in gebed te Millegem, H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada doet een bron ontspringen te Millegem. Onder de kuip werd de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige voorgesteld in amazonezit op het stappend paard. Zij droeg identieke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleding en werd op dezelfde wijze voorgesteld als de beelden te Herselt; ze werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in eenzelfde atelier vervaardigd. Tegelijkertijd deed zich een gelijkaardig fenomeen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor in Alem waar, zoals te Millegem, een nieuwe, neogotische kerk werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebouwd omstreeks 1880 ; ook hier gaf dit feit aanleiding tot het maken van een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nieuw Odradabeeld ; deze heilige was immers patrones van de kerk samen met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Hubertus. Ze werd voorgesteld in een kleed, een bovenkleed en een hoofddoek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat ook op de schouders rustte ; met de rechterhand hief zij een kruisbeeld in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoogte. Naast de heilige stond het paard rechtop met kop naar haar gericht. Even&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
later zal Balen een heropbloei kennen van de devotie tot de H. Odradatijdens het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoorschap van Van den Bossche. Dank zij de milde giften van de Balenaars liet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hij in 1890-1891 een nieuw beeld maken van de geliefde heilige ; een neogotisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
baldakijn voor het beeld werd gekocht en een nieuw reliekschrijn werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervaardigd. De zilversmid liet zich inspireren door het bestaande midden-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achttiende eeuwse voorbeeld in de kerk. De beeldhouwer Leopold Blanchaert&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maakte een eigen model voor het beeld, met de vereiste attributen : een jonkvrouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met kroon, een mantel, lindetak in de rechterhand, boek en leidsels in de linker, het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard ligt geknield achter haar en kijkt op naar haar. Bij die gelegenheid hechtte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kardinaal Goossens ook zijn imprimaturaan de ‘Litanie ter eere van de Heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maagd Odrada, Patronesse tegen Oogziekten, Razernij en Veepest’ (Mechelen, 16&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mei 1891). Ook de publicatie over het leven en de verering van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwam tot stand in datzelfde jaar. De auteurs A. Geboers en F. Van Olmen leverden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een basiswerk, dat reeds in 1898 werd herdrukt en in 1979 nogmaals in fac-simile&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd uitgegeven. Hun ruime kennis van deze materie kan nog moeilijk verbeterd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden, alleen aangevuld. Zoals de Sint-Dimpna-verering te Geel zal ook de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada-verering in Balen een ware heropleving krijgen op het einde van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
negentiende eeuw met een nabloei in de twintigste eeuw. Het beeld van Blanchaert&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou op zijn beurt model staan voor de afbeeldingen in het glasraam op het koor van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;24&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;de Sint-Andrieskerk en voor een beeld van de heilige in de Sint-Jozefskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen-Wezel; de lindetak veranderde in een bloeiende tak. In Scheps werd in 1896&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Odrada-kapel gebouwd nadat de heren Lambrechts, van Vorst, deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gronden nabij de Neet hadden geschonken aan de kerkfabriek. De ééncellige,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
neogotische kapel werd op 5 n~vembeirn gewijd door Z.E.H. Deken Cuypers van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol. Achter de kapel was er de Odradaput die zogenaamd nooit droog stond. In&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1947 werd aan de ingang van het terrein een groot stenen beeld geplaatst op een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sokkel. De voorstelling is volledig gelijk deze van het midden van de achttiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw uit de Sint-Andrieskerk. Enkele andere voorstellingen van jongere datum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liggen ook in de lijn van deze navolging : de beelden van Balen (Gerheide) en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen (Schoorheide). De meest vrije interpretatie vinden wij in Dessel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Iconografische voorstelling van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada als individuele heilige : - voorgesteld als vrouwelijke heilige, van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
adellijke bloede, met hermelijnen mantel en kroon - voorgesteld als vrouwelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige met eenvoudige kleding - voorgesteld als adellijke jonkvrouw in amazonezit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attributen :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- (wit) paard, liggend of neergeknield&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- lindetak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- kruis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- rozenkrans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- bloeiende tak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Taferelen uit het leven van de H. Odrada :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada wijst de huwelijkskandidaten af&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada bedwingt het wilde paard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- De vader van de H. Odrada smeekt om vergeving&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada plant een lindetak te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada in gebed te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada doet een bron ontspringen te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada naar Alem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Devotie tot de H. Odrada.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Devotie van de H. Odrada tot O.-L.-Vrouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;25&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;CATALOGUS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ALEM&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gemeentebestuur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zegel van de gemeente Alem (nu onderdeel van Maasdriel)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met voortelling van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1817-1821&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: L. VAN TONGERLOO, Gemeentewapens, p. 68, afb. p. 74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ALEM&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk H. Hubertus en H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens het werkbezoek van 09.04.2014 door Kamiel Mertens en Johan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fotografeerde deze laatste twee reliekhouders met relieken van de H. Odrada.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: De heilige Odrada. Verzameling van alle publicaties, uitgegeven door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale, Balen, 2014, deel 2, p. 918.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ALEM&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastorie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op de pastorie stond een oud Odradabeeld, volgens de auteurs Geboers en Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmen; op het voetstuk: '''''obiit die 28 Januarii'''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
GEBOERS en VAN OLMEN: “Dit opschrift bevestigt de overlevering, volgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
welke de kostbare dood van de H. Odrada plaats had op den 28sten dag der maand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Januari, feestdag van de H. Agnes Secundo”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, 1 p. 61-62&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ALEM (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk H. Hubertus en H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2de helft 19de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout, h. 113 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt voorgesteld ten voeten uit met een klein, wit paard, rechtstaand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achter haar, de kop opgeheven naar de heilige maagd. Ze draagt een kleed, een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bovenkleed, een hoofd- en schouderdoek. Op het hoofd is geen kroon of diadeem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezig. Met de rechterhand toont zij een kruisbeeld; de linkerarm is voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
borst geplooid. A. Geboers en F. Van Olmen meenden in 1891 dat de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige verkeerdelijk een kruisbeeld in de hand hield : ‘bij misslag heeft men in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;26&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;hare rechterhand den lindentak door een kruisbeeld vervangen’. Deze, zogenaamde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergissing werd niet meer vermeld in de publicatie van 1898. Het beeld werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk besteld toen ook de nieuwe kerk werd gebouwd omstreeks 1880. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd onlangs gerestaureerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 104; 1898, p. 77 - 78.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ALEM (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk H. Hubertus en H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen en H. Hubertus van Luik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
einde 19de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens A. Geboers en F. Van Olmen was dit glasraam aanwezig boven het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoofdaltaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Niet meer aanwezig JJ 25/08/1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 103 ; 1898, p. 77.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ALEM (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk H. Hubertus en H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliëf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het wilde paard gehoorzaamt de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ontwerp door G. Van Dreumel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebakken door Steenovens Derckx, van Deest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1946-1947&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geglazuurde ceramiek, ca. 80 X 80 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het reliëf is ingemetst in de omheiningsmuur van de kerk. De heilige Odrada wordt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorgesteld naar het voorbeeld van het houten beeld in de plaatselijke kerk nl. met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleed, opperkleed, hoofd- en schouderdoek, zonder kroon of diadeem. Zij houdt in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de rechterhand een kruis voor zich, in de linker draagt zij een rozenkrans. Zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevindt zich binnen de omheining van een groene en bosrijke omgeving. Een wit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard komt van rechts naar haar toe en heft een poot omhoog. Het dier is slechts&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
half uitgebeeld. Uiterst links is er een gebouw zichtbaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het reliëf draagt als inscriptie : ‘H. Odrada wier lichaam op wonderbare wijze van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen (België) naar Alem is overgebracht wees onze voorspraak bij God’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;27&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Familie Berghmans, op tentoonstelling 1990 in de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tekening&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontwerp voor plaasteren model?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opschrift: H. ODRADA BID VOOR ONS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Theophiel Berghmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
midden 20ste eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
potlood op papier, 59 x 40&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kapel van H. Odrada te Scheps&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onbekende eigenaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schilderij (2)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alice Mertens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Preekstoel, reliëf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
buste van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1690&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op de kuip van de preekstoel waren zes reliëfs aanwezig: met bustes van Cosmas,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Damianus, Andreas, Barbara, Catharina en Odrada. Pastoor Draulans liet de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
preekstoel verwijderen in ruil voor enkele andere stukken. Der Heer Pelckmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was raadgever en zorgde voor de transacties. De vernieuwing na het Concilie werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helaas uitgevoerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Later werden de reliëfs te koop aangeboden op een veiling in Nederland. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
preekstoel is nog zichtbaar op een binnenzicht van de kerk in 1968 (KIK M41176).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: J. JANSEN, 2012, p. 183-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries, op tentoonstelling 1990 in de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaandel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de Broederschap van de H. Odrada (opgericht in 1898)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;28&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;met voorstellingen: H. Odrada van Balen, H. Odrada in gebed voor O.L.Vrouw,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waterbron, lindenboom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1900&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
borduurwerk op groen fluweel, zijdedraad, zilver- en gouddraad, 210 x 104&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Prentje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen, met taferelen uit het leven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opschrift: STA ODRADA VIRGO OPN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met toelichting over haar leven; met gebed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend: K. v. d. Vyvere-Petyt Brugge&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20ste eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veelkleurig drukwerk op papier, 9,5 x 6,4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onbekende eigenaar, op tentoonstelling 1990 in de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schilderij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend o.r. MAUFROY M.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
M. Maufroy&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3de kwart 20ste eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doek, 85 x 54&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onbekende eigenaar, op tentoonstelling 1990 in de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tekening&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend I NAGY&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I. Nagy&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca 1945-1950&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pen en krijt op grijs papier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onbekende eigenaar, op tentoonstelling 1990 in de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schilderij (3)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1.H. Odrada van Balen bedwingt het paard en rijdt naar Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. H. Odrada doet een bron ontspringen te Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;29&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3.Een ossenwagen vervoert het lichaam van de H. Odrada naar Alem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alice Swerts&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedateerd 1989&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hardboard, 57,5 x 88&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastorie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pentekening&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opschrift: S. ODRADA&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Get. 5 sept. Joris Vandamme 1898&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pen op papier, 40,5 x 30,5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aan de pastorie van Balen geschonken door Z.E.H. Geboers, deken van Puurs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Decoratieve omlijsting&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee medaillons met voorstelling :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada naar Alem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada plant een lindetak en doet een bron ontspringen te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nis voor de reliek van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechels werk, toegeschreven aan Theodoor Verhaegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3de kwart 18de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemarmerd en geschilderd hout, totale h. 197 cm, beeld h. 72 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De prachtige Lodewijk XV-omlijsting is samengesteld uit zwierige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bladornamenten, schelpen en schuimkammen. De opvatting en de stijl herinnert aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het oeuvre van Theodoor Verhaegen (°1701- + 1759) ; een interessant&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergelijkingspunt hierbij is de bekroning van het door deze beeldhouwer geplaatste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoofdaltaar (1748) in de Sint-Amandskerk te Geel. De H. Odrada is voorgesteld in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een rood opperkleed met lange mouwen en omgedraaide polsstukken, het hemd is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zichtbaar door de mouwen, de hemdsmouwen werden toegestrikt aan de polsen ; zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
draagt een groen borststuk waarop bladachtige versieringen en een gelobde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afboording werden aangebracht ; haar zwierige schoudermantel met hermelijnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schouderstuk wordt met een speld dichtgehouden boven op de borst. Op het hoofd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
draagt zij een diadeem op de lange, loshangende haren. Het wit paard ligt achter de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige neer en kijkt op naar haar terwijl zij het met de linkerhand beteugelt. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechterhand houdt zij een recent toegevoegde lindetak. Op het linker medaillon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;30&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;staat in reliëf het ossenspan uitgebeeld dat de lijkkist naar Alem trekt ; een paar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ossen sleurde aan de tweewielige kar, het juk om de hals. Rechts staat een boom,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk een allusie op de heropbloei van een oude stronk waarin een draaiboom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had gehangen, nadat hij door het ossenspan was geraakt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op het rechter medaillon zien wij hoe de H. Odrada zich voorover buigt om een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lindetak in de grond te steken waardoor met twee stralen een bron ontspringt ; zij is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorgesteld in de kleding zoals die van het beeld. De beide medaillons zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
monochroom geschilderd. Deze omlijsting werd in 1896 overgebracht naar de pas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebouwde kapel van Sint-Odrada te Scheps. Bij gelegenheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratiewerken aan de Sint-Andrieskerk in 1961-1968 werd het kunstwerk terug&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar de hoofdkerk gebracht. Vroeger werd het medaillon tegen een muur of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eenpilaar aangebracht. Het werd in 1968 door Pelckmans van Retie gerestaureerd;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het medaillon werd geïntegreerd in het noordelijk zijaltaar van O.-L.-Vrouw.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 94 ; 1898, p. 65-66 ; A. GEBOERS,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[1908], p. 211; J. Jansen, 1969, p. 32 ; 1975, p. 14 ; J. Defever, 1975, p. 164-165 ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J. Defever en J. Jansen, 2002, p. 109-110.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5.BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bressers - Blanchaert&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1893&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1893 werd het grote achttiendeeeuwse hoofdaltaar afgebroken en door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleiner, neogotisch vervangen. Hierdoor konden de dichtgemetste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vensteroppervlakten vrijgemaakt worden waardoor het koor meer verlicht werd. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
drie centraal gelegen vensters kregen een glasraam met respectievelijk de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andreas apostelen de H. Jozef, het H. Hart van Jezus en het H. Hart van Maria, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen en de H. Dimpna. Al deze figuren stonden opgesteld in een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
architecturale omkadering : een neogotische nis met pilasters, driepassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kruisbloemen en hogels; achter de figuren werd een brokaten drapering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgehangen. De glasramen komen allen uit eenzelfde atelier, zoals blijkt uit de stijl,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de compositie, de opvatting. De glasramen werden besteld bij het vennootschap&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bressers - Blanchaert.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;31&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;F. Donnet - F. Van Leemputte vermeldden verkeerdelijk de naam ‘Blanchard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bressen’. Het gaat hier om een vennootschap van verscheidene personen die een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstatelier organiseerden in Gent - Sint Denijs Westrem.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leopold en Leonard Blanchaert, en Adrien en Leon Bressers waren hier werkzaam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en produceerden uiteenlopende neogotische kunstwerken in verschillende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
disciplines. Leopold Blanchaert was degene die in 1891 een beeld van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada had geleverd (zie nr. 14). De kerkfabrieken van Geel Sint-Dimphna en Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Petrus en Paulus gingen ook bestellingen plaatsen bij deze ateliers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De voorstelling van de H. Odrada in het glasraam is geïnspireerd op deze van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van 1891. De H. Odrada wordt voorgesteld in een lang wit kleed en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ruime, rode mantel; ze draagt puntschoenen aan de voeten; op het hoofd heeft zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een diadeem, achter het hoofd een aureool. In de rechterhand houdt zij een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bloeiende tak; in de linkerhand draagt zij een boek. Links van haar ligt het wit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getemde paard neer, het leidsel hangt om de linkerarm van de heilige. Onderaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lezen wij het opschrift : SANCTA ODRADA.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. GEBOERS, [1908], p. 210; F. Donnet en F. Van Leemputte, 1909, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
390; J. Defever, 1975, p. 211 ; J. Defever en J. Jansen, 2002, p. 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Klok&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met voorstelling van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andreas L. J. Van Aerschodt senior&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1855&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brons, diam. 103 cm, 720 kg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada staat voor het paard dat neerligt. Zij draagt een kleed dat onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
borst werd samengebonden, op de schouders een hermelijnen schoudermantel, op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het hoofd een doek en een kroon. In de rechterhand houdt zij de teugels van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard, in de linkerhand een tak. De klok werd weggevoerd en vernield tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tweede Wereldoorlog. Ze werd gegoten door Andreas Ludovicus J. Van Aerschodt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
senior en was toegewijd aan de H. Odrada. Dit gebeurde tijdens het pastoorschap&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van J.B. Bols, onder het peterschap van Henricus Jansen en Melania Swinnen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorstelling van de heilige, de opschriften en het chronogram 1855 zijn zichtbaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de foto van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(A46295). De foto werd genomen in de hallen van de dokken van Antwerpen waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alle geroofde klokken werden samengebracht.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;32&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;In 1953 werd een nieuwe Odradaklok gewijd. Ze werd gegoten door de Doornikse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
klokkengieter Marcel Michiels junior. De klok woog 740 kgr. En had het volgende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opschrift : ME FVDIT MICHIELS JR TORNACI - DE0 SANCTAEQUE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ODRADAE BALENAE CONSECRATA. PATRINIS CAROLUS HANNES ET&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ROSALIA BOGAERTS. PASTORE J SWINNEN. De klok werd ingezegend door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mgr. Van Eynde, de peters waren Karel Hannes, voorzitter van de kerkfabriek en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mevr. Geubbelmans- Bogaerts. Dit gebeurde onder pastoor Swinnen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : J. Jansen, 1975, p. 14 ; J. Defever, 1975, p. 94 ; J. Defever en J. Jansen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2002, p. 80.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekhouder van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1835&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzilverd messing, h. 30 cm, br. 28 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tulpvormige reliekhouder rust op drie volute-pootjes. Hij is versierd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
engelenkoppen, palmetten, rankwerk en een rozet. Doorheen het vierkante glas is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen van de H. Odrada zichtbaar, met het opschrift SANCTAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ODRADAE VIRG BALENSIS.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze grote reliek, het kaaksbeen van de H. Odrada, werd in 1617 door bisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zoesius van 's-Hertogenbosch aan de kerk van Hoogemierde (N.- Brabant)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschonken. In 1651 werd ze terwille van de veiligheid doorgegeven aan de abt van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode. De abdij van Averbode schonk de reliek aan de Sint-Andrieskerk ; ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd ingehaald op 27 september 1654.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1835 stelde Kardinaal Sterckx een nieuw officie van de H. Odrada op. Hij vroeg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hieromtrent inlichtingen bij pastoor Bols te Balen. Mogelijk is 1835 een richtdatum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en werd omstreeks dat jaar een nieuwe reliekhouder vervaardigd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 94 ???; 1898, p. 65 ; J. Jansen, 1975,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 13 ; J. Defever, 1975, p. 196-198 ; J. Defever en J. Jansen, 2002, p. 59-60; J.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JANSEN, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekschrijn van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met beeldje van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;33&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;atelier Festraets, van Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1890 - 1891&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verguld en verzilverd messing, h. 81 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen in 1890-1891 geld werd opgehaald bij de Balenaren om een nieuw beeld van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada aan te kopen, was de opbrengst bijzonder gul. Men besloot om naast&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het beeld ook nog een relikwiekast bij aan te kopen. Inspiratie werd gezocht in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lezing 9 van de vita, waarin het vervoer van de heilige in een uitgeholde boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd vergeleken met de odyssee van de Ark des Verbonds. Boven op een kist zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een torentje met de reliek worden geplaatst. De bisschoppelijke commissie vond&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
echter het plan te groots van opzet en een ingekort plan werd uitgevoerd. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
torentje werd geplaatst op een offerplateau met draagstukken en afhangende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
textiele panden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De reliek is opgeborgen in een zeszijdigschrijntje met zes venstertjes in de vorm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een vierpas. Op dit kastje is er een zeszijdig, neogotisch torenbaldakijn waarin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een beeldje van de H. Odrada werd geplaatst. Het neogotische torentje rust op zes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vierzijdige zuiltjes en is versierd met spitsbogen, driepassen, visblazen, pinakels,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hogels en kruisbloemen. De heilige draagt een kleed, een borststuk, een mantel met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schouderstuk, een diadeem op het hoofd met de loshangende haren. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechterhand houdt zij een twijg, in de linker de teugels van het paard dat achter haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ligt. Dit schrijntje werd vastgehouden door twee engelen en zo werd het op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
offerplateau in de processie rondgedragen. Het werd op 22 juli 1891 ingehuldigd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewijd door Monseigneur Anthonis, bisschop van Constantië, samen met een beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada (zie nr. 13) dat toen dank zij een rondhaling in Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangekocht. Het reliekschrijn werd in stoet naar de kerk overgebracht. Volgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verslaggever KVM in de Gazet van Moll (7, nr. 30, 25 juli 1891) keken de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewoners ‘vol bewondering naar de overschoone relikwiekas’ ; ‘de kas heeft de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vorm van een gotische toren, in het midden berust de relikwie, rondom dewelke zes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
engelen geschaard zijn. Boven staat het beeld der heilige ; dit alles in fijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgewerkt en verguld koper. Kas en beeld, giften der Baelenaren, zijn beide&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstgewrochten, het eerste verveerdighd door den Heer Festraets, zilverdrijver te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen ...’. Over het aantal engelen spreekt de schrijver zich uit in poëtische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overdrijving.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1898, p. 68-69 ; A. GEBOERS,[1908], p. 206;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J. Jansen, 1975, p. 13 ; J. Defever, 1975, p. 198-199 ; J. Defever en J. Jansen, 2002,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 61; J. JANSEN, 2014, p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. BALEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;34&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kerk Sint-Andries&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schilderij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de achtergrond :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada bedwingt het wilde paard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada naar Alem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vlaamse School&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1654&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doek, 122 x 171 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bovenaan een opschrift in een stralengloed : S ODRADA VIRGO.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Heilige Odrada wordt voorgesteld in rijke kledij met wit kleed en bovenkleed,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een hoed met juweel en struisveren op het hoofd. Zij zit schrijlings op een wit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard dat volledig uitgerust is met teugels, riemen, dekkleed (en zadel). De heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wordt voorgesteld in een zachtglooiend landschap met bossen en rechts een kasteel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op het tweede plan zien wij hoe de H. Odrada op de rand van een bos de teugels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aandoet bij een wit paard dat voor haar neerknielt ; rondom deze voorstelling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kronkelt een rivier met vooraan een waterrad. Op het derde plan wordt de uitvaart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada voorgesteld : een ossenspan met vier ossen, die een wagen met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vier wielen trekken waarop een lijkkist is geplaatst onder een doek met een kroon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erop. Haar vader en moeder vergezellen het span ; ze zitten beiden op hetzelfde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
paard, de edelvrouw achteraan. Het schilderij moet ontstaan zijn naar aanleiding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de verwerving van de reliek van de Balense heilige in 1654. Analoog met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
legende wordt er een kasteel uitgebeeld en verschijnt Odrada als een zeventiende-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuws uitgedoste dame. Ook de aanwezigheid van de watermolen dient als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
‘historisch’ referentiepunt, en verwijst naar de Grote Neet te Scheps, met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
watermolen die op deze rivier aktief was.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Merkwaardig is het dat de H. Odrada blijkbaar een wilgetak in de rechterhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houdt, daar waar de legende toch duidelijk over een lindetak sprak. Mogelijk gaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het hier om een vergissing omdat de legende nog niet zo goed gekend was. Volgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Geboers en F. Van Olmen (p. 65-66) was dit schilderij uit de kapel van Schoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herkomstig. Ook F. Donnet en F. Van Leemputte hadden in 1907 het kunstwerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aldaar opgemerkt. Deze kapel, die aan de H. Thomas van Canterbury is toegewijd,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is altijd afhankelijk geweest van de Sint- Andrieskerk, zodat we toch eerder opteren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de mening dat het schilderij oorspronkelijk voor de kerk is geschilderd en later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdelijk in de kapel is beland om nadien terug in de oorspronkelijke bewaarplaats te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belanden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 95 ; 1898, p. 65-66; F. Donnet en F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van Leemputte, 1910, p. 518; J. Jansen, 1969, p. 31 ; 1975, p. 14 ; J. Defever,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;35&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1975, p. 181 –183 ; J. JANSEN, 1981, p. 32-33; J. Defever en J. Jansen, 2002, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
96-97: J. JANSEN, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. BALEN (Gerheide) nu in Kapel te Gerheide??&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Jan de Doper&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend op voetstuk links vooraan: JEF JACOBS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jef Jacobs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eik, hoogte 170 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt voorgesteld in amazonezit op het paard. Zij draagt een kleed, een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
borststuk, een mantel, die voor de borst werd samengebonden. Op het hoofd is er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een diadeem, de haren zijn los. In de rechterhand houdt Odrada een tak, de linker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rust op het paard. Het beeld is sterk geïnspireerd op dat van Millegem. Het beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd besteld door pastoor Swinnen ; het stond in de Sint-Andrieskerk tot voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enkele jaren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. BALEN (Scheps)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kapel Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1896&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
baksteen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nadat de heren Lambrechts, van Vorst, de weide met het Odradaputje aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek van Sint-Andries hadden geschonken, bouwde men ter plaatse een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapel in 1896. Dit was tijdens het pastoorschap van E.H. Van der Donck. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
neogotische kapel werd ingewijd door Z.E.H. Deken Cuypers van Mol op 5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
november, feestdag van de H. Odrada. Jaarlijks werd er voortaan een processie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gehouden op deze dag, van de Sint-Andrieskerk naar de kapel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het ééncellig gebouw met dubbele deur heeft drummers op de hoeken en is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verlicht door twee vensters in de zijmuren. De voorgevel draagt een kruis in de top,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het is doorbroken door een klein roosvenster en draagt het opschrift: ‘Achter de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapel ligt de Odradaput met het heilzame water, tegen oogziekten en veeziekten’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1898, p. 71; A. GEBOERS, [1908], p. 211.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;36&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;12. BALEN (Scheps)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Park met Kapel Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cesar Daems, van Turnhout (?)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1947&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
steen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit beeld is een getrouwe kopie in steen van het beeld in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen (zie nr. 5). De kleding, de houding, het paard, alles werd getrouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weergegeven. Het beeld werd geplaatst in 1947 in opdracht van de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevolking, zoals staat geschreven op het voetstuk. Het werd opgericht aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingang van het park dat rond de kapel van de H. Odrada en de waterput werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangelegd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. BALEN (Schoor)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kapel Sint-Thomas van Canterbury&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu: BALEN, Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opschrift op de voet: DOOR DE BAELENAREN DE HEILIGE ODRADA&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPGEDRAGEN Ao Dni 1891&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leopold Blanchaert, van Sint-Denijs-Westrem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gepolychromeerd door Adrien Hubert Bressers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1891&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout, h. 137 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada wordt hier voorgesteld op een sokkel, terwijl het paard achter haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de grond ligt. De heilige draagt een lang kleed met lange mouwen, een grote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mantel, samengehouden door een sluitstuk op de borst, een puntschoen aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voet. Op het hoofd draagt zij een kroon met parels en sierstenen, het haar hangt los&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de rug ; achter het hoofd werd een diadeem aangebracht. In de rechterhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houdt zij een lindetak, in de rechter een boek en ook de teugels van het paard. Op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het voetstuk is er een gedateerd schenkingsopschrift van de Balenaren (1891).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het was op initiatief van pastoor Van den Bosch dat er in de gemeente Balen een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondhaling gebeurde in het jaar 1890: hiermee werden een beeld en een troonhemel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;37&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;aangekocht. Ze werden samen met een reliekkastje op 22 juli 1891 ingehuldigd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewijd door Monseigneur Anthonis, bisschop van Constantië. In de Gazet van Moll&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(7, nr. 30,25 juli 1891) werd door K.V.M. uitvoerig verslag uitgebracht over de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inhuldiging en wijding die er die dag plaats vonden. Er trok een stoet door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
straten van Balen- Centrum waarin verscheidene taferelen uit de legende waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgebeeld ; de huizen en straten waren versierd en verscheidene jaarschriften en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedichten waren er te lezen. Er werd een plechtige mis opgedragen waarin Z.E.H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andreas Geboers de inwoners toesprak vanop de preekstoel. De ooggetuige van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gazet van Moll vermeldde dat het beeld werd gemaakt door ‘den welgekenden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeldhouwer mijnheer Leopold Blanchaert’. De polychromie werd vermoedelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgevoerd door Adrien Bressers. Het beeld heeft altijd in de kerk gestaan tot het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1967 naar de kapel van Schoor werd overgebracht, samen met de troonhemel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1898, p. 68-69 ; A. GEBOERS, [1908], p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
204-206; J. Jansen, 1975, p. 16 ; J. Defever en J. Jansen, 2002, p.106.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. BALEN (Schoorheide)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk O.-L.-Vrouw van Lourdes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu: BALEN (Schoor) Kapel Sint-Thomas van Canterburry&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Overgeplaatst na de afschaffing van parochie Schoorheide&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Getekend op voet onder links ED. DAEMS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Edward Daems&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1940&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
witte zandsteen, h. 104 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada is voorgesteld in een lang kleed met een borststuk, een lange mantel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
om de schouders, een diadeem op het hoofd. In haar rechterhand draagt zij een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lindetak, in de linkerhand houdt zij de teugels van het paard dat achter haar neerligt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de kop naar de heilige richt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit beeld werd bij de opbouw van de kerk geschonken door mevrouw Victor Mol-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bens, van Schoorheide.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : R. Vermeulen, 50 jaar Kapelanij Schoorheide, in Ledenblad Heemkundige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kring Balen, 40, 1989, p.14-15.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;38&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. BALEN (Wezel)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Jozef&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1906&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zandsteen, hoogte 111 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de oprichting van de kerk in 't begin der twintigste eeuw werd het bedehuis van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het nodige meubilair voorzien. Onder de reeks beelden van heiligen die werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geplaatst was er ook dat van de Balense patrones tegen oogziekten en veeziekten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kerk werd gewijd in 1906 en definitief ingehuldigd in 191 3. De kerk zowel als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de pastorie werden opgetrokken naar de plannen van architect Juul Taeymans. Dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was tijdens het pastoorschap van Joannes Valgaeren (1 898-1 9459, van Zoerle.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De voorstelling is geïnspireerd op het beeld van 1896 van Leopold Blanchaert (zie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nr. 13). De heili handen draagt zij een bloeiende tak en een boek; aan haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechterzijde rust, als attribuut, een geknield paard op de bodem.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. DESSEL&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Niklaas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam in zijbeuk zuid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jan Huet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1950&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada zit schrijlings op een vurig wit paard dat zij bij de manen ment met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de rechterhand. Zij is voorgesteld in een lang gewaad, met een weelderige haartooi&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en een eenvoudige kroon op het hoofd. Met de linkerarm maakt zij een sprekend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebaar. Op de achtergrond bovenaan wordt de kerktoren van Balen uitgebeeld.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Wouters, die te Dessel zijn functie uitoefende van 1948 tot 1960, was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herkomstig van Balen en liet in 1950 enkele glasramen plaatsen in de kerk door Jan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huet (get. en ged. : ‘Joh.es Huet fecit anno 1950’. Deze glasramen vervingen deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van oudere datum. A. Geboers en F. Van Olmen vermeldden in 1891 (p. 101) een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
glasraam waarop de Balense heilige werd uitgebeeld.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. DIEST&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;39&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Stadsmuseum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2de helft 17de eeuw of ca. 1766&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hout, h. 17,5 cm (zonder sokkel)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt rechtstaand uitgebeeld met het paard rechtstaand aan haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
linkerzijde. Zij draagt een kleed, een opperkleed met sierbanden onderaan, in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heup, aan de hals en aan de schouders ; zij houdt haar mantel met de rechterhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegen de borst. De haartooi is eenvoudig, zij draagt geen kroon. Met de linkerhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houdt zij blijkbaar het paard bij de teugels ; toch zijn er geen teugels of breidel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
merkbaar bij het paard. Het heiligebeeldje en het paard zijn afzonderlijk op een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plankje vastgemaakt en daarna op een voetstuk bevestigd. Het beeldhouwwerk is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet van grote kwaliteit. De schildering van het beeld werd helaas verwijderd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omstreeks 1955, waardoor de gebrekkige kwaliteiten nog duidelijker werden. Wij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunnen ons ook afvragen hoe dit beeldhouwwerkje in Diest is terecht gekomen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mogeliik is het een devotiebeeld geweest dat werd aangeschaft door een begijn,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herkomstig uit Balen of Millegem. De heropleving van de devotie in de tweede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helft van de 17de eeuw kan hiertoe de aanleiding zijn geweest. Anderzijds werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het Begijnhof te Diest een huis gebouwd waarop het jaartal 1766 voorkomt met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurankers; volgens de gegevens ter plaatse (Cat. Kunstschatten uit het Diestse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begijnhof, Diest 1988, p. 182) droeg dit huis de naam Adrada of Odorada. De vraag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is dan ook of hier geen Balense begijn als opdrachtgeefster kan aangeduid worden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en ook of er een relatie is tussen het huis met de naam Odrada en het beeldje in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stadsmuseum. In het laatste geval dateert het beeldje van honderd jaar later.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : Cat. Kunstschatten uit het Diestse begijnhof, Diest, 1988, nr. 31.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Behandeling : 1957-1958 door K.I.K. Brussel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DOORNIK kathedraal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geboers en Van Olmen p. 75&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bisschop Zoësius schonk een zilveren beeld van de H. Odrada aan de hoofdkerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Doornik waar hij kanunnik was geweest.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zoësius verdeelde vanaf 1617 de relikwieën aan verschillende kerken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. HERSELT&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Servatius&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;40&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend en gedateerd op voetstuk onder rechts: L. MORTELMANS ANVERS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1876&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Louis Mortelmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1876&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout, hoogte 149 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige draagt een kleed met lange mouwen die omgeplooid en met een ring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegestrikt werden aan de polsen. Het borststuk is rijkelijk versierd ; onderaan zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er lobben, in het midden werd een band aangebracht die samengebonden werd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een touw met knopen, het touw hangt neer voor het lichaam en is versierd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwasten. Zij draagt een mantel en een schouderstuk, dit laatste is afgeboord met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermelijn. Op het hoofd is er een kroon, het haar is samengebonden met achteraan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
neerhangende pijpekrullen. In de rechterhand houdt zij een lindetak, in de linker de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
teugels van het paard dat achter haar ligt en naar de heilige opkijkt. De rechterarm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is omhoog geheven, de linker houdt zij uitgestrekt boven de kop van het paard.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit beeld werd besteld door Z.E.H. Pastoor Petrus Josephus Dillen, Balenaar van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geboorte en pastoor te Herselt van 1855 tot 1880 (W. De Bie, 1973, p. 130). Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
staat vermeld in het verslag van de buitengewone uitgaven van de kerkfabriek van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
september 1874 (Rijksarchief Antwerpen) ; de auteur werd niet genoemd. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld is nauw verwant met dit uit de Sint-Odradakapel te Herselt dat er een kopie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van is, en twee beelden van de Sint-Odradakerk te Millegem ; de vier beelden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeten door dezelfde beeldhouwer gemaakt zijn. Het beeld van Herselt is het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oudste en heeft vermoedelijk model gestaan voor de andere. Wie het beeld heeft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemaakt is nog niet vastgesteld. Wel weten wij dat pastoor Dillen een voorliefde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
scheen te hebben voor beeldhouwer Louis Mortelmans, bij wie hij verscheidene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beelden bestelde : in 1859-1860 twee beelden op het koor, in 1863 Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Annabeeld, in i878 H. Hart van Maria en Hart van Jezus, in 1879 H. Vincentius.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We kunnen ons dan ook afvragen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
of pastoor Dillen zich voor de Odrada-beelden ook niet tot Louis Mortelmans heeft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewend (Rijksarchief Antwerpen. Liber memorialis Herselt). K. Eyckmans (1990,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 78) bevestigt de voorkeur voor bestellingen bij L. Mortelmans maar dateert het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld uit de kerk in 1877 ; mogelijk gaat het hier om het beeld voor de kapel ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens deze auteur kostte het kunstwerk 300 fr, daar waar de andere op 500 en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
600 fr werden getaxeerd. Onlangs konden wij vaststellen dat het beeld van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Millegem met zekerheid aan Mortelmans kan worden toegekend, quod erat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
demonstrandum (zie nrs. 25, 26 en 28).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;41&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 101 ; 1898, p. 75 ; J. Jansen, 1975, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18 ; K. Eyckmans, 1990, p. 78.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19 Herselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kapel Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Louis Mortelmans (toegeschr.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1876, gestolen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
witgeschilderd hout, h. ca. 50 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt voorgesteld met het paard liggend achter haar. Het is een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getrouwe kopie van het beeld dat zich in de Sint- Servatiuskerk bevindt; het komt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit hetzelfde atelier van Louis Mortelmans (zie nrs. 19, 25, 26 en 28). Het werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eveneens besteld tijdens het pastoorschap van de Balenaar Petrus Josephus Dillen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het staat vermeld in het verslag van de buitengewone uitgaven door de kerkfabriek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van augustus 1876 (Rijksarchief Antwerpen). De kapel bevindt zich op de hoek van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de baan naar Aarschot en deze naarWestmeerbeek. Het is een kleine cel met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorportaaltje en driezijdige afwerking naar het oosten toe. Aan de oostzijde is er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
buiten een herinneringssteen op namen van F. Verlinden, bu$rgemeester, en H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mertens, notaris.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het beeld werd gestolen en vervangen door een plaasteren copie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 101 ; 1898, p. 75 ; W. Belie, 1973, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
65.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
HOOGSTRATEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Catharina&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koorgestoelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Atelier H. Peeters-Divoort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1856, gestolen in 1963, vervangen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het atelier H.Peeters-Divoort restaureerde het koorgestoelte (1532-1548) in 1856;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kostprijs was 7000 Bf. In 1963 werden zes beeldjes ontvreemd; ondermeer dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada. De ontvreemde beeldjes zouden door beeldhouwer R. Cools&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;42&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Beschrijving in 1971: “hier zien we de heilige amazone voorgesteld met de haren in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de wind en een lindetwijg in de hand”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: J. LAUWERYS, De kerk van Hoogstraten, deel II Symboliek en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ikonografie, in Jaarboek van Koninklijke Hoogstratens Oudheidkundige Kring, jg.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39, 1971, p. 177, 182.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief: Hoogstraten Kerkarchief, nr. XXII B, correspondentie in 1857-1859.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MACHAREN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Pieters-Banden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Devotieprent, geraakt hebbende aan de reliek van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voorstelling van de H. Odrada,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
taferelen uit haar leven en de processie van de H. Odrada te Macharen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met voorstelling van opdrachtgever Johannes De Roover&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1699&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inkt op papier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Johannes De Roover liet in 1699 een prent vervaardigen waarop hij de devotie tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada bijzonder wist te illustreren. Centraal was er een voorstellling van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada met neerknielend paard, breidel en lindentak; links de voorstelling van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het kasteel te Balen-Scheps, De inkeer van de vader wanner Odrada de stoet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervoegd en De kerk van Milligem waar Odrada een bron doet onspringen; aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechterzijde van de prent werden de Noordbrabantse vereringsplaatsen uitgebeeld:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bovenaan Alem en de ontvangt van de ossewagen met het lichaam van Odrada, het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kazpittel van Alem en een eikeboom die door het ossenspan wordt geraakt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onderaan rechts Macharen en de processie die meerdere dorpen aandoet: Megen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haren en Teffelen. Tussenin werd in gebed Joannes De Roover voorgesteld.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De prent had een bijzondere kracht vermits ze had geraakt aan de reliek van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada. Zij was dan ook bestemd voor bedevaarders en vereerders. Pastoor De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roover getuigde hiermee weer van zijn grote verering maar ook van de grote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inventiviteit en volharding die hij hierbij aan de dag legde. In het gebedsgedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alludeerde hij herhaaldelijk op de te Milligem teruggevonden fontein.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: Markus DE BRUIN, De St. Odradakapel te Macharen, in Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
degblad, 13 april 1951.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MACHAREN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Pieters-Banden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens het werkbezoek van 09.04.2014 door Kamiel Mertens en Johan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fotografeerde deze laatste een vaandel met voorstelling van de H. Odrada.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;43&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Bibliografie: De heilige Odrada. Verzameling van alle publicaties, uitgegeven door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale, Balen, 2014, deel 2, p. 921.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MACHAREN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Veldkapel van H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens het werkbezoek van 09.04.2014 door Kamiel Mertens en Johan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fotografeerde deze laatste het plaasteren beeldje van de H. Odrada in de kapel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: De heilige Odrada. Verzameling van alle publicaties, uitgegeven door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale, Balen, 2014, deel 2, p. 918.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. MACHAREN (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekosculatorium van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ged. schenkingsinscr. van pastoor Johannes De Rover 1691&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zilver, diam. ca. 6 cm X 4 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De ovale reliekhouder met glazen plaatje vooraan, bevat een stukje stof van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleed van de H. Odrada. Aldus vermeldt het opschrift nabij de reliek. Achteraan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was er een gegraveerde inspriptie : F. JAC. VIC. DELEG. BUSC. IOES. DE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ROVER PAST. IN MACHAREN 1691. De namen van de apostolisch-vicaris van 's&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch en deze van pastoor Johannes De Rover verwijzen naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoofdpersonen bij het verwerven en erkennen van de nieuwe reliek in 1691.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens A. Geboers en F. Van Olmen zou deze reliek herkomstig zijn uit de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Schijndel, waar ze bewaard werd onder het altaar van O.-L.- Vrouw. Het gaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier dus om een tweede reliek die pastoor De Rover zou verworven hebben nadat in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1663 een deel van het kaaksbeen naar Macharen werd overgebracht door Antonius&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bedix. Deze Macharense pastoor De Rover had een bijzondere belangstelling voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de cultus rond de H. Odrada vermits hij in 1682 de vita had ‘getranslateerd in 't&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vlaemsch’, aldus de titelpagina van het ‘rijmdigt’ van Judocus Coene, die zich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hiervoor op het werk van De Rover had gebaseerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Geboers en F. Van Olmen vermeldden ook dat de kerk te Macharen een gedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het purperen kleed van de H. Odrada zou bewaren. De relikwie werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maandelijks vereerd ; jaarlijks waren er twee gezongen missen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 104 ; 1898, p. 78.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. MACHAREN (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekschrijn van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;44&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;met buste van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1690&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
witgeschilderd hout, nu verguld, h. ca. 75 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tombe is versierd met bladornamenten en rust op vier klauwpoten eneen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voetplank. In het midden is er een cartouche met opschrift ‘H. Odradab.v.o.’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bovenop een buste van de heilige, met kleed en schoudermantel, bloothoofds, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haren samengebonden achteraan. Op het hoofd waren geen sporen aanwijsbaar van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige kroon. Dit reliekschrijn werd vermoedelijk gemaakt bij de oprichting van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapel van de H. Odrada in 1690. Onder impuls van pastoor De Rover kreeg de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada-verering een nieuw elan en werd ook deze reliekhouder gemaakt. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
combinatie van een dergelijk schrijn in de vorm van een graftombe, met bovenop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de buste van de heilige is vrij verspreid.Het schrijn stond enige tijd in de wegkapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1850.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 105 ; 1898, p. 78.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. MACHAREN (NL.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kapel H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1850&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
baksteen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kapel staat op een kleine heuvel ; ze is omringd door lindebomen Achter in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oostelijke muur werd het jaartal 1850 aangebracht – herinnerend aan de oprichting&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- alsook de initialen van de schenkers PHVDB en GR (?) - KM.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze wegkapel vervangt een grote kapel toegewijd aan de H. Odrada, opgericht in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1690 door pastoor De Rover ‘om soo dese Heijlige, wiens reliquien anno 1663 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Macharen sijn gecomen, te vereeren’ (Markus De Bruyn, 1951). Kort nadien liet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Rover nog veertien staties van de kruisweg bouwen in de nabijheid. De reliek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1663 werd verworven dank zij Antonius Bedix, religieus van Averbode, die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Balen een stukje van het kaaksbeen van de H. Odrada overbracht. Rond&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1690 werd er nog een tweede reliek verworven die ook in de processie werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meegedragen. Pastoor De Rover had zijn buurtpastoors uitgenodigd toen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processie voor de eerste maal uittrok : ‘Sondagh naer Onze Lieve Vrouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hemelvaert sal wesen de solemnele (processie) en bedevaert, een van den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maaskant en een uyt het lant van Ravesteyn, tot de Reliquiae van de H. Maghet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada binnen Macharen. Het inhalen en uijtleijen cal treffeliijck wesen, en is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergunt door Innocentius XI vollen alflaet aen alle Christi gelovige onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewoonlijcke conditien ...’ Daar waar de twee processies mekaar ontmoetten werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;45&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;een ‘vertoning’ opgevoerd nl. een toneelspel over het leven van de H. Odrada,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgebeeld in verzen, geschreven door De Rover (Markus De Bruyn). De grote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapel van 1690 werd afgebroken in 1833. Het houten reliekschrijn met de buste van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada werd voor de grote kapel gemaakt. Bij de oprichting van de wegkapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1850 werd het reliekschrijn in deze wegkapel bewaard. Thans berust het in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk. Het feest van Sint-Odrada werd te Macharen gevierd de zondag na O.-L.-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vrouw Tenhemelopneming.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : Voorlopige lijst, 1931, p. 249; M. De Bruin, 1951.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geboers en Van Olmen, p. 83-87&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. MECHELEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Rumoldus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koorgestoelte met beeld van H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gebroeders Goyers, van Leuven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontwerp van Fl. Pluys&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1860&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eik, h. beeld : 58 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt voorgesteld in een lang opperkleed en daaronder een lang kleed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met wijdse mouwen. Op het hoofd draagt zij een kroon, in de rechterhand een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lindetak, in de linker de teugels. Het beeld werd onder een neogotisch baldakijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegen het rugbeschot geplaatst, samen met andere heiligen die in het aartsbisdom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden vereerd. Het is beschadigd aan de rechterhand. Kardinaal Sterckx was de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondlegger voor deze heiligenreeks ; hij noemde de H. Odrada ‘de grootste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weldoenster van de Kempen’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 102 ; 1898, p. 76 ; J. Jansen, 1977, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
68.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEERHOUT&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Trudo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2de helft 19de eeuw, verwoest tijdens de tweede Wereldoorlog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de kerk was er een glasraam aanwezig met de voorstelling van de H. Odrada, “de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patronesse van ’t naburige Milleghem, waarvoor de Meerhoutenaren eene groote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;46&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;devotie hebben; aan den toom houdt zij het peerd dat voor haar nederknielde, toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij van Baelern naar Milleghem kwam”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Sint-Trudokerk werd totaal verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog; het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
glasraam is niet meer aanwezig.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Odradaverering bestond in Meerhout reeds langen tijd. Karel Mangelschots, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
latere pastoor van Meerhout-Gestel, publiceerde in 1854 het levensverhaal van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada. Hij was dan zeventien jaar en zal een fervent Odradavereerder geweest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn. Vermoedelijk heeft hij ook contact gehad met onderpastoor Dillen die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
documentatie verzamelde onder de heilige en de geschriften van Johannes de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roover bestudeerde in Mol-Milligem. De drukker van de publicatie J.B. Peeters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Geel, was in die periode lid geworden van het literaire genootschap dat in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meerhout bestond en waar Mangelschots ook lid van was. Mangelschots schreef&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het levensverhaal van Odrada voor de bedevaarders.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: J.H. JONGENELEN, pastoor, Bouwstoffen voor de Geschiedenis van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meerhout met eenige Historische Aanteekeningen over de Oude Kempenj,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meerhout-Turnhout, 1900, p. 87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MOL (Milligem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekdoosje van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1686&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
metaal en gouddraad, diam 3,6 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: J. JANSEN, 2006, p. 83-98&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4de kwart 17de eeuw, gerestaureerd in 2009-2010 door Richardson-Weissenborn,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Gentbrugge&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout, h. 77 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt rechtstaande voorgesteld, terwijl het paard aan haar linkerzijde op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de grond ligt. Zij draagt een kleed, een opperkleed met franjes onderaan, een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
borstplaat met lobben versierd en in het midden een band, lange mouwen, een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mantel die op de borst wordt dichtgehouden met een speld. Om de hals draagt zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;47&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;een parelsnoer, op het hoofd een diadeem en een hoofdsluier die neerhangt op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechterschouder, borst en linkerschouder. De handen zijn afzonderlijk aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld aangebracht en kunnen uit de mouwen genomen worden ; van de rechterhand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
raken wijsvinger en duim mekaar, mogelijk was hier vroeger een tak aangebracht ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de linkerhand grijpt het paard vast bij de teugels (?). Het paard draagt teugels en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
breidel, het is op een bodemplank aangebracht. Het beeld met het paard rust op een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voetstuk, het geheel heeft een vernieuwde polychromie. Wij durven het beeld in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verband brengen met de terugvinding van de ‘fontein in 't jaer 1686’, zoals werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geciteerd door de Geelse kanunnik Judocus Coene op de titelpagina van zijn boek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over het leven van de H. Maagd Odrada. Mogelijk is ook Millegem na enkele&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
decennia betrokken geworden bij de verering van onze Kempische heilige, nadat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbloei in Balen was begonnen met de verwerving van de reliek in 1654. Bij die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gelegenheid moet men op zoek gegaan zijn naar mogelijk plaatselijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewijsmateriaal, dat vanuit de legende kon afgeleid worden. Ook naar stijl kan dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld einde 17de-begin 18de eeuw geplaatst worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vooral de opvatting van het hoofd met diadeem en zwierige hoofddoek laten deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering veronderstellen. In de voormalige kerk stond het beeld op het zuidelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijaltaar, toegewijd aan de H. Odrada. Niet onbelangrijk om te vermelden is ook dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Guilhelmus Lauwers, kanunnik van Sint-Dimpna, pastoor van Millegem was in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
periode 1655-1698. Hij volgde in 1677 Joannes Hubens op als apostolisch vicaris&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het bisdom 's Hertogenbosch (S. Heurckmans, 1986, p. 42). Mogelijk is hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kontaktpersoon geweest met Joannes De Rover te Alem en Macharen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen 1891, p. 98 ; 1898, p. 72 ; F. Donnet en F. Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemputten, 1913, p. 1 146 ; J. Jansen, Cat. 1971, nr 23 ; 1975, p. 44 ; S.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heurckmans, 1986, p. 82; J.JANSEN, 2006, p. 83-98..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MOL-MILLIGEM&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kruis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gemaakt uit het hout van de lindeboom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Latijns opschrift van 1709:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gemaakt in opdracht van pastoor Petrus Gerardi, pastoor te Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Getuigenis van Christianus Wuyts, pastoor te Dessel en deken van het distrikt Geel,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hij zou het kruis van Gerardi hebben gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. Geboers en Van Olmen, 1891, p. 101&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;48&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;MOL (Milligem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam, op het koor van de oude kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
midden 19de eeuw?, verdwenen bij de afbraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, 1898, p. ???&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MOL (Milligem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wandschilderingen, links en rechts op het koor van de oude kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Taferelen uit het leven van de H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
midden 19de eeuw?, verdwenen bij de afbraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, 1898, p. ???&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MOL-MILLIGEM&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastorie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een houtblok van den Milligemse lindeboom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kruis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemaakt uit het hout van de lindeboom van Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met Latijns opschrift van 1709:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gemaakt in opdracht van pastoor Petrus Gerardi, pastoor te Milligem 1698-1733&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Getuigenis van Christianus Wuyts, pastoor te Dessel (1701-1722) en deken van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
distrikt Geel, hij zou het kruis van Gerardi hebben gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. Geboers en Van Olmen 1891, p. 101&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 2009 Mechelen, De Hemel in Tegenlicht, nr. 247&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opschrift: St ODRADA&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getekend en gedateerd op voetstuk o. r.: L. MORTELMANS ANVERS 1876&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Louis Mortelmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1876&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hout, h. 92 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;49&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Op de pastorie te Millegem is een beeld bewaard dat vermoedelijk een ontwerp is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het beeld onder de preekstoel (zie nr. 26). De kleding van de heilige is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
identiek. Het beeld is gesigneerd en gedateerd op het voetstuk onderaan rechts op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de zijkant : L MORTELMANS ANVERS 1876. Over de identificatie bestaat dan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook geen verdere twijfel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De voorstelling komt volledig overeen met de twee beelden van Herselt (nrs. 18 en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19). Het paard ligt achter de heilige figuur. Daartegenover is het beeld van onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kuip van de preekstoel anders opgevat : de heilige zit op het paard. Is men tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
andere inzichten gekomen betreffende de compositie ? Het beeld in de pastorie is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het oudste en gaat het andere vooraf. Mogelijk bestaat er geen relatie tussen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee beelden en had het beeld uit de pastorie alleen een devotiefunctie. Het beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wordt thans in de sacristie bewaard.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herk. van voormalige preekstoel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Louis Mortelmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1877&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eik, h. 162 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heilige wordt voorgesteld terwijl zij in amazonezit het paard berijdt. Zij draagt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een kleed met lange mouwen die omgeplooid en met een ring toegestrikt werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan de polsen. Het borststuk is versierd en heeft een omgeplooidekraag ; onderaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn er lobben, op het borststuk werd een band aangebracht die samengebonden is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met een touw met knopen. Het hangt naar beneden en is onderaan versierd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwasten. Zij draagt een mantel en een schouderstuk, dit laatste afgeboord met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermelijn. Op het hoofd is er een kroon, het haar is samengebonden en achteraan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn er neerhangende pijpekrullen. De heilige zit op het paard dat naar links stapt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haar rechterarm is omhoog geheven, de linker rust op het paard. Het dier draagt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
noch breidel, noch teugels. Op de pastorie vinden wij een mogelijk ontwerp voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het hierbesproken beeld; dit is gesigneerd en gedateerd (zie nr. 25). Het beeld is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
samen met drie reliëfs (zie nr. 28) herkomstig van de voormalige preekstoel ; het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stond opgesteld onder de kuip. De voormalige kerk van Millegem werd gebouwd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1858 naar de plannen van architect Van Gastel. Het beeld vertoont identieke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trekken met dat van 1874 uit de Sint- Servatiuskerk te Herselt. Vooral de typering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de heiligefiguur in kleding en attributen is kenschetsend. Het kunstwerk komt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit het atelier van Louis Mortelmans zoals wij onlangs hebben kunnen vaststellen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eén van de drie reliëfs van de kuip is gesigneerd en gedateerd. Deze gegevens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;50&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;worden bevestigd door Staf Heurckmans in zijn boek 'Duizend jaar Millegem'. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
preekstoel werd in 1980 afgebroken ; de reliëfs werden in een dienstaltaar verwerkt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
; het beeld onder kuip werd op een sokkel geplaatst (S. Heurckmans, 1986, p. 110).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 98 ; 1898, p. 72 ; J. Jansen, 1975, p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44 ; S. Heurckmans, 1986, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Klok&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genaamd Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eysbouts&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brons, 846 kgr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze klok draagt het volgend opschrift : ‘Ik ben toegewijd aan de H. Odrada.Ik heb&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
als peters de heren kerkmeesters Jan Lievens, Juul Eyckmans,Jozef Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Craenendonck, Jozef Vermeir en Louis Van Baelen. Pastoor Jozef Jonghmans. Me&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fudit Eysbouts.’ De klok werd ingewijd door Z.E.H. Deken van Mol op de Tweede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Paasdag van 1968. Ze werd gegoten ter vervanging van een klok uit 1879 die door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Duitse troepen werd geroofd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De klok woog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
851 kgr. en droeg het volgende opschrift : ‘Ik ben toegewijd aan de H. Odrada. Ik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heb voor peter H. Broes en voor meter A.E. Berghmans. Fr. Deckers pastoor te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Millegem 1879. Me fudit Lovanii Severinus Van Aerschodt’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : S. Heurckmans, 1986, p. 61, 94-96.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliëfs (3)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herkomstig van voormalige preekstoel :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada wijst de huwelijkskandidaten af&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada in gebed in de kerk te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada doet een bron ontspringen te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Louis Mortelmans (get. en ged.)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1877&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eik, 63 cm X 44,5 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;51&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;In het dienstaltaar van de winterkapel werden drie reliëfs ingebouwd waarop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorstellingen uit de legende van de H. Odrada zijn uitgebeeld. De reliëfs waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeger in de kuip van de preekstoel ingewerkt (zie ook nr.26). Dit kerkmeubel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geraakte in onbruik en in 1980 liet onderpastoor Vennekens de kansel afbreken. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorstellingen waren meer specifiek op de bedevaartplaats van Millegem gericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de gebeurtenissen omtrent de grote dorst van Odrada en het ontspringen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een bron. Wij stelden onlangs vast dat één van de panelen gesigneerd en gedateerd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was : L. Mortelmans/ Anvers 1877. Deze gebeitelde inscriptie komt voor onderaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechts op het eerste reliëf, voorstellend : H. Odrada wijst de huwelijkskandidaten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
af. Hiermee wordt dan ook een punt gezet achter de speculatieve interpretaties bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de beelden van Herselt en Mol-Millegem (nrs. 18, 19, 25, 26) over het auteurschap&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van deze kunstwerken. De toeschrijving werd reeds vermeld in de publicatie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staf Heurckmans. Onder elk van de reliëfs werd een opschrift aangebracht ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verduidelijking van het voorgestelde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderwerp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ‘De H. Odrada weijgerd het houwelijk’.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In een architecturaal interieur met pilasters,rondbogen en architraaf staatde H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada centraal ; een rijkelijk uitgedoste prins vraagt haar hand maar de jonkvrouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weigert. De prins draagt een kroon op het lange haar en is gekleed met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puntschoenen, nauwsluitende broek, kostelijk versierde wambuis en een mantel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij richt zich met de hand tot de jonkvrouw en is vergezeld van twee dienaren die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een kistje met kostbaarheden meedragen als geschenk. Odrada maakt een afwerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebaar met de linkerhand. Ze draagt een kroon op het hoofd en is gekleed met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puntschoenen,lang kleed,halflijfs bovenstuk en schoudermantel. Ze is vergezeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van twee dienaressen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ‘De H. Odrada stort haer gebed tot God’. Het tafereel speelt zich af in een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkinterieur met drie pilasters, een hoofdgestel en twee vensters. Links staat een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaar opgesteld met drie treden, een altaartafel met tabernakel en vier kandelaars ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de tabernakeldeur staat een hostiedragende kelk. Het geheel is bekroond met een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kruisbeeld. Odrada is neergeknield op de onderste trap, de handen gevouwen ; ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
draagt geen kroon en is gekleed met mantel, borststuk, lang kleed, in het midden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gebonden touw met knopen. Achter haar staat een knielbank opgesteld met een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eenvoudig gezin.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ‘De H. Odrada verwekt een fontijn’&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het wonderbare gebeuren speelt zich af nabij een kerkje, in open lucht met wolken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en een stralende zon. In het midden wordt Odrada voorgesteld nabij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoogopspringende bron ; ze draagt dezelfde kleding als in het vorige tafereel ; ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heeft de handen gevouwen en richt het gelaat omhoog. Zeven personages&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omringen haar : een oude man met lange baard en gekromde rug, die op zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wandelstok leunt ; een vrouw met hoofddoek die het water van de bron opvangt ;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;52&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;een mannefiguur die een dier (paard ?) van het water laat drinken ; een vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevouwen handen ; een man die uit een kruik drinkt ; een moeder met hoofddoek,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die neerknielt en het water opvangt ; een kind dat de twee armpjes uiisteekt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : A. Geboers en F. Van Olmen, 1891, p. 99 ; 1898, p. 73 ; S. Heurckmans,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1896, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliëfs (2)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herk. van voormalig hoofdaltaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada bedwingt het wilde paard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- H. Odrada plant een lindetak en doet een bron ontspringen te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Henri Maes (archief)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1903 (archief)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaar met reliëfs gerestaureerd in 2010 en teruggeplaatst in de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout, reliëf 145 cm x 108 cm, hoogte tabernakel 83,50&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De twee reliëfs zijn thans op de zolder van de kerk bewaard. Ze stonden vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgesteld in het retabel van het neogotische hoofdaltaar. Dit werd geplaatst in 1903&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door H. Maes, uit Vorselaar. Het altaar werd afgebroken omstreeks 1968 toen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nieuwe kerk was voltooid. De voorstellingen zijn eenvoudig van opvatting. In ‘de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada bedwingt het wilde paard’ wordt de heilige voorgesteld in een desolaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heuvelachtig landschap. Het wilde paard knielt neer voor de heilige, die prinselijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgedost is en een aureool achter het hoofd draagt. Links staat er een lindeboom, in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de achtergrond de kerk van Millegem en het kasteel van Scheps. In ‘de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plant een lindetak te Millegem’ is de vlakvulling nog soberder gehouden. Vooraan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
staat de H. Odrada met de hand aan een lindestam die dadelijk aan 't groeien is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegaan; links een stromende bron; links in de achtergrond de kerk van Millegem.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : S. Heurckmans, 1986, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. MOL (Millegem)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odradamonument&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Door H. Jacobs, uit Bonheiden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1953&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;53&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;cement. h. 174 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onder impuls van Z.E.H. Pastoor Jonghmans (1 950-1 979) werd er in 1953 te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Millegem een monument opgericht ter ere van de H. Odrada. Voor zijn benoeming&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1950 was hij onderpastoor geweest te Balen en kapelaan te Balen-Schoorheide&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(1940). Van bij het opstarten van ‘Ons Parochieblad’ (1952) in Millegem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lanceerde hij oproepen om geld in te zamelen voor dit monument. Dank zij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
milde giften van de parochianen werd er al vlug een beeldhouwwerk besteld bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeldhouwer H. Jacobs, uit Bonheiden. Het werd een getrouwe copie van het grote&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld in de Sint-Odradakerk, dat onder de kuip van de preekstoel was uitgebeeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(zie nr. 26). Het kunstwerk werd op een platform en op een bakstenen sokkel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geplaatst, onder een spitsboogvormige boog. Het geheel werd ingewijd door Z.E.H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deken Franken op 30 augustus 1953.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat het werkelijk om een afgietsel gaat is merkbaar op het beeld waar op de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achterzijde verschillende naden merkbaar zijn : het afgietsel werd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillende onderdelen samengesteld. Het Odrada monument werd nog enkele&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
malen opgeknapt : in 1978 door Fons Ceuppens, in 1982 door André Bleys.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibl. : S. Heurckmans, 1986, p. 73-76.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MOL&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Petrus en Paulus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Glasraam, op het koor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ca. 1900&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebrandschilderd glas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
’s-HERTOGENBOSCH&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Groot Ziekengasthuis (nr. 2415)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zegel van Alem (2)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1513&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: L. VAN TONGERLOO, Gemeentewapens, p. 65-66, afb. p. 74; De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige Odrada. Verzameling van alle publicaties, uitgegeven door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, Balen, 2014, deel 1, p. 227.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
‘s-HERTOGENBOSCH&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Janskathedraal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;54&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Beeld in nis met neogotisch torentje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door H. van der Geld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1911&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
steen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada wordt voorgesteld in een wijds gewaad met schoudermantel,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoofddoek en kroon. Met beide handen houdt zij een kruis voor de borst. Aan haar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
linkerzijde is een lindentak zichtbaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opschrift op voetstuk S. ODRADA.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
TURNHOUT&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerk Goddelijk Kind Jezus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1934-1935 werd de kerk gebouwd en uitgerust met meubilair en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
devotievoorwerpen. Victor Avonds, uit Turnhout maakte de beelden van de HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dimpna, Johannes Berchmans, Odrada, Gummarus, Lutgardis, Rumoldus, Begga,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Theresia en Nikolaas Poppelius. Vele van deze beelden zijn uit de kerk verdwenen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bibliografie: Frans VERHEYEN en Francis VERHEYEN, Ook een paradijs … 50&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaar kapelanie en parochie Goddelijkk Kind Jezus Turnhout 1935-1985, p. 28.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Hendrik_Peeters-Divoort</id>
		<title>Hendrik Peeters-Divoort</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Hendrik_Peeters-Divoort"/>
				<updated>2025-07-06T18:14:05Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het atelier Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door [[Jaak Jansen]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
gepubliceerd in Taxandria, Jaarboek van de Koninklijke geshied- en oudheidkundige kring van de Antwerpse Kempen, 84, 2012, p. 111-163.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Leven van Hendrik Peeters&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Biografische gegevens werden verzameld door H. DE KOK (1981) (1), (1981) (2) en E. VAN AUTENBOER (1983); deze laatste plaatste de figuur van beeldhouwer Hendrik Peeters in de cultureel-economische situatie van de stad in de tweede helft van de negentiende eeuw. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opleiding te Antwerpen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hendrik Peeters werd te Turnhout geboren op 19 april 1815 als zoon van wever Louis Peeters (+1818) en zijn tweede vrouw Anna Catharina Peeters. Op zeventienjarige leeftijd werd Hendrik leerling van de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij van 1832 tot 1838 stond genoteerd. Harry de Kok vermeldde de inschrijvingen aldaar&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK 1981 (1), p. 131, noten 3 en 4.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1832-1833 wintercursus &amp;quot;beginselen der figuur&amp;quot; : inschrijving van een zekere Peeters, zonder­ voornaam; hij werd later verplaatst; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1833-1834, 1834-1835, 1836-1837: wintercursussen &amp;quot;artistieke beelden&amp;quot;, Hendrik Peeters was ingeschreven (inschrijvingsregisters van 1835-1836 ontbreken);&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1837-1838 cursus &amp;quot;levend model&amp;quot;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens zijn opleidingsjaren in Antwerpen vond hij op verschillende plaatsen een onderkomen. Volgende verblijfplaatsen werden genoemd: Blindenstraat 620 (1833-1834), Blindenstraat 720 (1834-1837) en Leguit­straat (1837-38). ,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij behaalde verschillende prijzen aan de academie: 1832-33 tweede prijs &amp;quot;dessin de Têtes ombrées&amp;quot;; 1838 eersten prijs compositie van historiën: ''De Sacri­ficie van Noe in het uittreden der arc''&amp;lt;nowiki&amp;gt;; 1836 derden prijs compositie der historiën: &amp;lt;/nowiki&amp;gt;''Den ogen­blik dat Christus zijne kleederen uitgetrokken worden tusschen de 2 moordenaars bij d' kruyssinge. Ende sprak tot de vrouwen. Weent niet over mij, maer over uwe kinderen.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zowel H. De Kok als E. Van Autenboer vermeldden dat Hendrik Peeters het atelier van beeldhouwer J. Van der Neer bezocht. Hierbij steunden zij op een melding die werd gemaakt in de plaatselijke Turnhoutse pers bij de overkomst van Hendrik Peeters van Antwerpen naar Turnhout in 1839. Wij durven dit betwijfelen zoals wij verder zullen zien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Antwerpen huwde Hendrik Peeters Maria Joanna Divoort (°Antwerpen 26.01.1819). Een eerste kind werd te Antwerpen geboren in 1839: Julia Joanna Cornelia. De echtgenoten kregen vijf dochters en drie zonen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Atelier te Turnhout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1839 zou Hendrik Peeters zich te Turnhout vestigen met vrouw en schoonbroer; deze overkomst uit Antwerpen werd vermeld in een plaatselijk Turnhouts weekblad &amp;quot;L'Abeille de la Campine&amp;quot;(nr.27, 3 juli). Hij opende er samen met zijn schoonbroer Pierre Joseph Divoort (° Antwer­pen 15.03.1821) een beeldhouwersatelier. Het atelier zou al vlug een groot succes kennen. In de weekbladen werden regelmatig aankondigingen van aanwer­vingen gevonden voor het atelier Peeters-Divoort (1841, 1858, 1863). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het eerste atelier was vermoedelijk gevestigd in de Herentalsstraat, tegenover de kazerne (nu Jezuïeten), daarna in de Gasthuisstraat, later in de Korte Begijnenstraat in het huis “De Witte Leeuw” (1861); voor dit huis beeldhouwde de kunstenaar een leeuw om boven de deur te hangen. In de Gasthuisstraat waren er verscheidene personen ingeschreven&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;IDEM, noten 6 en 7.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Niet alleen Hendrik en zijn schoonbroer Petrus Divoort maar ook andere beeldhouwers: August Hubert Van Haef, geboren te Mierlo (Limburg), Joseph Kluysmans uit Eindhoven, Jan Van Rooy uit Stratum, Jan Verhoeven uit Reithoven, Jan Vaesen uit Budel, Jan Legraaf uit ’s Hertogenbosch, Wilhelmus Van Brenen, Pastoor Joannes uit ’s Hertogenbosch, Adrianus uit Budel en Laurentius Paras uit Weerth (Westfalen). Het geeft een beeld van het succes van het atelier maar ook van de internationale uitstraling. De Nederlanders waren talrijk aanwezig. In Nederland was er veel belangstelling voor deze opleiding omdat de vraag naar kerkelijk meubilair en devotievoorwerpen toegenomen was nadat in Nederland de Rooms-Katholieke godsdienst opnieuw openlijk kon beleefd worden; opleiding en traditie ontbraken aldaar zodat men ze elders moest zoeken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Turnhout werkten in de tweede helft van de negentiende eeuw honderden beeldhouwers in verscheidene ateliers. Het werd een niet te verwaarlozen economische factor in de stad. De opleiding aan de Turnhoutse academie was hierbij toonaangevend&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;E. VAN AUTENBOER, 1983.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hendrik Peeters was de eerste belangrijke meester-beeldhouwer in de stad. Later volgden Lode Bartels (°1841-+1900), Peter Pauwel De Meyer (°1825-+1892), Constant Van Opstal (°1841-+1888), Alfons Moerman (°1855-+1928), Napoleon Daems (°1852-+1939), Jos. Marijnen (°1870-+1942), Karel Stroobant (°1852)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 482-484.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hendrik Peeters maakte zich aanvankelijk ook verdienstelijk als leraar- beeldhouwen aan de Turnhoutse Tekenschool. In 1840 solliciteerde hij tevergeefs naar de directeursplaats van de tekenschool. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zijn drie zonen zouden ook een kunstopleiding volgen. Pietje Peeters (°Turnhout 01.02.1841 - +Rotterdam augustus 1925) zette het atelier van zijn vader verder en kreeg naam in de vernieuwing van de kerkelijke kunst. Hij overleed bij zijn dochter in Rotterdam. Een volgende zoon vestigde zich te Vilvoorde als kunstschilder. De derde zoon volgde een opleiding als architect en bouwde een carrière uit in de havenstad&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Om verwarring te voorkomen vermelden wij hier de naam van beeldhouwer Alfons Peeters die geen familiale banden had met Hendrik Peeters. Hij was uit Oosthoven herkomstig en zou zich in 1895 te Luik vestigen waar hij aan het hoofd stond van een productief atelier, waarvoor hij soms in Turnhout mensen kwam aanwerven (E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 486). &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Atelier te Antwerpen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 24.03.1866 verhuisde Hendrik Peeters (°1815 - +1869) met zijn atelier en zijn ganse gezin naar Antwerpen, waar hij zich vestigde in de Leguitstraat, wijk n 2139. Daar zou het atelier zijn activiteiten verder ontplooien. Hendrik stierf te Antwerpen op 29 juni 1869; hij werd 54 jaar. Hij liet een immense productie na die verder moet onderzocht worden. De studie werd erg bemoeilijkt door het feit dat er geen atelier-archief is gevonden. Belangrijk basiswerk gebeurde in het Turnhoutse stadsarchief door het zorgvuldig uitpluizen van de stadskranten uit de 19de eeuw; Eugeen Van Autenboer en Harry de Cock zouden gebruik maken van de gegevens, onder meer om een lijst van uitgevoerde werken te publiceren. Verder zijn er op het Stadsarchief van Turnhout enkele ontwerpteke­nin­gen bewaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1880 was er te Turnhout een viering naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van België. Een kunsttentoonstelling werd ingericht over ''Kunsten, Nijverheden en Oudheden''. Er werd hulde gebracht aan het talent van de Turnhoutse beeldhouwers. Ongeveer 300-400 beeldhouwers waren er werkzaam in de 19de eeuw. Er werd zelfs werk uitgevoerd naar het buitenland: de Verenigde Staten, Enge­land, Noorwegen, Zweden, Nederland en elders.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Ateliernaam Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verklaring van de samenstellende delen van de ateliernaam is gekend. Hendrik Peeters (°1815) was in 1839 gehuwd met Maria Joanna Divoort (°1819); zij had een jongere broer Pierre Joseph Divoort (°1821) die zich associeerde met de pas afgestudeerde Hendrik Peeters. Pierre Joseph trok mee met het jonge gezin naar Turnhout waar een beeldhouwersatelier werd opgericht in 1839. Welke rol de schoonbroer speelde was niet duidelijk; beiden waren jong en zouden samen een succesvolle productie uitbouwen. Toch zou Hendrik stilaan de merknaam van het atelier gaan bepalen al is dat niet duidelijk vanaf het begin. Het geassocieerde atelier zou meermaals tot spraakverwarring leiden. De associatie was al ongewoon en daarbij stond voornaam Pierre (Petrus, Pieter, Peter) dicht bij de familienaam Peeters. Het was ook niet altijd duidelijk wie de leiding had in het atelier. In de publicatie van Jan Van Gorp&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. VAN GORP, p.170.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; staat vermeld dat Hendrik Peeters vooral als tekenaar bekend stond. Was hij misschien de belangrijkste ontwerper in het atelier waar deze ontwerpen werden uitgevoerd door opgeleide beeldhouwers?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De naamgeving van het atelier was vaak de oorzaak van verwarring of foutieve spelling. In Aalst (Herdersem) werd een communiebank van 1866 toegeschreven aan de Antwerpse (sic) beeldhouwer Dievort-Pieters&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Jozef VERMOESEN, 1977, p. 33.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. In Aalst (Moorsel) werd een communiebank van 1874 (!) toegeschreven aan Peeters-Coevoet&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Sint-Niklaas II'', 1979, p. 39.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;, van Antwerpen. In de kapel van het Sint-Jozefscollege te Aalst werd in 1852 een preekstoel geplaatst; volgens de plaatselijke onderzoekers werd hij geplaatst door Petrus Devoort, uit Turnhout (cataloog Aalst 1981, p. 86). Het is niet duidelijk of hier Pierre Divoort wordt bedoeld dan wel Peeters-Divoort. Het atelier is op dat ogenblik reeds dertien jaar werkzaam. Toch werd blijkbaar de ateliernaam Peeters-Divoort niet gebruikt of was de lezing in Aalst foutief? Was Pierre Divoort de uitvoerder of eerder de zaakvoerder die het contract afsloot? Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat er hier verwarring is ontstaan over het gebruik van voornaam en familienaam Petrus-Peeters. Wij opteren ervoor dat de ateliernaam nog geen merknaam was geworden. Wanneer Hendrik Peeters in zijn beginperiode, dus voor de associatie, verscheidene beelden leverde voor de Sint-Lambertuskerk te Ekeren in 1838 dan werd zijn naam alsdusdanig vermeld (Staf DE MEYER, 1981, p. 44, 45); hij was duidelijk de auteur van de beelden. Wanneer de kerkfabriek van Meer twee biechtstoelen bestelde te Turnhout in 1849, werden ze uitgevoerd door Peeters, van Turnhout, voor een bedrag van 2.721,07 Bfr; (P. GRATIANUS, 1912, p. 158); hier gaat het om het atelier Peeters, van Turnhout. In Tilburg (Heike) bestelde de kerkfabriek in 1840 een beeld van de ''H. Vincentius a Paulo'' bij beeldhouwer “H. Peters”. Ook Zuster HERESWITHA onderkende het probleem van het gebruik van de ateliernaam (1962, p. 74). In de Annalen van het klooster van het H. Graf werd steeds de naam Peeters vermeld (1848-1852); de zuster verduidelijkte in haar publicatie dat het hier ging om het zeer gekende atelier H. Peeters-Divoort uit de Lange Begijnenstraat. Zeer vlug zou het atelier Peeters-Divoort als een eenheid vernoemd worden. In de toenmalige weekbladen vermeldde de reporter meermaals dat hij een bezoek had gebracht aan het atelier van meneer Peeters-Divoort. Op 02.05.1860 vermeldde “De Kempenaer” dat Mevr. Versmessen, van Gent, in Turnhout was geweest bij Peeters-Divoort, om een grafmonument te bestellen dat op het kerkhof van Beveren moest geplaatst worden (H. DE KOK, 1981 , p. 128). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste maal dat het atelier zich door een signatuur manifesteerde als dat van Hendrik Peeters-Divoort was in 1853. De eerste statie van de kruisweg in de Sint-Pieterskerk te Tunhout droeg de signatuur H. PEETERS-DIVOORT TURNHOUT. De tweede statie het monogram en de datering HPD 1853. Het was duidelijk dat Hendrik als de leider van het atelier werd beschouwd. Wanneer in 1859 de redactie van De Kempenaer een bezoek bracht aan “de werkhuizen van de Heer Peeters” om een troon te bekijken voor het beeld van O.-L.-Vrouw te Broechem, werd alle lof gegeven aan beeldhouwer H. Peeters en aan de vergulder de heer Volders-Thyssens&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1981 (1), p. 128.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Wanneer in 1866 in Mol de preekstoel voor de Sint-Pieterskerk werd geleverd, noteerde deken C. Van ROEY in zijn Manuale Pastoris: “den 22 februari en de volgende dagen is hier aengebragt den nieuwen Predikstoel kostende 16.000 franken door de “heeren” H. Peeters-Divoort, van Turnhout, beeldhouwers, …&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. JANSEN, 1987, p. 109, voetnoot 5.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;”. De meervoudsvorm wees hierbij op de gedeelde verantwoordelijkheid van de geassocieerden. Blijkbaar had Hendrik Peeters in de volksmond ook een meer populaire naam gekregen. In het boek van J. VAN GORP werd vermeld dat de maker van de preekstoel van Kasterlee ook “Suske Peeters” werd genoemd. Mettertijd zou de benaming Hendrik Peeters-Divoort gemeengoed worden en een handelsmerk zijn zowel in Turnhout als na de verhuis naar Antwerpen in 1866. De benaming stond er voor een atelier waarin Hendrik Peeters een meer prominente rol speelde. In zover dat ook de zoon-opvolger Pieter (Pietje) Peeters dit merk wilde gebruiken. Zo werd de volledige herinrichting van de kerk van O.-L.-Vrouw te Tongre-Notre-Dame in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw uitgevoerd door Pierre Peeters-Divoort, van Antwerpen. In een gelijkaardig project voor de O.-L.-Vrouwebasiliek te Chièvres (Notre-Dame-de-Tongre) noemde Pierre Peeters-Divoort zich de opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (J.M. LEQUEUX, 1980). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pieter Peeters had zijn atelier te Antwerpen. Hij was gegroeid uit het atelier van Hendrik Peeters-Divoort. Na de vroege dood van zijn vader Hendrik had hij nog de medewerking van zijn oom Pierre Divoort. Pieter Peeters bracht de lopende contracten ten uitvoer en zou zich duidelijk profileren als de opvolger van zijn vader. Ook het verder verloop van zijn carrière zou in dezelfde lijn liggen: productie van kerkelijk meubilair, sculpturale uitvoeringen van religieuze thema’s, diverse materialen, totaalprojecten. Zijn stijl was iets verfijnder en sloot aan bij de neogotische smaak en tendensen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verwarring rond de ateliernaam en de opvolging van zoon Pieter hebben tot veel foutieve interpretaties geleid in de archieven en in de literatuur. Ook de samenwerking in het atelier van Hendrik was niet eenduidig. De vele handen die er werkzaam waren, moesten ook verschillen in uitvoering hebben geven. Nieuwe atelierleden met een andere specialisatie zoals terracotta of steenhouwen hebben aanleiding gegeven tot nieuwe opdrachten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer wij voorzichtig moeten zijn bij de interpretatie van de naam Hendrik Peeters-Divoort, dan is het ook voorzichtigheid geblazen bij de interpretatie van de dateringen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De werken die dateren van na de dood van vader Hendrik (+1869) moeten toegeschreven worden aan het atelier van zoon-opvolger Pieter Peeters. In de catalogus werd hiermee rekening gehouden. Anderzijds weten wij dat de traditie en de stijl bleef verder leven. Bestaande opdrachten werden verder uitgevoerd. De aanwezige beeldhouwers bleven in dienst. Pierre Divoort overleefde zijn schoonbroer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Preekstoelen van het atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de uitvoering van preekstoelprojecten kan de betekenis en de kunstwaarde van het Turnhoutse atelier het best worden ingeschat. Het zijn zeker projecten geweest waarbij het gros van de medewerkers betrokken was. Degelijke ontwerpen, goede technische tekeningen of bestudeerde iconografische programma waren even noodzakelijk als degelijke ambachtelijke constructies, beeldhouwwerk of houtsnijkunst. Aanvankelijk zouden de preekstoelen aangebouwd worden tegen een pilaar (Brasschaat 1842, Schoten 1847) of een muur (Aalst 1852). Ze werden meestal in neobarokke stijl opgevat; soms werd er onder de kuip een beeld geplaatst, meestal verwijzend naar de patroon van de kerk. Het klankbord bleef relatief eenvoudig; de panelen van de veelzijdige kuip werden gescheiden door pilasters met volutenversiering. Mettertijd zouden de projecten grootser van opvatting worden. In de zestiger jaren kwamen de meest indrukwekkende constructies tot stand (Kasterlee 1862, Turnhout 1862, Mol 1866, Gent). De imposante stukken werden nu vrij opgesteld tussen twee pilaren. Onder de kuip werden beeldengroepen geplaatst; het klankbord werd zwaar en uitgebreid versierd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verscheidene preekstoelen zijn in neogotische stijl ontworpen. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw leverde het atelier Peeters-Divoort aan de Sint-Martinuskerk van Burst (Oost-Vlaanderen) een preekstoel. Het bedehuis was heropgebouwd in neogotische stijl volgens de plannen van architect Louis Minard; het werd ingewijd in 1855. Kort daarop moet de kansel geplaatst zijn. Christine Vandenbussche weet te melden dat de kansel werd vervaardigd door Peeters, van Turnhout&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Chr. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Herzele'', 1976, p. 21.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Het kon hier slechts gaan om het atelier Hendrik Peeters-Divoort. De kansel had een neogotische decoratie op voetstuk, kuip, trap, rugpaneel en klankbord. Op de kuip waren er voorstellingen van de vier evangelisten, verder ''De vlucht naar Egypte'' en de ''Opdracht van Jezus in de tempel''.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan de Sint-Pieterskerk te Beloeil leverde het atelier Hendrik Peeters-Divoort, uit Turnhout in het jaar 1865 een eiken preekstoel in neogotische stijl, naar de plannen van de plaatselijke architect Eugène Carpentier. Voetstuk, kuip, rugpaneel, klankbord en toegangstrap waren in neogotische stijl versierd. Volgens het aanwezige opschrift werd het meubel geschonken door de echtgenoten Adolphe Caulier en Rosalie Dugnielle tot nagedachtenis van Amand Duwez, pastoor-deken van Beloeil: DONNE PAR ADOLPHE CAULIER ET ROSALIE DUGNIELLE SON EPOUSE A LA MEMOIRE DE M AMAND DUWEZ CURE DOYEN DE BELOEIL. In de hoekkapelletjes van de zeszijdige kuip werden de vier evangelisten voorgesteld; op de panelen van de kuip zijn er vijf voorstellingen in reliëf onder een spitsboog: ''De Goede Herder'', ''Doop van Jezus'', ''Genadestoel'', ''Verrijzenis'' en het ''Primaat van Petrus''. Aan de zesde zijde was er de toegangsdeur en de trap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste preekstoelen zouden in neobarokke stijl worden uitgevoerd. Vermoedelijk werd aan Brasschaat de eerste preekstoel geleverd die door het atelier Hendrik Peeters werd uitgevoerd. Volgens de plaatselijke informatie werd hij in 1842 gemaakt door Peeters van Antwerpen&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn13&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Brasschaat'', 1977, p. 15.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Ook al weten wij dat de beeldhouwer ondertussen naar Turnhout was verhuisd met zijn schoonbroer; het is niet denkbeeldig dat de eerste afspraken vroeger werden gemaakt; het is ook mogelijk dat de verwijzing naar de eerste woonplaats van Hendrik nog in het geheugen zat van contactnemers. Alleszins willen wij hier de toeschrijving aan Hendrik Peeters handhaven. Het was een neobarokke kansel met vierzijdige kuip, een groot beeld van de ''H. Antonius abt'' onder de kuip, een gebogen trap met grote slingers van acanthusbladeren, een rugpaneel en een overhuiving met grote stralen met de ''H. Geestduif''. De ''H. Antonius'' zat neer op een rotsachtige verhevenheid; het was een indrukwekkende figuur met lange baard, gekleed in pij en mantel, het hooft naar zijn linker schouder gericht. Op de kuip waren er medaillons met de bustes van ''O.-L.-Vrouw'' en ''Christus Zaligmaker''. Ook het hoofdaltaar van Brasschaat werd door de plaatselijke literatuur op naam geschreven van Peeters, van Antwerpen. Later zou Van Hool nog verscheidene werken uitvoeren voor deze kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1852 werd er een merkwaardige preekstoel gemaakt voor de kapel van het Jezuïetencollege te Aalst. Voor het eerst werd er hier onder de kuip een tafereel voorgesteld: ''O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola in de grot van Manresa''. Ondanks de toewijding van de eenbeukige kapel aan Sint-Jozef, gaven de jezuïeten er de voorkeur aan om hun stichter hier af te beelden. Een breed tafereel verving hier het traditionele beeld van de patroonheilige. Een tweede merkwaardigheid was het overvloedig gebruik van rotspartijen. Niet alleen op de bodem en achteraan het tafereel waren ze aanwezig, maar ook de trap en de kuip waren volledig in rotsen ingewerkt. De handgreep van de trapleuning bestond uit een wijnrank waarvan de druiven tussen de rotsen hingen samen met andere vegetatie. In de hoek van het rugpaneel en de kuip was er nog een rank die in de hoogte schoot. Het klankbord was eenvoudig; het bestond uit een brede stralenkrans met de ''H. Geestduif''. Er was een kruisbeeld, vastgehouden door een engeltje. De twee merkwaardige vernieuwingen zullen later worden verder gezet en in de preekstoel van Turnhout een hoogtepunt vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens de plaatselijke overlevering werd te Aalst in dezelfde periode van de preekstoel ook een kruisweg besteld in hetzelfde atelier te Turnhout. Waarom er voor Turnhout werd gekozen is niet duidelijk. De uitwisselingen tussen de verschillende jezuïetenkloosters waren veelvuldig. Vermoedelijk waren er sterke aanbevelingen voor een voorkeur voor het atelier uit de Kempen. Op dezelfde manier kreeg het atelier vermoedelijk de opdracht voor een preekstoel in de Jezuïetenkerk van Gent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
E. VAN AUTENBOER vermeldde een preekstoel van de Jezuïeten te Gent in zijn opsomming van het oeuvre&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn14&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 490, noot 144.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hij vermeldde echter geen datering. Na de afschaffing van de orde in 1773 volgde het herstel in de loop van de negentiende eeuw. Vanaf 1823 zouden de eerste paters zich opnieuw vestigen in de Arteveldestad. Men vestigde zich in de residentie O.-L.-Vrouw van Vlaanderen (Posthoornstraat). Hier zou men zich toeleggen op de zielzorg. In 1843 begon men aan de bouw van een ruime kerk. Ze werd toegewijd aan O.-L.-Vrouw ten hemel opgenomen en aan de H. Ignatius en Franciscus Xaverius. In de loop van de zestiger jaren werd het bedehuis bemeubeld&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn15&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;L. BROUWERS, 1980, p. 155. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;nowiki&amp;gt;; onder meer een preekstoel werd geplaatst. Helaas werd hij in de twintigste eeuw ontmanteld en verscheidene onderdelen werden verkocht; alleen de beeldengroep onder de kuip bleef bewaard in het Sint-Barbaracollege in de Savaanstraat te Gent. De beeldengroep stelde de &amp;lt;/nowiki&amp;gt;''H. Ignatius van Loyola voor geknield voor de zetelende paus Paulus III die hem de constituties overhandigt''. Dank zij de uitgebreide fotografische documentatie van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel uit het jaar 1945 weten wij hoe de kansel er oorspronkelijk uitzag. Op de kuip waren er engeltjes die de ''Goddelijke Deugden'' en de ''Onschuld'' symboliseren; vooraan een medaillon met reliëf: ''O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola om de geestelijke oefeningen te dicteren''&amp;lt;nowiki&amp;gt;; achteraan een medaillon met &amp;lt;/nowiki&amp;gt;''H. Ignatius bekeert de Indiërs ''(?); vooraan op het rugpaneel een reliëf met ''Prediking van Jezus''&amp;lt;nowiki&amp;gt;; achteraan &amp;lt;/nowiki&amp;gt;''Tenhemelopneming van Maria''. Op de gebogen tapleuning van de dubbele trap: acanthusranken en engelen die medaillons flankeren met Jezuïetenheiligen. Op het klankbord werd een groot ''Jezusmonogram'' in een stralenkrans aangebracht, geflankeerd door een engel met kruis (''NT'') en een engel met de tafels der wet (''OT''), achteraan een ''Mariamonogram'' en een banderol; verder een grote banderol met opschrift AD MAIOREM DEI GLORIAM; verder zijn er engeltjes en bladdecoratie. Onderaan het klankbord zoals gebruikelijk de ''H.Geestduif'' in een stralenkrans. Deze preekstoel behoorde tot de hoogtepunten van het oeuvre van het atelier. De grootsheid in de figuren, de verantwoorde keuze van de iconografische thema’s, het degelijke vakmanschap en het vernuft in de constructie waren de belangrijkste kenmerken. Het zou spijtig zijn moest de ontmanteling ook het definitieve einde betekenen van het bestaan van dit sterk werk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Preekstoel in de Sint-Pieterskerk te Turnhout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De preekstoel (1862) uit de Sint-Pieterskerk te Turnhout werd met reden beschouwd als het.meesterwerk van het atelier Hendrik Peeters-Divoort. Wanneer de reporter van dienst in De Kempenaer verslag gaf over het nieuwe kunstwerk zwaaide hij de kunstenaar alle lof toe: “zelden zagen wy van hem iets, hetwelk het by dit gewrocht kan halen”&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn16&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1980, p. 173-174.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. De preekstoel maakte indruk door zijn monumentaliteit en zijn schilderachtigheid. De gehele ruimte onder de kuip was aangewend om met levensgrote figuren een scène uit het nieuwe testament voor te stellen: ''De roeping van de apostelen en de wonderbare visvangt ''(Mattheus: IV, 18-22; Lukas, V, 1-12). Op het klankbord stond in gouden letters: NOLI TIMERE EX HOC JAM HOMINIS ERIS CAPIENS (Luc. V, 10): “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus was met een menigte aangekomen bij het meer van Genesaret; de mensenmenigte verdrong zich om het woord Gods te horen. Jezus zag twee boten liggen en wenste een eindje van het land weg te varen om het volk toe te spreken. Aldus deed hij zijn onderricht vanuit de boot van Simon (Petrus). Nadien vroeg hij om de netten uit te werpen maar Simon antwoordde dat ze reeds de ganse nacht hadden gevist en niets gevangen. Toch deed hij het en het werd een wonderbare visvangst waarbij de netten dreigden te scheuren. Simon riep de hulp in van Andreas en van de zonen van Zebedeus: Jakobus en Johannes. Nadien vroeg Jezus of zij hem niet wilden volgen, dan zou hij van hen “mensenvissers” maken. Dit verhaal werd hier uitgebeeld. Petrus en Andreas zijn met hun boot op het strand aangekomen na een succesrijke visvangst ; de boot was volgeladen met vele vissoorten: pladijs, rog, kabeljauw, schelvis, wijting, alleen de haring was er niet bij&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn17&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 37-41, in ’t bijzonder p. 37.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. De vissers hadden een ontbloot bovenlijf; Petrus, met zijn herkenbare kop, vouwde de handen en knielde neer voor de boot, het hoofd gericht naar de rechtstaande Jezus. Deze laatste droeg een tunica en een schoudermantel; hij hief de linkerarm en maakte een belerend gebaar met de hand; de rechterarm met een geopende hand hing voor zijn lichaam. Op de bodem, het strand, lagen allerlei schelpdieren. Andreas was blijven zitten in de boot en controleerde het vissersnet dat over een boomstronk werd geworpen. Hier werd de ''Wonderbare visvangst en de roeping van de apostelen'' voorgesteld: “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen”. E. Van Autenboer &amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn18&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;IDEM, o.c., p.40-41.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt; suggereerde dat sommige specialisten de voorstelling anders interpreteerden; het zou hier gaan om de ''Kleingelovigheid van Petrus'' toen Jezus op het meer wandelde. Deze interpretatie is moeilijk te aanvaarden; ze valt niet af te leiden uit de voorstelling. Jezus staat duidelijk op het strand; het opschrift op het klankbord verwijst naar Lukas V, 10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De uitvoerig in beeld gebrachte scène was geplaatst voor een rotsachtige achterwand. De totale breedte van deze toneelmatige voorstelling is … meter. Het gebruik van dit rotsachtig decor werd reeds door andere beeldhouwers ingevoerd. Het grote voorbeeld was echter de preekstoel in de Sint-Andrieskerk van Antwerpen, gemaakt in 1821 door Jan Baptist Van Hool en Jan Frans Van Geel. In Antwerpen werd een zelfde voorstelling uitgebeeld onder de kuip. Ook hier troffen wij die rotspartijen aan met begroeiing, doorlopend in de rugwand tot in het klankbord. Het oudste gebruik van dergelijke rotspartijen vonden wij te Mechelen op de preekstoel in de kerk van O.-L.-Vrouw van Hanswijk, door Theodoor Verhaegen uitgevoerd in 1743-1746. Verhaegen integreerde de kanselkuip in de decorachtige benedenpartij. Hier werd de ''Uitdrijving van Adam en Eva uit het Aardsparadijs'' voorgesteld. Zowel de bodem als de decorwand bestonden uit rotsen en stenen; Jaweh stond links en wees naar de ''Nieuwe Eva'', O.-L.-Vrouw in een medaillon op de kuip. Deze rotspartijen gaven de voorstelling een naturalistisch kader die het werkelijkheidseffekt van de voorstelling moest ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de Sint-Pieterskerk te Turnhout hernam Hendrik Peeters-Divoort het thema van de Sint-Andrieskerk: het thema was voor beide kerken van toepassing; in Antwerpse Sint-Andrieskerk was Andreas uit de boot gestapt en trad hij Jezus tegemoet; in de Turnhoutse Sint-Pieterskerk trad Petrus uit de boot. In Turnhout was het decor maximaal gegroeid omdat ook de toegangstrap ingewerkt werd waarbij een omgebogen olijfboom met neerwaartse takken werd gevormd tot trapleuning. Over de rand van de kuip hing een gesculpteerde drapering die herhaald werd in het rugpaneel, samen met een rotspartij aan de rechterkant, waarop opnieuw een olijfboom vertrok die door het klankbord groeide en bovenaan zijn takken spreidde. Een gelijkaardig fenomeen was te zien in Antwerpen en in Mechelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat H. Peeters-Divoort zich liet inspireren door het werk van Jan Baptist Van Hool was niet te verwonderen. Van Hool was leraar op de Antwerpse academie en ook de eerste die vermeld werd in een samenwerking met Hendrik Peeters. In 1838 leverde Van Hool twee altaren aan de Sint-Lambertuskerk te Ekeren; de toenmalige Hendrik Peeters leverde beelden voor deze zijaltaren: een ''H. Jozef met het Jezuskind'', een ''Johannes de Evangelist'', een ''Sint-Jan Berchmans'', een ''H. Aloysius van Conzaga''(?)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn19&amp;quot;&amp;gt;= Staf DE MEYER, 1981, p. 44: “altaar met centrale beeld van O.-L.-Vrouw door Van Hool, de twee flankerende beelden van H. Jozef met het Jezuskind en H. Johannes de Evangelist door Hendrik Peeters, in 1838”; p. 45: &amp;quot;aen H. Peeters, beeld­houwer, voor het maeken en leveren van drij beelden op den altaer van Lucia geplaatst&amp;quot;. Sint-Jan berchmans, H. Aloysius van Conzaga(?) en H. Stanis­las Kostka (?). =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het atelier Hendrik Peeters-Divoort zou bij de decoratie en de constructie van de preekstoelen zowel een neogotische als een neobarokke stijl hanteren. De kansel van Sint-Pieters te Turnhout werd gebeeldhouwd in neobarokke stijl; te Kasterlee waren de architecturale elementen van kuip, rugpaneel, klankbord en trap op neogotische wijze versierd met traceerwerk, pinakels, hogels, vierpassen of kruisbloemen. Het figuratieve gedeelte bleef gesculpteerd in neobarokke stijl met een zekere hardheid in de uitvoering van details die naar het realisme negen. De grote beeldengroep onder de kuip te Kasterlee was daar een mooi voorbeeld van. Hier werd de ''Wijding van Sint-Willibrordus tot bisschop'' voorgesteld, levensgroot met vier kerkelijke hoogwaardigheidbekleders in volle ornaat. De vier naar elkaar gekeerde bisschoppen vormden een indrukwekkende groep door hun gestalte maar ook door hun ornaat van grootse koormantels die rijkelijk waren versierd met borduurwerk. Op de kuip werd het levensverhaal van de H. Willibrordus in beeld gebracht: ''Landing van Willibrord op het vasteland'', ''Graaf Rohingus doet een schenking aan Willibrord'', ''Willibrord verdedigt het geloof tegen de heidenen'', ''Oprichting van de kloosterschool te Echternach''.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Mol werd de preekstoel ook uitgevoerd in functie van zijn bewaarplaats namelijk de Sint-Pieterskerk. Onder de zeszijdige kuip van de neobarokke preekstoel werd een ''zetelende Sint-Pieter'' voorgesteld, als eerste paus; hij werd omringd door vier engelen die zijn symbolen dragen. Een indrukwekkend, zeszijdig klankbord bevestigde de constructieve opvatting van het meubel; verder waren er engeltjes, medaillons en in de bekroning een beeld van de ''H. Petrus ''met de haan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Totaalprojecten en vrijstaande beelden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het atelier Hendrik Peeters-Divoort ging regelmatig uitvoerige opdrachten aanvaarden in bedehuizen. Het waren grote opdrachten voor wandbekledingen, meubilair en beeldhouwwerk; ze werden gespreid over meerdere jaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de eerste grote opdrachten was de inrichting van de kapel in het klooster van de Zusters van het H. Graf te Turnhout. Van 1847 tot 1852 werd er gewerkt en geleverd: een orgelkast met balustrade (1847), een biechtstoel (1848), een preekstoel (1848), een communiebank (1848), een hoofdaltaar (1852)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn20&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Zuster HERESWITHA, 1962, p. 74.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Van de meubilering bleef niet veel meer bewaard. Op een oude foto is te merken dat alle uitvoeringen in neogotische stijl gebeurden. Enkele beelden zijn nog bewaard gebleven. De beelden van de ''H. Helena'' en van de ''H. Augustinus'' versierden het hoofdaltaar; volgens de plaatselijke overlevering hoorde daar ook nog een ''H. Jacobus de Mindere'' bij. Een beeld van een op de wereldbol ''zetelende God de vader'' is herkomstig van de verdwenen preekstoel. De stijl van de beelden was erg verschillend; dit zou kunnen te wijten zijn aan de verscheidenheid van medewerkers in het atelier. Voortdurend werden er nieuwe werklui aangeworven in de plaatselijke dagbladen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1864-1877 werd de Bornemse abdijkerk van de cisterciënsers uitgebreid voorzien van 17 beelden door Hendrik Peeters-Divoort (''HH. Laurentius, Apollonia, Dimpna, O.-L.-Vrouw'') en door Pieter Peeters; ook een communiebank werd geplaatst. Na de dood van Hedrik werden opdrachten onder de leiding van Pieter Peeters uitgevoerd&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn21&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;Deze gegevens werden door de plaatselijke overlevering doorgegeven.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Mol werden in de periode 1856-1867 achtereenvolgens een preekstoel, drie beelden en een doksaal besteld&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn22&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. JANSEN, 1987. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. In Opwijk, tijdens het pastoraatschap van deken Norbertus Janssens, geboortig van Turnhout, werden aan de kerk tien beelden en een hoofdaltaar geleverd (1861-1876)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn23&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;I. LINDEMANS, 1937, p. 188-189. &amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hier zien wij opnieuw dat de werkzaamheden verder liepen na het overlijden van Hendrik Peeters. In de Sint-Martinuskerk te Beveren werden twee zijaltaren, verscheidene beelden en een trap voor de preekstoel geleverd (1854-1877)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn24&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;R. WEEMAES, 1979, p. 121, 167, 215, 218, 224.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Om een beeld te krijgen van de opdrachten van het atelier kunnen wij het best de werkzaamheden opsommen die Hendrik Peeters-Divoort uitvoerde voor de hoofdkerk van Sint-Pieter in Turnhout&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn25&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1981 (2), p. 51.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Er waren de grote opdrachten zoals de preekstoel, de kruisweg of de beelden van ''Sint-Jan de Doper'' of ''Sint-Franciscus'', de bestelling van de broederschap van O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans: een broederschapslijst. Daarnaast voerde hij restauraties en herstellingen uit aan het koorgestoelte, de deuren van de doopkapel, het beeld van ''Sint-Norbertus'', herstellingen aan de Christus en aan “den Berg”, de kruisweg. Hij werkte aan de lambrisering van de ingang en het stoelhuis, het gestoelte van Venerabel en van O.-L.-Vrouw. Hij leverde kleiner meubilair zoals spiegels, een lessenaar , een knielbank, een bidstoel voor deken Van der Meeren (1862).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Nederland werden dergelijke totaalprojecten uitgevoerd. In Bergen-op-Zoom leverde Hendrik Peeters-Divoort twee beelden voor een altaar van Cornelis J. Rogieren, een orgelkast voor de Duise orgelbouwer Ibach. In Breda leverde hij eerst een preekstoel in 1865 en later een beeld van ''Sint-Bernardus'' in 1869.Te Eindhoven verzorgde het atelier de binneninrichting van de Sint-Pieterskerk met beelden, altaren en een preekstoel. Te Terheide werd de kerk ingericht met een preekstoel, een communiebank en biechtstoelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vrijstaande beelden getuigen over het algemeen niet van grote originaliteit, al lieten de kerkfabrieken dat niet aan hun hart komen. Het gaat om degelijk ambachtelijk werk met een harmonische gestaltgeving, een vrij traditionele klederdracht, variatie in de fysionomie. De monumentaliteit van sommige preekstoelen ontbreekt hier. Het was atelierwerk dat door één van de verscheidene medewerkers kon uitgevoerd worden. Originaliteit was niet het belangrijkste punt. Een uitzondering in de reeks was het beeld van de'' H. Rochus van Montpellier'', bewaard in de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn26&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;J. JANSEN, 1987, p. 108.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Het ging hier om een eerder slanke, modieus uitziende figuur in driekwart bovenkleding met split, moderne knopen, riem met riemtasje, zwierige schoudermantel met soepele, sluitende strik bovenaan. De attributen zijn traditioneel: hond, pelgrimsschelp, reisstaf, drinkkruik. Volgens het Manuale Pastoris werd dit beeld in 1866 aangeboden aan de kerk ter vervanging van een beeld van de H. Johannes Berchmans. Blijkbaar viel het laatste beeld niet in de smaak maar als tweede argument werd aangevoerd dat er in Mol verscheidene mensen aan de pest waren gestorven. De H. Rochus beschermde de gelovige tegen besmettelijke ziekten, hij was een pestheilige. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Over het algemeen was hout (eik) het basismateriaal waarmee gewerkt werd. Uitzonderlijk werden er ook andere materialen gebezigd. In 1853 begon het atelier Hendrik Peeters-Divoort met het kappen van de kruisweg in zandsteen voor de Sint-Pieterskerk te Turnhout. In 1858 was hij voleindigd. De laatste statie werd uitgevoerd door de Turnhoutenaar P.P. De Meyer. In hetzelfde jaar 1853 werd er een reliëf (85 x 70 cm) in hetzelfde materiaal uitgevoerd voor de Sint-Lambertuskerk te Nijlen (Kessel), met voorstelling van ''O.L.Vrouw met Jezuskingd overhandigt de rozenkrans aan de H. Dominicus''. In 1856-1857 leverde H. Peeters-Divoort een grafmonument in witte zandsteen aan de Sint-Catharinakerk te Hoogstraten; het monument werd besteld door Petrus Franciscus van Erven (+1864). In 1860 kreeg H. Peeters-Divoort van Mevrouw Versmessen, van Gent, de opdracht om een grafmonument voor de familie te plaatsen op het kerkhof te Beveren. Het monument moest in gepolijste steen en steen van Rochefort worden gemaakt, met een voorstelling van de ''Eeuwigheid''. Het was zeven meter hoog en drie meter breed. Het jaar daarvoor had H. Peeters-Divoort reeds een beeld in steen geplaatst op de markt van Beveren; het stelde ''O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen''. Aan de Sint-Martinuskerk werden nog verscheidene andere werken geleverd in hout (zie inventaris). Naast steen en hout waren er nog andere gebezigde materialen. Zoals we verder zullen zien werden er ook kunstwerken in terracotta vervaardigd en te Mechelen werd er in 1860 door het atelier een beeld van de ''H. Franciscus Xaverius'' geleverd in plaaster. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Kruisweg met internationale erkenning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het einde van zijn carrière, in 1867, kreeg het atelier Hendrik Peeters-Divoort internationale erkenning toen er werd gevraagd een kruisweg te leveren voor de Wereldtentoonstelling te Parijs&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn27&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 482-483.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Volgens de plaatselijke pers in De Kempenaer van 09.03.1867 werden de modellen van deze kruisweg opgehangen in de kerk van Vosselaar. Tot hiertoe konden wij niet achterhalen of deze kruisweg nog bestaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het atelier zou voor verscheidene kerkfabrieken een kruisweg uitvoeren. Er was blijkbaar vraag naar; daarbij kwam nog dat de plaatsing van een kruisweg tot de traditionele uitrusting van een bedehuis behoorde in de negentiende eeuw. In vorige eeuwen was dat niet het geval. De oudst gedateerde kruisweg werd geleverd omstreeks 1852; hij werd gemaakt voor de kapel van het jezuïetencollege te Aalst. De plaatselijke geschiedschrijving kende het werk toe aan Pieter Devoort. Vermoedelijk gaat het hier om een slechte lezing van de archiefteksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een duidelijk gedateerde kruisweg van het atelier Peeters-Divoort was deze in de Sint-Pieterskerk te Turnhout, vervaardigd in de jaren 1853-1858. De staties werden op verschillende tijdstippen gemaakt. De veertien staties werden gekapt in zandsteen; de laatste statie werd uitgevoerd door beeldhouwer P.P. De Meyer. De verschillende staties geven een eerder theatrale indruk in een leeg decor, met talrijke personage in gevariëerde houdingen. Veel aandacht ging naar de uitrusting, vooral van de Romeinse soldaten. Het hoogreliëf vulde de oppervlakte volledig. De personages waren groot, de rest werd aangepast; zo zijn de drie kruisen van de ''Golgotha''scène eerder klein zodat de bijfiguren sterk op de voorgrond treden. Het is opvallend hoe grillig de reeks is tot stand gekomen. Alle staties zijn gesigneerd, voluit of met een monogram. De dateringen lopen echter door elkaar: van 1853 zijn de staties 2 en 13, van 1855 statie 5, van 1856 statie 7, van 1857 staties 9 en 12, van 1958 statie 6. De andere staties zijn niet gedateerd. Dit is toch wel een lange periode; wij vragen ons af of De Meyer er voor de veertiende statie niet werd ingeschakeld om wat meer druk op de ketel te krijgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelijkaardige uitbeelding van de kruisweg vinden wij in de de Sint-Andrieskerk te Balen (1858) en te Brecht (Sint-Lenaerts) (midden 19&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw). Zij zijn in dezelfde stijl uitgevoerd en hebben dezelfde kenmerken zodat wij ze aan het Turnhoutse atelier kunnen toeschrijven. De twee kruiswegen zijn gemaakt in terracotta; wij vermoeden dat nog verscheidene reeksen kunnen opgespoord worden op deze basis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6. Atelier HPD doet restauratiewerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het atelier was niet te beroerd om allerlei herstelwerken of restauratiewerken te aanvaarden, dat zagen we reeds hoger. Hierbij was het atelier vooral actief voor de Sint-Pieterskerk te Turnhout waar zowel aan het meubilair (koorgestoelte, deuren, afsluitingen) als aan kunstwerken herstellingen werden uitgevoerd (beelden van de H. Norbertus, Christus op de koude steen)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn28&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1981 (2), p.51.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Ook in Oud-Turnhout voerde het atelier werken uit. Daar werden in de jaren 1853-1859 restauratiewerken uitgevoerd aan gestoelte, boisering, portalen en lijsten&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn29&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. In Beveren Sint-Martinus werd in 1877 (!) een dubbele trap toegevoegd aan de bestaande kuip door Hendrik Peeters-Divoort beeldhouwer te Antwerpen&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn30&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;R. WEEMAES, 1979, p. 121.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. Hier ging het duidelijk om het nieuwe atelier dat door Pieter Peeters werd geleid na het overlijden van zijn vader in 1869. Voor de preekstoel van de Sint-Salvatorkerk te Wieze was het niet duidelijk wie een nieuw gedeelte zou hebben toegevoegd aan een bestaande preekstoel&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn31&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. VERSCHRAEGEN, FMBB, ''Kanton Dendermonde'', 1982, p. 87.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opvallend waren ook de restauratiewerken aan het ''Sint-Job''retabel van Retie (Schoonbroek)&amp;lt;ref name=&amp;quot;ftn32&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/ref&amp;gt;. In de periode 1863-1866 werd het dossier aanhangig gemaakt en uitgevoerd. De Koninklijke Commissie voor Monumenten was aanvankelijk voorzichtig en wilde een proefperiode met beoordeling inlassen. Hendrik Peeters-Divoort en Ch. Volders-Thyssen zouden het werk uitvoeren mede onder toezicht van de Turnhoutse sponsor Van Genechten, rendant te Turnhout en corresponderend lid van de Commissie. De restauratie werd door de leden van de Commissie als bevredigend gezien al waren er wat opmerkingen over de te felle polychromie. Deze laatste opmerking was terecht; er kunnen echter andere opmerkingen worden gemaakt die meer belastend zijn: zo werden verscheidene nieuwe onderdelen toegevoegd door het atelier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BESLUIT&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Turnhoutse atelier Hendrik Peeters-Divoort was een toonaangevend beeldhouwersatelier in het midden van de negentiende eeuw. Het was ingebed in de cultuureconomische politiek en de kunstvorming van de stad. Het was een internationale aantrekkingspool; vooral vanuit Nederland kwamen beeldhouwers zich verder bekwamen. Het werkterrein situeerde zich vooral in het kerkelijke meubilair in de Kempen en de Vlaamse provincies; ook Nederland was een belangrijk afzetgebied. Het atelier bracht verscheidene beeldhouwdisciplines in de praktijk; de stijlverschillen in de uitvoering waren te wijten aan de gedifferentieerde bemanning van het atelier. In de uitvoering van preekstoelen in hout wist het atelier zijn topklasse te bewijzen. De neobarokke stijl sloot aan bij de Antwerpse traditie; ook neogotische kunstwerken werden geleverd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hendrik Peeters (1815-1868) was de leidinggevende figuur die vermoedelijk de meeste ontwerpen maakte en zijn concepten voorlegde aan het atelier maar ook zelf de beitel ter hand nam. Zijn schoonbroer Pierre Divoort zou hem levenslang bijstaan in het atelier. Zijn zoon Pieter Peeters (1845-1925) werd een waardig opvolger van zijn vader; hij zou vooral in neogotische stijl verder werken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bibliografie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
L. BROUWERS, ''De jezuïeten te Gent 1585-1773 1823-heden'', Gent, 1980.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
D. COECKELBERGHS, ''Répertoire du Mobilier des Sanctuaires de Belgique'' (RPMSB), ''Province de Brabant:'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Canton de Jodoigne'', Brussel, 1977&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Canton de Tubize, ''1976.&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
COECKELBERGHS D. en W. JANSSENS, ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB): ''Kanton Brussel I-IX'', 1978. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEFEVER J. en J. JANSEN, ''De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit'', Balen, 2002.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DE KOK H., ''Gids voor het oude Turnhout en omgeving'', Antwerpen-Amsterdam, 1980.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''Twee negentiendeeeuwse Turnhoutse beeldhouwers: Hendrik Peeters-Divoort en Josephus J.C. Marijnen'', in ''Brabants Heem'', 33, 2-3, 1981 (1), p. 126-132.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''Hendrik Peeters-Divoort, de maker van de preekstoel van Sint-Pieter'', in ''De Muggenblusser'', 2, 16, 1981 (2), p. 47-51.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DE MEYER S., ''De Aloude St.-Lambertuskerk'', Ekeren, 1981.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DONNET F. en F. VAN LEEMPUTTEN, ''Eglise de Saint-Pierre à'' ''Moll'', in ''Inventaris der Kunstvoorwerpen in de openbare gestichten bewaard. Provincie Antwerpen'', 1, Antwerpen, 1902, p. 72-78; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''Moll'', in'' Inventaris der Kunstvoorwerpen in de openbare gestichten bewaard. Provincie Antwerpen'', Antwerpen, 1926, p. 1505-1522.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
GEBOERS A., ''Geschiedenis van Balen met bijzonderheden over de naburen'', Mechelen, [1907].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
GEUKENS B., ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB), ''Provincie Limburg:'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Kanton Borgloon'', 1977.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
GOETSCHALCKX P.J., ''Kerkelijke geschiedenis van Eekeren'', Eekeren-Donk, 1910.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
HERESWITHA (Zuster), ''De Heilig-Grafpriorij te Turnhout 1662-1962'', Antwerpen, 1962. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JANSEN J., ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB), ''Provincie Antwerpen'': &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Brasschaat'', 1977&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Herentals,'' 1977&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Kapellen, ''1977'' ''&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Lier, ''1975&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Merksem, ''1976&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Mol, ''1975 &amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Turnhout I, ''1976&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Turnhout II, ''1977&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Provincie Vlaams-Brabant:''&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Asse,'' 1979&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Vilvoorde'', 1980.&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815 - +1869) voor de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', (NR) 59, 1987, p. 107-111.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JANSEN J. en H. JANSSENS, ''Beeldhouwkunst in de Premonstratenzerabdij van Averbode'', Brussel-Averbode, 1999.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JANSEN J. en C. PERIER-D’IETEREN, ''Schoonbroek. Sint-Jobsretabel'', in cataloog ''Antwerpse retabels 15&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-16&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw'', Antwerpen, 1993, deel 1, p. 118-125.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JENNES A., ''Brasschaat Sint Antonius, 150 jaar parochie, vijf eeuwen geschiedenis'', Brasschaat, 1953.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
KOYEN A., ''Tielen mijne vriend'', Kasterlee,1980.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
KRUGER J.B., ''Kerkelijke geschieden van het bisdom Breda'', 3,???.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
KUYL P.D., ''Hoboken en zijn wonderdadig kruisbeeld'', Antwerpen, 1925.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LALOIRE F., ''A propos du centenaire de notre belle chaire de vérité'', in ''l' Echo du Virginal'', 28, 21, 31 mei 1953.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LAUWERIJS J., ''Gids voor Hoogstraten en omtrek'', z. pl., 1935. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LEQUEUX J.-M., ''Répertoire photographique du mobilier des sanctuaires de Belgique'' (RPMSB)&amp;amp;nbsp;:''Povince de Hainaut: Canton de Gosselies'', 1978&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Canton de Lens'', 1980 &amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Canton de Quevaucamps'', 1980.&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LINDEMANS J., ''Geschiedenis van Opwijk'', Brussel, 1937. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
PEETERS C., ''De Sint-Janskathedraal te 's-Hertogen­bosch'', 's-Gravenhage, 1985.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
PIJPERS R., ''Geschiedkundige schets van Beveren-Waas'', Beveren, 1911. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ROOSE-MEIER B., ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB), ''Provincie Oost-Vlaanderen:'' ''Kanton Beveren'', 1981. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
SERCK-DEWAIDE M., ''Le retable de Saint-Job de Schoonbroek-Retie'', in cataloog ''Antwerpse retabels 15&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-16&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, Antwerpen'', 1993, deel 2, p. 138-139.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
SPAEY F., ''Sint-Pieter- en Pauwelkerk te Moll'', Mechelen, 1927.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VAN AUTENBOER, E., ''De dekanale Sint-Pieterskerk van Turnhout'', Turnhout, 1973. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''Van Tekenschool tot Academie voor Schone Kunsten'', in cataloog ''175 jaar Academie voor Schone Kunsten'', Turnhout, 1980.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
IDEM, ''Kunst en kunstambacht'', in H. DE KOK en E. VAN AUTENBOER, ''Turnhout. Groei van een stad'', Turnhout, 1983, p. 473-502.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE C., ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB), ''Provincie Oost-Vlaanderen'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Aalst II, ''1979 &amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Gent VII,''1975&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Herzele'', 1976&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Sint-Niklaas II'', 1979 (met H. VERSCHRAEGEN).&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VAN DOORSLAER G. en L. STROOBANT, ''Provincie Antwerpen. Inventaris der kunstvoorwerpen in openbare instellingen bewaard. Kerk van de HH. Petrus en Paulus te Mechelen'', Turnhout, 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VAN GORP J., ''Kasterlee'', Kasterlee, z.d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VAN HEST J., ''Een heiligenbeeld en een altaar. Twee Turnhoutse objecten in de Tilburgse kerk van ’t Heike'', in ''Taxandria'', NR 64, 1992, p. 175-182. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VERMOESEN J., ''Groot-Aalst, een geschiedkundige verhandeling met inventarisatie van zijn straten en gebouwen,'' 1977.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VERSCHRAEGEN H., ''Fotorepertorium van het meubilair der Belgische bedehuizen'' (FMBB), ''Provincie Oost-Vlaanderen'': ''Kanton Dendermonde'', 1982&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:1.27cm;margin-right:0cm;&amp;quot;&amp;gt;''Kanton Eeklo'', 1977.&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
WEEMAES R., ''De Sint-Martinuskerk in het Land van Beveren'', Beveren, 1979.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Tentoonstellingen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1980 Turnhout, ''175 jaar Academie voor Schone Kunsten''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1981 Aalst,'' Aalst Sint-Jozefscollege 1619-21 - 1831 - 1981'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1981 ’s Hertogenbosch, ''Naar gothieken zin''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1981 Ath, ''Notre-Dame de Tongre, son culte, son patrimoine 1081-1981''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2009 Mechelen, ''De Hemel in Tegenlicht''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''VOORLOPIGE CATALOGUS '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''AALST'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kapel Sint-Jozefscollege&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
beeldengroep onder de kuip: ''O.-L.-Vrouw verschijnt aan de H. Ignatius van Loyola (in de grot van Manresa)'', reliëf op de kuip: ''Bergrede ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met kruisbeeld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1852&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De preekstoel werd blijkbaar in 1850 besteld te Turnhout en in 1852 geleverd te Aalst; vandaar het verschil in de dateringen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496 (1850).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: Aalst 1981, p. 86, pl. p. 28 (toegekend aan Petrus Devoort: &amp;quot;De preekstoel werd in 1852 geplaatst door Petrus Devoort, uit Turnhout&amp;quot;). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: ens. [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A037297 A37297] (1943); detail: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A037300 A37300] (1943): reliëf [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A037299 A37299] (1943), beelden onder de kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A037301 A37301] (1943).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Kruisweg'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca. 1852&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''AALST (HERDERSEM)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Communiebank'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
gedateerde schenkingsinscriptie 1866&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. VERMOESEN, 1977, ''Deel 5 Herdersem'', p.33 (&amp;quot;De communiebank in eikenhout, gesneden door de Antwerpse beeld­houwer Dievort-Pieters, dateert van 1866 en is een gift van C. Van Assche en kinderen in 1866”); C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Aalst II'', 1979, p. 25 (door Dievoort-Pieters, van Antwerpen).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: ensemble [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M222053 M222053] ; details: ''Engel met broden'' [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B090414 B90414] (1945); ''Engel met kelk'' [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B090413 B90413] (1945).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''AALST (MOORSEL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Martinus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Communiebank&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met bustes van ''Jezus ''en ''Maria''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1874 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Aalst II'', 1979, p. 39 (door Peeters-Coevoet, van Antwerpen, 1874).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B120314 B120314] (1949); details [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B120315 B120315] (''Jezus'') tot [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B120317 B120317] (''Maria'').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''ALKEN '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Aldegondis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Altaren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca. 1900, neogotisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: B. GEUKENS, FMBB, ''Kanton Borgloon'', 1977, p. 14; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144. De laatste twee auteurs kennen het werk toe aan Hendrik Peeters-Divoort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M230845 M230845] (1975); details: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M230844 M230844]; [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M230860 M230860] (1975).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''ANDERLECHT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeldengroep''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Familie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1860&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (De Kempenaer 28.04.1860 vermeldt de tentoonstelling van een groep voorstellend ''H. Jo­zef­,­ Maria en Jezuskind'' voor het Genootschap van de H. Familie te An­derlecht); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1860).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''ANTWERPEN (HOBOKEN)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Altaar'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden ''HH. Clemens'' en ''Ambrosius''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: P.D. KUYL, 1925, P. ???.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BALEN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Kruisweg'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
toegeschreven aan atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1858&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
terracotta, 108 x 82&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; A. GEBOERS, [1907], p. 199 (datering 1858), J. JANSEN FMBB, ''Kanton Mol'', 1875, p. 15 (geen HPD melding); J. DEFEVER en J. JANSEN, 2002, p. 87-88 (toegeschreven aan HPD op basis van stijlvergelijking).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M141197 M141197] (1968); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M102860 M102860] tot [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M102863 M102863] (1972).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BELOEIL'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eglise Saint Pierre&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
op de kuip: ''De Goede Herder'', ''Doop van Jezus'', ''God de Vader met Jezus aan het kruis'', ''De Verrijzenis'', ''Primaat van Petrus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met beelden van de evangelisten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
naar plan van architect Eugène Carpentier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca. 1865, neogotisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schenkingsopschrift: DONNE PAR ADOLPHE CAUTER ET ROSALIE BUGNIELLE SON EPOUSE A LA MEMOIRE DE M AMAND DUWEZ CURE DOYEN DE BELOEIL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dezelfde kerk leverde zoon Pieter Peeters naar ontwerp Auguste Van Loo, polychromie door Edouard Van Loo: het altaar van O.-L.-Vrouw van 7 Smarten 1889 (KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M092857 M92857]), het altaar van Sint-Elooi 1889 (KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M092845 M92845]), een altaar met retabel 1870-1891, restauratie van beelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;amp;nbsp;: J.M. LEQUEUX, RPMSB, ''Canton de Quevaucamps'', 1980, p. 18.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK&amp;amp;nbsp;: ensemble [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M092841 M92841] (1973)&amp;amp;nbsp;; detail&amp;amp;nbsp;: kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M092842 M92842] (1973).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BERGEN-OP-ZOOM (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk O.-L.-Vrouw Hemelvaart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beelden''' van een altaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862-1863&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; J.B. KRUGER, ??? p. 107; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (1862-1863), snij- en beeldhouwwerk werd besteld bij HPD voor een altaar (1862-1863) dat door Cornelis Joannes Rogier werd vervaardigd); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1863).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: Naar Gothieken kunstzin ??? 1981, p. ???&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Orgelkast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort; instrument door Duitse orgelbouwer Ibach&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1864&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (1864).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BEVEREN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Martinus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Zijaltaar''' noord, toegewijd aan H.Hart van Jezus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met ''Piëta ''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863, neogotisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: R. WEEMAES, 1979, p. 215 (de versiering met de neo-gotische omlijsting van pinakeltjes en niet onaardig beeldsnijwerk van Peeters-Divoort, beeldhouwer te Antwerpen. Met beeldhouwwerk: ''Piëta'', neo-klassieke vormgeving, pl. p. 218); Bernadette ROOSE-MEIER, FMBB, ''Kanton Beveren'', ... , p. 14 (HPD van Turnhout 1863).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s: KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266552 M266552] (1978); detail: bovendeel: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266554 M266554] (1978).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld '''''H. Franciscus'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: R. PIJPERS, 1911, p.19; Richard WEEMAES, 1979, p. 224; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
op zijaltaar Z.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1854 (1858?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: R. WEEMAES, 1979, p. 167.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266549 M266549] (1978).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Preekstoel &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''trap''' door atelier Pieter Peeters-Divoort &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vader Hendrik was in 1869 overleden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1623, nieuwe trap 1877&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Richard WEEMAES, 1979, p. 121 (“in maart 1877 is ­volgens het Liber Memorialis een nieuwe trap aangebracht omdat de vorige te stijl en te gevaarlijk was. De trap werd vervaar­digd door Hendrik Peeters-Divoort, beeldhouwer te Antwerpen. Het was een dubbele trap met vier grote beelden en verder kleine beelden”); Bernadette ROOSE-MEIER, FMBB, ''Kanton Beveren'', 1981 p. 17 (HPD van Turnhout). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B082690 B82690] (1944); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B082692 B82692] 51944) ; [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B082693 B82693] (1944); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B082695 B82695] (1944), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B082696 B82696] (franciskaan) (1944).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beelden''' van grafkelder &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1860 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“02.05.1860 De Kempenaer meldt dat Mevr. Versmessen van Gent in Turnhout geweest is bij Peeters-Divoort om een groot grafmonument voor de familie te bestellen op het­ kerkhof te Beveren: 7 meter hoog, 3 meter breed, in zwart gepolijste steen en steen van Rochefort; met de voorstelling van de Eeuwigheid”).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BEVEREN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Markt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld '''van ''Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
steen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981(1), p.128 (beeld in steen vermeld in De Kempe­naer van 25.06.1859. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelijkaardig beeld in hout zou zijn gemaakt voor Hoeven).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BORNEM'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abdijkerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gegevens bekend door het plaatselijk archief&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 17 '''beelden'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort (+1869) en opvolger Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1864 tot 1874&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: beeld ''O.-L.-Vrouw'' 1864 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044673 M44673]; beeld ''H. Laurentius'' 1865 KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044654 M44654]; beeld ''H. Apollonia'' 1867 KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044660 M44660]; beeld ''H. Dimpna'' 1874 KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044661 M44661].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Communiebank &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1877 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044667 M44667] ,[http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044668 M44668].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BRASSCHAAT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Antonius abt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1842&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: P.J. GOETSCHALCKX, 1910, p. 387; J. JENNES, 1953, p. 64-65; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Brasschaat'', 1977, p. 15 (door Peeters, van Antwerpen 1842).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B084334 B84334] (1945), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087020 M87020] (1973); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087021 M87021] (1973); details: beeld onder de kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087022 M87022] (1973), kruisbeeld [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087009 M87009] (1973).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Hoofdaltaar'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
altaarstuk gesigneerd en gedateerd 1880.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1843&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bibliografie: P.J. GOETSCHALCKX, 1910, p. 386; J. JENNES, 1953, p. 65 (Peeters, uit Antwerpen, 1842); J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Brasschaat'', 1977, p. 14 (door Peeters, van Antwerpen 1843).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087015 M87015] (1973) + details.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BRECHT (SINT-LENAARTS)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Leonardus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Kruisweg'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
gesigneerd ????&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
m. 19de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
terracotta, 77 x 118&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Brasschaat'', 1977, p. 27 (Hendrik Peeters-Divoort, 2&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; helft 19&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK&amp;amp;nbsp;: ''Golgotha'' [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087701 M87701] (1974); ''Jezus wordt in het graf gelegd'', met signatuur [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087702 M87702] (1974).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BREDA (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Andries&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld,''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Sint-Bernardus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1869&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1869).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Preekstoel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1865&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (2), p. 51; Eugeen VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1865).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BREDA (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bisschoppelijk Museum&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beelden''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Mozes'' en ''Aäron''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
herk. van het hoofdaltaar uit Prinsenbeek&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1864&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BROECHEM'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Troon '''voor het beeld van O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De redactie van De Kempenaer 11.06.1859 brengt een bezoek aan het atelier van HPD om een troon te gaan bekijken voor het beeld van O.-L.-Vrouw te Broechem. Alle lof wordt gegeven aan de beeldhouwer H. Peeters en aan de vergulder de heer Volders –Thyssens”); E. VAN AUTENBOER,1983, p. 496, noot 144 (1859).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''BRUSSEL'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bestandkerk Eglise ND de Bon Secours &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Biechtstoelen''' (3?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1858&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: D. COECKELBERGHS en W. JANSSENS, FMBB, ''Kanton Brussel I-IX'', 1978, p. 37 (m. 18de, Lodewijk XV).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Finistèrekerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Knielbank en drie zetels'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1854&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; D. COECKELBERGHS en W. JANSSENS, FMBB, ''Kanton Brussel I-IX'', 1978, p. 28 (midden 18de eeuw); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1854).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: bidstoel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M095741 M95741] (1972), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M095742 M95742] (1972); zetel, hoogte 105 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M035764 M35764] (1972); krukje [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M035770 M35770] (1972).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''CHAAM (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De Kempenaer 30.07.1859 vermeldt een nieuwe preekstoel voor de kerk van Chaam (Noord-Brabant). &amp;quot;in den smaek der renaissance ... deze figuren zijn van beste compositie en schijnen te leven. ... Alles zamen is dit weder een parel te meer aan den kunstkrans van onzen ver­dienstelijken medeburger&amp;quot;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''DETROIT (CANADA)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 5 '''beelden'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 29.08.1863 meldt de bestelling van vijf beelden bestemd voor een altaar te Detroit”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''EEKLO (SINT-LAUREINS)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Laurentius&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1856&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De preekstoel van van de Sint-Laurentiuskerk te Eeklo (Sint-Laureis) willen wij ook aan het atelier van Hendrik Peeters-Divoort toeschrijven. Deze kansel werd als Turnhouts werk omschreven en gedateerd van 1856 (H. VERSCHRAEGEN 1977). Voor deze datering komen twee beeldhouwerateliers in aanmerking: P.P. De Meyer (1825-1892) en Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869). Bij vergelijking met de preekstoel van P.P. De Meyer die in 1866 in Lokeren werd afgeleverd, gaat de voorkeur van toeschrijving naar het atelier Hendrk Peeters-Divoort. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Hugonne VERSCHRAEGEN, FMBB, ''Kanton Eeklo'', 1977, p. 63 (Turnhouts werk). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M077575 M77575] (1973); + details.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''EINDHOVEN (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Pieters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Inrichting van de kerk door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''beelden'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''altaar'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1844-1845&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144 (1844-1845).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''EKEREN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Lambertus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Zijaltaar van O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Van Hool&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''beelden''' door Hendrik Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1838&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Staf DE MEYER, 1981, p. 44 (“altaar met centrale beeld van ''O.-L.-Vrouw'' door Van Hool, de twee flankerende beelden van ''H. Jozef met het Jezuskind'' en ''H. Johannes de Evangelist'' door Hendrik Peeters, in 1838”); J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Kapellen'', 1977, p. 13 (geen vermelding).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B040497 B40497] (1943).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Zijaltaar van H. Lucia&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Van Hool&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''beelden''' door Hendrik Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1838 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Staf DE MEYER, 1981, p. 45 (&amp;quot;aen H. Peeters, beeld­houwer, voor het maeken en leveren van drij beelden op den altaer van Lucia geplaatst&amp;quot;: ''Sint-Jan berchmans, H. Aloysius van Conzaga? en H. Stanis­las Kostka)''&amp;lt;nowiki&amp;gt;; J. JANSEN, FMBB, &amp;lt;/nowiki&amp;gt;''Kanton Kapellen'', 1977, p. 13 (geen vermelding).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M086076 M86076] (1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:21.013cm;&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''ETTEN (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kloosterkapel Zusters Franciskanessen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Altaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''beelden''' ''O.-L.-Vrouw met kind'', ''Allegorie van Geloof'' en ''Hoop'' (hoogte 120 cm)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1852, neogotisch &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bibliografie: H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1852, neogotisch); E. VAN AUTENBOER, 1983, noot 144 (1852).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1981 ’s-Hertogenbosch, p. 104.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''FRASNES-LES-GOSSELIES '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eglise Saint-Nicolas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Altaar, Zij-, N.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (+1869)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca 1875, neoklassiek&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;amp;nbsp;: J.-M. LEQUEUX, RPMSB, ''Canton de Gosselies'', 1978, p. 21 (par H. Peeters Divoort, de Turnhout, vers 1875).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M091903 M91903] (1972).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Altaar, Zij-, Z.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort (+1869)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca 1875, neoklassiek&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; J.-M. LEQUEUX, RPMSB, ''Canton de Gosselies'', 1978, p. 21 (par H. Peeters Divoort, de Turnhout, vers 1875).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M091894 M91894] (1972).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''GENT''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezuïeten Kerk van de Residentie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk toegewijd aan 0.-L.-Vrouw ten hemel opgenomen, Sint-Ignatius en Sint-Franciscus Xaverius&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
beeldengroep ''Goedkeuring van de jezuïetenorde door paus Paulus III''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ca. 1862-1870&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ontmanteld 1956, beeldengroep bewaard in het Sint-Barbaracollege&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: L. BROUWERS, 1980, p. 155, 165; E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: ensemble vooraan [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087955 B87955] (1945); details: achterzijde trap en kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087956 B87956] (1945), achterzijde, kuip en onderstel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087957 B87957] (1945), kuip met medaillon, ''Geloof ''en ''Hoop'' [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087963 B87963] (1945), kuip achteraan [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087961 B87961] (1945), klankbord vooraan [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087968 B87968] (1945), klankbord en rug achteraan [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087966 B87966] (1945), beeldengroep onder de kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087965 B87965] (1945), beeldengroep, gezicht van links [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087969 B87969] (1945), buste van de paus [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087964 B87964] (1945), hoofd van Ignatius [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087967 B87967] (1945), trapleuning [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087960 B87960] (1945), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087970 B87970] (1945), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087958 B87958] (1945), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087962 B87962] (1945), versiering aan de ingang van de trap [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087959 B87959] (1945). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''GIJZEGEM'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zusters van de H. Vincentius&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Processie-altaar'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1857&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER 1983, p. 496, noot 144 (1857).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HERZELE (BURST)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Martinus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met beelden van de vier Evangelisten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
reliëfs: ''De Vlucht naar Egypte'' en ''Opdracht van Jezus in de tempel''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3de kwart 19de eeuw, neogotisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toeschrijving verantwoord bij vergelijking met de preekstoel van Kemzeke.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Herzele'', 1976, p. 21 (door Peeters, van Turnhout).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: M 23036 (1968).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HOOGSTRATEN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Catharina&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Grafmonument''' Petrus Franciscus van Erven (+1864)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met ''Piëta''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1856-1857, neogotisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
witte zandsteen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. LAUWERIJS, 1935, p. 56; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout 11'', 1977, p. 32; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1857).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M041122 M41122] (1968).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''restauratie''' koorgestoelte, door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1857-1859 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. LAUWERIJS, 1935, p. 40; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout II,'' 1977, p. 33 (1856); H. DE KOK, 1981 (2), p. 50; E. VAN AUTENBOER, 1983, p.496, noot 144 (1857).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''restauratie''' troon, door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1856&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1856).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HOOGSTRATEN (MEER)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Biechtstoel''' (2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier H. Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1849&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: P. GRATIANUS, 1912, p. 158 (&amp;quot;In 1849 zijn twee biechtstoelen gemaakt door Peeters, van Turnhout, voor eene som van fr 2.721,07”); J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout II'', 1977, p. 41; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (beide met voorstelling ''Maria Magdalena'').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M019002 M19002] (1967); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M079981 M79981] (1967).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''KASTERLEE'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Willibrordus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beelden''' (2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Sint-Ambrosius'' en ''Sint-Paulus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Jan VAN GORP, z.d.: p. 169: beelden van ''Sint-Ambrosius'' en ''Sint-Paulus'', aan beide zijden van de toegangdeur van de kerk moeten van de hand van de beeldhouwer zijn van de beeldhouwer van de preekstoel, namelijk van Peeters. Zij vertonen dezelfde stijl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Jan VAN GORP, z.d , p. 169-170: In verband met de preekstoel schreef de oude meester De Ceuster in &amp;quot;De Week&amp;quot; van 21 november 1934: de Oudheidkundige Kring Taxandria had gesproken over de kunstenaar-beeldhouwer Suske Peeters; deze man vervaardigde de preekstoel van Kasterlee; er werd aan gewerkt toen men ook deze van Turnhout had vervaardigd; hij werd geplaatst onder Pastoor Hendrickx (1850-1858), in de stijl van de kerk; met ''Bisschopswijding van H. Willibrordus'', vier reliëfs over zijn missionering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. ''Landing van Willibrordus op het vasteland''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. ''Graaf Rohingus doet een schenking aan Willibrordus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3''. Willibrordus verdedigt het geloof tegen de heide­nen''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. ''Kloosterschool van Willibrordus te Echternach'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 20 (HPD 1874); H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (1862) ”; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1962).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, p. [21] (ca. 1862).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: ensemble [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B048772 B48772] (1943), beeldengroep [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B048773 B48773] 51943), hoofden [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B048774 B48774] (1943), kruisbeeld [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B048770 B48770] (1943).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''KASTERLEE (LICHTAART)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Beeld''' ''H. Hart'' (2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''KASTERLEE (TIELEN)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Margaretha&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Preekstoel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Zegenende Christus-Leraar''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Pieter Peeters, opvolger van Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1877, neogotisch &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De plaatselijke geschiedschrijver A. Koyen noteerde dat de preekstoel zou zijn geleverd in 1877; hij werd gemaakt door H. Peeters-Divoort uit de Walenstraat in Antwerpen, voor een bedrag van 3.000 Bfrs. Wij weten dat Hendrik Peeters was overleden in 1869; anderzijds dat het atelier van Tunhout in 1866 was verhuisd naar de Walenstraat in Antwerpen. De duidelijkheid in de gegevens (prijs, adres en naamgeving) laten veronderstellen dat Koyen het bij het rechte eind heeft maar nog steeds de naam van het atelier Hendrik Peeters-Divoort gebruikte. We zagen reeds dat de ateliernaam Hendrik Peeters-Divoort ook nog na diens overlijden werd gebruikt. We mogen veronderstellen dat de preekstoel in Antwerpen werd gemaakt in het atelier van Pieter Peeters de opvolger van Hendrik Peeters-Divoort. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Herentals'', 1977, p. 45 (3/4 19de); A. KOYEN, 1980, p. 132.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M086928 M86928] (1972); kruisbeeld [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M086929 M86929] (1972).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Deur onder de toren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: A. KOYEN, 1980, p. 132 (&amp;quot;de grote deur onder de toren, geleverd en geplaatst door beeldhouwer H. Peeters-Dievoort kwam op 138,32 fr en dan le­verde Aug. Van Aerschot uit Herentals voor die deur nog het ijzerwerk, sloten bascule voor 52 fr”).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''MECHELEN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk SS. Petrus en Paulus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Franciscus Xaverius''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1860&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
plaaster&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: G. VAN DOORSLAER en L. STROOBANT, 1940, p. 33, nr. 6 (door Peeters, van Turnhout; gewijd in 1860).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''MOL'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Petrus en Paulus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met beeld ''Primaat van Petrus'' en reliëfs met taferelen uit ''het leven van de H. Petrus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863-1866&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Inv. Prov Antwerpen p. 1514 (door Peeters); Frans SPAEY, 1927, p. 36 (“P. Peeters. Diende als voorbeeld voor de preekstoel van Sint-Andries te Antwerpen”); J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Mol'', 1975, p. 108 (Hendrik Peeters-Divoort, 1884-1888); H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 03.02.1866 meldt dat de preekstoel van Mol te bezichtigen was in het atelier van HPD op 8 en 9 februari”); E. VAN AUTENBOER,1983, p. 496, noot 144 (1866); J. JANSEN, 1987, p. 107-111.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p.21].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M041357 M41357](1968), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189217 M189217] (1987) ; trap [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M041358 M41358] (1968), kruisbeeld [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189219 M189219] (1987), H. Petrus paus [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189218 M189218] (1987).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
in opdracht van Celestien Van Achten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
voor de congregatie van de Jongelingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Aloysius''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1856&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, 1987, p. 108.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Rochus'' ter vervanging van een ''H. Joannes Bergmans''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1866&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, 1987, p. 108.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189198 M189198] (1987).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Doksaal'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1866-1867&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, 1987, p. 111.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''NAZARETH '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort en opvolger Pieter Peeters &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ontwerp Désiré Latte&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1869-1870&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
hout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Gent VII'', p. 38 ( door Désiré Eugène Latte, van Gavere, en Peeters, van Antwerpen, 1869-1870). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: ensemble [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B057898 B57898] (1943), achter [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B057899 B57899] (1943, zijaanzicht [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B057900 B57900] (1943); detail: ''H. Petrus'' onder de kuip [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A057803 A57803] (1943).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''NIJLEN (KESSEL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Lambertus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Reliëf'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''O.-L.-Vrouw met Jezuskind overhandigt de rozenkrans aan de H. Dominicus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1853&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
steen, 85 x 70&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Lier'', 1975, p. 27 (door H. Peeters-Divoort, 1853).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M050750 M50750] (1970).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Communiebank en biechtstoelen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p.21]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''OPWIJK'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Paulus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 11 '''beelden '''en hoofdaltaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort, 1861-1869&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
en opvolger Pieter Peeters 1873-1876&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''Kindje Jezus'' 1861 KIK [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266405 M266405] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''H. Vincentius a Paolo'' 1861 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266382 M266382] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld van ''Sint-Rochus'' 1866 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266475 M266475] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld, ''Sint-Antonius'' 1867 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266379 M266379] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''H. Hart'' 1869&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''H. Aloysius'' 1869 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266384 M266384] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''H. Franciscus Salesius'' 1869 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M026648 M26648] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdaltaar 1873 kostprijs 4.500 fr [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A067204 A67204] (1944) + details&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''Sint-Cornelius'' 1874 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266376 M266376] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''H. Joannes Berchmans'' 1874 [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266412 M266412] (1978)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beeld ''O.-L.-Vrouw van Lourdes ''1876&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;:''' '''Jan LINDEMANS, 1937, p. 188-189, onder deken Norbertus Janssens, geboortig van Turnhout; J. JANSEN FMBB, ''Kanton Asse'', 1979, p. 36, 39.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 2009 Mechelen, nr. 87 (''H. Aloysius'')&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''OUD-TURNHOUT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Bavo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Restauratiewerken''' 1853 en 1859, door atelier Hendrik Peeters-Divoort, aan gestoelte, boisering, portalen, lijsten: P.P. Meyer maakt een nieuw gestoelte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; E. VAN AUTEBOER, 1983, p. 496, noot 144.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''PARIJS (F)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Kruisweg '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
voor wereldtentoonstelling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1867&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''PRINSENBEEK (NL)''' nu in Bisschoppelijk Museum van Breda&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beelden''' van hoofdaltaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1864&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (''Mozes'' en ''Aäron'', 1864 op tentoonstelling in ’s Hertogenbosch); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1864).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1981 ’s Hertogenbosch.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''RAMELLIES '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eglise Saint-Hubert&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Biechtstoelen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Denis COOECKELBERGHS, RPMSB, ''Canton de Jodoigne'', 1977, p. 59 (geen vermelding).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1981 Ath, p. 121.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M068738 M68738] (1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''RANST(BROECHEM)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Troon '''voor O.-L.-Vrouw&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier H. Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“11.06.1859 de redactie van De Kempenaer bezoekt het atelier van HPD om een troon voor het O.-L.-Vrouwebeeld van Broechem te be­zichtigen. Ook de schilder-vergulder Volders-Thijssens, van Turnhout kreeg eveneens alle lof”).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''RETIE (SCHOONBROEK)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Job&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Restauratie '''retabel ''Sint-Job''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
polychromie door K. Volders-Thyssen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 25; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144; J. JANSEN, 1993, p. 118-125; M. SERCK-DEWAIDE, 1993, p. 138-139.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''’s HERTOGENBOSCH (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Ontwerp''' hoofdaltaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1868&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“in 1867 dong HPD mee met een prijsvraag”); C. PEETERS, 1985, p. 344 (“H. Peeters-Divoor, van Antwerpen, dient in 1868 een ontwerp in voor de oprichting van een nieuw hoofdal­taar in de kerk. Er zijn vijf ontwerpen, Lambert Hezemans is winnaar”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1855).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1981 ‘s Hertogenbosch.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''SCHERPENHEUVEL-ZICHEM (AVERBODE)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abdijkerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Altaar (2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van ''H. Hart van Jezus'' en ''H. Hart van Maria''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1894 en 1899&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981(1), p. 129 (toegeschreven aan Hendrik Peeters-Divoort); J. JANSEN en H. JANSSENS, 1999, p. 208-214 (Pieter Peeters, 1894 en 1899). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s: altaar H. Hart van Jezus N13094 (1990) + details; altaar H. Hart van Maria N13096 (1990) + details.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''SCHOTEN'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Cordula&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1847&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Merksem'', 1976, p. 16 (door Peeters, van Antwerpen).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M086141 M86141] (1974), [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M087142 M87142] (1974) + details.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''SPRUNDEL (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129; E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''STABROEK (HOEVENEN)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (“De Kempenaer vermeld 25.06.1859 een beeld van ''O.-L.-Vrouw'' ''Onbevlekt Ontvangen'' voor Hoeven (?) naar het voorbeeld van Beveren op de Markt”); J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Kapellen'', 1977, p. 18 (geen vermelding).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M086221 M86221] (1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''STEKENE (KEMZEKE)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Jakob&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk vernieuwd na instorting van de toren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1851&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; C. VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE, FMBB, ''Kanton Sint-Niklaas II'', 1979, p. 24 (door Peeters, van Turnhout, 2&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; helft 19&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK ens. [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M252894 M252894] (1977); detail relief [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M252895 M252895] (1977).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TERHEIDEN (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Communiebank '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Biechtstoelen '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TILBURG (Heike) (NL)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk H. Dionysius&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Vincentius a Paulo''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
H. Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1840&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eikenhout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. VAN HEST, 1992, p 178-179 (door H. Peters, 1840).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TONGRE-NOTRE-DAME'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eglise Notre Dame &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volledige neoklassieke binneninrichting in eik door Pieter Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ontwerpen bewaard in de pastorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Communiebank (1872), lambrizering op het koor, beelden van ''H. Theresia van Avilla'', ''H. Catharina van Sienna'', ''H. Dominicus'' en ''H. Bernardus'', engelen en engelenkoppen, binnendeur (2), beelden van apostelen, engelen en engelenkoppen, koorgestoelte, preekstoel, kruisweg, biechtstoel (4), reliëfs (6) op het koor in steen (1872), reliëf van het portaal in steen, ontwerp voor monstrans.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Jean-Marie LEQUEUX, RPMSB, ''Canton de Lens'', Brussel, 1980 .&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TURNHOUT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Jozef (afgebroken Jezuïetenkerk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeld '''''Sint-Jozef''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer 21.03.1863 vermeldt de plaatsing van het beeld”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Zes '''kandelaars'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TURNHOUT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Pieter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Wonderbare visvangst''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 37-41; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 36; H. DE KOK, 1981 (1), p. 128-9 (“1862, belangrijkste werk, geïnspireerd op de predikstoel van Sint-Andrieskerk te Antwerpen”); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tentoonstelling: 1980 Turnhout, [p. 21]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B027941 B27941] (1942) +details. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''altaa'''r doopkapel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Broederschapslijst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van Broederschap van O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik, 195 x 104&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 46; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 36; H. DE KOK, 1981 (2), p. 35 (m. 19de eeuw); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M062782 M62782] (1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-''' Kruisweg''' (13 staties van 14)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
gesigneerd voluit of met monogram, soms met datering: op 1&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; H. PEETERS-DIVOORT TURNHOUT; op de tweede H.P.D. 1853; op de vijfde H.P.D. 1855; op de zesde H.P.D. 1858; op de zevende H.P.D. 1856; op de achtste H.P.D. 1856; op de negende H.P.D. 1857; op de twaalfde H.P.D. 1857; op de dertiende H. PEETERS-DIVOORT 1853; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; statie door P.P. De Meyer, gesigneerd P.P. DE MEYER TURNHOUT &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1853-1858&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
zandsteen, 110 x 150&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 53, 56; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 35; H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1853-1857); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M062792 M62792] (1971) + details.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Restauratie''' koorgestoelte&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1850&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 19; J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Turnhout I'', 1976, p. 35; H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1850; 1516 fr). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Beeldje''' ''Sint-Jan de Doper''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: E. VAN AUTENBOER, 1973, p. 55; H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (terracotta, in doopkapel); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
H. DE KOK, 1981 (2), p. 51 vermeldt nog een aantal '''werken''' in de Sint-Pieterskerk: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1838 beeld ''H. Franciscus'' door Hendrik Peeters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1845 twee spiegels in de sacristie ''Christusbeeld''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1869 herstelling van ornament en beeldje van H. Norbertus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1845 herstelling aan de Christus en aan de berg en loofwerk doodshoofd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1851 lessenaar en knielbank&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1851 bougering aan ingang, stoelhuis, gestoelte Venerabel en O.-L.-Vrouw &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1853 herstelling doopkapeldeuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1854 allerlei restauraties&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1855-1856 herstellingen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862 bidstoel in eik voor deken Van der Meeren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862 restauratie ijzeren hekken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1862 herstelling kruisweg &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TURNHOUT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zangvereniging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Standaard''' voor Orpheus, een zangafdeling van Sint-Cecilia; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1861&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), 128 (De Kempe­naer 24.08.1861); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Standaard''' voor de zangafdeling Kunst en Nijverheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1863&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 128 (De Kempenaer 18.07.1863, 01.08.1863, 08.08.1863); E. VAN AUTENBOER, 1983, p.473-502, in ’t bijzonder p. 482-483.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''TURNHOUT'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kloosterkapel H. Graf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Hoofdaltaar '''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1852&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
na ontmanteling bleven over: beelden van ''H. Augustinus'', ''H. Helena'' en ''H. Jacobus de Meerdere''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74; H. DE KOK, 1981 (2), p. 50. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s : beeld ''H. Augustinus'' KM6426 (1994), beeld ''H. Helena'' KM6427 (1994), beeld ''H. Jacobus de Meerdere KM6425 (1994).''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1848&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
na ontmanteling bleef het beeld in de bekroning over ''God de Vader zetelend op de wereldbol''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto: beeld KM 6446 (1994).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Voormalige meubilering der kerk in neogotische stijl, door atelier Hendrik Peeters-Divoort,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vermeld door Zuster Hereswitha:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1847 '''orgelkast en balustrade'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1848 '''biechtstoel, preekstoel, communiebank''' 3 samen 2.600 F&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1852 '''hoofdaltaar''' 36.000 F (?) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859 '''beeld '''''Sint-Jozef''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
gepolychromeerd door K. Volders-Thijssen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1859 '''zijaltaar''' H. Jozef&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''zijaltaar''' van H. Graf 1.356 F&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt; Z.M. HERESWITHA, 1962, p. 74. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''VIRGINAL-SAMME'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eglise Saint-Pierre&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''H. Theresia van Avilla'', ''H. Jozef'', B''erouw van de H. Petrus''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1853&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
eik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: F. LALOIRE, 1953; Denis COECKELBERGHS, RPMSB, ''Canton de Tubize'', 1976, p. 26 (H. Peeters, 1853); H. DE KOK, 1981 (1), p. 127 (1853); E. VAN AUTENBOER, 1983, p. 496, noot 144 (1853).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: ensemble [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M068610 M68610] (1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''VOSSELAAR'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Kruisweg''' ??? nog aanwezig ??&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1867&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. DE KOK, 1981 (1), p. 129 (“De Kempenaer van 09.03. 1­867 meldt dat HPD verhuist is naar Antwerpen, dat hij voor de Wereldtentoonstelling van Parijs een kruisweg heeft vervaardigd waarvan de modellen eerdaags werden opgehangen te Vosselaar”). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''WIEZE'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Salvator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Preekstoel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
deels door Peeters van Turnhout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: H. VERSCHRAEGEN, FMBB, ''Kanton Dendermonde'', 1982, p. 87.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B090388 B90388] (1945); [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M243157 M243157] (1976).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''ZEMST (ELEWIJT)'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kerk Sint-Hubertus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''Communiebank'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
met ''Lam van de Apocalyps'' en ''Hostiedragende kelk''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
atelier Hendrik Peeters-Divoort&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1868&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Bibliografie&amp;lt;/u&amp;gt;: J. JANSEN, FMBB, ''Kanton Vilvoorde'', 1980, p. 13 (Hendrik Peeters-Divoort, van Turnhout, 1868).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Foto’s KIK: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M129489 M129489]: [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M129490 M129490] (1978) en [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M129490 M129490] (1978).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;margin-left:0cm;margin-right:21.013cm;&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lijst van de afbeeldingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. AALST Sint-Jozefscollege, kapel, preekstoel 1852 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=A037297 A37297]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, preekstoel 1862 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B027941 B27941]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, preekstoel 1862, detail: beeldengroep onder de kuip Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B027939 B27939]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. KASTERLEE Sint-Willibrorduskerk, preekstoel 1862, detail: beeldengroep onder de kuip Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B048773 B48773]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, preekstoel 1866 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M041357 M41357]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, preekstoel 1866, detail: beeld onder de kuip Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189218 M189218]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7. GENT Jezuïetenkerk, preekstoel ca 1862-1870 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087955 B87955] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
8. GENT Jezuïetenkerk, preekstoel ca. 1862-1870, derail: kuip Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=B087963 B87963]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
9. HOOGSTRATEN Sint-Catharinakerk, grafmonument 1856-1857 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M041122 M41122]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
10. BORNEM Abdijkerk, beeld 1864 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M044673 M44673]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
11. OPWIJK Sint-Pauluskerk, beeld 1866 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M266475 M266475]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
12. MOL Sint-Petrus en Pauluskerk, beeld 1866 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M189198 M189198]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
13. TURNHOUT Sint-Pieterskerk, kruisweg eerste statie 1853 Foto KIK Brussel [http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=M062792 M62792]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Echtheidsattesten_voor_de_H._Odrada</id>
		<title>Echtheidsattesten voor de H. Odrada</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Echtheidsattesten_voor_de_H._Odrada"/>
				<updated>2025-07-06T18:13:24Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met '1 &amp;lt;br /&amp;gt; Over relieken en echtheidsattesten in het bijzonder deze van de &amp;lt;br /&amp;gt; H. Odrada, vereerd te Balen en te Mol-Milligem &amp;lt;br /&amp;gt;  &amp;lt;br /&amp;gt; do...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over relieken en echtheidsattesten in het bijzonder deze van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada, vereerd te Balen en te Mol-Milligem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Jaak Jansen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heiligenverering is steeds een belangrijk onderdeel geweest in de devotiepraktijk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de katholieke kerk. In de loop van de tijden werden duizenden mannen en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vrouwen heilig verklaard1. Sommigen werden heilig verklaard door het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
martelaarschap; anderen werden heilig door hun voorbeeldig leven of door de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diensten die zij aan de kerk hadden verleend. Kloosterorden promootten eigen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen naar de kerkelijke kalender. Grote, invloedrijke kerkleraars, mystiekers, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stichters, vorsten of leiders van bewegingen kregen aandacht en werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gecanonniseerd. Zij werden erkend, bewonderd en  vereerd; zij werden tot voorbeeld &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld; zij waren bemiddelaars voor de gelovigen, tussen hier en daar.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geleidelijk  zou  de  heiligenverering  zich  verspreiden,  eerst  in  Europa,  later  in  de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kolonies. Plaatselijke vereringen zouden uitgroeien tot bedevaartplaatsen, soms met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
internationale uitstraling (Rome en Loreto in Italië, Compostella in Spanje, Keulen in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland). Heiligenlevens werden beschreven en tot voorbeeld gesteld. Wonderbare &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
feiten,  genezingen,  bekeringen  werden  graag  geregistreerd;  zij  toonden  hoe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
invloedrijk de heilige was; zij stelden zijn levenswandel en overtuiging tot voorbeeld; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij  droegen  bij  om  de  verspreiding  van  de  verering  te  bevorderen.  De  eerste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systematische beschrijving van de heiligenlevens gebeurde door Jacopo de Voragine &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(1230-1290),  bisschop  van  Genua,  in  zijn  “Legenda  Aurea”.  Zonder  veel  kritisch &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermogen noteerde hij alle gekende verhalen over en van de heiligen. Zijn boek zou &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote invloed uitoefenen en als een soort bijbel worden gebruikt in de middeleeuwse &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
iconografie. Goedgelovigheid en fantasie kwamen hierbij dikwijls om de hoek kijken; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bleef aantrekkelijk en invloedrijk. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verhalen waren in de loop van de tijd aangedikt; af en toe sloeg de fantasie op hol. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Later  zou  de  kerk  specialisten  opleiden  die  onderzoek  deden  om  degelijke, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarheidsgetrouwe  levensbeschrijvingen  op  te  stellen.  Vooral  de  jezuïeten  zouden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier baanbrekend werk verrichten: zij werden de bollandisten genoemd naar één van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de  eerste  initiatiefnemers.  Joannes  Bollandus  (°Judemont  bij  Bolland  1596-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
+Antwerpen  1665)  was  jezuïet  en  historicus;  hij  begon  samen  met  Heribertus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rosweyde (°1570-+1629) de Acta Sanctorum uit te werken: het grootse plan om op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historisch  gefundeerde  wijze  de  levensbeschrijvingen  van  de  heiligen  uit  te  geven. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bolland verbrede het opzet en werd de eigenlijke stichter van het studiecentrum. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
documentatie werd door de  bollandisten te Brussel verzameld. Bij de  opheffing van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de  jezuïetenorde  in  1773  waren  er  reeds  vijftig  delen  verschenen.  In  de  periode &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1773-1794  verschenen nog zes delen. In 1794 trok abt Hermans, van Tongerlo, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hagiologische  onderneming  naar  de  abdij.  In  1837  vertrok  het  opzet  terug  naar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel 2.  In  1904  werd  in  deze  reeks  de  levensbeschrijving  van  de  H.  Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd3. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Overzicht zie REAU, Iconographie de l’art chrétien, 3 delen, Parijs, 1958; zie ook LCI, Lexikon der &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
christlichen Ikonographie, delen 5 tot 8, 1974.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Over de rol van Tongerlo in deze onderneming publiceerde W. VAN SPILBEEK, De abdij van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerloo. Geschiedkundige navorsingen, Lier-Geel, 1888, p. 565-572. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Acta Sanctorum, Dies tertia Novembris. De Sancta Odrada, Commentaar door C. DE SMEDT, 2, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, 1894, p. 57-69; een diepgaande studie over de vita zelf, de tekst en de interpretatie ervan  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd uitgevoerd door ANNEMARIE SPEETJES, De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de heilige Odrada (1100-1400), met een kritische studie van de vita, doctoraatsproefschrift &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekenverering4 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verering van de katholieke heiligen is nauw verbonden met de verspreiding van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hun relieken in de Roomse kerk. Aanvankelijk werd de heilige vereerd daar waar hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraven lag. Spoedig zou de verering worden uitgebreid naar andere plaatsen door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verspreiden van relieken (relikten, reliquien, overblijfselen) van de heilige.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onderdelen van het lichaam of skelet (primaire relieken) werden meegenomen om &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vereerd te worden elders. De invloedrijke kracht van de heilige was evenzeer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezig in het onderdeel(tje) en kon de volledige persoon vertegenwoordigen. Ook &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secundaire relieken zoals kledingstukken of gebruiksvoorwerpen van de heilige &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden een grote waarde. Een derde soort relieken (tertiaire relieken) waren resten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die geraakt hadden aan een primaire reliek en op die manier een gedeelte van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kracht van de primaire reliek met zich meedroeg.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Enige rangorde in de kracht van de relieken kon ook worden vastgesteld. De sterkste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken waren deze die verwezen naar het leven van Jezus en zijn moeder Maria &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Jeruzalem). Dan volgden de naasten van Jezus: de apostelen (H. Petrus begraven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Rome; Jacobus de Meerdere begraven in Compostella). Verder volgden de vele &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mannelijke en vrouwelijke heilgen, waarvan er sommigen al meer populair waren dan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen. Sommigen werden aanroepen tegen catastrofen, natuurrampen of ziekten; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen werden aanbeden om allerlei kwalen te verhinderen bij bevallingen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huwelijken, ouderdomskwalen of sukses in het leven. De heiligenj zouden verder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestaansrecht verwerven via patroonschap van landen, steden, gilden en ambachten, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschappen, verenigingen of via persoonlijke devotie. Mettertijd werd de lijst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangevuld met nieuwe heiligverklaringen die tot op onze dagen verder gaan.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kerk stimuleerde deze vereringen en ging aan sommige gebeden of oefeningen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke beloningen of aflaten verbinden. Feller groeiden de misbruiken toen er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook geldelijke bijdragen werden aan gekoppeld; aflaten konden worden gekocht met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bijhorende, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van straf in het hiernamaals. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het uit de hand lopen en werd deze “handel” in aflaten  gecontesteerd. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reformatie (1ste helft 16de eeuw, Luther) zou onder meer tegen deze misbruiken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
protesteren en in verzet gaan. Het Concilie van Trente in het midden van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw zou orde op zaken brengen in deze werkwijze en de basis leggen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het ernstig beheer van dit onderdeel van de kerkelijke devotie. Heiligenlevens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden ernstig bestudeerd. Relieken werden op hun echtheid onderzocht. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Concilie van Trente zou hier orde op zaken brengen.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De oudste bijzondere vereringsplaatsen waren deze waar de eerste martelaren &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden begraven. Op hun graven zouden de eerste kerken worden gebouwd. Hieruit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou trouwens de gewoonte en verplichting voortvloeien om in elke altaartafel van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
elke kerk een restje of reliek van een heilige aanwezig te plaatsen onder de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaarsteen. Met de erkenning en de verspreiding van de godsdienst zou ook de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
behoefte aan relieken sterk toenemen. Tot op heden zou de kerk dit gebruik &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toepassen en altaren toewijden aan één van de erkende heiligen. Alle heiligen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vakgroep Geschiedenis Universiteit Groningen, 1999. De auteur publiceerde de oorspronkelijke tekst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de vita en het officium; van de in het latijn geschreven vita gaf zij een nederlandse vertaling. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Verder ging haar aandacht naar de relatie tussen Odrada en de kerk van Alem die door een priorij van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de benedictijnen van Sint-Truiden werd bediend. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 In 2008-2009 werd er in het museum “De Mindere”, van de minderbroeders te Sint-Truiden een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tentoonstelling gehouden over relieken en reliekenverering:”Tussen Hemel en Aarde. Relieken en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekenverering”, Sint-Truiden 30 oktober 2008-30 april 2009.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kregen een plaats op de kerkelijke kalender en kregen op een bepaalde dag een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere dag van herdenking en verering. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds waren er ook misbruiken en onregelmatigheden. Relieken werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruikt in politieke machtsspelletjes; hoogwaardigheidsbekleders schonken relieken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg om meer macht te krijgen; valse relieken werden verspreid; de authenticiteit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd soms niet nagegaan. Soms ging men zover om resten van heiligen te gaan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelen om de invloed en de welvaart ervan aan de “goeie” kant te krijgen; het verhaal &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de ontvreemding van de H. Dimpna in Geel door de inwoners van Xanten is er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorbeeld van. Bedevaartplaatsen kregen grote aandacht en brachten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volkstoeloop en welvaart. Misbruiken en onregelmatigheden konden niet uitblijven.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch dient erkend te worden dat de volksdevotie tot de heiligen een enorme &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke kracht was en een wezenlijk element van de volksverheffing; de invloed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het persoonlijke en maatschappelijk leven was zeer groot. Voor het culturele leven, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het maatschappelijke netwerk en de devotie van de gelovigen waren de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering en de reliekenaanbidding bepalend. Wie alleen wil blijven stilstaan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij excessen ( het kruishout, de moedermelk van Maria) is te kwader trouw.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Willem van Rijkel (13de eeuw) &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de geschiedenis van de verering van de H. Odrada zou een misplaatste ingreep &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kennen  in de dertiende eeuw. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw werden er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Keulen honderden relieken verspreid over Europa. In 1106 wilde de stad zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
territorium uitbreiden en tijdens de bouwwerken van een nieuwe stadsmuur, stootten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Keulenaars op een ongekend kerkhof met talrijke graven. Vermits de kerk van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Ursula in de buurt lag, was men de mening toegedaan dat het hier om een oude &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraafplaats ging waar de H. Ursula en de elf duizend maagden werden begraven. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De legendarische vita verhaalde hoe de Britse (Bretoense?) koningsdochter verplicht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd om met een heidense prins te huwen. Zij wilde slechts akkoord gaan indien zij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst een reis mocht maken met elf dienstmaagden die op hun beurt duizend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienstmaagden mochten meevoeren. Hun tocht voerde hen naar Keulen en vandaar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verder naar Rome, waar zij paus Cyriacus (366-384) ontmoetten. Bij hun terugkeer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonden zij een bezette stad Keulen waar de Hunnen de bevolking teisterden. Ursula &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en haar talrijk gezelschap werd gevangen genomen en met pijlen doorschoten door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het leger van de Hunnenleider. Zes eeuwen later, in 1106 was men ervan overtuigd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat de begraafplaats van deze martelaressen werd terug gevonden. De nieuwe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vindpaats zou een massa aan relieken voortbrengen; de legendarische &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving werd letterlijk genomen.  De benedictijnen zouden vanaf de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalfde eeuw belangrijke verspreiders worden van deze vondst. In de dertiende &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw zou de verspreiding van deze Keulense relieken nog blijven verder gaan. Abt &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Willem van Rykel van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden was een vurig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzamelaar en verspreider van deze relieken. Vanaf 1260 ontving de abdij van Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Truiden talrijke relieken  vanuit Keulen.  Tussen 1270 en 1272 verzamelde en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdeelde abt Van Ryckel honderden resten van skeletten. Vermist deze vrouwen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de legende allen de marteldood waren gestorven, waren zij ook tot de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligen- staat verheven. Willem van Ryckel hield in grote lijnen een administratie bij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en noteerde dagelijks zijn initiatieven van de verdeling. Over de identificatie nam hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het niet zo nauw; willekeurig ging hij aan de resten namen toedichten die nergens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige grond van waarheid vertoonden. Op 23 augustus 1271 noteerde hij de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verspreiding van de relieken van de H. Catharina, de H. Odrada en de H. Filippus; zij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden doorgestuurd naar het bedehuis van Alem-op-de-Maas, een afhankelijkheid &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij van Sint-Truiden5. Wat er precies werd geschonken aan de kerk van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alem stond niet genoteerd. In andere notities stond wel vermeld dat het om “een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schedel” of “een hoofd” of “een lichaam” ging; hier werd verder geen precisering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgegeven. De naamgeving van van Rykel was ook vaak willekeurig en verwarrend; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de betrouwbaarheid van de notities waren ondermaats. Sommige auteurs &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beschouwden onterecht deze informatie over de levering van relieken aan Alem als &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het begin van de verering van de H. Odrada te Alem6. De vita over de H. Odrada die &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1304 te Sint-Truiden zou zijn geschreven, zou bijgevolg aansluiten bij de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwerving van relieken in 1271. Verscheidene argumenten zouden deze visie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontkrachten. Voor 1271 werd er reeds verwezen naar Odrada. In Alem werd de naam &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Odrada reeds vroeger vastgesteld door A.J. Speetjes: er bestond reeds voor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dertiende eeuw  een “Sent Hodraden acker” in Alem en in Lobberich woonden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“homines beate Odrade”. Speetjes wees in haar doctoraat eveneens op de nauwe &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwevenheid tussen machtspolitiek van de abdij en de gevolgen voor de plaatselijke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering. Enerzijds was de neiging groot om de vita van de H. Odrada als &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puur verzinsel en legendarisch te beschouwen; anderzijds werd deze mening &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkruist door enkele historische gegevens en toch weer niet genoeg om een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijke, andere conclusie te trekken. Het recent onderzoek van de reliek te Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Mark Van Strydonck zou nieuw licht brengen in deze problematiek.  Door het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium werd een radiocarboondatering &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgevoerd op het kaaksbeen van Sint-Odrada in  de Sint-Andrieskerk te Balen. Dit &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen zou in 15737 (aldus Joannes De Roover) opgegraven zijn te Alem waar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada werd begraven en waar Otto van Duras voor haar een bedevaartkerk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwde. De conclusie van Mark Van Strydonck was dat het kaaksbeen toebehoorde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan een vrouw die in de achtste eeuw had geleefd8. Ook een ander gelijkaardig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderzoek op een door van Rijkel verspreide schedel van één van de elfduizend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagden leverde een datering op die niet uit de te verwachten 4de eeuw herkomstig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was. De betreffende schedel, bewaard in Sint-Truiden, was herkomstig van een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
persoon die in de zesde-zevende eeuw geleefd had9. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over authenticiteitsattesten van de H. Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het begin van de zestiende eeuw zal de reformatie op gang komen in Europa; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst in Duitsland, daarna in de andere landen van Europa. De misbruiken in de kerk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren talrijk; er waren twijfels over de religieuse waarheden en gebruiken. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkelijke aflatenpolitiek was een doorn in het oog; de heiligenverering was er de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basis van. Aflossingen in het hiernamaals werden gekoppeld aan financiële bijdragen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De wijdverspreide aflatencommercie bracht ontevredenheid en verzet. Vooral een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief van paus Leo X (1513-1521) was in het verkeerde keelgat geschoten; de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst van de aflaten moest onder meer dienen om  de grote bouwwerken in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rome te financieren. De augustijn Maarten Luther zou verzet aantekenen in 1517; hij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kreeg grote navolging. Nieuwe ontevredenen en richtingen zouden ontstaan. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Ph. GEORGES, De reliekenschat van de Benedictijnerabdij van Sint-Truiden, in Stof uit de kist. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middeleeuwse textielschat uit de abdij van Sint-Truiden, Leuven, 1991, p. 33. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 BIJSTERVELT en anderen  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Acta Sanctorum. De Sancta Odrada, o.c., p. 59, nr. 9,  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 M. VAN STRYDONCK, Relieken. Echt of vals?, Leuven, 2006; over het onderzoek van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van de H. Odrada zie p. 111-119. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 M. VAN STRYDONCK, o. c., 2006, p. 77 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
scheuring en verdeeldheid in Europa waren onvermijdelijk en grondig. De gevolgen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn tot op heden aanwijsbaar. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de kerk van Rome waren de vele ongeregeldheden en tegenkantingen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding om in het midden van de zestiende eeuw het Concilie van Trente (1545-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1563) te organiseren. Hier werden maatregelen genomen en antwoorden gegeven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan deze bedreigingen. Nieuwe bisdommen werden opgericht; cathecese-onderricht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd gestimuleerd; de controle en toezicht verstrengd. De kerkelijke bedienaars &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden beter opgeleid en beter begeleid. Voortaan zou men ook nauwer toezien op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de echtheid van de relieken; onregelmatigheden moesten vermeden worden. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toezicht hierop zou worden uitgeoefend door de kerkelijke hoogwaardigheids-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bekleders, bisschoppen of aartsbisschoppen. Zij zouden op regelmatige wijze &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle uitoefenen op devotie; zij wilden excessen vermijden; zij wilden de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering onder controle houden; onder meer schreven zij attesten  voor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken en hun plaatselijke verering. Aanvankelijk ging het hier om handgeschreven &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attesten die door de secretariaten van de bisschoppen werden afgeleverd. Tijdens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dekenale visitaties werd alles gecontroleerd en in veslag gebracht.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de negentiende eeuw zou er in de attesten verandering en vereenvoudiging &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
komen. Aangezien het om talrijke attesten ging, en de nomenclatuur grotendeels &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
identiek was voor alle attesten, werden altijd weerkerende elementen vooraf gedrukt &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en vulde de gemachtigde controleur plaatselijk in handschrift de specifieke gegevens &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in, aangepast naargelang het geval dat hij voor zich had. De vaste, identieke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegevens waren: de naam van de bisschop, zijn wapenschild, de gebruikelijke &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwelkomingsgroet, de verwijzing naar de regelgeving van het Concilie van Trente, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de toelating tot verering, de verzegeling, de plaats van uitgave. Meer specifieke, met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hand toegevoegde gegevens waren: de naam van de heilige waarvoor de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
authenticiteit werd uitgesproken, het uitzicht en vorm van de reliekhouder, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering van het document, de naam en ondertekening van de mandaathouder van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bisschop. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het eerste Balense authenticiteitsattest van de H. Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen abt Servatius Vaes, van Averbode in 1654 de reliek van Sint-Odrada naar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen bracht10, leverde hij ook een echtheidattest af  waarin de reliek werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omschreven en de voorgeschiedenis werd duidelijk gemaakt (Bijlage nr. 1). In het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document maakte hij bekend dat het hier het onderkaaksbeen betrof van de H. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada, geboortig van Balen. In 1651 was de reliek uit veiligheidsoverwegingen aan &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abt bezorgd door Filippus Nevius, de pastoor van Hooge Mierde. Deze laatste &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had de reliek ontvangen van E.H. deken Mattheus Langhencruys; Langhencruys had &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze in 1617 ontvangen uit handen van bisschop Zoësius van ’s Hertogenbosch. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliek werd opgevraagd bij de abt door Joannes van Tilborg, pastoor te Balen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
norbertijn van Averbode.. De resten van de H. Odrada waren opgegraven einde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw toen de tijden onveilig waren en schendingen dikwijls voorkwamen in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Noorden. Abt Vaes vermeldde dat op 27 september 1654 de reliek &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processiegewijs naar de Balense kerk werd gedragen om er te worden vereerd. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschreven echtheidsdocument werd getekend en gezegeld door de abt; pastoor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van Tilborg zette zijn handtekening als getuige. Hiermee leverde de abt een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorbeeld van een autenticiteitsattest af bij de Balense reliek.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook J. JANSEN, De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw, in Taxandria, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NR 78, 2006, p. 83-98; met attest van abt Servaes. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De echtheid van de reliek werd gestaafd door de reliek duidelijk te omschrijven en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de voorgeschiedenis volledig te schetsen met de redenen voor de overbrenging &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de vermelding van de vraag vanuit het geboortedorp Balen. Wat de abt niet &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermeld is de manier waarop het naar Balen werd gebracht. In welke houder werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen overgebracht? Wel staat vermeld dat het kaaksbeen in Hoogemierde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een kistje werd bewaard (in capsula), in zover dat er terplaatse in Hoogemierde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesproken werd over het “kistje van Sint-Odrada”. Wij vermoeden dat de reliek in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dezelfde houder werd overgebracht naar Balen. We denken ook dat dit kistje later &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgeborgen werd in de decoratieve uitstaltroon uit het midden van de achttiende &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw. Het kistje moest in de ruimte geschoven worden die zich bevindt onder het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de H. Odrada11. Slechts in 1830 zal hier verandering in komen. Pastoor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bols liet een nieuwe, zilveren reliekhouder maken ter vervanging van het wel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voldoende mooie, maar toch eerder erbarmelijke houten kistje (“in satis pulchra sed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trista cista lignea”). Is het kistje bewaard gebleven? Tot hiertoe werd het niet &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevonden; het was uit Hoogemierde herkomstig en werd in Balen overgenomen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eigenlijk ging het hier om een tertiaire reliek. In 1837 zou pastoor Bols een uitvoerige &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
motivatie over de verering en de reliek van Sint-Odrada sturen naar aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sterckx12.  Geboers en Van Olmen suggereren dat het kistje nog steeds bewaard &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was op de het einde van de negentiende eeuw. Het oud “Odradakasje” waarin de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relikwie in 1654 werd vervoerd zou nog te zien zijn in het voetstuk van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitstallingstroon uit het midden van de achttiende eeuw. Deze troon werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de in 1896 opgerichte kapel te Scheps13.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Latere attesten te Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het kerkarchief van Sint-Andries Balen vinden wij nu drie attesten die opgevat zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de hoger beschreven, negentiende eeuwse regels door een combinatie van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorgedrukte tekst en de handgeschreven toepasbare, specifieke gegevens van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de reliek. De attesten werden geleverd door aartsbisschop Deschamps in 1869 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Bijlage nr. 3), door aartsbisschop Goossens in 1891 en door aartsbisschop Van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roey in 1937.  Er moet nog een attest van 1830 bestaan hebben. Toen werd het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van Sint-Odrada overgebracht vanuit een houten kistje naar de huidig &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezige reliekhouder in de uitstallingstroon14. Achteraan werd de houder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgesloten met de gebruikelijke rode touwtjes en driemaal een zegel van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zetelende aartsbisschop de Méan (1817-1831). Door de Méan moet er ook een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attest geleverd zijn. Het valt op hoe attesten dikwijls geleverd worden wanneer er met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken iets gebeurd: een nieuwe houder voor een bestaande reliek, het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overplaatsen van een gedeelte van de reliek in een nieuwe houder, het overbrengen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een gedeelte van de reliek naar een andere bewaarplaats.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de drie hoger vermelde attesten werd bijgeschreven dat het om een reliek “ex &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ossibus” ging, een onderdeel van het gebeente. Een dergelijke, primaire reliek was &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder krachtig en stelde als het ware de heilige zelf aanwezig. In het attest van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, De H. Odrada van Baelen, haar leven en hare vereering, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen, deze auteurs delen dezelfde mening in hun publicatie, p. 94 (1891), p. 65 (1898).   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 J. JANSEN, Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw, in Taxandria, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
82, 2010, p. 61-83, in het bijzonder p. 66-67.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13 A. GEBOERS en F. VAN OMEN, o.c., 1891, p. 94; 1898, p.65. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14 “olim conservabatur in satis pulchra sed trista cista lignea, ad anno 1830 curati eam includi in ampla &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pulcherrima et sumptuosa pixide argentea… J. JANSEN, o.c,, in Taxandria, NR 82, 2010, p. 82. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1937 werd er meer duidelijkheid gegeven over de aard van de reliek, de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertegenwoordiger van de kardinaal voegde toe dat het ging om het volledige, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderste kaaksbeen van de heilige: “ex ossibus (integra maxilla inferior)”.        &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De geschreven tekst lichtte ons ook in over het uitzicht van de houder. In 1869 was &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er sprake van koperen houder van ronde vorm (“theca cuprea forma rotunda”). Hier &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaat het om een nieuwe houder die kleiner van formaat was en bijgevolg meer &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerbaar bij de verering. De toekenning van aflaten was ook gebonden aan de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verering van de relikwie van Sint-Odrada. Later kon deze koperen houder &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk meegenomen worden naar Scheps indien er een bedevaart naartoe trok. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een stukje van het kaaksbeen werd in de ronde houder opgenomen. In 1891 was er &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sprake van een zeszijdige houder “(theca chartaria formae sexangulae”). Hier gaat &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het om de nieuwe reliekhouder die in 1891 werd aangekocht te Mechelen bij &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Festraets. De zeszijdige ruimte werd gedragen door twee neerknielende engelen;  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boven deze houder is er een zeszijdig, neogotisch kapelletje met een voorstelling &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada met het paard dat zij beteugelde15. Hier ook werd een stukje van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen opgenomen in de houder. In de gedrukte tekst werd de wijze van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevestigen verbeterd: het woordje “filo serico” (zijden draad) werd doorstreept en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervangen door het woordje “vittis sericis” ( zijden linten). Verder werd de gedrukte &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tekst aangepast aan het nieuwe uitzicht. Normaal is de reliek zichtbaar door een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cristallijnen venstertje; in de nieuwe houder werden in 1891 verscheidene &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkijkvenstertjes aangebracht (“crystallis”). Het attest van 1891 werd ondertekend &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de Balenaar F. Van Olmen, secretaris van kardinaal Goossens. In hetzelfde jaar &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publiceerde Van Olmen samen met A. Geboers het boek over de Balense heilige. Te &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
melden valt nog dat Van Olmen in het attest begrijpelijk de heilige vermeld als virgo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balensis. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest van 1937 betreft dezelfde zeszijdige houder als deze beschreven in 1891. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het attest van 1937 werd trouwens verwezen naar de erkenning van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken door kardinaal Goossens op 26 augustus 1891. In de gedrukte tekst &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden in 1937 de aangepaste verbeteringen opnieuw overgenomen. In naam van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal J.E. Van Roey ondertekende als mandaathouder Z.E.H. Caeymaex, die &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich “custos SS. Reliq.”, bewaarder van de heilige relieken noemt.    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekattesten van de H. Odrada te Milligem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1693 werden drie deeltjes van het Balense kaaksbeen afgenomen en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de kerk van Milligem. Hierbij werd blijkbaar geen attest geleverd; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleszins was er geen attest aanwezig in het kerkarchief. Alleen Odradavereerder De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rover, pastoor van Macharen, volgde de overbrenging op de voet en beschreef in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lyrische bewoordingen de ontvangst in Milligem16. Volgens De Rover kon de parochie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich gelukkig prijzen bij de overbrenging van het reliekdeeltjes naar de kapel. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voortaan zou het bedehuis van Milligem toegewijd zijn aan O.-L.-Vrouw en de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H.Odrada. Kanunnik Coenen , pastoor van het nabijgelegen Bel en lid van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapittel van Sint-Dimpna, publiceerde het boekje over Odrada en beschreef de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15 J. JANSEN, o.c., 1990, p. 34. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16 Acta Sanctorum, De Sancta Odrada, o.c. 1894, p. 61, nr. 17. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belangrijke feiten die er in die tijd waren gebeurd17. Milligem behoorde op dat &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ogenblik nog tot de vrijheid van Geel. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het oudste, geofficialiseerde attest vinden wij in de achttiende eeuw. De bisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Antwerpen, Jacobus T.J. Wellens, leverde in 1777 een attest af voor de relieken &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de toenmalige kerk-kapel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw en de H. Odrada (Bijlage nr. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2). Wellens is niet alleen bisschop van Antwerpen maar ook  apostolisch &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgevaardigde voor het diocees van ’s Hertogenbosch. Volgens het attest van 1777 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou de reliek van de H. Odrada overgeplaatst worden in een andere houder. Het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document18 beschreef een oudere zilveren houder, in de vorm van een hart, met een &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kristallen venster, stevig van uitzicht, met de relieken van de heilige maagd Odrada. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bisschop Wellens vermeldde dat de reliek reeds vroeger geattesteerd werd door &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal Thomas Philippus d’ Alsace, aartsbisschop van Mechelen, die bestuurde &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1716 tot 1759.  In het jaar 1777 werden de reliek overgeplaatst in een zilveren &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houder, ovaal van vorm, met vooraan een christalijnen venster; de reliek werd met &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gebruikelijke, zijden lint van rode kleur vastgehecht. De bisschop bracht zijn &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zegel aan op de reliekhouder en bevestigde dit in het attest. De overplaatsing in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1777 was de aanleiding tot het schrijven van dit attest.  De nieuwe, ovale &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekhouder van 1777 is nog bewaard, de oudere, hartvormige houder niet meer.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest vermeldde dat de reliek kon worden vereerd door de gelovigen van het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diocees van ’s Hertogenbosch.  Het toenmalige bisdom Antwerpen strekte zich uit tot &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Nederland.          &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het document van 1777 werd er in 1859 een handgeschreven nota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegevoegd door de vicaris generaal J.B. Van Hemel in naam van aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Sterckx.  Milligem behoorde vanaf 1802 bij het bisdom Mechelen. De &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating werd gegeven om de reliek te vereren in het diocees; anderzijds werd de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating weerhouden om het te verheffen (“exaltari”). Naast de nota werd het zegel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sterckx aangebracht. Het betrof hier een nieuwe reliekhouder die door de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek werd aangeschaft. Achteraan de houder werd het wapen aangebracht &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de aartsbisschop. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aflaten &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De aflaten die zoveel verandering en twist hadden veroorzaakt in de zestiende eeuw, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven later toch nog in gebruik. De oudste, gekende toekenning van een aflaat voor &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de verering van de Heilige Odrada dateerde uit de achttiende eeuw. Voortaan zou de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beloning uitgedrukt worden in dagen aflaat dit wil zeggen in dagen aflossing of &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevrijding van schuld die door zondig leven werd veroorzaakt. De financiële &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
connotatie was verdwenen. Milligem is op dit vlak het meest actief. Elke vrijdag werd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er smorgens ter ere van Sint-Odrada een mis gezongen. De week voor Allerheiligen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was er begankenis. Kardinaal d’ Alsace (1716-1759)  kende een aflaat van honderd &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagen toe aan degene die op de vrijdag de mis bijwoonde en daarna de relieken van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada vereerde19.  De Meerhoutenaar C. Mangelschots publiceerde in 1854 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de “Litanie der heilige Maegd Odrada” achteraan na het levensverhaal van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17 JUDOCUS COENEN, Het leven van de H. Maghet Odrada, Antwerpen, 1688, anastatische herdruk &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2008. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18 Gemeentearchief te MOL, Archief van Milligem, los blad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c;, 1898, p. 73.    &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige20. De litanie kreeg op 21 maart 1854 het imprimatur van vicaris-generaal P. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corten. Odrada werd aanbeden als “Patronesse van Milghem, Beschermster van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen en Macharen”... &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In Balen kon men andere papieren voorleggen. Paus Pius VI, die bestuurde van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1775 tot 1799, verleende aan de kerk van Balen een volle aflaat (dit is kwijtschelding &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van alle schuld) op de feestdag van Sint-Odrada (3 november). Tijdens de visitatie &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de parochie door landdeken C. Van Dongen werd in 1781 genoteerd dat er op &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die feestdag een volle aflaat te verdienen was21. Opvolger Pius VII verleende op 17 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1821 dezelfde aflaat op de feestdag en op zeven andere dagen. Aartsbisschop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Méan (1817-1831) legde in hetzelfde jaar deze aflaat precies vast op de feestdag &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada en de zeven volgende dagen (octaaf van Sint-Odrada)22.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens de feestelijkheden van de negentiger jaren van de negentiende eeuw werden &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet alleen talrijke kunstvoorwerpen vervaardigd en een boek over Odrada &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. In 1891 keurde kardinaal Goossens (1884-1906) een litanie van de H. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada goed en verbond daaraan ook een aflaat van 100 dagen ten gunste van &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diegenen die de litanie en de bijhorende gebeden zou opzeggen23. Het jaar daarop &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd er een broederschap van de H. Odrada gesticht door de Balense pastoor G.L. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van der Donck24. De 439 nieuwe leden zullen de litanie zeker verwelkomd hebben. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze litanie was een van de sterke devotie-ogenblikken voor de leden van de &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschap.  De Heilige Maagd Odrada werd vooral vereerd tegen oogziekten en &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veepest. Enkele items uit de litanie willen wij ter illustratie aanhalen, zij sluiten nauw &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan bij de plaatselijke verering: &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…… &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heilige Odrada                                       bid voor ons &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Luister van Baelen                                 bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eer en roem van Millegem                     bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engel van zuiverheid en zedigheid, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wonder van verduldigheid in lijden en vervolgingen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kastijdster van uw onschuldig lichaam, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Spiegel van weldadigheid jegens de armen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…… &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Licht der blinden, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toevlucht der landbouwers in al hunne noodwendigheden, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijzondere patronesse tegen ziekte van vee en dieren, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Troosteresse van allen die U aanroepen, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze machtige beschermster, bvo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…….. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20 C. MANGELSCHOTS, Leven der Heilige Maegd Odrada. Gevierd wordende te Milghem, by Moll, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den derden november, Geel 1854. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21 Opgezocht door Paul Vos voormalig archivaris van Mol. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., p. 82 (1891), p. 54 (1898).   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., 1898, p. 79-83.   &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24 H. VANDER SANDEN, De Sint-Andriesparochie te Balen: 1868-1900, in Jaarboek 2008 Erfgoed &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen, 2008, p. 75-95, in ’t bijzonder p. 90-91. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlagen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Averbode Abdijarchief  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AAA., Verzameling copieën van Balenaar Stanislas Joris Handschrift 9, nr. 79. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 59, nr. 12 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1654. Abt  Servatius Servaes geeft het relaas over de geschiedenis van het reliek &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada van Balen en vermeldt de authenticiteitsattesten die het &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezelden. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reliquiis s. Odradae. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Servatius Dei patientia abbas Averbodiensis omnibus ac singulis praesentes visuris &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seu legi audituris salutem in Domino.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Notum facimus et attestamur quod nos requisiti a  ven.li Domino Joannae van Tilborg &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
canonico Averbodiensi et pastore ecclesiae Balensis, sacras Reliquias S. Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Virginis in Balen natae, nominatim integram mandibulam inferiorem, anno 1651 mihi &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
traditam a ven.li viro Domino Philippo Nevio in Julio, ut easdem subtraheret furori &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haereticorum et alibi majori in honore devotioni populi fidelis exponerentur, quas &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
quidem illi miserat Reverendissimus Dnus Episcopus Sylvaeducensis Nicolaus Zoes &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
easdem sic nominatas et declaratas debita cum reverentia venerati sumus et &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recognovimus juxta publicum instrumentum Rev.di Domini Mathaei Langhecrucii &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoris Hilvarenbecensis et decani christianitatis et attestationem ven.lis Domini &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Philippi Nevii praefati, cujus tenor sequitur de verbo ad verbum : « Anno a navitate &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Domini 1617, nona die Augusti, ego infrascriptus has reliquias Sanctae Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
virginis accepi a Reverendissimo Domino Nicolao Zoes, episcopo Buscoducense pro &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi : in quorum fidem haec scripsi et subscripsi. Ita est, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mathaeus Langhecrucius, pastor Hilvarenbecen-sis et decanus christianitatis ». Et ad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
latus instrumenti apparebat signum sigilli ; in hostia, quae jam erat corrupta, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
suprascripti Rdi Dni Pastoris et Decani christianitatis Hilvarenbecensis. In alia charta &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sic habebatur : « Ego Fr Philippus Nevius, pastor in Hoogemiert, has sacras reliquias &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
S. Odradae virginis a Revmo Dno Nicolao Zoesio, epo Sijlvaeducensi, ad nos et &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesiam Hogemierdensem per Rev.dum D.num Matthaeum Langhencrucium &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastorem in Hilvarenbeec et decanum christianitatis, missas, una cum tota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
communitate nostra Hogemierdensi processionaliter ex Lagemiert detuli et easdem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inclusas in certa quadam capsula quae solet vocari capsula S. Odradae virginis in &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi honesto loco reposui anno 1617 in mense Augusto ». Infra &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erat positum : « Ita est, F. Philippus Noevius pastor in Hogemiert ».  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quas quidem reliquias sacras majori quo decuit honore et devotione cum solemni &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processione 27a septembris anno 1654 in ecclesiam parochialem Balensem diocesis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Buscoducensis, introduximus, eique  resignavimus reliquiario sanctae Odradae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
includendas ibidemque collocandas ad augendam incolarum et Christi fidelium &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
devotionem. In quorum fidem praesentes manu nostra subscripsimus et sigilli nostri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
impressione muniri fecimus. Datum in aedibus pastoralibus Balensibus die 27 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
septembris anno Dominicae incarnationis 1654 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Loco sigilli &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
                          Eratque signatum : F. Sevatius abbas Averbodiensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haec copia collata cum originali concordat de verbo ad verbum &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Qoud attestor F. Ioannes van Tilborgh &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in Balen &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Gemeentearchief Mol &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Los blad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Authenticiteitsattest voor de relieken van Sint-Odrada te Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jacobus Thomas Josephus Wellens Dei ET Apostolicae Sedis Gratia Episcopus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antverpiensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
necnon Delegatus Apostolicus in partibus catholicis Diaecesis Buscoducensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris Salutem in Domino &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fidem facimus et attestamur Nos Reverenter aperuisse thecam argenteam, figuram &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cordis referentem, chrystallo ab anteriori parte bene munitam, continentem sacras &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias Sanctae Odradae virginis, ab Eminentissimo Domino Thoma Philippo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cardinali de Alsatia et archi episcopo Mechliniensi olim recognitas: quas sacras &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias pro veris et legalibus agnocentes inclusimus alteri thecae argenteae figurae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ovatae, ab anteriori parte vitro chrystallino coopertae eamque vitta serica Rubri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coloris colligavimus, ac sigillo Nostro minori in cera Rubra Hispanica impresso muniri &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mandavimus quae theca adhuc duabus aliis majoribus formae Rotundae figuarum &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
minor est aerea, major argentea est inclusa; permittentes ut Praefatae S. Reliquiae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publicae fidelium venerationi Exponantur in Ecclesia parochiali loci de Millegem &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Diaecesis Buscoducensis in partibus catholicis. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Antverpiae die 8 mensis julii 1777 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Signatuur ? Engelgrave Vic. Glis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De mandato Illmi ac Revmi Dni mei &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Van Celst secr. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de rand toegevoegde notitie van 1859: &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Cardinalis Sterckx, archiepiscopus Mechliniensis &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Reliquias S. Odradae virg. in his Litteris memoratas, necnon in eadem theca &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argentea figurae cuxta? repositas (quam sigilo nostro munivimus) in Diaecesi nostra &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fidelium venerationi exponi, non autem exaltari permittimus &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechliniae die 3 7bris 1859 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J B Van Hemel Vic. Gen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met zegel &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Balen Kerkarchief, losse nota &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echtheidsattest voor de relieken van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleverd door kardinaal Descamps in 1869 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Victor Augustus Isidorus DESCAMPS &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dei et apostolicae sedis gratia archiepiscopus Mechliniensis, &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Primas Belgii, S.S. prelatus domesticus  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Et solio pontificio assistens , &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris salutem in domino &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met wapenschild en devies PERVIA COELI PORTA MANES &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tenore praesentium fidem facimus indubiam et attestamur, quod Nos, die datae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
harum, juxta , debite recognoverimus et approbaverimus Sacras Reliquias  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ex ossibus S. Odradae Virg. Balensis  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nobis cum debitis authenticitatis notis exhibiteis quas &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reverenter reposuimus et collocavimus in theca   cuprea forma rotunda   circulo &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argenteo  et crystallo ab interiori ornata, bene clausa et filo serico coloris rubri debite &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
colligata, necnon sigillo nostro in cera Espanica impresso, firmiter obsignata. Ad &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omnipotentis Dei gloriam Sanctorumque suorum honorem permittimus ut praefatae &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Relquiae in hac dioecesi publicae Fidelium venerationi exponi possint.      &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Mechliniae sub nostri Vicarii Generalis signo sigilloque  nostro necnon &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Secretarii nostro chirographo, die  24   mensis Julii anni 18 69  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
 &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met signatuur I.        vi. gen. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Mandato Illmi ac Rmi Domini Arciepscopi &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(((L. Grietens secr.  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
[jan@tridel:~/projects/kunsterfgoed]$ vi 8_OdradaEchtheidsattesten\ voor\ de\ Hs.html &lt;br /&gt;
[jan@tridel:~/projects/kunsterfgoed]$ pandoc -f html -t mediawiki 8_OdradaEchtheidsattesten\ voor\ de\ Hs.html &lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;1&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over relieken en echtheidsattesten in het bijzonder deze van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada, vereerd te Balen en te Mol-Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De heiligenverering is steeds een belangrijk onderdeel geweest in de devotiepraktijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de katholieke kerk. In de loop van de tijden werden duizenden mannen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vrouwen heilig verklaard1. Sommigen werden heilig verklaard door het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
martelaarschap; anderen werden heilig door hun voorbeeldig leven of door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diensten die zij aan de kerk hadden verleend. Kloosterorden promootten eigen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen naar de kerkelijke kalender. Grote, invloedrijke kerkleraars, mystiekers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stichters, vorsten of leiders van bewegingen kregen aandacht en werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gecanonniseerd. Zij werden erkend, bewonderd en vereerd; zij werden tot voorbeeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld; zij waren bemiddelaars voor de gelovigen, tussen hier en daar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geleidelijk zou de heiligenverering zich verspreiden, eerst in Europa, later in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kolonies. Plaatselijke vereringen zouden uitgroeien tot bedevaartplaatsen, soms met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
internationale uitstraling (Rome en Loreto in Italië, Compostella in Spanje, Keulen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland). Heiligenlevens werden beschreven en tot voorbeeld gesteld. Wonderbare&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
feiten, genezingen, bekeringen werden graag geregistreerd; zij toonden hoe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
invloedrijk de heilige was; zij stelden zijn levenswandel en overtuiging tot voorbeeld;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij droegen bij om de verspreiding van de verering te bevorderen. De eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systematische beschrijving van de heiligenlevens gebeurde door Jacopo de Voragine&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(1230-1290), bisschop van Genua, in zijn “Legenda Aurea”. Zonder veel kritisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermogen noteerde hij alle gekende verhalen over en van de heiligen. Zijn boek zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote invloed uitoefenen en als een soort bijbel worden gebruikt in de middeleeuwse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
iconografie. Goedgelovigheid en fantasie kwamen hierbij dikwijls om de hoek kijken;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bleef aantrekkelijk en invloedrijk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verhalen waren in de loop van de tijd aangedikt; af en toe sloeg de fantasie op hol.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Later zou de kerk specialisten opleiden die onderzoek deden om degelijke,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarheidsgetrouwe levensbeschrijvingen op te stellen. Vooral de jezuïeten zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier baanbrekend werk verrichten: zij werden de bollandisten genoemd naar één van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de eerste initiatiefnemers. Joannes Bollandus (°Judemont bij Bolland 1596-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
+Antwerpen 1665) was jezuïet en historicus; hij begon samen met Heribertus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rosweyde (°1570-+1629) de Acta Sanctorum uit te werken: het grootse plan om op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
historisch gefundeerde wijze de levensbeschrijvingen van de heiligen uit te geven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bolland verbrede het opzet en werd de eigenlijke stichter van het studiecentrum. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
documentatie werd door de bollandisten te Brussel verzameld. Bij de opheffing van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de jezuïetenorde in 1773 waren er reeds vijftig delen verschenen. In de periode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1773-1794 verschenen nog zes delen. In 1794 trok abt Hermans, van Tongerlo, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hagiologische onderneming naar de abdij. In 1837 vertrok het opzet terug naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel 2. In 1904 werd in deze reeks de levensbeschrijving van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Overzicht zie REAU, Iconographie de l’art chrétien, 3 delen, Parijs, 1958; zie ook LCI, Lexikon der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
christlichen Ikonographie, delen 5 tot 8, 1974.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Over de rol van Tongerlo in deze onderneming publiceerde W. VAN SPILBEEK, De abdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerloo. Geschiedkundige navorsingen, Lier-Geel, 1888, p. 565-572.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Acta Sanctorum, Dies tertia Novembris. De Sancta Odrada, Commentaar door C. DE SMEDT, 2,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, 1894, p. 57-69; een diepgaande studie over de vita zelf, de tekst en de interpretatie ervan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd uitgevoerd door ANNEMARIE SPEETJES, De Vita Odrade: het kapittel van Alem en de verering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor de heilige Odrada (1100-1400), met een kritische studie van de vita, doctoraatsproefschrift&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekenverering4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verering van de katholieke heiligen is nauw verbonden met de verspreiding van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hun relieken in de Roomse kerk. Aanvankelijk werd de heilige vereerd daar waar hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraven lag. Spoedig zou de verering worden uitgebreid naar andere plaatsen door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verspreiden van relieken (relikten, reliquien, overblijfselen) van de heilige.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onderdelen van het lichaam of skelet (primaire relieken) werden meegenomen om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vereerd te worden elders. De invloedrijke kracht van de heilige was evenzeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezig in het onderdeel(tje) en kon de volledige persoon vertegenwoordigen. Ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secundaire relieken zoals kledingstukken of gebruiksvoorwerpen van de heilige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden een grote waarde. Een derde soort relieken (tertiaire relieken) waren resten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die geraakt hadden aan een primaire reliek en op die manier een gedeelte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kracht van de primaire reliek met zich meedroeg.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Enige rangorde in de kracht van de relieken kon ook worden vastgesteld. De sterkste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken waren deze die verwezen naar het leven van Jezus en zijn moeder Maria&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Jeruzalem). Dan volgden de naasten van Jezus: de apostelen (H. Petrus begraven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Rome; Jacobus de Meerdere begraven in Compostella). Verder volgden de vele&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mannelijke en vrouwelijke heilgen, waarvan er sommigen al meer populair waren dan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen. Sommigen werden aanroepen tegen catastrofen, natuurrampen of ziekten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen werden aanbeden om allerlei kwalen te verhinderen bij bevallingen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huwelijken, ouderdomskwalen of sukses in het leven. De heiligenj zouden verder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bestaansrecht verwerven via patroonschap van landen, steden, gilden en ambachten,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschappen, verenigingen of via persoonlijke devotie. Mettertijd werd de lijst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangevuld met nieuwe heiligverklaringen die tot op onze dagen verder gaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De kerk stimuleerde deze vereringen en ging aan sommige gebeden of oefeningen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke beloningen of aflaten verbinden. Feller groeiden de misbruiken toen er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook geldelijke bijdragen werden aan gekoppeld; aflaten konden worden gekocht met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bijhorende, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van straf in het hiernamaals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het uit de hand lopen en werd deze “handel” in aflaten gecontesteerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reformatie (1ste helft 16de eeuw, Luther) zou onder meer tegen deze misbruiken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
protesteren en in verzet gaan. Het Concilie van Trente in het midden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw zou orde op zaken brengen in deze werkwijze en de basis leggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het ernstig beheer van dit onderdeel van de kerkelijke devotie. Heiligenlevens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden ernstig bestudeerd. Relieken werden op hun echtheid onderzocht. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Concilie van Trente zou hier orde op zaken brengen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De oudste bijzondere vereringsplaatsen waren deze waar de eerste martelaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden begraven. Op hun graven zouden de eerste kerken worden gebouwd. Hieruit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou trouwens de gewoonte en verplichting voortvloeien om in elke altaartafel van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
elke kerk een restje of reliek van een heilige aanwezig te plaatsen onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaarsteen. Met de erkenning en de verspreiding van de godsdienst zou ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
behoefte aan relieken sterk toenemen. Tot op heden zou de kerk dit gebruik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toepassen en altaren toewijden aan één van de erkende heiligen. Alle heiligen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vakgroep Geschiedenis Universiteit Groningen, 1999. De auteur publiceerde de oorspronkelijke tekst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de vita en het officium; van de in het latijn geschreven vita gaf zij een nederlandse vertaling.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Verder ging haar aandacht naar de relatie tussen Odrada en de kerk van Alem die door een priorij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de benedictijnen van Sint-Truiden werd bediend.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 In 2008-2009 werd er in het museum “De Mindere”, van de minderbroeders te Sint-Truiden een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tentoonstelling gehouden over relieken en reliekenverering:”Tussen Hemel en Aarde. Relieken en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekenverering”, Sint-Truiden 30 oktober 2008-30 april 2009.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kregen een plaats op de kerkelijke kalender en kregen op een bepaalde dag een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere dag van herdenking en verering.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds waren er ook misbruiken en onregelmatigheden. Relieken werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruikt in politieke machtsspelletjes; hoogwaardigheidsbekleders schonken relieken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg om meer macht te krijgen; valse relieken werden verspreid; de authenticiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd soms niet nagegaan. Soms ging men zover om resten van heiligen te gaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelen om de invloed en de welvaart ervan aan de “goeie” kant te krijgen; het verhaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de ontvreemding van de H. Dimpna in Geel door de inwoners van Xanten is er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorbeeld van. Bedevaartplaatsen kregen grote aandacht en brachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volkstoeloop en welvaart. Misbruiken en onregelmatigheden konden niet uitblijven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch dient erkend te worden dat de volksdevotie tot de heiligen een enorme&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geestelijke kracht was en een wezenlijk element van de volksverheffing; de invloed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op het persoonlijke en maatschappelijk leven was zeer groot. Voor het culturele leven,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het maatschappelijke netwerk en de devotie van de gelovigen waren de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering en de reliekenaanbidding bepalend. Wie alleen wil blijven stilstaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij excessen ( het kruishout, de moedermelk van Maria) is te kwader trouw.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Willem van Rijkel (13de eeuw)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de geschiedenis van de verering van de H. Odrada zou een misplaatste ingreep&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kennen in de dertiende eeuw. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw werden er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Keulen honderden relieken verspreid over Europa. In 1106 wilde de stad zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
territorium uitbreiden en tijdens de bouwwerken van een nieuwe stadsmuur, stootten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Keulenaars op een ongekend kerkhof met talrijke graven. Vermits de kerk van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Ursula in de buurt lag, was men de mening toegedaan dat het hier om een oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
begraafplaats ging waar de H. Ursula en de elf duizend maagden werden begraven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De legendarische vita verhaalde hoe de Britse (Bretoense?) koningsdochter verplicht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd om met een heidense prins te huwen. Zij wilde slechts akkoord gaan indien zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst een reis mocht maken met elf dienstmaagden die op hun beurt duizend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienstmaagden mochten meevoeren. Hun tocht voerde hen naar Keulen en vandaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verder naar Rome, waar zij paus Cyriacus (366-384) ontmoetten. Bij hun terugkeer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonden zij een bezette stad Keulen waar de Hunnen de bevolking teisterden. Ursula&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en haar talrijk gezelschap werd gevangen genomen en met pijlen doorschoten door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het leger van de Hunnenleider. Zes eeuwen later, in 1106 was men ervan overtuigd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat de begraafplaats van deze martelaressen werd terug gevonden. De nieuwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vindpaats zou een massa aan relieken voortbrengen; de legendarische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensbeschrijving werd letterlijk genomen. De benedictijnen zouden vanaf de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalfde eeuw belangrijke verspreiders worden van deze vondst. In de dertiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw zou de verspreiding van deze Keulense relieken nog blijven verder gaan. Abt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Willem van Rykel van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden was een vurig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzamelaar en verspreider van deze relieken. Vanaf 1260 ontving de abdij van Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Truiden talrijke relieken vanuit Keulen. Tussen 1270 en 1272 verzamelde en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdeelde abt Van Ryckel honderden resten van skeletten. Vermist deze vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de legende allen de marteldood waren gestorven, waren zij ook tot de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligen- staat verheven. Willem van Ryckel hield in grote lijnen een administratie bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en noteerde dagelijks zijn initiatieven van de verdeling. Over de identificatie nam hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het niet zo nauw; willekeurig ging hij aan de resten namen toedichten die nergens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige grond van waarheid vertoonden. Op 23 augustus 1271 noteerde hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verspreiding van de relieken van de H. Catharina, de H. Odrada en de H. Filippus; zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden doorgestuurd naar het bedehuis van Alem-op-de-Maas, een afhankelijkheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij van Sint-Truiden5. Wat er precies werd geschonken aan de kerk van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alem stond niet genoteerd. In andere notities stond wel vermeld dat het om “een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schedel” of “een hoofd” of “een lichaam” ging; hier werd verder geen precisering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgegeven. De naamgeving van van Rykel was ook vaak willekeurig en verwarrend;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de betrouwbaarheid van de notities waren ondermaats. Sommige auteurs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beschouwden onterecht deze informatie over de levering van relieken aan Alem als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het begin van de verering van de H. Odrada te Alem6. De vita over de H. Odrada die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in 1304 te Sint-Truiden zou zijn geschreven, zou bijgevolg aansluiten bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwerving van relieken in 1271. Verscheidene argumenten zouden deze visie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontkrachten. Voor 1271 werd er reeds verwezen naar Odrada. In Alem werd de naam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Odrada reeds vroeger vastgesteld door A.J. Speetjes: er bestond reeds voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dertiende eeuw een “Sent Hodraden acker” in Alem en in Lobberich woonden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“homines beate Odrade”. Speetjes wees in haar doctoraat eveneens op de nauwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwevenheid tussen machtspolitiek van de abdij en de gevolgen voor de plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering. Enerzijds was de neiging groot om de vita van de H. Odrada als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
puur verzinsel en legendarisch te beschouwen; anderzijds werd deze mening&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkruist door enkele historische gegevens en toch weer niet genoeg om een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijke, andere conclusie te trekken. Het recent onderzoek van de reliek te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door Mark Van Strydonck zou nieuw licht brengen in deze problematiek. Door het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium werd een radiocarboondatering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgevoerd op het kaaksbeen van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen. Dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen zou in 15737 (aldus Joannes De Roover) opgegraven zijn te Alem waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada werd begraven en waar Otto van Duras voor haar een bedevaartkerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwde. De conclusie van Mark Van Strydonck was dat het kaaksbeen toebehoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan een vrouw die in de achtste eeuw had geleefd8. Ook een ander gelijkaardig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderzoek op een door van Rijkel verspreide schedel van één van de elfduizend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maagden leverde een datering op die niet uit de te verwachten 4de eeuw herkomstig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was. De betreffende schedel, bewaard in Sint-Truiden, was herkomstig van een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
persoon die in de zesde-zevende eeuw geleefd had9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over authenticiteitsattesten van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het begin van de zestiende eeuw zal de reformatie op gang komen in Europa;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eerst in Duitsland, daarna in de andere landen van Europa. De misbruiken in de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren talrijk; er waren twijfels over de religieuse waarheden en gebruiken. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkelijke aflatenpolitiek was een doorn in het oog; de heiligenverering was er de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basis van. Aflossingen in het hiernamaals werden gekoppeld aan financiële bijdragen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De wijdverspreide aflatencommercie bracht ontevredenheid en verzet. Vooral een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief van paus Leo X (1513-1521) was in het verkeerde keelgat geschoten; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst van de aflaten moest onder meer dienen om de grote bouwwerken in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rome te financieren. De augustijn Maarten Luther zou verzet aantekenen in 1517; hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kreeg grote navolging. Nieuwe ontevredenen en richtingen zouden ontstaan. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Ph. GEORGES, De reliekenschat van de Benedictijnerabdij van Sint-Truiden, in Stof uit de kist. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middeleeuwse textielschat uit de abdij van Sint-Truiden, Leuven, 1991, p. 33.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 BIJSTERVELT en anderen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Acta Sanctorum. De Sancta Odrada, o.c., p. 59, nr. 9,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 M. VAN STRYDONCK, Relieken. Echt of vals?, Leuven, 2006; over het onderzoek van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van de H. Odrada zie p. 111-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 M. VAN STRYDONCK, o. c., 2006, p. 77&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
scheuring en verdeeldheid in Europa waren onvermijdelijk en grondig. De gevolgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn tot op heden aanwijsbaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de kerk van Rome waren de vele ongeregeldheden en tegenkantingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding om in het midden van de zestiende eeuw het Concilie van Trente (1545-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1563) te organiseren. Hier werden maatregelen genomen en antwoorden gegeven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan deze bedreigingen. Nieuwe bisdommen werden opgericht; cathecese-onderricht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd gestimuleerd; de controle en toezicht verstrengd. De kerkelijke bedienaars&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden beter opgeleid en beter begeleid. Voortaan zou men ook nauwer toezien op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de echtheid van de relieken; onregelmatigheden moesten vermeden worden. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toezicht hierop zou worden uitgeoefend door de kerkelijke hoogwaardigheids-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bekleders, bisschoppen of aartsbisschoppen. Zij zouden op regelmatige wijze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle uitoefenen op devotie; zij wilden excessen vermijden; zij wilden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heiligenverering onder controle houden; onder meer schreven zij attesten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relieken en hun plaatselijke verering. Aanvankelijk ging het hier om handgeschreven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attesten die door de secretariaten van de bisschoppen werden afgeleverd. Tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dekenale visitaties werd alles gecontroleerd en in veslag gebracht.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de negentiende eeuw zou er in de attesten verandering en vereenvoudiging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
komen. Aangezien het om talrijke attesten ging, en de nomenclatuur grotendeels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
identiek was voor alle attesten, werden altijd weerkerende elementen vooraf gedrukt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en vulde de gemachtigde controleur plaatselijk in handschrift de specifieke gegevens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in, aangepast naargelang het geval dat hij voor zich had. De vaste, identieke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegevens waren: de naam van de bisschop, zijn wapenschild, de gebruikelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verwelkomingsgroet, de verwijzing naar de regelgeving van het Concilie van Trente,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de toelating tot verering, de verzegeling, de plaats van uitgave. Meer specifieke, met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hand toegevoegde gegevens waren: de naam van de heilige waarvoor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
authenticiteit werd uitgesproken, het uitzicht en vorm van de reliekhouder, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering van het document, de naam en ondertekening van de mandaathouder van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bisschop.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het eerste Balense authenticiteitsattest van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen abt Servatius Vaes, van Averbode in 1654 de reliek van Sint-Odrada naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen bracht10, leverde hij ook een echtheidattest af waarin de reliek werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omschreven en de voorgeschiedenis werd duidelijk gemaakt (Bijlage nr. 1). In het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document maakte hij bekend dat het hier het onderkaaksbeen betrof van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada, geboortig van Balen. In 1651 was de reliek uit veiligheidsoverwegingen aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abt bezorgd door Filippus Nevius, de pastoor van Hooge Mierde. Deze laatste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had de reliek ontvangen van E.H. deken Mattheus Langhencruys; Langhencruys had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze in 1617 ontvangen uit handen van bisschop Zoësius van ’s Hertogenbosch. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliek werd opgevraagd bij de abt door Joannes van Tilborg, pastoor te Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
norbertijn van Averbode.. De resten van de H. Odrada waren opgegraven einde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zestiende eeuw toen de tijden onveilig waren en schendingen dikwijls voorkwamen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Noorden. Abt Vaes vermeldde dat op 27 september 1654 de reliek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processiegewijs naar de Balense kerk werd gedragen om er te worden vereerd. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschreven echtheidsdocument werd getekend en gezegeld door de abt; pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van Tilborg zette zijn handtekening als getuige. Hiermee leverde de abt een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorbeeld van een autenticiteitsattest af bij de Balense reliek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook J. JANSEN, De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw, in Taxandria,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NR 78, 2006, p. 83-98; met attest van abt Servaes.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De echtheid van de reliek werd gestaafd door de reliek duidelijk te omschrijven en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de voorgeschiedenis volledig te schetsen met de redenen voor de overbrenging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de vermelding van de vraag vanuit het geboortedorp Balen. Wat de abt niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermeld is de manier waarop het naar Balen werd gebracht. In welke houder werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen overgebracht? Wel staat vermeld dat het kaaksbeen in Hoogemierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een kistje werd bewaard (in capsula), in zover dat er terplaatse in Hoogemierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesproken werd over het “kistje van Sint-Odrada”. Wij vermoeden dat de reliek in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dezelfde houder werd overgebracht naar Balen. We denken ook dat dit kistje later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgeborgen werd in de decoratieve uitstaltroon uit het midden van de achttiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw. Het kistje moest in de ruimte geschoven worden die zich bevindt onder het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de H. Odrada11. Slechts in 1830 zal hier verandering in komen. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bols liet een nieuwe, zilveren reliekhouder maken ter vervanging van het wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voldoende mooie, maar toch eerder erbarmelijke houten kistje (“in satis pulchra sed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trista cista lignea”). Is het kistje bewaard gebleven? Tot hiertoe werd het niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevonden; het was uit Hoogemierde herkomstig en werd in Balen overgenomen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eigenlijk ging het hier om een tertiaire reliek. In 1837 zou pastoor Bols een uitvoerige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
motivatie over de verering en de reliek van Sint-Odrada sturen naar aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sterckx12. Geboers en Van Olmen suggereren dat het kistje nog steeds bewaard&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was op de het einde van de negentiende eeuw. Het oud “Odradakasje” waarin de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
relikwie in 1654 werd vervoerd zou nog te zien zijn in het voetstuk van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitstallingstroon uit het midden van de achttiende eeuw. Deze troon werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de in 1896 opgerichte kapel te Scheps13.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Latere attesten te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het kerkarchief van Sint-Andries Balen vinden wij nu drie attesten die opgevat zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgens de hoger beschreven, negentiende eeuwse regels door een combinatie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een voorgedrukte tekst en de handgeschreven toepasbare, specifieke gegevens van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de reliek. De attesten werden geleverd door aartsbisschop Deschamps in 1869&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(Bijlage nr. 3), door aartsbisschop Goossens in 1891 en door aartsbisschop Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Roey in 1937. Er moet nog een attest van 1830 bestaan hebben. Toen werd het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kaaksbeen van Sint-Odrada overgebracht vanuit een houten kistje naar de huidig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanwezige reliekhouder in de uitstallingstroon14. Achteraan werd de houder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgesloten met de gebruikelijke rode touwtjes en driemaal een zegel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zetelende aartsbisschop de Méan (1817-1831). Door de Méan moet er ook een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
attest geleverd zijn. Het valt op hoe attesten dikwijls geleverd worden wanneer er met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken iets gebeurd: een nieuwe houder voor een bestaande reliek, het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overplaatsen van een gedeelte van de reliek in een nieuwe houder, het overbrengen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een gedeelte van de reliek naar een andere bewaarplaats.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de drie hoger vermelde attesten werd bijgeschreven dat het om een reliek “ex&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ossibus” ging, een onderdeel van het gebeente. Een dergelijke, primaire reliek was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder krachtig en stelde als het ware de heilige zelf aanwezig. In het attest van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, De H. Odrada van Baelen, haar leven en hare vereering,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen, deze auteurs delen dezelfde mening in hun publicatie, p. 94 (1891), p. 65 (1898).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12 J. JANSEN, Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw, in Taxandria,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
82, 2010, p. 61-83, in het bijzonder p. 66-67.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13 A. GEBOERS en F. VAN OMEN, o.c., 1891, p. 94; 1898, p.65.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14 “olim conservabatur in satis pulchra sed trista cista lignea, ad anno 1830 curati eam includi in ampla&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pulcherrima et sumptuosa pixide argentea… J. JANSEN, o.c,, in Taxandria, NR 82, 2010, p. 82.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1937 werd er meer duidelijkheid gegeven over de aard van de reliek, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertegenwoordiger van de kardinaal voegde toe dat het ging om het volledige,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderste kaaksbeen van de heilige: “ex ossibus (integra maxilla inferior)”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De geschreven tekst lichtte ons ook in over het uitzicht van de houder. In 1869 was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er sprake van koperen houder van ronde vorm (“theca cuprea forma rotunda”). Hier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaat het om een nieuwe houder die kleiner van formaat was en bijgevolg meer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerbaar bij de verering. De toekenning van aflaten was ook gebonden aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verering van de relikwie van Sint-Odrada. Later kon deze koperen houder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk meegenomen worden naar Scheps indien er een bedevaart naartoe trok.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een stukje van het kaaksbeen werd in de ronde houder opgenomen. In 1891 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sprake van een zeszijdige houder “(theca chartaria formae sexangulae”). Hier gaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het om de nieuwe reliekhouder die in 1891 werd aangekocht te Mechelen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Festraets. De zeszijdige ruimte werd gedragen door twee neerknielende engelen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boven deze houder is er een zeszijdig, neogotisch kapelletje met een voorstelling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada met het paard dat zij beteugelde15. Hier ook werd een stukje van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kaaksbeen opgenomen in de houder. In de gedrukte tekst werd de wijze van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevestigen verbeterd: het woordje “filo serico” (zijden draad) werd doorstreept en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vervangen door het woordje “vittis sericis” ( zijden linten). Verder werd de gedrukte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tekst aangepast aan het nieuwe uitzicht. Normaal is de reliek zichtbaar door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cristallijnen venstertje; in de nieuwe houder werden in 1891 verscheidene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorkijkvenstertjes aangebracht (“crystallis”). Het attest van 1891 werd ondertekend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de Balenaar F. Van Olmen, secretaris van kardinaal Goossens. In hetzelfde jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publiceerde Van Olmen samen met A. Geboers het boek over de Balense heilige. Te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
melden valt nog dat Van Olmen in het attest begrijpelijk de heilige vermeld als virgo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balensis.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest van 1937 betreft dezelfde zeszijdige houder als deze beschreven in 1891.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het attest van 1937 werd trouwens verwezen naar de erkenning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de relieken door kardinaal Goossens op 26 augustus 1891. In de gedrukte tekst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden in 1937 de aangepaste verbeteringen opnieuw overgenomen. In naam van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal J.E. Van Roey ondertekende als mandaathouder Z.E.H. Caeymaex, die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich “custos SS. Reliq.”, bewaarder van de heilige relieken noemt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Reliekattesten van de H. Odrada te Milligem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1693 werden drie deeltjes van het Balense kaaksbeen afgenomen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overgebracht naar de kerk van Milligem. Hierbij werd blijkbaar geen attest geleverd;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleszins was er geen attest aanwezig in het kerkarchief. Alleen Odradavereerder De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rover, pastoor van Macharen, volgde de overbrenging op de voet en beschreef in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lyrische bewoordingen de ontvangst in Milligem16. Volgens De Rover kon de parochie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zich gelukkig prijzen bij de overbrenging van het reliekdeeltjes naar de kapel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voortaan zou het bedehuis van Milligem toegewijd zijn aan O.-L.-Vrouw en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H.Odrada. Kanunnik Coenen , pastoor van het nabijgelegen Bel en lid van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kapittel van Sint-Dimpna, publiceerde het boekje over Odrada en beschreef de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15 J. JANSEN, o.c., 1990, p. 34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16 Acta Sanctorum, De Sancta Odrada, o.c. 1894, p. 61, nr. 17.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;8&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belangrijke feiten die er in die tijd waren gebeurd17. Milligem behoorde op dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ogenblik nog tot de vrijheid van Geel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het oudste, geofficialiseerde attest vinden wij in de achttiende eeuw. De bisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Antwerpen, Jacobus T.J. Wellens, leverde in 1777 een attest af voor de relieken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de toenmalige kerk-kapel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw en de H. Odrada (Bijlage nr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2). Wellens is niet alleen bisschop van Antwerpen maar ook apostolisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgevaardigde voor het diocees van ’s Hertogenbosch. Volgens het attest van 1777&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou de reliek van de H. Odrada overgeplaatst worden in een andere houder. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
document18 beschreef een oudere zilveren houder, in de vorm van een hart, met een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kristallen venster, stevig van uitzicht, met de relieken van de heilige maagd Odrada.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bisschop Wellens vermeldde dat de reliek reeds vroeger geattesteerd werd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kardinaal Thomas Philippus d’ Alsace, aartsbisschop van Mechelen, die bestuurde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1716 tot 1759. In het jaar 1777 werden de reliek overgeplaatst in een zilveren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houder, ovaal van vorm, met vooraan een christalijnen venster; de reliek werd met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een gebruikelijke, zijden lint van rode kleur vastgehecht. De bisschop bracht zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zegel aan op de reliekhouder en bevestigde dit in het attest. De overplaatsing in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1777 was de aanleiding tot het schrijven van dit attest. De nieuwe, ovale&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliekhouder van 1777 is nog bewaard, de oudere, hartvormige houder niet meer.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het attest vermeldde dat de reliek kon worden vereerd door de gelovigen van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diocees van ’s Hertogenbosch. Het toenmalige bisdom Antwerpen strekte zich uit tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in Nederland.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de marge van het document van 1777 werd er in 1859 een handgeschreven nota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegevoegd door de vicaris generaal J.B. Van Hemel in naam van aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Sterckx. Milligem behoorde vanaf 1802 bij het bisdom Mechelen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating werd gegeven om de reliek te vereren in het diocees; anderzijds werd de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toelating weerhouden om het te verheffen (“exaltari”). Naast de nota werd het zegel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sterckx aangebracht. Het betrof hier een nieuwe reliekhouder die door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek werd aangeschaft. Achteraan de houder werd het wapen aangebracht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de aartsbisschop.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aflaten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De aflaten die zoveel verandering en twist hadden veroorzaakt in de zestiende eeuw,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven later toch nog in gebruik. De oudste, gekende toekenning van een aflaat voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de verering van de Heilige Odrada dateerde uit de achttiende eeuw. Voortaan zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beloning uitgedrukt worden in dagen aflaat dit wil zeggen in dagen aflossing of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bevrijding van schuld die door zondig leven werd veroorzaakt. De financiële&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
connotatie was verdwenen. Milligem is op dit vlak het meest actief. Elke vrijdag werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er smorgens ter ere van Sint-Odrada een mis gezongen. De week voor Allerheiligen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was er begankenis. Kardinaal d’ Alsace (1716-1759) kende een aflaat van honderd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagen toe aan degene die op de vrijdag de mis bijwoonde en daarna de relieken van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Odrada vereerde19. De Meerhoutenaar C. Mangelschots publiceerde in 1854&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de “Litanie der heilige Maegd Odrada” achteraan na het levensverhaal van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17 JUDOCUS COENEN, Het leven van de H. Maghet Odrada, Antwerpen, 1688, anastatische herdruk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2008.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18 Gemeentearchief te MOL, Archief van Milligem, los blad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c;, 1898, p. 73.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;9&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heilige20. De litanie kreeg op 21 maart 1854 het imprimatur van vicaris-generaal P.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corten. Odrada werd aanbeden als “Patronesse van Milghem, Beschermster van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen en Macharen”...&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In Balen kon men andere papieren voorleggen. Paus Pius VI, die bestuurde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1775 tot 1799, verleende aan de kerk van Balen een volle aflaat (dit is kwijtschelding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van alle schuld) op de feestdag van Sint-Odrada (3 november). Tijdens de visitatie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de parochie door landdeken C. Van Dongen werd in 1781 genoteerd dat er op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die feestdag een volle aflaat te verdienen was21. Opvolger Pius VII verleende op 17&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1821 dezelfde aflaat op de feestdag en op zeven andere dagen. Aartsbisschop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Méan (1817-1831) legde in hetzelfde jaar deze aflaat precies vast op de feestdag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada en de zeven volgende dagen (octaaf van Sint-Odrada)22.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijdens de feestelijkheden van de negentiger jaren van de negentiende eeuw werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet alleen talrijke kunstvoorwerpen vervaardigd en een boek over Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. In 1891 keurde kardinaal Goossens (1884-1906) een litanie van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada goed en verbond daaraan ook een aflaat van 100 dagen ten gunste van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diegenen die de litanie en de bijhorende gebeden zou opzeggen23. Het jaar daarop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd er een broederschap van de H. Odrada gesticht door de Balense pastoor G.L.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van der Donck24. De 439 nieuwe leden zullen de litanie zeker verwelkomd hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Deze litanie was een van de sterke devotie-ogenblikken voor de leden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
broederschap. De Heilige Maagd Odrada werd vooral vereerd tegen oogziekten en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veepest. Enkele items uit de litanie willen wij ter illustratie aanhalen, zij sluiten nauw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan bij de plaatselijke verering:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Heilige Odrada bid voor ons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Luister van Baelen bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eer en roem van Millegem bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engel van zuiverheid en zedigheid, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wonder van verduldigheid in lijden en vervolgingen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kastijdster van uw onschuldig lichaam, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Spiegel van weldadigheid jegens de armen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Licht der blinden, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toevlucht der landbouwers in al hunne noodwendigheden, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijzondere patronesse tegen ziekte van vee en dieren, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Troosteresse van allen die U aanroepen, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze machtige beschermster, bvo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
……..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20 C. MANGELSCHOTS, Leven der Heilige Maegd Odrada. Gevierd wordende te Milghem, by Moll,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den derden november, Geel 1854.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21 Opgezocht door Paul Vos voormalig archivaris van Mol.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., p. 82 (1891), p. 54 (1898).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23 Zie ook A. GEBOERS en F. VAN OLMEN, o.c., 1898, p. 79-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24 H. VANDER SANDEN, De Sint-Andriesparochie te Balen: 1868-1900, in Jaarboek 2008 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen, 2008, p. 75-95, in ’t bijzonder p. 90-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;10&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Averbode Abdijarchief&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AAA., Verzameling copieën van Balenaar Stanislas Joris Handschrift 9, nr. 79.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C. DE SMEDT, Dies tertia novembris. De Sancta Odrada, 1894, p. 59, nr. 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1654. Abt Servatius Servaes geeft het relaas over de geschiedenis van het reliek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Odrada van Balen en vermeldt de authenticiteitsattesten die het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezelden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Reliquiis s. Odradae.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Servatius Dei patientia abbas Averbodiensis omnibus ac singulis praesentes visuris&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seu legi audituris salutem in Domino.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Notum facimus et attestamur quod nos requisiti a ven.li Domino Joannae van Tilborg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
canonico Averbodiensi et pastore ecclesiae Balensis, sacras Reliquias S. Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Virginis in Balen natae, nominatim integram mandibulam inferiorem, anno 1651 mihi&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
traditam a ven.li viro Domino Philippo Nevio in Julio, ut easdem subtraheret furori&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haereticorum et alibi majori in honore devotioni populi fidelis exponerentur, quas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
quidem illi miserat Reverendissimus Dnus Episcopus Sylvaeducensis Nicolaus Zoes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
easdem sic nominatas et declaratas debita cum reverentia venerati sumus et&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recognovimus juxta publicum instrumentum Rev.di Domini Mathaei Langhecrucii&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoris Hilvarenbecensis et decani christianitatis et attestationem ven.lis Domini&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Philippi Nevii praefati, cujus tenor sequitur de verbo ad verbum : « Anno a navitate&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Domini 1617, nona die Augusti, ego infrascriptus has reliquias Sanctae Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
virginis accepi a Reverendissimo Domino Nicolao Zoes, episcopo Buscoducense pro&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi : in quorum fidem haec scripsi et subscripsi. Ita est,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mathaeus Langhecrucius, pastor Hilvarenbecen-sis et decanus christianitatis ». Et ad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
latus instrumenti apparebat signum sigilli ; in hostia, quae jam erat corrupta,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
suprascripti Rdi Dni Pastoris et Decani christianitatis Hilvarenbecensis. In alia charta&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sic habebatur : « Ego Fr Philippus Nevius, pastor in Hoogemiert, has sacras reliquias&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
S. Odradae virginis a Revmo Dno Nicolao Zoesio, epo Sijlvaeducensi, ad nos et&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesiam Hogemierdensem per Rev.dum D.num Matthaeum Langhencrucium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastorem in Hilvarenbeec et decanum christianitatis, missas, una cum tota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
communitate nostra Hogemierdensi processionaliter ex Lagemiert detuli et easdem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inclusas in certa quadam capsula quae solet vocari capsula S. Odradae virginis in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ecclesia Hogemierdensi honesto loco reposui anno 1617 in mense Augusto ». Infra&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
erat positum : « Ita est, F. Philippus Noevius pastor in Hogemiert ».&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quas quidem reliquias sacras majori quo decuit honore et devotione cum solemni&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processione 27a septembris anno 1654 in ecclesiam parochialem Balensem diocesis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Buscoducensis, introduximus, eique resignavimus reliquiario sanctae Odradae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
includendas ibidemque collocandas ad augendam incolarum et Christi fidelium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
devotionem. In quorum fidem praesentes manu nostra subscripsimus et sigilli nostri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
impressione muniri fecimus. Datum in aedibus pastoralibus Balensibus die 27&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
septembris anno Dominicae incarnationis 1654&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Loco sigilli&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;11&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Eratque signatum : F. Sevatius abbas Averbodiensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haec copia collata cum originali concordat de verbo ad verbum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Qoud attestor F. Ioannes van Tilborgh&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Gemeentearchief Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Los blad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Authenticiteitsattest voor de relieken van Sint-Odrada te Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jacobus Thomas Josephus Wellens Dei ET Apostolicae Sedis Gratia Episcopus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antverpiensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
necnon Delegatus Apostolicus in partibus catholicis Diaecesis Buscoducensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris Salutem in Domino&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fidem facimus et attestamur Nos Reverenter aperuisse thecam argenteam, figuram&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cordis referentem, chrystallo ab anteriori parte bene munitam, continentem sacras&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias Sanctae Odradae virginis, ab Eminentissimo Domino Thoma Philippo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cardinali de Alsatia et archi episcopo Mechliniensi olim recognitas: quas sacras&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliquias pro veris et legalibus agnocentes inclusimus alteri thecae argenteae figurae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ovatae, ab anteriori parte vitro chrystallino coopertae eamque vitta serica Rubri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coloris colligavimus, ac sigillo Nostro minori in cera Rubra Hispanica impresso muniri&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mandavimus quae theca adhuc duabus aliis majoribus formae Rotundae figuarum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
minor est aerea, major argentea est inclusa; permittentes ut Praefatae S. Reliquiae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
publicae fidelium venerationi Exponantur in Ecclesia parochiali loci de Millegem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Diaecesis Buscoducensis in partibus catholicis.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Antverpiae die 8 mensis julii 1777&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Signatuur ? Engelgrave Vic. Glis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De mandato Illmi ac Revmi Dni mei&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
A. Van Celst secr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de rand toegevoegde notitie van 1859:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Engelbertus Cardinalis Sterckx, archiepiscopus Mechliniensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Reliquias S. Odradae virg. in his Litteris memoratas, necnon in eadem theca&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argentea figurae cuxta? repositas (quam sigilo nostro munivimus) in Diaecesi nostra&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fidelium venerationi exponi, non autem exaltari permittimus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechliniae die 3 7bris 1859&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
J B Van Hemel Vic. Gen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met zegel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Balen Kerkarchief, losse nota&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echtheidsattest voor de relieken van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleverd door kardinaal Descamps in 1869&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;12&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Victor Augustus Isidorus DESCAMPS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dei et apostolicae sedis gratia archiepiscopus Mechliniensis,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Primas Belgii, S.S. prelatus domesticus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Et solio pontificio assistens ,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Omnibus has visuris salutem in domino&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met wapenschild en devies PERVIA COELI PORTA MANES&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tenore praesentium fidem facimus indubiam et attestamur, quod Nos, die datae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
harum, juxta , debite recognoverimus et approbaverimus Sacras Reliquias&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ex ossibus S. Odradae Virg. Balensis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nobis cum debitis authenticitatis notis exhibiteis quas&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reverenter reposuimus et collocavimus in theca cuprea forma rotunda circulo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
argenteo et crystallo ab interiori ornata, bene clausa et filo serico coloris rubri debite&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
colligata, necnon sigillo nostro in cera Espanica impresso, firmiter obsignata. Ad&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omnipotentis Dei gloriam Sanctorumque suorum honorem permittimus ut praefatae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS. Relquiae in hac dioecesi publicae Fidelium venerationi exponi possint.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Datum Mechliniae sub nostri Vicarii Generalis signo sigilloque nostro necnon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Secretarii nostro chirographo, die 24 mensis Julii anni 18 69&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met signatuur I. vi. gen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Mandato Illmi ac Rmi Domini Arciepscopi&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(((L. Grietens secr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/3._H._Odrada</id>
		<title>3. H. Odrada</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/3._H._Odrada"/>
				<updated>2025-07-06T18:13:15Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Over Sint-Odrada te Balen en te Millegem]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw]] gepubliceerd in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada (1891)]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Bemerkingen bij het onderzoek van M. Van Strydonk naar de ouderdom van de reliek van H. Odrada in 2005]] &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Verering van de H. Odrada in de 19de eeuw]] &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Echtheidsattesten voor de H. Odrada]] &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684</id>
		<title>Het rampjaar 1684</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684"/>
				<updated>2025-07-06T18:07:55Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het rampjaar 1684 (1)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de nieuwe voorgevel van huis nr 9 op de Markt te Balen werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurankers bewaard met het jaartal 1684. Oorspronkelijk had dit opschrift de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis van een bouwjaar voor dit burgershuis: dit gebouw kwam tot stand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het jaar 1684. Deze uitleg is nu niet meer van tel. Alleen de bakstenen achter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bezetting van de voorgevel dateren van 1684; de rest van het gebouw werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volledig vernieuwd. Toch is het van belang dat deze datum 1684 aanwezig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blijft; het is een belangrijk jaar in de dorpsgeschiedenis. In het jaar 1684 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grote brand in het dorp; bijna alle huizen van de markt stonden in de fik en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook de kerk werd zeer zwaar getroffen. Wij zijn 28 juni 1684; de brand zou bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bakker op de Markt ontstaan zijn en zich razendsnel verspreid hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alleen twee huizen en een boom overleefden het aan de verste zijde van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpskom, gelegen bij een waterpoel: het huis van Willem Van Hemel en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naburige huis van Maria Hanegreefs zouden ontsnappen aan de catastrofe; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huizen lagen aan een straatje dat in de volksmond Sint-Anna Borgerhaut werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genoemd&amp;lt;sup&amp;gt;1&amp;lt;/sup&amp;gt;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onmiddellijk werd begonnen met het herstel van de huizen en ook aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen kerk werden de eerste herstellingen uitgevoerd. In Meerhout werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kepers gezaagd en bij de plaatselijk smid werden in 1684 haken en nagels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld. De volgende jaren 1684-1689 werden er tienduizenden schalies&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld om het dak te dichten maar al vlug waren er tekens van onwil en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenwerking. De kerk was wel zwaar gehavend. Vooral de kruisbeuk was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vernield maar ook het koor was getroffen en de middenbeuk was ingestort;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen de zijbeuken waren min of meer intact.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 20 september 1684 was er een vergadering die op verzoek van dienende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
burgemeester Geerardt Wouters was samengeroepen “in louter faveur van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
justicie”. De ZEH Kamerling&amp;lt;sup&amp;gt;2&amp;lt;/sup&amp;gt; van de abdij van Averbode was aanwezig,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezeld van een andere pater van de abdij. Deze laatste was reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op 13 september 1684 op de pastorie te Balen geweest en had aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpsbestuurders voorgesteld om de toenmalige tienden van de abdij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachten en het geld te gebruiken voor het herstel van de kerk. Hierop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
repliceerde de boekhouder van de gemeente Peeter Goiskens dat hij geenszins&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van plan was dat te doen: het systeem van de verpachtingen met de tiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;1&amp;lt;/sup&amp;gt; Archief Erfgoed Balen, AAA 10278!-0275&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;2&amp;lt;/sup&amp;gt; De kamerling was de naaste medewerker van de abt ; de kamerling (kamerheer) kon de abt vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
werkte niet, noch op gemeentelijk vlak, noch op particulier vlak. Dit schoot in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verkeerde keelgat van de kamerling; hij dreigde ermee om “ de voorzijde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(voornoemde) gemeente van Balen met een regiment volks ofte twee te doen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ruïneren&amp;lt;sup&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt;”. Het probleem werd door de gemeentebestuurders besproken op 20&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij was steeds behulpzaam geweest, aldus het klooster van Averbode. Bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de opbouw van de Sint-Andrieskerk had de abt van Averbode vijfentwintig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bijgedragen aan de onkosten, bij een vorige calamiteit waren ze met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een bedrag tussengekomen en verder was er jaarlijks een kleine bijdrage in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkingskosten (8 of 12 gulden). In Balen vonden ze dat eerder aan de magere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kant, zeker wanneer er calamiteiten waren en de kerk door onheil werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen, zoals brand, bliksem of stormschade. De vergadering van 2°&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
september 1684 gebeurde in aanwezigheid van de dienende burgemeesters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Marten Kemps en Laureys Claes; dit werd bevestigd door de schepenen van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voogdij L. Ooms en H. Meulders.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uit het voorgaande blijkt dat de gemeentebestuurders en de abdijbestuurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondig van mening verschilden over de aanpak van het herstel van de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vooral ging het hier over de vraag van wie zal dat betalen. Dat hierbij oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvattingen over het gebruik of beschikken van de tienden centraal stonden,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd meer en meer duidelijk. De abdij wilde de opbrengst en gelden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden wel laten gebruiken voor het herstel van het bedehuis maar de centen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moesten later wel terug betaald worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Voorstel van vicaris Brassery (1685)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een jaar na de brand, op 14 juni 1685, kwam vicaris Guillielmus Brassery op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in Balen. Balen behoorde op dat moment nog bij het bisdom ’s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch en Z.E.H. Brassery, een voormalige pastoor van Sint-Amands in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, vertegenwoordigde er het hoogste kerkelijk gezag. Hij kwam in Balen op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in functie van de problemen met de brand van 1684. Hij bezocht er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kerk en de kapellen en liet zich inlichten over de inkomsten van deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen, in het bijzonder de Sint-Andrieskerk, de H. Geesttafel en de kapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Schoor. Na een grondige evaluatie kwam hij tot besluit dat beide instanties,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij van Averbode en de kerkfabriek, verantwoordelijkheid hadden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt; Archieftekst zie Erfgoed Balen 511-9998-138-00009-0085; Ex Regisst. Scab. Moll etc an 1681-1688, fol 130.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
dragen bij de restauratie van de beschadigde kerk. Er moest zo vlug mogelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgetreden worden, te beginnen met het koor. De onkosten moesten in gelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parten (equalibus partis) verdeeld worden&amp;lt;sup&amp;gt;4&amp;lt;/sup&amp;gt;.De abt van Averbode zou eerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de brug kunnen komen en het goede voorbeeld stellen; daarna zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatselijke overheid volgen waarbij ook op bijdragen van de bevolking moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerekend worden via de offerblokken. Bij hoogdringendheid dienden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken te worden aangevat zodat de goddelijke diensten opnieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het kerkgebouw konden doorgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bezoek van Brassery zou blijkbaar weinig resultaat teweeg brengen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderlinge afspraken. Er werden wat beschermingswerken uitgevoerd maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grondige aanpak bleef achterwege.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De dreigbrief van 15 februari 1686'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ghy sult di kerck maeken''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Oft ick alle de hoeven af''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Branden sal di grodt sal ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Selven doen die den armen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Sal …. Hem kan ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Niet helen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Kimps van Balen verslikte zich in zijn koffie toen hij deze dreigbrief&amp;lt;sup&amp;gt;5&amp;lt;/sup&amp;gt; las&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die aan de toegangspoort van de pastorie (in de Veststraat) was opgehangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De onbekende schrijver dreigde met brandstichting van de hoeven indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk niet uitgevoerd werd. In de pastoor-norbertijn werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
natuurlijk de abdij van Averbode geviseerd. Dat het tweede deel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dreigbrief zo onleesbaar is maakt de dreiging alleen maar spannender. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kimps riep een vergadering bijeen met verscheidene getuigen: Jan Swinnen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderik de Grauw en Jan Pelle; hij speette het dreigbriefje aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het geschreven verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit briefken hier aengedaen hebbe ick Sr. A.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;4&amp;lt;/sup&amp;gt; Copie van decreet: Stanisla Joris, Balensia NR 5, 78; Archief Erffgoed10008-0131&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;5&amp;lt;/sup&amp;gt; Archief Erfgoed Balen AAA 511-9998-138-00039-0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kimps den 15 februari 1686 omtrent halver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seven smorgens ghevonden ge plackt op de poorte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
der pastorij van Balen en afgedaen tuschen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dese ghetuygen Jan Swinnen schepene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderick de Grauw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naste ghebuer en Jan Pelle ter presentie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van den heer onderpastoor van Balen.&amp;lt;sup&amp;gt;6&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zat blijkbaar hoog bij de Balenaren, en één van de pottekes kookte over. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reactie staat symbool voor de vele straffe praatjes en verdachtmakingen tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergaderingen, geroddel op straat of in de herberg. De twee hoeven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode (Reit en Gerheide) werden geviseerd. De schrijver dreigde ermee om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brand te stichten indien de norbertijnen niet met geld over de brug kwamen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het tweede gedeelte van de dreigbrief is moeilijk leesbaar en suggereert dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de armen moet rekening gehouden worden. De rol van pastoor moet niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk zijn geweest op dat moment; hij riep de gezagsdragers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp bijeen om akte te nemen van het geschrift. Maar kon het probleem wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgelost worden?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Een oud zeer'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanuit het dorp had men altijd al beroep gedaan op de bereidwilligheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij. Bij de bouw van de kerk (1444-1520) had de abt van Averbode een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage van 25 gulden geleverd; niet bepaald een bedrag om naar huis te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schrijven. De abdij was heel gematigd in haar steun als het om de kerk ging, dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was blijkbaar de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking. Indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor een kanunnik van de abdij was, dan werd de pastorie wel op kosten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij gebouwd. Dat was gebruikelijk in het Ancien Regime. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
probleem zat hem eigenlijk bij de inning van de tienden. Aanvankelijk, dat is in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de vroege middeleeuwen, bestond de gewoonte om bij de stichtingen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdijen of kloosters gronden of andere inkomsten te schenken zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen een bestaan konden uitbouwen. Zo verging het ook met de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode. In 1134 stelde Arnold II, graaf van Loon, grond ter beschikking in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;6&amp;lt;/sup&amp;gt; Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-00039-0001&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Averbode om de abdij op te bouwen; daarbij kregen zij ook nog het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patronaatsrecht en de tiende van de kerk van Tessenderlo, het patronaatsrecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is het recht om de pastoor van de kerk voor te dragen; daarbij kregen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kloosterlingen nog gronden terbeschikking die zij konden verhuren tegen één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiende van de opbrengst van deze gronden. Het systeem van schenkingen (en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verhuring) van gronden zou honderden jaren blijven bestaan en tot een apart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systeem uitgroeien: de tienden. In de loop van de jaren zouden abdij meer en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer percelen weten te verwerven; hetzij door schenking, hetzij door aankoop,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetzij door ruil.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen er in 1590?? Brand was geweest in de Sint-Andrieskerk schreven de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkmeesters van Balen een brief aan de abt van Averbode om te vragen dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou bijgedragen zou worden in de kosten van het herstel. De abt antwoordde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat hij zijn medeleven wilde betuigen en een bijdrage wilde in deze moeilijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omstandigheden maar dat het éénmalig was en zeker niet als permanent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief mocht bekeken worden. Het bleef moeilijk verteerbaar voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren. De inkomsten van de tienden waren bijzonder interessant en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder hoog.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het jaar 1613 hadden de Balenaren hun probleem aannhangig gemaakr bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de professoren van Leuven: Joannes Jansonii, J. Wiggers, P. Gadeelini en Ger.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corselii. De Balenaren vroegen een “arbitrale sententie”: een arbiter in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschil tussen Balen en de abdij. Volgens de professoren scheen de aanklacht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de inwoners “niet te sijn gefundeert noch ontfanckbaer”. Ze moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tevreden zijn met de jaarlijkse bijdrage van 8 gulden van de abdij. Alleen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“eenigh ongeluck oft infortune” kon de abdij vrij tussenkomen. Bij calamiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon de abdij bijdragen als ze goesting (en middelen) had. Daar zou nog lang&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over gesakkerd worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684</id>
		<title>Het rampjaar 1684</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684"/>
				<updated>2025-07-06T18:06:25Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het rampjaar 1684 (1)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de nieuwe voorgevel van huis nr 9 op de Markt te Balen werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurankers bewaard met het jaartal 1684. Oorspronkelijk had dit opschrift de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis van een bouwjaar voor dit burgershuis: dit gebouw kwam tot stand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het jaar 1684. Deze uitleg is nu niet meer van tel. Alleen de bakstenen achter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bezetting van de voorgevel dateren van 1684; de rest van het gebouw werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volledig vernieuwd. Toch is het van belang dat deze datum 1684 aanwezig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blijft; het is een belangrijk jaar in de dorpsgeschiedenis. In het jaar 1684 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grote brand in het dorp; bijna alle huizen van de markt stonden in de fik en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook de kerk werd zeer zwaar getroffen. Wij zijn 28 juni 1684; de brand zou bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bakker op de Markt ontstaan zijn en zich razendsnel verspreid hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alleen twee huizen en een boom overleefden het aan de verste zijde van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpskom, gelegen bij een waterpoel: het huis van Willem Van Hemel en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naburige huis van Maria Hanegreefs zouden ontsnappen aan de catastrofe; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huizen lagen aan een straatje dat in de volksmond Sint-Anna Borgerhaut werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genoemd&amp;lt;sup&amp;gt;1&amp;lt;/sup&amp;gt;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onmiddellijk werd begonnen met het herstel van de huizen en ook aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen kerk werden de eerste herstellingen uitgevoerd. In Meerhout werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kepers gezaagd en bij de plaatselijk smid werden in 1684 haken en nagels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld. De volgende jaren 1684-1689 werden er tienduizenden schalies&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld om het dak te dichten maar al vlug waren er tekens van onwil en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenwerking. De kerk was wel zwaar gehavend. Vooral de kruisbeuk was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vernield maar ook het koor was getroffen en de middenbeuk was ingestort;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen de zijbeuken waren min of meer intact.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 20 september 1684 was er een vergadering die op verzoek van dienende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
burgemeester Geerardt Wouters was samengeroepen “in louter faveur van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
justicie”. De ZEH Kamerling&amp;lt;sup&amp;gt;2&amp;lt;/sup&amp;gt; van de abdij van Averbode was aanwezig,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezeld van een andere pater van de abdij. Deze laatste was reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op 13 september 1684 op de pastorie te Balen geweest en had aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpsbestuurders voorgesteld om de toenmalige tienden van de abdij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachten en het geld te gebruiken voor het herstel van de kerk. Hierop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
repliceerde de boekhouder van de gemeente Peeter Goiskens dat hij geenszins&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van plan was dat te doen: het systeem van de verpachtingen met de tiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Archief Erfgoed Balen, AAA 10278!-0275&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 De kamerling was de naaste medewerker van de abt ; de kamerling (kamerheer) kon de abt vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
werkte niet, noch op gemeentelijk vlak, noch op particulier vlak. Dit schoot in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verkeerde keelgat van de kamerling; hij dreigde ermee om “ de voorzijde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(voornoemde) gemeente van Balen met een regiment volks ofte twee te doen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ruïneren&amp;lt;sup&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt;”. Het probleem werd door de gemeentebestuurders besproken op 20&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij was steeds behulpzaam geweest, aldus het klooster van Averbode. Bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de opbouw van de Sint-Andrieskerk had de abt van Averbode vijfentwintig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bijgedragen aan de onkosten, bij een vorige calamiteit waren ze met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een bedrag tussengekomen en verder was er jaarlijks een kleine bijdrage in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkingskosten (8 of 12 gulden). In Balen vonden ze dat eerder aan de magere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kant, zeker wanneer er calamiteiten waren en de kerk door onheil werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen, zoals brand, bliksem of stormschade. De vergadering van 2°&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
september 1684 gebeurde in aanwezigheid van de dienende burgemeesters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Marten Kemps en Laureys Claes; dit werd bevestigd door de schepenen van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voogdij L. Ooms en H. Meulders.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uit het voorgaande blijkt dat de gemeentebestuurders en de abdijbestuurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondig van mening verschilden over de aanpak van het herstel van de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vooral ging het hier over de vraag van wie zal dat betalen. Dat hierbij oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvattingen over het gebruik of beschikken van de tienden centraal stonden,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd meer en meer duidelijk. De abdij wilde de opbrengst en gelden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden wel laten gebruiken voor het herstel van het bedehuis maar de centen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moesten later wel terug betaald worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Voorstel van vicaris Brassery (1685)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een jaar na de brand, op 14 juni 1685, kwam vicaris Guillielmus Brassery op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in Balen. Balen behoorde op dat moment nog bij het bisdom ’s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch en Z.E.H. Brassery, een voormalige pastoor van Sint-Amands in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, vertegenwoordigde er het hoogste kerkelijk gezag. Hij kwam in Balen op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in functie van de problemen met de brand van 1684. Hij bezocht er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kerk en de kapellen en liet zich inlichten over de inkomsten van deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen, in het bijzonder de Sint-Andrieskerk, de H. Geesttafel en de kapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Schoor. Na een grondige evaluatie kwam hij tot besluit dat beide instanties,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij van Averbode en de kerkfabriek, verantwoordelijkheid hadden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Archieftekst zie Erfgoed Balen 511-9998-138-00009-0085; Ex Regisst. Scab. Moll etc an 1681-1688, fol 130.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
dragen bij de restauratie van de beschadigde kerk. Er moest zo vlug mogelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgetreden worden, te beginnen met het koor. De onkosten moesten in gelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parten (equalibus partis) verdeeld worden&amp;lt;sup&amp;gt;4&amp;lt;/sup&amp;gt;.De abt van Averbode zou eerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de brug kunnen komen en het goede voorbeeld stellen; daarna zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatselijke overheid volgen waarbij ook op bijdragen van de bevolking moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerekend worden via de offerblokken. Bij hoogdringendheid dienden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken te worden aangevat zodat de goddelijke diensten opnieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het kerkgebouw konden doorgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bezoek van Brassery zou blijkbaar weinig resultaat teweeg brengen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderlinge afspraken. Er werden wat beschermingswerken uitgevoerd maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grondige aanpak bleef achterwege.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De dreigbrief van 15 februari 1686'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ghy sult di kerck maeken''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Oft ick alle de hoeven af''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Branden sal di grodt sal ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Selven doen die den armen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Sal …. Hem kan ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Niet helen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Kimps van Balen verslikte zich in zijn koffie toen hij deze dreigbrief&amp;lt;sup&amp;gt;5&amp;lt;/sup&amp;gt; las&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die aan de toegangspoort van de pastorie (in de Veststraat) was opgehangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De onbekende schrijver dreigde met brandstichting van de hoeven indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk niet uitgevoerd werd. In de pastoor-norbertijn werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
natuurlijk de abdij van Averbode geviseerd. Dat het tweede deel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dreigbrief zo onleesbaar is maakt de dreiging alleen maar spannender. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kimps riep een vergadering bijeen met verscheidene getuigen: Jan Swinnen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderik de Grauw en Jan Pelle; hij speette het dreigbriefje aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het geschreven verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit briefken hier aengedaen hebbe ick Sr. A.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Copie van decreet: Stanisla Joris, Balensia NR 5, 78; Archief Erffgoed10008-0131&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Archief Erfgoed Balen AAA 511-9998-138-00039-0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kimps den 15 februari 1686 omtrent halver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seven smorgens ghevonden ge plackt op de poorte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
der pastorij van Balen en afgedaen tuschen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dese ghetuygen Jan Swinnen schepene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderick de Grauw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naste ghebuer en Jan Pelle ter presentie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van den heer onderpastoor van Balen.&amp;lt;sup&amp;gt;6&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zat blijkbaar hoog bij de Balenaren, en één van de pottekes kookte over. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reactie staat symbool voor de vele straffe praatjes en verdachtmakingen tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergaderingen, geroddel op straat of in de herberg. De twee hoeven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode (Reit en Gerheide) werden geviseerd. De schrijver dreigde ermee om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brand te stichten indien de norbertijnen niet met geld over de brug kwamen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het tweede gedeelte van de dreigbrief is moeilijk leesbaar en suggereert dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de armen moet rekening gehouden worden. De rol van pastoor moet niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk zijn geweest op dat moment; hij riep de gezagsdragers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp bijeen om akte te nemen van het geschrift. Maar kon het probleem wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgelost worden?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Een oud zeer'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanuit het dorp had men altijd al beroep gedaan op de bereidwilligheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij. Bij de bouw van de kerk (1444-1520) had de abt van Averbode een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage van 25 gulden geleverd; niet bepaald een bedrag om naar huis te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schrijven. De abdij was heel gematigd in haar steun als het om de kerk ging, dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was blijkbaar de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking. Indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor een kanunnik van de abdij was, dan werd de pastorie wel op kosten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij gebouwd. Dat was gebruikelijk in het Ancien Regime. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
probleem zat hem eigenlijk bij de inning van de tienden. Aanvankelijk, dat is in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de vroege middeleeuwen, bestond de gewoonte om bij de stichtingen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdijen of kloosters gronden of andere inkomsten te schenken zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen een bestaan konden uitbouwen. Zo verging het ook met de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode. In 1134 stelde Arnold II, graaf van Loon, grond ter beschikking in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-00039-0001&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Averbode om de abdij op te bouwen; daarbij kregen zij ook nog het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patronaatsrecht en de tiende van de kerk van Tessenderlo, het patronaatsrecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is het recht om de pastoor van de kerk voor te dragen; daarbij kregen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kloosterlingen nog gronden terbeschikking die zij konden verhuren tegen één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiende van de opbrengst van deze gronden. Het systeem van schenkingen (en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verhuring) van gronden zou honderden jaren blijven bestaan en tot een apart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systeem uitgroeien: de tienden. In de loop van de jaren zouden abdij meer en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer percelen weten te verwerven; hetzij door schenking, hetzij door aankoop,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetzij door ruil.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen er in 1590?? Brand was geweest in de Sint-Andrieskerk schreven de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkmeesters van Balen een brief aan de abt van Averbode om te vragen dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou bijgedragen zou worden in de kosten van het herstel. De abt antwoordde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat hij zijn medeleven wilde betuigen en een bijdrage wilde in deze moeilijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omstandigheden maar dat het éénmalig was en zeker niet als permanent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief mocht bekeken worden. Het bleef moeilijk verteerbaar voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren. De inkomsten van de tienden waren bijzonder interessant en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder hoog.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het jaar 1613 hadden de Balenaren hun probleem aannhangig gemaakr bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de professoren van Leuven: Joannes Jansonii, J. Wiggers, P. Gadeelini en Ger.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corselii. De Balenaren vroegen een “arbitrale sententie”: een arbiter in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschil tussen Balen en de abdij. Volgens de professoren scheen de aanklacht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de inwoners “niet te sijn gefundeert noch ontfanckbaer”. Ze moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tevreden zijn met de jaarlijkse bijdrage van 8 gulden van de abdij. Alleen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“eenigh ongeluck oft infortune” kon de abdij vrij tussenkomen. Bij calamiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon de abdij bijdragen als ze goesting (en middelen) had. Daar zou nog lang&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over gesakkerd worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684</id>
		<title>Het rampjaar 1684</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684"/>
				<updated>2025-07-06T18:02:43Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het rampjaar 1684 (1)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de nieuwe voorgevel van huis nr 9 op de Markt te Balen werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurankers bewaard met het jaartal 1684. Oorspronkelijk had dit opschrift de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis van een bouwjaar voor dit burgershuis: dit gebouw kwam tot stand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het jaar 1684. Deze uitleg is nu niet meer van tel. Alleen de bakstenen achter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bezetting van de voorgevel dateren van 1684; de rest van het gebouw werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volledig vernieuwd. Toch is het van belang dat deze datum 1684 aanwezig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blijft; het is een belangrijk jaar in de dorpsgeschiedenis. In het jaar 1684 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grote brand in het dorp; bijna alle huizen van de markt stonden in de fik en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook de kerk werd zeer zwaar getroffen. Wij zijn 28 juni 1684; de brand zou bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bakker op de Markt ontstaan zijn en zich razendsnel verspreid hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alleen twee huizen en een boom overleefden het aan de verste zijde van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpskom, gelegen bij een waterpoel: het huis van Willem Van Hemel en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naburige huis van Maria Hanegreefs zouden ontsnappen aan de catastrofe; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huizen lagen aan een straatje dat in de volksmond Sint-Anna Borgerhaut werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genoemd1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onmiddellijk werd begonnen met het herstel van de huizen en ook aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen kerk werden de eerste herstellingen uitgevoerd. In Meerhout werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kepers gezaagd en bij de plaatselijk smid werden in 1684 haken en nagels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld. De volgende jaren 1684-1689 werden er tienduizenden schalies&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld om het dak te dichten maar al vlug waren er tekens van onwil en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenwerking. De kerk was wel zwaar gehavend. Vooral de kruisbeuk was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vernield maar ook het koor was getroffen en de middenbeuk was ingestort;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen de zijbeuken waren min of meer intact.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 20 september 1684 was er een vergadering die op verzoek van dienende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
burgemeester Geerardt Wouters was samengeroepen “in louter faveur van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
justicie”. De ZEH Kamerling2 van de abdij van Averbode was aanwezig,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezeld van een andere pater van de abdij. Deze laatste was reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op 13 september 1684 op de pastorie te Balen geweest en had aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpsbestuurders voorgesteld om de toenmalige tienden van de abdij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachten en het geld te gebruiken voor het herstel van de kerk. Hierop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
repliceerde de boekhouder van de gemeente Peeter Goiskens dat hij geenszins&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van plan was dat te doen: het systeem van de verpachtingen met de tiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Archief Erfgoed Balen, AAA 10278!-0275&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 De kamerling was de naaste medewerker van de abt ; de kamerling (kamerheer) kon de abt vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;werkte niet, noch op gemeentelijk vlak, noch op particulier vlak. Dit schoot in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verkeerde keelgat van de kamerling; hij dreigde ermee om “ de voorzijde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(voornoemde) gemeente van Balen met een regiment volks ofte twee te doen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ruïneren3”. Het probleem werd door de gemeentebestuurders besproken op 20&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij was steeds behulpzaam geweest, aldus het klooster van Averbode. Bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de opbouw van de Sint-Andrieskerk had de abt van Averbode vijfentwintig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bijgedragen aan de onkosten, bij een vorige calamiteit waren ze met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een bedrag tussengekomen en verder was er jaarlijks een kleine bijdrage in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkingskosten (8 of 12 gulden). In Balen vonden ze dat eerder aan de magere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kant, zeker wanneer er calamiteiten waren en de kerk door onheil werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen, zoals brand, bliksem of stormschade. De vergadering van 2°&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
september 1684 gebeurde in aanwezigheid van de dienende burgemeesters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Marten Kemps en Laureys Claes; dit werd bevestigd door de schepenen van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voogdij L. Ooms en H. Meulders.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uit het voorgaande blijkt dat de gemeentebestuurders en de abdijbestuurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondig van mening verschilden over de aanpak van het herstel van de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vooral ging het hier over de vraag van wie zal dat betalen. Dat hierbij oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvattingen over het gebruik of beschikken van de tienden centraal stonden,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd meer en meer duidelijk. De abdij wilde de opbrengst en gelden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden wel laten gebruiken voor het herstel van het bedehuis maar de centen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moesten later wel terug betaald worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Voorstel van vicaris Brassery (1685)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een jaar na de brand, op 14 juni 1685, kwam vicaris Guillielmus Brassery op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in Balen. Balen behoorde op dat moment nog bij het bisdom ’s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch en Z.E.H. Brassery, een voormalige pastoor van Sint-Amands in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, vertegenwoordigde er het hoogste kerkelijk gezag. Hij kwam in Balen op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in functie van de problemen met de brand van 1684. Hij bezocht er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kerk en de kapellen en liet zich inlichten over de inkomsten van deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen, in het bijzonder de Sint-Andrieskerk, de H. Geesttafel en de kapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Schoor. Na een grondige evaluatie kwam hij tot besluit dat beide instanties,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij van Averbode en de kerkfabriek, verantwoordelijkheid hadden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Archieftekst zie Erfgoed Balen 511-9998-138-00009-0085; Ex Regisst. Scab. Moll etc an 1681-1688, fol 130.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;dragen bij de restauratie van de beschadigde kerk. Er moest zo vlug mogelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgetreden worden, te beginnen met het koor. De onkosten moesten in gelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parten (equalibus partis) verdeeld worden4.De abt van Averbode zou eerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de brug kunnen komen en het goede voorbeeld stellen; daarna zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatselijke overheid volgen waarbij ook op bijdragen van de bevolking moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerekend worden via de offerblokken. Bij hoogdringendheid dienden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken te worden aangevat zodat de goddelijke diensten opnieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het kerkgebouw konden doorgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bezoek van Brassery zou blijkbaar weinig resultaat teweeg brengen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderlinge afspraken. Er werden wat beschermingswerken uitgevoerd maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grondige aanpak bleef achterwege.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De dreigbrief van 15 februari 1686'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ghy sult di kerck maeken''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Oft ick alle de hoeven af''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Branden sal di grodt sal ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Selven doen die den armen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Sal …. Hem kan ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Niet helen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Kimps van Balen verslikte zich in zijn koffie toen hij deze dreigbrief5 las&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die aan de toegangspoort van de pastorie (in de Veststraat) was opgehangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De onbekende schrijver dreigde met brandstichting van de hoeven indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk niet uitgevoerd werd. In de pastoor-norbertijn werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
natuurlijk de abdij van Averbode geviseerd. Dat het tweede deel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dreigbrief zo onleesbaar is maakt de dreiging alleen maar spannender. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kimps riep een vergadering bijeen met verscheidene getuigen: Jan Swinnen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderik de Grauw en Jan Pelle; hij speette het dreigbriefje aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het geschreven verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit briefken hier aengedaen hebbe ick Sr. A.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Copie van decreet: Stanisla Joris, Balensia NR 5, 78; Archief Erffgoed10008-0131&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Archief Erfgoed Balen AAA 511-9998-138-00039-0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kimps den 15 februari 1686 omtrent halver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seven smorgens ghevonden ge plackt op de poorte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
der pastorij van Balen en afgedaen tuschen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dese ghetuygen Jan Swinnen schepene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderick de Grauw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naste ghebuer en Jan Pelle ter presentie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van den heer onderpastoor van Balen.6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zat blijkbaar hoog bij de Balenaren, en één van de pottekes kookte over. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reactie staat symbool voor de vele straffe praatjes en verdachtmakingen tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergaderingen, geroddel op straat of in de herberg. De twee hoeven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode (Reit en Gerheide) werden geviseerd. De schrijver dreigde ermee om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brand te stichten indien de norbertijnen niet met geld over de brug kwamen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het tweede gedeelte van de dreigbrief is moeilijk leesbaar en suggereert dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de armen moet rekening gehouden worden. De rol van pastoor moet niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk zijn geweest op dat moment; hij riep de gezagsdragers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp bijeen om akte te nemen van het geschrift. Maar kon het probleem wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgelost worden?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Een oud zeer'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanuit het dorp had men altijd al beroep gedaan op de bereidwilligheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij. Bij de bouw van de kerk (1444-1520) had de abt van Averbode een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage van 25 gulden geleverd; niet bepaald een bedrag om naar huis te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schrijven. De abdij was heel gematigd in haar steun als het om de kerk ging, dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was blijkbaar de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking. Indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor een kanunnik van de abdij was, dan werd de pastorie wel op kosten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij gebouwd. Dat was gebruikelijk in het Ancien Regime. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
probleem zat hem eigenlijk bij de inning van de tienden. Aanvankelijk, dat is in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de vroege middeleeuwen, bestond de gewoonte om bij de stichtingen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdijen of kloosters gronden of andere inkomsten te schenken zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen een bestaan konden uitbouwen. Zo verging het ook met de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode. In 1134 stelde Arnold II, graaf van Loon, grond ter beschikking in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-00039-0001&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Averbode om de abdij op te bouwen; daarbij kregen zij ook nog het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patronaatsrecht en de tiende van de kerk van Tessenderlo, het patronaatsrecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is het recht om de pastoor van de kerk voor te dragen; daarbij kregen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kloosterlingen nog gronden terbeschikking die zij konden verhuren tegen één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiende van de opbrengst van deze gronden. Het systeem van schenkingen (en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verhuring) van gronden zou honderden jaren blijven bestaan en tot een apart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systeem uitgroeien: de tienden. In de loop van de jaren zouden abdij meer en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer percelen weten te verwerven; hetzij door schenking, hetzij door aankoop,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetzij door ruil.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen er in 1590?? Brand was geweest in de Sint-Andrieskerk schreven de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkmeesters van Balen een brief aan de abt van Averbode om te vragen dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou bijgedragen zou worden in de kosten van het herstel. De abt antwoordde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat hij zijn medeleven wilde betuigen en een bijdrage wilde in deze moeilijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omstandigheden maar dat het éénmalig was en zeker niet als permanent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief mocht bekeken worden. Het bleef moeilijk verteerbaar voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren. De inkomsten van de tienden waren bijzonder interessant en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder hoog.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het jaar 1613 hadden de Balenaren hun probleem aannhangig gemaakr bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de professoren van Leuven: Joannes Jansonii, J. Wiggers, P. Gadeelini en Ger.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corselii. De Balenaren vroegen een “arbitrale sententie”: een arbiter in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschil tussen Balen en de abdij. Volgens de professoren scheen de aanklacht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de inwoners “niet te sijn gefundeert noch ontfanckbaer”. Ze moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tevreden zijn met de jaarlijkse bijdrage van 8 gulden van de abdij. Alleen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“eenigh ongeluck oft infortune” kon de abdij vrij tussenkomen. Bij calamiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon de abdij bijdragen als ze goesting (en middelen) had. Daar zou nog lang&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over gesakkerd worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)</id>
		<title>1684 (deel 4)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)"/>
				<updated>2025-07-06T18:01:10Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 4 hernoemd naar 1684 (deel 4)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (4 slot)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1747 De abt neemt maatregelen'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De betwistingen tussen de abdij van Averbode en de inwoners van Balen over de inning van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden zouden blijven bestaan. GEBOERS1 meent dat die beeindigd werden in 1717 met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk maar dat is niet correct. Alleen voor de restauratie van de kerk kwam er schot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de zaak maar de betwistingen en pesterijen bleven voortduren. De wringerijen bleven bestaan ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
al werden er soms verzoenende gebaren gesteld; deze gebaren veranderden niets aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondhouding. De Balenaars gunden het de abdij niet dat deze zich ging verrijken met de inning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tienden , de abdij deed alle moeite om hun previlegies te bestendigen en slechts weinig van hun&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengt afgeven. De abdij deed alle moeite om het tij te keren, meestal juridisch, soms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diplomatisch. Zo vermeldden wij op het einde van vorig artikel de beslissing van de abt Simon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Braunman van Averbode om vanaf 1747 het inkomen van de Balense pastoor sterk te verminderen2 :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Wij Simon, abt van Averbode, verklaren met dit huidige geschrift,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''ter wille van de twisten van de hedendaagse pastoor maar ook van zijn voorgangers,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''wij stellen dat de pastorele competentie uit onze thienden moet gelicht worden,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Om jaarlijks vijftien maten goed graan over te houden beginnende vanaf de thiende van''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''het jaar 1747 voor hem en voor zijn opvolgers, ten eeuwigen dage,.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''In vertrouwen heb ik dit geschrift met mijn handteken en mijn zegel versterkt .''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''F Simon abt van Averbode''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Braunman ging dus de inkomsten van de dienstdoende pastoor in Balen erg inperken. Door deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing werd alleen de pastoor getroffen; aan de mogelijke inkomsten van de abdij werd niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geraakt. De abt ging het recht van de tiende-inning niet in vraag stellen. Hij bleef het gerecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inschakelen om zijn rechten te verdedigen die hij vroeger had gekregen en in de loop van de eeuwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had uitgebreid. Ook al was hij tegemoet gekomen aan de Balenaren door zijn bijdragen tot de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk, de moeilijkheden bleven bestaan en de Balenaars probeerden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontsnappen aan hun verplichte bijdragen. Het is dan ook te verwonderen dat de abt enkele jaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeger (1742) in zijn dagboek een boodschap schreef die een eindpunt suggereerde in het conflict&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Balenaren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1742 Finita lite contra Balenses'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''(1742 Het geschil met de Balenaars beëindigd)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de herfst van het jaar 1742 schrijft abt Braunman deze woorden3 in zijn dagboek en terzelfde tijd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betaalde hij advocaat Meester De Swert 250 gulden voor zijn tussenkomsten in dit aanslepend en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 A.GEBOERS, ''Geschiedenis van Balen'', Mechelen, (1907), p. 160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 ''Parochiearchief Balen Sint-Andries /'' PAB283 /vertaling.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Abdijarchief Averbode Register 386, p. 146 verso&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertakkend proces. Een jaar tevoren, op 5 november 1741, had abt Braunman samen met de uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen herkomstige broeder Gregorius een bezoek gebracht aan Mol en Balen. Broeder Gregorius (&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
°1708-+1780 ) zou gedurende tietallen jaren de infrastructuurwerken van de abdij van Averbode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beheren en controleren: nieuwbouw, herstellingen, restauraties, aan abdijgebouwen, abdijhoeven,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerken, abdijpastorieen, molens enz…. '''''' Dat de abt zelf Mol en Balen een bezoek bracht, is wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitzonderlijk te noemen. Vermoedelijk had het te maken met het probleem van het voortbestaan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal aan de ingang van het koor van de Balense Sint- Andrieskerk4. Dit stenen doksaal van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1502 was gemaakt door de Maastrichtse steenhouwer Koenraad van Tricht; het werd besteld door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode; het werd overgekocht door de kerkbestuurders van Balen in het jaar 1517, voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
130 gulden Brabants. Het was een prachtig gotish monument in mergelsteen van Maastricht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blauwe steen van Namen, met de afbeeldingen of beeldjes van de Salvator, de twaalf apostelen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Kerkvaders. In de achttiende eeuw was het monument in slechte staat zodat landdeken Swijsen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Mol een slecht advies gaf tijdens zijn visitatie van 1727. Volgens de deken was het doksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwvallig en vielen er stukken af; het was niet meer geschikt om er zangers op te plaatsen en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belemmerde het zicht naar het koor; het werd gebruikt als graanzolder en dit veroorzaakte veel stof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij de verzorging van het graan; er was bovendien een nieuw doksaal achter in de kerk. De deken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeg de afbraak van het monument; zoals in Mol en in Dessel was er geen koordoksaal vandoen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de dekenale visitatie van Swijsen deed het kerkbestuur in Balen moeite om het monument te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
redden. In 1728 werden er metselwerken uitgevoerd aan het koordoksaal en werden de twaalf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
apostelbeelden van het doksaal afgewassen en de achtergrond “geswert” (de beelden kregen een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschilderde zwarte achtergrond als decor). Het probleem van de afbraak bleef acuut en verdeelde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Balense parochie. Tijdens zijn bezoek aan Mol en Balen in 1741 heeft de abt een reddende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage willen leveren en schonk hij een (klein) altaar toegewijd aan de H. Odrada , om het te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen onder het koordoksaal. Door deze schenking hoopte de abt het koordoksaal te bewaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar ook de Balenaren voor zich te winnen en een einde stellen aan de onderlinge wrijvingen. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaren 1742-1743 werd het doksaal opnieuw gewit en we vragen ons af of toen ook een nieuw altaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada niet werd geplaatst. Dit altaar werd in Averbode vervaardigd door beeldhouwer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillan Houssart (°1710-+1753); hij was in die periode de uit Namen herkomstige beeldhouwer in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienst van de abdij van Averbode. Het kunstwerk dat de Balenaren in bezit kregen was van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere kwaliteit. Het retabel was opgevat in Lodewijk XV-stijl en bevatte het beeld van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada met een liggend paard achter haar alsook twee reliefs met voorstellingen uit de vita: “ De H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada doet een bron ontspringen te Milligem”, en “Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar Alem”. Onderaan was er een opening waarin de reliek van de H. Odrada kon geplaatst worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillin Houssar(*1710 -+1753) was een Naams beeldhouwer die zijn opleiding kreeg bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeldhouwer-architect-ondernemer Bayar te Namen. Hij werd in 1734 aangeworven door de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode in functie van de verxd nieuwing van de oostvleugel van het abdijencomplex, onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leiding van broeder Gregorius. Houssar maakte vermoedelijk de ontwerpen voor de nieuwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
infrastructuur, hij ontwierp en beeldhouwde ook de bijzonder waardevolle, houten lambrisering en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitrusting van sacristie en kapittelzaal, nadien volgde deze van de bibliotheek. Later ontwierp hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plannen en tekeningen van het nieuwe hoofdaltaar in de abdijkerk. Hij zou ook voor andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen ontwerpen maken en werk afleveren: een biechtstoel en decoratieve medaillons voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Amandskerk te Geel; decoratief werk voor de O.-L.-Vrouwekerk te Diest; drie altaren voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Over het koordoksaal zie T.J. GERRITS, ''Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', Nieuwe Reeks, 39, 1967, in het bijzonder p. 155-157; zie ook Jan DEFEVER, ''Balen Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inventaris van haar kunstbezit'', licentiaatsverhandeling KUL, 1974-1975, in het bijzonder p. 68-71; p. 239-244.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Eustachiuskerk te Zichem; een altaar van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opmerkelijk is dat hij voor het project in de kerk te Zichem samenwerkte met de Naamse firma van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bayar: het hoofdaltaar in marmer werd ontworpen door Houssar en gebeiteld in het atelier te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen en gemonteerd ter plaatse door het atelier Bayar. Houssar leefde en werkte in de abdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; hij stierf er in het jaar 1753 en werd in de abdijkerk begraven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Cronaerts (1737-1747) van Balen en abt Braunman waren voorstander van het behoud van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal en hoopten het monument aan de ingang van het koor te bewaren. Door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schenking van het altaar van de H. Odrada hoopte de abt een nieuwe dimensie te geven aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koordoksaal maar terzelfde tijd hoopte hij hiermee de vijandelijke sfeer rond de tiende-ophaling te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontwapenen en de oude tradities van samenwerking te herstellen. Helaas zou deze reddingspoging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet goed aflopen. In 1743 beval aartsbisschop Thomas Philip d’ Alsace een Balens referendum over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het behoud van het koordoksaal. Dit referendum werd met lichte voorsprong gewonnen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenstanders van het koordoksaal. Erger nog, volgens GEBOERS5 zouden in hetzelfde jaar 1743&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enkele onverlaten de Sint-Andrieskerk snachts binnengedrongen zijn en het koordoksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geattaqueerd hebben met stokken. In 1744 beval de aartsbisschop de afbraak van het monument.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het koordoksaal verdween en het altaar van de geliefde Balense heilige werd verplaatst naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
linker vieringskolom in de Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het optimisme van abt Braunman over het beeindigen van het geschil met de Balenaars dateerde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van juist voor de afbraak van het koordoksaal. Zijn optimisme was vermoedelijk ook te verklaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de uitspraak van het Brusselse gerechtshof van dat jaar 1742 waarin de abt toelating kreeg om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de thienden te laten innen in Balen door acht beëdigde collecteurs, die moesten aangesteld worden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onder de Balense bevolking6; in de Brusselse uitspraak werden nog een paar andere verplichtingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgenomen ter verdediging van de abdij: zo moesten de op te halen garven egaal zijn en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afvoering van het veld moest gecontroleerd gebeuren. De collectie van de tienden werd in elk geval&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd. Het systeem zou tot op het einde van de achttiende eeuw blijven bestaan; het werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermoedelijk door de Fransen overgenomen na de confiscatie van de abdijgoederen en abdijrechten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast deze collectioneurs werden er nog verscheidene andere Balenaars aangeworven om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiendenophaling tot een goed einde te brengen. Een overzicht van de onkosten in 1746 geeft een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de uitgebreidheid van de onderneming, alles samen voor meer dan 550 gulden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1746 Onkosten bij het ophalen der thienden (in gulden)7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-8 gezworenen (collectioneurs) aan 16-16-0 per persoon 134-80&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-werklieden : acht aan 10 ½ stuivers ….. 6 1/2 tot 11 dagen 39-2-1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zevenentwintig …..2 tot 19 ½ dagen 158-13-3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 A. GEBOERS, o.c., p. 168.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Beëdigde controlleurs van het jaar 1744 waren Joseph De Hoof, Laurentius Verachten, JoannenWilleborts,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Josephus de Hoef, Peter Vermeulen. Jan Wilborts, Jan Dries, Laurentius Schoofs en JacobusThijs. In 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Laurentius Verachten, Joannen Willeborts, Josephus de Hoef, Petrus Vermeulen, Joannes de Bie, Joannes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andries, Laurentius Schoofs en Joannes Hendrickx.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-7 Erfgoed Balen, AAA 0039-0129 tot 124. Een metser verdiende toen 70 à 80 gulden per jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-voerders : vierentwintig aan 30 stuivers per dag 2 tot 6 ½ dagen apart betaald8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Hendrik Heuffels om koren te dorsen 21-7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-andere onkosten o.a. huren van schuren voor het opgehaalde graan 69 - 3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abt moet bijzonder tevreden geweest zijn met de uitspraken in Brussel. Misschien was de abt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reeds langer op de hoogte over de gang van zaken in de gerechtelijke uitspraken. Alleszins is het om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die tijd dat hij aan de Sint-Andrieskerk een altaar van de H. Odrada zal ten geschenke aanbieden, te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen in het koordoksaal dat toen nog bestond aan de ingang van het koor. Bij de afbraak van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doksaal in 1744 werd het altaar tegen de noordwestelijke vieringpijler aangebracht; bij de bouw van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Odradakapel te Scheps in 1896 werd het altaar overgebracht naar kapel; bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratiewerken in de Sint-Andrieskerk in 1967 werd het retabel van het altaar door pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Draulans en restaurateur Pelckmans overgeplaatst naar het zijaltaar van O.-L.-Vrouw in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Of in het midden van de achttiende eeuw het geschil met de Balenaars helemaal opgelost was, valt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te betwijfelen. In 1750 noteerden men in de abdij de volgende maatregel die laat vermoeden dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weer ongeregeldheden waren ontstaan. “Eer wordt gepermiteert dat wij of ons thiendepagters van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen onze thienden graenen oft schooven, wettelijk verthiend, van ’t veld mogen haelen eer dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eijgenaers hunne vrugten nog in hoopen geset hebben…”. De abdij pleitte ervoor (overeenkomstig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de uitspraken in Brussel) dat de tienden--granen eerst zouden van het veld gehaald worden voordat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de pachter zijn eigen oogst zou afhalen. De wrijvingen bleven bestaan. In 1754 betaalde de abt voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
advocatenadvies in verband met de tienden: “de 3 en 4 april en volgende dagen gereden ic en den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secretaris naer Brussel voor advisen te vragen van verscheyde advocaten, verteert, met het geldt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegeven voor advisen over de thienden tot Balen saemen 17-07-0”. Of in 1758 13 november; “voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een request te presumeren teghens Balen verteert 25-02-01”. In 1761 probeert de abdij haar oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
privilege van vrijstelling van belastingen terug te krijgen namelijk voor de vrijstelling van de bede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(belasting) op geamortiseerde goederen. Anderzijds bleef de abdij op haar rechten staan en bleef zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pogingen doen om haar gelijk te halen of te verantwoorden. Op het einde van de achttiende eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerde men nog steeds de oude twaalfdelige indeling voor de verhuur van de percelen, er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalf “wagens ofte clampen”: 1. Biesakker 2. Biesakker ofte cleynen wagen 3. Biesakker ofte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grooten wagen 4. Muggenschot ofte Gerheyden 5. Idem 6. Idem 7. Olmschot ofte wintmolenvelt 8.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 9. Olmschot ofte Hulsterwagen 10. Leemcuyl ofte Eeghde 11. Leemcuyl ofte Boterwagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Leemcuyl ofte Coolhof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch moet er vastgesrteld worden dat er ondanks alle tegenwerkingen, processen en het gewring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ter plaatse de inning van de tienden was overeind gebleven. Al zou de abdij wat water bij de wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeten doen in verband met de bijdragen bij de bouw of de restauratie van de parochiekerken die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij bedienden en die gelegen waren in het inningsgebied. Het hele systeem van de tienden zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden overgenomen door de Franse Revolutie die alle goederen en voorrechten van de abdijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
confiskeerde. Alle gronden van de abdij werden eigendom van de overheid, de Franse Republiek zag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het als een interessante vorm van belastingen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Vierentwintig Balense voermannen reden 101 dagen rond tegen 30 stuivers per dag; samen 3030 stuivers of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
151 gulden 10 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlage&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brief van aartsbisschop Thomas-Philip d’ Alsace over de afbraak van het koordoksaal in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-10038, p. 250-251.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Thomas Philippus door de Godts bermhertigheijdt der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H Roomsche Kercke Priester cardinael d’ Alsace&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Boussu, Aertsbisschop van Mechelen, Promaet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Der Nederlanden etc etc en Apostolischen Gede-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Legeerden in het catholijck deel des Bisdoms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van s’ Hertogenbosch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alsoo het ons toestaet, in de plaetsen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onse zorgen bevelen te voorzien, dat er binnen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerken, dewelcke zijn het huys Godts ende het ta-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bernakel des Heeren met den mensch, niet onbe-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoorlyk nog onbetamelijck gezien en wordt tegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De grootste eerbiedigheydt, die men aen de Goddelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Majesteijt schuldig is; ende dat het noodeloos hoog-sael&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staende voor den hoogen Autaer in de kerke van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen onder het district van Geel seer vervallen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ende gebroken is; dat eenige bilden aen ’t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te vooren gestaen hebbende , zijn afgeworpen oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leelijck geschendt, tot spot ende schandael van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De naburige ketters aldaer dikmaels namentlijck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In dese tijden passerende; soo is ’t dat Wij, naer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rypelijck daer over te hebben beraeden, gehoort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Den seer eerw Heer Lantdeken, ende door hem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Menigte der Parochianan, van des welcke het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meesten deel is voor het weg nemen van ‘t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoog-sael; aenmerckt, dat er aen ons tot nu toe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T’ sedert ontrent een jaer herrewaerts, wanneer men&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hier over heeft begonst te handelen, geene goede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Redenen of bequaeme middelen en zijn voorgehouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot het hermaecken van ’t selve; om voordere schan-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daelen, opspraeken, oneerbiedigheijt ende zelfs su-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Perstitien te beletten, hebben geordonneert, gelyck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij ordonneren bij desen aen de Heer Pastor ende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jegenwoordige kerkmeesters van Balen voor seijt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het selve Hoogsael sonder uijtstel teenemael te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Doen afbreken en wegnemen; ende de plaetse al-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Waer het selve is staende op het netste en bequaem-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ste, nogtans ten minsten koste te approprieren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naer den eijsch der choor en kercke; ende indien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Iemant daer tegen soude derven opkomen, dusda-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nige bij middelen van rechte, des noodt zijnde,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot de reden te brenghen. Aldus gedaen tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen den 6 augusti 1744&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(onder stond)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tho. Card. Aertsbisschop van Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(locus sigilli) ter ordonnantie van Syne Emin.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
M. Holvoet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Retabel van het Sint-Odrada-altaar; met beeld en reliek van de H. Odrada, met twee reliëfs:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada doet een bron ontspringen te Milligem en Een ossenkar brengt het lichaam van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada naar Alem, beeldhouwer Feuillin Houssar, 1741-1742, gemarmerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_4</id>
		<title>1684 deel 4</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_4"/>
				<updated>2025-07-06T18:01:10Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 4 hernoemd naar 1684 (deel 4)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[1684 (deel 4)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)</id>
		<title>1684 (deel 3)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)"/>
				<updated>2025-07-06T18:00:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 2 hernoemd naar 1684 (deel 3)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (3) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de uitspraak van de Raad van Brabant in 1701 was er niet veel verbeterd in de verhouding tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de inwoners van Balen en de abdij van Averbode. Er was wel een dak gekomen op de kerk maar dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen maakte het bedehuis niet opnieuw geschikt voor gebruik. Een nieuw zijaltaar van de HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus werd besteld maar eerst in 1729 zou het definitief afgewerkt zijn. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok werd wel gehangen in 1708 maar er was nog geen hoofdaltaar. En er was die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voortdurende onvrede over de tiendeheffingen in Balen. De Balenaars waren misnoegd en gunden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het klooster de opbrengsten niet, ook al waren zij rechtmatige beheerders van de gronden Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
echter nog andere pijnpunten. Zo had de gemeente eenmaal 8000 gulden en een andermaal 7000&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden geleend bij de abdij; in ruil voor de verschuldigde intresten op deze kapitalen moest de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geen belastingen betalen (beden, twintigste penningen en andere lasten). Het dossier van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wederzijdse verplichtingen en verstandhoudingen zou hierdoor worden verzwaard. De wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzoeken en eisen bleven niet achterwege. Zo kreeg pastoor Swaens op 10 oktober 1710 een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deurwaarder op bezoek omdat hij zijn belastingsplicht niet zou hebben voldaan in verband met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwakkeltiende1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Overeenkomst van 24 september 1715&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1712 stuurde pastoor Swaens een brief naar de abt van Averbode om te vragen wat hij moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doen. De inwoners van Balen hadden aangedrongen om in opdracht van de pastoor het koor van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk te restaureren en weer bruikbaar te maken voor de eredienst. De kerkmeesters beweerden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij zelf zich hiermee niet moesten bemoeien; de restauratie van het koor was een opdracht voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor en voor de abdij. De abdij maande de pastoor aan tot voorzichtigheid en wilde eerst een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak van het gerecht afwachten. De pastoor liet toch de eerste herstellingen uitvoeren in 1714.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij betaalde glazenmaker Norbertus Basiaers (Bayar?) uit voor het witten van het koor en het herstel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het glas2.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1715 werd er echter een serieus akkoord gesloten tussen Eerwaarde Heer Kamerling Quaetpers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolmachtigde van de abdij, en anderzijds de schepenen en burgemeesters van Balen. Vooreerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd afgesproken dat binnen de twee jaren de welfsels van de middenbeuk en de kruisbeuk zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermaakt worden op kosten van de abdij. De gemeente zou zorgen voor het vervoer van alle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
materialen alsook voor het hout voor stellingen en de formelen3; de kosten voor de ijzeren balken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zouden worden gedeeld. Dit alles gebeurde in overeenkomst met de uitspraak van de Raad van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brabant in 1701. Verder werd een nieuwe overeenkomst gemaakt over de interesten van de vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontleende kapitalen. De kwijtscheldingen van belastingen werden afgeschaft en vervangen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeente te betalen interesten op het overblijvend kapitaal.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De overeenkomst zou correct worden uitgevoerd. De werfsels in de kerk werden uitgevoerd en in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
westertoren werd de afsluitdatum 1717 in het gewelf aangebracht. Vanaf 1719 werden er weer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
offergeld genoteerd in een offerboek. Blijkbaar werden de religieuse diensten in de kerk hervat en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hernam het kerkelijk leven in het dorp, na vijfendertig jaar gekibbel. Het was echter niet het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eindstation voor de wrijvingen tussen Balen en Averbode over de inning van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Erfgoed Balen AAA 10038. 0204&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 AA?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Formeel: houten ondersteuning bij de bouw van gewelven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ongeregeldheden der pachters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Misschien gebeurden er reeds voor de brand van 1684 allerlei ongeregeldheden dat is mogelijk; in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij-archieven vonden wij daar geen sporen van. Vanaf 1684 zien wij overal deugnieterijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opduiken tot nadeel van de tiendeheffer, de abdij. In 1684 en 1685 weigerden de Balenaars de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gehele tienden-opbrengst af te dragen aan de abdii! Waar is die opbrengst dan gebleven; een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedeelte werd zeker gebruikt voor het eerste, voorlopig herstel van de kerk; hoe het geld verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd is niet geweten. Hoeveel er als eigen gewin op zak werd gestoken werd ook niet genoteerd; en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dan werd het weer moeilijk om dat officieel te recupereren. Jaar na jaar werden er ongeregeldheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld. Het vertrouwen tussen de abdij en de pachters was beneden alles. In de loop van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achttiende eeuw zouden er regelmatig ongeregeldheden voorkomen en de Balenaars-huurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren bijzondere tegenwringers. De pachters haalden het onderste uit de kan en zetten voortdurend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij voor schut.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Hinnolet, Hendrik Cuypers, Joachim Vos en Peter Wuyts, helpers van de abdij, hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld dat er op het veld van Wilbert Grobben koren was opgezet na zonsondergang. Smorgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden er 19 hopen geteld van elk 15-16 schoven, maar er waren geen tiende-schoven bij. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven werden met een bijzonder teken gemarkeerd: een bijzondere wrong. De tiende-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schoven of geleggen van de abdij waren vergeten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Monsus en Adrianus Huybrechts, van Meerhout, stelden in opdracht van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
provisor van de abdij vast dat bij Peeter Goossens op een perceel van de Biesakker de 19 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tiende veel kleiner waren dan de andere hopen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij weduwe Cornelis Mertens werd een vergelijking gemaakt tussen de tiendeopbrengst (het aantal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleggen met een tiende-wrong) en de totale opbrengst van de pachter. De tiendeopbrengst had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dubbel zo groot moeten geweest zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Dingene werden slechts 20 hopen haver met een wrong aangetroffen terwijl het er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30 moesten zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Peter Goossens op de Biesakker telde men 389 schoven of geleggen en slechts 17 voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiende. Niet één op tien maar één op drieëntwintig.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Deins thuis werden 215 ontvreemde geleggen met een thiendewrong gevonden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Uit de thiende-geleggen werden de beste korenaren weg geplukt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Willekens op het Molenveld vond men 226 geleggen en slechts 15 thiende-geleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die maar half zo dik waren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Guilliam Van Hemel waren de thiende-geleggen omver gegooid en half opgegeten door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schapen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Wilboort Grobben had na zonsondergang nog hopen opgezet terwijl dit verboden was ter wille van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de controle.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Paulus Cruysberghs waren er geleggen haver gestolen. Hij wist nergens van. Het was “buyten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
synen wil”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Baenens en Peter Wuyts en rentmeester Franciscus hadden ‘smorgens nog de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven zien staen op het veld en ‘snamiddags waren ze verdwenen met de andere geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;-Bij Peeter Neels werd er veel vuiligheid aangetroffen op de tiende-geleggen. Voor zonsopgang was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alles opgezet in 9 hopen van 24-25 hopen of geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Getuigen verklaren aan provisor Ververs dat zij op 27 augustus savonds het koren hebben zien ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aarde liggen bij Jan Baptist Cornelis en smorgens voor zonsopgang was alles opgezet in 9 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24-25 schoven of geleggen; de tiendegeleggen waren in verre na niet zo groot als de andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Jan Baptist Willekens op ’t Molenveld waren de tiende-geleggen maar half zo dik als de ander.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat was ook het geval bij weduwe Cornelis Mertens, bij Jan Claes, bij Peter Vekemans ……….&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Margo Emmers van Schoor werd er in de geleggen van de abdij veel “quaet groen” aangetroffen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat aan de zijkant van het veld als onkruid opgroeide.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Soms werd er gevochten; er was “handgemeen” tussen de controleurs en de pachters.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij en de provisor hadden het moeilijk en zochten antwoorden op deze spitsvondigheden van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedrog en ontduiking. Via afspraken en ordonnanties trachten zij de tiende-inning weer onder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle te krijgen. Het verbod om na zonsondergang nog te werken is er een voorbeeld van. Ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing om voortaan de elfde hoop te nemen als tiende-bijdrage zal wel in die lijn liggen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
foeteraars te slim af te zijn. De abdij wantrouwde de plaatselijke pachters en bracht eigen werkvolk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mee om te controleren. Soms deed de abdij beroep op officiëlen van Meerhout (schout en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schepenen) om de controle degelijk te maken. Een tijdje heeft de abdij beroep gedaan op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeentebestuur van Balen om de afwikkeling van de tiendenophalingen uit te voeren maar dat was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toch ook niet het beste voorstel. Een andermaal werd er, zoals we vroeger reeds zagen, Balenaars&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangeworven als beëdigde controleurs verantwoordelijk voor een gedeelte van de tiendeverdeling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(gesworen thiendestekers). Het wees er allemaal op dat het systeem van de tiendeheffing stilaan was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgehold en niet meer werd geaccepteerd door de pachters. Eenzelfde sfeer was er vaak te merken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in andere dorpen waar de abdij tiendeheffer was. Het Ancien Regime liep stilaan ten einde. Het zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn beslag krijgen met de Franse Revolutie toen de heffingen werden afgeschaft door de Franse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds was de restauratie na de kerkbrand stilaan tot een einde gebracht. We wezen er reeds op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat vanaf 1719 de kerkelijke diensten hernomen werden. In 1719-1720 werden de twee zijaltaren in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kruisbeuk gemarmerd en afgewerkt. In 1725 werd door de abdij een hoofdaltaar geplaatst in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koor; hierop werd het wapenschild van abt Van der Steghen aangebracht4.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij zocht ook naar oplossingen of andere formules om dit economisch systeen draaiende te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houden. Zo trof de abdij nieuwe maatregelen in de verloning van de pastoor waardoor men de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeilijke verhoudingen trachtte te normaliseren. Een vergelijking hierbij maken is wel eens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
interessant. In 1720 noteerde pastoor Swaens zijn royale inkomsten van tienden en diensten als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor van Balen; interessant is ook dat hij hierbij de lijst voegt van de uitgaven die hij had gehad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zegt iets over de toenmalige levensstijl als pastoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1720&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COMPUTUS (rekening) PASTORIS IN BALEN Ao 1720 JULY 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed Balen 511-9998-136-10038- p 0367 en 0368&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Bewoon ende cultivere ick / huys, hof, graghten en struycken / ende lant twee mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Dit altaar werd rond 1893 vervangen door een stenen, neogotisch altaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2. Oude pastorie goet tot sceps / het lant verhuyrt aen jan / Gooskens voor vijf mud coren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee mud gerst. / Het eusel over de beke / aen Merten Kemps voor / twee pistolen. / Den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middelst bempt brengt aen / Giel Vreys ende Jan Dries / voor twelf gulden. / Den achtersten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bempt aen Jan Heylen en Geraert de Bie voor twintig gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Den halven Levrouwe bempt / aen Peter van Gennep voor / twelf gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Het block op Holsterbergh aen / Paulus Vandersande voor / dry mud coren een halve / mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boeckweye.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Uyt de grote thiende ses en / vertigh mud coren ses mud haver / twee mud gerst een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mud / boeckweye ende twelf pata / cons in gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. De heyesthiende aen de borge / meysters van ommelbergh en / schoer voor negen mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coren/&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Het bemdeken voor de pastorie / winnen wij selve /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Den viver in de Heyde aen den / secretaris van Ham voor de / helfte van de vissen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. Het vierden deel van den trock / heeft twee jaer droog gelegen / ende twee jaer de vissen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verloren/ door droogte en hoog water&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. Van de lammerthiende een pistool&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. Van ons Levrouwe misse de / hoeve aen peter Sas voor / twee pistolen. / Rhentgelt debent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dries Claes dry gulden Hn Ramakers drie syntse goris vyfthien stuyvers / Oppels thien royen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aen Marie Oyen / voor dry shellingen missa corens 27 - 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Missa SS triinitatis twee en veertigh / patacons sijn aen ons afgeleyt van / Ariaen Vermeert,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nogh niet uytgeset&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. Missae Stae Annae de Levrouwemeysters / thien gulden Willem Heyns eenen / patacon rest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
acht jaeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. Missa Stae Barbarae Catlyn Joos / ses gulden vijf stuyvers / De visbeek derthien gulden Hend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vervee. Het cleen bemdeken te Scheps / Hendrick Vreys voor een pistool.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. Van jaergetyden de kerckmeysters / twintigh en vier gulden sestien / stuyvers : De Heylege&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geest meysters elf gulden / seventhien tuyvers. De Levrouwe meysters twee gulden /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
derthien stuyvers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. Van begrafenissen op den kerckhof / sesthien stuyver in de kerck / dry gulden thien stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van berighten vyf oft tweeen en / een halve stuyver sondaghs gebet een scelle / van trouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee scellingen / met dispensatie vier scellingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uytgeve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Aght gulden aen de kerck voor Averbode / Van S Barbara beneficie de beden / seven aght oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
negen ieder bede / ad eenen gulden vijfthien stuyvers / acht myten / Van Oyen bempt ieder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bede vijf / stuyver ses myten / van oppels thien Royen 2 oort / corbeyen cijns een oort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Alle thien dagen een halve mud / coren om te backen 18 mud 2 halster&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Alle thien dagen een thon biers / facit 36 tonnen een halve waer / van twee gulden impost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ende/ consumptie Diester bier nogh / van vraght eenen halven patacon / facit ten minsten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
taghentigh / gulden quaet gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Aen wijn een heme? Ende een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Aen reparatie van ons huys wel vijftigh gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. Aen werckvolck wel seventigh / gulden en den cost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Aen vers vlees vis ende gesou / ten boter etc wel dry hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Aen lijnwat cleeren cousen scoenen huysraet etc / oock meer als hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Debita passiva&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1. Aen Peter Smits Bob Deschel / negen ellen laken ad twelf / schellingen de elle /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Aen Gerit Hendericks tot / Aeken een halve ton wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Activa&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De gemynte van t jaer 19 drieen / veertigh gulden achtien stuyvers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Hendrick Vreys broeck huer / negen gul. En eenige stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Peter Belmans twelf gulden / eenen halve moet corten syn baggeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Dries Claes ses gulden de andere / moeten rekenen in numero /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Hendrick Jansen vier gulden./ Ick hebbe geen gelt paratis / als het capitael nummer 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgelijt. / Onsen Heer proviseur debet / twelf patacons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Ick hebbe dit jaer gecoght twee / silvere lepels ende forvietten / soo datter samen acht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lepels ende / forvietten syn eenen tantcuter een paer gespen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Drie dousynen telleuren / vijf en twintigh scotels groot en / klein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Copere ende ijser servys genogh / ick hebbe cortelingh geset een / fornys om een ofte twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tonnen / te brouwenin in den somer / cost ons ontrent twelf patacons /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Servetten thien dousynen / ammelaken slaeplakens hant / doeken naer proportie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Acht bedden met sijn toebehoor / sleghten reght / ick geve aen ons meysen die ons / dient&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
per jaer achtentwintigh / gulden. Drie hemden twee grove / voorschoyen die sy selve spint /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ick hebbe aent huys doen maken / negen vensters en doen verven / ita pauper ego sum et in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
laboribus a juventute mea (zo arm ben ik en zo werk ik vanaf mijn jeugdjaren)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ita esse testor (ik getuig dat dit de waarheid alle is)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fr bernardus swaens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bovenstaand verslag van pastoor Swaens van Balen illustreertde duidelijk dat de verloning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn functie in de parochie van Sint-Andries heel bevredigd mocht genoemd worden qua inkomsten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het was dan ook een gegeerde functie bij de paters van Averbode. Het zou echter stilaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doordringen tot de bestuurders dat de limieten moesten worden ingeperkt. Toch zou het tot 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duren eer er vanuit de abdij een duidelijk antwoord kwam. Toen besliste abt Simon Braunman (1736-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1747) dat er ter wille van de vele betwistingen (“propter quaerellas”) voortaan pastorale inkomens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit de thienden zouden worden verwijderd en vervangen worden door een inkomen van 15 mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
goed koren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 1 : Het gewelf in de zuidelijke kruisbeuk van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk 1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 2 : Het gewelf in de middenbeuk van de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_2</id>
		<title>1684 deel 2</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_2"/>
				<updated>2025-07-06T18:00:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 2 hernoemd naar 1684 (deel 3)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[1684 (deel 3)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-06T17:59:51Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683|1683 (deel 2)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2|1684 (deel 3)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 4|1684 (deel 4)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-06T17:58:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683|1683 (deel 2)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3|1684 (deel 3)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 4|1684 (deel 4)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)</id>
		<title>1684 (deel 4)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)"/>
				<updated>2025-07-06T17:57:32Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 3 hernoemd naar 1684 deel 4&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (4 slot)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1747 De abt neemt maatregelen'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De betwistingen tussen de abdij van Averbode en de inwoners van Balen over de inning van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden zouden blijven bestaan. GEBOERS1 meent dat die beeindigd werden in 1717 met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk maar dat is niet correct. Alleen voor de restauratie van de kerk kwam er schot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de zaak maar de betwistingen en pesterijen bleven voortduren. De wringerijen bleven bestaan ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
al werden er soms verzoenende gebaren gesteld; deze gebaren veranderden niets aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondhouding. De Balenaars gunden het de abdij niet dat deze zich ging verrijken met de inning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tienden , de abdij deed alle moeite om hun previlegies te bestendigen en slechts weinig van hun&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengt afgeven. De abdij deed alle moeite om het tij te keren, meestal juridisch, soms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diplomatisch. Zo vermeldden wij op het einde van vorig artikel de beslissing van de abt Simon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Braunman van Averbode om vanaf 1747 het inkomen van de Balense pastoor sterk te verminderen2 :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Wij Simon, abt van Averbode, verklaren met dit huidige geschrift,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''ter wille van de twisten van de hedendaagse pastoor maar ook van zijn voorgangers,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''wij stellen dat de pastorele competentie uit onze thienden moet gelicht worden,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Om jaarlijks vijftien maten goed graan over te houden beginnende vanaf de thiende van''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''het jaar 1747 voor hem en voor zijn opvolgers, ten eeuwigen dage,.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''In vertrouwen heb ik dit geschrift met mijn handteken en mijn zegel versterkt .''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''F Simon abt van Averbode''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Braunman ging dus de inkomsten van de dienstdoende pastoor in Balen erg inperken. Door deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing werd alleen de pastoor getroffen; aan de mogelijke inkomsten van de abdij werd niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geraakt. De abt ging het recht van de tiende-inning niet in vraag stellen. Hij bleef het gerecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inschakelen om zijn rechten te verdedigen die hij vroeger had gekregen en in de loop van de eeuwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had uitgebreid. Ook al was hij tegemoet gekomen aan de Balenaren door zijn bijdragen tot de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk, de moeilijkheden bleven bestaan en de Balenaars probeerden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontsnappen aan hun verplichte bijdragen. Het is dan ook te verwonderen dat de abt enkele jaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeger (1742) in zijn dagboek een boodschap schreef die een eindpunt suggereerde in het conflict&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Balenaren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1742 Finita lite contra Balenses'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''(1742 Het geschil met de Balenaars beëindigd)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de herfst van het jaar 1742 schrijft abt Braunman deze woorden3 in zijn dagboek en terzelfde tijd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betaalde hij advocaat Meester De Swert 250 gulden voor zijn tussenkomsten in dit aanslepend en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 A.GEBOERS, ''Geschiedenis van Balen'', Mechelen, (1907), p. 160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 ''Parochiearchief Balen Sint-Andries /'' PAB283 /vertaling.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Abdijarchief Averbode Register 386, p. 146 verso&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertakkend proces. Een jaar tevoren, op 5 november 1741, had abt Braunman samen met de uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen herkomstige broeder Gregorius een bezoek gebracht aan Mol en Balen. Broeder Gregorius (&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
°1708-+1780 ) zou gedurende tietallen jaren de infrastructuurwerken van de abdij van Averbode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beheren en controleren: nieuwbouw, herstellingen, restauraties, aan abdijgebouwen, abdijhoeven,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerken, abdijpastorieen, molens enz…. '''''' Dat de abt zelf Mol en Balen een bezoek bracht, is wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitzonderlijk te noemen. Vermoedelijk had het te maken met het probleem van het voortbestaan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal aan de ingang van het koor van de Balense Sint- Andrieskerk4. Dit stenen doksaal van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1502 was gemaakt door de Maastrichtse steenhouwer Koenraad van Tricht; het werd besteld door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode; het werd overgekocht door de kerkbestuurders van Balen in het jaar 1517, voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
130 gulden Brabants. Het was een prachtig gotish monument in mergelsteen van Maastricht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blauwe steen van Namen, met de afbeeldingen of beeldjes van de Salvator, de twaalf apostelen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Kerkvaders. In de achttiende eeuw was het monument in slechte staat zodat landdeken Swijsen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Mol een slecht advies gaf tijdens zijn visitatie van 1727. Volgens de deken was het doksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwvallig en vielen er stukken af; het was niet meer geschikt om er zangers op te plaatsen en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belemmerde het zicht naar het koor; het werd gebruikt als graanzolder en dit veroorzaakte veel stof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij de verzorging van het graan; er was bovendien een nieuw doksaal achter in de kerk. De deken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeg de afbraak van het monument; zoals in Mol en in Dessel was er geen koordoksaal vandoen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de dekenale visitatie van Swijsen deed het kerkbestuur in Balen moeite om het monument te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
redden. In 1728 werden er metselwerken uitgevoerd aan het koordoksaal en werden de twaalf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
apostelbeelden van het doksaal afgewassen en de achtergrond “geswert” (de beelden kregen een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschilderde zwarte achtergrond als decor). Het probleem van de afbraak bleef acuut en verdeelde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Balense parochie. Tijdens zijn bezoek aan Mol en Balen in 1741 heeft de abt een reddende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage willen leveren en schonk hij een (klein) altaar toegewijd aan de H. Odrada , om het te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen onder het koordoksaal. Door deze schenking hoopte de abt het koordoksaal te bewaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar ook de Balenaren voor zich te winnen en een einde stellen aan de onderlinge wrijvingen. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaren 1742-1743 werd het doksaal opnieuw gewit en we vragen ons af of toen ook een nieuw altaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada niet werd geplaatst. Dit altaar werd in Averbode vervaardigd door beeldhouwer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillan Houssart (°1710-+1753); hij was in die periode de uit Namen herkomstige beeldhouwer in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienst van de abdij van Averbode. Het kunstwerk dat de Balenaren in bezit kregen was van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere kwaliteit. Het retabel was opgevat in Lodewijk XV-stijl en bevatte het beeld van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada met een liggend paard achter haar alsook twee reliefs met voorstellingen uit de vita: “ De H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada doet een bron ontspringen te Milligem”, en “Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar Alem”. Onderaan was er een opening waarin de reliek van de H. Odrada kon geplaatst worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillin Houssar(*1710 -+1753) was een Naams beeldhouwer die zijn opleiding kreeg bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeldhouwer-architect-ondernemer Bayar te Namen. Hij werd in 1734 aangeworven door de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode in functie van de verxd nieuwing van de oostvleugel van het abdijencomplex, onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leiding van broeder Gregorius. Houssar maakte vermoedelijk de ontwerpen voor de nieuwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
infrastructuur, hij ontwierp en beeldhouwde ook de bijzonder waardevolle, houten lambrisering en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitrusting van sacristie en kapittelzaal, nadien volgde deze van de bibliotheek. Later ontwierp hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plannen en tekeningen van het nieuwe hoofdaltaar in de abdijkerk. Hij zou ook voor andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen ontwerpen maken en werk afleveren: een biechtstoel en decoratieve medaillons voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Amandskerk te Geel; decoratief werk voor de O.-L.-Vrouwekerk te Diest; drie altaren voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Over het koordoksaal zie T.J. GERRITS, ''Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', Nieuwe Reeks, 39, 1967, in het bijzonder p. 155-157; zie ook Jan DEFEVER, ''Balen Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inventaris van haar kunstbezit'', licentiaatsverhandeling KUL, 1974-1975, in het bijzonder p. 68-71; p. 239-244.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Eustachiuskerk te Zichem; een altaar van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opmerkelijk is dat hij voor het project in de kerk te Zichem samenwerkte met de Naamse firma van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bayar: het hoofdaltaar in marmer werd ontworpen door Houssar en gebeiteld in het atelier te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen en gemonteerd ter plaatse door het atelier Bayar. Houssar leefde en werkte in de abdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; hij stierf er in het jaar 1753 en werd in de abdijkerk begraven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Cronaerts (1737-1747) van Balen en abt Braunman waren voorstander van het behoud van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal en hoopten het monument aan de ingang van het koor te bewaren. Door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schenking van het altaar van de H. Odrada hoopte de abt een nieuwe dimensie te geven aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koordoksaal maar terzelfde tijd hoopte hij hiermee de vijandelijke sfeer rond de tiende-ophaling te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontwapenen en de oude tradities van samenwerking te herstellen. Helaas zou deze reddingspoging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet goed aflopen. In 1743 beval aartsbisschop Thomas Philip d’ Alsace een Balens referendum over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het behoud van het koordoksaal. Dit referendum werd met lichte voorsprong gewonnen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenstanders van het koordoksaal. Erger nog, volgens GEBOERS5 zouden in hetzelfde jaar 1743&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enkele onverlaten de Sint-Andrieskerk snachts binnengedrongen zijn en het koordoksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geattaqueerd hebben met stokken. In 1744 beval de aartsbisschop de afbraak van het monument.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het koordoksaal verdween en het altaar van de geliefde Balense heilige werd verplaatst naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
linker vieringskolom in de Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het optimisme van abt Braunman over het beeindigen van het geschil met de Balenaars dateerde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van juist voor de afbraak van het koordoksaal. Zijn optimisme was vermoedelijk ook te verklaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de uitspraak van het Brusselse gerechtshof van dat jaar 1742 waarin de abt toelating kreeg om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de thienden te laten innen in Balen door acht beëdigde collecteurs, die moesten aangesteld worden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onder de Balense bevolking6; in de Brusselse uitspraak werden nog een paar andere verplichtingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgenomen ter verdediging van de abdij: zo moesten de op te halen garven egaal zijn en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afvoering van het veld moest gecontroleerd gebeuren. De collectie van de tienden werd in elk geval&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd. Het systeem zou tot op het einde van de achttiende eeuw blijven bestaan; het werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermoedelijk door de Fransen overgenomen na de confiscatie van de abdijgoederen en abdijrechten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast deze collectioneurs werden er nog verscheidene andere Balenaars aangeworven om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiendenophaling tot een goed einde te brengen. Een overzicht van de onkosten in 1746 geeft een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de uitgebreidheid van de onderneming, alles samen voor meer dan 550 gulden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1746 Onkosten bij het ophalen der thienden (in gulden)7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-8 gezworenen (collectioneurs) aan 16-16-0 per persoon 134-80&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-werklieden : acht aan 10 ½ stuivers ….. 6 1/2 tot 11 dagen 39-2-1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zevenentwintig …..2 tot 19 ½ dagen 158-13-3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 A. GEBOERS, o.c., p. 168.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Beëdigde controlleurs van het jaar 1744 waren Joseph De Hoof, Laurentius Verachten, JoannenWilleborts,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Josephus de Hoef, Peter Vermeulen. Jan Wilborts, Jan Dries, Laurentius Schoofs en JacobusThijs. In 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Laurentius Verachten, Joannen Willeborts, Josephus de Hoef, Petrus Vermeulen, Joannes de Bie, Joannes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andries, Laurentius Schoofs en Joannes Hendrickx.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-7 Erfgoed Balen, AAA 0039-0129 tot 124. Een metser verdiende toen 70 à 80 gulden per jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-voerders : vierentwintig aan 30 stuivers per dag 2 tot 6 ½ dagen apart betaald8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Hendrik Heuffels om koren te dorsen 21-7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-andere onkosten o.a. huren van schuren voor het opgehaalde graan 69 - 3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abt moet bijzonder tevreden geweest zijn met de uitspraken in Brussel. Misschien was de abt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reeds langer op de hoogte over de gang van zaken in de gerechtelijke uitspraken. Alleszins is het om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die tijd dat hij aan de Sint-Andrieskerk een altaar van de H. Odrada zal ten geschenke aanbieden, te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen in het koordoksaal dat toen nog bestond aan de ingang van het koor. Bij de afbraak van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doksaal in 1744 werd het altaar tegen de noordwestelijke vieringpijler aangebracht; bij de bouw van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Odradakapel te Scheps in 1896 werd het altaar overgebracht naar kapel; bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratiewerken in de Sint-Andrieskerk in 1967 werd het retabel van het altaar door pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Draulans en restaurateur Pelckmans overgeplaatst naar het zijaltaar van O.-L.-Vrouw in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Of in het midden van de achttiende eeuw het geschil met de Balenaars helemaal opgelost was, valt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te betwijfelen. In 1750 noteerden men in de abdij de volgende maatregel die laat vermoeden dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weer ongeregeldheden waren ontstaan. “Eer wordt gepermiteert dat wij of ons thiendepagters van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen onze thienden graenen oft schooven, wettelijk verthiend, van ’t veld mogen haelen eer dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eijgenaers hunne vrugten nog in hoopen geset hebben…”. De abdij pleitte ervoor (overeenkomstig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de uitspraken in Brussel) dat de tienden--granen eerst zouden van het veld gehaald worden voordat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de pachter zijn eigen oogst zou afhalen. De wrijvingen bleven bestaan. In 1754 betaalde de abt voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
advocatenadvies in verband met de tienden: “de 3 en 4 april en volgende dagen gereden ic en den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secretaris naer Brussel voor advisen te vragen van verscheyde advocaten, verteert, met het geldt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegeven voor advisen over de thienden tot Balen saemen 17-07-0”. Of in 1758 13 november; “voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een request te presumeren teghens Balen verteert 25-02-01”. In 1761 probeert de abdij haar oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
privilege van vrijstelling van belastingen terug te krijgen namelijk voor de vrijstelling van de bede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(belasting) op geamortiseerde goederen. Anderzijds bleef de abdij op haar rechten staan en bleef zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pogingen doen om haar gelijk te halen of te verantwoorden. Op het einde van de achttiende eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerde men nog steeds de oude twaalfdelige indeling voor de verhuur van de percelen, er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalf “wagens ofte clampen”: 1. Biesakker 2. Biesakker ofte cleynen wagen 3. Biesakker ofte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grooten wagen 4. Muggenschot ofte Gerheyden 5. Idem 6. Idem 7. Olmschot ofte wintmolenvelt 8.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 9. Olmschot ofte Hulsterwagen 10. Leemcuyl ofte Eeghde 11. Leemcuyl ofte Boterwagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Leemcuyl ofte Coolhof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch moet er vastgesrteld worden dat er ondanks alle tegenwerkingen, processen en het gewring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ter plaatse de inning van de tienden was overeind gebleven. Al zou de abdij wat water bij de wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeten doen in verband met de bijdragen bij de bouw of de restauratie van de parochiekerken die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij bedienden en die gelegen waren in het inningsgebied. Het hele systeem van de tienden zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden overgenomen door de Franse Revolutie die alle goederen en voorrechten van de abdijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
confiskeerde. Alle gronden van de abdij werden eigendom van de overheid, de Franse Republiek zag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het als een interessante vorm van belastingen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Vierentwintig Balense voermannen reden 101 dagen rond tegen 30 stuivers per dag; samen 3030 stuivers of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
151 gulden 10 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlage&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brief van aartsbisschop Thomas-Philip d’ Alsace over de afbraak van het koordoksaal in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-10038, p. 250-251.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Thomas Philippus door de Godts bermhertigheijdt der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H Roomsche Kercke Priester cardinael d’ Alsace&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Boussu, Aertsbisschop van Mechelen, Promaet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Der Nederlanden etc etc en Apostolischen Gede-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Legeerden in het catholijck deel des Bisdoms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van s’ Hertogenbosch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alsoo het ons toestaet, in de plaetsen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onse zorgen bevelen te voorzien, dat er binnen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerken, dewelcke zijn het huys Godts ende het ta-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bernakel des Heeren met den mensch, niet onbe-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoorlyk nog onbetamelijck gezien en wordt tegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De grootste eerbiedigheydt, die men aen de Goddelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Majesteijt schuldig is; ende dat het noodeloos hoog-sael&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staende voor den hoogen Autaer in de kerke van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen onder het district van Geel seer vervallen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ende gebroken is; dat eenige bilden aen ’t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te vooren gestaen hebbende , zijn afgeworpen oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leelijck geschendt, tot spot ende schandael van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De naburige ketters aldaer dikmaels namentlijck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In dese tijden passerende; soo is ’t dat Wij, naer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rypelijck daer over te hebben beraeden, gehoort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Den seer eerw Heer Lantdeken, ende door hem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Menigte der Parochianan, van des welcke het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meesten deel is voor het weg nemen van ‘t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoog-sael; aenmerckt, dat er aen ons tot nu toe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T’ sedert ontrent een jaer herrewaerts, wanneer men&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hier over heeft begonst te handelen, geene goede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Redenen of bequaeme middelen en zijn voorgehouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot het hermaecken van ’t selve; om voordere schan-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daelen, opspraeken, oneerbiedigheijt ende zelfs su-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Perstitien te beletten, hebben geordonneert, gelyck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij ordonneren bij desen aen de Heer Pastor ende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jegenwoordige kerkmeesters van Balen voor seijt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het selve Hoogsael sonder uijtstel teenemael te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Doen afbreken en wegnemen; ende de plaetse al-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Waer het selve is staende op het netste en bequaem-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ste, nogtans ten minsten koste te approprieren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naer den eijsch der choor en kercke; ende indien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Iemant daer tegen soude derven opkomen, dusda-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nige bij middelen van rechte, des noodt zijnde,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot de reden te brenghen. Aldus gedaen tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen den 6 augusti 1744&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(onder stond)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tho. Card. Aertsbisschop van Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(locus sigilli) ter ordonnantie van Syne Emin.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
M. Holvoet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Retabel van het Sint-Odrada-altaar; met beeld en reliek van de H. Odrada, met twee reliëfs:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada doet een bron ontspringen te Milligem en Een ossenkar brengt het lichaam van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada naar Alem, beeldhouwer Feuillin Houssar, 1741-1742, gemarmerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_3</id>
		<title>1684 deel 3</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_deel_3"/>
				<updated>2025-07-06T17:57:32Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1684 deel 3 hernoemd naar 1684 deel 4&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[1684 deel 4]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)</id>
		<title>1684 (deel 2)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)"/>
				<updated>2025-07-06T17:56:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1683 hernoemd naar 1683 (deel 2)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (2) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In vorig jaarboek maakten we kennis met de meningsverschillen tussen de inwoners van Balen en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode. Het ging over de tienden in Balen en over de bijdragen in de restauratie-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onkosten van de kerk na de brand van 1684. Het ging er soms hard aan toe en pastoor Cornelis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zantkers (1683-1694) had zich al eens in zijne koffie verslikt van ‘t verschieten1. Toch werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onmiddellijk in de volgende jaren dringende beschermingswerken uitgevoerd; balken voor een nieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebinte werden besteld, tienduizenden leien werden aangevoerd, het dak werd hersteld zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk en zijn inboedel niet open lag voor weer en wind. In de abdij van Averbode is een grondplan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Andrieskerk uit die tijd bewaard, waarop de sterk getroffen zones zijn aangeduid namelijk de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zuidelijke kruisbeuk “S. Cosmas en Damianus niet gewelf”, en de middenbeuk “zonder welfsel door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den brand ingevallen”. Het plan dateert dus van na 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over de centenkwestie zaten de problemen muurvast. Het Balens bestuur, die van Balen, wilden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij verplicht zou bijdragen in de onkosten, vermits het klooster zoveel inkomsten in Balen wist&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg te halen met de opbrengsten van de tienden. De abdij was overtuigd dat zij helemaal geen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verplichtingen had op dat vlak; de Balense gemeenschap had de kerk gebouwd en gefinancierd, niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij. Het dorp was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van de kerk. Als de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier een bijdrage had geleverd was dat puur uit vrijgevigheid en vriendschap. Alleen voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
godsdienstige bediening hadden zij aanvaard de pastoor te leveren. De pastoor kreeg een gedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de tienden en de abdij zorgde ter plaatse voor de huisvesting van de pastoor en zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers. Er werd veel gepallaverd, geroddeld en gefoeterd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conditien van verpachten in 1689 en later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aanvankelijk waren de tienden een vorm van inkomsten om de geestelijken, inwoners van kloosters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
of abdij, een voortbestaan te verzekeren. Zo was het begonnen in de hoge middeleeuwen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid, de bestuurders en andere eigenaars schonken hiervoor gronden en andere vormen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inkomen aan kloosters en geestelijken. Aanvankelijk bewerkten de kloosterlingen de gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gronden zelf maar later werden ze verhuurd en gingen ze opbrengsten leveren in oogstproducten of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geld. Dit is een simpele uitleg voor het ontstaan van de tienden. Mettertijd zou het bezit van de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangroeien en tot een apart economisch systeem uitgroeien en de slinger zou stilaan doorslaan naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overschot en rijkdom. Dat was alleszins het gevoel dat de Balenaars hadden in het tiendengebeuren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer zij het over de bijdragen tot herstel hadden voor hun beschadigde kerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de praktijk was het systeem van de tienden wel wat ingewikkelder. Zo waren er grote tienden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleine tienden. De grote tienden golden voor graangewassen: tarwe, rogge, spelt, boekweit, haver;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kleine tienden voor andere gewassen zoals bonen, wortelen, klaver of andere voortbrengselen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook voor het houden van vee op abdijgrond gold eenzelfde regel. Soms werd de jaarlijkse verhuur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van kavels uitgedrukt in geld; meestal werd de verhuur uitgedrukt in opbrengst: één tiende van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst ging naar de verhuurder, naar het klooster, naar de abdij. In de praktijk werd de regel voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de graantienden toegepast door de opbrengst van elke tiende (soms elfde) hoop geleggen op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Het was pastoor Zantkers (aldus Floris PRIMS) die de dreigbrief aan het hek van de pastorie vond en niet zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvolger Kimps, aldus Floris PRIMS. GEBOERS vermeld pastoor Lauwers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veld aan de abdij te geven. Dat was de algemene regel. Die hoop geleggen kreeg op het veld een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder teken (een wrong) zodat hij herkenbaar was; hij werd apart opgehaald en verwerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het systeem ingewikkelder worden: reglementen werden verfijnd om misbruiken te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorkomen; soms werd er commerce gedaan om meer inkomsten te verzamelen. In 1689, vijf jaar na&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de brand, sloot provisor Aertsnijs van Averbode een akkoord af met verscheidene Balenaren-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachters over de verhuur van de tiendekavels en het verzamelen-collecteren van de tienden in Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast de opbrengst die rechtstreeks naar Averbode ging, werden er echter nog andere voorwaarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld : 1. Aan de pastoor kwamen drie mudden2 koren toe, vier karren turf , een pattacon en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoeveelheid stro; 2. Aan de provisor drie patacons3 en dertig stuivers dienaarsgeld; 3. Achttien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bibliotheekgeld. De huurder zou verder een borg moeten betalen binnen de vierentwintig uur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
na de toewijzing van de kavels. Verdere voorwaarden in het akkoord handelden over de waarborgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de verhuurder, de kwaliteit van het graan, de afslagregeling (minder leveren) bij calamiteiten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zoals onweer, hagelslag of misoogst. Op het einde van het akkoord werden de verschillende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers vermeld en hun respectievelijke zones waarvoor ze verantwoordelijk waren en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk als collecteurs optraden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackelthiende: aan Joannes Verstryden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 1 aan Laureys Verachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 2 aan Paulus Kerstens en Cornelis Kenens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 3 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 1 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 2 aan Peter Geuens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 3 aan Lenaert Delien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 1 aan Jan Zels en Jan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 2 aan Jaén Swinnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 3 aan Willem Zels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 1 aan Peter Joos&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 2 (De boterwagen) aan Joris Verhaegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 3 aan Adrianus Van Mierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo werd er in het jaar 1689 en nadien verpacht en onderhandeld. De abdij werkte met plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
collectioneurs die 13 groepen kavels tot hun bevoegdheid rekenden. Sinds het onderzoek van Staf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Peeters4 kunnen wij de verschillende afzonderlijke kavels (37 in getal) situeren op de kaart van Balen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 37 kavels zijn ondergebracht in deze verschillende groepen. Later op het jaar werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten , de tienden door de collectioneurs verzameld bij de pachters; het graan werd gedorst,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Mud= ca 100 liter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Patacon = ca 50 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Zie Jaarboek 18 (2019).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzameld en later afgevoerd naar Averbode. Dat liep niet altijd van een leien dakje. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegromd en geroddeld over de voorwaarden en de opbrengsten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijks opbrengst van de tienden was aanzienlijk in de gemeente Balen. In het abdijarchief van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de periode 1777-1787 werden de tienden en de inkomsten als ’t volgt genoteerd in halster (= ca 53&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liter of ca 60 kgr5) samen met de financiële tegenwaarde in gulden van die tijd6:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“jaerelijckseche publique verpachtinge”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koren 3622 halsters of 4392 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Boekweit 380 halster of 418 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haver 48 halster of 45 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gerst 16 halster of 23 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackel-tiendeke 15 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tiendeke onder Hulsen 10 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijkse opbrengst voor de abdij was dus aanzienlijk. Anderzijds was de abdij ook verplicht van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpslasten te betalen: zoals beden of de twintigste penningen. In de abdijarchieven stond er voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de belastingen van 1756 een bedrag genoteerd: 910 gulden 8 stuijvers, 2 mijten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verzet van de miscontenten in december 1698&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de maand december van het jaar 1698 gebeurden er verscheidene accidenten die de verbitterde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sfeer tussen de verschillende partijen weergaf. Op 7 december had de pastoor van Balen nog een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brief gestuurd naar de abdij van Averbode om te zeggen dat die van Balen niet bereid waren om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden naar Averbode te vervoeren omdat er in Meerhout een kar was overvallen geworden die op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg was naar Diest. Volgens den drossart van Meerhout was dat echter vals nieuws en was dat een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“abues”. In elk geval had de pastoor reeds duidelijk gemaakt dat er onrust was in Balen, de abdij was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewaarschuwd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De provisor Bartholijns van Averbode zou zijn voorzorgen nemen en op 16 december 1698 kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Brussel Arnout Simonart in de vroegte aan in de abdij; Simonart was “bode van sijne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conincklijcke Majesteit”. De abdij had deze hoge ambtenaar uitgenodigd om mee naar Balen te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trekken, om op die manier de eisen van het octrooi van de tienden meer officiële kracht bij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brengen. Tesamen reden de provisor en de bode naar Balen ten huize van de pastoor waar ze gingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overnachten. De volgende morgen werd de mis gevolgd in de Sint-Andrieskerk en na een stevig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontbijt in de pastorie waren ze klaar om te vertrekken naar Averbode met drie karren geladen met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zes mudden7 koren. De dorpsoverheid was verwittigd over het gewettigde vervoer en ook de hogere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid had hiervoor toelating verleend. Zij waren met zijn zessen: de provisor, de bode des&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
konings, een pachter van de abdij van Averbode en drie voerlui. Klaar voor vertrek. Van in het begin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liep het fout. Bij het vertrek begon onmiddellijk van alle kanten hoorngeschal te weerklinken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens de provisor in zijn verslag was dit lawaaierig getoeter herkomstig van &amp;amp;quot;het popelasse oft Jan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Aldus Marena Grobben in een vorig jaarboek 2221, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Een jaarwedde van een metser bedroeg 70-80 gulden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Mud= 100 liter (Verschueren).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hagel”. Dat bleef zo duren tot in Rosselaar waar een groep van een twintig mannen en vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
joelend de weg versperden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ontrent de twintigh, maer meestendeeld gewapende mannen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hebben de eerste karre met graen gelaeden geattakeert waerop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Heer Provisor bij loopende, heeft aen dezen hoop gevraeght&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wat sij waren begherende…”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er werd geschreeuwd en geroepen. De provisor was woedend en moest verantwoording afleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het bezit en meenemen van al dat tiendengraan. Hij stond hen mondeling te woord maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weigerde een oorspronkelijk octrooidocument ter inzage te geven omdat hij angst had dat hij het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet meer zou terugzien. Er werd gedreigd, geroepen en gescholden. De provisor werd van de kar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getrokken en zijn kleren werden gescheurd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“Twee sterke vrouwen met den armen pershende, drygende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te slaen, int haer te vligen, crabben in het aensichte… “&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de voerlui werden dooreen geschud en de huid volgescholden ”hare noemende papekusken”. Er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd geen betere oplossing voorzien dan terug te keren naar het dorp en de pastorie vanwaar ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekomen waren. Er waren duidelijk meningsverschillen over het tiendenbeheer en de wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechten. De Balenaars verdroegen het niet dat de abdij zich op die manier verrijkte. De menings-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillen zouden zich kristaliseren in het restauratiedossier van de kerk. De meningen over rechten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en plichten waren erg verdeeld. Hiervoor gingen beide partijen beroep doen op een gerechtelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak door de Raad van Brabant. De Raad van Brabant of souvereine Justitieraad van Brabant was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hoogste gerechtelijke orgaan in de Oostenrijkse Nederlanden; de Raad zetelde te Brussel. Zowel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gemeente als de abdij zouden requesten indienen en een uitspraak willen van dit gerechtelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
orgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701 Uitspraak door de Raad van Brabant&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 30 juni 1701 werd er een vonnis8 geveld over de restauratie van de Sint-Andrieskerk. Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee partijen: de prelaat en de conventualen enerzijds (supplianten), de Regeerders en gemeyne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingesetenen van Balen anderzjds (rescribenten). De Souvereine Raad schetste eerst het probleem en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de voorgeschiedenis. Door de schuld van de inwoners van Balen was er brand ontstaan in het dorp;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de huizen van de Markt branden af en ook de kerk liep zeer zware schade op. De dorpelingen hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderling beraamd (“in een monopoliale beslissing”) om de abdij te betrekken bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken van de kerk in zoverre dat zij een resolutie hadden aangenomen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten van de tienden hiervoor te gebruiken, totdat het herstel was afgewerkt. Zo werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedurende drie jaren effectief gewerkt. Daarna zouden de tienden gestolen geweest zijn. Toen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslist om het geschil voor het gerecht te brengen. De abdij wilde zich neerleggen bij de uitspraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van hogerhand. Indien de abdij gelijk kreeg was ze zelfs bereid om daarna nog een “liberale aelmoes”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te geven voor het herstel van de kerk. Ondertussen waren de eerste herstellingen gebeurd en werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Erfgoedarchief 511-9998-138-00005-0073&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 50/50-regel toegepast. De Balenaars eisten bijdragen in de herstelkosten van koor en kerk alsook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een tiendeklok op kosten van Averbode, en tenslotte vrijwaring van proceskosten. Reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren er in die geest verzoeken en klachten bij de Raad van Brabant binnengekomen zowel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren als van de abdij: 8 juni 1687, 2 september 1694, 9 juli 1700, 7 october 1700, 21 maart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701, 28 maart 1701…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu volgde de uitspraak van de Raad van Brabant:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De restauratie van de kerk moest uitgevoerd worden met de volgende drie middelen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de overschotten van de jaarlijkse inkomsten van de kerkfabriek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-het inkomen van twee jaren tienden van de abdij; verdeling volgens het plakaat van 28 maart 1611&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de collecten die in de kerk werden verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.de abdij moest een tiendeklok leveren aan de Sint-Andrieskerk; overgebleven klokkenspijs kon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden herbruikt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De uitspraak was volledig in het voordeel van de gemeente Balen en lag in de lijn van de voorstellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die door de vicaris generaal Brasserii waren gedaan. De abdij zou zich zo maar niet neerleggen bij dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonnis. Aanvankelijk was er veel verzet tegen de verplichting om een nieuwe tiendeklok te moeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gieten. De abdijgeschiedenis brengt er verslag over uit9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1702 besprak het klooster de vraag of de abdij verplicht was een tiendeklok te laten gieten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parochiekerk te Balen. Het antwoord bleef negatief. In 1708 werd genoteerd dat de grootte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok afhankelijk moest gesteld worden van de inkomsten van de tienden die ter plaatse werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd en vermits daar veel onduidelijkheid over was…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tiendeklok moest zo groot zijn dat ze kon gehoord worden in alle percelen waarop tienden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden geïnd. De klok werd in 1708 gegoten door de Lierse gieters Alexius Jullien en Franciscus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Knaepen. De klokkespijs van de vorige klok werd herbruikt10. De abdij betaalde ook de installatie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Langzaamaan kwamen sommige herstelwerken op gang. In 1699-1700 werd het altaar van HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus aanbesteed; het zou echter eerst in de twintiger jaren worden afgewerkt. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vensters werden hersteld door Suls en het koor werd gewit. In 1705 kreeg de kerk definitief een dak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verliep allemaal heel langzaam en zonder veel overtuiging. Dat blijkt ook uit de abdijannalen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1714 oefent de abdij druk uit op de pastoor van Balen om het herstel van het koor van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te zorgen; de pastoor weigerde dit maar stuurde een tijdje later een verzoekschrift naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij om bij te dragen in het herstel van de ramen van het koor. De abdij antwoordde dat zij hierin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genen uitspraak kan doen zolang het gerecht geen uitspraak had gedaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De situatie bleef ingewikkeld en verward. Rond 1717 werd de overwelving van de kerk toch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgewerkt. In 1719 werden de religieuse diensten hervat in de kerk; dan worden opnieuw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schaalopbrengsten genoteerd in de kerkarchieven. Dat betekende niet dat alle problemen opgelost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren zeker niet de geschillen over het beheer van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 Vertaling wijlen Louis Degroof.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook Trudo GERITS, Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet, in Taxandria, deel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39, 1967, p. 141-163, in het bijzonder p. 150 Klokken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. AAA Dreigbrief met Balens protest tegen de Abdij van Averbode. Cf. 511-9998-138-00039-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Averbode Abdijarchief. Grondplan van de Sint-Andrieskerk te Balen, na 1684. (bijgevoegd)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Datering 1717 in het plafond beneden in de toren van de Sint-Andrieskerk te Balen. (foto&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1683</id>
		<title>1683</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1683"/>
				<updated>2025-07-06T17:56:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Jan heeft pagina 1683 hernoemd naar 1683 (deel 2)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[1683 (deel 2)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-06T17:17:59Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683|1683 (deel 2)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2|1684 (deel 3)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3|1684 (deel 4)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-06T17:15:48Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''#1683 (deel 2)[[1683]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-06T17:14:44Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683:1683 (deel 2)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Verdwenen_kerkelijk_kunstbezit_in_Balen</id>
		<title>Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Verdwenen_kerkelijk_kunstbezit_in_Balen"/>
				<updated>2025-07-04T13:35:13Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen'''&amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br/&amp;gt; Wanneer we een oude kerk binnenstappen hebben we de indruk dat het gebouw&amp;lt;br /&amp;gt; en zijn inboedel onverande...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we een oude kerk binnenstappen hebben we de indruk dat het gebouw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en zijn inboedel onveranderlijk aanwezig zijn. Ook al geldt dit meestal voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grootste gedeelte van het bezit, toch bewijst de geschiedenis dat er overal “leven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is geweest in de brouwerij”. In zijn licentiaatsverhandeling van 1974-1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteed Jan Defever1 tweeënveertig bladzijden aan de verdwenen voorwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die niet meer aanwezig zijn in de Sint-Andrieskerk en ooit vermeld werden in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
archieven. Het gaat om tientallen voorwerpen van allerlei vorm en uitzicht. Voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sommige voorwerpen is de oorzaak van de verdwijning duidelijk en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verklaarbaar; bij andere voorwerpen moeten er bedenkingen worden gemaakt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zeker wanneer er menselijke ingrepen mee gemoeid zijn, gaat men dikwijls over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de schreef.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Oorzaken van verdwijningen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Soms heeft men geen verhaal tegen verdwijningen of verwoestingen. Zo werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onze kerk enkele malen door brand zwaar beschadigd (1574, 1684) en verdween&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er een groot gedeelte van de inboedel. Toen de kerk werd gebouwd tussen 1444&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en 1520 werden terzelfde tijd veel voorwerpen en meubilair aangeschaft voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitrusting van de kerk en de uitoefening van de diensten. Alleen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brandkoffer vinden wij nu nog enkele voorwerpen terug uit die periode; de rest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is verdwenen, vervangen, vernield. Natuurrampen zoals blikseminslag of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingrijpende onweren horen thuis in deze categorie van oncontroleerbare&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oorzaken. Natuurlijke oorzaken van verval leunen hierbij aan al kan de behoeder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier meer tussenkomen. Slecht onderhoud van het gebouw kan het meubilair&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aantasten door vochtigheid of schimmels; kruipende of rondvliegende insecten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunnen langs open deuren,vensters of kieren binnenkomen om zich te gaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nestelen in een eetbare omgeving van hout, papier of textiel. Het is de schrik van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
elk patrimoniumbeheerder.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andere oorzaken van verdwijning liggen in de menselijke aard. Deze kunnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zeer drastisch zijn zoals in oorlogstijd of bij religieuze onrust. In 1656-1657&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betaalde de kerkfabriek dertig stuivers aan Peter Zels en nog twee mannen om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bewaking te verzorgen in de Sint-Andrieskerk waar ruiters zich hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geïnstalleerd. Dat zal wel zijn redenen hebben gehad. De offerblokken ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren een gegeerd doelwit. In de loop van de eeuwen zouden er ook gewone&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diefstallen of brandstichtingen gebeuren. In 1677 bestelden de kapelmeesters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Sint-Lucia van Rosselaar te Antwerpen een nieuwe kelk van 22 gulden,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omdat de vorige gestolen was. In de periode 1905-1910 werden de Balense&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen bezocht voor inventarisatie. Voor de kapel van Gerheide noteerde F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 J. DEFEVER, ''Balen Sint-Andrieskerk. Inventaris van haar kunstbezit'', licentiaatsverhandeling KUL, 1974-1975,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 54-96.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Donnet: “Al de oude voorwerpen die deze kapel versierden werden over zes of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zeven jaar verkocht2”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een andere menselijke oorzaak van verdwijning ligt in de verandering van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
smaak of het in onbruik geraken van sommige voorwerpen. Verandering van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
smaak deed sommige zaken in ongenade vallen; ze waren niet meer aangepast&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan de smaak van de tijd. Nieuwe voorwerpen vervingen versleten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patrimoniumen dat zijn aantrekkelijkheid had verloren. In 1893 besliste de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabriek om het hoofdaltaar (1727) met het schilderij van de Marteling van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de H. Andreas te laten verdwijnen. Dit gebeurde vermoedelijk op advies van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
provinciale architect. Er kwamen glasramen op het koor en het grote altaar zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het zicht belemmeren. Soms werden nieuwe voorschriften opgelegd door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkelijke overheid, zoals bij het voorlaatste concilie waarbij niet alleen heiligen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de kerkelijke kalender werden afgevoerd maar ook talrijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebruiksvoorwerpen in onbruik geraakten door wijzigingen in de ceremoniële&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitoefeningen. Zo werd in Balen ondermeer de communiebank overbodig of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden sommige beelden aan de kant geschoven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Oprichting der kerkfabrieken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daarbij kwam nog dat in vroegere tijden het kerkbestuur nogal willekeurig met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar eigendommen omsprong en dingen ging verplaatsen of afdanken. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkbestuur gebruikte eigen middelen om het kerkgebouw uit te rusten. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
financiering gebeurde vooral door de inwoners zelf; individuele personen deden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schenkingen; broederschappen of gilden waren permanent aanwezig in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkgebouw; ook de abdij van Averbode steunde regelmatig de plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balense gemeenschap. De abdij had talrijke bezittingen in de gemeente en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bediende de Sint-Andrieskerk (patronaatsrecht). Soms werd hierover&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geredetwist zoals na de brand van 1684 waarbij er jarenlang werd geprocest over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de verantwoordelijkheid voor het herstel. De beslissingsmacht over het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patrimonium lag bijna volledig bij de plaatselijke kerkbesturen en de pastoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat veranderde grotendeels na de Franse Revolutie (1789). Aanvankelijk werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alles aangeslagen door de Franse overheid; vooral de abdijen en de kloosters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zouden hieronder lijden. Later zou Napoleon een akkoord sluiten met de kerk en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een nieuwe wetgeving uitvaardigen. Men zocht een uitweg voor de aangeslagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
goederen die staatseigendom waren. Voortaan zouden deze parochiële&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkbezittingen beheerd worden door de kerkfabrieken. De beheerders werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
officieel geïnstalleerd en moesten zich aan de wetgeving houden. De overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou toezicht houden en de priesters bezoldigen. Toch zouden er nog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onregelmatigheden voordoen. De overheid had slechts een beperkte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belangstelling voor dit bezit en liet de kerkfabrieken betijen zonder veel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 F. DONNET, ''Sint-Jan-Baptist Kapel te Gerheide. Gemeente Baelen-op-Neeth'', in ''Inventaris der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstvoorwerpen in openbare instellingen. Provincie Antwerpen'', deel 3, 1909, p. 400-402.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;inmengingen of raadgevingen. De geklasseerde kerken werden mettertijd van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer nabij gevolgd omdat hier subsidies mee gemoeid waren en er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratiedossiers werden ingediend. Vanaf de twintigste eeuw zou hier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verbetering en duidelijkheid te noteren vallen. De kerkfabrieken stonden onder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toezicht van de gemeenten; de gemeenten werden gecontroleerd door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
provincie. Inventarissen werden opgesteld. De lonen van de priesters en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kosten van de restauratiedossiers werden betaald door de Belgische overheid. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkfabrieken en de pastoor beschouwden zich echter vaak als eigenaars van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patrimonium en konden soms nogal eigengereid optreden. De overheid liet het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebeuren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De inventaris van 1905&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1905 zouden de heren F. Donnet en F. Van Leemputte de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bezoeken en een eerste inventaris opstellen. Zij verwezen naar het vroegere, dus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor 1905, verdwenen patrimonium zoals het stenen doksaal aan de ingang van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koor en een stenen sacramentstoren die op het koor was gebouwd. Ander-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijds vermeldden zij een aantal voorwerpen die thans niet meer in de kerk zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewaard. De meest spectaculaire zijn de twee schilderijen die in 1907 aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen worden verkocht voor 75.000 Bfr.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met goedkeuring van de gemeenteraad (zie bijlage 1). Het ging om een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kruisdraging van Pieter Aertsen (1508-1575) en een Laatste Avondmaal van een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zuidnederlandse schilder, daterend ca. 1470-1490. Zij werden opgenomen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Catalogus Schilderkunst Oude Meesters, van 1988. Mogelijk werden deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schilderijen verkocht om de aan gang zijnde restauratie te bekostigen. Volgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deze catalogus van 1988 zou er een tweede paneel horen bij het laatste schilderij;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het zou bewaard zijn in het Stedelijk Museum van Oudenaarde.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wat de twee heren niet vermeldden was dat vijftien jaren voordien het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoofdaltaar op het koor was afgebroken en vervangen. Het houten portiekaltaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd afgebroken en vervangen door een stenen altaar met retabel, uitgevoerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1893 door Bressers en Blanchard. Waar het barokke hoofdaltaar en zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
altaarstuk De Marteldood van de H. Andreas is gebleven is onbekend. Volgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jan Defever werd aangenomen dat het werd meegenomen door de afbrekers. Dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zal wel een kwakkel zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Cosmas en Damianus van de Sint-Luciakapel van Rosselaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1989 verscheen er in het kunsttijdschrift Antiek een kleine notitie3 naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanleiding van de 24ste antiekbeurs in Brussel. De originele titel van de beurs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was “Het onverwachte voorwerp”. Bij de notitie stond een afbeelding van twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beelden: HH. Cosmas en Damianus. De beelden werden uit notenhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 ''Antiek'', jaargang 23, nr. 6, januari 1989, p. 363.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;vervaardigd en dateerden uit de eerste helft van de zeventiende eeuw, aldus de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijgevoegde inlichtingen. Over de herkomst werd geen woord gerept. Een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergelijking met de inventaris van F. Donnet en F. Van Leemputten4 uit 1910&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maakte duidelijk dat deze twee beelden herkomstig waren uit de Sint-Luciakapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rosselaar. In de toenmalige, ongeschonden kapel van 1683 werden twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oudere beelden bewaard die volgens de inventarismakers uit de vijftiende eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moesten stammen. Daarbij reproduceerden zij in hun publicatie een afbeelding&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de beelden waardoor de identificatie bijzonder gemakkelijk werd. Ander-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijds werd vastgesteld dat de toestand van de beelden was gewijzigd in 1989: de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
armen van de beelden waren afgezaagd op de afbeelding. De datering en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
productieplaats in de publicatie van 1989 konden echter worden aanvaard; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
datering van Donnet en Van Leemputten in 1910 klopt niet. Toch blijft de vraag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanwaar de beelden herkomstig zijn vermits de kapel een halve eeuw later werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebouwd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij menen dat deze beelden uit de voogdijkerk van het centrum herkomstig zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de inventaris van Jan DEFEVER5 werd een archieftekst vermeld waarin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duidelijk werd gemaakt dat in 1648 aan Bernaart Haenegreefs 36 gulden werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitbetaald voor de aankoop en het te Mechelen halen van de beelden van St.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damian. Hetzelfde jaar werd er ook een reliekkast van de HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus aangekocht (nu verdwenen). Wanneer de beelden precies&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar Rosselaar werden gebracht is onduidelijk; mogelijk bij de plaatsing van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zuidelijk zijaltaar in de Sint-Andrieskerk rond 1700. Toen werden twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
levensgrote beelden van de heiligen aan het altaar toegevoegd en werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee kleinere beelden “overbodig”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verdere geschiedenis van deze kunstwerken is minder fraai. Ze hangt ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
samen met de afgang en het in onbruik geraken van de Rosselaarse kapel in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
loop van de tweede helft van de 20ste eeuw6. Begin de jaren 1960 werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beelden verkocht aan een bricoleur Ton Luyckx uit Geel (overleden). Deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bricoleur verkocht de beelden door aan antiquair Frits Van Lom te Reuver bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Venlo (overleden). Daar werden ze gestolen omstreeks 1967. Rond 1970 doken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de sculpturen terug op bij een antiquair in Brussel. Van Lom eiste de beelden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
terug op maar de dief-voortverkoper zat in de gevangenis van Luiken, en was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet solvabel zodat de schadeloossstellingen niet konden worden uitgevoerd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1989 werd er bij de Balense rijkswacht klacht ingediend tegen deze gang van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zaken in de hoop dat de beelden eventueel tegen vergoeding terug naar Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zouden kunnen komen. Helaas, de beelden werden in Rosselaar verkocht en van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hand gedaan. Daarbij was de omkering van (et commerciële verloop een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onmogelijke zaak. Daarbij was de wetgeving in Nederland erg verschillend van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de onze. Of deze verkoop ook in de notulen van de kerkfabrIek van eigenaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 F. DONNET en F. VAN LEEMPUTTEN, ''Kapel van Rosselaar'', in ''Inventaris der kunstvoorwerpen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
openbare instellingen. Provincie Antwerpen,'' deel 4, 1910, p. 520-522.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 J. DEFEVER, ''o.c''.,1974-1975, p. 236.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 J. JANSEN, ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', NR 65, 1993, p. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Hulsen of beheerder Rosselaar werd opgenomen is nog niet nagegaan. Wij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weten niet waar de beelden thans bewaard zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De preekstoel van de Sint-Andrieskerk van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor het verdwijnen van dit kunstwerk uit de Sint-Andrieskerk moeten wij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helaas met de beschuldigende vinger wijzen naar wijlen pastoor Draulans. Hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die zoveel gedaan had voor de kerk, zijn inboedel en het orgel. Helaas heeft hij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier de bal totaal mis geslagen en heeft hij bijzonder slechte raadgevers gehad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aanvankdlijk had hij het nog bij het juiste eind. In het parochieblad van 10&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
februari 1965 gaf hij toe dat de Commissie voor Monumenten bij een bezoek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan de kerk de preekstoel had positief beoordeeld: ‘het was geen banaal meubel,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bezat kunstwaarde en mocht niet worden verwijderd7. De aard van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkgebouw vroeg bovendien om houtwerk om de hardheid van de stenen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muren te temperen en wat warmte in de kerkruimte te bewaren. De preekstoel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mocht enkel opgefrist worden”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vijf jaar later was Draulans volledig van gedacht veranderd. Hij moet slechte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
raadgevers hebben gehad die zijn beslissing hebben veranderd; wij begrijpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nog steeds niet waarom hij een andere beslissing heeft genomen. In 1970&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beweerde hij immers het tegendeel8 en had hij argumenten zat om zijn beslissing&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te verantwoorden. “Noch hogerhand, noch bij de kunstkenner bezat het meubel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enige kunstwaarde. De preekstoel belemmerde het zicht; de mensen stootten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hunne kop ertegen; de geluidsinstallatie maakte preekstoel overbodig”, enz….&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Als laatste argument citeerde hij een tekst uit de inventaris van 1905 van Donnet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en Van Leemputte: “De preekstoel heeft weinig waarden”. Dat deze inventaris&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vol stond met dergelijke achterhaalde uitspraken, was hem ontgaan, zoals ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
recente uitspraken van de Commissie die hij in het parochieblad had gezet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Misschien was hij misleid door het bescheiden allure van het steekwerk, zeker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer de stijl werd vergeleken met de gebalde overdrevenheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
orgelbeelden. Het was echter een degelijk gemaakt kerkmeubel met prachtige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reliëfs. Wat het nog meer waardevol maakte was dat op de zeszijdige kuip een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
buste van de H. Odrada was uitgebeeld, naast deze van de patroon van de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Andreas, de in de kerk vereerde HH. Cosmas en Damianus, de H. Barbara&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de H. Catharina. De reliefs waren bijzonder fijn gesneden. De preekstoel zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld zijn in 1690 en 120 gulden hebben gekost9. De preekstoel verdween in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de jaren 1970, naar het schijnt via de heer Pelckmans, van Retie, de raadgever&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van pastoor Draulans; hij zou er enkele andere kunstwerken voor in de plaats&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegeven hebben. Geruime tijd later werden de reliëfs te koop aangeboden in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
antiekhandel. Waar ze nu te vinden zijn is niet geweten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 R. GEUKENS en K. MERTENS, ''Leven en werken van priester Frans Draulans'', Balen, 2002, p. 209.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 IDEM, p. 319&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 J. DEFEVER, o.c., p. 61-64.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlage&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen Gemeentearchief&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uittreksel Boek Gemeenteraden 1907-1917: Zitting van 16.11.1907&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen Kerk Sint-Andreas, Verkoop twee schilderijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''De Raad keurt goed de beraadslaging der kerkfabriek van de kerk van St&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andreas alhier, ad. 27 October ll, waarbij de toelating gevraagd wordt twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oude schilderijen toebehorende aan zelfde kerk, de ene verbeeldende de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kruisdraging, de andere het Laatste Avondmaal, te mogen verkopen mits de som&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 75000, aan het Koninklijk Museum van Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-04T13:33:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Verdwenen kerkelijk kunstbezit in Balen]]'''&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen</id>
		<title>Jaak Jansen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen"/>
				<updated>2025-07-04T13:00:13Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaakjansen [at] skynet [punt] be&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DIPLOMA's:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1961 Regentaat Nederlands-Geschiedenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provinciale Normaalschool Hasselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966 Licentiaat Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rijksuniversiteit Gent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LOOPBAAN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966-1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leraar Vrij Onderwijs Sint-Jozefscollege Beringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967-1976 Occasioneel wetenschappelijk medewerker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976-1978 Attaché KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1978-1998 Assistent KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 april 1998 Werkleider KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1999-2003 departementshoofd departement documentatie KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
01-10-2003 op pensioen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPDRACHTEN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de bedehuizen in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de OCMW's in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Voorbereiding van de restauratiedossiers in de provincie Antwerpen en Vlaams Brabant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend bezit van abdijen en kloosters. Uitgevoerd in de abdijen van Averbode, Bornem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Grimbergen, Tongerlo, Westmalle; in de kloosters van Antwerpen Jezuïeten O.-L.-Vrouwecollege, Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zusters Maricollen, Overijse Zusters van Overijse-Mechelen, Rillaar Gasthuiszusters, Tienen Grauwzusters,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout Zusters van het H. Graf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPECIALISATIE:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse Renaissance-beeldhouwwerk in hout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VORMING: Opleidingsinstituut van de Federale Overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1996 gevolgde cursus: De auteurswet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
INVENTARISSEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. Fotorepertoria:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de periode 1967-1979 werd het kerkelijk meubilair van de provincie Antwerpen geïnventariseerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. Dit gebeurde in opdracht van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium, en in samenwerking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Cultuurdienst van de provincie Antwerpen: ''&amp;amp;quot;Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen. Provincie Antwerpen''.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1973&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Heist-op-den-Berg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kontich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Lier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Willebroek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Berchem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Borgerhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Deurne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Merksem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Brasschaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kapellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zandhoven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen I tot IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen V tot VI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de provincie Antwerpen werd het fotorepertorium van de provincies Brabant en Oost-Vlaanderen afgewerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Asse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Haacht (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Leuven I en II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Vilvoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Wolvertem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zaventem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1983&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Halle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1984&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Gent I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. Monografieën:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het Kunstpatrimonium van het Begijnhof te Turnhout'', Turnhout, 1988, 144 pp. uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium te Brussel en Vrienden van het Begijnhof te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''De kunstschatten van het Torenmuseum te Mol'', Tessenderlo, 1988, 268 pp. uitgave Gemeentelijk Beiaardcomité&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol; co-auteurs H. Cilissen en F. Vos.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het kunstpatrimonium van het O.C.M.W. te Herentals'', Brussel-Herentals, 1992, 144 pp. uitgave Koninklijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Instituut v.h. Kunstpatrimonium te Brussel en O.C.M.W. Herentals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Jaak Jansen en Herman Janssens, ''Beeldhouwwerk in de Abdij van Averbode'', uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kunstpatrimonium te Brussel en Abdij van Averbode. Brussel-Averbode 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jaak Jansen en Christina Ceulemans, ''Inventaris van het roerend kunstpatrimonium van de Norbertijnenabdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerlo'', Brussel-Tongerlo, deel I 2006, deel 2 in voorbereiding.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Defever, herziene uitgave door Jaak Jansen, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatverhandeling door Jan Defever Akademiejaar 1974-1975, herziene uitgave gepubliceerd door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, 202l.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEDEWERKING AAN NASLAGWERK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Negentien kastelen van de provincie Antwerpen werden beschreven in het tweedelig verzamelwerk: ''Het groot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kastelenboek van België'', o.l.v. Fr. Génicot, Brussel, 1976-1977.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Het bouwkundig kerkelijk erfgoed in de Kempen werd beschreven: ''Kerken'', in ''Bouwkundig erfgoed in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempens landschap'', Hoogstraten, 1995, p. 59-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Kamiel Mertens en Jaak Jansen, De Heilige Odrada van Balen. Verzameling van alle publicaties, 2 delen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale VZW Balen, 2014.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
III TENTOONSTELLINGSCATALOGI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij gelegenheid van de tentoonstelling en inventarisatie van het bezit van het Gasthuis- museum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Geel werden door mij de schilderijen beschreven: ''Volkskundige Tentoonstelling in het Oude Gasthuis te Geel'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, 1969.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een beknopte beschrijvende inventaris van de kunstvoorwerpen in kerken en kapellen van de gemeente&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen werd gepubliceerd: ''Balen Oud - Balen Jong. Catalogus met bijzonderheden over Balen'', 1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1971&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In samenwerking met wijlen de heer B. Geukens werd een regionale tentoonstelling ingericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol. Hier werden 29 beelden bij mekaar gebracht uit de kerken en kapellen van de omgeving. De tentoon-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelling had een opvoedkundig opzet: stijlvergelijking, heiligenverering, historische achtergrond, herwaardering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het patrimonium: ''Oude Kerkelijke Beeldhouwkunst in de Oosterkempen'', Mol, 1971, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze medewerking verleenden wij aan de tentoonstelling te Brussel over beeldhouwkunst in de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rubens. Hierbij bespraken wij de werken van Jan Pieter Van Baurscheit de Oude (1669-1728): ''De beeld-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houwkunst in de eeuw van Rubens'', Brussel, 1977, p. 187-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1985&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij werkten mee aan de catalogus van een tentoonstelling te Ninove: ''De Premonstra- tenzerabdij''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''van Ninove (1137-1796)'', Ninove, 1985, nrs. 32, 42, 43, 46, 52, 53, 62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij stelden de catalogus samen van een regionale tentoonstelling: ''De Heilige Odrada van Balen,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bouwstoffen voor de kunstgeschiedenis'', Balen, 1990, 56 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Beschrijving van het Sint-Jobretabel van Retie-Schoonbroek voor de tentoonstelling in de kathedraal te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: ''Antwerpse retabels 15de-16de eeuw'' , deel I, Antwerpen, 1993, nr. 16, p. 118-125.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Medewerking aan de tentoonstelling te Mechelen over ''Lucas Faydherbe Mechels beeldhouwer en architect&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1617-1997''; inleidende nota over de ''Voorlopers van Lucas Faydherbe''; verscheidene notities bij beelden nrs. 1 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8, 69 tot 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2000 Overzichtstentoonstelling van de ambachtelijke productie van houten beeldhouwkunst tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Renaissancperiode: ''Mechels houtwerk in de eeuw van Keizer Karel V''. De tentoonstelling wordt georganiseerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de Keizer Karel V- festiviteiten in ons land.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inleidende notities:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance; studie van twee modellen; p. 11-45.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564, p. 47-59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur, p. 99-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2012 Tentoonstellingsgids ''Sonnius Bisschop en Abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ’S-Hertogenbosch'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ARTIKELS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ''Een onbekend werk van Hiëronymus III Francken te Balen'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 11, 1969, p. 179-18O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ''Nieuwe gegevens over het werk van Walter Pompe (17O3-1777)'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 13, 1971-1972, p. 207-214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ''Het negentiende-eeuwse meubilair in de Sint-Catharinakerk te Sint-Katharina-Lombeek, geïdentificeerd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kerkarchief op de pastorij'', in ''De Brabantse Folklore'', 2O4, 1974, p. 393-401.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. ''Aantekeningen bij een regionale tentoonstelling van kerkelijk beeldhouwwerk te Mol'', in ''Noordgouw'', 14, 1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- 1/2, p. 1-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. ''Vijf nieuw-geïdentificeerde werken van de Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken (1637-1709)'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 16, 1976/1977, p. 84-95.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. ''Twee merkwaardige beeldjes van O.-L.-Vrouw van Loreto in de Kempen, nl. te Balen en te Lichtaart'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 49, 1977, p. 151-162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. ''Drie onbekende beelden van Nicolaas Van der Veken (1637-17O9)'', in ''Handelingen van de Koninklijke Kring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen'', 80, 1981, p. 213-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. ''Identificatie van het zilverwerk van Lambertus Hannosset in de bedehuizen van de provincie Antwerpen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 19, 1982-1983, p. 34-51.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. ''Probleemstelling rond de datering en het auteurschap van het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Het merkteken van de Meester met de vijfpuntige ster op het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Hanswijk 1000'', jg. 2, nr. 2, 1985, p. 6-10.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. ''Tinwerk van de Turnhoutse tinnegieters Van Gastel (1759-1830) te Geel, Meerhout en Herentals'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 57, 1985, p.2O7-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869) voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 59, 1987, p. 1O7-111.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. ''Onderzoek van de beeldengroep van het Gasthuis te Geel, voorstellend &amp;amp;quot;De onthoofding van de H. Dimpna&amp;amp;quot;'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''Jaarboek Geels Geschiedkundig Genootschap'', 24, 1987, p. 8-16.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. ''Het authenticiteitsattest (1687) voor het beeldje van O.-L.-Vrouw van Loreto (1674) in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 60, 1988, p. 246-254.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. ''Het geschil van Maria Faydherbe in 1632-1633, of de spanning tussen Renaissance- en Barokbeeldhouwkunst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mechelen'', in ''Bulletin van het Kon. Insituut voor het Kunstpatrimonium'', 22, 1988/89, p. 78-1O3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. ''Nieuwe gegevens over het meubilair van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mechelen'', in ''Handelingen Kon.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oudheidkudige Kring... te Mechelen'', 94, 1991, p. 89-112.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. ''Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kijker'', 21, 1992, 7 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 65, 1993, pp. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. ''Zorg voor het cultureel erfgoed. Roerend bezit'', in ''Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volkskunde'', 5, 1995, p. 220-226.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19. ''Zilveren reliekhouder en altaarcarillon, 18de eeuw, Antwerpen, Lambertus Hannosset in het Museum Stel-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de kijker'', 51, 1995, 8 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. ''Status qaestionis betreffende de Mechelse schrijnwerker-beeldhouwer Thomas Hazart (+1610) of de Meester&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Davidster'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 26, 1996, p. 119-161.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. ''Paneelmakersmerken (vanaf 1617) in Kempense verzamelingen en elders'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 80,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998, p. 5-38.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. ''Inventarisatie, het begin van een beschermingsbeleid voor het roerend kunstpatrimonium'', in ''Bulletin 50 jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium1999'', 2002, p.97- 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. Ria De Boodt en Jaak Jansen, ''Het retabel van Oplinter. De moeilijke geschiedenis van het restauratiedossier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de negentiende eeuw'', in ''Scientia Artis'', 1, 1999, p. 133-166.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. ''Merten Van Calster &amp;amp;quot;beldesnyder tot Mechelen&amp;amp;quot; ( ca 1570 - +1628),'' in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het Kunstpatrimonium, 28,'' 2002, p. 97-122.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. Jaak Jansen, Simonne Verfaille en Jana Sanyova, ''Onderzoek en behandeling van een gepolychromeerd beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Johanna van Frankrijk gebeeldhouwd door Nicolaas Van der Veken (1637-1709''), in ''Bulletin van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 29, 2003, p. 155-178.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. ''Het eigenbelang als verklarend leidmotief voor de aanwezigheid van ambachtelijke keurmerken op Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het bijzonder Mechels beeldsnijwerk'', in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 30,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2004, p. 267-284.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. ''Het verhaal van de restauratieplannen van beelden en schilderijen in de Sint-Gertrudiskerk te Vorst-Laakdal'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''De Klomp Contactblad van de Vrienden van het Museum V.Z.W. Heemkring Laakdal'', 12, 1, 2005, p. 15-27.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. ''De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw'', in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. ''Muurschilderingen van 1896 door Oscar Algoezt (1862-1932) in de kapel van de grauwzusters te Tienen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Museumstrip V.Z.W. vrienden leuvense musea'', 35, 1, 2008, p. 2-9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. ''Het besloten hofke (ca. 1500) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2009 Erfgoed Balen'', 2009, p. 65-74&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(in samenwerking met dochter Leen Jansen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
31. ''Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw'', in ''Taxandria'', 82, 2010, p. 61-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
32. ''Restauratie van een biechtstoel in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2010 Erfgoed Balen'', p. 119-126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
33. ''Het atelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'', in ''Taxandria'' 84, 2012, p. 111-164.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
34. ''Verdwenen kerkelijk kunstbezit'', in ''Jaarboek 2012 Erfgoed Balen'', p. 177-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
35. ''Het Sint Jobsretabelvan Schoonbroek (Retie): een status questionis'', in ''Bulletin Koninklijk Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium, 33 – 2009-2012'', Brussel 2013, p. 113-131.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
36. ''Over relieken en echtheidsattesten, in het bijzonder deze van de H. Odrada, vereerd te Balen en te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol-Milligem'', in ''Taxabndria,'' 85, 2013, p. 179-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
37. ''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers in Balen'', in ''Jaarboek2013 Erfgoed Balen'', p. 27-41.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
38. ''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada van 1891'', in ''Jaarboek 2014 Erfgoed Balen'', p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39. Folder. ''Sint-Andrieskerk, Balen'', 2014, 27 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
40. ''Filip Lammekens en zijn sacramentstoren (15”§-1544) herontdekt in de abdij van Tongerlo'', in ''Taxandria,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2015, p. 215-276.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
41. ''Den Alcazar'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'', p. 137-139.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
42. ''De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen in 1907'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 141-148.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
43. ''De Broederschap van de heilige Odrada (1892)) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2017 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen,'' p. 67-74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44. Jaak Jansen en Zuster Ilona Faes OSSJ, ''Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (ca. 1610) in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priorij van de Zusters van het H. Graf te Tongerlo'', in Taxandria 91, 2019, p. 193-207.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
45. Staf Peeters en Jaak Jansen, ''De abdij van Averbode als tiendheffer in Balen tijdens de 17de en 18de eeuw'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Jaarboek 2019 Erfgoed Balen'', p. 58-87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
46. ''De oude pastorij en zijn vest (1634-1635)'', in ''Jaarboek 2020 Erfgoed Balen'', p. 7-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
47. ''De pastorie van Messelbroek (1753-1757) door broeder-norbertijn Gregoire Godisar'', in ''Heemkundig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdschrift Heemkring Averbode'', 2020, ??,,,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
48. ''In memoriam Jef Hus'', in ''Jaarboek 2021 Erfgoed Balen'', p. 159-160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
49. ''1684'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 113-116&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
50. ''Een vermelding voor Adeleine Hus in het Balense straatbeeld'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 117-123&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
51. Napoleon Daems, succesrijke ondernemer, katholieke persoonlijkheid, spilfiguur in het Turnhoutse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
artistiek-ambachtelijk milieu, in Taxandria, 2022, p. …&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
52. ''1684 (2)'', in ''Jaarboek 2023 Erfgoed Balen'', p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
53.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
V&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LEZINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1972&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Geels Geschiedkundig Genootschap. Lezing: &amp;amp;quot;Beeldhouwkunst in de Oosterkempen.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huy: XLIVe Congres van de Federatie van Kringen voor Geschiedenis en Oudheidkunde van België.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Nadere gegevens betreffende enkele beeldjes van O.-L.-Vrouw met Kind uit de tweede helft XVIIde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw, genaamd O.-L.-Vrouw van Loreto&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Rotary Club. Ter gelegenheid van het Rubens-jaar: spreekbeurt over &amp;amp;quot;Rubens en zijn tijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1981&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: &amp;amp;quot;Mechelse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondsculptuur in hout tijdens de Renaissanceperiode&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1982&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hasselt: Eerste Kongres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België. Lezing: &amp;amp;quot;Een andere visie op het geschil tussen Maria Faydherbe en de meesters-beeldhouwers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ambacht te Mechelen in 1632-1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1986&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: Kon. Oudheidkundige Kring Taxandria.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Heiligenverering en relieken in de Kempen&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuven: KUL colloquium “Merken Opmerken”. Lezing: &amp;amp;quot;Meestertekens van Mechelse beeldhouwers uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Renaissancetijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Het geschil van Maria Faydherbe met de beeldhouwers te Mechelen in 1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1992 Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kind Antwerpen, 2de kwart 17de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Antwerpen, Jaarvergadering van de Kamer voor geschiedenis en volkskunde: &amp;amp;quot;Bescherming van het roerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstpatrimonium&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1995 Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Een zilveren reliekhouder en altaarcarillon,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Lambertus Hannosset, 18de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Mechelen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: “Voorlopers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Lucas Faydherbe”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998 Turnhout Koninklijke Oudheidkundige Kring Taxandria: “Mechelse Renaissancesculptuur in hout en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
O.-L.-Vrouwebeeld uit de Sint-Theobalduskapel te Turnhout”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2020 Erfgoed Balen. Vierdaags seminarie over de vermeldingen van Balen in de achttiende-eeuwse archieven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; transcripties en interpretaties.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie over de vita en de verering van de H. Odrada, 25 mei en 1 juni Erfgoed Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie Erfgoed Balen: De oudste teksten over Balen-Scheps 1267-1268&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen</id>
		<title>Jaak Jansen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen"/>
				<updated>2025-07-04T12:57:05Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaakjansen [at] skynet [punt] be&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DIPLOMA's:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1961 Regentaat Nederlands-Geschiedenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provinciale Normaalschool Hasselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966 Licentiaat Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rijksuniversiteit Gent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LOOPBAAN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966-1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leraar Vrij Onderwijs Sint-Jozefscollege Beringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967-1976 Occasioneel wetenschappelijk medewerker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976-1978 Attaché KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1978-1998 Assistent KIk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 april 1998 Werkleider KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1999-2003 departementshoofd departement documentatie KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
01-10-2003 op pensioen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPDRACHTEN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de bedehuizen in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de OCMW's in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Voorbereiding van de restauratiedossiers in de provincie Antwerpen en Vlaams Brabant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend bezit van abdijen en kloosters. Uitgevoerd in de abdijen van Averbode, Bornem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Grimbergen, Tongerlo, Westmalle; in de kloosters van Antwerpen Jezuïeten O.-L.-Vrouwecollege, Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zusters Maricollen, Overijse Zusters van Overijse-Mechelen, Rillaar Gasthuiszusters, Tienen Grauwzusters,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout Zusters van het H. Graf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPECIALISATIE:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse Renaissance-beeldhouwwerk in hout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VORMING: Opleidingsinstituut van de Federale Overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1996 gevolgde cursus: De auteurswet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
INVENTARISSEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. Fotorepertoria:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de periode 1967-1979 werd het kerkelijk meubilair van de provincie Antwerpen geïnventariseerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. Dit gebeurde in opdracht van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium, en in samenwerking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Cultuurdienst van de provincie Antwerpen: ''&amp;amp;quot;Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen. Provincie Antwerpen''.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1973&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Heist-op-den-Berg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kontich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Lier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Willebroek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Berchem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Borgerhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Deurne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Merksem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Brasschaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kapellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zandhoven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen I tot IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen V tot VI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de provincie Antwerpen werd het fotorepertorium van de provincies Brabant en Oost-Vlaanderen afgewerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Asse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Haacht (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Leuven I en II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Vilvoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Wolvertem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zaventem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1983&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Halle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1984&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Gent I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. Monografieën:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het Kunstpatrimonium van het Begijnhof te Turnhout'', Turnhout, 1988, 144 pp. uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium te Brussel en Vrienden van het Begijnhof te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''De kunstschatten van het Torenmuseum te Mol'', Tessenderlo, 1988, 268 pp. uitgave Gemeentelijk Beiaardcomité&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol; co-auteurs H. Cilissen en F. Vos.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het kunstpatrimonium van het O.C.M.W. te Herentals'', Brussel-Herentals, 1992, 144 pp. uitgave Koninklijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Instituut v.h. Kunstpatrimonium te Brussel en O.C.M.W. Herentals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Jaak Jansen en Herman Janssens, ''Beeldhouwwerk in de Abdij van Averbode'', uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kunstpatrimonium te Brussel en Abdij van Averbode. Brussel-Averbode 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jaak Jansen en Christina Ceulemans, ''Inventaris van het roerend kunstpatrimonium van de Norbertijnenabdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerlo'', Brussel-Tongerlo, deel I 2006, deel 2 in voorbereiding.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Defever, herziene uitgave door Jaak Jansen, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatverhandeling door Jan Defever Akademiejaar 1974-1975, herziene uitgave gepubliceerd door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, 202l.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEDEWERKING AAN NASLAGWERK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Negentien kastelen van de provincie Antwerpen werden beschreven in het tweedelig verzamelwerk: ''Het groot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kastelenboek van België'', o.l.v. Fr. Génicot, Brussel, 1976-1977.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Het bouwkundig kerkelijk erfgoed in de Kempen werd beschreven: ''Kerken'', in ''Bouwkundig erfgoed in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempens landschap'', Hoogstraten, 1995, p. 59-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Kamiel Mertens en Jaak Jansen, De Heilige Odrada van Balen. Verzameling van alle publicaties, 2 delen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale VZW Balen, 2014.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
III TENTOONSTELLINGSCATALOGI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij gelegenheid van de tentoonstelling en inventarisatie van het bezit van het Gasthuis- museum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Geel werden door mij de schilderijen beschreven: ''Volkskundige Tentoonstelling in het Oude Gasthuis te Geel'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, 1969.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een beknopte beschrijvende inventaris van de kunstvoorwerpen in kerken en kapellen van de gemeente&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen werd gepubliceerd: ''Balen Oud - Balen Jong. Catalogus met bijzonderheden over Balen'', 1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1971&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In samenwerking met wijlen de heer B. Geukens werd een regionale tentoonstelling ingericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol. Hier werden 29 beelden bij mekaar gebracht uit de kerken en kapellen van de omgeving. De tentoon-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelling had een opvoedkundig opzet: stijlvergelijking, heiligenverering, historische achtergrond, herwaardering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het patrimonium: ''Oude Kerkelijke Beeldhouwkunst in de Oosterkempen'', Mol, 1971, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze medewerking verleenden wij aan de tentoonstelling te Brussel over beeldhouwkunst in de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rubens. Hierbij bespraken wij de werken van Jan Pieter Van Baurscheit de Oude (1669-1728): ''De beeld-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houwkunst in de eeuw van Rubens'', Brussel, 1977, p. 187-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1985&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij werkten mee aan de catalogus van een tentoonstelling te Ninove: ''De Premonstra- tenzerabdij''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''van Ninove (1137-1796)'', Ninove, 1985, nrs. 32, 42, 43, 46, 52, 53, 62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij stelden de catalogus samen van een regionale tentoonstelling: ''De Heilige Odrada van Balen,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bouwstoffen voor de kunstgeschiedenis'', Balen, 1990, 56 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Beschrijving van het Sint-Jobretabel van Retie-Schoonbroek voor de tentoonstelling in de kathedraal te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: ''Antwerpse retabels 15de-16de eeuw'' , deel I, Antwerpen, 1993, nr. 16, p. 118-125.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Medewerking aan de tentoonstelling te Mechelen over ''Lucas Faydherbe Mechels beeldhouwer en architect&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1617-1997''; inleidende nota over de ''Voorlopers van Lucas Faydherbe''; verscheidene notities bij beelden nrs. 1 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8, 69 tot 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2000 Overzichtstentoonstelling van de ambachtelijke productie van houten beeldhouwkunst tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Renaissancperiode: ''Mechels houtwerk in de eeuw van Keizer Karel V''. De tentoonstelling wordt georganiseerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de Keizer Karel V- festiviteiten in ons land.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inleidende notities:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance; studie van twee modellen; p. 11-45.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564, p. 47-59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur, p. 99-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2012 Tentoonstellingsgids ''Sonnius Bisschop en Abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ’S-Hertogenbosch'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ARTIKELS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ''Een onbekend werk van Hiëronymus III Francken te Balen'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 11, 1969, p. 179-18O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ''Nieuwe gegevens over het werk van Walter Pompe (17O3-1777)'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 13, 1971-1972, p. 207-214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ''Het negentiende-eeuwse meubilair in de Sint-Catharinakerk te Sint-Katharina-Lombeek, geïdentificeerd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kerkarchief op de pastorij'', in ''De Brabantse Folklore'', 2O4, 1974, p. 393-401.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. ''Aantekeningen bij een regionale tentoonstelling van kerkelijk beeldhouwwerk te Mol'', in ''Noordgouw'', 14, 1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- 1/2, p. 1-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. ''Vijf nieuw-geïdentificeerde werken van de Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken (1637-1709)'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 16, 1976/1977, p. 84-95.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. ''Twee merkwaardige beeldjes van O.-L.-Vrouw van Loreto in de Kempen, nl. te Balen en te Lichtaart'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 49, 1977, p. 151-162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. ''Drie onbekende beelden van Nicolaas Van der Veken (1637-17O9)'', in ''Handelingen van de Koninklijke Kring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen'', 80, 1981, p. 213-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. ''Identificatie van het zilverwerk van Lambertus Hannosset in de bedehuizen van de provincie Antwerpen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 19, 1982-1983, p. 34-51.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. ''Probleemstelling rond de datering en het auteurschap van het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Het merkteken van de Meester met de vijfpuntige ster op het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Hanswijk 1000'', jg. 2, nr. 2, 1985, p. 6-10.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. ''Tinwerk van de Turnhoutse tinnegieters Van Gastel (1759-1830) te Geel, Meerhout en Herentals'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 57, 1985, p.2O7-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869) voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 59, 1987, p. 1O7-111.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. ''Onderzoek van de beeldengroep van het Gasthuis te Geel, voorstellend &amp;amp;quot;De onthoofding van de H. Dimpna&amp;amp;quot;'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''Jaarboek Geels Geschiedkundig Genootschap'', 24, 1987, p. 8-16.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. ''Het authenticiteitsattest (1687) voor het beeldje van O.-L.-Vrouw van Loreto (1674) in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 60, 1988, p. 246-254.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. ''Het geschil van Maria Faydherbe in 1632-1633, of de spanning tussen Renaissance- en Barokbeeldhouwkunst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mechelen'', in ''Bulletin van het Kon. Insituut voor het Kunstpatrimonium'', 22, 1988/89, p. 78-1O3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. ''Nieuwe gegevens over het meubilair van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mechelen'', in ''Handelingen Kon.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oudheidkudige Kring... te Mechelen'', 94, 1991, p. 89-112.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. ''Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kijker'', 21, 1992, 7 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 65, 1993, pp. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. ''Zorg voor het cultureel erfgoed. Roerend bezit'', in ''Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volkskunde'', 5, 1995, p. 220-226.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19. ''Zilveren reliekhouder en altaarcarillon, 18de eeuw, Antwerpen, Lambertus Hannosset in het Museum Stel-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de kijker'', 51, 1995, 8 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. ''Status qaestionis betreffende de Mechelse schrijnwerker-beeldhouwer Thomas Hazart (+1610) of de Meester&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Davidster'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 26, 1996, p. 119-161.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. ''Paneelmakersmerken (vanaf 1617) in Kempense verzamelingen en elders'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 80,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998, p. 5-38.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. ''Inventarisatie, het begin van een beschermingsbeleid voor het roerend kunstpatrimonium'', in ''Bulletin 50 jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium1999'', 2002, p.97- 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. Ria De Boodt en Jaak Jansen, ''Het retabel van Oplinter. De moeilijke geschiedenis van het restauratiedossier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de negentiende eeuw'', in ''Scientia Artis'', 1, 1999, p. 133-166.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. ''Merten Van Calster &amp;amp;quot;beldesnyder tot Mechelen&amp;amp;quot; ( ca 1570 - +1628),'' in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het Kunstpatrimonium, 28,'' 2002, p. 97-122.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. Jaak Jansen, Simonne Verfaille en Jana Sanyova, ''Onderzoek en behandeling van een gepolychromeerd beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Johanna van Frankrijk gebeeldhouwd door Nicolaas Van der Veken (1637-1709''), in ''Bulletin van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 29, 2003, p. 155-178.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. ''Het eigenbelang als verklarend leidmotief voor de aanwezigheid van ambachtelijke keurmerken op Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het bijzonder Mechels beeldsnijwerk'', in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 30,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2004, p. 267-284.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. ''Het verhaal van de restauratieplannen van beelden en schilderijen in de Sint-Gertrudiskerk te Vorst-Laakdal'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''De Klomp Contactblad van de Vrienden van het Museum V.Z.W. Heemkring Laakdal'', 12, 1, 2005, p. 15-27.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. ''De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw'', in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. ''Muurschilderingen van 1896 door Oscar Algoezt (1862-1932) in de kapel van de grauwzusters te Tienen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Museumstrip V.Z.W. vrienden leuvense musea'', 35, 1, 2008, p. 2-9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. ''Het besloten hofke (ca. 1500) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2009 Erfgoed Balen'', 2009, p. 65-74&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(in samenwerking met dochter Leen Jansen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
31. ''Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw'', in ''Taxandria'', 82, 2010, p. 61-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
32. ''Restauratie van een biechtstoel in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2010 Erfgoed Balen'', p. 119-126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
33. ''Het atelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'', in ''Taxandria'' 84, 2012, p. 111-164.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
34. ''Verdwenen kerkelijk kunstbezit'', in ''Jaarboek 2012 Erfgoed Balen'', p. 177-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
35. ''Het Sint Jobsretabelvan Schoonbroek (Retie): een status questionis'', in ''Bulletin Koninklijk Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium, 33 – 2009-2012'', Brussel 2013, p. 113-131.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
36. ''Over relieken en echtheidsattesten, in het bijzonder deze van de H. Odrada, vereerd te Balen en te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol-Milligem'', in ''Taxabndria,'' 85, 2013, p. 179-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
37. ''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers in Balen'', in ''Jaarboek2013 Erfgoed Balen'', p. 27-41.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
38. ''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada van 1891'', in ''Jaarboek 2014 Erfgoed Balen'', p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39. Folder. ''Sint-Andrieskerk, Balen'', 2014, 27 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
40. ''Filip Lammekens en zijn sacramentstoren (15”§-1544) herontdekt in de abdij van Tongerlo'', in ''Taxandria,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2015, p. 215-276.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
41. ''Den Alcazar'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'', p. 137-139.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
42. ''De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen in 1907'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 141-148.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
43. ''De Broederschap van de heilige Odrada (1892)) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2017 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen,'' p. 67-74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44. Jaak Jansen en Zuster Ilona Faes OSSJ, ''Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (ca. 1610) in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priorij van de Zusters van het H. Graf te Tongerlo'', in Taxandria 91, 2019, p. 193-207.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
45. Staf Peeters en Jaak Jansen, ''De abdij van Averbode als tiendheffer in Balen tijdens de 17de en 18de eeuw'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Jaarboek 2019 Erfgoed Balen'', p. 58-87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
46. ''De oude pastorij en zijn vest (1634-1635)'', in ''Jaarboek 2020 Erfgoed Balen'', p. 7-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
47. ''De pastorie van Messelbroek (1753-1757) door broeder-norbertijn Gregoire Godisar'', in ''Heemkundig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdschrift Heemkring Averbode'', 2020, ??,,,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
48. ''In memoriam Jef Hus'', in ''Jaarboek 2021 Erfgoed Balen'', p. 159-160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
49. ''1684'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 113-116&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
50. ''Een vermelding voor Adeleine Hus in het Balense straatbeeld'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 117-123&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
51. Napoleon Daems, succesrijke ondernemer, katholieke persoonlijkheid, spilfiguur in het Turnhoutse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
artistiek-ambachtelijk milieu, in Taxandria, 2022, p. …&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
52. ''1684 (2)'', in ''Jaarboek 2023 Erfgoed Balen'', p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
53.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
V&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LEZINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1972&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Geels Geschiedkundig Genootschap. Lezing: &amp;amp;quot;Beeldhouwkunst in de Oosterkempen.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huy: XLIVe Congres van de Federatie van Kringen voor Geschiedenis en Oudheidkunde van België.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Nadere gegevens betreffende enkele beeldjes van O.-L.-Vrouw met Kind uit de tweede helft XVIIde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw, genaamd O.-L.-Vrouw van Loreto&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Rotary Club. Ter gelegenheid van het Rubens-jaar: spreekbeurt over &amp;amp;quot;Rubens en zijn tijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1981&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: &amp;amp;quot;Mechelse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondsculptuur in hout tijdens de Renaissanceperiode&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1982&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hasselt: Eerste Kongres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België. Lezing: &amp;amp;quot;Een andere visie op het geschil tussen Maria Faydherbe en de meesters-beeldhouwers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ambacht te Mechelen in 1632-1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1986&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: Kon. Oudheidkundige Kring Taxandria.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Heiligenverering en relieken in de Kempen&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuven: KUL colloquium “Merken Opmerken”. Lezing: &amp;amp;quot;Meestertekens van Mechelse beeldhouwers uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Renaissancetijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Het geschil van Maria Faydherbe met de beeldhouwers te Mechelen in 1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1992 Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kind Antwerpen, 2de kwart 17de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Antwerpen, Jaarvergadering van de Kamer voor geschiedenis en volkskunde: &amp;amp;quot;Bescherming van het roerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstpatrimonium&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1995 Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Een zilveren reliekhouder en altaarcarillon,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Lambertus Hannosset, 18de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Mechelen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: “Voorlopers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Lucas Faydherbe”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998 Turnhout Koninklijke Oudheidkundige Kring Taxandria: “Mechelse Renaissancesculptuur in hout en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
O.-L.-Vrouwebeeld uit de Sint-Theobalduskapel te Turnhout”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2020 Erfgoed Balen. Vierdaags seminarie over de vermeldingen van Balen in de achttiende-eeuwse archieven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; transcripties en interpretaties.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie over de vita en de verering van de H. Odrada, 25 mei en 1 juni Erfgoed Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie Erfgoed Balen: De oudste teksten over Balen-Scheps 1267-1268&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen</id>
		<title>Jaak Jansen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen"/>
				<updated>2025-07-04T12:56:07Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;/span&amp;gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaakjansen [at] skynet [punt] be&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DIPLOMA's:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1961 Regentaat Nederlands-Geschiedenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provinciale Normaalschool Hasselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966 Licentiaat Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rijksuniversiteit Gent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LOOPBAAN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966-1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leraar Vrij Onderwijs Sint-Jozefscollege Beringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967-1976 Occasioneel wetenschappelijk medewerker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976-1978 Attaché KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1978-1998 Assistent KIk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 april 1998 Werkleider KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1999-2003 departementshoofd departement documentatie KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
01-10-2003 op pensioen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPDRACHTEN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de bedehuizen in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de OCMW's in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Voorbereiding van de restauratiedossiers in de provincie Antwerpen en Vlaams Brabant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend bezit van abdijen en kloosters. Uitgevoerd in de abdijen van Averbode, Bornem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Grimbergen, Tongerlo, Westmalle; in de kloosters van Antwerpen Jezuïeten O.-L.-Vrouwecollege, Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zusters Maricollen, Overijse Zusters van Overijse-Mechelen, Rillaar Gasthuiszusters, Tienen Grauwzusters,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout Zusters van het H. Graf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPECIALISATIE:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse Renaissance-beeldhouwwerk in hout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VORMING: Opleidingsinstituut van de Federale Overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1996 gevolgde cursus: De auteurswet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
INVENTARISSEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. Fotorepertoria:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de periode 1967-1979 werd het kerkelijk meubilair van de provincie Antwerpen geïnventariseerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. Dit gebeurde in opdracht van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium, en in samenwerking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Cultuurdienst van de provincie Antwerpen: ''&amp;amp;quot;Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen. Provincie Antwerpen''.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1973&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Heist-op-den-Berg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kontich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Lier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Willebroek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Berchem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Borgerhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Deurne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Merksem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Brasschaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kapellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zandhoven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen I tot IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen V tot VI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de provincie Antwerpen werd het fotorepertorium van de provincies Brabant en Oost-Vlaanderen afgewerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Asse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Haacht (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Leuven I en II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Vilvoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Wolvertem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zaventem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1983&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Halle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1984&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Gent I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. Monografieën:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het Kunstpatrimonium van het Begijnhof te Turnhout'', Turnhout, 1988, 144 pp. uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium te Brussel en Vrienden van het Begijnhof te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''De kunstschatten van het Torenmuseum te Mol'', Tessenderlo, 1988, 268 pp. uitgave Gemeentelijk Beiaardcomité&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol; co-auteurs H. Cilissen en F. Vos.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het kunstpatrimonium van het O.C.M.W. te Herentals'', Brussel-Herentals, 1992, 144 pp. uitgave Koninklijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Instituut v.h. Kunstpatrimonium te Brussel en O.C.M.W. Herentals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Jaak Jansen en Herman Janssens, ''Beeldhouwwerk in de Abdij van Averbode'', uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kunstpatrimonium te Brussel en Abdij van Averbode. Brussel-Averbode 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jaak Jansen en Christina Ceulemans, ''Inventaris van het roerend kunstpatrimonium van de Norbertijnenabdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerlo'', Brussel-Tongerlo, deel I 2006, deel 2 in voorbereiding.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Defever, herziene uitgave door Jaak Jansen, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatverhandeling door Jan Defever Akademiejaar 1974-1975, herziene uitgave gepubliceerd door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, 202l.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEDEWERKING AAN NASLAGWERK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Negentien kastelen van de provincie Antwerpen werden beschreven in het tweedelig verzamelwerk: ''Het groot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kastelenboek van België'', o.l.v. Fr. Génicot, Brussel, 1976-1977.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Het bouwkundig kerkelijk erfgoed in de Kempen werd beschreven: ''Kerken'', in ''Bouwkundig erfgoed in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempens landschap'', Hoogstraten, 1995, p. 59-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Kamiel Mertens en Jaak Jansen, De Heilige Odrada van Balen. Verzameling van alle publicaties, 2 delen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale VZW Balen, 2014.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
III TENTOONSTELLINGSCATALOGI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij gelegenheid van de tentoonstelling en inventarisatie van het bezit van het Gasthuis- museum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Geel werden door mij de schilderijen beschreven: ''Volkskundige Tentoonstelling in het Oude Gasthuis te Geel'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, 1969.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een beknopte beschrijvende inventaris van de kunstvoorwerpen in kerken en kapellen van de gemeente&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen werd gepubliceerd: ''Balen Oud - Balen Jong. Catalogus met bijzonderheden over Balen'', 1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1971&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In samenwerking met wijlen de heer B. Geukens werd een regionale tentoonstelling ingericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol. Hier werden 29 beelden bij mekaar gebracht uit de kerken en kapellen van de omgeving. De tentoon-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelling had een opvoedkundig opzet: stijlvergelijking, heiligenverering, historische achtergrond, herwaardering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het patrimonium: ''Oude Kerkelijke Beeldhouwkunst in de Oosterkempen'', Mol, 1971, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze medewerking verleenden wij aan de tentoonstelling te Brussel over beeldhouwkunst in de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rubens. Hierbij bespraken wij de werken van Jan Pieter Van Baurscheit de Oude (1669-1728): ''De beeld-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houwkunst in de eeuw van Rubens'', Brussel, 1977, p. 187-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1985&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij werkten mee aan de catalogus van een tentoonstelling te Ninove: ''De Premonstra- tenzerabdij''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''van Ninove (1137-1796)'', Ninove, 1985, nrs. 32, 42, 43, 46, 52, 53, 62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij stelden de catalogus samen van een regionale tentoonstelling: ''De Heilige Odrada van Balen,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bouwstoffen voor de kunstgeschiedenis'', Balen, 1990, 56 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Beschrijving van het Sint-Jobretabel van Retie-Schoonbroek voor de tentoonstelling in de kathedraal te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: ''Antwerpse retabels 15de-16de eeuw'' , deel I, Antwerpen, 1993, nr. 16, p. 118-125.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Medewerking aan de tentoonstelling te Mechelen over ''Lucas Faydherbe Mechels beeldhouwer en architect&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1617-1997''; inleidende nota over de ''Voorlopers van Lucas Faydherbe''; verscheidene notities bij beelden nrs. 1 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8, 69 tot 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2000 Overzichtstentoonstelling van de ambachtelijke productie van houten beeldhouwkunst tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Renaissancperiode: ''Mechels houtwerk in de eeuw van Keizer Karel V''. De tentoonstelling wordt georganiseerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de Keizer Karel V- festiviteiten in ons land.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inleidende notities:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance; studie van twee modellen; p. 11-45.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564, p. 47-59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur, p. 99-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2012 Tentoonstellingsgids ''Sonnius Bisschop en Abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ’S-Hertogenbosch'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ARTIKELS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ''Een onbekend werk van Hiëronymus III Francken te Balen'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 11, 1969, p. 179-18O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ''Nieuwe gegevens over het werk van Walter Pompe (17O3-1777)'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 13, 1971-1972, p. 207-214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ''Het negentiende-eeuwse meubilair in de Sint-Catharinakerk te Sint-Katharina-Lombeek, geïdentificeerd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kerkarchief op de pastorij'', in ''De Brabantse Folklore'', 2O4, 1974, p. 393-401.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. ''Aantekeningen bij een regionale tentoonstelling van kerkelijk beeldhouwwerk te Mol'', in ''Noordgouw'', 14, 1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- 1/2, p. 1-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. ''Vijf nieuw-geïdentificeerde werken van de Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken (1637-1709)'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 16, 1976/1977, p. 84-95.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. ''Twee merkwaardige beeldjes van O.-L.-Vrouw van Loreto in de Kempen, nl. te Balen en te Lichtaart'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 49, 1977, p. 151-162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. ''Drie onbekende beelden van Nicolaas Van der Veken (1637-17O9)'', in ''Handelingen van de Koninklijke Kring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen'', 80, 1981, p. 213-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. ''Identificatie van het zilverwerk van Lambertus Hannosset in de bedehuizen van de provincie Antwerpen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 19, 1982-1983, p. 34-51.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. ''Probleemstelling rond de datering en het auteurschap van het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Het merkteken van de Meester met de vijfpuntige ster op het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Hanswijk 1000'', jg. 2, nr. 2, 1985, p. 6-10.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. ''Tinwerk van de Turnhoutse tinnegieters Van Gastel (1759-1830) te Geel, Meerhout en Herentals'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 57, 1985, p.2O7-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869) voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 59, 1987, p. 1O7-111.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. ''Onderzoek van de beeldengroep van het Gasthuis te Geel, voorstellend &amp;amp;quot;De onthoofding van de H. Dimpna&amp;amp;quot;'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''Jaarboek Geels Geschiedkundig Genootschap'', 24, 1987, p. 8-16.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. ''Het authenticiteitsattest (1687) voor het beeldje van O.-L.-Vrouw van Loreto (1674) in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 60, 1988, p. 246-254.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. ''Het geschil van Maria Faydherbe in 1632-1633, of de spanning tussen Renaissance- en Barokbeeldhouwkunst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mechelen'', in ''Bulletin van het Kon. Insituut voor het Kunstpatrimonium'', 22, 1988/89, p. 78-1O3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. ''Nieuwe gegevens over het meubilair van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mechelen'', in ''Handelingen Kon.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oudheidkudige Kring... te Mechelen'', 94, 1991, p. 89-112.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. ''Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kijker'', 21, 1992, 7 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 65, 1993, pp. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. ''Zorg voor het cultureel erfgoed. Roerend bezit'', in ''Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volkskunde'', 5, 1995, p. 220-226.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19. ''Zilveren reliekhouder en altaarcarillon, 18de eeuw, Antwerpen, Lambertus Hannosset in het Museum Stel-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de kijker'', 51, 1995, 8 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. ''Status qaestionis betreffende de Mechelse schrijnwerker-beeldhouwer Thomas Hazart (+1610) of de Meester&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Davidster'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 26, 1996, p. 119-161.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. ''Paneelmakersmerken (vanaf 1617) in Kempense verzamelingen en elders'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 80,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998, p. 5-38.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. ''Inventarisatie, het begin van een beschermingsbeleid voor het roerend kunstpatrimonium'', in ''Bulletin 50 jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium1999'', 2002, p.97- 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. Ria De Boodt en Jaak Jansen, ''Het retabel van Oplinter. De moeilijke geschiedenis van het restauratiedossier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de negentiende eeuw'', in ''Scientia Artis'', 1, 1999, p. 133-166.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. ''Merten Van Calster &amp;amp;quot;beldesnyder tot Mechelen&amp;amp;quot; ( ca 1570 - +1628),'' in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het Kunstpatrimonium, 28,'' 2002, p. 97-122.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. Jaak Jansen, Simonne Verfaille en Jana Sanyova, ''Onderzoek en behandeling van een gepolychromeerd beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Johanna van Frankrijk gebeeldhouwd door Nicolaas Van der Veken (1637-1709''), in ''Bulletin van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 29, 2003, p. 155-178.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. ''Het eigenbelang als verklarend leidmotief voor de aanwezigheid van ambachtelijke keurmerken op Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het bijzonder Mechels beeldsnijwerk'', in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 30,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2004, p. 267-284.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. ''Het verhaal van de restauratieplannen van beelden en schilderijen in de Sint-Gertrudiskerk te Vorst-Laakdal'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''De Klomp Contactblad van de Vrienden van het Museum V.Z.W. Heemkring Laakdal'', 12, 1, 2005, p. 15-27.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. ''De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw'', in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. ''Muurschilderingen van 1896 door Oscar Algoezt (1862-1932) in de kapel van de grauwzusters te Tienen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Museumstrip V.Z.W. vrienden leuvense musea'', 35, 1, 2008, p. 2-9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. ''Het besloten hofke (ca. 1500) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2009 Erfgoed Balen'', 2009, p. 65-74&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(in samenwerking met dochter Leen Jansen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
31. ''Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw'', in ''Taxandria'', 82, 2010, p. 61-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
32. ''Restauratie van een biechtstoel in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2010 Erfgoed Balen'', p. 119-126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
33. ''Het atelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'', in ''Taxandria'' 84, 2012, p. 111-164.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
34. ''Verdwenen kerkelijk kunstbezit'', in ''Jaarboek 2012 Erfgoed Balen'', p. 177-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
35. ''Het Sint Jobsretabelvan Schoonbroek (Retie): een status questionis'', in ''Bulletin Koninklijk Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium, 33 – 2009-2012'', Brussel 2013, p. 113-131.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
36. ''Over relieken en echtheidsattesten, in het bijzonder deze van de H. Odrada, vereerd te Balen en te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol-Milligem'', in ''Taxabndria,'' 85, 2013, p. 179-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
37. ''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers in Balen'', in ''Jaarboek2013 Erfgoed Balen'', p. 27-41.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
38. ''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada van 1891'', in ''Jaarboek 2014 Erfgoed Balen'', p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39. Folder. ''Sint-Andrieskerk, Balen'', 2014, 27 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
40. ''Filip Lammekens en zijn sacramentstoren (15”§-1544) herontdekt in de abdij van Tongerlo'', in ''Taxandria,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2015, p. 215-276.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
41. ''Den Alcazar'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'', p. 137-139.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
42. ''De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen in 1907'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 141-148.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
43. ''De Broederschap van de heilige Odrada (1892)) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2017 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen,'' p. 67-74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44. Jaak Jansen en Zuster Ilona Faes OSSJ, ''Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (ca. 1610) in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priorij van de Zusters van het H. Graf te Tongerlo'', in Taxandria 91, 2019, p. 193-207.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
45. Staf Peeters en Jaak Jansen, ''De abdij van Averbode als tiendheffer in Balen tijdens de 17de en 18de eeuw'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Jaarboek 2019 Erfgoed Balen'', p. 58-87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
46. ''De oude pastorij en zijn vest (1634-1635)'', in ''Jaarboek 2020 Erfgoed Balen'', p. 7-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
47. ''De pastorie van Messelbroek (1753-1757) door broeder-norbertijn Gregoire Godisar'', in ''Heemkundig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdschrift Heemkring Averbode'', 2020, ??,,,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
48. ''In memoriam Jef Hus'', in ''Jaarboek 2021 Erfgoed Balen'', p. 159-160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
49. ''1684'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 113-116&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
50. ''Een vermelding voor Adeleine Hus in het Balense straatbeeld'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 117-123&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
51. Napoleon Daems, succesrijke ondernemer, katholieke persoonlijkheid, spilfiguur in het Turnhoutse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
artistiek-ambachtelijk milieu, in Taxandria, 2022, p. …&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
52. ''1684 (2)'', in ''Jaarboek 2023 Erfgoed Balen'', p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
53.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
V&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LEZINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1972&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Geels Geschiedkundig Genootschap. Lezing: &amp;amp;quot;Beeldhouwkunst in de Oosterkempen.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huy: XLIVe Congres van de Federatie van Kringen voor Geschiedenis en Oudheidkunde van België.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Nadere gegevens betreffende enkele beeldjes van O.-L.-Vrouw met Kind uit de tweede helft XVIIde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw, genaamd O.-L.-Vrouw van Loreto&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Rotary Club. Ter gelegenheid van het Rubens-jaar: spreekbeurt over &amp;amp;quot;Rubens en zijn tijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1981&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: &amp;amp;quot;Mechelse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondsculptuur in hout tijdens de Renaissanceperiode&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1982&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hasselt: Eerste Kongres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België. Lezing: &amp;amp;quot;Een andere visie op het geschil tussen Maria Faydherbe en de meesters-beeldhouwers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ambacht te Mechelen in 1632-1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1986&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: Kon. Oudheidkundige Kring Taxandria.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Heiligenverering en relieken in de Kempen&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuven: KUL colloquium “Merken Opmerken”. Lezing: &amp;amp;quot;Meestertekens van Mechelse beeldhouwers uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Renaissancetijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Het geschil van Maria Faydherbe met de beeldhouwers te Mechelen in 1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1992 Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kind Antwerpen, 2de kwart 17de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Antwerpen, Jaarvergadering van de Kamer voor geschiedenis en volkskunde: &amp;amp;quot;Bescherming van het roerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstpatrimonium&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1995 Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Een zilveren reliekhouder en altaarcarillon,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Lambertus Hannosset, 18de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Mechelen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: “Voorlopers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Lucas Faydherbe”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998 Turnhout Koninklijke Oudheidkundige Kring Taxandria: “Mechelse Renaissancesculptuur in hout en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
O.-L.-Vrouwebeeld uit de Sint-Theobalduskapel te Turnhout”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2020 Erfgoed Balen. Vierdaags seminarie over de vermeldingen van Balen in de achttiende-eeuwse archieven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; transcripties en interpretaties.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie over de vita en de verering van de H. Odrada, 25 mei en 1 juni Erfgoed Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie Erfgoed Balen: De oudste teksten over Balen-Scheps 1267-1268&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen</id>
		<title>Jaak Jansen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen"/>
				<updated>2025-07-04T12:54:56Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;/span&amp;gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaakjansen [at] skynet [punt] be&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DIPLOMA's:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1961 Regentaat Nederlands-Geschiedenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provinciale Normaalschool Hasselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966 Licentiaat Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rijksuniversiteit Gent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LOOPBAAN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966-1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leraar Vrij Onderwijs Sint-Jozefscollege Beringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967-1976 Occasioneel wetenschappelijk medewerker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976-1978 Attaché KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1978-1998 Assistent KIk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 april 1998 Werkleider KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1999-2003 departementshoofd departement documentatie KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
01-10-2003 op pensioen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPDRACHTEN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de bedehuizen in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de OCMW's in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Voorbereiding van de restauratiedossiers in de provincie Antwerpen en Vlaams Brabant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend bezit van abdijen en kloosters. Uitgevoerd in de abdijen van Averbode, Bornem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Grimbergen, Tongerlo, Westmalle; in de kloosters van Antwerpen Jezuïeten O.-L.-Vrouwecollege, Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zusters Maricollen, Overijse Zusters van Overijse-Mechelen, Rillaar Gasthuiszusters, Tienen Grauwzusters,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout Zusters van het H. Graf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPECIALISATIE:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse Renaissance-beeldhouwwerk in hout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VORMING: Opleidingsinstituut van de Federale Overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1996 gevolgde cursus: De auteurswet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
INVENTARISSEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. Fotorepertoria:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de periode 1967-1979 werd het kerkelijk meubilair van de provincie Antwerpen geïnventariseerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. Dit gebeurde in opdracht van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium, en in samenwerking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Cultuurdienst van de provincie Antwerpen: ''&amp;amp;quot;Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen. Provincie Antwerpen''.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1973&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Heist-op-den-Berg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kontich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Lier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Willebroek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Berchem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Borgerhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Deurne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Merksem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Brasschaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kapellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zandhoven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen I tot IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen V tot VI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de provincie Antwerpen werd het fotorepertorium van de provincies Brabant en Oost-Vlaanderen afgewerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Asse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Haacht (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Leuven I en II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Vilvoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Wolvertem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zaventem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1983&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Halle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br/&amp;gt;&lt;br /&gt;
1984&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Gent I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. Monografieën:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het Kunstpatrimonium van het Begijnhof te Turnhout'', Turnhout, 1988, 144 pp. uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium te Brussel en Vrienden van het Begijnhof te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''De kunstschatten van het Torenmuseum te Mol'', Tessenderlo, 1988, 268 pp. uitgave Gemeentelijk Beiaardcomité&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol; co-auteurs H. Cilissen en F. Vos.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het kunstpatrimonium van het O.C.M.W. te Herentals'', Brussel-Herentals, 1992, 144 pp. uitgave Koninklijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Instituut v.h. Kunstpatrimonium te Brussel en O.C.M.W. Herentals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Jaak Jansen en Herman Janssens, ''Beeldhouwwerk in de Abdij van Averbode'', uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kunstpatrimonium te Brussel en Abdij van Averbode. Brussel-Averbode 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jaak Jansen en Christina Ceulemans, ''Inventaris van het roerend kunstpatrimonium van de Norbertijnenabdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerlo'', Brussel-Tongerlo, deel I 2006, deel 2 in voorbereiding.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Defever, herziene uitgave door Jaak Jansen, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatverhandeling door Jan Defever Akademiejaar 1974-1975, herziene uitgave gepubliceerd door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, 202l.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEDEWERKING AAN NASLAGWERK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Negentien kastelen van de provincie Antwerpen werden beschreven in het tweedelig verzamelwerk: ''Het groot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kastelenboek van België'', o.l.v. Fr. Génicot, Brussel, 1976-1977.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Het bouwkundig kerkelijk erfgoed in de Kempen werd beschreven: ''Kerken'', in ''Bouwkundig erfgoed in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempens landschap'', Hoogstraten, 1995, p. 59-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Kamiel Mertens en Jaak Jansen, De Heilige Odrada van Balen. Verzameling van alle publicaties, 2 delen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale VZW Balen, 2014.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
III TENTOONSTELLINGSCATALOGI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij gelegenheid van de tentoonstelling en inventarisatie van het bezit van het Gasthuis- museum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Geel werden door mij de schilderijen beschreven: ''Volkskundige Tentoonstelling in het Oude Gasthuis te Geel'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, 1969.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een beknopte beschrijvende inventaris van de kunstvoorwerpen in kerken en kapellen van de gemeente&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen werd gepubliceerd: ''Balen Oud - Balen Jong. Catalogus met bijzonderheden over Balen'', 1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1971&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In samenwerking met wijlen de heer B. Geukens werd een regionale tentoonstelling ingericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol. Hier werden 29 beelden bij mekaar gebracht uit de kerken en kapellen van de omgeving. De tentoon-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelling had een opvoedkundig opzet: stijlvergelijking, heiligenverering, historische achtergrond, herwaardering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het patrimonium: ''Oude Kerkelijke Beeldhouwkunst in de Oosterkempen'', Mol, 1971, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze medewerking verleenden wij aan de tentoonstelling te Brussel over beeldhouwkunst in de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rubens. Hierbij bespraken wij de werken van Jan Pieter Van Baurscheit de Oude (1669-1728): ''De beeld-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houwkunst in de eeuw van Rubens'', Brussel, 1977, p. 187-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1985&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij werkten mee aan de catalogus van een tentoonstelling te Ninove: ''De Premonstra- tenzerabdij''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''van Ninove (1137-1796)'', Ninove, 1985, nrs. 32, 42, 43, 46, 52, 53, 62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij stelden de catalogus samen van een regionale tentoonstelling: ''De Heilige Odrada van Balen,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bouwstoffen voor de kunstgeschiedenis'', Balen, 1990, 56 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Beschrijving van het Sint-Jobretabel van Retie-Schoonbroek voor de tentoonstelling in de kathedraal te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: ''Antwerpse retabels 15de-16de eeuw'' , deel I, Antwerpen, 1993, nr. 16, p. 118-125.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Medewerking aan de tentoonstelling te Mechelen over ''Lucas Faydherbe Mechels beeldhouwer en architect&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1617-1997''; inleidende nota over de ''Voorlopers van Lucas Faydherbe''; verscheidene notities bij beelden nrs. 1 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8, 69 tot 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2000 Overzichtstentoonstelling van de ambachtelijke productie van houten beeldhouwkunst tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Renaissancperiode: ''Mechels houtwerk in de eeuw van Keizer Karel V''. De tentoonstelling wordt georganiseerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de Keizer Karel V- festiviteiten in ons land.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inleidende notities:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance; studie van twee modellen; p. 11-45.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564, p. 47-59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur, p. 99-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2012 Tentoonstellingsgids ''Sonnius Bisschop en Abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ’S-Hertogenbosch'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ARTIKELS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ''Een onbekend werk van Hiëronymus III Francken te Balen'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 11, 1969, p. 179-18O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ''Nieuwe gegevens over het werk van Walter Pompe (17O3-1777)'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 13, 1971-1972, p. 207-214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ''Het negentiende-eeuwse meubilair in de Sint-Catharinakerk te Sint-Katharina-Lombeek, geïdentificeerd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kerkarchief op de pastorij'', in ''De Brabantse Folklore'', 2O4, 1974, p. 393-401.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. ''Aantekeningen bij een regionale tentoonstelling van kerkelijk beeldhouwwerk te Mol'', in ''Noordgouw'', 14, 1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- 1/2, p. 1-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. ''Vijf nieuw-geïdentificeerde werken van de Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken (1637-1709)'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 16, 1976/1977, p. 84-95.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. ''Twee merkwaardige beeldjes van O.-L.-Vrouw van Loreto in de Kempen, nl. te Balen en te Lichtaart'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 49, 1977, p. 151-162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. ''Drie onbekende beelden van Nicolaas Van der Veken (1637-17O9)'', in ''Handelingen van de Koninklijke Kring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen'', 80, 1981, p. 213-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. ''Identificatie van het zilverwerk van Lambertus Hannosset in de bedehuizen van de provincie Antwerpen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 19, 1982-1983, p. 34-51.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. ''Probleemstelling rond de datering en het auteurschap van het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Het merkteken van de Meester met de vijfpuntige ster op het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Hanswijk 1000'', jg. 2, nr. 2, 1985, p. 6-10.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. ''Tinwerk van de Turnhoutse tinnegieters Van Gastel (1759-1830) te Geel, Meerhout en Herentals'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 57, 1985, p.2O7-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869) voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 59, 1987, p. 1O7-111.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. ''Onderzoek van de beeldengroep van het Gasthuis te Geel, voorstellend &amp;amp;quot;De onthoofding van de H. Dimpna&amp;amp;quot;'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''Jaarboek Geels Geschiedkundig Genootschap'', 24, 1987, p. 8-16.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. ''Het authenticiteitsattest (1687) voor het beeldje van O.-L.-Vrouw van Loreto (1674) in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 60, 1988, p. 246-254.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. ''Het geschil van Maria Faydherbe in 1632-1633, of de spanning tussen Renaissance- en Barokbeeldhouwkunst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mechelen'', in ''Bulletin van het Kon. Insituut voor het Kunstpatrimonium'', 22, 1988/89, p. 78-1O3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. ''Nieuwe gegevens over het meubilair van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mechelen'', in ''Handelingen Kon.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oudheidkudige Kring... te Mechelen'', 94, 1991, p. 89-112.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. ''Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kijker'', 21, 1992, 7 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 65, 1993, pp. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. ''Zorg voor het cultureel erfgoed. Roerend bezit'', in ''Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volkskunde'', 5, 1995, p. 220-226.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19. ''Zilveren reliekhouder en altaarcarillon, 18de eeuw, Antwerpen, Lambertus Hannosset in het Museum Stel-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de kijker'', 51, 1995, 8 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. ''Status qaestionis betreffende de Mechelse schrijnwerker-beeldhouwer Thomas Hazart (+1610) of de Meester&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Davidster'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 26, 1996, p. 119-161.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. ''Paneelmakersmerken (vanaf 1617) in Kempense verzamelingen en elders'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 80,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998, p. 5-38.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. ''Inventarisatie, het begin van een beschermingsbeleid voor het roerend kunstpatrimonium'', in ''Bulletin 50 jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium1999'', 2002, p.97- 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. Ria De Boodt en Jaak Jansen, ''Het retabel van Oplinter. De moeilijke geschiedenis van het restauratiedossier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de negentiende eeuw'', in ''Scientia Artis'', 1, 1999, p. 133-166.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. ''Merten Van Calster &amp;amp;quot;beldesnyder tot Mechelen&amp;amp;quot; ( ca 1570 - +1628),'' in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het Kunstpatrimonium, 28,'' 2002, p. 97-122.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. Jaak Jansen, Simonne Verfaille en Jana Sanyova, ''Onderzoek en behandeling van een gepolychromeerd beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Johanna van Frankrijk gebeeldhouwd door Nicolaas Van der Veken (1637-1709''), in ''Bulletin van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 29, 2003, p. 155-178.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. ''Het eigenbelang als verklarend leidmotief voor de aanwezigheid van ambachtelijke keurmerken op Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het bijzonder Mechels beeldsnijwerk'', in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 30,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2004, p. 267-284.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. ''Het verhaal van de restauratieplannen van beelden en schilderijen in de Sint-Gertrudiskerk te Vorst-Laakdal'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''De Klomp Contactblad van de Vrienden van het Museum V.Z.W. Heemkring Laakdal'', 12, 1, 2005, p. 15-27.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. ''De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw'', in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. ''Muurschilderingen van 1896 door Oscar Algoezt (1862-1932) in de kapel van de grauwzusters te Tienen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Museumstrip V.Z.W. vrienden leuvense musea'', 35, 1, 2008, p. 2-9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. ''Het besloten hofke (ca. 1500) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2009 Erfgoed Balen'', 2009, p. 65-74&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(in samenwerking met dochter Leen Jansen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
31. ''Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw'', in ''Taxandria'', 82, 2010, p. 61-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
32. ''Restauratie van een biechtstoel in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2010 Erfgoed Balen'', p. 119-126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
33. ''Het atelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'', in ''Taxandria'' 84, 2012, p. 111-164.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
34. ''Verdwenen kerkelijk kunstbezit'', in ''Jaarboek 2012 Erfgoed Balen'', p. 177-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
35. ''Het Sint Jobsretabelvan Schoonbroek (Retie): een status questionis'', in ''Bulletin Koninklijk Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium, 33 – 2009-2012'', Brussel 2013, p. 113-131.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
36. ''Over relieken en echtheidsattesten, in het bijzonder deze van de H. Odrada, vereerd te Balen en te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol-Milligem'', in ''Taxabndria,'' 85, 2013, p. 179-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
37. ''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers in Balen'', in ''Jaarboek2013 Erfgoed Balen'', p. 27-41.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
38. ''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada van 1891'', in ''Jaarboek 2014 Erfgoed Balen'', p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39. Folder. ''Sint-Andrieskerk, Balen'', 2014, 27 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
40. ''Filip Lammekens en zijn sacramentstoren (15”§-1544) herontdekt in de abdij van Tongerlo'', in ''Taxandria,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2015, p. 215-276.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
41. ''Den Alcazar'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'', p. 137-139.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
42. ''De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen in 1907'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 141-148.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
43. ''De Broederschap van de heilige Odrada (1892)) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2017 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen,'' p. 67-74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44. Jaak Jansen en Zuster Ilona Faes OSSJ, ''Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (ca. 1610) in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priorij van de Zusters van het H. Graf te Tongerlo'', in Taxandria 91, 2019, p. 193-207.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
45. Staf Peeters en Jaak Jansen, ''De abdij van Averbode als tiendheffer in Balen tijdens de 17de en 18de eeuw'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Jaarboek 2019 Erfgoed Balen'', p. 58-87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
46. ''De oude pastorij en zijn vest (1634-1635)'', in ''Jaarboek 2020 Erfgoed Balen'', p. 7-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
47. ''De pastorie van Messelbroek (1753-1757) door broeder-norbertijn Gregoire Godisar'', in ''Heemkundig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdschrift Heemkring Averbode'', 2020, ??,,,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
48. ''In memoriam Jef Hus'', in ''Jaarboek 2021 Erfgoed Balen'', p. 159-160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
49. ''1684'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 113-116&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
50. ''Een vermelding voor Adeleine Hus in het Balense straatbeeld'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 117-123&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
51. Napoleon Daems, succesrijke ondernemer, katholieke persoonlijkheid, spilfiguur in het Turnhoutse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
artistiek-ambachtelijk milieu, in Taxandria, 2022, p. …&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
52. ''1684 (2)'', in ''Jaarboek 2023 Erfgoed Balen'', p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
53.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
V&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LEZINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1972&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Geels Geschiedkundig Genootschap. Lezing: &amp;amp;quot;Beeldhouwkunst in de Oosterkempen.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huy: XLIVe Congres van de Federatie van Kringen voor Geschiedenis en Oudheidkunde van België.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Nadere gegevens betreffende enkele beeldjes van O.-L.-Vrouw met Kind uit de tweede helft XVIIde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw, genaamd O.-L.-Vrouw van Loreto&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Rotary Club. Ter gelegenheid van het Rubens-jaar: spreekbeurt over &amp;amp;quot;Rubens en zijn tijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1981&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: &amp;amp;quot;Mechelse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondsculptuur in hout tijdens de Renaissanceperiode&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1982&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hasselt: Eerste Kongres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België. Lezing: &amp;amp;quot;Een andere visie op het geschil tussen Maria Faydherbe en de meesters-beeldhouwers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ambacht te Mechelen in 1632-1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1986&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: Kon. Oudheidkundige Kring Taxandria.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Heiligenverering en relieken in de Kempen&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuven: KUL colloquium “Merken Opmerken”. Lezing: &amp;amp;quot;Meestertekens van Mechelse beeldhouwers uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Renaissancetijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Het geschil van Maria Faydherbe met de beeldhouwers te Mechelen in 1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1992 Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kind Antwerpen, 2de kwart 17de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Antwerpen, Jaarvergadering van de Kamer voor geschiedenis en volkskunde: &amp;amp;quot;Bescherming van het roerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstpatrimonium&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1995 Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Een zilveren reliekhouder en altaarcarillon,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Lambertus Hannosset, 18de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Mechelen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: “Voorlopers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Lucas Faydherbe”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998 Turnhout Koninklijke Oudheidkundige Kring Taxandria: “Mechelse Renaissancesculptuur in hout en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
O.-L.-Vrouwebeeld uit de Sint-Theobalduskapel te Turnhout”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2020 Erfgoed Balen. Vierdaags seminarie over de vermeldingen van Balen in de achttiende-eeuwse archieven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; transcripties en interpretaties.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie over de vita en de verering van de H. Odrada, 25 mei en 1 juni Erfgoed Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie Erfgoed Balen: De oudste teksten over Balen-Scheps 1267-1268&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen</id>
		<title>Jaak Jansen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Jaak_Jansen"/>
				<updated>2025-07-04T12:50:27Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met '&amp;lt;/span&amp;gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt; CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt; Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt; Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat 12&amp;lt;br /&amp;gt; tel. 014/81.17.77&amp;lt;br...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;/span&amp;gt;JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
CURRICULUM VITAE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geb. Mol 3 januari 1939&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woonplaats: 2490 BALEN, Vaartstraat 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tel. 014/81.17.77&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Email: jaakjansen@skynet.be&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
DIPLOMA's:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1961 Regentaat Nederlands-Geschiedenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Provinciale Normaalschool Hasselt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966 Licentiaat Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rijksuniversiteit Gent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LOOPBAAN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1966-1967&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leraar Vrij Onderwijs Sint-Jozefscollege Beringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1967-1976 Occasioneel wetenschappelijk medewerker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976-1978 Attaché KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1978-1998 Assistent KIk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 april 1998 Werkleider KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1999-2003 departementshoofd departement documentatie KIK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
01-10-2003 op pensioen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
OPDRACHTEN:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de bedehuizen in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend kunstbezit van de OCMW's in de provincie Antwerpen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Voorbereiding van de restauratiedossiers in de provincie Antwerpen en Vlaams Brabant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Inventarisatie van het roerend bezit van abdijen en kloosters. Uitgevoerd in de abdijen van Averbode, Bornem,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Grimbergen, Tongerlo, Westmalle; in de kloosters van Antwerpen Jezuïeten O.-L.-Vrouwecollege, Antwerpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zusters Maricollen, Overijse Zusters van Overijse-Mechelen, Rillaar Gasthuiszusters, Tienen Grauwzusters,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout Zusters van het H. Graf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SPECIALISATIE:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse Renaissance-beeldhouwwerk in hout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
VORMING: Opleidingsinstituut van de Federale Overheid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1996 gevolgde cursus: De auteurswet.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
JAAK JANSEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
INVENTARISSEN.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
a. Fotorepertoria:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de periode 1967-1979 werd het kerkelijk meubilair van de provincie Antwerpen geïnventariseerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepubliceerd. Dit gebeurde in opdracht van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium, en in samenwerking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Cultuurdienst van de provincie Antwerpen: ''&amp;amp;quot;Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedehuizen. Provincie Antwerpen''.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1973&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Heist-op-den-Berg&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1975&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kontich&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Lier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mol&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Westerlo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Willebroek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Berchem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Borgerhout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Deurne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Merksem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Boom&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Brasschaat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Herentals&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Kapellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Turnhout II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zandhoven&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen I tot IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Antwerpen V tot VI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de provincie Antwerpen werd het fotorepertorium van de provincies Brabant en Oost-Vlaanderen afgewerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1979&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Asse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1980&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Haacht (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Leuven I en II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Vilvoorde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Wolvertem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Zaventem (prospectie Benoit Geukens +)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1983&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Halle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1984&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kanton Gent I&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
b. Monografieën:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het Kunstpatrimonium van het Begijnhof te Turnhout'', Turnhout, 1988, 144 pp. uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium te Brussel en Vrienden van het Begijnhof te Turnhout.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''De kunstschatten van het Torenmuseum te Mol'', Tessenderlo, 1988, 268 pp. uitgave Gemeentelijk Beiaardcomité&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol; co-auteurs H. Cilissen en F. Vos.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- ''Het kunstpatrimonium van het O.C.M.W. te Herentals'', Brussel-Herentals, 1992, 144 pp. uitgave Koninklijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Instituut v.h. Kunstpatrimonium te Brussel en O.C.M.W. Herentals.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Jaak Jansen en Herman Janssens, ''Beeldhouwwerk in de Abdij van Averbode'', uitgave Koninklijk Instituut v.h.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kunstpatrimonium te Brussel en Abdij van Averbode. Brussel-Averbode 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jaak Jansen en Christina Ceulemans, ''Inventaris van het roerend kunstpatrimonium van de Norbertijnenabdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tongerlo'', Brussel-Tongerlo, deel I 2006, deel 2 in voorbereiding.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Defever, herziene uitgave door Jaak Jansen, De Sint-Andrieskerk te Balen. Kerkgebouw en kunstbezit,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
licentiaatverhandeling door Jan Defever Akademiejaar 1974-1975, herziene uitgave gepubliceerd door Studium&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Generale, 202l.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
II&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
MEDEWERKING AAN NASLAGWERK&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Negentien kastelen van de provincie Antwerpen werden beschreven in het tweedelig verzamelwerk: ''Het groot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kastelenboek van België'', o.l.v. Fr. Génicot, Brussel, 1976-1977.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Het bouwkundig kerkelijk erfgoed in de Kempen werd beschreven: ''Kerken'', in ''Bouwkundig erfgoed in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kempens landschap'', Hoogstraten, 1995, p. 59-70.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Kamiel Mertens en Jaak Jansen, De Heilige Odrada van Balen. Verzameling van alle publicaties, 2 delen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Studium Generale VZW Balen, 2014.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
III TENTOONSTELLINGSCATALOGI&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij gelegenheid van de tentoonstelling en inventarisatie van het bezit van het Gasthuis- museum&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Geel werden door mij de schilderijen beschreven: ''Volkskundige Tentoonstelling in het Oude Gasthuis te Geel'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, 1969.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1969&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een beknopte beschrijvende inventaris van de kunstvoorwerpen in kerken en kapellen van de gemeente&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen werd gepubliceerd: ''Balen Oud - Balen Jong. Catalogus met bijzonderheden over Balen'', 1969, p. 28-34.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1971&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In samenwerking met wijlen de heer B. Geukens werd een regionale tentoonstelling ingericht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mol. Hier werden 29 beelden bij mekaar gebracht uit de kerken en kapellen van de omgeving. De tentoon-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stelling had een opvoedkundig opzet: stijlvergelijking, heiligenverering, historische achtergrond, herwaardering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het patrimonium: ''Oude Kerkelijke Beeldhouwkunst in de Oosterkempen'', Mol, 1971, 20 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onze medewerking verleenden wij aan de tentoonstelling te Brussel over beeldhouwkunst in de eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Rubens. Hierbij bespraken wij de werken van Jan Pieter Van Baurscheit de Oude (1669-1728): ''De beeld-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houwkunst in de eeuw van Rubens'', Brussel, 1977, p. 187-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1985&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij werkten mee aan de catalogus van een tentoonstelling te Ninove: ''De Premonstra- tenzerabdij''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''van Ninove (1137-1796)'', Ninove, 1985, nrs. 32, 42, 43, 46, 52, 53, 62.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij stelden de catalogus samen van een regionale tentoonstelling: ''De Heilige Odrada van Balen,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bouwstoffen voor de kunstgeschiedenis'', Balen, 1990, 56 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Beschrijving van het Sint-Jobretabel van Retie-Schoonbroek voor de tentoonstelling in de kathedraal te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: ''Antwerpse retabels 15de-16de eeuw'' , deel I, Antwerpen, 1993, nr. 16, p. 118-125.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Medewerking aan de tentoonstelling te Mechelen over ''Lucas Faydherbe Mechels beeldhouwer en architect&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1617-1997''; inleidende nota over de ''Voorlopers van Lucas Faydherbe''; verscheidene notities bij beelden nrs. 1 tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8, 69 tot 71.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2000 Overzichtstentoonstelling van de ambachtelijke productie van houten beeldhouwkunst tijdens de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Renaissancperiode: ''Mechels houtwerk in de eeuw van Keizer Karel V''. De tentoonstelling wordt georganiseerd in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kader van de Keizer Karel V- festiviteiten in ons land.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inleidende notities:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelse rondsculptuur in hout tijdens de Renaissance; studie van twee modellen; p. 11-45.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ambachtelijk karakter van de renaissancebeeldhouwkunst te Mechelen: de rolle van 1564, p. 47-59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Vermeldingen van Mechels renaissancebeeldhouwwerk in de literatuur, p. 99-119.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2012 Tentoonstellingsgids ''Sonnius Bisschop en Abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ’S-Hertogenbosch'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
IV&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ARTIKELS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. ''Een onbekend werk van Hiëronymus III Francken te Balen'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 11, 1969, p. 179-18O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. ''Nieuwe gegevens over het werk van Walter Pompe (17O3-1777)'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium'', 13, 1971-1972, p. 207-214.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. ''Het negentiende-eeuwse meubilair in de Sint-Catharinakerk te Sint-Katharina-Lombeek, geïdentificeerd door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het kerkarchief op de pastorij'', in ''De Brabantse Folklore'', 2O4, 1974, p. 393-401.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. ''Aantekeningen bij een regionale tentoonstelling van kerkelijk beeldhouwwerk te Mol'', in ''Noordgouw'', 14, 1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- 1/2, p. 1-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. ''Vijf nieuw-geïdentificeerde werken van de Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken (1637-1709)'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 16, 1976/1977, p. 84-95.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. ''Twee merkwaardige beeldjes van O.-L.-Vrouw van Loreto in de Kempen, nl. te Balen en te Lichtaart'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 49, 1977, p. 151-162.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. ''Drie onbekende beelden van Nicolaas Van der Veken (1637-17O9)'', in ''Handelingen van de Koninklijke Kring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen'', 80, 1981, p. 213-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. ''Identificatie van het zilverwerk van Lambertus Hannosset in de bedehuizen van de provincie Antwerpen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 19, 1982-1983, p. 34-51.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. ''Probleemstelling rond de datering en het auteurschap van het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Het merkteken van de Meester met de vijfpuntige ster op het beeld van O.-L.-Vrouw van Hanswijk'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Hanswijk 1000'', jg. 2, nr. 2, 1985, p. 6-10.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. ''Tinwerk van de Turnhoutse tinnegieters Van Gastel (1759-1830) te Geel, Meerhout en Herentals'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', nieuwe reeks 57, 1985, p.2O7-217.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. ''De produktie van het Turnhoutse beeldhouwersatelier van Hendrik Peeters-Divoort (1815-1869) voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Petrus en Pauluskerk te Mol'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 59, 1987, p. 1O7-111.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. ''Onderzoek van de beeldengroep van het Gasthuis te Geel, voorstellend &amp;amp;quot;De onthoofding van de H. Dimpna&amp;amp;quot;'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''Jaarboek Geels Geschiedkundig Genootschap'', 24, 1987, p. 8-16.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. ''Het authenticiteitsattest (1687) voor het beeldje van O.-L.-Vrouw van Loreto (1674) in de Sint-Andrieskerk te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 60, 1988, p. 246-254.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. ''Het geschil van Maria Faydherbe in 1632-1633, of de spanning tussen Renaissance- en Barokbeeldhouwkunst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te Mechelen'', in ''Bulletin van het Kon. Insituut voor het Kunstpatrimonium'', 22, 1988/89, p. 78-1O3.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. ''Nieuwe gegevens over het meubilair van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Mechelen'', in ''Handelingen Kon.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Oudheidkudige Kring... te Mechelen'', 94, 1991, p. 89-112.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. ''Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kijker'', 21, 1992, 7 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
17. ''De bouw van de Sint-Luciakapel te Rosselaar-Balen in 1663'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 65, 1993, pp. 71-91.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
18. ''Zorg voor het cultureel erfgoed. Roerend bezit'', in ''Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volkskunde'', 5, 1995, p. 220-226.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
19. ''Zilveren reliekhouder en altaarcarillon, 18de eeuw, Antwerpen, Lambertus Hannosset in het Museum Stel-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lingwerff-Waerdenhof'', in ''Kunst in de kijker'', 51, 1995, 8 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
20. ''Status qaestionis betreffende de Mechelse schrijnwerker-beeldhouwer Thomas Hazart (+1610) of de Meester&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Davidster'', in ''Bulletin van het Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 26, 1996, p. 119-161.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
21. ''Paneelmakersmerken (vanaf 1617) in Kempense verzamelingen en elders'', in ''Taxandria'', nieuwe reeks 80,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998, p. 5-38.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
22. ''Inventarisatie, het begin van een beschermingsbeleid voor het roerend kunstpatrimonium'', in ''Bulletin 50 jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium1999'', 2002, p.97- 1999.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
23. Ria De Boodt en Jaak Jansen, ''Het retabel van Oplinter. De moeilijke geschiedenis van het restauratiedossier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de negentiende eeuw'', in ''Scientia Artis'', 1, 1999, p. 133-166.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24. ''Merten Van Calster &amp;amp;quot;beldesnyder tot Mechelen&amp;amp;quot; ( ca 1570 - +1628),'' in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het Kunstpatrimonium, 28,'' 2002, p. 97-122.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
25. Jaak Jansen, Simonne Verfaille en Jana Sanyova, ''Onderzoek en behandeling van een gepolychromeerd beeld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Johanna van Frankrijk gebeeldhouwd door Nicolaas Van der Veken (1637-1709''), in ''Bulletin van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 29, 2003, p. 155-178.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
26. ''Het eigenbelang als verklarend leidmotief voor de aanwezigheid van ambachtelijke keurmerken op Brabants&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het bijzonder Mechels beeldsnijwerk'', in ''Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium'', 30,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2004, p. 267-284.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
27. ''Het verhaal van de restauratieplannen van beelden en schilderijen in de Sint-Gertrudiskerk te Vorst-Laakdal'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in ''De Klomp Contactblad van de Vrienden van het Museum V.Z.W. Heemkring Laakdal'', 12, 1, 2005, p. 15-27.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
28. ''De devotie tot de H. Odrada in de Kempen tijdens de 17de eeuw'', in ''Taxandria'', 78, 2006, p. 83-98.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
29. ''Muurschilderingen van 1896 door Oscar Algoezt (1862-1932) in de kapel van de grauwzusters te Tienen'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Museumstrip V.Z.W. vrienden leuvense musea'', 35, 1, 2008, p. 2-9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30. ''Het besloten hofke (ca. 1500) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2009 Erfgoed Balen'', 2009, p. 65-74&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(in samenwerking met dochter Leen Jansen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
31. ''Devotie tot de H. Odrada in de Antwerpse Kempen tijdens de 19de eeuw'', in ''Taxandria'', 82, 2010, p. 61-83.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
32. ''Restauratie van een biechtstoel in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2010 Erfgoed Balen'', p. 119-126.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
33. ''Het atelier van Hendrik Peeters-Divoort (°1815-+1868) en zijn productie'', in ''Taxandria'' 84, 2012, p. 111-164.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
34. ''Verdwenen kerkelijk kunstbezit'', in ''Jaarboek 2012 Erfgoed Balen'', p. 177-184.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
35. ''Het Sint Jobsretabelvan Schoonbroek (Retie): een status questionis'', in ''Bulletin Koninklijk Instituut voor het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kunstpatrimonium, 33 – 2009-2012'', Brussel 2013, p. 113-131.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
36. ''Over relieken en echtheidsattesten, in het bijzonder deze van de H. Odrada, vereerd te Balen en te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol-Milligem'', in ''Taxabndria,'' 85, 2013, p. 179-194.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
37. ''Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers in Balen'', in ''Jaarboek2013 Erfgoed Balen'', p. 27-41.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
38. ''Het beeld en het reliekschrijn van de H. Odrada van 1891'', in ''Jaarboek 2014 Erfgoed Balen'', p. 197-204.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39. Folder. ''Sint-Andrieskerk, Balen'', 2014, 27 pp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
40. ''Filip Lammekens en zijn sacramentstoren (15”§-1544) herontdekt in de abdij van Tongerlo'', in ''Taxandria,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2015, p. 215-276.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
41. ''Den Alcazar'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'', p. 137-139.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
42. ''De kerkfabriek van Sint-Andreas Balen verkocht twee schilderijen in 1907'', in ''Jaarboek 2015 Erfgoed Balen'',&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 141-148.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
43. ''De Broederschap van de heilige Odrada (1892)) in de Sint-Andrieskerk te Balen'', in ''Jaarboek 2017 Erfgoed&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen,'' p. 67-74.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
44. Jaak Jansen en Zuster Ilona Faes OSSJ, ''Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (ca. 1610) in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
priorij van de Zusters van het H. Graf te Tongerlo'', in Taxandria 91, 2019, p. 193-207.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
45. Staf Peeters en Jaak Jansen, ''De abdij van Averbode als tiendheffer in Balen tijdens de 17de en 18de eeuw'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Jaarboek 2019 Erfgoed Balen'', p. 58-87.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
46. ''De oude pastorij en zijn vest (1634-1635)'', in ''Jaarboek 2020 Erfgoed Balen'', p. 7-14.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
47. ''De pastorie van Messelbroek (1753-1757) door broeder-norbertijn Gregoire Godisar'', in ''Heemkundig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tijdschrift Heemkring Averbode'', 2020, ??,,,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
48. ''In memoriam Jef Hus'', in ''Jaarboek 2021 Erfgoed Balen'', p. 159-160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
49. ''1684'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 113-116&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
50. ''Een vermelding voor Adeleine Hus in het Balense straatbeeld'', in ''Jaarboek 2022 Erfgoed Balen'', p. 117-123&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
51. Napoleon Daems, succesrijke ondernemer, katholieke persoonlijkheid, spilfiguur in het Turnhoutse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
artistiek-ambachtelijk milieu, in Taxandria, 2022, p. …&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
52. ''1684 (2)'', in ''Jaarboek 2023 Erfgoed Balen'', p.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
53.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
V&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
LEZINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1972&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Geels Geschiedkundig Genootschap. Lezing: &amp;amp;quot;Beeldhouwkunst in de Oosterkempen.&amp;amp;quot;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1976&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Huy: XLIVe Congres van de Federatie van Kringen voor Geschiedenis en Oudheidkunde van België.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Nadere gegevens betreffende enkele beeldjes van O.-L.-Vrouw met Kind uit de tweede helft XVIIde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eeuw, genaamd O.-L.-Vrouw van Loreto&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1977&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: Rotary Club. Ter gelegenheid van het Rubens-jaar: spreekbeurt over &amp;amp;quot;Rubens en zijn tijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1981&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: &amp;amp;quot;Mechelse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rondsculptuur in hout tijdens de Renaissanceperiode&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1982&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hasselt: Eerste Kongres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België. Lezing: &amp;amp;quot;Een andere visie op het geschil tussen Maria Faydherbe en de meesters-beeldhouwers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ambacht te Mechelen in 1632-1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1986&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: Kon. Oudheidkundige Kring Taxandria.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Heiligenverering en relieken in de Kempen&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leuven: KUL colloquium “Merken Opmerken”. Lezing: &amp;amp;quot;Meestertekens van Mechelse beeldhouwers uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Renaissancetijd&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;7&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1990&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel, Kon. Instituut voor het Kunstpatrimonium.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lezing: &amp;amp;quot;Het geschil van Maria Faydherbe met de beeldhouwers te Mechelen in 1633&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1992 Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Schilderij van Onze-Lieve-Vrouw met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kind Antwerpen, 2de kwart 17de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1993 Antwerpen, Jaarvergadering van de Kamer voor geschiedenis en volkskunde: &amp;amp;quot;Bescherming van het roerend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kunstpatrimonium&amp;amp;quot;.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1995 Museum Stellingwerff-Waerdenhof. Kunst in de kijker: “Een zilveren reliekhouder en altaarcarillon,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen, Lambertus Hannosset, 18de eeuw”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1997 Mechelen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Lezing: “Voorlopers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Lucas Faydherbe”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1998 Turnhout Koninklijke Oudheidkundige Kring Taxandria: “Mechelse Renaissancesculptuur in hout en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
O.-L.-Vrouwebeeld uit de Sint-Theobalduskapel te Turnhout”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2020 Erfgoed Balen. Vierdaags seminarie over de vermeldingen van Balen in de achttiende-eeuwse archieven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; transcripties en interpretaties.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie over de vita en de verering van de H. Odrada, 25 mei en 1 juni Erfgoed Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2022 Seminarie Erfgoed Balen: De oudste teksten over Balen-Scheps 1267-1268&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Kunsterfgoed</id>
		<title>Kunsterfgoed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Kunsterfgoed"/>
				<updated>2025-07-04T12:49:11Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Test.png|miniatuur|links|[http://balat.kikirpa.be/doc/pdf/BIB_KIKIRPA_BUL_1976-1977_016_084-095.pdf%20 KIK-IRPA]]]&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze website maakt het mogelijk om wetenschappelijke onderzoek over kunst en erfgoed te publiceren op internet.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De hier verzamelde artikels en ruwe informatie zijn van de hand van '''[[Jaak Jansen]]''', tenzij anders vermeld.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Wij hopen dat u deze informatie kan gebruiken, maar verwachten dat u ook de nodige auteursrechten respecteert en verwijst naar deze website.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wil u jaak Jansen kunnen bereiken voor meer informatie? Dit is zijn e-mailadres: jaakjansen@skynet.be&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''&amp;lt;big&amp;gt;[[1. Inventarissen]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[2. Beeldhouwkunst - Mechels beeldhouwwerk]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[3. H. Odrada]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[4. Kempen (Balen - Mol - Geel - Retie)]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''[[5. Andere onderwerpen]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;/big&amp;gt;''&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)</id>
		<title>1684 (deel 4)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_4)"/>
				<updated>2025-07-04T12:48:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met '1684 (4 slot)&amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt; '''1747 De abt neemt maatregelen'''&amp;lt;br /&amp;gt; De betwistingen tussen de abdij van Averbode en de inwoners van Balen over de inning van de&amp;lt;br...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (4 slot)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1747 De abt neemt maatregelen'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De betwistingen tussen de abdij van Averbode en de inwoners van Balen over de inning van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden zouden blijven bestaan. GEBOERS1 meent dat die beeindigd werden in 1717 met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk maar dat is niet correct. Alleen voor de restauratie van de kerk kwam er schot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in de zaak maar de betwistingen en pesterijen bleven voortduren. De wringerijen bleven bestaan ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
al werden er soms verzoenende gebaren gesteld; deze gebaren veranderden niets aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondhouding. De Balenaars gunden het de abdij niet dat deze zich ging verrijken met de inning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tienden , de abdij deed alle moeite om hun previlegies te bestendigen en slechts weinig van hun&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengt afgeven. De abdij deed alle moeite om het tij te keren, meestal juridisch, soms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
diplomatisch. Zo vermeldden wij op het einde van vorig artikel de beslissing van de abt Simon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Braunman van Averbode om vanaf 1747 het inkomen van de Balense pastoor sterk te verminderen2 :&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Wij Simon, abt van Averbode, verklaren met dit huidige geschrift,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''ter wille van de twisten van de hedendaagse pastoor maar ook van zijn voorgangers,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''wij stellen dat de pastorele competentie uit onze thienden moet gelicht worden,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Om jaarlijks vijftien maten goed graan over te houden beginnende vanaf de thiende van''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''het jaar 1747 voor hem en voor zijn opvolgers, ten eeuwigen dage,.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''In vertrouwen heb ik dit geschrift met mijn handteken en mijn zegel versterkt .''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''F Simon abt van Averbode''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Abt Braunman ging dus de inkomsten van de dienstdoende pastoor in Balen erg inperken. Door deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing werd alleen de pastoor getroffen; aan de mogelijke inkomsten van de abdij werd niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geraakt. De abt ging het recht van de tiende-inning niet in vraag stellen. Hij bleef het gerecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inschakelen om zijn rechten te verdedigen die hij vroeger had gekregen en in de loop van de eeuwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
had uitgebreid. Ook al was hij tegemoet gekomen aan de Balenaren door zijn bijdragen tot de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk, de moeilijkheden bleven bestaan en de Balenaars probeerden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontsnappen aan hun verplichte bijdragen. Het is dan ook te verwonderen dat de abt enkele jaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeger (1742) in zijn dagboek een boodschap schreef die een eindpunt suggereerde in het conflict&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de Balenaren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1742 Finita lite contra Balenses'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''(1742 Het geschil met de Balenaars beëindigd)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de herfst van het jaar 1742 schrijft abt Braunman deze woorden3 in zijn dagboek en terzelfde tijd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betaalde hij advocaat Meester De Swert 250 gulden voor zijn tussenkomsten in dit aanslepend en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 A.GEBOERS, ''Geschiedenis van Balen'', Mechelen, (1907), p. 160.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 ''Parochiearchief Balen Sint-Andries /'' PAB283 /vertaling.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Abdijarchief Averbode Register 386, p. 146 verso&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertakkend proces. Een jaar tevoren, op 5 november 1741, had abt Braunman samen met de uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen herkomstige broeder Gregorius een bezoek gebracht aan Mol en Balen. Broeder Gregorius (&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
°1708-+1780 ) zou gedurende tietallen jaren de infrastructuurwerken van de abdij van Averbode&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beheren en controleren: nieuwbouw, herstellingen, restauraties, aan abdijgebouwen, abdijhoeven,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerken, abdijpastorieen, molens enz…. '''''' Dat de abt zelf Mol en Balen een bezoek bracht, is wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitzonderlijk te noemen. Vermoedelijk had het te maken met het probleem van het voortbestaan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal aan de ingang van het koor van de Balense Sint- Andrieskerk4. Dit stenen doksaal van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1502 was gemaakt door de Maastrichtse steenhouwer Koenraad van Tricht; het werd besteld door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode; het werd overgekocht door de kerkbestuurders van Balen in het jaar 1517, voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
130 gulden Brabants. Het was een prachtig gotish monument in mergelsteen van Maastricht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blauwe steen van Namen, met de afbeeldingen of beeldjes van de Salvator, de twaalf apostelen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Kerkvaders. In de achttiende eeuw was het monument in slechte staat zodat landdeken Swijsen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Mol een slecht advies gaf tijdens zijn visitatie van 1727. Volgens de deken was het doksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bouwvallig en vielen er stukken af; het was niet meer geschikt om er zangers op te plaatsen en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
belemmerde het zicht naar het koor; het werd gebruikt als graanzolder en dit veroorzaakte veel stof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bij de verzorging van het graan; er was bovendien een nieuw doksaal achter in de kerk. De deken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vroeg de afbraak van het monument; zoals in Mol en in Dessel was er geen koordoksaal vandoen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de dekenale visitatie van Swijsen deed het kerkbestuur in Balen moeite om het monument te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
redden. In 1728 werden er metselwerken uitgevoerd aan het koordoksaal en werden de twaalf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
apostelbeelden van het doksaal afgewassen en de achtergrond “geswert” (de beelden kregen een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschilderde zwarte achtergrond als decor). Het probleem van de afbraak bleef acuut en verdeelde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Balense parochie. Tijdens zijn bezoek aan Mol en Balen in 1741 heeft de abt een reddende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage willen leveren en schonk hij een (klein) altaar toegewijd aan de H. Odrada , om het te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen onder het koordoksaal. Door deze schenking hoopte de abt het koordoksaal te bewaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar ook de Balenaren voor zich te winnen en een einde stellen aan de onderlinge wrijvingen. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
jaren 1742-1743 werd het doksaal opnieuw gewit en we vragen ons af of toen ook een nieuw altaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de H. Odrada niet werd geplaatst. Dit altaar werd in Averbode vervaardigd door beeldhouwer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillan Houssart (°1710-+1753); hij was in die periode de uit Namen herkomstige beeldhouwer in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dienst van de abdij van Averbode. Het kunstwerk dat de Balenaren in bezit kregen was van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzondere kwaliteit. Het retabel was opgevat in Lodewijk XV-stijl en bevatte het beeld van de H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada met een liggend paard achter haar alsook twee reliefs met voorstellingen uit de vita: “ De H.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Odrada doet een bron ontspringen te Milligem”, en “Een ossenspan trekt de lijkkist van de H. Odrada&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naar Alem”. Onderaan was er een opening waarin de reliek van de H. Odrada kon geplaatst worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Feuillin Houssar(*1710 -+1753) was een Naams beeldhouwer die zijn opleiding kreeg bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeldhouwer-architect-ondernemer Bayar te Namen. Hij werd in 1734 aangeworven door de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode in functie van de verxd nieuwing van de oostvleugel van het abdijencomplex, onder de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
leiding van broeder Gregorius. Houssar maakte vermoedelijk de ontwerpen voor de nieuwe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
infrastructuur, hij ontwierp en beeldhouwde ook de bijzonder waardevolle, houten lambrisering en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitrusting van sacristie en kapittelzaal, nadien volgde deze van de bibliotheek. Later ontwierp hij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plannen en tekeningen van het nieuwe hoofdaltaar in de abdijkerk. Hij zou ook voor andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen ontwerpen maken en werk afleveren: een biechtstoel en decoratieve medaillons voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Amandskerk te Geel; decoratief werk voor de O.-L.-Vrouwekerk te Diest; drie altaren voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Over het koordoksaal zie T.J. GERRITS, ''Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet'', in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Taxandria'', Nieuwe Reeks, 39, 1967, in het bijzonder p. 155-157; zie ook Jan DEFEVER, ''Balen Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Inventaris van haar kunstbezit'', licentiaatsverhandeling KUL, 1974-1975, in het bijzonder p. 68-71; p. 239-244.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Sint-Eustachiuskerk te Zichem; een altaar van Sint-Odrada in de Sint-Andrieskerk te Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Opmerkelijk is dat hij voor het project in de kerk te Zichem samenwerkte met de Naamse firma van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bayar: het hoofdaltaar in marmer werd ontworpen door Houssar en gebeiteld in het atelier te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Namen en gemonteerd ter plaatse door het atelier Bayar. Houssar leefde en werkte in de abdij van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode; hij stierf er in het jaar 1753 en werd in de abdijkerk begraven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Cronaerts (1737-1747) van Balen en abt Braunman waren voorstander van het behoud van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het koordoksaal en hoopten het monument aan de ingang van het koor te bewaren. Door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schenking van het altaar van de H. Odrada hoopte de abt een nieuwe dimensie te geven aan het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koordoksaal maar terzelfde tijd hoopte hij hiermee de vijandelijke sfeer rond de tiende-ophaling te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontwapenen en de oude tradities van samenwerking te herstellen. Helaas zou deze reddingspoging&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet goed aflopen. In 1743 beval aartsbisschop Thomas Philip d’ Alsace een Balens referendum over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het behoud van het koordoksaal. Dit referendum werd met lichte voorsprong gewonnen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenstanders van het koordoksaal. Erger nog, volgens GEBOERS5 zouden in hetzelfde jaar 1743&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enkele onverlaten de Sint-Andrieskerk snachts binnengedrongen zijn en het koordoksaal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geattaqueerd hebben met stokken. In 1744 beval de aartsbisschop de afbraak van het monument.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het koordoksaal verdween en het altaar van de geliefde Balense heilige werd verplaatst naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
linker vieringskolom in de Sint-Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het optimisme van abt Braunman over het beeindigen van het geschil met de Balenaars dateerde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van juist voor de afbraak van het koordoksaal. Zijn optimisme was vermoedelijk ook te verklaren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de uitspraak van het Brusselse gerechtshof van dat jaar 1742 waarin de abt toelating kreeg om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de thienden te laten innen in Balen door acht beëdigde collecteurs, die moesten aangesteld worden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onder de Balense bevolking6; in de Brusselse uitspraak werden nog een paar andere verplichtingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgenomen ter verdediging van de abdij: zo moesten de op te halen garven egaal zijn en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afvoering van het veld moest gecontroleerd gebeuren. De collectie van de tienden werd in elk geval&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd. Het systeem zou tot op het einde van de achttiende eeuw blijven bestaan; het werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vermoedelijk door de Fransen overgenomen na de confiscatie van de abdijgoederen en abdijrechten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast deze collectioneurs werden er nog verscheidene andere Balenaars aangeworven om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiendenophaling tot een goed einde te brengen. Een overzicht van de onkosten in 1746 geeft een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beeld van de uitgebreidheid van de onderneming, alles samen voor meer dan 550 gulden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1746 Onkosten bij het ophalen der thienden (in gulden)7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-8 gezworenen (collectioneurs) aan 16-16-0 per persoon 134-80&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-werklieden : acht aan 10 ½ stuivers ….. 6 1/2 tot 11 dagen 39-2-1&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zevenentwintig …..2 tot 19 ½ dagen 158-13-3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 A. GEBOERS, o.c., p. 168.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Beëdigde controlleurs van het jaar 1744 waren Joseph De Hoof, Laurentius Verachten, JoannenWilleborts,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Josephus de Hoef, Peter Vermeulen. Jan Wilborts, Jan Dries, Laurentius Schoofs en JacobusThijs. In 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Laurentius Verachten, Joannen Willeborts, Josephus de Hoef, Petrus Vermeulen, Joannes de Bie, Joannes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andries, Laurentius Schoofs en Joannes Hendrickx.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-7 Erfgoed Balen, AAA 0039-0129 tot 124. Een metser verdiende toen 70 à 80 gulden per jaar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-voerders : vierentwintig aan 30 stuivers per dag 2 tot 6 ½ dagen apart betaald8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Hendrik Heuffels om koren te dorsen 21-7&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-andere onkosten o.a. huren van schuren voor het opgehaalde graan 69 - 3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abt moet bijzonder tevreden geweest zijn met de uitspraken in Brussel. Misschien was de abt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reeds langer op de hoogte over de gang van zaken in de gerechtelijke uitspraken. Alleszins is het om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die tijd dat hij aan de Sint-Andrieskerk een altaar van de H. Odrada zal ten geschenke aanbieden, te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatsen in het koordoksaal dat toen nog bestond aan de ingang van het koor. Bij de afbraak van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doksaal in 1744 werd het altaar tegen de noordwestelijke vieringpijler aangebracht; bij de bouw van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Odradakapel te Scheps in 1896 werd het altaar overgebracht naar kapel; bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratiewerken in de Sint-Andrieskerk in 1967 werd het retabel van het altaar door pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Draulans en restaurateur Pelckmans overgeplaatst naar het zijaltaar van O.-L.-Vrouw in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Of in het midden van de achttiende eeuw het geschil met de Balenaars helemaal opgelost was, valt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te betwijfelen. In 1750 noteerden men in de abdij de volgende maatregel die laat vermoeden dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weer ongeregeldheden waren ontstaan. “Eer wordt gepermiteert dat wij of ons thiendepagters van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen onze thienden graenen oft schooven, wettelijk verthiend, van ’t veld mogen haelen eer dat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eijgenaers hunne vrugten nog in hoopen geset hebben…”. De abdij pleitte ervoor (overeenkomstig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de uitspraken in Brussel) dat de tienden--granen eerst zouden van het veld gehaald worden voordat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de pachter zijn eigen oogst zou afhalen. De wrijvingen bleven bestaan. In 1754 betaalde de abt voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
advocatenadvies in verband met de tienden: “de 3 en 4 april en volgende dagen gereden ic en den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
secretaris naer Brussel voor advisen te vragen van verscheyde advocaten, verteert, met het geldt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegeven voor advisen over de thienden tot Balen saemen 17-07-0”. Of in 1758 13 november; “voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een request te presumeren teghens Balen verteert 25-02-01”. In 1761 probeert de abdij haar oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
privilege van vrijstelling van belastingen terug te krijgen namelijk voor de vrijstelling van de bede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(belasting) op geamortiseerde goederen. Anderzijds bleef de abdij op haar rechten staan en bleef zij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pogingen doen om haar gelijk te halen of te verantwoorden. Op het einde van de achttiende eeuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hanteerde men nog steeds de oude twaalfdelige indeling voor de verhuur van de percelen, er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twaalf “wagens ofte clampen”: 1. Biesakker 2. Biesakker ofte cleynen wagen 3. Biesakker ofte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grooten wagen 4. Muggenschot ofte Gerheyden 5. Idem 6. Idem 7. Olmschot ofte wintmolenvelt 8.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 9. Olmschot ofte Hulsterwagen 10. Leemcuyl ofte Eeghde 11. Leemcuyl ofte Boterwagen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Leemcuyl ofte Coolhof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toch moet er vastgesrteld worden dat er ondanks alle tegenwerkingen, processen en het gewring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ter plaatse de inning van de tienden was overeind gebleven. Al zou de abdij wat water bij de wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeten doen in verband met de bijdragen bij de bouw of de restauratie van de parochiekerken die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij bedienden en die gelegen waren in het inningsgebied. Het hele systeem van de tienden zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden overgenomen door de Franse Revolutie die alle goederen en voorrechten van de abdijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
confiskeerde. Alle gronden van de abdij werden eigendom van de overheid, de Franse Republiek zag&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het als een interessante vorm van belastingen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Vierentwintig Balense voermannen reden 101 dagen rond tegen 30 stuivers per dag; samen 3030 stuivers of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
151 gulden 10 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijlage&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brief van aartsbisschop Thomas-Philip d’ Alsace over de afbraak van het koordoksaal in de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-10038, p. 250-251.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Thomas Philippus door de Godts bermhertigheijdt der&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H Roomsche Kercke Priester cardinael d’ Alsace&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Boussu, Aertsbisschop van Mechelen, Promaet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Der Nederlanden etc etc en Apostolischen Gede-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Legeerden in het catholijck deel des Bisdoms&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van s’ Hertogenbosch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alsoo het ons toestaet, in de plaetsen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onse zorgen bevelen te voorzien, dat er binnen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kerken, dewelcke zijn het huys Godts ende het ta-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bernakel des Heeren met den mensch, niet onbe-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoorlyk nog onbetamelijck gezien en wordt tegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De grootste eerbiedigheydt, die men aen de Goddelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Majesteijt schuldig is; ende dat het noodeloos hoog-sael&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staende voor den hoogen Autaer in de kerke van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen onder het district van Geel seer vervallen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ende gebroken is; dat eenige bilden aen ’t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te vooren gestaen hebbende , zijn afgeworpen oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leelijck geschendt, tot spot ende schandael van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De naburige ketters aldaer dikmaels namentlijck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In dese tijden passerende; soo is ’t dat Wij, naer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rypelijck daer over te hebben beraeden, gehoort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Den seer eerw Heer Lantdeken, ende door hem&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Menigte der Parochianan, van des welcke het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meesten deel is voor het weg nemen van ‘t selve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hoog-sael; aenmerckt, dat er aen ons tot nu toe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T’ sedert ontrent een jaer herrewaerts, wanneer men&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hier over heeft begonst te handelen, geene goede&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Redenen of bequaeme middelen en zijn voorgehouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot het hermaecken van ’t selve; om voordere schan-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Daelen, opspraeken, oneerbiedigheijt ende zelfs su-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Perstitien te beletten, hebben geordonneert, gelyck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wij ordonneren bij desen aen de Heer Pastor ende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jegenwoordige kerkmeesters van Balen voor seijt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het selve Hoogsael sonder uijtstel teenemael te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Doen afbreken en wegnemen; ende de plaetse al-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Waer het selve is staende op het netste en bequaem-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ste, nogtans ten minsten koste te approprieren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naer den eijsch der choor en kercke; ende indien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Iemant daer tegen soude derven opkomen, dusda-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nige bij middelen van rechte, des noodt zijnde,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot de reden te brenghen. Aldus gedaen tot&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen den 6 augusti 1744&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(onder stond)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tho. Card. Aertsbisschop van Mechelen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(locus sigilli) ter ordonnantie van Syne Emin.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
M. Holvoet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Retabel van het Sint-Odrada-altaar; met beeld en reliek van de H. Odrada, met twee reliëfs:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De H. Odrada doet een bron ontspringen te Milligem en Een ossenkar brengt het lichaam van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
H. Odrada naar Alem, beeldhouwer Feuillin Houssar, 1741-1742, gemarmerd en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gepolychromeerd hout&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)</id>
		<title>1684 (deel 3)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_3)"/>
				<updated>2025-07-04T12:45:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met '1684 (3) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt; Na de uitspraak van de Raad van Brabant in 1701 was er niet veel verbeterd in de verhouding tussen&amp;lt;br /&amp;gt; de inwoners van Balen en de...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (3) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de uitspraak van de Raad van Brabant in 1701 was er niet veel verbeterd in de verhouding tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de inwoners van Balen en de abdij van Averbode. Er was wel een dak gekomen op de kerk maar dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen maakte het bedehuis niet opnieuw geschikt voor gebruik. Een nieuw zijaltaar van de HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus werd besteld maar eerst in 1729 zou het definitief afgewerkt zijn. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok werd wel gehangen in 1708 maar er was nog geen hoofdaltaar. En er was die&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voortdurende onvrede over de tiendeheffingen in Balen. De Balenaars waren misnoegd en gunden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het klooster de opbrengsten niet, ook al waren zij rechtmatige beheerders van de gronden Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
echter nog andere pijnpunten. Zo had de gemeente eenmaal 8000 gulden en een andermaal 7000&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden geleend bij de abdij; in ruil voor de verschuldigde intresten op deze kapitalen moest de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geen belastingen betalen (beden, twintigste penningen en andere lasten). Het dossier van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wederzijdse verplichtingen en verstandhoudingen zou hierdoor worden verzwaard. De wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzoeken en eisen bleven niet achterwege. Zo kreeg pastoor Swaens op 10 oktober 1710 een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deurwaarder op bezoek omdat hij zijn belastingsplicht niet zou hebben voldaan in verband met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwakkeltiende1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Overeenkomst van 24 september 1715&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1712 stuurde pastoor Swaens een brief naar de abt van Averbode om te vragen wat hij moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doen. De inwoners van Balen hadden aangedrongen om in opdracht van de pastoor het koor van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk te restaureren en weer bruikbaar te maken voor de eredienst. De kerkmeesters beweerden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij zelf zich hiermee niet moesten bemoeien; de restauratie van het koor was een opdracht voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor en voor de abdij. De abdij maande de pastoor aan tot voorzichtigheid en wilde eerst een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak van het gerecht afwachten. De pastoor liet toch de eerste herstellingen uitvoeren in 1714.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij betaalde glazenmaker Norbertus Basiaers (Bayar?) uit voor het witten van het koor en het herstel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het glas2.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1715 werd er echter een serieus akkoord gesloten tussen Eerwaarde Heer Kamerling Quaetpers,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolmachtigde van de abdij, en anderzijds de schepenen en burgemeesters van Balen. Vooreerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd afgesproken dat binnen de twee jaren de welfsels van de middenbeuk en de kruisbeuk zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hermaakt worden op kosten van de abdij. De gemeente zou zorgen voor het vervoer van alle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
materialen alsook voor het hout voor stellingen en de formelen3; de kosten voor de ijzeren balken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zouden worden gedeeld. Dit alles gebeurde in overeenkomst met de uitspraak van de Raad van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brabant in 1701. Verder werd een nieuwe overeenkomst gemaakt over de interesten van de vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontleende kapitalen. De kwijtscheldingen van belastingen werden afgeschaft en vervangen door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeente te betalen interesten op het overblijvend kapitaal.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De overeenkomst zou correct worden uitgevoerd. De werfsels in de kerk werden uitgevoerd en in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
westertoren werd de afsluitdatum 1717 in het gewelf aangebracht. Vanaf 1719 werden er weer&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
offergeld genoteerd in een offerboek. Blijkbaar werden de religieuse diensten in de kerk hervat en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hernam het kerkelijk leven in het dorp, na vijfendertig jaar gekibbel. Het was echter niet het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
eindstation voor de wrijvingen tussen Balen en Averbode over de inning van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Erfgoed Balen AAA 10038. 0204&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 AA?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Formeel: houten ondersteuning bij de bouw van gewelven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ongeregeldheden der pachters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Misschien gebeurden er reeds voor de brand van 1684 allerlei ongeregeldheden dat is mogelijk; in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij-archieven vonden wij daar geen sporen van. Vanaf 1684 zien wij overal deugnieterijen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opduiken tot nadeel van de tiendeheffer, de abdij. In 1684 en 1685 weigerden de Balenaars de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gehele tienden-opbrengst af te dragen aan de abdii! Waar is die opbrengst dan gebleven; een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedeelte werd zeker gebruikt voor het eerste, voorlopig herstel van de kerk; hoe het geld verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd is niet geweten. Hoeveel er als eigen gewin op zak werd gestoken werd ook niet genoteerd; en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dan werd het weer moeilijk om dat officieel te recupereren. Jaar na jaar werden er ongeregeldheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld. Het vertrouwen tussen de abdij en de pachters was beneden alles. In de loop van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
achttiende eeuw zouden er regelmatig ongeregeldheden voorkomen en de Balenaars-huurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren bijzondere tegenwringers. De pachters haalden het onderste uit de kan en zetten voortdurend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij voor schut.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Jan Hinnolet, Hendrik Cuypers, Joachim Vos en Peter Wuyts, helpers van de abdij, hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vastgesteld dat er op het veld van Wilbert Grobben koren was opgezet na zonsondergang. Smorgens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden er 19 hopen geteld van elk 15-16 schoven, maar er waren geen tiende-schoven bij. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven werden met een bijzonder teken gemarkeerd: een bijzondere wrong. De tiende-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schoven of geleggen van de abdij waren vergeten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Monsus en Adrianus Huybrechts, van Meerhout, stelden in opdracht van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
provisor van de abdij vast dat bij Peeter Goossens op een perceel van de Biesakker de 19 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de tiende veel kleiner waren dan de andere hopen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij weduwe Cornelis Mertens werd een vergelijking gemaakt tussen de tiendeopbrengst (het aantal&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geleggen met een tiende-wrong) en de totale opbrengst van de pachter. De tiendeopbrengst had&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dubbel zo groot moeten geweest zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Dingene werden slechts 20 hopen haver met een wrong aangetroffen terwijl het er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
30 moesten zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Peter Goossens op de Biesakker telde men 389 schoven of geleggen en slechts 17 voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
thiende. Niet één op tien maar één op drieëntwintig.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Deins thuis werden 215 ontvreemde geleggen met een thiendewrong gevonden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Uit de thiende-geleggen werden de beste korenaren weg geplukt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Jan Baptist Willekens op het Molenveld vond men 226 geleggen en slechts 15 thiende-geleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die maar half zo dik waren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Bij Guilliam Van Hemel waren de thiende-geleggen omver gegooid en half opgegeten door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schapen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Wilboort Grobben had na zonsondergang nog hopen opgezet terwijl dit verboden was ter wille van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de controle.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Paulus Cruysberghs waren er geleggen haver gestolen. Hij wist nergens van. Het was “buyten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
synen wil”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Controleurs Peeter Baenens en Peter Wuyts en rentmeester Franciscus hadden ‘smorgens nog de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeschoven zien staen op het veld en ‘snamiddags waren ze verdwenen met de andere geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;-Bij Peeter Neels werd er veel vuiligheid aangetroffen op de tiende-geleggen. Voor zonsopgang was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alles opgezet in 9 hopen van 24-25 hopen of geleggen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Getuigen verklaren aan provisor Ververs dat zij op 27 augustus savonds het koren hebben zien ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aarde liggen bij Jan Baptist Cornelis en smorgens voor zonsopgang was alles opgezet in 9 hopen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
24-25 schoven of geleggen; de tiendegeleggen waren in verre na niet zo groot als de andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Jan Baptist Willekens op ’t Molenveld waren de tiende-geleggen maar half zo dik als de ander.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat was ook het geval bij weduwe Cornelis Mertens, bij Jan Claes, bij Peter Vekemans ……….&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Bij Margo Emmers van Schoor werd er in de geleggen van de abdij veel “quaet groen” aangetroffen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat aan de zijkant van het veld als onkruid opgroeide.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-Soms werd er gevochten; er was “handgemeen” tussen de controleurs en de pachters.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij en de provisor hadden het moeilijk en zochten antwoorden op deze spitsvondigheden van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bedrog en ontduiking. Via afspraken en ordonnanties trachten zij de tiende-inning weer onder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
controle te krijgen. Het verbod om na zonsondergang nog te werken is er een voorbeeld van. Ook de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslissing om voortaan de elfde hoop te nemen als tiende-bijdrage zal wel in die lijn liggen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
foeteraars te slim af te zijn. De abdij wantrouwde de plaatselijke pachters en bracht eigen werkvolk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mee om te controleren. Soms deed de abdij beroep op officiëlen van Meerhout (schout en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schepenen) om de controle degelijk te maken. Een tijdje heeft de abdij beroep gedaan op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeentebestuur van Balen om de afwikkeling van de tiendenophalingen uit te voeren maar dat was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toch ook niet het beste voorstel. Een andermaal werd er, zoals we vroeger reeds zagen, Balenaars&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangeworven als beëdigde controleurs verantwoordelijk voor een gedeelte van de tiendeverdeling&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(gesworen thiendestekers). Het wees er allemaal op dat het systeem van de tiendeheffing stilaan was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitgehold en niet meer werd geaccepteerd door de pachters. Eenzelfde sfeer was er vaak te merken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in andere dorpen waar de abdij tiendeheffer was. Het Ancien Regime liep stilaan ten einde. Het zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn beslag krijgen met de Franse Revolutie toen de heffingen werden afgeschaft door de Franse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Anderzijds was de restauratie na de kerkbrand stilaan tot een einde gebracht. We wezen er reeds op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat vanaf 1719 de kerkelijke diensten hernomen werden. In 1719-1720 werden de twee zijaltaren in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kruisbeuk gemarmerd en afgewerkt. In 1725 werd door de abdij een hoofdaltaar geplaatst in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
koor; hierop werd het wapenschild van abt Van der Steghen aangebracht4.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij zocht ook naar oplossingen of andere formules om dit economisch systeen draaiende te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houden. Zo trof de abdij nieuwe maatregelen in de verloning van de pastoor waardoor men de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moeilijke verhoudingen trachtte te normaliseren. Een vergelijking hierbij maken is wel eens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
interessant. In 1720 noteerde pastoor Swaens zijn royale inkomsten van tienden en diensten als&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor van Balen; interessant is ook dat hij hierbij de lijst voegt van de uitgaven die hij had gehad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zegt iets over de toenmalige levensstijl als pastoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1720&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
COMPUTUS (rekening) PASTORIS IN BALEN Ao 1720 JULY 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed Balen 511-9998-136-10038- p 0367 en 0368&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Bewoon ende cultivere ick / huys, hof, graghten en struycken / ende lant twee mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Dit altaar werd rond 1893 vervangen door een stenen, neogotisch altaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2. Oude pastorie goet tot sceps / het lant verhuyrt aen jan / Gooskens voor vijf mud coren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee mud gerst. / Het eusel over de beke / aen Merten Kemps voor / twee pistolen. / Den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
middelst bempt brengt aen / Giel Vreys ende Jan Dries / voor twelf gulden. / Den achtersten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bempt aen Jan Heylen en Geraert de Bie voor twintig gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Den halven Levrouwe bempt / aen Peter van Gennep voor / twelf gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Het block op Holsterbergh aen / Paulus Vandersande voor / dry mud coren een halve / mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
boeckweye.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Uyt de grote thiende ses en / vertigh mud coren ses mud haver / twee mud gerst een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mud / boeckweye ende twelf pata / cons in gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. De heyesthiende aen de borge / meysters van ommelbergh en / schoer voor negen mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
coren/&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Het bemdeken voor de pastorie / winnen wij selve /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Den viver in de Heyde aen den / secretaris van Ham voor de / helfte van de vissen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9. Het vierden deel van den trock / heeft twee jaer droog gelegen / ende twee jaer de vissen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verloren/ door droogte en hoog water&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10. Van de lammerthiende een pistool&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
11. Van ons Levrouwe misse de / hoeve aen peter Sas voor / twee pistolen. / Rhentgelt debent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dries Claes dry gulden Hn Ramakers drie syntse goris vyfthien stuyvers / Oppels thien royen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aen Marie Oyen / voor dry shellingen missa corens 27 - 8&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
12. Missa SS triinitatis twee en veertigh / patacons sijn aen ons afgeleyt van / Ariaen Vermeert,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nogh niet uytgeset&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
13. Missae Stae Annae de Levrouwemeysters / thien gulden Willem Heyns eenen / patacon rest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
acht jaeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
14. Missa Stae Barbarae Catlyn Joos / ses gulden vijf stuyvers / De visbeek derthien gulden Hend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vervee. Het cleen bemdeken te Scheps / Hendrick Vreys voor een pistool.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
15. Van jaergetyden de kerckmeysters / twintigh en vier gulden sestien / stuyvers : De Heylege&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geest meysters elf gulden / seventhien tuyvers. De Levrouwe meysters twee gulden /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
derthien stuyvers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
16. Van begrafenissen op den kerckhof / sesthien stuyver in de kerck / dry gulden thien stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van berighten vyf oft tweeen en / een halve stuyver sondaghs gebet een scelle / van trouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee scellingen / met dispensatie vier scellingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uytgeve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Aght gulden aen de kerck voor Averbode / Van S Barbara beneficie de beden / seven aght oft&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
negen ieder bede / ad eenen gulden vijfthien stuyvers / acht myten / Van Oyen bempt ieder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bede vijf / stuyver ses myten / van oppels thien Royen 2 oort / corbeyen cijns een oort&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Alle thien dagen een halve mud / coren om te backen 18 mud 2 halster&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Alle thien dagen een thon biers / facit 36 tonnen een halve waer / van twee gulden impost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ende/ consumptie Diester bier nogh / van vraght eenen halven patacon / facit ten minsten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
taghentigh / gulden quaet gelt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Aen wijn een heme? Ende een halve&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Aen reparatie van ons huys wel vijftigh gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. Aen werckvolck wel seventigh / gulden en den cost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7. Aen vers vlees vis ende gesou / ten boter etc wel dry hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8. Aen lijnwat cleeren cousen scoenen huysraet etc / oock meer als hondert gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Debita passiva&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;1. Aen Peter Smits Bob Deschel / negen ellen laken ad twelf / schellingen de elle /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Aen Gerit Hendericks tot / Aeken een halve ton wijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Activa&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De gemynte van t jaer 19 drieen / veertigh gulden achtien stuyvers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Hendrick Vreys broeck huer / negen gul. En eenige stuyver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Peter Belmans twelf gulden / eenen halve moet corten syn baggeren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Dries Claes ses gulden de andere / moeten rekenen in numero /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Hendrick Jansen vier gulden./ Ick hebbe geen gelt paratis / als het capitael nummer 12&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgelijt. / Onsen Heer proviseur debet / twelf patacons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Ick hebbe dit jaer gecoght twee / silvere lepels ende forvietten / soo datter samen acht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
lepels ende / forvietten syn eenen tantcuter een paer gespen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Drie dousynen telleuren / vijf en twintigh scotels groot en / klein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Copere ende ijser servys genogh / ick hebbe cortelingh geset een / fornys om een ofte twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tonnen / te brouwenin in den somer / cost ons ontrent twelf patacons /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Servetten thien dousynen / ammelaken slaeplakens hant / doeken naer proportie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Acht bedden met sijn toebehoor / sleghten reght / ick geve aen ons meysen die ons / dient&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
per jaer achtentwintigh / gulden. Drie hemden twee grove / voorschoyen die sy selve spint /&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ick hebbe aent huys doen maken / negen vensters en doen verven / ita pauper ego sum et in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
laboribus a juventute mea (zo arm ben ik en zo werk ik vanaf mijn jeugdjaren)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ita esse testor (ik getuig dat dit de waarheid alle is)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fr bernardus swaens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastor in balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bovenstaand verslag van pastoor Swaens van Balen illustreertde duidelijk dat de verloning van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn functie in de parochie van Sint-Andries heel bevredigd mocht genoemd worden qua inkomsten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het was dan ook een gegeerde functie bij de paters van Averbode. Het zou echter stilaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doordringen tot de bestuurders dat de limieten moesten worden ingeperkt. Toch zou het tot 1746&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
duren eer er vanuit de abdij een duidelijk antwoord kwam. Toen besliste abt Simon Braunman (1736-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1747) dat er ter wille van de vele betwistingen (“propter quaerellas”) voortaan pastorale inkomens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit de thienden zouden worden verwijderd en vervangen worden door een inkomen van 15 mud&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
goed koren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 1 : Het gewelf in de zuidelijke kruisbeuk van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk 1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeelding 2 : Het gewelf in de middenbeuk van de Sint-Andrieskerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1715-1717 (Foto Erfgoed Balen)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)</id>
		<title>1684 (deel 2)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/1684_(deel_2)"/>
				<updated>2025-07-04T12:43:54Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met '1684 (2) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt; In vorig jaarboek maakten we kennis met de meningsverschillen tussen de inwoners van Balen en de&amp;lt;br /&amp;gt; abdij van Averbode. Het ging...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;1684 (2) door Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In vorig jaarboek maakten we kennis met de meningsverschillen tussen de inwoners van Balen en de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij van Averbode. Het ging over de tienden in Balen en over de bijdragen in de restauratie-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onkosten van de kerk na de brand van 1684. Het ging er soms hard aan toe en pastoor Cornelis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zantkers (1683-1694) had zich al eens in zijne koffie verslikt van ‘t verschieten1. Toch werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onmiddellijk in de volgende jaren dringende beschermingswerken uitgevoerd; balken voor een nieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gebinte werden besteld, tienduizenden leien werden aangevoerd, het dak werd hersteld zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerk en zijn inboedel niet open lag voor weer en wind. In de abdij van Averbode is een grondplan van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Sint-Andrieskerk uit die tijd bewaard, waarop de sterk getroffen zones zijn aangeduid namelijk de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zuidelijke kruisbeuk “S. Cosmas en Damianus niet gewelf”, en de middenbeuk “zonder welfsel door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
den brand ingevallen”. Het plan dateert dus van na 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Over de centenkwestie zaten de problemen muurvast. Het Balens bestuur, die van Balen, wilden dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij verplicht zou bijdragen in de onkosten, vermits het klooster zoveel inkomsten in Balen wist&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg te halen met de opbrengsten van de tienden. De abdij was overtuigd dat zij helemaal geen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verplichtingen had op dat vlak; de Balense gemeenschap had de kerk gebouwd en gefinancierd, niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij. Het dorp was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van de kerk. Als de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hier een bijdrage had geleverd was dat puur uit vrijgevigheid en vriendschap. Alleen voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
godsdienstige bediening hadden zij aanvaard de pastoor te leveren. De pastoor kreeg een gedeelte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de tienden en de abdij zorgde ter plaatse voor de huisvesting van de pastoor en zijn&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers. Er werd veel gepallaverd, geroddeld en gefoeterd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conditien van verpachten in 1689 en later&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aanvankelijk waren de tienden een vorm van inkomsten om de geestelijken, inwoners van kloosters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
of abdij, een voortbestaan te verzekeren. Zo was het begonnen in de hoge middeleeuwen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid, de bestuurders en andere eigenaars schonken hiervoor gronden en andere vormen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inkomen aan kloosters en geestelijken. Aanvankelijk bewerkten de kloosterlingen de gekregen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gronden zelf maar later werden ze verhuurd en gingen ze opbrengsten leveren in oogstproducten of&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geld. Dit is een simpele uitleg voor het ontstaan van de tienden. Mettertijd zou het bezit van de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aangroeien en tot een apart economisch systeem uitgroeien en de slinger zou stilaan doorslaan naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overschot en rijkdom. Dat was alleszins het gevoel dat de Balenaars hadden in het tiendengebeuren,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wanneer zij het over de bijdragen tot herstel hadden voor hun beschadigde kerk.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de praktijk was het systeem van de tienden wel wat ingewikkelder. Zo waren er grote tienden en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kleine tienden. De grote tienden golden voor graangewassen: tarwe, rogge, spelt, boekweit, haver;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kleine tienden voor andere gewassen zoals bonen, wortelen, klaver of andere voortbrengselen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook voor het houden van vee op abdijgrond gold eenzelfde regel. Soms werd de jaarlijkse verhuur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van kavels uitgedrukt in geld; meestal werd de verhuur uitgedrukt in opbrengst: één tiende van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengst ging naar de verhuurder, naar het klooster, naar de abdij. In de praktijk werd de regel voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de graantienden toegepast door de opbrengst van elke tiende (soms elfde) hoop geleggen op het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Het was pastoor Zantkers (aldus Floris PRIMS) die de dreigbrief aan het hek van de pastorie vond en niet zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvolger Kimps, aldus Floris PRIMS. GEBOERS vermeld pastoor Lauwers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
veld aan de abdij te geven. Dat was de algemene regel. Die hoop geleggen kreeg op het veld een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder teken (een wrong) zodat hij herkenbaar was; hij werd apart opgehaald en verwerkt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mettertijd zou het systeem ingewikkelder worden: reglementen werden verfijnd om misbruiken te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voorkomen; soms werd er commerce gedaan om meer inkomsten te verzamelen. In 1689, vijf jaar na&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de brand, sloot provisor Aertsnijs van Averbode een akkoord af met verscheidene Balenaren-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachters over de verhuur van de tiendekavels en het verzamelen-collecteren van de tienden in Balen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast de opbrengst die rechtstreeks naar Averbode ging, werden er echter nog andere voorwaarden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld : 1. Aan de pastoor kwamen drie mudden2 koren toe, vier karren turf , een pattacon en een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hoeveelheid stro; 2. Aan de provisor drie patacons3 en dertig stuivers dienaarsgeld; 3. Achttien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bibliotheekgeld. De huurder zou verder een borg moeten betalen binnen de vierentwintig uur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
na de toewijzing van de kavels. Verdere voorwaarden in het akkoord handelden over de waarborgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de verhuurder, de kwaliteit van het graan, de afslagregeling (minder leveren) bij calamiteiten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zoals onweer, hagelslag of misoogst. Op het einde van het akkoord werden de verschillende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
medewerkers vermeld en hun respectievelijke zones waarvoor ze verantwoordelijk waren en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mogelijk als collecteurs optraden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackelthiende: aan Joannes Verstryden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 1 aan Laureys Verachten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 2 aan Paulus Kerstens en Cornelis Kenens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Biesacker 3 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 1 aan Paulus Belmans&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 2 aan Peter Geuens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Muggenschot 3 aan Lenaert Delien&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 1 aan Jan Zels en Jan Claes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 2 aan Jaén Swinnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmschot 3 aan Willem Zels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 1 aan Peter Joos&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 2 (De boterwagen) aan Joris Verhaegen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leemkuyl 3 aan Adrianus Van Mierde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo werd er in het jaar 1689 en nadien verpacht en onderhandeld. De abdij werkte met plaatselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
collectioneurs die 13 groepen kavels tot hun bevoegdheid rekenden. Sinds het onderzoek van Staf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Peeters4 kunnen wij de verschillende afzonderlijke kavels (37 in getal) situeren op de kaart van Balen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 37 kavels zijn ondergebracht in deze verschillende groepen. Later op het jaar werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten , de tienden door de collectioneurs verzameld bij de pachters; het graan werd gedorst,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Mud= ca 100 liter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Patacon = ca 50 stuivers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Zie Jaarboek 18 (2019).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verzameld en later afgevoerd naar Averbode. Dat liep niet altijd van een leien dakje. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gegromd en geroddeld over de voorwaarden en de opbrengsten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijks opbrengst van de tienden was aanzienlijk in de gemeente Balen. In het abdijarchief van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de periode 1777-1787 werden de tienden en de inkomsten als ’t volgt genoteerd in halster (= ca 53&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liter of ca 60 kgr5) samen met de financiële tegenwaarde in gulden van die tijd6:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“jaerelijckseche publique verpachtinge”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Koren 3622 halsters of 4392 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Boekweit 380 halster of 418 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Haver 48 halster of 45 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gerst 16 halster of 23 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Quackel-tiendeke 15 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tiendeke onder Hulsen 10 gulden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De jaarlijkse opbrengst voor de abdij was dus aanzienlijk. Anderzijds was de abdij ook verplicht van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpslasten te betalen: zoals beden of de twintigste penningen. In de abdijarchieven stond er voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de belastingen van 1756 een bedrag genoteerd: 910 gulden 8 stuijvers, 2 mijten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verzet van de miscontenten in december 1698&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de maand december van het jaar 1698 gebeurden er verscheidene accidenten die de verbitterde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sfeer tussen de verschillende partijen weergaf. Op 7 december had de pastoor van Balen nog een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brief gestuurd naar de abdij van Averbode om te zeggen dat die van Balen niet bereid waren om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden naar Averbode te vervoeren omdat er in Meerhout een kar was overvallen geworden die op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weg was naar Diest. Volgens den drossart van Meerhout was dat echter vals nieuws en was dat een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“abues”. In elk geval had de pastoor reeds duidelijk gemaakt dat er onrust was in Balen, de abdij was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gewaarschuwd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De provisor Bartholijns van Averbode zou zijn voorzorgen nemen en op 16 december 1698 kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanuit Brussel Arnout Simonart in de vroegte aan in de abdij; Simonart was “bode van sijne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Conincklijcke Majesteit”. De abdij had deze hoge ambtenaar uitgenodigd om mee naar Balen te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
trekken, om op die manier de eisen van het octrooi van de tienden meer officiële kracht bij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brengen. Tesamen reden de provisor en de bode naar Balen ten huize van de pastoor waar ze gingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overnachten. De volgende morgen werd de mis gevolgd in de Sint-Andrieskerk en na een stevig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontbijt in de pastorie waren ze klaar om te vertrekken naar Averbode met drie karren geladen met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zes mudden7 koren. De dorpsoverheid was verwittigd over het gewettigde vervoer en ook de hogere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overheid had hiervoor toelating verleend. Zij waren met zijn zessen: de provisor, de bode des&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
konings, een pachter van de abdij van Averbode en drie voerlui. Klaar voor vertrek. Van in het begin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
liep het fout. Bij het vertrek begon onmiddellijk van alle kanten hoorngeschal te weerklinken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens de provisor in zijn verslag was dit lawaaierig getoeter herkomstig van &amp;amp;quot;het popelasse oft Jan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Aldus Marena Grobben in een vorig jaarboek 2221, p. 59.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Een jaarwedde van een metser bedroeg 70-80 gulden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
7 Mud= 100 liter (Verschueren).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hagel”. Dat bleef zo duren tot in Rosselaar waar een groep van een twintig mannen en vrouwen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
joelend de weg versperden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ontrent de twintigh, maer meestendeeld gewapende mannen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hebben de eerste karre met graen gelaeden geattakeert waerop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Heer Provisor bij loopende, heeft aen dezen hoop gevraeght&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wat sij waren begherende…”.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er werd geschreeuwd en geroepen. De provisor was woedend en moest verantwoording afleggen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voor het bezit en meenemen van al dat tiendengraan. Hij stond hen mondeling te woord maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weigerde een oorspronkelijk octrooidocument ter inzage te geven omdat hij angst had dat hij het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
niet meer zou terugzien. Er werd gedreigd, geroepen en gescholden. De provisor werd van de kar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getrokken en zijn kleren werden gescheurd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“Twee sterke vrouwen met den armen pershende, drygende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Te slaen, int haer te vligen, crabben in het aensichte… “&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook de voerlui werden dooreen geschud en de huid volgescholden ”hare noemende papekusken”. Er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd geen betere oplossing voorzien dan terug te keren naar het dorp en de pastorie vanwaar ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekomen waren. Er waren duidelijk meningsverschillen over het tiendenbeheer en de wederzijdse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rechten. De Balenaars verdroegen het niet dat de abdij zich op die manier verrijkte. De menings-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschillen zouden zich kristaliseren in het restauratiedossier van de kerk. De meningen over rechten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en plichten waren erg verdeeld. Hiervoor gingen beide partijen beroep doen op een gerechtelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uitspraak door de Raad van Brabant. De Raad van Brabant of souvereine Justitieraad van Brabant was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de hoogste gerechtelijke orgaan in de Oostenrijkse Nederlanden; de Raad zetelde te Brussel. Zowel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gemeente als de abdij zouden requesten indienen en een uitspraak willen van dit gerechtelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
orgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701 Uitspraak door de Raad van Brabant&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 30 juni 1701 werd er een vonnis8 geveld over de restauratie van de Sint-Andrieskerk. Er waren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee partijen: de prelaat en de conventualen enerzijds (supplianten), de Regeerders en gemeyne&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingesetenen van Balen anderzjds (rescribenten). De Souvereine Raad schetste eerst het probleem en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de voorgeschiedenis. Door de schuld van de inwoners van Balen was er brand ontstaan in het dorp;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de huizen van de Markt branden af en ook de kerk liep zeer zware schade op. De dorpelingen hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderling beraamd (“in een monopoliale beslissing”) om de abdij te betrekken bij de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken van de kerk in zoverre dat zij een resolutie hadden aangenomen om de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opbrengsten van de tienden hiervoor te gebruiken, totdat het herstel was afgewerkt. Zo werd er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gedurende drie jaren effectief gewerkt. Daarna zouden de tienden gestolen geweest zijn. Toen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
beslist om het geschil voor het gerecht te brengen. De abdij wilde zich neerleggen bij de uitspraak&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van hogerhand. Indien de abdij gelijk kreeg was ze zelfs bereid om daarna nog een “liberale aelmoes”&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
te geven voor het herstel van de kerk. Ondertussen waren de eerste herstellingen gebeurd en werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
8 Erfgoedarchief 511-9998-138-00005-0073&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de 50/50-regel toegepast. De Balenaars eisten bijdragen in de herstelkosten van koor en kerk alsook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een tiendeklok op kosten van Averbode, en tenslotte vrijwaring van proceskosten. Reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren er in die geest verzoeken en klachten bij de Raad van Brabant binnengekomen zowel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren als van de abdij: 8 juni 1687, 2 september 1694, 9 juli 1700, 7 october 1700, 21 maart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1701, 28 maart 1701…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu volgde de uitspraak van de Raad van Brabant:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. De restauratie van de kerk moest uitgevoerd worden met de volgende drie middelen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de overschotten van de jaarlijkse inkomsten van de kerkfabriek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-het inkomen van twee jaren tienden van de abdij; verdeling volgens het plakaat van 28 maart 1611&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-de collecten die in de kerk werden verzameld&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.de abdij moest een tiendeklok leveren aan de Sint-Andrieskerk; overgebleven klokkenspijs kon&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden herbruikt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De uitspraak was volledig in het voordeel van de gemeente Balen en lag in de lijn van de voorstellen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die door de vicaris generaal Brasserii waren gedaan. De abdij zou zich zo maar niet neerleggen bij dit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vonnis. Aanvankelijk was er veel verzet tegen de verplichting om een nieuwe tiendeklok te moeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gieten. De abdijgeschiedenis brengt er verslag over uit9.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1702 besprak het klooster de vraag of de abdij verplicht was een tiendeklok te laten gieten voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parochiekerk te Balen. Het antwoord bleef negatief. In 1708 werd genoteerd dat de grootte van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiendeklok afhankelijk moest gesteld worden van de inkomsten van de tienden die ter plaatse werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
georganiseerd en vermits daar veel onduidelijkheid over was…..&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De tiendeklok moest zo groot zijn dat ze kon gehoord worden in alle percelen waarop tienden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden geïnd. De klok werd in 1708 gegoten door de Lierse gieters Alexius Jullien en Franciscus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Knaepen. De klokkespijs van de vorige klok werd herbruikt10. De abdij betaalde ook de installatie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Langzaamaan kwamen sommige herstelwerken op gang. In 1699-1700 werd het altaar van HH.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cosmas en Damianus aanbesteed; het zou echter eerst in de twintiger jaren worden afgewerkt. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vensters werden hersteld door Suls en het koor werd gewit. In 1705 kreeg de kerk definitief een dak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verliep allemaal heel langzaam en zonder veel overtuiging. Dat blijkt ook uit de abdijannalen:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1714 oefent de abdij druk uit op de pastoor van Balen om het herstel van het koor van de Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andrieskerk te zorgen; de pastoor weigerde dit maar stuurde een tijdje later een verzoekschrift naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij om bij te dragen in het herstel van de ramen van het koor. De abdij antwoordde dat zij hierin&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genen uitspraak kan doen zolang het gerecht geen uitspraak had gedaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De situatie bleef ingewikkeld en verward. Rond 1717 werd de overwelving van de kerk toch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
afgewerkt. In 1719 werden de religieuse diensten hervat in de kerk; dan worden opnieuw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schaalopbrengsten genoteerd in de kerkarchieven. Dat betekende niet dat alle problemen opgelost&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren zeker niet de geschillen over het beheer van de tienden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
9 Vertaling wijlen Louis Degroof.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
10 Zie ook Trudo GERITS, Bouwstoffen voor de kerkelijke kunstgeschiedenis van Balen-Neet, in Taxandria, deel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
39, 1967, p. 141-163, in het bijzonder p. 150 Klokken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. AAA Dreigbrief met Balens protest tegen de Abdij van Averbode. Cf. 511-9998-138-00039-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Averbode Abdijarchief. Grondplan van de Sint-Andrieskerk te Balen, na 1684. (bijgevoegd)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Datering 1717 in het plafond beneden in de toren van de Sint-Andrieskerk te Balen. (foto&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Erfgoed)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-04T12:41:08Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1683]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 2]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[1684 deel 3]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Stationsplein_wordt_Adeleine_Hus-plein</id>
		<title>Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Stationsplein_wordt_Adeleine_Hus-plein"/>
				<updated>2025-07-04T12:39:23Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met 'Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein&amp;lt;br /&amp;gt; Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt; De familie Jansen-Hus vroeg aan het gemeentebestuur van Balen om het stationsplein voortaan&amp;lt;br /&amp;gt; Ade...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Stationsplein wordt Adeleine Hus-plein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Jaak Jansen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De familie Jansen-Hus vroeg aan het gemeentebestuur van Balen om het stationsplein voortaan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Husplein te noemen. Tot hiertoe was het stationsplein een onderdeel van de Stationsstraat.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Stationsstraat was de plaats waar Adeleine Hus was geboren waar ze gewoond en gewerkt heeft.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De nieuwe naam zou de gelegenheid geven om haar verhaal te vertellen over haar verzet tegen het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitse regime tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940-1945. De bevrijding in 1945 was het eindpunt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een periode van bezetting door een onmenselijk regime. De bevrijding in 1945 heeft voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
familie Jansen-Hus wel een bijzondere betekenis. Had de oorlog nog wat langer geduurd dan hadden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wij misschien geen moeder meer gehad. De grootouders waren beide al omgekomen in de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
concentratiekampen en het kampregime was zo erbarmelijk dat ook ons moeder er zou aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tenonder gegaan zijn als ze langer in het concentratiekamp had moeten zitten. Haar terugkeer negen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maanden na haar aanhouding was dan ook een grote opluchting voor de familie, de geburen en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De bevrijding na de bezetting door de Duitse troepen was voor het dorp een gelukkige gebeurtenis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waarbij veel onaangename rampen een einde kenden: het militaire regime van de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nationaalsocialistische macht was angstaanjagend; de gedwongen inlijving van jongeren en ouderen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
om in het leger te dienen of om in Duitsland te gaan werken; het fusilleren van Belgen; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inbeslagnames van voedsel, paarden, vervoersmiddelen; het terreuroptreden en de razzia’s van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
SS (ShutzStafeln) tegen de vijanden van de Duitse overheid; de bonnekes van de ravitaillering&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(controle en gebrek van het voedsel en allerlei andere zaken); de inbeslagneming en roof van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
klokken of andere materialen voor de Duitse oorlogsindustrie; de NAZI-theorieën over de übermensh&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en de untermensh; de vervolging van sommige bevolkingsgroepen op basis van herkomst of ras; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevaarlijke bombardementen van de twee kampen; het gebrek of schaarste aan voedsel en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
benodigdheden; de onwettige aanwezigheid van militairen en aanverwante structuren die terreur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zaaiden. Dat was de bezetting waarvan het dorp bevrijd werd.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Foto Adeleine als kind met moemoe Julia Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wie was Adeleine Hus?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Hus (°Balen 1912-+Geel 1987) was de dochter van Jan Hus (°Balen 1883-+Behndorf 1945) en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Julia Van Genechten (°Balen 1882-+Ravensbrück 1944). Jan Hus was houthandelaar en baatte in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Statiestraat, samen met zijn vrouw het café “In den Alcazar” uit; naast het café was er een winkeltje&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“In de kleine winst”. Achter het café was er een zaaltje voor feesten, toneelspelen en repetities van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de fanfare; later werd er ook stommefilm gespeeld. Er waren twee kinderen. Zoon Louis Hus was de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oudste; hij was gehuwd met Maria Reyns en zou tijdelijk de “Alcazar” uitbaten; later woonde hij op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Markt waar hij het café “In de ton” open hield. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grootouders reeds meerdere verzetsdaden gesteld1. Adelein Hus verwijst er naar in haar verslag over&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Kamiel Mertens, Balen tijdens de Eerste Wereldoorlog, Balen, 2008, p. 526-531.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Kort verslag en reden der aanhouding van vader en moeder , beiden in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitsland overleden. door Adeleine Hus 13/05/1950''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Mijn ouders hebben in den Oorlog 14/18 Amerikaanse vliegers, zijnde: Donalson, Anderson&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en Thelinghast, verborgen. Deze drie heeft vader , na ze maanden verzorgd te hebben, naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Holland gebracht. Deze oorlog 40/45 waren het ontvluchte Russen, die alhier in de mijnen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tewerk gesteld waren door de Duitsers. Deze Russen leefden alhier in de bossen, waar ik hen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door hulp van moeder eten en kleren verschafte. Er waren alhier gekantonneerde SS&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waaronder verschillende Russen, verplicht ingelijfden, doch zonder wapens. Een ervan met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
name Theo , hielpen mijne ouders ontvluchten door hem burgerkleren te geven. Deze Theo&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd nooit door de SS weergevonden. We werden alle drie aangehouden door een valse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontvluchtingpoging van een andere ingelijfde Rus, zoogezegd een vriend van Theo, die ons&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
heeft verraden.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Mijn ouders werden alhier (in Balen) onderhoord door de Gestapo, daarna niet meer, noch in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Begijnenstraat , noch in Duitsland. Ik persoonlijk werd nog ondervraagd in een gebouw op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de Elisabethlaan, deze ondervraging draaide gans over Theo; door mij werd altijd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volgehouden deze niet gezien te hebben. Moeder en ik bleven samen te Ravensbruck, waar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij overleed.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
FOTO Eerste Wereldoorlog&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Adeleine Hus trouwde met Maurice Jansen (°1909-+1984). Eerst woonden ze in Rijsberg toen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maurice werkte als bediende in het Glasfabriek in Gompel; later soliciteerden beiden in Wezel om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerant te zijn in het casino; het casino was toen de regelmatige, tijdelijke verblijfplaats voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingenieurs of voor belangrijke gasten in dienst van de fabrieken in Wezel. Kort daarop verhuisden ze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
terug naar het centrum (Stationsstraat) en werkte Maurice als bediende op het gemeentehuis. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kroost was inmiddels uitgebreid met drie zonen: Paul, Jan en Jacques. In 1940 was de Duitse&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bezetting begonnen. Grootmoeder Julia Van Genechten hielp dochter Adeleine als lid van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geheime leger. Grootmoeder Julia was hierbij niet aan haar proefstuk want tijdens de Eerste&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wereldoorlog had zij samen met Jan Hus ook verzetsdaden gesteld.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanaf 15 juni 1943 was moeder Adeleine lid van het geheim Leger. Zij bracht hulp, schoeisels, kleren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en voedsel aan ondergedoken krijgsgevangenen (vooral Witrussen) die in de streek van Hoolst en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Holven in kuilen onder de grond of in de bossen verbleven; meestal ging het om gevangen Russische&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
soldaten die in de Limburgse mijnen moesten kolen opgraven. Zij zorgde voor deze voortvluchtige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangen en hielp ze verder vluchten naar Nederland. Sommige gevangenen zoals Wasily Berukof&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bleven ter plaatse en zouden zich definitief in ons dorp vestigen. Verder zou moeder Adeleine ook&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sluikpers verspreid hebben tijdens de bezetting. Voor het Geheim Leger bekleedde zij de functie van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verpleegster-onderofficier, aldus de officiële papieren (lidmaatschap nr 209564). Ze zou&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verscheidene eretekens en erkenningen ontvangen: attest van gewapende weerstander en politiek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangene, lid van het Geheime Leger (Leopoldsburg), recht op het Kruis van politiek gevangene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1940-1945, ridder in de Orde van Leopold II met de palm, Oorlogskruis 1940 met de palm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 3 juli 1944 werd de aanhouding verricht van grootvader Jan Hus, grootmoeder Julia Van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Genechten en hun dochter Adeleine Hus; zij werden naar Antwerpen overgebracht voor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ondervraging. Alleen moeder Adeleine werd herhaaldelijk ondervraagd maar zij bleef ontkennend&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
antwoorden op de vraag of zij iets van vluchteling Theo afwist. Onderwijzer Leonneke Geerts zag de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
aanhouding in de Stationstraat gebeuren vanuit de klas in de Oude Gemeenteschool: de razzia in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Statiestraat met veel soldaten en SS-ers, zij omsingelde het huis en vielen binnen; er werd een kogel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de ruit geschoten; er werd gezocht naar bewijsmateriaal (wapens, kogels). De buurt keek&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verschrikt toe. Adeleine beschrijft het als ’t volgt:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Kort verslag en reden mijner aanhouding , door Adeleine Hus 21/08/1948''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Er lag hier te Balen Neet een compagnie SS, waarvan een tiental Russen deel uitmaakten;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
deze Russen kwamen regelmatig in de herberg van mijn ouders; één daarvan is hier het leger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ontvlucht. Er bevonden zich hier in Balen reeds Russische krijgsgevangenen, welke tewerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gesteld waren in de mijnen te Beringen, doch ontsnapt. Deze ontsnapten verscholen zich in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bossen en de weiden alhier in de omtrek; deze werden door mij en andere personen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevoed en gekleed. De ontvluchte Rus had deze ontsnapten vervoegd. De SS vertrokken uit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het dorp; doch drie weken later kwam een Rus welke bij de SS ingelijfd was en dus met de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anderen vertrokken was, bij mij vragen om hem bij de ontvluchte Rus te brengen. Hij gaf mij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn munitie en ik moest hem burgerkleren bezorgen; deze zou ik hem binnen drie dagen ter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hand doen doch twee dagen later werd ons huis omsingeld door SS en Gestapo van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Elisabethlei te Antwerpen. Mijn ouders en ik werden samen mede genomen en naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen vervoerd. Mijn vader werd beschuldigd van wapensmokkel voor de Witte Brigade&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en werd geboeid, doch ik alleen maakte deel uit van de Witte Brigade. Mijn ouders en ik&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden samen mede genomen en naar Antwerpen vervoerd en opgesloten in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Begijnenstraat dit was op 03/08/1944, daar zijn wij ongeveer een maand opgesloten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geweest; ik alleen ben ondervraagd geweest. Daarna hebben ze ons naar Duitsland gebracht;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mijn moeder en ik naar Ravensbruck; daar is mijn moeder overleden; ik ben langs Zweden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
terug gekeerd. Mijn vader is te Helmstad overleden.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Foto en tekening Ravensbruck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ravensbrück:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitroeiingskamp van Ravensbruck ligt in Noord-Duitsland, op 90 kilometer van Berlijn. Het is één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de beruchtste uitroeiingskampen van de nationaalsocialistische regering van Duitsland. Tussen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1939 (stichting) en 1945 (einde) werden er ongeveer 132.000 mensen opgesloten: vooral vrouwen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar ook mannen en kinderen, gedeporteerd vanuit heel bezet Europa, vooral Joden, Polen. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevangenen droegen allen een ster of teken (driehoekig of zeshoekig) : gele ster= Joden; zwart=&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
asocialen, dienstweigeraars, zwakzinnigen, prostituees; bruin= zigeuners; rood= politiek gevangenen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
groen= criminelen; violet= getuigen van Jehova; roze = homosekselen. De kampbewoners moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zwaar werk doen, vaak in functie van de oorlogsindustrie. De bewoners sliepen in overvolle&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
barakken, waren schamel gekleed, totaal ondervoed en overgeleverd aan kou, ziekten en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ongedierte. De kampdokter voerde medische experimenten uit. In de laatste faze werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gaskamers geinstalleerd om zowel dode als “overtollige” gevangen te laten verdwijnen. Adeleine&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moest aanvankelijk in de bossen werken en voor wegenaanleg zorgen. Ze werd ziek en kwam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helemaal verzwakt in het ziekenhuis terecht. Daar genas ze stilaan en werd opgevangen door een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doctores die haar beter werk verschafte in de kliniek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een getuige uit het kamp zegt hierover het volgende:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Getuigenis van Mathilde Brauns:''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ondergeteekend, Brouns Mathilde verklaar dat Hus Julia Adeleine met my medegevangene''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''was te Ravensbrück (Duitsland). Zy werkte met my in de bosschen waar ze zware verkoudheden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opliep daar we onvoldoende gekleed waren en in koude, sneeuw en regen moesten werken. By de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dagelycksche morgend appèl uren is zy herhaalde malen flauw gevallen, ten gevolge van de koude en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de ontbeeringen, en den ziekelycken toestand harer moeder, welke medegevangene was; zy is naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het Rivier gebracht met gezwollen ledematen en zware koorts. Gedurende haar verblijf in het Rivier is&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
haar moeder gestorven zonder zorgen by ons in de barak. Zy was uiterst zwak by het verlaten van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Rivier en heeft dan ook nogmaals hartaandoeningen gehad in februari 1945.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tekening Kamp&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 25 april 1945 werd Ravensbrück bevrijd. Het Deense Rode kruis nam verscheidene gevangenen in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bescherming; de gevangenen werden overgebracht naar Zweden waar ze werden onderzocht en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waar ze konden herstellen van de ellende. Op 28 juni werd Adeleine met het vliegtuig terug naar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
België gebracht waar ze in Zaventem werd opgewacht door de familie en de geburen. In Balen werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze vol blijdschap en vol emoties onthaald. Met tientallen gelukwensen en tientallen geschenken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wilden de Balenaars delen in het vreugdevolle weerzien. Nu was de oorlog zeker gedaan, al bleven er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nog veel littekens en waren alle wonden nog niet geheeld. Dokter Stuyck onderzocht ons moeder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
nog herhaaldelijk en noteerde in zijn verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Onderzoek van dokter D. STUYCK: Balen den 18/05/1946''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Voornoemde is lydend aan periodieke hartstoornissen (tachycardie), bloedarmoede''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''en chronische bronchitis. Ze lydt daarby aan algemeen spier rhumatisme. Deze aandoeningen zyn een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gevolg der ontberingen, slechte behandelingen en gemoeds aandoeningen van haar gevangenschap.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Na de oorlog zouden Adeleine Hus en Maurice Jansen de Alcazar overnemen en samen met Anna&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Segers en echtgenoot een nieuw gebouw zetten. Anna Segers bouwde een woonhuis en erachter de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
cinemazaal Alcazar. Adeleine werd de uitbaatster van café Alcazar en een winkel van kruideniers-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren, snoepgoed en ijskreem. Later bouwden Maurice en Adeleine een nieuw huis in de Benoit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Belmansstraat en namen zoon Jan en echtgenote Mit Mannaerts de winkel over om er een bakkerij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en patisserie te vestigen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Besluit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De toekenning van een nieuwe benaming aan het statieplein is een gelegenheid om de gruwelen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de oorlog en de bezetting in herinnering te brengen. In deze herinnering ligt zeker de afkeuring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besloten van de ellende van de Tweede Wereldoorlog en de afkeuring van de onmenselijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
basisgedachten waarvan het nationaalsocialisme vertrok. Oorlog is afschuwelijk; bezetting en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdrukking is niet goed te praten; alleen verzet is hier een antwoord op, ook verzet zonder&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wapengekletter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Woordverklaring&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Gestapo:''' Geheimes Statspolizei; taak: vervolging en onschadelijkmaking van de vijanden van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
NAZI-regime&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''SS''': SchutzStaffeln: beschermingstroepen, elitetroepen ter bescherming van de partij en in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder de persoon van Hitler; wie aangeworven werd was overtuigd van de ideologie van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
superieure Arische ras. De SS had aandeel in de organisatie van de concentratiekampen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Ravitaillering:''' Om de bevoorrading van de goederen (vooral levensmiddelen) onder controle te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
houden , organiseerde het Duitse Regime de ravitaillering; ze werd uitgevoerd door de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemeentebesturen. Aan de hand van zegeltjes per persoon werd de hoeveelheid van goederen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(eetwaren) gecontroleerd en beperkt. Vooral in de steden leidde dit tot gebrek en schaarste.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Übermensch''': is een Duits woord dat ideaalmens betekent, een mens met eigenschappen en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwaliteiten die bij gewone mensen niet voorkomen. Hitler en het Nazi-regime gaven er een andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis aan door het te koppelen aan ras en zuiverheid van ras. In de lijst van de rassen stond het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Duitse Arische ras bovenaan de top. De tegenhanger was de '''Untermensch'''; de betekenis werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ingevuld door de Nazi’s. De Untermenschen droegen vaak een ster; de witte Davidsster van de Joden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is hierbij het meest gekend. Toch werden er nog aan andere bevolkingsgroepen sterren en kleuren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
toegekend zoals wij hoger gezien hebben in de concentratiekampen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
AFBEELDINGEN&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Grootmoeder Julia Van Genechten en dochter Adeleine Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Grootvader (rechts) Jan Hus en Gustaaf Hus met drie Amerikaanse piloten J.O.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Donaldson, R.A. Anderson en T.E. Tilunghast, tijdens Wereldoorlog I op 15 oktober 1918.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Hulde Adeleine Hus&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Foto Ravensbruck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Tekening leven in de barakken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-04T12:35:54Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Balense (kerke)kruiers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balense_(kerke)kruiers</id>
		<title>Balense (kerke)kruiers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balense_(kerke)kruiers"/>
				<updated>2025-07-04T12:35:11Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Balense (kerke)kruiers'''&amp;lt;br /&amp;gt; &amp;lt;br /&amp;gt; '''Spotnamen'''&amp;lt;br /&amp;gt; Balen: (kerke)kruiers, turken&amp;lt;br /&amp;gt; Olmen: tutters&amp;lt;br /&amp;gt; Mol: sopwaaikers, smoutringen&amp;lt;br /&amp;gt; Dessel:...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Balense (kerke)kruiers'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Spotnamen'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balen: (kerke)kruiers, turken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olmen: tutters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mol: sopwaaikers, smoutringen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dessel: pezerikken, heikneuters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel: zotten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Meerhout: katten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Olen: boeren, kerkekruiers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Turnhout: muggenblussers, binken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Retie: telloorlekkers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Mechelen: maneblussers&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Antwerpen: sinjoren, dikke nekken&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Brussel : kiekenfretters, ketjes, zinnekes&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wie meer over deze spotnamen wil lezen kan terecht op internet of voor een grondige analyse bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
twee volkskundigen die hierover, ondermeer over Balen, verzameld hebben in het verleden: J. Th. DE&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
RAADT en J. CORNELISSEN1. Het moet echter eerst duidelijk zijn dat deze spotnamen bedacht werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
door de inwoners van buurdorpen en niet door de inwoners van het dorp waarop de spotnaam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betrekking heeft. De aanleiding voor het ontstaan van de spotnaam moet wel in het dorp gezocht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
worden: dat kan een gebeurtenis zijn (vb. “maneblussers”: een of meer Mechelaars hebben wat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
teveel gedronken en zien de toren van Sint-Rombouts in brand staan als een felle maan erop schijnt,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij geven alarm en Mechelen staat op straat); dat kan een hele geschiedenis zijn (vb. “kerkekruiers”:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herhaalde malen hebben de Balenaars last gehad met de kerk die afbrandde, de ingebruikname van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het bedehuis, de langdurige restauratie, de financiële problemen met de bedienaar-tiendeheffer, de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
processen, de zoektocht naar een vervangplaats voor de godsdienstige ceremonies… ); dat kon de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
mentaliteit van het dorp zijn (vb. de “dikke nekken” van Antwerpen: zoals men in Antwerpen zegt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“met alle chinezen maar niet met den deze; mee hiel aantwaarpen mor nie mee maai”). Sommige&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
spotnamen zijn dus nog actueel te noemen maar gewoonlijk is hun betekenis verwaterd of vergeten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geworden. Zeker is het dat de spotnamen niet geliefd waren bij de inwoners op wie ze betrekking&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. J. TH. DE RAADT, ''Les sobriquetes des communes belges'', Brussel, 1903, p. 68, 98, 144, 287,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
288, 395, 418, 546, 548, 551, 555; 1924, p. 113-118; J. CORNELISSEN , ''Nederlandsche&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volkshumor op stad en dorp, land en volk,'' Antwerpen, 6 delen, 1929-1937; deel 1 p. 233-234,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
p. 237, p 255; deel 6, p. 29 (spotprent Mechelen) .&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;2&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden. Volkskundige Cornelissen vermeldt uitdrukkelijk: “Als ge die van Balen wilt kwaad krijgen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dan moet ge ze ‘kruiers noemen”. Die uitspraak van Cornelissen werd wel gedaan tussen de twee&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
wereldoorlogen. Overal gingen de inwoners de spotnamen ombuigen tot aanvaardbare namen door&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
er vergoelijkende verhaaltjes aan vast te knopen of een rationele verklaring aan toe te dichten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is niet te verwonderen dat er ter plaatse mooie verhaaltjes worden bedacht om de scherpe&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kanten van de spotnaam af te vijlen. Dat verhaaltje van de Olmse tutters kent ge waarschijnlijk wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en dat verhaaltje van de Balense kruiers ook maar ik wil er toch een moderne versie van vertellen, ge&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
weet nu toch dat het niet juist is.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Awel het was op een zaterdagnamiddag in oktober. t Was schoon weer en ik was eerst naar de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schoenmaker geweest om halflappen onder mijn sondaagse schoenen te laten zetten. Als ik thuis&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kwam zee ik tegen ons Marie : Ik gan naar de keupdag bij de Schaevers; om vijf veu twee zijn ik weg.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat gebeurde dan ook zo. Om efkes veu twee stapte ik bij de Schaevers binnen, just op tijd want de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
notaris gaf just nen toernee general om de tongen en het verstand wat losser te maken.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ik doen dat wel geren zo’n namiddag bijwonen. Zien hoe de Balenaren speculeren en rekenen. Zeker&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
als er zo twee tegen mekanderen op zitten te bieden dan wordt het direct een paar graden warmer en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ziet ge de bankrekeningen op tafel liggen. Deze keer viel het wat tegen omdat er maar een klein&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkmanshuizeke te koop werd gesteld. Na een halfuur was de stress deraf en ik besloot van ergens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
anders nog eens binnen te wippen. Eerst bij Louis Hus In de Ton voor een pintje en daarna aan den&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
overkant bij de Geus waar de borrel genever altijd tot het randeke werd gevuld.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Terwijl ik daar stond zag ik aan den overkant van ‘t straat van alle bewegingen rond de kerk; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
keuister was erbij, de grafdelver Joske Van Genechten, de gerant van de parochiezaal, de smed van ’t&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Steeg, zelfs onderpastoor Vloemans stond daar met opgestroopte mouwen. Ik docht daar moet ik het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
fijne van weten, daar moet ik bij zijn. “Wa gebeurt er hier”, vroeg ik aan Vloemans. “Ga maar helpen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vanachter aan ’t koor moet ge gaan duwen; wij willen de kerk wat opschuiven en wat dichter bij ’t&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
straat brengen”. Zo gebeurde het dan. Iedereen zette zich schrap en duwde met alle macht tegen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
oude bakstenen. Er werd gezucht en gezweet. De smed hoorde de nestels van zijn schoenen kraken en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon amper ne miljaar onderdrukke. “Jaja”, zei Joske , ”ik voel precies dat ze geet”. De koster zei dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hem ging zien of er wat verschoven was. Glunderend kwam hij terug: “Ik had mijne jas uitgedaan en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op de grond gelegd en die zit er helemaal onder, de kerk is zeker meer als ne meter opgeschoven.” Er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd gejubeld en gezongen. We waren echt van overtuigd dat we de kerk opgeschoven en verkruid&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden, en dat we zo de naam kruiers hadden verdiend.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Kwaaitongen beweren dat de jas van de koster door een bedelaar is meegenomen en dat de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
helemaal niet verplaatst is geworden. Dat is serieus gelogen en dik van de pot gerukt. Ik hem het zelf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gezien dat er gene jas niet meer loog voor de kerk.''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uitleg Achteraf&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is opvallend dat alle dorpen een positief verhaal of positieve verklaring gingen zoeken voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
spotnaam die hen werd toegedicht. Het plaatselijk verhaaltje is er een voorbeeld van. Andere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
motiveringen doen de spotnaam positief overkomen, aanvaardbaar door de inwoners; dat zijn de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zogenaamde rationalisaties. Daarna kon de spotnaam zelfs een merknaam worden die de herkomst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;3&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van het product duidelijk beklemtoont en opwaardeert: de spotnaam wordt een biernaam, een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatselijke koekjesnaam, een restaurantnaam, een trofeenaam, een identitair symbool, de naam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van een standbeeld, de naam van een ploeg…….. Daar is niks mis mee; dat is volkskunde en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volksfantasie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Cornelissen noteerde in zijn publicatie drie rationalisaties of verklaringen die ter plaatse in Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden gegeven aan de spotnaam: 1. het koor zou scheef staan op de rest van de kerk; 2. Sint-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Andries, patroon van de Balense kerk is patroon van het ambacht van de kruiers; 3. de kerk van Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
stond aanvankelijk in Scheps en werd verplaatst (verkruit) naar het centrum. Geen enkele van deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
rationalisaties is te weerhouden. Het koor staat niet scheef; Sint-Andries is de patroon van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schippers en de vissers; in Scheps heeft nooit een kerk gestaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Kerkproblemen in Balen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het verleden hebben de Balenaars heel wat problemen gehad met hun bedehuis. De kerk werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tweemaal zwaar getroffen door brand, in 1574 en in 1684. Telkens probeerden de inwoners&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geldelijke hulp vast te krijgen van de tiendeheffer, de abdij van Averbode; ze wilden de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
inschakelen bij de restauratie(kosten) en telkens liep het fout. Bij de eerste brand vroegen zij zelfs&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
advies aan de professoren van Leuven maar deze orakelden dat de Balenaars ongelijk hadden en dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij niet verplicht was van bij te dragen. Bij de tweede brand probeerden de Balense bestuurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
en kerkmeesters hun juridisch gelijk te halen bij de Hoge Raad in Brussel. De betwistingen zouden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tientallen jaren aanslepen en na dertig jaar betwistingen kwam er slechts min of meer schot in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zaak. De betwistingen en het ongenoegen bleven bestaan. De omliggende dorpen hebben zeker de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
spot gedreven met zoveel wringerij, processen en beter-weten2. Ook elders vinden wij sporen terug&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de restauratieproblemen en de betwistingen die de de Balenaren eraan vastknoopten. In de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
literatuur lezen wij ook enkele uitingen van dat leedvermaak in de andere dorpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 Zie hierover in vorige Jaarboeken 21-24: JAAK JANSEN, 1684 (1-4).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 J.B. GRAMMAYE, ''Antiquitates illustrissimi ducatus Brabantiae'', Brussel, 1606-1610, Antverpiae Antiquitates,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1610, p. 122-123.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;4&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
I.B. GRAMMAYE3 gaf in het Latijn een boek (1610) uit over het hertogdom Brabant (hierin werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
enkele Kempense dorpen vermeld); in het jaar 1613 brachten ze in de kerk een opschrift aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(GEBOERS); in 1687 werd door de Mechelaars een opschrift op rijm gezet:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1610'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Desselium cum opibus,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Animo cum Rheta carebat,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Molla frumenta,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenum turre palude;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Arendoncka ruricolis,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lommelia mundi machina solvetur&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''VERTALING''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Als Rethy was zonder moed''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''En Dessel zonder goed,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''En Mol was zonder koren,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''En Baelen zonder toren ,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''En Arendonck zonder moeren,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''En Lommel zonder boeren,''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Zal de wereld niet lang meer doeren''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1613''' chronogram (in de kerk)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Infelix Balen decimo sexto ante calendae&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Octobris, periifacta rapina feris,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ochlacen Balen sal nu en ten eeuwighen daghen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Den brant vanden sesthienden septembris beclagen. (16 sept 1578)''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;5&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''1687''' (rijm door de Mechelaars)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Baelen dat roert oock sijn lippen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maenebrant, de clock moet clippen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dat sij gaen naer hun vroom werck&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In’t vercruijen van hun kerck.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(zonder datering)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Die van Mol die zijn geschoren&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ze hebben vier wijzers en geenen toren!&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Die van Geel die zouden loopen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Om die wijzers af te koopen;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
En die van Balen zijn jaloersch:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ze hebben ‘nen toren lijk’ ne kroesch4!&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het rijmdicht van 1687 kwam tot stand in Mechelen; waar de Mechelaars zich kwaad gemaakt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hadden toen zij voor “maneblussers” werden uitgemaakt. Zij organiseerden een symbolisch&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
proces in Geel waarin Balen samen met dertien andere dorpen voor het gerecht van Geel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden gedaagd: Aalst (ajuinen), Antwerpen, Balen, Brussel, Dendermonde (flauzemakers), Diest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(mosterdschijters), Dinant, Gent (stroppen), Leuven (petermannen), Lier (schapekoppen),&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Lokeren (rapenbraders), Poperinge (keikoppen), Vilvoorde (pjeirefretters) en Weert (slijkneuzen).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De Mechelaars met spotprent verdedigden zich tegenover een rechter die in een zetel onder een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grote zotskap had plaats genomen (15de dorp Geel). Achteraan tegen de muur hingen de 14&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpen met de uitbeelding van hun spotnaam: Balen onderaan tweede van rechts. Alle dorpen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werden in hun hemd gezet met een spotnaam die even vernederend was als deze van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maneblussers. De spotnamen werden uitgebeeld in gravures en in schilderijen; de gravures&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
waren vergezeld van rijmende teksten; bij de spotprent over Balen stond de hier afgedrukte tekst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van 1687. Het ontstaan van de spotnaam moet eerder tegen deze achtergrond gezocht worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De verwoestende branden brachten in Balen veel miserie mee; de herstellingen kosten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
handenvol geld; de pogingen om de abdij van Averbode te laten bijdragen liepen vaak op een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
sisser uit; telkens moesten zij op zoek gaan naar vervangende ruimten om de diensten te laten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
doorgaan. Er werd om gelavchen en gespot in de omliggende dorpen. Veel spotnamen werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
uit leedvermaak geboren. Om daar een datum op te plakken is niet gemakkelijk. De volks-&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verbeelding (van andere dorpen) werkt wanneer de verbeelding wilt. Zeker is dat de spotnaam&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Kruiers al in 1687 bestond ; toen werd hij in Mechelen vereeuwigd in een prent.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Kroes: beker, rijmend op jaloe®s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;6&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Afbeeldingen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. Oud Gemeentehuis, Balense Kruier, Raymond Smets, 1987&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. Schilderij, De Maneblussers van Mechelen betrekken 14 andere spotnamen van gemeenten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in een proces, Vlaamse School, ca 1700, olie op doek, 113 x 83&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. Detail van schilderij: Balense kruier&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4. Prent, De Mechelse Maneblussers dagen veertiien dorpen of steden met spotnaam voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Raad van Geel, 1687, papier en inkt&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5. Detail van prent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6. Getekende visie van Frans Smets op de “Balense Kruiers”, 2025.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen</id>
		<title>Balen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Balen"/>
				<updated>2025-07-04T12:33:45Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''[[Alcazar]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Over wringers, tegenwringers en afgewrongen wringers]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Het rampjaar 1684]]'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''[[Twee in 1907 door de kerkfabriek Sint-Andreas verkochte schilderijen]]'''&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684</id>
		<title>Het rampjaar 1684</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://kunsterfgoed.be/wiki/Het_rampjaar_1684"/>
				<updated>2025-07-04T12:32:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan: Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Het rampjaar 1684 (1)'''&amp;lt;br /&amp;gt; In de nieuwe voorgevel van huis nr 9 op de Markt te B'''alen''' werden de&amp;lt;br /&amp;gt; muurankers bewaard met het jaartal 1684. Oorspronk...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Het rampjaar 1684 (1)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In de nieuwe voorgevel van huis nr 9 op de Markt te B'''alen''' werden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
muurankers bewaard met het jaartal 1684. Oorspronkelijk had dit opschrift de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
betekenis van een bouwjaar voor dit burgershuis: dit gebouw kwam tot stand&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het jaar 1684. Deze uitleg is nu niet meer van tel. Alleen de bakstenen achter&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bezetting van de voorgevel dateren van 1684; de rest van het gebouw werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
volledig vernieuwd. Toch is het van belang dat deze datum 1684 aanwezig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
blijft; het is een belangrijk jaar in de dorpsgeschiedenis. In het jaar 1684 was er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grote brand in het dorp; bijna alle huizen van de markt stonden in de fik en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ook de kerk werd zeer zwaar getroffen. Wij zijn 28 juni 1684; de brand zou bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bakker op de Markt ontstaan zijn en zich razendsnel verspreid hebben.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Alleen twee huizen en een boom overleefden het aan de verste zijde van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpskom, gelegen bij een waterpoel: het huis van Willem Van Hemel en het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
naburige huis van Maria Hanegreefs zouden ontsnappen aan de catastrofe; de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
huizen lagen aan een straatje dat in de volksmond Sint-Anna Borgerhaut werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
genoemd1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Onmiddellijk werd begonnen met het herstel van de huizen en ook aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen kerk werden de eerste herstellingen uitgevoerd. In Meerhout werden&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kepers gezaagd en bij de plaatselijk smid werden in 1684 haken en nagels&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld. De volgende jaren 1684-1689 werden er tienduizenden schalies&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
besteld om het dak te dichten maar al vlug waren er tekens van onwil en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tegenwerking. De kerk was wel zwaar gehavend. Vooral de kruisbeuk was&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vernield maar ook het koor was getroffen en de middenbeuk was ingestort;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
alleen de zijbeuken waren min of meer intact.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Op 20 september 1684 was er een vergadering die op verzoek van dienende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
burgemeester Geerardt Wouters was samengeroepen “in louter faveur van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
justicie”. De ZEH Kamerling2 van de abdij van Averbode was aanwezig,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergezeld van een andere pater van de abdij. Deze laatste was reeds vroeger&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
op 13 september 1684 op de pastorie te Balen geweest en had aan de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorpsbestuurders voorgesteld om de toenmalige tienden van de abdij te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pachten en het geld te gebruiken voor het herstel van de kerk. Hierop&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
repliceerde de boekhouder van de gemeente Peeter Goiskens dat hij geenszins&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van plan was dat te doen: het systeem van de verpachtingen met de tiende&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1 Archief Erfgoed Balen, AAA 10278!-0275&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2 De kamerling was de naaste medewerker van de abt ; de kamerling (kamerheer) kon de abt vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;2&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;werkte niet, noch op gemeentelijk vlak, noch op particulier vlak. Dit schoot in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het verkeerde keelgat van de kamerling; hij dreigde ermee om “ de voorzijde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(voornoemde) gemeente van Balen met een regiment volks ofte twee te doen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
ruïneren3”. Het probleem werd door de gemeentebestuurders besproken op 20&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
juli 1684.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De abdij was steeds behulpzaam geweest, aldus het klooster van Averbode. Bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de opbouw van de Sint-Andrieskerk had de abt van Averbode vijfentwintig&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gulden bijgedragen aan de onkosten, bij een vorige calamiteit waren ze met&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een bedrag tussengekomen en verder was er jaarlijks een kleine bijdrage in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkingskosten (8 of 12 gulden). In Balen vonden ze dat eerder aan de magere&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kant, zeker wanneer er calamiteiten waren en de kerk door onheil werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
getroffen, zoals brand, bliksem of stormschade. De vergadering van 2°&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
september 1684 gebeurde in aanwezigheid van de dienende burgemeesters&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Marten Kemps en Laureys Claes; dit werd bevestigd door de schepenen van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
voogdij L. Ooms en H. Meulders.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uit het voorgaande blijkt dat de gemeentebestuurders en de abdijbestuurders&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
grondig van mening verschilden over de aanpak van het herstel van de kerk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vooral ging het hier over de vraag van wie zal dat betalen. Dat hierbij oude&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opvattingen over het gebruik of beschikken van de tienden centraal stonden,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werd meer en meer duidelijk. De abdij wilde de opbrengst en gelden van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tienden wel laten gebruiken voor het herstel van het bedehuis maar de centen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
moesten later wel terug betaald worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''''''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Voorstel van vicaris Brassery (1685)'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een jaar na de brand, op 14 juni 1685, kwam vicaris Guillielmus Brassery op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in Balen. Balen behoorde op dat moment nog bij het bisdom ’s&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hertogenbosch en Z.E.H. Brassery, een voormalige pastoor van Sint-Amands in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geel, vertegenwoordigde er het hoogste kerkelijk gezag. Hij kwam in Balen op&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
werkbezoek in functie van de problemen met de brand van 1684. Hij bezocht er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de kerk en de kapellen en liet zich inlichten over de inkomsten van deze&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
instellingen, in het bijzonder de Sint-Andrieskerk, de H. Geesttafel en de kapel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Schoor. Na een grondige evaluatie kwam hij tot besluit dat beide instanties,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de abdij van Averbode en de kerkfabriek, verantwoordelijkheid hadden te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3 Archieftekst zie Erfgoed Balen 511-9998-138-00009-0085; Ex Regisst. Scab. Moll etc an 1681-1688, fol 130.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;3&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;dragen bij de restauratie van de beschadigde kerk. Er moest zo vlug mogelijk&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgetreden worden, te beginnen met het koor. De onkosten moesten in gelijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
parten (equalibus partis) verdeeld worden4.De abt van Averbode zou eerst&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over de brug kunnen komen en het goede voorbeeld stellen; daarna zou de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
plaatselijke overheid volgen waarbij ook op bijdragen van de bevolking moest&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gerekend worden via de offerblokken. Bij hoogdringendheid dienden de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
herstellingswerken te worden aangevat zodat de goddelijke diensten opnieuw&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
in het kerkgebouw konden doorgaan.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het bezoek van Brassery zou blijkbaar weinig resultaat teweeg brengen in de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
onderlinge afspraken. Er werden wat beschermingswerken uitgevoerd maar&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
een grondige aanpak bleef achterwege.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''De dreigbrief van 15 februari 1686'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Ghy sult di kerck maeken''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Oft ick alle de hoeven af''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Branden sal di grodt sal ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Selven doen die den armen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Sal …. Hem kan ick''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
''Niet helen''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Pastoor Kimps van Balen verslikte zich in zijn koffie toen hij deze dreigbrief5 las&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
die aan de toegangspoort van de pastorie (in de Veststraat) was opgehangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De onbekende schrijver dreigde met brandstichting van de hoeven indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
restauratie van de kerk niet uitgevoerd werd. In de pastoor-norbertijn werd&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
natuurlijk de abdij van Averbode geviseerd. Dat het tweede deel van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dreigbrief zo onleesbaar is maakt de dreiging alleen maar spannender. Pastoor&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kimps riep een vergadering bijeen met verscheidene getuigen: Jan Swinnen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderik de Grauw en Jan Pelle; hij speette het dreigbriefje aan&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
het geschreven verslag:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit briefken hier aengedaen hebbe ick Sr. A.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
4 Copie van decreet: Stanisla Joris, Balensia NR 5, 78; Archief Erffgoed10008-0131&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
5 Archief Erfgoed Balen AAA 511-9998-138-00039-0001.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;4&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Kimps den 15 februari 1686 omtrent halver&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
seven smorgens ghevonden ge plackt op de poorte&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
der pastorij van Balen en afgedaen tuschen&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dese ghetuygen Jan Swinnen schepene&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wauter Claes, Henderick de Grauw de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naste ghebuer en Jan Pelle ter presentie&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Van den heer onderpastoor van Balen.6&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het zat blijkbaar hoog bij de Balenaren, en één van de pottekes kookte over. De&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
reactie staat symbool voor de vele straffe praatjes en verdachtmakingen tijdens&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
vergaderingen, geroddel op straat of in de herberg. De twee hoeven van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Averbode (Reit en Gerheide) werden geviseerd. De schrijver dreigde ermee om&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
brand te stichten indien de norbertijnen niet met geld over de brug kwamen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het tweede gedeelte van de dreigbrief is moeilijk leesbaar en suggereert dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
met de armen moet rekening gehouden worden. De rol van pastoor moet niet&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
gemakkelijk zijn geweest op dat moment; hij riep de gezagsdragers van het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dorp bijeen om akte te nemen van het geschrift. Maar kon het probleem wel&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
opgelost worden?????&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Een oud zeer'''&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vanuit het dorp had men altijd al beroep gedaan op de bereidwilligheid van de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdij. Bij de bouw van de kerk (1444-1520) had de abt van Averbode een&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijdrage van 25 gulden geleverd; niet bepaald een bedrag om naar huis te&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
schrijven. De abdij was heel gematigd in haar steun als het om de kerk ging, dat&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
was blijkbaar de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking. Indien de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
pastoor een kanunnik van de abdij was, dan werd de pastorie wel op kosten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de abdij gebouwd. Dat was gebruikelijk in het Ancien Regime. Het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
probleem zat hem eigenlijk bij de inning van de tienden. Aanvankelijk, dat is in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de vroege middeleeuwen, bestond de gewoonte om bij de stichtingen van&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
abdijen of kloosters gronden of andere inkomsten te schenken zodat de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
religieuzen een bestaan konden uitbouwen. Zo verging het ook met de abdij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van Averbode. In 1134 stelde Arnold II, graaf van Loon, grond ter beschikking in&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
6 Archief Erfgoed Balen 511-9998-138-00039-0001&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;span id=&amp;quot;5&amp;quot;&amp;gt;&amp;lt;/span&amp;gt;Averbode om de abdij op te bouwen; daarbij kregen zij ook nog het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
patronaatsrecht en de tiende van de kerk van Tessenderlo, het patronaatsrecht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
is het recht om de pastoor van de kerk voor te dragen; daarbij kregen de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kloosterlingen nog gronden terbeschikking die zij konden verhuren tegen één&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tiende van de opbrengst van deze gronden. Het systeem van schenkingen (en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
verhuring) van gronden zou honderden jaren blijven bestaan en tot een apart&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
systeem uitgroeien: de tienden. In de loop van de jaren zouden abdij meer en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
meer percelen weten te verwerven; hetzij door schenking, hetzij door aankoop,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
hetzij door ruil.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Toen er in 1590?? Brand was geweest in de Sint-Andrieskerk schreven de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kerkmeesters van Balen een brief aan de abt van Averbode om te vragen dat er&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
zou bijgedragen zou worden in de kosten van het herstel. De abt antwoordde&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
dat hij zijn medeleven wilde betuigen en een bijdrage wilde in deze moeilijke&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
omstandigheden maar dat het éénmalig was en zeker niet als permanent&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
initiatief mocht bekeken worden. Het bleef moeilijk verteerbaar voor de&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Balenaren. De inkomsten van de tienden waren bijzonder interessant en&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
bijzonder hoog.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In het jaar 1613 hadden de Balenaren hun probleem aannhangig gemaakr bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
de professoren van Leuven: Joannes Jansonii, J. Wiggers, P. Gadeelini en Ger.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Corselii. De Balenaren vroegen een “arbitrale sententie”: een arbiter in het&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
geschil tussen Balen en de abdij. Volgens de professoren scheen de aanklacht&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
van de inwoners “niet te sijn gefundeert noch ontfanckbaer”. Ze moesten&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
tevreden zijn met de jaarlijkse bijdrage van 8 gulden van de abdij. Alleen bij&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
“eenigh ongeluck oft infortune” kon de abdij vrij tussenkomen. Bij calamiteit&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
kon de abdij bijdragen als ze goesting (en middelen) had. Daar zou nog lang&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
over gesakkerd worden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan</name></author>	</entry>

	</feed>